Categoriearchief: delden

Vergeelde herinnering – Sientje (70)

Overal waar je opnieuw kwam zonder Sien, miste ik haar. De aanslag van de hondenbelasting was voldoende om aan haar te denken. Na een paar weken gingen we weer eens naar de stacaravan in Delden. Het rook er niet alleen ontzettend muf. De hondenmand en de bench stonden duidelijk in het zicht. De kleedjes roken naar Sientje.

Als we bij mijn ouders op bezoek gingen en de klok het hele en halve uur sloeg, schrokken we overeind. Het bleef echter stil. Al hadden we Sientje al een tijdje niet mer meegenomen, we dachten toch eventjes aan haar. Maar het meeste toch bij de caravan. Sientje was onlosmakelijk verbonden met Twente, met de stacaravan op Westerholt. Nu was ze er niet. De caravan leek alles te laten zien wat er niet meer was.

De caravan maakte me onrustig. Er viel in elk hoekje en elk gaatje wel iets te doen. De vloeren kraakten, hij stond schots en scheef en de kranen lekten. Ik miste de rust, het geduld en de handigheid om dit karwei aan te gaan pakken. In plaats daarvan wilde ik lekker zitten en lezen. De reizen van Jules Verne, een fietstrip van Ilja Leonard Pfeiffer. Alles beter dan mijn eigen caravan op te klussen.

Op het veldje veranderde de werkelijkheid ook. Naast onze caravan had de campinghouder een nieuwe caravan geplaatst. Ik vroeg mij af hoe hij op dat smalle strookje een nieuwe caravan kon neerzetten. Aan het begin van het veld vertrok het vriendinnetje van Doris. Haar ouders gingen plotsklaps uit elkaar.

Ik voelde mij hoe langer een vreemde snuiter op ons veldje en wilde niet meer op de camping. Het herinnerde aan teveel dat niet meer was en voelde te weinig meer het vertrouwde plekje van weleer. Ik had ander werk gekregen, hoefde niet meer zoveel te reizen als eerst, maar ik was uitgekeken in Delden. De regen in de laatste week stuurde ons een paar dagen eerder dan gepland naar huis. Wat was ik gelukkig toen ik thuiskwam. Ik voelde mij gelijk een stuk beter.

We gingen er eens goed voor zitten, probeerden een rekensom te maken. Wat moest er allemaal gebeuren en woog dit allemaal nog op tegen wat het opleverde? Er was een grote opknapbeurt nodig en het geld dat daarvoor nodig was, hadden we niet.

En om er zelf aan te beginnen was voor mij even helemaal geen optie. Dat nooit. Had ik in het voorjaar nog de coniferen gesnoeid, in het najaar zat er weer een flinke laag aan. Thuis had ik geen zin in dit soort karweitjes en op de camping moest ik dat ook nog eens doen. Extra, boven al het werk thuis in Almere. Ik baalde ervan.

De energie was op en de motivatie om naar Delden te gaan werd hoe langer hoe kleiner. Misschien moesten we de boel maar eens opgeven en verkopen. De leegte van een leven zonder Sientje kwam op de camping nog meer op ons af dan thuis. We merkten dat ons plezier op dit plekje verdwenen was.

De nota voor het nieuwe jaar viel op de deurmat. Wat gingen we doen? Misschien moesten we hem maar op marktplaats zetten. Bij het plaatsen van de advertentie, viel op dat er ineens vijfentwintig euro moest worden betaald om hem neer te mogen zetten. Dat nooit. Inge speurde verder en zette hem ergens anders. Tegen elk aannemelijk bod, wat de gek ervoor geeft. Ik had er niet veel verwachtingen van. Maar wie weet…

Lees het vervolg: Weer een teckel »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Oververhit – Sientje (62)

‘Zo ben jij er nog?’ zei de buurman tegen Sientje toen we het jaar erop ons teckeltje uit de auto tilden bij de stacaravan. Ja, Sientje was er nog. Tegen alle verwachtingen in.

We sliepen niet meer in de slaapkamer van de caravan. Daarvoor was de bodem in onze slaapkamer echt te slecht. Ik had het bed een jaar eerder al uit de slaapkamer gehaald en in de aanbouw gezet. Het lag daar een stuk steviger en beduidend minder muf. In de caravan zelf moest de vloer worden vervangen. Het licht in de keuken viel om de haverklap uit en ik kon de oorzaak van dit euvel niet vinden. De problemen in de caravan stapelden zich op.

Sientje vond het allemaal wel best. In die eerste zomer na de dood van mijn schoonmoeder, was er nog niet zoveel aan de hand. Sientje redde zich prima. We lieten haar met een gerust hart achter als Doris lekker ging zwemmen.

Hittegolf

Met de hittegolf werd het Sientje allemaal teveel. Ze sjokte rond. Het was warm. De warmte kon niet ontsnappen. In de nacht koelde het nauwelijks af om tegen de ochtend op zijn koelst te zijn, maar zodra de zon begon te schijnen, sloeg de warmte weer naar binnen. Sientje had last van de warmte. Ze vond geen koelte meer.

Ik wilde op een zondagmiddag naar een orgelconcert gaan, maar vond Sientje nergens. Zou ze ontsnapt zijn? Ik keek overal rond, maar zag haar nergens. Ze was toch niet weggelopen. Ik fietste over de camping, maar vond haar niet. We riepen haar we konden. ‘Ga maar naar het concert’, zei Inge. ‘Wij redden ons wel.’ Ik vertrok. Later kreeg ik een SMS’je dat ik me niet ongerust hoefde te maken. Ze was terecht.

Verstopt onder caravan

Teruggekomen hoorde ik het verhaal. Ze had zich onder de caravan verstopt. Inge had steeds een zacht geblaf gehoord als ze Sientje riep. Het kwam van achter de caravan. Ze had eerst aan de zijkant bij de coniferenhaag gekeken, maar daar was de teckel niet te vinden. Tot ze Sientje onder de caravan zag zitten.

Inge probeerde eerst met een stok te zwaaien, maar kon net niet bij haar komen. Daarom haalde ze buurman erbij. Die kon er ook niet bij. Hij kroop voorzover het kon half onder de caravan. De caravan stond wel erg dicht tegen de grond. Zo sterk was de stacaravan verzakt in de loop van de jaren.

Eruit halen

De buurman wilde haar eruit halen, maar ze gromde tegen hem. ‘Ach laat haar maar zitten. Ze zal er vanzelf wel vandaan komen. Als ze erin kan, kan ze er ook uit’, zei Inge. ‘Ze hoeft alleen maar dezelfde route te lopen, maar dan andersom.’ Inge zette een etensbakje neer en gooide er wat brokjes in. Sientje was behendig tussen twee planken gewurmd en had zich onder de caravan verstopt. Precies onder de verrotte slaapkamer.

Na een uurtje was Sientje er onderuit gekomen. Inge hoorde geknabbel uit het etensbakje. Ze zetten gauw de planken weer voor de caravan en Sientje was weer terecht. Wat een drukte over onze hond. De halve camping was uitgerukt. Maar we hadden onze teckel weer terug. We hielden haar nu goed in de gaten, probeerden haar wat verkoeling te geven.

Kop in de wind

Gelukkig vertrokken we een paar dagen later naar huis. De teckel genoot van de autorit. Ze liet de wind heerlijk over haar kop waaien. Van de rit naar huis maakte ik een videofilmpje met de fotocamera. Ze laat het windje heerlijk over zich wapperen. De tong van de warmte uit de bek. Af en toe stopt ze de mond dicht, maar hij valt even later weer open. De ogen een stukje dichtgeknepen. Zo lekker vindt ze het.

Lees het vervolg: Oef »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Zere rug – Sientje (60)

Daar stonden we met een teckel van wie de rug dubbel gevouwen was. 10 uur ’s avonds, de avond voor Pinksteren. Inge ging naar de buurvrouw om te overleggen. Ze kwam even later binnen. Ze had een EHBO-diploma. Misschien kon ze met haar mensenkennis ook Sientje helpen. Bovendien was ze zelf ook een dierenliefhebber met 2 honden. Ze wist hier mogelijk wel raad mee.

‘Die is echt door de rug gegaan. Of in elk geval heeft ze een flinke smak gemaakt’, concludeerde ook zij snel. ‘We moeten naar een dierenarts’, zei Inge. Het was een uitermate ongunstig moment. Precies op de avond voor Pinksteren zaten wij met een gewonde hond. Ik hoorde het geld al uit mijn portemonnee vallen. De munten rinkelden op de tegels rond de caravan. Het papiergeld waaide weg en wapperde in de richting van de bomen achter onze caravan. Dat zou heel veel geld gaan kosten. En over de afloop zouden we in het ongewisse blijven.

Dienstdoende dierenarts

Inge belde naar onze oude dierenarts in Almelo. Het antwoordapparaat verwees naar de dienstdoende dierenarts in Wierden. Dat was een flinke trip vanuit Delden. Ik zou in de caravan bij Doris blijven. Zij lag heerlijk te slapen terwijl ons hondje gewond was. De buurvrouw zou met Inge naar de dierenarts gaan. Ze wikkelde Sientje in een lekker deken zodat de rug lekker warm zou blijven. Sientje keek nog altijd even uitdrukkingsloos. Ze kon geen poot verzetten leek het. Al had ik haar op de bank op de poten gezet en een stukje laten lopen. Ze zette een paar stapjes en ging gelijk weer liggen.

De buurvrouw had haar op schoot genomen. Ik nam nog even goed afscheid van Sientje. ‘Als ze lijdt, geef dan maar een spuitje’, zei ik erbij tegen Inge. Ik voelde de tranen opwellen. Ons hondje. Het was voorbij. Ik kon niet bij haar sterven zijn. Ze vertrokken. De partytent aan het eind van het veld ging open om de auto door te laten. Dwars door de groep mensen reden Inge, de buurvrouw en Sientje weg.

Stramme houding

De klok kroop steeds verder omhoog. De rit was lang, begreep ik wel. Ik kon mij nergens op concentreren. Wat voelde dit walgelijk zeg. Onze hond was door de rug gegaan. De stramme houding van de laatste winter lag waarschijnlijk ook in deze rugklachten. Nu was ze helemaal door haar rug gegaan. Op Inge rustte nu de zware taak om de beslissing te nemen over het leven van ons hondje. Nu reden ze daar ver weg. Ons hondje was misschien al dood. Misschien waren ze alweer op de terugweg. Hoe zou Doris morgen reageren als ze bij het ontbijt hoorde dat ons hondje er niet meer was.

Ze heeft een mooi leven gehad bij ons, dacht ik. De momenten in de afgelopen 7 jaar dat ze bij ons was, liet ik in gedachten voorbijgaan. Ik liep onrustig heen en weer door de caravan. Ik probeerde wat te lezen uit een boekje, het lukt niet. Ik pakte een schriftje om wat dingen op te schrijven. Het lukte niet. Ik kon alleen maar huilen van verdriet om mijn hondje.

Vertrouwen

Hoe konden we zo stom zijn om haar te roepen. Ze wilde zelf niet. Maar ik wilde haar stoer laten doen. Misschien had ze het niet kunnen zien, waardoor ze verkeerd terechtkwam. In alle vertrouwen was ze gesprongen. Vertrouwend op mijn stem. Baasje zegt dat het kan, dus het zal wel goedkomen. Ik zie niks, maar ik kom wel goed terecht. Alles komt op zijn pootjes terecht.

Ze kwam verkeerd terecht. Ik hoorde haar rug weer kraken. Daar ging hij, de kostbare, lange teckelrug. Ik zag het moment eindeloos voor mijn oog afspelen. In het halfduister, overmoedig door het gesprek met de buurman. Daar ging ze, met al haar onzekerheid maar in het vertrouwen van de goede afloop. Een goede afloop die een slechte afloop werd. Ze zou het met de dood moeten bekopen.

Hoe verlossend was het SMS’je iets naar twaalven. Ze waren anderhalf uur weg. Sientje leefde nog en ze gingen nu weg uit Wierden, terug naar de caravan met ons lieve teckeltje.

Lees het vervolg: Hernia of ‘herni-nee’ »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Verkeerd terechtkomen – Sientje (59)

Hoe lang zou Sientje nog bij ons blijven? Het werd meer en meer de vraag. Ze werd ouder en strammer. In de wintermaanden bij een flinke koude liep ze met stramme benen rond. Vooral de rug bood veel verzet. Het trappetje voor het huis kwam ze niet meer op.

Een fiere sprong vanuit de voorzijde van de caravan naar beneden wilde ze liever ook niet meer maken. De kit tussen de uitklapbare deuren had ik weggeplukt, waardoor bij mooi weer de deuren aan de voorzijde van de caravan openden. Het kostte wel wat moeite, je moest de deurpost iets omhoog duwen omdat het hout sterk op de deuren rustte.

Vochtproblemen

De slechte afwatering zorgde voor vochtproblemen in de caravan. Ik durfde het plafond er niet uit te halen. Omdat – zoals een kennis het noemde – ‘overal wel een probleem zat.’ Als je iets losmaakte, toonde zich ergens anders een nieuw probleem. Als je het dicht liet zitten, dan zou het buiten beeld blijven. De kennis had een klein jaartje later een heel weekend meegeholpen. Hij wist de elektriciteit weer op te kalefateren. We hadden weer stroom in de aanbouw (voortent).

Sientje vond het vooral buiten de caravan erg lekker. Ze struinde dan rond, likte aan het oude barbecuerooster en snuffelde elk stukje van ons terrein af. Als ze de kans kreeg – vooral buiten het seizoen mocht dat – dan mocht ze op het grote grasveld voor de caravan hollen. Ze rende op haar oude leeftijd een aardig vaartje en verbaasde menigeen met haar fitte conditie. Al verried de conditie zich na een paar rondjes hollen, dan plofte ze hijgend naast je neer.

Opgehouden plas

Tegen de vorst maakten we een overjasje dat ze droeg als we met haar een rondje liepen. Soms vergaten we het of duurde het bevestigen te lang. De blaas van Sientje was zwak waardoor ze de opgehouden plas moeilijk kon blijven ophouden als het moment van uitlaten in de buurt kwam. Het gefriemel met het jasje zorgde vaak voor iets teveel wachttijd. Daarom liet ik haar bij vorst ook zonder bescherming uit. Dan ging de plas voor. Bij langere ritten probeerde ik de rugbedekking wel te plaatsen.

Thuis liepen we niet meer voor om omdat het trapje voor het huis problemen gaf. Kon ze zonder enige moeite op de bank springen, het trapje voor het huis gaf problemen. Wat de reden hiervan was, wist ik niet. Misschien de koude, misschien het inschatten van de afstanden. Het kon natuurlijk ook iets zijn dat niks met haar rug te maken had. Ze had er dan een tijdje last van, maar later verdween het plotseling en sprong ze omhoog en omlaag of er niks aan de hand was.

Zaterdagavond voor Pinksteren

Met Pinksteren, we hadden de caravan nog geen jaar, gingen we lekker naar Delden. De zaterdagavond voor Pinksteren was een buurman druk een partytent aan het opbouwen op het grote grasveld. We zouden dadelijk een glaasje mee komen drinken in de tent. We waren in gesprek met een andere buurman. Sientje stond in de opening bij de openslaande deuren. Onder de hoge opstap stond een aluminium trapje. Dat trapje zou later bij de inbraak in onze caravan worden meegenomen.

Ze stond er te aarzelen. De zon was net ondergegaan. Het werd donker en ook wat kouder. Terwijl Sientje daar stond te aarzelen riep ik haar. Ze bleef aarzelen. We riepen haar samen. Ze nam een aanloop en sprong in het donker. Ze landde en ik hoorde: ‘krak. Daar gaat haar rug, dacht ik. Zeker ook omdat ze helemaal roerloos bleef zitten. ‘Ja, dat is haar rug’, zei Inge. Ik tilde haar voorzichtig op. Ze bleef helemaal roerloos en staarde uitdrukkingsloos voor zich uit. Die moest verschrikkelijke pijn hebben, ging door mij heen.

Wat nu? Het moment dat ze een keer door de rug ging, konden we verwachten. Maar nu het echt zover was, schrok ik. Die moet straks een spuitje. Ik vreesde het ergste.

Lees het vervolg: Zere rug »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Knalgele stacaravan – Sientje (58)

Bij het kamperen op Westerholt, liepen we ’s avonds met Sientje over de camping. Bij al die stacaravans sloeg de fantasie snel op hol. Doris lag al te slapen en wij liepen een rondje met het hondje. We deden meteen uitgebreid studie van het arsenaal dat er zoal stond aan stacaravans.

Indrukwekkend geel

Een ongekende hoeveelheid en verscheidenheid aan stacaravans stond er. In alle soorten en maten, maar ook in alle vormen van kwaliteit en onderhoud. Aan het eind van een veld, helemaal aan de andere kant dan waar onze tent stond, stond een indrukwekkend gele caravan.

De knalgele caravan stak in vol ornaat uit boven het maaiveld. Zo in de avondzon zag hij er nog imposanter uit. Groot en oppermachtig stond hij daar. ‘Als we zoiets zouden kunnen hebben’, fluisterde ik. ‘Dan zijn wij de gelukkigste mensen op aarde.’

Een paar weken later zagen we uitgerekend deze caravan op marktplaats staan. Geen prijs erbij. Maar we belden voor meer informatie. Inge vroeg wat hij ervoor wilde hebben. Het was een jonge knul uit de omgeving van Staphorst. Hij woonde bij zijn schoonouders, die streng-christelijk waren. Hij deed heel stoer en zei erbij dat hij echt geen verstand had van verkopen.

We spraken een week later af en vroegen wat hij ervoor wilde hebben. Hij antwoordde vaag. ‘Ik kan niet verkopen, heb er geen verstand van, maar ik denk dat ik wel 2.500 euro ervoor wil hebben.’ We zouden eerst komen kijken voordat we akkoord gingen.

Likje verf en kozijnen stoppen

‘Dat is geen geld’, zei Inge nadat ze had opgehangen. De jongen had verteld dat er wel wat moest gebeuren. De ramen moeten een likje verf hebben en sommige kozijnen moeten gestopt worden omdat ze een beetje verrot zijn. Het viel allemaal best mee. Als ik een beetje handig was, zou het allemaal wel lukken. We beseften dat het niet de hoofdprijs was en we spraken af vooral niet verliefd te worden.

We kwamen binnen in de oase van rommel. Het terrein rond de caravan was ontzettend groot en stond boordevol met bijgebouwen. Achter de caravan was een ruimte aangebouwd met een groot stapelbed. Het onderste bed was een tweepersoonsbed. Achterin stond een klein houten schuurtje in de vorm van een blokhut. Ook dat was helemaal geschikt gemaakt voor beslaping. De jongen vertelde dat hij de caravan had overgenomen van zijn ouders. Hij kwam uit een gezin van 9 kinderen.

Caravan volgestouwd met bedden

In de blokhut stonden ook nog eens twee stapelbedden. Alle andere kamers in de caravan werden gevuld met bedden. Het hoogtepunt stond wel achterin de caravan (waarachter de aanbouw stond). Daar stond een groot tweepersoonsbed en een flinke wastafel onder het raam. Wat een ruimte. We waren helemaal onder de indruk.

Dat hij wat trilde, eigenlijk heel scheef stond en het hout van de kozijnen wel wat verrotter was dan ‘een enkel plekje’, zagen we niet. Voor de vorm dongen we nog een deel van de prijs af, maar voor 2.000 euro was hij van ons. Of we al het eerste deel wilden betalen. Dat hielden we af. ‘We betalen bij de overdracht.’ Het leek hem niet te lukken. Ook omdat Barend met vakantie was, maar uiteindelijk werden we de trotse eigenaars van een stacaravan. De herfstvakantie brak aan. We konden nu eens flink uitpakken.

Kluswoede

Dezelfde kluswoede als bij ons huis kreeg weer vat op ons. Het huis was nauwelijks klaar. In de winter ervoor had ik mijn bibliotheek ingericht en mijn studeerkamer gemaakt op zolder. De trap naar zolder moest nog helemaal worden aangepakt. Grote repen losgetrokken behang hingen over het trapgat.

Maar we waren verliefd. Of zoals de jongen zei: ‘Ik zie je al helemaal aan de slag gaan om die caravan aan te pakken.’ Zijn woorden riepen afschuw bij mij op. Ik dacht terug aan de makelaar die ons huis verkocht. ‘Mevrouw’, zei hij. ‘Ik verkoop geen huis, ik verkoop emotie.’ Het was een bouwval waarvan je echt moest huilen. De bouwval was half klaar en ik stond al tot mijn oksels in het volgende project: een grote bouwval ver van huis.

Alles verrot

We zouden het allemaal wel voor elkaar krijgen. We schakelen vrienden in, misschien wil de man van een kennis wel helpen. Het waren allemaal dingen die ons overreden vooral die caravan te kopen. Ons laatste zakcentje verdween zo in een project dat een grotere bodemloze put was, dan ons huis. Ik dacht niet na en trapte erin. We hadden een caravan. En wat voor één.

Na één nachtje slapen, zagen we dat er wel iets meer aan de hand was. Het licht in de voortent (of hoe noem je zo’n compleet afgetimmerde ruimte) deed het niet. Net als dat een deel van de caravan geen stroom had. Bijna alle kozijnen waren verrot. Net als dat de vloer in een hoekje van de caravan wel heel erg golfde als je erop stond.

Het bleek een diep verrot vloerdeel te zijn dat helemaal verpulverde als je er met een hamer op tikte. Of het slaapvertrek achter, waarvan de deurdrempel compleet opgegeten was door wormpjes. De deur kreeg je niet meer dicht. De complete gevel van het schuurtje bewoog als je de deur opentrok. Het zweefde een eindje boven de grond en hing meer aan het dak dan dat het ergens anders aan verankerd zat.

Alles, maar dan ook alles, was verrot. Terwijl Inge druk aan het gordijnen naaien was van oude spijkerstof, probeerde ik zoveel mogelijk de ergste achterstand weg te werken. Zonder stroom, met eindeloze lengten verlengsnoeren, begon een operatie. Een enorm project om het ergste aan te pakken. Ik wist niet waar ik moest beginnen.

Ik moest weer naar mijn werk. Terwijl Inge er een groot deel van de week zat, ging ik alleen terug naar Almere. Haar moeder zou haar komen helpen, maar ze weigerde naar huis te gaan. ‘Ik laat je niet achter op deze compleet uitgestorven camping. Straks gebeurt er iets’, zei ze. Ze bleef liggen op de bank, sliep slecht en wilde de volgende dag naar huis. Inge en Doris gingen mee. ‘Eindelijk in mijn eigen bed’, zei mijn schoonmoeder terwijl Inge probeerde te gaan slapen op het logeerbed.

Lees het vervolg: Verkeerd terechtkomen »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Weer kamperen – Sientje (57)

Na de vakanties op Terschelling en in Duitsland, leek het mij wel leuk om eens wat dichter bij huis een vakantiestekje te vinden. Ook omdat ik stiekem droomde van een stacaravan. Een plekje om tot rust te komen, waar je heerlijk een eigen plekje had om op terug te vallen.

Walgelijke en dure huisjes

Niet meer die walgelijke huisjes op het matras waarop eindeloos veel mensen hadden liggen meuren. Onder lakens waarvan je denkt dat ze schoon zijn en op vloeren waar het schaamhaar van de vorige gasten nog ligt. Bovendien liggen de prijzen voor deze huisjes buitenproportioneel hoog. De prijs voor 2 weken het huisje Maam op Terschelling waren mij vies tegengevallen. Voor die prijs kon je bijna een heel jaar met een stacaravan op een camping staan.

Ik wilde een eigen plekje. Misschien wel op camping Westerholt, tussen Almelo en Delden. We speurden op internet, zagen caravans en vonden het wel wat. ‘Laten we eerst eens een kijkje nemen op Westerholt met de tent’, zei Inge. ‘Dan kun je eerst zien wat voor een camping het is en of het je wat lijkt.’

Katoenen tent van zolder

We haalden de katoenen tent weer eens tevoorschijn van zolder. Bijna 4 jaar hadden we er geen gebruik van gemaakt. In 2004, in de vakantie voor onze bruiloft, waren we ermee naar de Veluwe en Betuwe geweest. We hadden geen puf meer om andere campings op te zoeken. In Buren genoten van de pruimen en het oranjemuseum. En ondertussen reden we ook naar mijn ouders om hun 30-jarig huwelijksfeest te vieren.

In de tussenliggende 4 jaar waren we getrouwd, hadden een kind gekregen en waren verhuisd van Almelo naar Almere. Inges moeder had het er moeilijk mee gehad. Ze vond het heel erg dat haar dochter zo’n eind van haar vandaan ging wonen. Haar droom van een kleindochter die op het fietsje naar haar oma zou fietsen, viel in duigen. Ze liet het goed weten dat ze het verschrikkelijk vond dat wij uit Almelo gingen. Tegelijkertijd was ze zich er ook van bewust dat een baan ons naar de Randstad dreef. In Twente was het voor mij moeilijk werk te vinden.

In een tent op Camping Westerholt

Zo kwamen we in de zomer van 2008 op de camping van Westerholt terecht. Ik werkte bij een andere werkgever in Almere zelf. De tocht naar Twente was heerlijk en het viel ook best mee om naast de hond ook een kind mee te nemen. Alles kregen we in de auto gepropt. Het idee dat we in de buurt van Inges moeder waren en ook bij haar vriend in Goor zouden langsgaan. Hij woonde net 3 maanden in een tehuis. Zijn geheugen liet hem in de steek, maar hij zou ons nog wel herkennen.

Camping Westerholt in Delden was niet zo gewend aan tenten. Helemaal op het achterste veld mochten we van de eigenaar wel onze tent opzetten. ‘Als er auto’s geparkeerd staan, stuur je ze maar weg’, zei hij. We vonden een plekje. De bandensporen van de geparkeerde auto’s stonden er nog. We probeerden de tent zo gunstig mogelijk op te zetten. De loerende ogen naar het opzetten van de tent, leidden mij erg af. Ze waren het niet gewend op deze camping dat iemand zijn tent opzette. Iets later die dag, zette iemand uit de buurt zijn caravan naast onze tent op. Hij wilde zijn nieuwe caravan even proberen, voordat hij ermee naar Polen ging.

Met allemaal Twentenaren

Zo zaten we daar op een veldje met allemaal Twentenaren om ons heen. Vanuit hun stacaravans bekeken ze ons uitvoerig. Ze kwamen bij elkaar op de koffie, maakten een kampvuurtje in het midden van het veldje en ze reden af en aan met hun auto’s. Wij gebruikten geen stroom, maar moesten er wel voor betalen. Zo werkte het nou eenmaal op deze camping. Voor een bezoek aan het toilet konden we de halve camping aflopen. Het sanitair stond een veldje of 3 verderop. Net als het zwembad, dat erachter lag.

En Doris was juist helemaal verslaafd aan het zwembad. Heerlijk plonsen in het water. Sientje aanschouwde het allemaal op haar gemak. We namen haar mee als we bij mijn schoonmoeder gingen eten en lieten haar achter bij een bezoek aan een museum in de buurt. Ook lieten we haar achter als we gingen zwemmen. Ze trok dan aan de lijn zover ze kon en ging dan machteloos aan het eind van het uitgerekte touw liggen.

Lekker stoeien in de tent.

Geen camping voor een tent

Nee, het was geen camping om met je tentje te kamperen. De gasten keken ons met vreemde ogen aan. We informeerden her en der naar de mogelijkheden van een stacaravan. Er stond er eentje te koop op de hoek van ons veldje. Het leek mij wel wat, al zag het er best donker uit. Ik vond de prijs te hoog die ik hoorde. Het was ook onduidelijk wat de mogelijkheden waren. Ik droomde van een grote caravan met veel binnenruimte en schuurtjes. Ook wilden we heel graag een douche in de caravan. Zodat we er ook in de herfst en winter in konden.

Zo reden we na een week of 2 kamperen onverrichter zake terug. Ik was wel enthousiast geworden voor een stacaravan. Dan konden we Sientje ook beter achterlaten in en om de caravan. Al mocht het officieel niet, we dachten wel dat Sientje zich keurig zou gaan gedragen in de caravan. Voor de tent was het minder handig haar achter te laten.

Dreigende buien

Bij een bezoek aan Henk, de vriend van Inges moeder, lieten we Sientje in de tent. Ik zat de hele tijd erover in. Er kwamen dreigende wolken te hangen boven de plek waar de camping zat. De stortbui viel precies op het moment dat wij de camping opliepen. We wisten het nog droog te houden,

Inge vond het heerlijk om dicht in de buurt van haar moeder te zitten. Zo waren we wat dichterbij en hoefde haar moeder niet steeds bij ons te komen logeren. Bij haar moeder logeren, beviel wat minder goed. Doris was bij een logeerpartij heel ziek geworden. Wat het was, wisten we niet. Maar het was ook onhandig bij Inges moeder met Sientje. Ook sliepen we slecht op het bed van haar moeder. Het kraakte bij elke beweging.

Stacaravan?

Nee, dan konden we veel beter op een camping zitten. We zouden de aangeboden caravans op marktplaats in de gaten houden. De caravan waar we een oogje voor hadden, was vlak voordat wij vertrokken al verkocht. We hadden hem niet eens goed kunnen bekijken.

Lees het vervolg: Knalgele stacaravan »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief