Categoriearchief: dochter

Bakje poep – Sientje (45)

Onze dochter Doris voelde zich al vroeg verantwoordelijk voor Sientje. Als de hond eraan kwam stormen terwijl ze aan het eten was, riep ze ons er meteen bij. Net als dat ze de oplossing vond hoe Sientje haar drinken niet kon omgooien.

Drinken omgooien

Onze teckel had de vervelende gewoonte ontwikkeld om het drinken van Doris om te gooien als het in een open beker stond. De roosvicee vond ze heerlijk om op te drinken. Ze mikte de beker op het kleed en likte daarna de inhoud op. Ze vond het lekker om te doen. Het behoorde tot de heimelijke genoegens van onze teckel. Wij werden er simpel van.

Het kleed is door dit gedrag veranderd in een tapijt vol met vlekken. De donkere vlekken markeren de plekken waar Sientje zich tegoed deed aan de limonade. Het zoete drinken, de melk en de yokidrink hebben deze onuitwisbare sporen achtergelaten. Sientje wist met haar tong wel het drinken tot de laatste vezel uit het kleed te trekken. Er blijft altijd iets achter en dat zien we nog elke dag dat we naar het kleed kijken.

Drinken afschermen

Doris bedacht dat ze natuurlijk het drinken kon afschermen. Daarom zette er een omgekeerde plastic kan over haar beker heen. Zo bleef het drinken beschermd van deze plunderaar. Het bleek een effectief middel, tot Sientje in de gaten kreeg dat ze met iets harder duwen de omgekeerde plastic kan met de beker tegelijk omviel. Het gaf evenveel te drinken, al lag de plas misschien iets meer verspreid.

Bij het uitlaten van de hond scheppen we altijd keurig de uitgepoepte drollen op. Doris zag ongetwijfeld hoe wij de stoep, het gras en het park schoon houden van vieze hondenpoep. Als Sientje per ongeluk in de tuin haar behoefte deed, schepten we het eveneens keurig op. Het bespaarde ons vieze schoenen vol hondenpoep die hun afdrukken overal in huis achterlieten.

Dat andere hondeneigenaren hier minder kieskeurig in zijn, ondervinden we nog altijd regelmatig. Ik ben een vervend hondenpoeptrapper. Het lijkt of mijn schoenzolen hondenpoepmagneten zijn, want waar ook een drol ligt, ik trap erin. En het gebeurt altijd met regenachtig weer als je geen hand voor ogen ziet en nauwelijks een weg kunt bijna over de natte wegen. Dan trap ik erin.

Gevuld plastic bakje

Bij het vullen van de vaatwasmachine zagen we een plastic bakje uit Doris’ stapeltoren. Het kleinste bakje lag daar en er zat een vieze substantie in. Doris had het op het aanrecht gezet. Het was een donker goedje en het vroeg om de nodige bestudering wat het precies was.

Inge keek nog eens goed, rook eraan en merkte toen dat het poep van Sientje was. Blijkbaar had de hond in de buurt van onze dochter gepoept, waarna Doris het keurig in het plastic torendeel stopte. Na de inzamelingsactie bracht ze de vieze substantie keurig naar de keuken. Met afgrijzen dachten we eraan terug dat ze de poep in het bakje drukte. Wat hebben die handjes daarna allemaal gedaan? We konden het ons alleen maar afvragen. Het antwoord daar dachten we liever niet over na.

Lees het vervolg: Voor de gezelligheid »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Mensenpup – Sientje (39)

Thuis bevallen leek ons wel heel bijzonder. Om zo in je vertrouwde omgeving, met Sientje erbij, het nieuwe leven te begroeten. Want hoe laat je je hond kennismaken met het nieuwe lid van de roedel, de mensenpup. Aangezien we thuis zouden zijn, zou Sientje het ook allemaal meemaken. Een betere introductie kon je je niet wensen.

Vanwege het ontbreken van stromend water boven, moest er beneden een bed komen te staan. We haalden het ziekenhuisbed weer op bij Inges moeder. Het kwam uit onze logeerkamer, maar onze logees moesten het sinds de inrichting van het babykamertje volstaan met een opklapbed in de studeerkamer. Het ziekenhuisbed was naar Inges moeder gegaan. Inge deed in de laatste weken al haar middagdutje op dit bed dat we op de hoge stand hadden gezet. Verder vond Sientje het erg lekker om daar te liggen. Alles was klaar om de baby ter wereld te laten komen.

Na een paar dagen weeën stak de verloskundige de vliezen door. Zo ontdekten we dat de baby in het vruchtwater had gepoept, waardoor we halsoverkop naar het ziekenhuis moesten. Ik vroeg snel aan de buurvrouw of zij Sientje ‘s avonds wilde uitlaten. ‘We moeten naar het ziekenhuis voor de bevalling’, zei ik snel. Ze begreep het. Het huis dat we achterlieten was een puinhoop. Drie dagen rondlopen met weeën en het vruchtwater op het kraambed midden in de kamer.

Het zag er allemaal niet schoon uit. Maar we moesten onmiddellijk weg. We konden niet eerst de boel opruimen, daarvoor was de situatie te urgent. We waren allang blij dat ze niet met een ambulance hoefde te worden afgevoerd en we met onze eigen auto konden gaan. Achter de verloskundige aan reden we die Bevrijdingsdag naar het ziekenhuis.

We waren wel een beetje teleurgesteld. Want we hadden ons erg verheugd op de geboorte van ons kind thuis. In onze eigen vertrouwde omgeving met Sientje erbij. Dan kon Sientje meemaken hoe het gezin een nieuw lid erbij kreeg. Het mocht niet zo zijn. Wij moesten halsoverkop naar het ziekenhuis. En de gezondheid van de baby ging voor alles.

De bevalling duurde nog lang, maar ver na middernacht werd het kind geboren. Een meisje, Doris. We waren helemaal gelukkig en na nog enkele flinke complicaties mocht Inge uren later eindelijk naar bed. Ik kreeg als kersverse vader te horen dat ik nu naar huis mocht gaan. Midden in de nacht en ik kon gaan. De auto stond nog op de noodplek. Ik haalde het plastic weg aan de kant van de bijrijder. Daar had Inge gezeten en reed naar huis.

De zon kwam al op toen ik ons straatje binnenreed. Ik kwam binnen zag de troep en een enthousiaste Sien. Ik liep even snel een rondje met haar. De bermuda-driehoek zoals wij dat noemden, naar het eind van de straat. Daar kon je om een stukje gras lopen en keerde je zo weer terug naar huis. Het rondje behelsde niet veel meer dan een meter of tweehonderd. Voor Sientje was dat ruimschoots voldoende voor een plas en een poep. Dan keerde ze vol enthousiame om. Zeker met regen, want met regen wilde ze snel terugzijn. De late thuiskomst zorgde ervoor dat Sientje ook nu snel werd uitgelaten. Daarna probeerde ik snel nog wat te slapen.

Dat ging slecht en een paar uur later belde ik de familieleden om te vertellen dat we een dochter gekregen hadden en dat ze Doris heette. Het duurde lang voordat de klok half negen liet zien, het tijdstip dat ik weer naar het ziekenhuis mocht. Ik liet Sientje snel uit en verdween weer in de richting van het ziekenhuis. Alleen het kraambed had ik snel ontdaan van de natte opvangdoeken. Ik wilde zo snel mogelijk weer terug zijn bij mijn lief en het nieuwe leven dat die nacht was geboren.

Het was nog even heel spannend of ze naar huis mochten, maar uiteindelijk mochten ze toch met mij mee. Helemaal blij en gelukkig stapten we in de auto. Onwennig reed ik met het kindje voorin en mijn lief achterin. Dat hadden we toch mooi voor elkaar gekregen. We waren weer bijna thuis. Zo stak ik de sleutel in het slot, de Maxicosi in mijn hand. Sientje begroette ons en keek nieuwsgierig naar mijn bagage.

Ik zette de mensenpup in de Maxicosi op de grond neer, vlak voor haar. Ze ging ervoor zitten. Ik bleef rustig, maar wel binnen bereik om in te grijpen als het mis zou gaan. Een spannend moment. Sientje keek aandachtig naar het kleine wezentje. Ze zag de vingertjes bewegen. Ze gromde zachtjes, geen raad met deze situatie wetend. Maar ik pakte een voetje van Doris en liet Sientje ruiken. Voorzichtig schoof het neusje in de richting en rook. Ze rook de geur van het nest en begon zachtjes te kwispelen. Het was goed.

Daarna lieten we haar overal bij. Ze mocht ruiken, soms even likken en ook mocht ze bij ons op de bank kruipen. We merkten zelf wel dat onze aandacht voor Sientje verminderde. De aandacht van zo’n klein baby’tje vraagt genoeg energie van je. Sientje moest er wel aan wennen, maar we betrokken haar bij alles, om zo de aandacht te geven en te voorkomen dat ze jaloers werd. Alles was anders geworden. Ook voor Sientje.

De komst van het nieuw roedellid, zorgde er voor haar voor dat ze veel waakser werd dan voorheen. Vreemden mochten niet te snel te dicht in de buurt van onze pup komen. Dan vloog ze blaffend en grommend op hen af. Het zorgde soms voor een beet in de knie. Dan stond ze blaffend voor iemand en hapte ze tijdens het blaffen in de knie. Of het nu door het blaffen kwam of bewust was, durf ik niet te zeggen. Maar de roedel werd beter bewaakt dan ooit. Dat stond als een paal boven water.

Lees het vervolg: Moedermelkjunk »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Paaskerels – #fietsvakantie

Ootmarsum zelf is ook een verwijzing naar oude culturen. Helaas is de kerk dicht. Ik had hem graag vergeleken met de kerk van Oldenzaal. Minder mystiek, maar zeker ook indrukwekkend is dit godshuis.

Ook hier zijn de fundamenten Romaans, later wel sterk verbouwd, maar het Bentheimer zandsteen waaruit deze kerk is opgebouwd, komt zeker ook imposant over. De toren is mooi opgebouwd met veel Romaanse elementen erin.

Het beeld van de Paaskerels dat voor de kerk staat. Het Vlöggeln waarbij 8 vrijgezelle mannen op Eerste Paasdag dwars door de huizen lopen. Ze voeren een lange slinger van mensen aan door de straten en huizen van Ootmarsum.

Zo sluit Doris aan naast het beeld van de Paaskerels. Ze heeft mijn Redmond petje maar even opgedaan als bewijs dat ze net zo’n kerel is. Het is een geëmancipeerde vorm die in het gebruik van Ootmarsum nog niet is doorgedrongen.

Al heb ik mij laten vertellen dat de 8 Paaskerels bij gebrek aan vrijgezelle mannen niet allemaal vrijgezel zijn. Een vrouw in de rij zou een mooie aanpassing van een eeuwenoud gebruik zijn.

Fietsvakantie

In augustus maakten Doris en ik een mooie fietstocht door Nederland met als bestemming: Twente. Elke week op vrijdag schrijf ik een stukje over deze bijzondere fietsrit.

Hoe ik mijn verjaardag vierde – #fietsvakantie

De dag van vertrek liet ik een beetje afhangen van het weer. Maar daardoor dreigen we nog op vakantie te zijn als ik jarig ben. ‘Maar dan vier je toch gewoon je verjaardag waar je dan bent’, zei Inge.

En ze heeft gelijk. We staan dus op de camping vlakbij Langeveen. Inge komt vandaag langs. Ze komt rond lunchtijd heeft een hartige taart gemaakt met veel sla erbij.

Het blijkt inderdaad best ver te liggen. Ze doet er ruim anderhalf uur over om te komen. Het belooft een warme dag te worden. Wij zitten in de schaduw. Inge heeft haar eigen stoel meegenomen en gaat lekker in het zonnetje zitten.

De konijnen houden zich een stuk koester dan vannacht. Het is veel te warm om je druk te maken. Even later rijden we weg naar Ootmarsum. We gaan naar het buitenmuseum Los Hoes en daarna gaan we iets zoeken om gezellig te eten.

Fietsvakantie

In augustus maakten Doris en ik een mooie fietstocht door Nederland met als bestemming: Twente. Elke week op vrijdag schrijf ik een stukje over deze bijzondere fietsrit.

Poezie-album

Ik lees korte stukjes over poëzie van Remco Campert. Zonder roken bij mij geen poëzie heet het. Het lag in de bibliotheek. Ik had net de documentaire over deze bijzondere dichter gezien. Deze bundel sluit hier prachtig op aan.

Ik lees over de mijmerij van poëzie, over Herman Gorter en lees een prachtig gedicht. Dit is het gedicht dat ik jaren zocht voor in het poëzie-album van Doris. Ik zeg het hardop. We zitten gezellig bij elkaar in de woonkamer. Meteen pakt Doris het poëzie-album. Ik mag het erin zetten. Op de bladzijde waar bovenaan dik met pen staat ‘papa’.

Mijn opa heeft in het album van mijn moeder ook een lege plek laten staan. Ze had er vaak om gevraagd. Ook toen ze zelf volwassen was, maar hij heeft er nooit een versje neergeschreven. Waarom, weet ik niet. Dat ik het bij mijn eigen dochter niet deed, was simpel: ik kon geen goed vers vinden. Eigenlijk kun je hier nooit uitdrukken wat je voor je dochter voelt. Maar nu heb ik een prachtig gedicht gevonden en het zal erin moeten komen.

Welk gedicht het is, is iets tussen mij en Doris. Al is het natuurlijk te vinden als je de bundel van Remco Campert leest. Het is mijmerij. En natuurlijk ook de liefde van een vader voor zijn dochter. Een mooi gedicht en een goed gedicht ineen.

Wat heeft Gorter toch een mooie gedichten geschreven.

Remco Campert: Zonder roken bij mij geen poëzie. Columns. Amsterdam, Antwerpen: De Bezige Bij, 2016. ISBN: 978 90 234 9850 6. 144 pagina’s. Prijs: € 16,99. Bestel

Boeren – #fietsvakantie

De boerencamping vlakbij Denekamp staat vol met caravans. Bij elke caravan hangt de was – altijd een theedoek – en staan 2 grote tuinstoelen met een bijbehorende tafel. Als we aankomen is het net etenstijd.

Ik loop over de camping op zoek naar een plekje en informeer meteen naar de eigenaar. Die is even weg. We kunnen onze tent wel ergens opzetten, vindt een gast. Hij ruikt naar bier en is zichtbaar aangeschoten. We lopen over het terrein. Alleen maar caravans. Geen enkele tent. En alleen maar senioren.

Ze kijken naar ons met bewondering én afgunst. Helemaal op de fiets? En hoezo een tentje. Een man komt net terug van de afwas en stapt met de schone vaat in de afwasbak zijn caravan in. Wij zetten onze tent op. Ik rommel wat met het pitje en zie dat alle ogen op ons gericht zijn.


Na het avondeten komt de eigenaar langs en zegt dat het prima is dat we hier een nachtje. We rekenen meteen af en ik praat met hem over koetjes en kalfjes. Letterlijk. Hij is melkboer geweest. Met pijn in het hart heeft hij afscheid genomen van zijn veestapel.

De man is net zo oud als ik, houdt echt van boeren, maar merkt dat de opbrengst niet opweegt tegen de baten. Het is meer hobby dan dat je ervan kunt leven, stelt hij.

Dat valt mij op. Ik hoor het vaker tijdens deze vakantie. Veel boeren op boerencampings zijn gestopt met boeren. Het kost meer dan het oplevert. Jammer om te zien hoe het platteland geleidelijk leegloopt en het leven eruit loopt.

Fietsvakantie

In augustus maakten Doris en ik een mooie fietstocht door Nederland met als bestemming: Twente. Elke week op vrijdag schrijf ik een stukje over deze bijzondere fietsrit.