Categoriearchief: dieren

Loopse mijt – Sientje (27)

Ze is loops, vertelde de dierenarts bij de eerste controle. We hadden haar net die zaterdag gekocht en die maandag ging ik gelijk voor controle. Het was onze deal met de vorige eigenaar. Wanneer het een ongezonde hond zou blijken te zijn, kregen we ons geld terug. Aan de andere kant beseften we gelijk dat we Sientje niet meer kwijt wilden. Dus wat we gedaan hadden met een ongezonde hond zal altijd de vraag blijven.

Ik was ontzettend boos op de verkoper. Hij had me besodemieterd en een loopse teef aan ons verkocht. ‘Dat kan goed zijn’, antwoordde hij koeltjes. ‘Die andere waarmee ze in het hok zat, is vandaag ook loops geworden.’ Ik geloofde weinig van het verhaal. ‘Mankeert er nog meer aan?’ vroeg ik hem. ‘Nee, echt niet. Ze worden altijd ongeveer gelijkertijd loops als ze bij elkaar zitten’, antwoordde hij.

Dat hij de honden na de laatste inenting helemaal niet meer had ingeënt en de hoektanden afgesleten waren, liet ik maar voor wat het was. De inenting had ik ook nog niet laten doen. De dierenarts wilde haar niet teveel stress geven. Dat ze nu bij ons woonde, was voor haar al een grote verandering. Dan moest je niet teveel dingen erbij doen. Ook ontraadde hij ons haar snel te wassen of te trimmen. Laat haar eerst maar even rustig wennen.

Bij de controle en inenting een paar weken later, constateerde de dierenarts dat de loopsheid weliswaar voorbij was. Maar nu was ze schijnzwanger. Iets om in de gaten te houden, gaf hij er als opmerking bij. Dat ze even later schijnzwanger werd – met opgezette tepels en melk die eruit vloeide – probeerden we te bestrijden met kamferspiritus.

Het hielp weinig, maar ze rook wel heel erg lekker. Het hoorde bij de kwaaltjes die we onder handen namen. De ruimschoots aanwezige oormijt – volgens de dierenarts een duidelijk teken van verwaarlozing – bestreden we met oordruppels die hij zelf importeerde uit Frankrijk.

Op de terugreis van de kampeervakantie reed hij altijd langs de producent van dit goedje, dat volgens hem in Nederland niet verkrijgbaar was. ‘We moeten weer nodig naar Frankrijk’, zei hij een keer in mijn bijzijn toen hij de laatste doos met flesjes aanbrak.

We hebben het spul het hele leven van Sientje in haar oor gedruppeld. Na de druk op het pipetje wreven we het goedje flink in door het kleine oorzakje dat tegen de kop zit, zachtjes te masseren. Als ze genoot van het kneden, dan moesten we de behandeling nog even aanhouden. Alleen als ze koppig weigerde, dan zou de mijt vertrokken zijn. Tijdelijk want zodra ze weer fanatiek bij haar oor aan het krabben was, was de mijt teruggekeerd.

De schijnzwangerschap was eveneens een probleem. De dierenarts constateerde het. ‘Het lijkt niet dat het weggaat’, beweerde hij. Hij stelde voor om haar te steriliseren en alles eruit te halen. Alleen zo heeft ze er geen last meer van. Hoe het kwam, wist hij niet. Maar hij achtte het verstandig met sterilisatie een einde te maken aan het probleem van de voortdurende schijnzwangerschap.

Zo maakten we een afspraak voor het steriliseren. De dierenarts zou haar gelijk verlossen van een dikke knobbel op de rug. We brachten haar ’s ochtends vroeg. Ze moest nuchter zijn. Moeilijk voor Sien, want de hongerige wolf kreeg ’s morgens altijd te eten. Ik liep naar de dierenarts vanaf huis, dan kon ze gelijk haar gebruikelijke behoefte doen. Natuurlijk voelde ze dat haar iets te gebeuren stond en deed ze helemaal niks. Eigenwijs als ze was. Ik nam met weemoed afscheid van haar, dikke knuffel, beetje verdrietig. Wie zegt dat het allemaal goed af zou lopen.

Die middag kwam het verlossende telefoontje maar niet. Ik zat in spanning te wachten en uiteindelijk belden ze om vier uur. ‘Het heeft even geduurd, maar u kunt haar over een uurtje komen halen.’ We snelden naar de dierenarts en waren er binnen een kwartier. Veel te vroeg natuurlijk zodat we moesten wachten en de spanning alleen maar toenam.

Daar hoorden we dat het allemaal wel zwaar was geweest. De assistente stond ons te woord. Door een spoedgeval was de dierenarts weggeroepen tijdens de operatie, maar het was allemaal gelukt. ‘Ze heeft veel bloed verloren, dus ze kan nog wel een beetje instabiel op de pootjes staan. Het duizelt allemaal bij haar. Maar ze mag mee naar huis hoor. Zorg er goed voor dat ze niet bij de wond kan.’

Nog weer lang wachten en daar kwam ze binnen. Het eerste zag ik de dikke bult op haar rug, die er nog mooi bovenop zat. ‘Ik denk dat we dat zijn vergeten’, zei de assistente. De dierenarts was er nog steeds niet. Sientje liep een beetje dizzy op de pootjes, maar wilde zo snel mogelijk uit de wachtruimte. Naar buiten, weg hier van deze pijnlijke figuren.

We stonden nog niet buiten en daar wiebelde ze op haar pootjes. De rug gebogen, de voorpoten naar de pijnlijke achterkant. Daar kwam de drol die ze vanmorgen zo dapper had opgehouden. Nog duizelig van de operatie, viel ze bijna om maar ze perste die drol eruit. Vlakbij de ingang. Een man liep ons voorbij en kon zijn lachen niet inhouden. Met de poepschep raapte ik de worp op, maar Sientje trok mij al meteen naar de auto. Weg hier.

Lees het vervolg: Ben je boos, pluk een paardenbloem »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

Afgesleten hoektanden – Sientje (26)

Bij de eerste medische inspectie viel het de dierenarts gelijk op. ‘Afgesleten hoektanden,’ zei hij. Ik vroeg hoe dat kon. ‘Waarschijnlijk veel spelen met een balletje,’ suggereerde hij. Maar dat bestond niet. Volgens de overlevering had ze haar 4 levensjaren voornamelijk in een schuur geleefd en was er nooit met Sientje gespeeld. ‘Ik weet het niet’, zei de dierenarts. ‘Ik ken de hond niet en zie alleen dat de hoektanden afgesleten zijn.’

Het antwoord op het raadsel vonden we niet. Sterker nog: Sientje hield helemaal niet van balletjes. We hadden bij die eerste aankoop in de dierenwinkel van Goor ook wat speeltjes gekocht. Een balletje, een trektouw, een beestje met een luide piep erin. Spulletjes waar elke hond gelijk mee aan het spelen slaat. Sientje niet. Zij liet alles roerloos liggen. Pakten wij iets op en gooiden het weg, dan keek ze ons hooguit met verbazing aan.

Spelen moet je leren. Dat oudere honden aan een touw trekken, komt omdat ze het spelen niet zijn verleerd. Bij Sientje kon je je afvragen of ze ooit spelen had geleerd. Vanaf haar geboorte leefde ze in de schuur van de fokker. Daar waren geen speeltjes.

Toen we haar kochten liepen we van de schuur waarin ze zat naar de auto. Ze trok in de achtertuin en dook met haar neus hard in de grond. In de richting van een boompje trok ze. Ik dacht dat het kwam omdat ze niet gewend was aan de riem te lopen. Maar volgens de fokker kwam het omdat er een botje van de huishond lag.

De liefde voor botten zat in haar hele lijf. Wanneer je haar een kauwbot in de vorm van een stuk samengeperst runderhuid neerlegde, ging ze het te lijf met groot enthousiasme. Het ding werd zorgvuldig uitgepeld als een banaan uit haar schil. De restjes runderhuid hingen in Sientjes pootjes en kleefden aan haar nagels. Het overgrote deel van het bot verdween in de maag. Ze stopte pas als het bot op was of als ze van uitputting neerviel.

Maar spelen met een balletje. Daar deed Sientje niet aan. Je kon weggooien wat je wilde, er achteraan rennen liet ze over aan de gooier. Een project met eten in de bal mislukte jammerlijk. Zeker ze was druk met de bal in de weer en accepteerde dat het ding van die rare knorgeluiden maakte. Verder drukte ze het ding voortdurend in een hoek bij de deur. Ze beukte de bal tegen de deur tot het laatste brokje uit het smalle gaatje viel. Daarna was je nog geruime tijd in de weer alle stukjes brok te achterhalen die verspreid achter meubels waren terechtgekomen. Dan jankte en drukte met haar neus zo lang door tot je het voor haar had gepakt.

Hoe die afgesleten hoektanden kwamen, wisten we niet. We konden het alleen maar raden. Ze zagen er van boven helemaal afgevlakt uit en staken zo nauwelijks hoger uit dan de rest van de voortanden. Zo vertelden we vaak – ook om het zielige verhaal compleet te maken – onze vermoedens bij deze vlakke hoektanden. Het leek wel of ze afgevijld waren met een ijzervijl of nagelvijl. Zo vertelden we het verhaal dat haar hoektanden vermoedelijk waren afgevijld. Dit om de jongen te beschermen voor beschadigingen. De lijn van Sientje was een showlijn en daarom hielden wij dat rare idee erop na.

Maar is dat een goede verklaring of een mooi verhaal? Hoe slijt een hond zijn hoektanden? Met botjes lukt dat niet. Aan de balletjes heeft het evenmin gelegen. En met andere dingen is ze ook nooit in de weer geweest. Daarom zochten we vergeefs naar een verklaring. Er is er eentje. Van de fokker van onze huidige honden hoorden we het verhaal van een vurige teckel die steeds aan een houten reling hing. Ze sprong dan op, hing aan het hout van de schutting en liet dan eindelijk los. Ze deed dit tientallen malen per dag. Op den duur sleten de hoektanden dusdanig af dat ze zich niet meer kon optrekken aan de schutting.

Mogelijk heeft Sientje in de periode opgesloten in de schuur ook aan het houten schot gehangen. De kennels werden gescheiden door houten schotten waarvan de bovenkanten er inderdaad afgesleten uitzagen. In haar drift naar buiten te breken, kan ze dit gedrag hebben vertoond. Het is een verklaring, maar of het een afdoende verklaring is, vraag ik mij af. Net zo min dat ik geloof dat ze vaak met balletjes zou hebben gespeeld. De verklaring van het hangen in het schot, is dan een stuk logischer.

Lees het vervolg: Loopse mijt »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

Sloopbedrijf – Sientje (24)

Vrij snel nadat wij Sientje in huis hadden genomen ontdekten we dat deze zeer lieve teckel uit Goor er een aantal eigenaardigheden op nahield. De meest hinderlijke was toch wel het slopen van gebruiksvoorwerpen. Dingen die in haar ogen de moeite van het slopen waard waren en daarmee waardeloos voor ons. Waarmee dit gedrag te maken had, kon ik niet achterhalen. Achteraf denk ik dat het verlatingsangst was.

In de loop van de jaren werd de berg gesloopte spullen hoger en hoger. Het gebeurde gewoon als we van huis waren. Dan verdwenen dingen die haar in de weg lagen of stonden tussen de grijpgrage tanden. Niet als wij erbij waren, alleen als we weg waren. Niks was veilig voor de tandengrijper. Alles verdween tussen de kaken en vermaalde de voorwerpen tot moes. Of ze scheidde alles keurig in losse onderdelen.

Wanneer het precies gebeurde was altijd onduidelijk. Als je dan thuiskwam, lag ze doodstil op de bank en wachtte onze reactie af. De teleurstelling of het verdriet. Ze liet ons rustig uitrazen om later in onze richting te lopen. Kwispelstaartend. Het kon niet sneller heen en weer daar achter als ze met een flinke dosis schuldgevoel naar ons toe kwam. Of die staart nu sneller ging dan anders, kon ik niet uitmaken. Het viel gewoon extra op omdat er iets kostbaars naar de Filistijnen was geholpen.

De ontdekking was altijd het vervelende moment. Ik kwam op een dag thuis van een cursus. Ik was een paar dagen in Groningen geweest en eindelijk thuis. Gelopen vanaf het station met een grote tas over mijn schouders, opende ik de voordeur en kwam via de tussendeur de woonkamer binnen. Inge was er nog niet. Ze zou elk moment kunnen thuiskomen. Ik zag op het kleed – waar anders – iets in duizend stukjes liggen. Ik keek eens goed en zag dat het haar mobieltje moest zijn.

De mobiele telefoon was net aangeschaft, met bijbehorend nieuw abonnement. Vlak onder het beeldscherm stak een heel klein joystickje uit waarmee je de programma’s op het scherm kon selecteren. Het zag er onwijs schattig uit. Met een druk op de bovenkant kon je het programma bekijken. Ook zat er 1 van de eerste fototoestellen op. Inge was er heel blij mee. Ze maakte foto’s en speelde op elk gewenst moment met het ding, waar weinig meer mee kon dan bellen, sms’en en foto’s maken.

Nu lag het ding op het vloerkleed. Met in het midden als grote steen des aanstoots het schattige joystickje. Verder allemaal losse toetsjes, het scherm dat nu op een propje aluminiumfolie leek en verder allemaal kleine, losse transistortjes, mini-geheugenpanelen en andere minuscule elektronica. Het omhulsel lag verbrijzeld over de rest van het vloerkleed verspreid.

Wat is dit verschrikkelijk, dacht ik. Inge die krijgt een hartverzakking. Ze doet dat beest wat aan als ze dit ziet, schoot door mij heen. Precies op dat moment zag ik onze auto voor het raam aan komen rijden en stoppen. Ze zou zo de sleutel in het slot doen.

De autodeur sloeg dicht en ik liep snel naar de voordeur, deed open en suste geruststellend. ‘Er is iets vreselijks gebeurd, niet schrikken.’ Ze schrok zich lam, dacht waarschijnlijk aan alle erge dingen waaraan je kunt denken en volgde mij naar binnen. ‘Je telefoon’, zei ik terwijl ik de deur naar de kamer opende. ‘Kijk daar maar.’ Ze keek naar het kleed en zag haar net aangeschafte mobieltje in duizend stukjes liggen.

Ze barstte in hard gelach uit. ‘Dat joystickje’, riep ze lachend. Het zag er inderdaad heel komisch uit zoals dat joystickje uit het numerieke stelsel van toetsen oprees. ‘Daar kan ik niet meer mee bellen’, merkte ze droog op en kamde met haar vingers alle elektronica uit al het wol van het kleed. Overal lag er wel iets tot in de diepste vezels van het kleed. Ze plukte de kleine dingetjes eruit en stopte ze in een plastic zakje. ‘Ik zal er wel mee teruggaan.’

De volgende dag ging ze met het zakje boordevol losse onderdelen naar de aanbieder van mobiele telefoons. ‘Die kunnen we niet meer maken’, merkte de verkoper droogjes op. Ze kon een aanbiedingsexemplaar van een ander toestel kopen. Zo’n groot formaat telefoon waar ze net van af was. Helaas moest ze het volle pond betalen, want ze had niet een verzekering afgesloten die je voor dit soort acties van je hond vrijwaart.

Ze sloot bij de nieuwe aankoop gelijk een verzekering af. Onnodig want het grote toestel was haar tanden niet waardig, vond onze sloophond Sientje. ‘Mogen we het oude toestel hebben?’ vroeg de verkoper nadat hij met zijn collega’s uitgelachen was van verbazing en verwondering wat zo’n klein teckeltje teweeg kan brengen. ‘Dan leggen we die in de etalage om kopers erop te attenderen dat ze een verzekering kunnen afsluiten.’ Inge vond het goed. Het ding heeft nog jaren in de etalage gelegen. Het joystickje als trotse overwinnaar fier overeind in bende elektronica.

Lees het vervolg: Boekenverslinder »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

Tweedehands bench – Sientje (7)

Sientje liep een beetje onwennig door de kamer. Inge zocht de krant. Ze pakte hem en bladerde: ‘Kijk, hier staat het: een tweedehands bench voor 60 euro. Misschien hebben ze hem nog.’ Ze draaide het nummer, maar er werd niet opgenomen. Ze ging het over een halfuurtje nog een keer proberen. Wie weet was hij er nog.

Sientje bleef rondjes lopen, om de tafel. Onwennig en onrustig. Ze verkende het hele terrein, liep langs de bank en stak over in de richting van de televisie. Uitvoerig stond ze stil bij de stoel en snoof daar uitgebreid een stukje vloerbedekking op.

Ze liep nog iets verder tot vlak voor de televisie die Inge net had aangezet. Ze schoof haar achterpoten naar voren, kromde de rug. ‘Gaat ze nou plassen?’ vroeg ik. Ik had haar net op het strookje gras bij de voordeur proberen uit te laten. Ze had niks gedaan. Ze schoof nu nog iets meer de achterpoten naar voren en perste duidelijk. Daar verscheen een drol. Precies op dat moment ging de telefoon.

De mevrouw van de bench belde terug. Ze had ons nummer gezien via de nummerherkenning. De bench was er nog en als we wilden konden we hem nu komen halen. Inge maakte zich gereed om te vertrekken, terwijl ik met een lepel de drol van de vloerbedekking probeerde los te maken.

Hij was zacht en het poepvocht trok al in de vloerbedekking. De lucht die de drol verspreidde, was onverdraaglijk. Naast het feit dat de hond zelf ook behoorlijk smerig was. Als je op haar vacht tikte met je hand, vloog het stof omhoog van het hooi waarin het dier gelegen had.

Inge pakte snel haar biezen en ik bleef met Sientje achter. Ik probeerde haar nog uit te laten voor het donker werd. De avond viel en ik wachtte tot Inge terug zou komen. Het was vlakbij Haaksbergen, dacht Inge. Ze zou met een uurtje weer terug zijn, dacht ze. Het liep al over een uur en ze was er nog steeds niet. Ik werd ongerust. Ik gaf het dier maar wat te eten, de Fokker Plus brokken. Verder wat water erbij. Sientje at haar eten op en was doodstil.

Pas na 2 uur kwam Inge terug met de enorme bench in de auto. Of ik even mee wilde helpen het gevaarte naar binnen te halen. ‘Het was vlakbij Goor’, antwoordde ze op mijn vraag waarom het zo lang duurde. ‘Bij Diepenheim.’ De bench ging naar binnen. We puzzelden hoe hij precies in elkaar gezet moest worden en legden er een kleedje uit de auto in. We konden zo snel niks anders vinden. Sientje liep naar het nieuwe gevaarte en stapte erin. Dit was haar nieuwe huisje.

Boven het deurtje plakten we een stickertje, gekregen bij de worst van Stegeman. ‘I Love My Boss’, stond erop.

Lees het vervolg: Wat! Een teckel? »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

Vogels tellen

We gaan lekker voor het raam zitten met uitzicht op de achtertuin. Het is Nationale Tuinvogeltelling dit weekend. Daarom maken we hier een lekker plekje om naar buiten te kijken. We zitten hier nooit. Dit is het naaihoekje van Inge. Nu tellen we de vogels die in de tuin zitten. Eerst is er niks. We wiebelen wat nerveus op de stoel. Stel dat er geen enkele vogel komt opdagen. Dan zit je hier mooi voor schut een halfuur lang.

Aan de andere kant is het best wel gezellig. We kletsen samen, terwijl we naar de wiegende Ginkgo kijken. De sprieten van de hortensia’s deinen mee op de wind. De droge bollen van vorig jaar slingeren als een bungeejumer aan zijn elastiek. Net als achterin de tuin de takken van de vlinderstruiken en het vijgenboompje meebewegen.

Zo zitten we daar voor het raam en keuvelen terwijl de vogels aan komen vliegen. Ja, daar zit een koolmeesje. En kijk nog eens: er komt er eentje bij. En is dat niet een pimpelmees?

Dan maakt merel een duikvlucht en landt fraai midden in de tuin. Kijk eens aan. Zo tellen we ook nog eens een tortelduif in de ginkgo. Hé, er komt er eentje bij. Ze kruipen tegen elkaar aan op een tak. De ene kriebelt met zijn snavel in de hals van de andere. De ander heeft zijn oogjes dicht van genot. Wat is dit schattig.

Misschien moeten we nog wat bijvoeren. Alle vogels schieten weg als er wat zaadjes worden gestrooid. De merel is zo weer terug. Hij gaat op de tuinstoel staan en kijkt met een schuin oog in onze richting. En daar zien we mevrouw merel landen op de schutting. Ze duikt even in de vijgenboom, rust op een takje, draait zich om en vliegt weer weg. Maar ze is geland. Dat telt mee.

Als we dan ook nog eens 2 pimpelmeesjes zien, zijn we helemaal blij. Zo tellen we in een halfuur best een leuk vogelbestand:

  • 2 koolmezen
  • 2 pimpelmezen
  • 2 merels
  • 2 tortelduiven

In totaal 8 vogels in een halfuur. Best een mooie oogst. Ik vind het wel jammer dat we niet de spreeuwen hebben gezien die ik eerder hoorde toen ik de was aan het vouwen was. We zagen ze wel in een grote zwerm hoog boven het pleintje achter vliegen. Of de kauwtjes die ik overal hoor, maar niet in onze tuin zie.

We worden wel enthousiast. Volgend jaar gaan we zeker weer meetellen bij de Nationale Tuinvogeltelling. Het is leuk om te doen en je leert weer eens op een andere manier naar je tuin te kijken.

Te koop: zeer lieve teckel – Sientje (3)

Een week later op zaterdag. Ik had de avond ervoor tot laat gewerkt. Met de eerste trein was ik de volgende morgen vertrokken naar Almelo. Ze haalde me van het station op. Op weg naar huis haalden we meteen de boodschappen. We namen ook een krantje mee. Een Twentsche Courant Tubantia. Dé krant van Twente. Zo kon ik kijken naar personeelsadvertenties voor een baantje in de buurt.

Alvast solliciteren voor als ik binnenkort afgestudeerd was. Het zou niet lang meer duren. Ik was al beland in het laatste deel van de afstudeerscriptie. Het was dan wel handig als ik aan de slag kon. Ik had net een baan in de dak- en thuislozenzorg in Leiden en beloofd zeker een jaar te blijven. Maar de verliefdheid kriebelde aangenaam. Beloftes vergeet je dan snel… Maar ik wilde wel een baan hebben daar in het verre oosten. En die lagen niet voor het oprapen.

We zaten op de bank. Boodschappen in de koelkast. Ik opende de krant en ging de advertenties af. Ze zochten een heftruckchauffeur, een puntlasser en een administrateur. Geen beroepen die aansloten bij mijn studie Nederlands. Daarom dwaalde mijn blik naar het lemma ‘dieren’.

Zeer lieve teckel

Mijn oog viel stil bij een tekst die wel aansloot bij onze verlangens: ‘Gezocht goed tehuis voor zeer lieve teckel.’ Er stond een telefoonnummer bij en de prijs: 100 euro. Dat was in Goor, zag Inge aan het netnummer. ‘Zullen we bellen voor meer informatie?’ We keken elkaar aan. De vlinders fladderden tussen ons in. Ja dat wilden wij! En 100 euro was niet veel voor een teckel. Een koopje.

Het was de derde zaterdag van januari 2002. Op nieuwjaarsdag waren we naar het pinautomaat bij de Plus supermarkt gegaan. Daar pinden we onze eerste euro’s. ‘Hoeveel zullen we pinnen?’ vroeg ik. ‘Laten we maar 100 euro pinnen’, zei ze. We kregen allemaal nieuwe briefjes in onze handen, want de banken gaven die eerste dagen veel klein geld. Die avond bij het nieuws verscheen minister Zalm met een brede grijns op zijn gezicht. Om middernacht had hij het eerst de eurobriefjes uit de flappentap gehaald.

Niet over 1 nacht ijs

Maar we wilden niet over 1 nacht ijs bij de aankoop van een hondje. Daarom probeerden we een lijstje met vragen te formuleren. Want je moet wel wat meer weten dan hoe oud het dier is. Ook waarom hij weg moet en of er problemen speelden. Je moest niet zomaar een hond in huis nemen. Als het een rasteckel was, vroegen ze niet veel voor deze teckel. We zochten naar vragen en schreven ze op een briefje. Inge belde.

Ze sprak met de fokker van ruwhaar teckels. Hij woonde in het centrum van Goor. Openlijk vertelde de fokker over deze niet-opgevoede hond. Ze is niet zindelijk. Ze is niet in huis opgegroeid. Ik heb haar gebruikt om mee te fokken. Ze is uit de showlijn. Een ruwhaar, standaard teckel, wildkleur. Je krijgt er de stamboom bij. Hij wilde 100 euro hebben voor het hondje. En ja, het was een ontzettend lieve hond. We konden gerust langskomen om haar te zien?

Kijken is kopen

Inge keek me aan. Als we zouden gaan kijken, waren we overstag. Dat wist ik uit ervaring. Zo waren wij thuis ook onze hond Blekkie gekomen. Maar ik knikte. Over 2 uurtjes zouden we komen. Eerst lunchen. Tot die tijd konden we goed nadenken over de hond. Inge legde de hoorn op de haak van de telefoon. We trilden van opwinding. Het was zover besefte ik. Kijken is bij een hond kopen. Ik kende Inge net en we kochten samen een hondje: een ruwhaar teckel.

Lees het volgende deel: Roze bril »

Het verhaal van Sientje

De aankoop van onze allereerste teckel Sientje is de mijlpaal aan het begin van onze relatie. Sientje was onze eerste gezamenlijke aankoop en vooral: voor allebei onze eerste teckel.

Ik droom al heel lang van een teckel en begon er vrij snel over nadat ik Inge leerde kennen. Zo in deze periode van het jaar. In september was onze eerste ontmoeting en 3 weken later hadden we verkering. Half januari hadden we onze teckel Sientje in huis gehaald.

Lot uit de loterij

Een schot in de roos. Of zoals de Almelose dierenarts Von Brucken Fock het bij de eerste controle zei: een lot uit de loterij. Hij voegde er wel meteen bij: ‘Wil je dit nooit meer doen.’

We kochten Sientje van een Goorse teckelfokker op zaterdag 18 januari 2002, een dag nadat ze 4 was geworden. Tot die dag had ze in de schuur in zijn achtertuin in een kleine kennel met stro geleefd. Ze had een aantal nestjes gehad, gericht op showhonden.

De standaard ruwhaar teckel, wildkleur, stond in een advertentie in de zaterdagkrant van de Twentsche Courant Tubantia: ‘Goed tehuis gezocht voor zeer lieve teckel’. We belden en ik waarschuwde al: ‘Als we gaan kijken, zijn we verkocht.’ Inderdaad, een paar uur later waren we de trotse bezitter van een ruwhaar teckel, met stamboom.

Mooiste dat je kunt krijgen

Sientje is een bijzondere hond. Voor ons gevoel hebben we alle jaren die ervoor waren, goedgemaakt. We zagen iedere nieuwe dag als een extra dag voor haar. Zo konden we ontzettend van elkaar genieten en kregen van haar het mooiste dat ze kon geven: haar vertrouwen.

We hebben veel met haar meegemaakt. Veel loopt synchroon aan het begin van onze relatie. Een paar weken na de aankoop vroeg ik Inge op de eerste voorjaarsdag ten huwelijk. We trouwden en kregen een prachtig kind. Overal was Sientje bij. Niet altijd lijfeljk tot onze teleurstelling. Het zijn dus typische teckeldingen maar ook gewoon het verhaal over onze relatie.

Een paar jaar geleden schreef ik elke zondagmiddag over onze teckel Sientje. Deels om die bijzondere tijd met Inge vast te leggen en ook omdat ik bang was veel van de belevenissen te zullen vergeten. Al schrijvend dienden zich meer en meer de verhalen op van deze bijzondere hond.

Graag deel ik deze verhalen met je. Dat doe ik het hele jaar op zondag. Dan komt er een kort verhaaltje met een anekdote over deze bijzondere hond. Uit het grote fotoarchief dat ik de laatste tijd aan het opruimen ben, is ontzettend veel materiaal. Ik ga op zoek en zal de meest treffende foto zoeken bij het verhaal van die week.

Vanaf vandaag elke zondag een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

Lees volgende blog: Ons hondje »

[mc4wp_form id=”20905″]

Grens bewaken – Saartjes hernia (7)

Hoe gaat het met de hernia van onze Saar? Ze maakt het bijzonder goed. We hebben de benchrust iets verruimd. Het geldt ook als ze rustig in de mand ligt. Merken we dat ze te wild is en te vaak uit de mand gaat, dan moet ze in de bench.

Tot nog toe werkt het heel aardig. Al merk ik wel dat het best lastig is om de grens te bewaken. We breiden het rondje lopen steeds verder uit. Gingen we eerst tot de rand van het park, nu durf ik er al een eindje in te lopen. De band gaat al niet meer om haar middel. Ze springt er namelijk steeds uit.

Dan is het vooral goed opletten. Zo liep ik gisterochtend voor het eerst tot het eind van het eerste grasveld met de bomen. Daar kreeg Saartje het wel moeilijk. Bij het snuffelen aan een graspol, ging ze even zitten. De poten niet mooi recht naar beneden, maar opzij.

Op die momenten merk je dat je hond nog echt hernia heeft. De oefeningen werpen vruchten af. Wel heeft ze nog een paar eigenaardigheden, zoals wippende pootjes als ze plast. De kracht zit nog niet helemaal in haar poten, maar we zien nog elke dag vooruitgang.

Inge heeft de filmpjes die ze in de eerste dagen maakte, gekoppeld aan de filmpjes die ze later schoot. Je ziet hoe snel ze vooruit is gegaan. Het geeft hoop voor de toekomst. Het zou best weleens kunnen dat het helemaal goedkomt met onze Saar.

Zomeravond in de Lepelaarplassen (1)

De Lepelaarplassen op een zomeravond. De avonden in augustus worden al korter. Als we rond 19 uur op de fiets stappen voor een klein avondtochtje langs de Lepelaarplassen staat de zon nog iets hoger dan ik een paar weken geleden meemaakte.

Ik fietste hier toen rond de klok van half 9. Nu rijden we een klein uur eerder op hetzelfde punt waar ik toen fietste na afloop van een barbecue bij een collega.

We turen in de eerste overdekte uitkijkhut naar de vogels. In het water voor de hut zitten vooral ganzen. Terwijl we door de verrekijker van opa kijken, vliegen de ganzen op. In groepjes tegelijk. Het lijkt als een bevel. Eentje zet de poten op het water en vertrekt in een fladdertocht. Al gakkend en gillend vertrekken de ganzen.

Zo zitten we na een paar minuten kijken met beduidend minder vogels voor ons. Al is de populatie geslonken, het vertrek van de ganzen geeft ons meteen een beter zicht op de vogels die er al zaten. Vooral de dodaars en de watersnip vallen nu extra op.

Verderop in de uitkijkpost met de naam Kiekendief is niet zoveel nieuws te bespeuren. Voornamelijk slobeenden en een enkele dodaars. De ganzen zijn hier ook vertrokken. De zon gaat steeds mooier boven het water staan. Al schijnt hij nog best een beetje fel, waardoor een deel van het uitzicht wat minder goed te zien is.

Lees verder: Zilverglans

Meer praatjes – Saartjes hernia (5)

Het gaat erg goed met Saartje en het herstel van haar hernia. Ze loopt steeds beter en krijgt meer en meer praatjes. De hele dag in de bench zitten, vindt ze helemaal niks. Ze moppert dan de hele tijd door te blaffen en nukkig grommetjes uit te delen.

Als ze naar buiten mag is ze helemaal gelukkig. Daarom oefenen we ook met kleine rondjes lopen, gesteund met een mitella rond haar achterlijf. Het mag allemaal niet te wild, maar soms ziet ze kans om toch de kamer in te sprinten. Dan glibbert ze over de gladde vloer. Het mag niet, maar ga dat maar eens tegen.

Het goede nieuws is gisteren bij de dierenarts van dierenkliniek De Haardstede in Huizen bevestigd. Mevrouw Bavelaar, de orthonanuele dierenarts, vindt ook dat Saartje goed betert. De conditie is erg goed en de wil is er ook.

Meteen een check van de rug. Een enkele wervel zat nog niet helemaal goed en ook haar nek zat een beetje scheef. Dat komt vooral door de inspanning in het voorlijf. De reflex in de achterpoten is er nog niet helemaal. Het is afwachten of dit terugkomt of dat dit een restant is dat overblijft van de hernia.

Dat betekent dat we steeds meer mogen gaan doen. Zo gaan we 5 keer per dag 5 minuten met haar wandelen. Dan heeft ze wat anders om handen dan alleen die bench. Mogelijk dat ze zich dan ook wat kalmer in de bench houdt.

Lees verder: Met sprongen vooruit