Categoriearchief: eten

Hoe kraak ik een amandel? – Tiny House Farm

Ons amandelboompje heeft 3 amandelen opgeleverd. Geen slechte oogst voor een boompje die we vorig jaar rond deze tijd hebben geplant. Waarschijnlijk heeft hij het goed naar zijn zin. De boom staat vroeg in het jaar in bloei. In februari zagen we de eerste bloesem. Deze boom staat het eerste van de fruitbomen in bloem.

benodigdheden om een amandel te kraken

De vrucht lijkt erg op een pruim. De amandel (prunus dulcis) is, net als de abrikoos (prunus armeniaca), familie van de pruim (prunus domestica). Ze kunnen elkaar ook bestuiven, maar dan moeten ze wel gelijktijdig in bloei staan. De abrikoos is vrij kort na de amandel aan de beurt. Wie weet staan ze komend voorjaar min of meer gelijktijdig in bloei.

Amandel op barsten

De amandelen hebben we al een paar weken geleden van de boom gehaald. De vruchten stonden op barsten. Dan zijn ze rijp. Als de buitenste schil elk moment uit elkaar kan vallen. Er komen een soort pruimenpitten uit. De schillen zijn makkelijk los te maken. Deze moet je even laten drogen. Maar als de buitenkant droog genoeg is, kun je daar ook de buitenkant van kraken.

Dat valt best tegen om de amandel te kraken. Mijn eerste poging mislukte. Er vloog van alles noot, maar ook bast en inhoud door de kamer. Ik wist een heel klein stukje van de amandel te pakken te krijgen.

Hoe te kraken?

Daarom op internet gezocht hoe je het beste een amandel kunt kraken. Niet zo heel moeilijk. Houd de noot vast met een tang. Tik daarna voorzichtig met een hamertje op de aanhechting in de lengterichting van de noot. En zo barst hij na een paar tikken open. Het gaat niet altijd zonder schade, maar je kunt wel het binnenste heerlijk naar binnen smikkelen.

Deze Hollandse amandelen zijn heel klein (minder dan een centimeter), maar ze smaken verrukkelijk. Een aanrader voor iedereen. Ik hoop dat we volgend jaar al wat meer amandelen kunnen eten. De 3e en laatste amandel was helaas leeg. Dat kan ook gebeuren. Maar we hebben de geoogste exemplaren eerlijk met zijn drietjes verdeeld.

Zieke tomaten en chutney – Tiny House Farm

Een ramp: zieke tomaten. Het begint met raadselachtige donkere plekjes op de vruchten. Maar het breidt zich meer en meer uit. Tot je ziet dat de hele tomatenplant steeds meer donkere plekken krijgt. Het is een ziekte.

We zijn het gaan uitzoeken. En je wordt er niet zo vrolijk van. Het is Phytophthora infestans. Een verwoestende schimmel die niks overlaat van je planten en vruchten. De belangrijkste reden is gebrek aan ventilatie. De oplossing voor de toekomst: goed openhouden van de planten. Maar als het eenmaal toeslaat, is er weinig meer aan te doen.

Phytophthora infestans

Een studie naar tomatenziekten hoe dit kan ontstaan is duidelijk. Phytophthora infestans is een schimmel waarvan de aantasting door de lucht verloopt. Het betekent voor ons dat we in de zone naast het huis de komende jaren geen tomaten kunnen kweken.

Wat de impact verder is, is niet zo duidelijk, maar voor nu hebben we de planten vernietigd. Niet op de composthoop, meteen in de container en alle nog goede vruchten van de planten gehaald. Heel veel vruchten zijn al aangetast, maar er bleef nog genoeg over.

Verder rijpen

Een deel van de groene tomaten hebben we met een banaan in een afgesloten zakje gedaan om verder te rijpen. Het is natuurlijk niet zo lekker als een zongerijpte tomaat aan de plant zelf, maar het is beter dan niks. En dan is alle moeite niet voor niks geweest.

Een ander deel van de onrijpe tomaten hebben we wel verwerkt. We hebben een recept gevonden voor chutney. Deze van oorsprong Indiase smaakmaker combineert de groene tomaat met appel en gember. Het is een vruchtenpuree die misschien nog wel het meeste op jam lijkt. Je kunt het eten op brood, bij vlees of iets anders.

Chutney

Groene tomaten kun je niet rauw eten, het vraagt om een goede bereiding. Deze hebben wel even op het vuur staan pruttelen in het groentemengsel. Ik heb een voorzichtig hapje geproefd. Heel aardig. Ben best benieuwd hoe het smaakt als het koud is en met wat je het goed kunt eten.

Er zijn nog een paar rijpe tomaten, maar het gaat hard met de schimmel

Tomaten en zaaien voor najaar – Tiny House Farm

De tuin is volop aan het bloeien en groeien. De tomaten hangen in volle trossen aan de struiken. Ze moeten nodig wat meer aandacht. Zodoende gaan we eens flink aan de slag om de planten wat uit te dunnen en op te hangen aan stokken. De volle bolle vruchten moeten namelijk nog rood gaan kleuren en daar is niet alleen veel zon voor nodig. Ze vragen ook om een iets andere aanpak dan maar gewoon laten gaan, zoals we tot nu toe hebben gedaan.

Veel water

Zeker, ze krijgen veel water. Met de warme dagen elke dag, nu iets minder, maar we letten goed op dat ze niet te droog staan. Dat is namelijk heel slecht voor de vruchten. Wat slorpen deze planten een hoop water zeg. Ook hebben we veel overtollige bladeren weggehaald. De vruchten moeten wel een beetje zonlicht vangen om te kunnen blozen.

We zijn druk bezig met het opknopen en ontwarren van de enorme groene massa die de laatste weken is gegroeid. Dat komt ook omdat het na de warme dagen eindelijk is gaan regenen en dat doet de planten heel veel goed. Het lijkt wel of ze helemaal zijn losgegaan. Het geeft de planten duidelijk veel kracht om te groeien. Heerlijk om zo bezig te zijn met je tuin. Zo bezig te zijn met je voedsel. Je vingers die zo heerlijk gaan geuren naar tomaat. Heerlijk!

Inzaaien

We gaan gelijk verder met andere onderdelen in de tuin. Zo zaaien we een stukje grond in dat ik gereserveerd heb om te gaan kamperen. Te druk en de warme dagen gooiden ook roet in het eten. Nu is het heel mooi kaal en zaaien we het meteen in met klaver. Iets wat we al een hele tijd van plan waren en nu eindelijk doen. Het stukje is niet meer dan een 9 vierkante meter, maar genoeg om te kijken of het inderdaad een middel is tegen de vele distels.

Ook zaai ik meteen weer wat zaden uit voor het najaar. Zo gaan er nog sperziebonen de grond in. En daarnaast ook worteltjes en rode kroten en brave hendrik. Ik hoop dat de laatste ook opkomt. Het schijnt dat deze een lage temperatuur nodig heeft om uit de grond te komen. Het zaaien in het voorjaar heeft niet mogen baten. Er is helaas niks opgekomen. Maar wie weet nu wel.

De eerste oogst – Tiny House Farm

Dan bereik je het punt dat je kunt oogsten uit de moestuin! We hebben de eerste rode bessen, frambozen (rode en oranje) en blauwe bessen van de planten gehaald. Daarnaast groeit de sla ontzettend goed. Daar hebben we al flink van gesneden.

We halen er een paar blaadjes af en dan groeit het vanzelf weer aan. Heerlijk. Het slaveld blijft zo in beweging met varianten van krulsla, rode bladsla en eikenbladsla. Wat weggaat, geeft weer nieuwe ruimte voor nieuw blad. Zo eet je door totdat je niet meer opkunt.

We hebben veel aardappels in de grond zitten. Als ik erover denk dan is dat wel genoeg voor een winter. De arme aardappelbroers op de markt. Ik kom er nu nog om de paar weken om een paar kilo piepers weg te halen. We jassen er hier aardig wat aardappels doorheen.

De kool blijft wat achter. De boerenkool en spruitjes schieten nog niet echt de grond uit. Ook is er veel vraat. Ze willen niet echt groeien. Ik hoop dat we er komende winter nog wat uit kunnen halen. Ook de rabarber wil niet echt. Van de 5 stonken die we afgelopen voorjaar de grond hebben gestopt zijn er 2 verdwenen en de andere 3 hebben er heel veel moeite mee.

Ik denk dat we hard moeten werken om de grond wat beter te krijgen voor de oogst. De akkerdistel doet het buitengewoon goed. Net als de melkdistel en andere soorten planten die hier flink aanwassen.

We kunnen al best leuk eten van de oogst en ik denk dat het andere jaren alleen maar meer wordt. Zeker als er ook andere dieren komen die mee kunnen helpen om het aantal muizen en slakken binnen de perken te houden. Ik zie daar namelijk nog steeds een flinke toename in komen. De permacultuur tuin biedt ook ruimte aan dieren die mee kunnen helpen om te voorkomen dat slakken en muizen een plaag worden.

Het meest bijzondere is om groenten uit je tuin te eten die je echt moet bereiden. Het eerste portie kroten dat we buiten in het zomerzonnetje eten. Wat smaakt dat geweldig. We proeven duidelijk de grond van Oosterwold. Heel aards smaakt het. Het zijn roodwitte kroten, eigenlijk wel roze, net als de kleur van ons huisje.

Als we een week later voor de 2e keer kroten eten, is de smaak alweer heel anders. Veel minder aarde, meer zoet. Een heerlijke, overtuigende smaak. Dat wordt een heerlijke zomer, want de tomaten groeien flink en het duurt niet lang meer voordat zij rood zijn. En wat dacht je van de jonge worteltjes. Heerlijk!

Hopelijk blijven we de muizen met hun eetgrage tandjes voor.

Aan de kroten

Fietskar – Sientje (47)

Een dochter en een hond. Wat zou dat mooi passen in een fietskar. Dat was de gedachte. Een aanbieding bij de Hema bracht ons op het idee om een fietskar te kopen. Er was ruimte in de fietsaanhanger voor 2 kinderen, maar 1 kind en 1 hond, zou toch ook moeten lukken? Sientje kon best wel vast met het tuigje dat we ook gebruikten in het fietsmandje of in de auto. Doris paste goed in een constructie van de fietskar zelf. Zo zou we de tocht veilig verlopen. Hier kon niets meer mis gaan.

Fietskar past niet door poort

Een gedoe! De fietskar paste niet door de poort. Eerst de kar er diagonaal uit, dan buiten de poort weer opbouwen, kind erin en de hond erbij. We konden eindelijk gaan rijden. Is altijd al een gedoe om met een kind snel weg te kunnen rijden, laat staan als daar ook nog een teckel bij komt. En Sientje was niet onwillig, maar ze stond bij dit experiment zeker niet te trappelen van ongeduld. Ze hanteerde eerder de bekende teckelhouding: ik werk niet tegen, maar zeker niet mee.

We zouden een lekker rondje rijden en ergens onderweg een picknick genieten. Al het eten klaargemaakt, broodjes gesmeerd, lekker drinken in flessen. We hadden best veel zin in een lekker fietsritje door onze nieuwe woonplaats Almere. Ik leerde gaandeweg al wel wat wegen kennen bij het hardloopgroepje waarmee ik iedere vrijdagavond een rondje holde.

Goed vastzetten

Eindelijk zat de hele familie vastgeklemd. Ook Sientje zat vast aan het tuigje. Het was een ingewikkelde constructie waarmee ze goed vastzat. Doris ernaast en het gezelschap kreeg zo een mooie lift achter de fiets van papa aan. We reden weg, onwennig, alles schudde op de klinkertjes bij de parkeerplaatsen. We konden niet gelijk het fietspad pakken, daarom namen we een stukje van de grote weg.

Ik sloeg de grote weg in of er gebeurde vanalles achterin. Sientje wist uit de kar te springen en de kar kapseisde op zijn kant. Een noodstop, langs de drukke weg. Doris hing gelukkig stevig vast in het tuigje. Ze huilde. Eerst Sien weer zien terug te krijgen in de kar en daarna alles weer overeind zetten. Doris troosten en alles naar een veiliger plekje brengen.

Sientje voelde er weinig voor om zich in de kar mee te laten voeren. Misschien zou ze liever zelf lopen of eigenlijk nog veel liever op de bank blijven liggen. Van haar hoefde het allemaal niet zo nodig. Ze wist heus wel dat er iets leuks kwam, maar om daar goed van te kunnen genieten was al dat gedoe vooraf teveel. Daarom wilde ze nog voor we goed en wel reden, al uitstappen.

Gevaarlijk

Niet handig en eigenlijk heel erg gevaarlijk om dat midden op een drukke weg te doen. Daarom zetten we de fiets op een rustig plekje iets verderop en probeerden Sientje beter vast te ketenen. We deden het met de overtuiging dat het leuk was dat ze met ons meeging. De hele picknick die we zo mooi hadden klaargemaakt thuis, lieten we ons niet afnemen door ons teckeltje.

We maakten Sientje nog vaster en ketenden haar zo stevig vast dat ze weinig kanten op kon. Alles was gerustgesteld en ik mocht weer gaan rijden. Zo reden we. Sientje probeerde natuurlijk te ontsnappen. Ze drukte de beschermende laag omhoog en wist haar neus naar buiten te krijgen. Zo hing ze met haar kop tot vlak boven het fietspad. Het waren slechts enkele millimeters die haar scheidden van het asfalt. Wij zagen het met angst en beven aan, maar lieten het maar zo. Zolang niemand schade opliep, was dit een acceptabele manier van transporteren. We hoopten dat de hobbels haar neus zouden sparen.

Best lastig om een geschikt plekje te vinden. Maar bij Almere Haven, ergens in het park, langs het fietspad maakten we een heerlijk plekje op het gras voor onze picknick. We spreidden een kleed over het gras. Om ons heen de voorjaarsbloemetjes. Sientje snuffelde heerlijk in het gras. Doris vond het ook lekker om in het zonnetje te zitten.

Genieten van buitenlucht

Genieten van de picknick in de buitenlucht. Ik dacht terwijl ik in een broodje hapte, nog even terug aan de omgevallen fietskar op nog geen 100 meter van ons huis. Wat was dit avontuur weer goed afgelopen. Het zorgde ervoor dat ik dubbel genoot van de picknick. Dat we hier zaten hadden we aan geluk te danken. Voor hetzelfde geld zaten we nu in het ziekenhuis bij de afdeling traumatologie.

Niet te lang aan denken, maar verder genieten van het samen zijn en vooral van elkaar.

Lees het vervolg: Schone was »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Kiwi-drol – Sientje (23)

Na het bezoek aan vrienden waar Sientje allerlei stukjes kaas en worst kreeg, kwam haar hongerige geest los. Van een hond die een pak stroopwafels gewoon liet staan, zelfs als je weg was, veranderde ze in een schrokop. Altijd op zoek naar eten. Ze liet geen gelegenheid voorbij gaan om te eten.

Nadat de dierenarts opmerkte dat ze echt te dik was geworden, was het tijd voor maatregelen. In het eerste jaar hadden we te nauwgezet de aanwijzingen op het pak hondenbrokken gevolgd. Aanwijzingen die je met een grote korrel zout moest nemen, zei de dierenarts. Als je de helft nam van de aanbevolen hoeveelheid, dan zat je wel goed. Zo snel zou ze niet verhongeren. Verder goed letten op het gewicht en in de gaten houden of het niet allemaal te bol wordt.

Het strikte dieet hielp niet mee de hongerige geest te temperen. We hielden het nauwgezet in de gaten, wogen haar soms om even te kijken of we op de goede weg zaten. Maar dan was het nog altijd moeilijk. Een teckel is namelijk heel sterk gericht op eten. Het lijkt wel een hongerige wolf, altijd op zoek naar iets eetbaars. Is het niet buiten, dan is het wel binnen.

Sientje greep elke kans. Zo moest de vuilnisbak die in de keuken stond er al heel snel aan geloven. Ze haalde het ding leeg als er iets eetbaars in zat. De buit werd breed uitgemeten op de vloerbedekking.

Samen met de ongelukjes zorgde het ervoor dat we vrij snel besloten het huis maar eens te onderwerpen aan een grote opknapbeurt. Het nieuwe kleed dat we daarna in de woonkamer hadden liggen, kreeg flinke opdoffers. Zo legde Sientje een keer beslag op een zakje met macaroni. De tomatensaus werd mooi uitgesmeerd over het witte kleed. Het kleed lag er om warme voeten te houden bij de bank, maar Sientje benutte het wol om het helemaal rood te maken.

Het kleed zou populair blijven om de veroverde prooi op te verorberen. Zo zou later nog een doos Nesquik over de witte wol worden verspreid. Het bruine poeder verdween in alle vezels van het kleed en zorgde er vanaf dat moment altijd voor dat het kleed iets groezeligs behield. Hoe vaak we het ook hadden uitgeboend, het wit was veranderd in een vreemde kleur geel. Ik had na de ontdekking in paniek de dierenarts gebeld.

Sientje stond te stuiteren van het suiker uit de chocoladepoeder. De assistente vroeg me hoe het ging met Sientje. ‘Ligt ze te hijgen?’ vroeg ze. Nee, ze lag niet te hijgen. ‘Heeft ze schuim op de bek?’ Nee, er was geen schuim op de bek. ‘Draait ze met haar ogen?’ De hond draaide heel snel rondjes om de tafel die midden op het kleed stond. De stofzuiger loeide, maar de hond draaide zeker niet met de ogen. Dus met die vergiftiging viel het wel mee.

De eetlust kwam na het stroopwafelincident snel aan het licht bij iets anders. Op het kastje bij de deur naar het halletje stond een fruitschaal. Daarin lagen wat kiwi’s. Op een avond waren we allebei in de computerkamer aan het werk. Ik hoorde beneden iets schuiven. Snel rende ik naar beneden. Niets te zien. Daarna weer naar boven. Ik schoof net mijn stoel aan voor achter de computer. Weer lawaai. Er viel iets, leek het.

Ik weer naar beneden. Daar lag de fruitschaal op de grond met alle kiwi’s op het kleed. Ik ruimde alles op, weer naar boven. Ik schoof de stoel aan en weer het kabaal. Weer naar beneden en daar lagen ze weer: de kiwi’s keurig verspreid over het kleed. Eentje leek aangevreten een andere lag klaar om verorberd te worden.

Hoeveel kiwi’s lagen er in die schaal? vroeg ik aan Inge. ‘Ik zou het niet weten’, zei ze. Volgens mij heeft ze er 1 of meer opgegeten, antwoordde ik. Geen idee. Het bleef een raadsel. We konden niet geloven dat Sientje zo gek op kiwi’s zou zijn. Het bestond toch niet, een teckel verslaafd aan de enigszins zure vrucht. We lieten het maar zo. Tot we de volgende dag heel toevallig samen met Sientje liepen. We staken de straat over en daar moest ze poepen.

Netjes als we waren, stond ik klaar met de poepschep om de uitwerpselen op te scheppen. Ze perste de drol eruit, keurig om de buitenkant verscheen het stickertje met daarop Nieuw-Zeeland van de kiwi. Het stickertje lag als een wikkel om de goedgekeurde drol. We barsten in lachen uit. Wie lacht er nou om een drol? Nou als je ziet dat je hond van de kiwi’s gegeten heeft, dan moet je echt lachen. Het raadsel was opgelost.

Lees het vervolg: Sloopbedrijf »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief