Categoriearchief: eend

Weer een halfjaar tegenaan

image

De regen heeft een grote plas op het grasveld gemaakt. De eenden en meeuwen uit de buurt drijven erin alsof het hun privé-vijver is. In het midden van de groep ‘drijfsijzen’ staat een kauwtje.

Hij neemt een flinke duik in het water en schudt zijn veren in het nat. Zo plonst hij het regenwater in rond. Weer een duik en weer schudt de donkere vogel het water alle kanten op.

Dan komt hij overeind en wappert uitvoerig zijn vleugels droog. De eenden kijken met mededogen naar de donkere vogel. Dan laat hij zich nog een keer in het water zakken en komt tevreden en genoegzaam omhoog.

Ik zie hem denken. ‘Zo we kunnen er weer een halfjaar tegenaan.’ Precies die woorden die Frans van Man bijt hond ook zegt als hij na het poedelen uit de rivier de Moezel stapt. Hij is samen met zijn neef ‘Lytse Frans’ op Duitslandreis.

Dan fladdert de donkere kauw op uit de regenpoel en vliegt naar een paaltje dat tegenover het fietspad ligt, naast het echte water, maar daarin kan hij niet staan.

De meeuwen staan met hun hoge poten in de poel en staren de vogel na. Gewend aan elke dag nat. Daarvoor zijn het ook ‘drijfsijzen’.

Eendenkroos

image

De gracht voor ons huis is de laatste maand helemaal groen uitgeslagen van de eendenkroos. Soms trekt een vaarspoor van eenden door het groen heen. Vanmorgen zag ik de familie zwaan door de gracht zwemmen. Keurig achter elkaar. Vader voor, moeder achter en de twee kuikens tussen hen in. Vader trok het spoor. De anderen volgden keurig in het uitgezette spoor.

image

In deze warme maand zie je het kroos groeien. Soms ontstaat een wak omdat de eenden het opeten. Die beesten moeten in een heus luilekkerland leven. Overal is te eten in ruime mate. Ze trekken zelf het spoor van het leeggegeten bord. Wat niet lukt bij gras – of je moet het met wortel en al opeten – lukt wel bij eendenkroos.

image

Ik heb mij laten vertellen dat je het ook zelf kunt eten. Ip het water van het kikkerpoeltje in de achtertuin drijft ook een flinke laag kroos. Soms neemt Saartje er een hap uit op zoek naar een verstopte kikker. Ik heb zelf ook eens een hapje kroos geprobeerd. Er zat niet veel smaak aan, maar als alternatief voor sla kan het er prima mee door.

image

IJsbreker

image

Een dun vliesje ijs ligt op het water van de gracht. De nachtvorst is blijkbaar in dit hoekje doorgedrongen. Het is amper te zien, zo dun is het laagje bevroren water. Mogelijk heeft wind over het water gegierd en dit verharde water achtergelaten.

Een eend dobbert langs de rand waar het vliesje water is geworden. Vanuit de lucht valt een soortgenoot het domein binnen. Hij landt midden in de gracht. Het vlies breekt, het water blijft verder rustig. Het laagje vertoont meer en meer scheuren. Om de eend ligt er nog steeds wat ijs.

De mannetjeseend hijst zijn borst tot slagschiphoogte en breekt zo door het dunne laagje ijs heen. De ijsbreker vaart in een traag tempo naar zijn soortgenoot. Het ijs stuwt zich voor hem uit tot een dikker laagje. De eend heeft zichtbaar moeite vooruit te komen. Zijn zwemslag ziet er wat onhandiger en onbeholpener uit dan ik gewend ben.

De soortgenoot aan de waterkant snatert en duikt alweer het water in op zoek naar iets eetbaars. De ijsbreker stuwt zich traag voort in de richting van de waterkant. Het gaat niet hard. Tot hij in een stukje vaarwater komt.

Hier is het ijs verdwenen. Het gaat de andere kant uit, maar de ijsbreker vindt het welletjes en zwemt luid snaterend van zijn soortgenoot weg.

Zo moeder, zo dochter

Moeders en dochters lijken op elkaar. Dan zie je ze samen door de winkelstraat lopen. Lekker shoppen. Allebei een halve Hema-worst in de hand. Aan de worstloze hand bengelt een bundel plastic tasjes. De logo’s van merken op de tasjes vragen aandacht. Moeder zwiert met hippe merken, dochter minder hip. Of andersom.

Altijd komt er iets meligs uit de tasjes. Iets waar ze verschrikkelijk om moesten lachen. Ze hoeven er maar aan te denken of ze beginnen weer te giechelen. Ze etaleren dat uitgebreid aan het (mannelijk) gezelschap thuis. De meligheid van het dagje winkelen komt even in de huiskamer. Een rare beha, een vreemde sok of een uitdagend blaadje met een plaatje van een even uitdagende man.

Als het tevoorschijn komt is het allemaal net wat minder grappig dan eerder die dag. Ze lachen de teleurstelling weg. De mannelijke toeschouwers trekken een glimlach op de mond. Of ze merken droog op dat het inderdaad grappig is.

De moeder en de dochter die ik aantref op weg naar het werk, lijken eveneens op elkaar. Geen Hema-worsten en een beetje shoppen. Ze zitten samen op het platje in het slootje bij de Boelelaan. Vorige week lukte het dochter nog niet bij mam te kruipen. Nu tuurt ze net zo trots om zich heen uit als haar moeder.

Ze schikt de veren, net als moeder. Haar snavel drukt in het kuikendons. Haar broertje heeft het er niet zo op en zwemt op korte afstand van het platje. De zwemvliezen trappelen in het borrelende water. Dan kijkt hij op en drukt zijn snavel in het dons. Een familietrekje.

Bij het voorbijgaan de volgende dag, zit een reiger op het platje. De kop tegen het lijf gedrukt, alsof er geen nek bestaat. Het geeft de blik iets chagrijnigs. Het water borrelt net zo enthousiast onder het platje vandaan. Maar het enthousiasme van eerst is verdwenen. Zou hij? Nee, het kan niet. Daar zijn ze echt te groot voor.

Het laat me niet los. Tot ik op de terugwag naar huis, ze weer zie zitten. Moeder en dochter. De zoon dobbert vlakbij en laat zijn snavel door het water glijden. Gelukkig.

Oppasmoeder

In de sloot langs de Boelelaan leeft een moedereend met 2 kuikens. Ik zie de dieren nu al enige tijd ronddobberen als ik er naar en van mijn werk voorbijloop. Sinds een tijdje ligt in de sloot een afwateringsponton. Het ding drijft op het water. Het afgevoerde water borrelt er onderuit.

Vaak zit moedereend als een heuse moeder overste op de uitkijk op het ponton. Dan tuurt ze over het water, schudt haar staartje heen en weer en snatert trots over het water van de sloot. De hoge flat aan de andere kant van de Boelelaan echoot de snater even trots terug. Onderwijl scharrelen haar 2 kuikens rond de ponton.

Ze is niet van het platje af te krijgen. Elke dag tref ik haar daar aan. Ze is gek op het ding. Terwijl ik haar zo aan het werk zie, schiet een gedachte binnen. De jonge dieren zitten er zo rustig te eten. Voor voedsel zijn ze niet meer van haar afhankelijk. Hoogstens om de graze weiden te vinden. Maar in deze sloot zit dat wel snor.

Moeder eigenlijk niet veel meer is dan een oppas. Haar aanwezigheid houdt de roofdieren op een afstand, maar van een wezenlijke opvoeding is geen sprake. Ze drijft daar op dat ponton en snatert eens wat. Niet dat die kleine diertjes zich daar iets van aantrekken. Het is eerder een bevestiging. Zij gaan hun eigen weg, dicht bij moeder die niet veel meer is dan een oppas.

Het eendje

Op Eerste Pinksterdag zag ik moedereend met liefst 6 kuiken om zich heen dobberen. De kleintjes waren net uit het ei gekropen, zo fijngebouwd en zacht zagen ze eruit. Gisteren bij het lopen over de gracht met de honden, zwom moedereend met slechts 1 nakomeling achter zich aan.

De verklaring van deze reductie in 5 dagen tijd, liet niet lang op zich wachten. Wat verderop in de gracht gooide iemand brood voor de eendjes in het water. Moedereend zag het, vloog op en liet haar jong in de steek. Het diertje piepte hoog en trappelde als in een versneld tekenfilmpje met de pootjes in een schietvaart vooruit.

Het mocht niet deren. Moeder genoot 100 meter verderop van de broodkruimels terwijl haar kleine naar haar zocht. Ondertussen vloog een kluw kokmeeuwen over het water. Het waren niet de gevaarlijksten weliswaar, maar gevaarlijk genoeg voor het prille leven. Het dier schoot nog altijd vooruit als een speedboot en liet een smal spoor na in het water.

De meeuwen hoorden het gepiep en keken aandachtig over het water. Ze kregen het lekkere hapje in de gaten. Het zwom in hun snavel. Niet het water liep in de mond, maar het eten zelf peddelde erin. Ze vormden zich tot een heuse aanvalsformatie en trokken vlak over het water. De poten raakten bijna het wateroppervlak, de snavel scheerde als een schorpioen vooruit.

Het eendje verdween uit mijn zicht toen de meeuw overvloog. Waar het dier was, geen idee. De vogel had hem niet. Ik speurde over het water en zag het kuiken iets verderop bij de waterplanten weer opduiken. Hij was zijn vijand te slim af geweest door onder water te duiken. Hij peddelde opnieuw heel snel met de pootjes. Het diertje vloog piepend en pijlsnel in de richting van zijn moeder. Volgegeten en opgelucht zwom het herenigde gezin verder.