Categoriearchief: eksters

Ochtendvangst

image

Het park is in de ochtend het mooiste. Ik geniet van de donkergroene kleur die de eikenbomen hebben in deze tijd van het jaar. De zon tekent lange schaduwen op het gras en de rode beuken midden op het grasveld hebben een intensere kleur dan eerst.

Uit het strookje bos dat tussen park en spoorlijn ligt, klinkt gekrijs. Omdat het zondagochtend is, neem ik de tijd om de situatie wat beter te onderzoeken. Gekrijs wisselt af met het opgewonden roepen van eksters. Of ze nu aangevallen worden of zelf aanvallen, het geluid verschilt niet veel van elkaar.

image

In het bos verdwijnt elk zicht op de situatie. Ik zie een vogel op de tak van een boom zitten, maar heb geen idee wat voor een vogel het is. Hij lijkt grijs te zijn maar de bomen nemen al het licht weg om goed kleuren te kunnen zien. Het geluid neemt niet af. Zenuwachtig vliegen eksters tussen de bomen door en landen ergens in het hoge bladerdek. Het snelle gekras blijft.

Dan verdwijnt het, maar de onrust neemt nauwelijks af. Ik hoor de eksters krassen, maar niet meer in de mate waarin ik ze eerder hoorde.

image

Tot ik voor mij op het pad iets raars zie zitten. Het is geen kat, het lijkt een grijs buideltje dat midden op het voetpad ligt geworpen. Ik kijk nog eens goed, doe een paar stappen dichterbij en zie dat het niet een grijze kat is, maar een vogel.

Het is een sperwer, de vleugels staan iets voorover alsof hij een engel is. Onder zijn klauwen ligt het zwart-wit van een ekster. Het dier stuiptrekt nog. De vogel kijkt dreigend in onze richting met zijn gele ogen. De kop opzij gedraaid zodat de roofvogel de uitstraling heeft van de vogel zoals sommige naties in hun wapen hebben.

image

Het dier staat op een kleine 15 meter afstand van mij. De weerstand van de ekster lijkt af te nemen. Ik doe voorzichtig een paar stappen in de richting van de vogel. Wat zou er gebeuren. Hij kijkt nog geconcentreerder in mijn richting maar lijkt niet van plan om zijn prooi los te laten.

Nog een stap dichterbij en hij vliegt op, draait vliegensvlug en gaat voor mij uit door het smalle paadje tussen de bomen. Van mij, de dode ekster in de klauwen. Ik zie het bloed rood onder zijn klauwen steken.

image

In het bos was het nog lang onrustig onder de eksters aan hun snelle geroep te horen.

Verloren

image

Een enorm gekrijs, het geroep van eksters en de schreeuw van kauwtjes. Er klinkt een enorme herrie uit de bomen voor het huis. Boven de gracht echoot het lawaai nog eens extra. Wat er aan de hand is, ik weet het niet. Er klinkt veel geluid, een tak breekt en de eksters fladderen angstig tussen de bladeren.

Ik ben te druk met andere dingen, maar het gekrijs houdt niet op. Daarom kijk ik toch even uit het raam. Op de grond ligt een donker verenpak. Het kauwtje. De zwarte vogel verroert zich niet. Twee eksters dansen nerveus om het dier heen.

Ze springen op de kade, fladderen zenuwachtig om het stilliggende dier. Eentje springt er zelfs naar en pikt spichtig met zijn snavel in het verenpak. Nog altijd blijft het kauwtje doodstil liggen.

De eksters maken nog veel lawaai, maar het gevaar is geweken. Ze hebben gewonnen. Ze fladderen nog even de laatste adrenaline eruit en laten de verliezer achter. Dood en verloren.

image

Walnoot

image

In Almere groeien naast alle boomrassen die van origine in Nederland voorkomen, ook enkele bomen die lekkere vruchten dragen. Zo kun je op sommige plaatsen kersen vinden of appels, hazelnoten, pruimen, tamme kastanjes en walnoten.

Bij het uitlaten van de honden stuit ik op een walnoot. Ik pak de noot op en nam hem mee naar huis. Wat later ontdekt Saartje een walnoot. Hij ligt mooi voor haar op de grond. Ze pakt hem op en loopt er tevreden mee weg.

Dat je niet door het omhulsel komt, merkt ze niet want ik pak de noot af. Een diepe afdruk van haar hoektand zit in de walnoot. Thuis zal ik hem openmaken en krijgen ze een stukje. Is ook nog eens heel gezond.

Dat de walnoten door iedereen grif geraapt en gegeten worden, merk ik snel. Inge vraagt of er niet wat meer liggen. Nee, ik vind er sporadisch eentje. Vaak lijken ze ook nog een aardig eindje van een walnotenboom te liggen.

Ik kom er snel achter hoe dat kan. Op een fietsritje zie ik een forse ekster voorbijvliegen met een grote walnoot tussen de snavel. Het zijn geliefde noten onder de kauwtjes, kraaien en eksters. Met hun puntige snavel hakken ze net zo lang op het omhulsel tot ze de felbegeerde noot kunnen oppikken.

De kauwtjes hier achter het huis nemen het van de hazelnoten die dit jaar weer vallen. Daarna is het weer twee jaar wachten op een nieuwe oogst. Ze dragen maar om het jaar nieuwe noten.

Het raadsel waarom de noten soms zo’n eind van een walnotenboom liggen, lost zich sneller op dan je denkt. Als ze zo’n grote walnoot in de bek hebben, vliegen ze onrustiger dan wanneer er niks tussen de snavel klemt.

De ekster die vlak langs mij scheert bij mijn fietsritje, vliegt laag en landt tussendoor even op een metalen hekje. Hij probeert de veel te grote noot weer even goed te leggen en vliegt weer op. Een soortgenoot zet met veel lawaai de achtervolging in. Dan kun je de prooi natuurlijk snel verliezen.

Van de eksters die het merelnest leegroven


Het afzwemmen begint maar in de bosjes die grenzen aan het zwembad vindt een drama plaats. Ik zie merels angstig heen en weer schieten. Het lawaai in het zwembad is te hard om het geluid bij het drama te horen. De snavels van de merels staan wijd genoeg open om te zien dat de angstkreet klinkt buiten.

Op de rand van het hek zit een ekster. Er zwermt nog een ekster rond de bosjes. Het koppel merels vliegt de ekster aan. Ze slaan het dier met de vleugels. Onverschrokken dreint de ekster zijn weg het bosje in. Daar zit het nest.

De kinderen plonzen in het water. Af en toe kijk ik verder naar het heftige tafereel buiten. De ekster vliegt uit het bosje met een groot ei in zijn snavel. De andere vliegt ook het nest in. De merels blijven gillen. Het is niet meer te redden. Het nageslacht moet het afleggen. Snel vliegt de mannetjesmerel het nest in. Ook hij komt het bosje weer uit met een ei in zijn snavel. Redden wat er te redden valt, moet hij denken.

De meters onder water zitten erop. De kinderen zwemmen rustig heen en weer in schoolslag en rugslag. De meters voor het B-diploma worden gemaakt. In de bosjes naast het zwembad is het drama voorbij. Ik zie de ouders nog altijd met bewegende snavels. Waarschijnlijk klinkt het alarmsignaal nog altijd.

Het vrouwtje beweegt onrustig door het bed van bladeren onder het nest. Er schieten wat bruine bladeren door de lucht. Het mannetje zit op rand van het hek. De strijd is verloren. Even de veren herschikken. Op naar het volgende nest.

Vogelvoedersysteem

image

De vogelhuisjes in onze achtertuin en voortuin zorgen voor een ongelijke verdeling van het voedsel. Ondanks het afdakje weten zelfs de dikke duiven een graantje mee te pikken. Regelmatig verjaagt een gemene ekster de kleinere vogels om alles voor zichzelf op te eisen.

Van de zomer zag ik hem al hangen bij iemand op de camping: een heuse silo met gaten als verdiepingen. Op verschillende hoogtes kunnen de kleinere vogels terecht voor graan. Een prachtig idee: de voederflat. Een graansilo waarbij mus en mees zijn deel kan pikken uit de buis. Geen muis die erbij kan. Geen grote vogel die hier iets mee kan.

image

Zo trof Inge gisteren het ‘vogelvoedersysteem’ bij de eurowinkel voor het spotprijsje van 2,50 euro. Ik zag hem hangen en vroeg hardop af of we voor ook niet zoiets moesten hebben. Dat is er vandaag gekomen. Het systeem achter telt 3 gaten en de silo voor heeft er 2. Iets minder heftig. Maar dat komt ook omdat het afdakje wat minder kan hebben.

Het resultaat is prachtig. Voer voor groot en klein. De merel kan zich tegoed doen aan de overrijpe vijgen. De ekster en kauw mogen zich vermaken op het pleintje achter met de hazelnoten.

image
In de achtertuin

Nutteloze noten

De herfst is vooral de maand van de vruchten. Hoe vaak de herfst ook gezien wordt als het begin van de aftakeling, is deze maand juist het moment waarop je vruchten plukt. De hazelnoten vallen uit de bomen achter. Voor druiven is het nu de tijd voor de pluk.

De kastanjeboom bij ons achter legt het grasveld ook vol met kastanjes. De bruine vruchten zijn leuk voor kinderen om mee naar huis te nemen. Ik zag het altijd als de meest nutteloze vrucht. Zeker de tamme kastanje wordt veel gegeten, maar de kastanje van de paardenkastanje lijkt vooral een siervrucht. Geen enkel dier leek ervan te eten.

Alleen een kinderhand wordt gauw gevuld met deze bijzondere vrucht. De glimmende schil en het handzame formaat doen de rest. De paardenkastanje is voor de mens oneetbaar. Hij is zelfs giftig door het blauwzuur dat de vrucht bevat.

Tot ik deze week ontdekte dat kastanjes heus worden gegeten. De eksters en kauwtjes doen zich flink tegoed aan de bruine vruchten. Ze vliegen ermee weg, leggen de vrucht op een steen en beuken net zo lang tot de schil het begeeft. Zo vond ik opeens een kastanje opengeritst en van inhoud ontdaan. Hier had een kraaiachtige zich heerlijk tegoed gedaan aan het binnenste van een lekkere vrucht.