Categoriearchief: ek 2008

Collectieve slachting

De strijd is verloren. Ik zie de elf spelers boven de afgrond bengelen. Nog tien minuten te spelen en ze verliezen. Ik besluit een rondje met de hond te gaan lopen. Buiten hoor ik het commentaar zachtjes en niet helemaal gelijktijdig door de open ramen. ‘Van der Vaart … Sneijder … Van Nistelrooij …’
De spanning voel ik terwijl ik zo buiten loop, de warmte van de dag vervliegt traag in de zuchtjes wind. Het geluid van de televisies voor de open ramen sterft weg. Vanaf de overkant van de gracht zie ik mijn geliefde naar het scherm staren. Ik loop door en dan dondert het gejuich over het water. Dat moet een goal zijn, 1-1.

Als ik dan later toch weer durf te kijken, vallen de spelers stuk voor stuk in de afgrond. Geen houden aan de collectieve slachting. Ik sta erbij en kijk ernaar.

Dictatuur van de minderheid

De wedstrijden Turkije – Tjechië en Zwitserland – Portugal gelijktijdig op twee Nederlandse publieke netten. Bij Studio Sport noemen ze het service, ik noem het een kwelling. Een minderheid pest de meerderheid met sport op televisie. Je maakt mij niet wijs dat iedereen in Nederland dat op televisie wil zien.
Als alternatief bieden de publieke netten detectives in de herhaling op het enig overgebleven Nederland 2. Buiten het gegeven dat ik elke dag een detective niet overleef, betwijfel ik of voetbalhatend Nederland gek is op het oplossen van een moord.

Als de supermarkt zou besluiten om naast bier dat iedereen zou willen drinken, alleen nog cola te verkopen als vochthoudende drank, dan zou iedereen de straat op gaan. Nu gaat alleen de minderheid op straat schreeuwen als Nederland een potje balletje trap wint.

Extatisch

Extatisch noemde Tom Egbers vanavond de sfeer in Zwitserland, een dag na de overwinning. Ik heb veel commentaar op de voetbalcommentatoren, verwijt ze beroerde vragen en andere onnozelheid, maar aan vocabulaire om staten van verrukking te typeren ontbreekt het niet.
Overigens vraag ik mij af wat voor een woorden Tom Egbers aanroert als Nederland werkelijk de finale haalt. Of zou hij gewoon vervallen in het cliché der clichés: ‘woorden schieten tekort’?

Die hebben verloren

Doodstil was het gisteravond toen ik een rondje holde tijdens de voetbalwedstrijd. Ik heb te weinig geduld om twee keer drie kwartier naar een bal te kijken waar 22 volwassen mannen achteraan hollen. Daarom vermaakte ik mij heerlijk met het rennen in de avondlucht.
Ik kwam weinig mensen tegen, soms een verdwaalde fietser, twee wildkampeerders op de dijk bij Almere Pampus, een vrijend paartje bij Almere Strand – ik kon niet zien of het om een man en vrouw, of twee mannen ging, de achterste was in elk geval een man -, een cursus vrouwen die hun labradors leerde apporteren, en wat oranjefans die zichzelf verloren hadden. Het waren met mij de negen miljoen Nederlanders die niet naar de wedstrijd Nederland – Italië keken.
Toen ik het natuurgebied verliet en weer in de wijk kwam, verbaasde mij de stilte die in de straten hing. Een stilte die je alleen vindt heel vroeg, of heel laat. Het was rond tienen, maar deze rust kwam niet normaal over. Het was de rust van zeven miljoen mensen die ingespannen naar een voetbalwedstrijd kijken. Ik hoorde nergens een gejuich losbarsten. Die hebben verloren, dacht ik.

Ik had beter moeten weten.