Categoriearchief: dood

Mysterie van de dood – Anna Karenina herlezen (5 – deel 2)

Naast het dramatische verhaal in de loge bij het toneel, is het 5e deel in nog een opzicht erg indrukwekkend. Het bevat een aangrijpend scène rondom de dood van Ljovins broer Nikolai. Hij ligt op sterven en Ljovin wordt opgeroepen om naar zijn stervende broer te gaan. Hij leidt erg aan tuberculose en het kan elk moment afgelopen zijn.

Ljovins kersverse vrouw Kitty wil met haar man mee. Hij wil haar niet bij zich hebben. Deels uit schaamte omdat zijn broer in een derderangs hotel zit. Kitty ziet het juist als haar plicht om haar man te vergezellen in deze moeilijke periode.

Man vergezellen

Het komt tot een ruzie, maar Kitty vergezelt haar man bij het afscheid van zijn broer. Sterker nog, ze dringt aan om de kamer goed schoon te maken en het laatste sacrament toe te dienen aan Nikolai. Het gebeurt allemaal en het lijkt zelfs even beter te gaan met de broer van Ljovin.

De verteller verwoordt het sterfproces op een prachtige wijze. Nikolai voorvoelt dat zijn einde nadert. Langzaam verglijdt zijn lichaam meer en meer in het stadium van de dood. Bijna grappig is het om te lezen als de priester langskomt om de dood te constateren:

‘Hij is overleden,’ zei de priester en wilde weggaan. Maar opeens kwam er beweging in de tegen elkaar aangeplakte snorharen van de dode en welden er te midden van de stilte uit de borstholte snerpende klanken op:
‘Nog niet helemaal… Eventjes nog.’
Een minuut later lichtte het gelaat op en verscheen er een glimlach onder de snor. De bijeengeroepen vrouwen gingen onmiddellijk druk aan de slag met het afleggen van het lichaam. (628)

Het is het einde van een lange lijdensweg die de verteller prachtig heeft verwoord in het 20e hoofdstuk van het 5e deel. Een einde dat zelfs hoopvol wordt afgesloten met de zwangerschap van Kitty. Het mysterie van de dood, krijgt een treffend contrast in dat andere mysterie: dat van het leven.

Lev Tolstoi: Anna Karenina. Vertaald uit het Russisch door Hans Boland. Amsterdam: Athenaeum, 2018 [2017]. ISBN: 9789025307943. 1024 pagina’s. Prijs: € 41,99.
Bestel

Plukjes haar – Sientje (69)

Hoe lang is je hondje er nog, ook al is ze er niet meer? Door het hele huis zwierven nog de haren. Herkenbaar aan de donkere kleur van onderen en het lichte puntje bovenin. Ze waren slap, verborgen zich in stofnesten.

Ik vroeg me af waarom we niet een plukje haar hadden bewaard. Zoals we hadden gedaan met het plukje van het eerste babyhaar van Doris. We hadden het haar veilig opgeborgen in een klein potje.

Mijn schoonmoeder vond dat maar niks. Een pluk haar bewaarde je niet. De pluk babyhaar is er niet meer. Dat zachte haar. Daarom vermoedden we ook dat mijn schoonmoeder het haar had weggegooid. Ze vond het luguber. Zo’n pluk haar roept alleen maar het ongeluk over je kunt af.

Haarlokken

Ze snapte al die kunstwerken met haarlokken niet. In de achttiende en negentiende eeuw bewaarden mensen de haarlokken van overledenen. Vaak verfijnd verwerkt in kunstwerken. Verborgen achter glas werd de lok haar van de geliefde opgehangen. Mijn schoonmoeder vond het niks.

Na haar dood zochten we ons rot op zoek naar die pluk haar. Totdat we ze tegenkwamen in het envelopje in een herinneringsalbum. Uit angst dat mijn schoonmoeder het haar zou weggooien, hebben we het daar opgeborgen.

De haren van Sientje waren niet verwerkt in de kunstwerk. Dat vonden we te gortig. Het is wel een dier. Daarom lieten we Sientje ook achter op de behandeltafel van de dierenarts. Ze zou tegen de avond worden opgehaald. Een gespecialiseerd bedrijf waarvan de vrachtwagens als anonieme transporteurs over de weg razen. Niemand hoeft te weten dat in die grote vrachtwagen misschien wel een paar honderd overleden honden en katten, konijnen en cavia’s, misschien een verdwaalde parkiet, worden vervoerd.

Overal haren vinden

In de maanden en zelfs jaren na Sientjes dood, vond ik nog haren. Niet met grote plukken, maar gewoon ergens een losse haar. In een pluk stof onder het bed. In een hoek van mijn studeerkamer. Of hij bleef aan mijn wijsvinger plakken als ik ergens over een richeltje schoof. Net als haar geur, in alle kleedjes, zelfs in de bank, hing hij. Een muffig luchtje. Een luchtje dat ergens tussen pies en natte hond zweefde. Als het warm en benauwd was of de verwarming weer ging aan, dan rook je het weer.

Het kleed in de kamer met de 45 vakjes in verschillende kleuren is misschien wel de grootste herinnering. Al de vlekken die Sientje daarin achtergelaten heeft. Van de omgegooide bekers met limonade en yoki drink. Ze liggen daar de donkere vlekken op de lichtere vlakken. Om er nooit meer uit te gaan. Net als de gedroogde piesvlekken waar Sientje het heeft laten gaan.

Kleed

Zo lang het kleed er is zullen ze duidelijk zichtbaar blijven. Misschien dat het zonlicht de felheid wat vervaagd. Maar de tijd zal die zwarte vlekken nooit uit het kleed krijgen. Uiteindelijk hebben we het kleed vervangen. Te vies om te bewaren.

Net als het teckelkleedje in de hondenmand. Sientje heeft het heelgelaten. Het vormt een aandenken uit die tijd, die ongetwijfeld door een volgende teckel zal worden aangevreten. Want herinneringen in materialen, verdwijnen altijd. Is het niet een schoonmoeder die het weggooit, dan is het wel de slijtage die de voorwerpen verwoest.

Lees het vervolg: Vergeelde herinnering »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

[mc4wp_form id=”20905″]

Kaartje – Sientje (68)

Na het overlijden van Sientje, hoefden we niet gelijk af te rekenen bij de dierenarts. Ze zouden de rekening nasturen. Na zo’n bezoek bij de dierenarts, heb je wel iets anders aan het hoofd. We liepen terug naar de auto. Ik voelde mij week en huilde. Mijn benen zwabberden alle kanten op. Geen wonder. We hadden geen hondje meer.

Ik sloeg een arm om Inge heen en hield Doris’ handje vast. Zij was nog verbaasd over het afscheid en tuurde naar de lucht of Sientje misschien nu al een sterretje geworden was. Of ze dan bij oma zou zijn, vroeg ze. ‘Ik denk dat ze vanavond bij oma is’, zei Inge. Ze lachte. ‘Dan krijgt ze de hele tijd pepermuntjes van oma.’

Overal haar geur

Dan kom je thuis en is je hond niet meer bij je. Maar het hele huis ruikt nog naar het beestje. De geur van een oude hond verdwijnt niet snel uit je huis. Het mandje stond hinderlijk in de weg. Net als de bench en alle kleedjes. Wat zouden we er allemaal mee gaan doen. Geen idee.

Laten we het eerst maar eens opruimen, zei Inge. De kleedjes die niks meer waren, verdwenen in de vuilnisbak. De rest kreeg een plekje op een verzamelplaats op zolder. Even uit het zicht, zodat we niet steeds hoefden terug te denken.

Rode halsband

De rode halsband, meer dan 9 jaar daarvoor gekocht op zaterdagmiddag een uur voor sluitingstijd in Goor, legden we in een mandje. Het ding had het al die jaren uitgehouden. Net als het kokertje dat aan de halsband hing met naam en telefoonnummer voor als ze zoek zou raken. Het roodharige meisje uit de buurt had het als laatste opengemaakt om haar bij de rechtmatige eigenaar terug te brengen.

2 dagen later – op zaterdagmorgen – viel een kaartje op de deurmat. Mollige letters van een meisjeshandschrift. Het was van de dierenarts. Ze wenste ons sterkte met het verlies. Ik zag haar staan bij de behandeltafel. Sientje erop. Ik voelde weer de tranen.

Herinneringen opschrijven

Op mijn eerste vrije vrijdag wilde ik mijn herinneringen aan mijn teckel opschrijven. Probeerde het begin te zoeken en te vinden. Het verlangen naar een teckel, de krant waarin die advertentie stond ‘Goed tehuis gezocht voor zeer lieve teckel’. De tranen kwamen. Ik dacht aan de autorit waar Inge de naam bedacht op het moment dat we de snelweg opreden. Ze gaf gas. ‘Sientje. We noemen haar Sientje.’

Ik probeerde wat te tikken, maar kreeg geen letter van het toetsenbord ingedrukt. Weer die tranen. Maar ik wilde zo graag een eerbetoon aan ons hondje schrijven. Waar het allemaal mee begonnen was. Het hondje die ons verbond en die overal was bijgeweest. Zelfs bij de verloving, bijna bij de geboorte van onze dochter. Altijd zat ze er met haar neus bij.

Nooit opdringerig, maar op de achtergrond was ze altijd aanwezig. Nu was ze er niet meer. Al zag ik haar bij elke oogopslag die ik in de richting van de bank deed, even liggen.

Hoorde ik haar nou?

Ik meende haar te horen lopen. Keek aandachtig op de bank voor ik ging zitten. Of ze niet toevallig op mijn plekje lag. Maar het was leeg. Het bleef leeg. Zelfs niet het ‘oef, oef, oef’, wat ze op het eind alleen maar uitstootte. Ik dacht er de hele dag aan. Voelde hoe erg ik haar miste. Al twijfelde ik eraan of ik haar miste of het idee dat ze er niet meer was, mij juist aangreep. Aan het eind was ze er al niet meer. Haar lijf was er nog geweest, maar ze was leeg geweest. De geest was al verdwenen.

Het lijf keek haar geest nog na, maar was slechts de schim die achtergebleven was. Heel soms tintelde ze even op, maar het meest van de tijd sliep daar een oude hond. Moe van het leven. Zonder geest. Maar nu was ook dat geestloze wezen verdwenen.

De schimmen bleven over en verdwenen zodra je keek. De bank bleef leeg. Het mandje was opgeruimd. Net als alle andere dingen die geleidelijk verdwenen. Naar zolder, weggestopt. Zoveel mogelijk uit zicht.

Lees het vervolg: Plukjes haar »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

[mc4wp_form id=”20905″]

Afscheid nemen – Sientje (67)

Daar zaten we te wachten in de wachtkamer bij de dierenarts. Ik voelde mijn hart kloppen in mijn keel. Sientje wilde niet gaan zitten en bleef ijsberend lopen aan de riem. We kregen haar niet op het gemak. Natuurlijk voelde ze het. Net als dat wij gespannen waren over wat dadelijk zou komen.

Iets verderop zat een man met een jonge pup. Het diertje trok in Sientjes richting. ‘Zo dat is een ouwetje’, zei het baasje. ‘Ja, we nemen vandaag afscheid van haar’, antwoordde Inge. ‘Zo verdrietig’, zei de man. ‘Heb ik vorige maand ook moeten doen met mijn labrador.’ Nu sprong een jonge hondje tegen zijn been op. Hij vroeg om een beetje aandacht, beloond met een aai over zijn bol.

In de wachtkamer

Iemand kwam uit de kamer van de dierenarts. Een hond aan de riem. Of hij wilde betalen bij de receptie. Hij maakte stampij over de laatste rekening van zijn kat, die in zijn ogen te hoog was. ‘Maar meneer, dit hebben we allemaal gedaan met uw kat.’ Daarna kwam een lang verhaal over zijn kat van wie hij afscheid had moeten nemen. Iemand anders kwam naar binnen en vroeg van wie die auto was die de weg blokkeerde. De man die stampij maakte, rekende af en liep boos weg om zijn auto weg te rijden.

Wij waren aan de beurt. Ik kreeg Sientje niet mee en trok voorzichtig aan de riem. Het lukte niet. Ze wilde niet mee, daarom pakte ik haar maar op. Het was een jonge dierenarts die ons hielp. In haar witte jas luisterde ze aandachtig naar het verhaal dat wij vertelden. Ik had Sientje op de grond gezet.

Loslaten

Ze wilde lopen, trok aan de ketting. ‘Laat haar maar los hoor’, zei de dierenarts. Terwijl ik onze hond op de grond zette, keek ze naar Sientje die rondjes om de tafel liep. De rustige stappen klonken op de plavuizen. Ik dacht even aan de pootjes die bij ons in Almelo op de vloerbedekking klonken.

De dierenarts concludeerde ook dat het tijd was. ‘Maar u kunt dat het beste beoordelen’, zei ze. ‘Wat ik zo zie, is ze echt in de war. Ze kan geen rust vinden. Elke hond stopt na een tijdje met lopen, maar zij blijft uitdrukkingsloos rondjes lopen.’ Ze vroeg wanneer we haar wilden laten inslapen. ‘U kunt haar nog even mee naar huis nemen voor het afscheid.’ ‘Nee’, zei Inge. ‘We hebben de afgelopen week al afscheid genomen.’

Foto’s gemaakt

Ik dacht terug hoe ze een dag geleden nog op de bank lag. Ik had er nog foto’s van gemaakt. Nog steeds kan ik er niet zo goed naar kijken. Ze ligt te slapen in het voorjaarszonnetje. De ogen open, maar zonder uitdrukking. Ze ziet er ontzettend pluizig uit. De vacht is dof. Het leven is eruit. Ze wacht op het moment dat ze kan sterven.

De dierenarts haalde de spullen voor de handeling. Ze legde geduldig uit hoe het proces zou verlopen, terwijl ze met haar buik tegen de behandeltafel aandrukte. ‘Eerst krijgt ze een spuitje met een slaapmiddel. Als ze slaapt, krijgt ze de uiteindelijke injectie. Dat verlamt het hart. Ze zal langzaam doodgaan. Het kan wel enkele minuten duren.’ Ik zette Sientje op de tafel. We gaven haar allemaal een knuffel. Doris keek aandachtig naar alles. Ze wilde er per sé bij zijn.

Langzaam in slaap vallen

Het begon met de eerste injectie. Ze lag rustig terwijl wij haar streelden gaf de dierenarts haar het spuitje. Haar ogen draaiden, ze viel langzaam maar zeker in slaap. Wij aaiden haar verder. Ze was goed weg. De dierenarts wachtte nog even waarna ze tweede spuit klaarmaakte. Er stond een gele sticker met een doodshoofd op het flesje. Gevaarlijk. Het gevaar werd in Sientje gespoten. ‘Het kan nog wel even duren’, zei ze erbij.

Haar adem vertraagde in haar slaap. Nu trok het zojuist ingespoten middel door de bloedbanen van onze teckel. Het einde naderde. Ze hoefde nu niet meer op de dood te wachten. We hielpen haar een handje. Ik dacht aan mijn schoonmoeder. Een hond is beter af dan een mens, vond zij. Misschien had ze wel gelijk. Het was genoeg geweest. Ik voelde de neus. Er stroomde nog een vleugje adem door de neus. Maar de onrustige ademhaling van eerst, werd rustiger en vlakker. Nog even en het hield helemaal op.

Sterretje

Het ging snel. Sneller dan gebruikelijk, zei de dierenarts. Ik voelde de tranen wellen in mijn ogen. Doris vroeg of Sientje nu ook een sterretje werd. Inge vertelde de dierenarts van haar moeder die driekwart jaar eerder was overleden en een ster was geworden. ‘Sientje wordt vanavond opgehaald en dan wordt ze daarna een sterretje’, vertelde de dierenarts. Sientje lag er op die tafel. Ik betrapte me erop dat ik haar nog even streelde. Het hele lijf gaf mee. Het voelde raar. Ook werd het lichaam kouder en stijver. De tong hing uit de bek. De dierenarts stopte hem er weer in.

We konden nog afscheid nemen als we wilden, dan ging de dierenarts weg. Maar het was genoeg. Ik keek nog een keertje om toen we wegliepen. En zag haar daar liggen. Sientje. De eerste hond die echt van mij geweest was. De hond die ik met mijn liefde had gekocht. Een tijdperk was voorbij.

Lees het vervolg: Kaartje »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

[mc4wp_form id=”20905″]

Nodeloos rekken – Sientje (65)

Mijn schoonmoeder vond dat dieren het beter hadden dan mensen. Een hond mag inslapen als het genoeg is. Bij een mens wordt het leven eindeloos gerekt, vond zij. Zelfs als het zinloos is, dan nog wordt het gerekt. Ze wilde zo niet doodgaan, maar op een moment dat ze het zelf genoeg vond. Lang voor haar dood regelde ze dat via de vereniging voor euthanasie. Het mocht helaas niet zo zijn.

Haar huisarts wilde het niet doen vanuit geloofsovertuiging. Hij vertelde dat ze bij hem kon blijven, maar dat als het zover was ze dan bij een andere arts terecht kon. Toen het zover was, verscholen alle andere artsen zich achter het excuus dat zij niet hun patiënt was. Eigenlijk had ze voor het vastleggen van de euthanasie-verklaring meteen naar een andere huisarts gemoeten.

Aangrijpend

Euthanasie is ook voor een arts aangrijpend en doe je niet zomaar. Zodoende viel ze op het moment dat ze het nodig had, tussen wal en schip. Zelfs de in het ziekenhuis toegezegde morfine-injecties bleven achterwege. Dunne pleisters drukten we op haar huid, zonder veel resultaat. Na veel bellen en zeuren kreeg ze uiteindelijk een injectie morfine van een weekendarts van de huisartsenpost. Later die dag is ze overleden.

Het was meer dan een jaar later voor we zo met Sientje worstelden. Zeker, ze was een oude hond. Maar ons teckeltje was aan het lijden. Het was uitzichtloos. Voor wie houden we haar nog in leven? Ik vroeg het Inge, maar misschien nog meer aan mijzelf. ‘Volgens mij hoeft het van haar niet meer’, antwoordde Inge. Sientje staarde met een lege blik de kamer in. Het leek of haar ogen al voorbij de voorwerpen keken.

Niet meer duiden

Haar ogen keken naar iets dat er niet was. Ze kon het niet meer duiden. Voor het eten in haar voerbak, kwam ze nog wel. Ze hapte. De drang te (over)leven was daar sterk genoeg voor. Maar in de wilde natuur was ze allang overleden. Een dementerend lid van de roedel zou een veel te groot gevaar zijn voor de groep. Ze zouden haar in de steek laten.

Wij hielden haar nu in leven omdat wij haar niet konden missen. Daar lag een verkeerde gedachte. Het was namelijk niet in het belang van Sientje om haar in leven te houden. En we dachten terug aan wat Inges moeder zei: een hond heeft het menselijker dan een mens.

Zij werd weerhouden om te sterven als het voor haar genoeg was. De geloofsovertuiging van haar huisarts stond in de weg. Hij legde haar zijn geloof op door haar niet te helpen. Soms help je iemand ook door hem of haar dood te laten gaan.

Hele verantwoordelijkheid

Ik vond het wel een hele verantwoordelijkheid. Dat wij gewoon over het leven van Sientje konden beslissen. Het paste niet. Moest ze niet gewoon op een ochtend dood in de bench liggen? Dan was het gebeurd. Gewoon ergens in de nacht op een moment waar niemand bij was. Maar wie zegt dat dit ’s nachts gebeurt? Gebeurt het niet op een heel ander moment, als je met haar aan het lopen bent en zij ineens instort.

Een lange lijdensweg zou dan volgen. Misschien eindigt het sowieso met euthanasie, maar dan ben je wel een hele dag of misschien wel een paar dagen aan het tobben. En waarom? Van Sientje hoefde het allemaal niet meer. Die was al weg. Ze ademde nog, maar ze leefde niet meer. Het was niet meer de hond die we 9 jaar bij ons hadden gehad. Ze was op. Versleten en ze dementeerde. Het was tijd voor het moment. Daarom maakten we een afspraak.

Lees het vervolg: Het laatste zetje »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

[mc4wp_form id=”20905″]

Het onvermijdelijke – Sientje (64)

We konden nog niet zonder haar. De kerst naderde. Ach, laten we er nog even mee wachten, zeiden we tegen elkaar. Stiekem hoopten we dat het wel weer zou meevallen. Dat ze na nieuwjaar weer helemaal bij haar besef zou zijn. Na een paar slechte dagen volgden altijd wel een paar goeie.

‘We kunnen ook niet zonder je’, riep ik dan en gaf haar een enorme knuffel. We konden ook niet zonder haar. Ze was zo’n schatje en we wilden haar niet in de steek laten. Het was alsof we destijds in de auto met haar op de terugweg van Goor naar huis elkaar alle 3 eeuwig trouw hadden gezworen. We hadden elkaar gekozen en dan ga je ver. Dan ga je lang door. Misschien wel langer dan goed is.

Wanneer komt het moment?

Wanneer kwam het moment eigenlijk? Ik weet het niet meer of er een druppel was die de emmer deed overlopen. De emmer liep misschien al over. Het water gutste er elke keer weer een beetje meer uit. Even leefde je in de veronderstelling dat het wel weer ging. Dat het water er niet meer overheen liep. Dat ze wel weer goed functioneerde.

Ze at altijd ontzettend goed. Al viel wel op dat het water er sneller doorheen ging. Ze stonk, maar dat doen alle oude hondjes. Net als dat ze er best wel mottig uitzag. Dat hebben ook alle oudere hondjes. De vacht was nu helemaal een klittenbaal. De haren wezen alle kanten op.

Maar ze kon zo ontzettend genieten van de kleine dingen. Zoals van de zon. Het voorjaar brak weer aan. De zon schijnt rond die tijd altijd zo lekker ver de kamer in. De ergste vorst was geweest en ze leek helemaal geen last meer te hebben van haar rug. Zelfs bij de laatste sneeuwval leefde ze even helemaal op. Ze danste door de sneeuw. Het leek alsof onze oude hond in een puppy veranderde, zo danste ze en sprong ze in de tuin door de verse sneeuw.

Verward rondlopen

Zo vergaten we weer even dat het moment er toch wel aan zat te komen. Maar over het geheel genomen, kregen we het besef dat het niet zo lang meer kon duren. We merkten dat we er tegenop zagen om haar straks mee te nemen naar de camping. Het zou niet meer gaan. De andere, onbekende omgeving zou haar in verwarring brengen, met dezelfde gevolgen als afgelopen jaar waarbij ze zich onder de caravan verstopte. Net als dat ze nu in huis soms ook zo verward rondliep. Ze trippelde dan eindeloos rondjes, leek totaal rusteloos. Uiteindelijk liet ze zich gewoon maar ergens neerploffen. In al de mist om haar heen kon ze zomaar zitten poepen of plassen. Geen idee dat het eigenlijk helemaal niet kon daar.

Alles vergat ze. Behalve eten. Dat ze nog altijd wel de bekers van Doris wist om te gooien, verbaasde ons. Net als dat de etensbak na het vullen altijd tot de bodem werd schoongelikt. Gek op eten. Een koekje ging er altijd wel in. Net als een stukje kaas of een stukje appel. Het klokhuis was een geliefd etentje voor Sientje. Het verdween helemaal in die bek waar steeds minder tanden in zaten. Ze vermaalde het klokhuis en tufte behendig het stokje eruit. Alsof het een pil was die in de kaas zat.

Eindeloos blaffen

Het was 1 van die dagen dat ze eindeloos tegen alles en iedereen blafte. ‘Oef, oef, oef.’ Dat ze in huis poepte en plaste. Het kleed ging er steeds havelozer uitzien. En wij werden steeds radelozer. Het was ergens op zo’n dag dat er helemaal niks met haar te beginnen was. Het hoge woord moest eruit:’Misschien moeten we haar een spuitje geven.’ Tegelijkertijd die twijfel. ‘Maar ze eet goed’, zei ik dan. ‘Moet je nou zien’, antwoordde Inge. Ze wees naar de hond die daar uitgeput op het kleed lag. ‘Het lijkt ook wel of ze magerder wordt.’

Misschien moesten we inderdaad een afspraak maken. We hikten nog even een paar weken tegen de gedachte. Het nieuwjaar lag al een aardig eind achter ons. En nu stelden we het weer uit, maar ik besefte dat het een keer moest gebeuren. Elke ochtend als ik beneden kwam en het deurtje van de bench opende, kwam ze er weer uit.

Moeten we nog wachten?

Het ging traag, maar ze kwam. Ik bedacht hoe het zou zijn als ik het opende en ze er niet meer uitkwam. Moesten we daar wel op wachten? Of als ze plotseling wel accuut hulp nodig heeft. Dan zou ze onnodig veel moeten lijden. Deze dingen gebeuren namelijk altijd precies op vrijdagavond laat of op een feestdag. Dat bewees wel de gebeurtenis dat ze door haar rug ging op de avond voor Pinksteren. Konden we het onvermijdelijke niet gewoon een handje helpen?

Lees het vervolg: Nodeloos rekken »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

[mc4wp_form id=”20905″]

Angela

Jay’s moeder heeft 8 kinderen op de wereld gebracht, waarvan een meisje vlak na de geboorte is overleden. Het is Angela. Moeder verwijst regelmatig naar deze gebeurtenis en lijkt in de roman Moederland de beste relatie te hebben met haar dochter Angela.

Omdat ze een geest is, kan ze veel makkelijker troost, raad en advies geven. Moeder noemt Angela ook vaak als het perfecte kind aan wie de rest van het gezin een voorbeeld zou moeten nemen. Naarmate moeder ouder wordt, hoe vaker ze vergezeld wordt door Angela.

Moeder zei: ‘Waar maakt iedereen zich zo druk om?’ terwijl ze precies wist wat het probleem was. ‘Ik ben blij dat ik in ieder geval Angela nog aan mijn zijde heb.’
De doden waren altijd beschikbaar om haar te troosten als dit haar ontzegd werd door de levenden. Moeder leek gekweld, maar haar tactische cadeaus hadden haar natuurlijk nog ondoorgrondelijker en machtiger gemaakt. (268)

De verwijzing naar Angela volgt regelmatig. Ze doet haar naam eer aan, is letterlijk een engel. Haar bijzonder korte leven, geeft moeder niet een mindere band met deze dochter. Zoals altijd met de doden, kan zij niets terugzeggen en gebruikt moeder haar om kracht bij te zetten. De rest van de kinderen heeft eigenlijk niet de band met Angela die moeder met haar heeft.

Hoe ouder ze wordt, hoe vaker ze spreekt over Angela:

‘Je begrijpt er niks van’, zei moeder, en toen ze opkeek schitterde het licht in haar brillenglazen, haar ogen krankzinnig, vervormd en ondoorgrondelijk. ‘Het is alsof ik haar kan aanraken. Ze is elke minuut van de dag bij me.’ (512)

Als ze in het bejaardentehuis komt en aan de telefoon vertelt, dat Angela bij haar is, denken de kinderen dat moeder nu echt kwijt is. Het is echter de hulp die ook Angela heet. Ze komt uit Mexico en is de hele dag bij moeder. Dat maakt vanzelfsprekend de kinderen weer wantrouwend. Al vult Jay helemaal op zijn eigen manier het wantrouwen richting Angela in.

Paul Theroux: Moederland. Roman. Oorspronkelijke titel: Mother Land. Nederlandse vertaling Linda Broeder, Betty Klaasse en Anne Roetman. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2017. ISBN: 978 90 254 5101 1. 622 pagina’s. Prijs: € 27,99. Bestel

Lees verder: B. Traven: ideaal paradijs »

De dood van een schipper

image

Een van de meest aangrijpende passages in Een vrouw van staal is het moment dat de schipper Adrianus afscheid neemt van zijn schip de Alfons Marie 1. Het echtpaar Adrianus en Petronella Vermeulen vaart op hun schip. Ze varen op de wind, maar het schip maakt plotseling een zwaai.

De schipper Adrianus is in elkaar gezakt en zwenkt mee op het stuurrad waaraan hij vastzit met zijn schipperstrui. Vlak na de dood van de schipper, trekt een zeemist – ´zeevlam´ – over de Zeeuwse wateren. Zijn zoon Jan legt zijn vader in het lege ruim en vaart door de dichte mist naar de thuishaven van de schipper:

De meeste schippers werden direct na hun dood naar het dichstbijzijnde kerkhof gebracht; terugvaren naar de thuishaven met een ruim vol goederen voor een andere bestemming was onbestaanbaar. Maar het ruim van de Alfons Marie 1 was leeg en de thuishaven niet ver. Petronella was ervan overtuigd dat het een gebaar van God was. Een teken dat ze haar echtgenoot terug naar Roosendaal moesten brengen om hem daar, naast zijn dode kinderen, te ruste te leggen. (87)

Jan moet het schip door de dichte mist zien te brengen naar de thuishaven. De verteller beschrijft op aangrijpende wijze deze vaart met de dode schipper aan boord. Het is een lange vaart, maar ze worden gastvrij onthaald in Roosendaal.

Bij de sluizen wordt het schip naar binnen getrokken door de sluiswachters en de klipper wordt door een paard de haven van Roosendaal ingetrokken. De overleden schipper wordt geëerd en het schip komt toe aan zijn zoon Jan.

Corine Nijenhuis: Een vrouw van staal, De buitengewone biografie van den binnenvaartschip.Amsterdam: Uitgeverij Brandt, 2015. ISBN: 978 94 92037 12 1. 400 pagina’s. Prijs: € 20. Bestel

Boekenvraag – #ruudwas

image

Een boekenvraag daar wilde Ruud wel op antwoorden, maar niet op een vraag met de hashtag #50books. Hij las graag Engels en Duits, maar als je Nederlands sprak, sprak je Nederlands. Is er een goed Nederlands equivalent, waarom zou je dan een Engels woord gebruiken?

De boekenvraag over Duitse boeken is de laatste die hij voor #50books of voor hem #50books heeft beantwoord. Niet alle vragen hadden zijn interesse, al liet hij zich weleens uit de tent lokken. Dan vroeg ik door, volgde een weerbarstig gemopper en stond er ineens een uur later een heel lange blog live.

Als ik dan in mijn wekelijkse samenvatting de bochten te kort nam, ging hij flink te keer, maar verduidelijkte met veel geduld zijn mening als ik niet snapte wat hij precies bedoelde. Dat ook weer. Een blogger zoals er maar weinig zijn: een duidelijke mening die hij ook zonder schaamte aanpaste als je een flinke discussie met hem voerde.

Er zijn maar weinig mensen die dat kunnen en durven. Daarvoor moet je je op je kwetsbaarst laten zien en dat doet niet iedereen. Net als dat hij je zo prachtig kon dollen.

Ik erger mij er altijd een beetje aan als mensen zeggen dat ze komen op een meeting en dan op het laatste moment afzeggen. Veel tweetups hebben daar een handje van. Toen ik de tweetup in Almere organiseerde, kwamen er een handje afzeggingen, waaronder Ruud. Hij tweette dat hij het niet ging redden en wenste ons veel plezier zonder hem.

Ik antwoordde dat ik het jammer vond, maar wenste hem een fijne dag verder. Een halfuurtje later stond hij voor mij. ‘Maar je zou toch niet komen’, zei ik verbaasd. Hij lachte hard en vond het mooi dat hij mij te pakken had gehad. ‘Natuurlijk kom ik’, zei hij. ‘Ik verveelde me alleen in de trein hier naar toe’, grijnsde hij.

Net als de tweetup later in Houten. Ik kwam veel later binnen, maar ik genoot van de verhalen van Ruud. Eigenlijk niks anders dan wat hij blogde. Alleen had ik altijd wat moeite bij zijn blogs het einde te halen. Nu zat ik gekluisterd aan zijn lippen.

Alle ellende kwam even voorbij, maar hij vertelde het net als alle andere dingen die hij vertelde. Ze waren niet zielig, ze waren gewoon Ruud. Hoorden bij hem, net als het eeuwige been, de Belastingdienst en dat hij zijn gezin bewust uit de blogs hield. ‘Dat is een ander leven en dat hoeft niemand te weten’, zei hij.

Net als hoe hij de ideale samenleving zag. Iedereen gelijk, armoede bestrijden door iedereen hetzelfde te geven en zo de wereld een stukje gelukkiger te maken. Een wereld die ik als heel utopisch beschouw, maar die zoals Ruud het vertelde eigenlijk heel logisch was.

Net als de eerste keer dat ik bij Ruud zat. In het theater bij Jacob Jan Voerman, de try out in Utrecht. Hij zat prominent achterin, we schoven aan en bespraken alles alsof we een boek bespraken. Het gesprek kronkelde net zoals we op twitter deden en zo gingen we ook uit elkaar.

Jammer dat hij er niet meer is. De online aanwezigheid. Als je hem een tweet stuurde, reageerde hij binnen een paar minuten.

Zeker als het om boeken gaat, had ik het idee nog zoveel van hem te kunnen leren. Het gemopper stimuleerde juist na te denken. Na te denken over je eigen vraag of antwoord, terwijl hij openstond voor het weerwoord. Weinig mensen die zo omgaan met een mening, terwijl ze zelf een heel duidelijke mening hebben.

Ruud, ik mis je nu al want ik weet zeker dat je op deze blog wel wat op te merken zou hebben.

As in tas

image

Jelle Brandt Corstius is zijn vader Hugo verloren. Na het overlijden van zijn vader blijft een project door zijn hoofd spoken: fietsen naar de Middellandse Zee en zijn vader moet mee. Een paar maanden na de crematie haalt hij een deel van de as op en vertrekt op de fiets naar de Middellandse Zee.

Het verslag van deze bijzondere fietstocht vol herinneringen is beland in het boekje: As in tas. Jelle maakte 1 of 2 keer per jaar een fietstocht met zijn vader. Het moeten er een stuk of 20 zijn geweest, stelt hij in zijn dagboek:

Ze waren allemaal hetzelfde, maar dat gaf niet. We stapten uit bij bij een of ander treinstation in Nederland en dan begonnen we zonder enig plan te fietsen, mijn vader altijd net iets harder dan ik fijn vond. Als er een stoplicht op rood stond, bijvoorbeeld bij een drukke provinciale weg, fietste hij gewoon door, ook als er net een auto aankwam. (38)

Als het licht op groen stond, was zijn vader helemaal uit zicht. Het kostte Jelle zeker 10 minuten voor hij zijn vader weer inhaalde.

De herinneringen aan zijn vader zijn de mooiste aantekeningen die Jelle Brandt Corstius maakt bij zijn de fietsrit door Nederland, Belgi, Luxemburg en Frankrijk. De verhalen over het behalen van de P.C. Hooftprijs die minister Elco Brinkman niet wil uitreiken. Als vader Brandt Corstius uiteindelijk 2 jaar later de prijs toch krijgt, gaan ze ervan op vakantie naar Curacau en wordt de prijs zelf als deurstop gebruikt.

De herinneringen wisselt Jelle Brandt Corstius met de ontberingen onderweg. Zo moet hij in Limburg het douchewater opvangen zodat hij het later kan gebruiken om het toilet mee te spoelen. Of hij eet bij een Chinees restaurant dat eigenlijk een bordeel is. Hij beseft het pas als hij naar het toilet is geweest, dat een badkamer is.

Ook beheerst Jelle Brandt Corstius het spel met de taal, zoals bij de opmerking ‘Pirelli’ die zijn vader maakt als hij het niet weet. Het keert prachtig terug om aan te duiden dat hij alles heeft gevraagd aan zijn vader wat hij wilde vragen:

Soms gaf hij antwoord, soms zei hij ‘Pirelli’. (141)

En dat is As in tas vooral, een prachtig requiem voor zijn vader. Hij verstrooit de as in de Middellandse Zee. De reis vol herinneringen waarbij Jelle Brandt Corstius met veel liefde over zijn vader spreekt. De bijzondere band die hij had met zijn vader. Zijn moeder stierf toen hij nog peuter was. Zijn vader moest hem en zijn 2 zussen alleen opvoeden. Dat terwijl vader Hugo eigenlijk helemaal geen kinderen wilde.

Zijn vader is behoorlijk afwezig bij de opvoeding, vertelt Jelle Brandt Corstius. Zo zijn hij en zijn zussen op een dag weglopen. Aangekomen bij de RAI keren ze toch om en komen na 2 uur weer thuis. Hun vader heeft al die tijd niks gemerkt. Hij zat boven in zijn kamer.

Het zijn prachtige verhalen die de reis kleur geven, maar die vooral aan de basis staan van zijn identiteit. Hij is gehard door de opvoeding waarbij hij misschien niet alle aandacht en liefde kreeg, maar die hem gevormd heeft tot wie hij is.

Soms mocht hij even in het bijzondere universum van zijn vader kijken, maar zijn vader betrad zijn wereld nooit. Dat maakt Jelle Brandt Corstius ruimschoots goed in As in tas. Hij gunt de lezer een kijkje in zijn wereld en zijn verwerking van het verlies van zijn vader. Genoeg van de eenzaamheid, keert de zoon weer huiswaarts, los van de as maar met de herinneringen en Hugo-verhalen bij zich.

Jelle Brandt Corstius: As in tas. Das Mag Uitgevers, 2016. ISBN: 978 90 824 1063 1. 150 pagina’s. Prijs: € 14,95. Bestel