Categoriearchief: ede

Middagwandeling door Ede

image

Op een zondagmiddag in december door het Gelderse Ede lopen is als het wandelen door een spookstad. De straten uitgestorven, de bomen kaal en af en toe een fietser die aan je voorbij gaat.

Ik wandel in een stad die niet lijkt te bestaan. De zware bewolking dreigt met een flinke regenbui, maar vooralsnog blijft het droog. Ik ben op station Ede Centrum uitgestapt en vraag mij af of ik ooit deze trein genomen heb in het verleden.

Iets achter het station ben ik schoolgegaan, na de MTS heb ik hier op de school voor volwassenen gezeten en deed in 1 jaar Havo en een jaar later VWO. Zo lopend door de Molenstraat zijn er weinig tekenen van herkenning. Misschien het cafetaria verderop dat de naam De Molen draagt.

De oude molen herken ik niet. Er stond in de tijd dat ik hier dagelijks vertoefde volgens mij een bouwval en niet de nostalgische verzameling bouwwerken die er nu staan. Het lijkt op de binnenplaats van een boerderij. In de tijd dat ik hier 20 jaar geleden langsfietste, was dit er niet.

Ik loop in de richting van de wijk Veldhuizen waar ik de fiets ga bekijken en uiteindelijk niet koop. De speling in het stuur, stoort mij en ik loop de hele weg weer terug. Sterker nog, ik loop door Ede naar het andere station, station Ede-Wageningen. Al verbaast het tweede deel van de naam best wel. Wageningen ligt op ruim 8 kilometer van het station.

image

Nu wandel ik door oudere wijken, geniet van een laan vol berkenbomen. Zelfs in december ogen de kale bomen bekoorlijk. De witte bast geeft ze hun unieke glans. De vrijstaande huizen aan weerszijden van de straat, doen de rest.

En zo kom ik bij het station waar ik de intercity in de richting van Arnhem pak. Met een omweg naar huis. Het donker wint het uiteindelijk van de middag. Een zondagmiddagwandeling door Ede.

image

Mijn leven met Tikker

image

Honden zouden op hun baasjes lijken, maar dat is niet zo. Een baas reflecteert veel op zijn hond zodat hijzelf steeds meer zichzelf in hem gaat zien. Daarom vreesde ik het ergste voor de roman die Jan Siebelink over zijn hond Tikker schreef. Maar na het lezen ben ik gerustgesteld. Mijn leven met Tikker is gelukkig een ander boek. Het gaat meer over de verteller en hoofdpersonage dan over zijn hond. In die zin lijkt het boek meer op zijn baas dan op de hond.

Tikker is een hazewindhond die de verteller koopt op de dag dat hij zijn moeder begraaft. Hij treft de jonge honden bij de spoordijk niet ver van zijn huis in het plaatsje E. Die spoordijk is vanaf dat moment regelmatig de plaats van handeling. In elk hoofdstuk speelt wel een scene op dat pad langs het spoor, bij de melkfabriek. Of zoals de verteller het aan het einde zelf verwoordt:

‘Hoe vaak hebben we niet de weg langs de spoordijk genomen. Straks zou hij er niet meer zijn. Veertien was hij nu. Veertien jaar en twee maanden. Zeker twee keer per dag namen we die weg. Tweemaal 365, maal veertien. Ruim tienduizend keer. Die tijd is als een zucht voorbijgegaan.’ (203)

Aan het begin van de roman is Tikker nog jong. Bij de spoordijk krijgt het dier zijn leerschool. Hij maakt er kennis met andere honden, leert er na een lange aanloop de liefde kennen en haalt naast de auto van de verteller 60 kilometer per uur. Tikker is dan ook een hazewindhond die dit soort snelheden haalt en wel driehonderd meter kan volhouden.

De hond Tikker vormt daarmee een personage in de roman, zonder dat hij spreekt, denkt en voelt. Alles komt vanuit de verteller. Het dier spiegelt zo de emoties en gedachten van de hoofdpersoon. Het lijkt wel of de hond gedachten en emoties oproept over zijn jeugd en opvoeding. Het overlijden van zijn ouders keert regelmatig terug. Net als zijn religieuze opvoeding. Mijn leven met Tikker bevat daarmee veel elementen die later terugkomen in Knielen op een bed violen.

Daarnaast heeft Jan Siebelink een oogprobleem in het verhaal verweven. Ik vind dat aspect niet zo sterk uitkomen. Het kan symbool staan voor een blindheid van de hoofdpersoon. In de aangrijpende scène dat Tikker verdwenen is, komt dit naar voren. De angst de hond te verliezen, net als alles wat hij verloren heeft: zijn ouders, zijn jeugd en uiteindelijk zijn gezichtsvermogen. Maar de oogproblemen beheersen het verhaal teveel en leveren te weinig een bijdrage aan het verhaal.

Mijn leven met Tikker overstijgt als geheel het hondenverhaal. De band tussen hond en mens staat centraal, maar het verhaal van de hoofdpersoon wordt verteld. Het leven van de hond sluit hierop aan. De hond verweeft zich met zijn baas. Aan de hond kan de verteller zich spiegelen. Zijn tekortkomingen en krachten komen in Tikker naar voren. Zo verdwijnt met de hond een stuk van de verteller.

Open Orgeldag Ede 2010 – Evangelisch-Lutherse kerk

Het orgel van de Evangelisch-Lutherse kerk uit 1970 dat Dick Troost bespeelde

In de Evangelisch-Lutherse kerk gaf de vaste organist van deze kerk, Dick Troost, een demonstratie van zijn instrument. Het is een orgel van Pels & Van Leeuwen uit 1970. Het instrument bezit van origine een sterk neo-barok karakter dat in de loop van de jaren zeer gunstig is omgebogen naar een veel karakteristiekere klank. Zo heeft het orgel in 1989 en 1993 diverse kleine wijzigingen ondergaan en is het in 2007 uitgebreid met een nieuwe dulciaan en op het pedaal een fagot.

Ik kende het orgel alleen van een cd met Nederlandse Koraalkunst na 1945 die Dick Troost in 1993 uitbracht. Hierop klinkt het instrument heel aardig, maar gisteren merkte ik dat de wijzigingen van 2007 het orgel heel veel goed hebben gedaan.

Dick Troost weet daarnaast alle stemmen zo te combineren dat hij het meest optimale resultaat uit dit orgel weet te halen. Hij maakt hierbij ook gretig gebruik van de deuren voor het borstwerk die hij kan openen en dicht doen met behulp van een trede. Dit moet wel voorzichtig en ‘met beleid’ gebeuren, benadrukte hij gisteren toen een gastspeler na het concert even op het instrument wilde spelen. Dick Troost speelde Spaanse muziek uit de 17e eeuw en Noord-Duitse muziek uit de 18e eeuw. Maar het best kwam het instrument tot zijn recht bij de werken van Christian Finck (1831-1911) en Otto Heinermann (1887-1977).

Vooral de koraalbewerking op ‘Schmücke dich, op liebe Seele’ van Christian Finck klink erg goed op het Pels & Van Leeuwen-orgel. De fluiten van het orgel kwamen hierin optimaal tot uitdrukking. De associaties met Bachs beroemde bewerking op hetzelfde koraal waren overal in het werk van Finck te horen, maar op geen enkel moment kwam dit vervelend over. Sterker nog, hij verwees uitvoerig naar dit werk door van zijn bewerking ook een trio te maken en daarnaast de pedaalpartij bijna op dezelfde te manier op te bouwen.

De langere bekers van de nieuwe dulciaan, het enige tongwerk op de manualen, hebben de mogelijkheden van dit instrument enorm uitgebreid. In combinatie met het openen en sluiten van de borstwerkdeuren, levert dit heel veel nieuwe klankkleuren op. Het register leent zich goed voor een uitkomende stem, maar mengt zich ook perfect in het tutti als het hoofdwerk aan het borstwerk gekoppeld is. De wijzigingen aan het orgel demonstreren dat er best na de bouw van een instrument aan een orgel ‘gesleuteld’ mag worden. Het moet wel gebeuren binnen de klankwereld van het orgel en met respect voor de bouwer.

Open Orgeldag Ede 2010 – Noorderkerk

Bert Wisgerhof bespeelde het Ypma-orgel in de Edese Noorderkerk

Bert Wisgerhof opende de Open Orgeldag Ede 2010 in de Noorderkerk met een boeiend repertoire uit de ontstaanstijd van het instrument. Het orgel is in 1882 gebouwd voor de Sint Corneliuskerk in het Noord-Hollandse Limmen. De bouwer is Lodewijk Ypma (1823-1887), die veel instrumenten bouwde in de Noord-Hollandse katholieke (dorps)kerken. Bekend zijn de instrumenten van Westwoud (1864), Hoogwoud (1873) en Tuitjenhorn (1874).

Het repertoire waren werken uit de katholieke en de gereformeerde traditie, omdat het katholieke orgel een plekje kreeg in de eerste gereformeerde kerk van Ede: de Noorderkerk. Zo speelde Bert Wisgerhof naast Guilmant en Vierne ook werken van de op en top protestantse Jan Zwart (1877-1937). Van de laatste zullen de kerkgangers zo rond 1920 zeker genoten hebben. Koraalbewerkingen als ‘Morgenglans der eeuwigheid’ of ‘Hij die op Gods bescherming wacht’, deden en doen het nog altijd goed na een stevige preek.

Bert Wisgerhof demonstreerde dat deze muziek erg mooi en ingetogen klinkt in de Edese Noorderkerk. Zeker ook omdat Wisgerhof het speelde zonder de effecten zoals sommige organisten dat proberen te doen. Hij speelde het zelfs zo overtuigend dat ik moest bekennen dat Jan Zwart mooie orgelwerken heeft gecomponeerd. Vooral de pedaalpartij in ‘Hij die op Gods bescherming wacht’ klonk diep en bezonken, waarmee de bas op een prachtige manier de bescherming uitdrukte.

Bert Wisgerhof licht zijn programma toe in de Noorderkerk van Ede

Voor mij persoonlijk was het hoogtepunt wel Louis Viernes Berceuse, dat als een echt gebed klinkt. Het stuk is ingetogen en tegelijk heel expressief. Het demonstreert de gevoelige kanten van het orgel en vooral ook de grote hoeveelheid mogelijkheden die het orgel biedt om binnen het rustige spectrum (piano) af te wisselen. Het gedeelte waarin de fluit hoog en intens door de gewelven klinkt, kwam in de Noorderkerk sterk over. De fluiten waarover het Ypma-orgel beschikt kunnen deze Franse sfeer zondermeer oproepen. Ook al drukt de geringe akoestiek van de Edese kerk je snel tot de gereformeerde werkelijkheid.

Het zorgde ervoor dat ik al mijn eerdere bedenkingen vergat.

Open Orgeldag Ede 2010 – Taborkerk

Het Van Vulpen-orgel in de Taborkerk van Ede

De bespeling van Erik van der Heijden in de Taborkerk was weer van een heel andere orde. Het van Van Vulpen-orgel dat in deze kerk staat, leent zich goed voor het spelen van Noord-Duitse barokmuziek. Dat demonstreerde Erik van der Heijden als geen ander met werken van Pachelbel, Böhm en Bach.

Vooral de Pièce d’Orgue dat gesitueerd is rond een ‘onspeelbare’ bastoon die alleen op Franse orgels zat. Daarom heeft het muziekstuk ook deze Franse naam gekregen. Erik van der Heijden demonstreerde in dit muziekstuk de heldere woudfluit 2′ in de opening en een ijzersterk plenum waarin de sesquialter bijdroeg aan de typische ‘Noord-Duitse’ klank. De prachtige stemming, een door orgelbouwer Gert van Buuren ontworpen variant op de 1/6 komma stemming, deed de rest. Want als de Pièce d’Orgue ergens mee speelt, dan is het met klankcombinaties en meerstemmigheid. Het moet in de ontstaanstijd van het stuk echt vernieuwend hebben geklonken. Iets van die indruk wist Erik van der Heijden zeker over te brengen.

Verder liet Erik van der Heijden de enorme klankrijkdom van het orgel horen. De tongwerken op de manualen (trompet en vox humana) zijn ronduit prachtig en bieden organist en luisteraar heel veel variatie. Daarnaast leent het instrument zich prima voor het leiden van de gemeentezang op zondag. Dat is natuurlijk de primaire taak van het orgel in een kerk. Als je er daarnaast ook nog eens prachtige muziek op kunt spelen, dan levert dit heel veel luistergenot op. Dat demonstreerde Erik van der Heijden wel.

Voor degene die graag iets meer over de boeiende Pièce d’Orgue wil lezen, ik vond een interessante beschouwing met veel achtergrondinformatie op internet.

Open Orgeldag Ede 2010

Bezoekers van de Open Orgeldag Ede bekijken het kabinetorgel in Bennekom

Uit enthousiasme en nieuwsgierigheid ging ik gisteren naar de Open Orgeldag in Ede. Vorig jaar had ik in Veenendaal de Veense variant meegemaakt. Het bracht mij op het idee hetzelfde eens te proberen in Ede. Vooral de sluiting van de Noorderkerk op 1 januari 2011 zorgde ervoor dat ik ook echt dit jaar naar Ede moest. En natuurlijk omdat ik zoveel van de uitvoerders persoonlijk ken.

Omdat het zoveel indrukken zijn, heb ik de concerten allemaal apart opgedeeld in een eigen bijdrage. Mijn algehele indruk: een leuke dag met heel veel afwisseling. Wat daarnaast ook erg leuk is, is dat je met de andere deelnemers van de dag contact hebt. Dat maakt het extra leuk.

Ik heb de volgende bijdragen geschreven (later volgt Bennekom):