Categoriearchief: dante

Smelten: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 30c

De vergelijking met de ijskoude en bevroren sneeuw op de Apenijnen, die door een veranderende windrichting weer smelt, is prachtig. Het koude hart van Dante smelt onder de woorden die de engelen zingen.

Maar het gaat verder. De engelen bij hem zijn door medelijden getroffen. Het ijskoude hart ontdooit in zuchten en tranen. Dante staat daar te huilen en realiseert hoe nietig en zondig hij eigenlijk is. Hij mag hier helemaal niet staan!

Beatrice is harder. Ze wijst de engelen op de zondige levensstijl van de verteller. Hij staat hier wel te grienen, maar het is geen onschuldige jongen hoor. Zeker. Die Dante heb ik bij leven nog wel een beetje in bedwang weten te houden, maar na mijn dood is hij flink losgegaan.

Ondanks alle verwoede pogingen van Beatrice om zich in dromen en visioenen te openbaren. Dante blijft op het slechte pad. Er rest nog slechts een laatste redmiddel: hem naar hier te brengen.

Ik ben zelf naar het dodenrijk gegaan
Om daar, betraand, Vergilius te smeken
Hem hier te brengen: dat heeft hij gedaan.

Wij zouden Gods verheven voorschrift breken
Als hij het Lethewater drinken zou,
Terwijl hij de rivier zou oversteken,

Zonder beweend te hebben van berouw. (vs 139 – 145; vert. Cialona en Verstegen)

Hier openbaart de aanstichter van de reis. Het is Beatrice die Vergilius naar Dante heeft gestuurd. Terwijl Dante daar in het donkere woud liep, heeft de Romeinse dichter Vergilius hem gehaald en hier gebracht. Het was het laatste redmiddel.

Daarom helpt een beetje grienen niet, stelt Beatrice streng. Ze vindt dat hij oprecht berouw moet tonen. Anders overtreden we de regels. Het Lethewater mag je pas drinken als je berouw hebt van je zonden.

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Rob Brouwer uit 2001. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Beatrice: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 30b

De verdwijning van Vergilius en verschijning van Beatrice. Laat de lezer zien dat de verteller Dante nu helemaal op zichzelf is aangewezen. Hij kan niet meer terugvallen op het weten, de wijsheid waar Vergilius symbool voor staat. Hij moet zich overleveren aan de goddelijke wijsheid waar Beatrice voor staat.

De beeldentaal waarmee de verteller zich bedient, is een opeenstapeling van allemaal schoonheid. De mooiste bloemen komen voorbij en er klinkt een liefelijk engelengezang op.

Dante nadert het einde van de Louteringsberg. De beelden die hier aan de orde komen, zijn ook vaak de reden van critici om te vinden dat het einde van Dantes meesterwerk wel erg zoetsappig is. Je ruikt teveel bloemetjes en hoort teveel geliefkoosd engelengezang. Wat betreft literatuur en het steeds zoeken naar nieuwe, treffende vergelijkingen, zit in dit deel van de Louteringsberg vooral de uitdaging, maar ook de voorbereiding wat straks in het Paradijs zal langskomen.

Dan openbaart Beatrice zich te midden van de bloemenzee en muzikale pracht.

‘Ja, ik ben Beatrice. Kijk naar mij!
Hoe durf je deze lusthof te betreden?
Wie hier blijft is toch van zonden vrij?

Snel richtte ik mijn ogen naar beneden
Eerst naar het water, daarna naar de grond,
Daar ze mijn spiegelbeeld uit schaamte meden.

Ik was een knaap die voor zijn moeder stond,
Van wie hij een berisping had gekregen,
En die haar strenge liefde bitter vond. (vs 73 – 81; vert. Cialona en Verstegen)

De verteller heeft haar al heel lang niet meer gezien. Ze is 10 jaar voor het jaar waarin Dante zijn reis maakt door het hiernamaals, overleden. Ze symboliseert hier overduidelijk meer dan de liefde. Ze symboliseert hier zuiverheid en Gods aanwezigheid.

Beatrice openbaart zich aan Dante met de uitroep: wat doe je hier? De verteller kan niet veel meer dan zijn ogen neerslaan in de rivier de Lethe. Dante schaamt zich, terwijl het engelenkoor inzet met psalm 31. Een lied over het godsvertrouwen. Ze komen tot het 9e vers, met de woorden ‘mijn voeten’. Dat symboliseert de nederigheid waaraan Dante zich zal moeten onderwerpen.

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Ike Cialona en Peter Verstegen uit 2000. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Bloemenzee: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 30a

De reis van Dante over de Louteringsberg krijgt in dit vers een bijzondere wending. Hij is in het aardse paradijs beland en wordt tegemoet gelopen door een grote stoet. De processie met een wagen, getrokken door een griffioen stopt tegenover hem aan de andere kant van het water.

De dienaren die de wagen vergezelden, beginnen nu te zingen, waarna een groot gezang losbreekt. Het is een overweldigende ervaring, maar vormt nog maar het begin van wat dadelijk komen gaat.

De vergelijking die Dante hier maakt is werkelijk prachtig. De kleurenpracht die hij hier nu ziet, doet hem denken aan een zonsopkomst zoals hij die kent aan de oostelijke stranden. Nu doemt in een wolk van bloemen een openbaring op voor Dante.

Vaak zag ik boven oostelijke stranden
De roze gloed waarmee die dag begon,
Die met zijn licht de duisternis verbande,

En het gelaat der pas herboren zon,
Nog in haar nevelen verhuld gebleven,
Zodat mijn oog haar licht verdragen kon.

Zo zag ik, door de bloemenzee omgeven
Die, door de engelen in overdaad
Omhooggeworpen, weer omlaag kwam zweven,

Een vrouw met een wit floers voor haar gelaat,
Een krans olijvenlover rond haar haren,
Een groene mantel en een rood gewaad. (vs 22 – 33; vert. Cialona en Verstegen)

Hij voelt hier de kracht van een oude liefde. Het is de liefde voor Beatrice die deze aanblik bij de ik-verteller oproept. Hier komt het verhaal naar voren van de eerste ontmoeting van Dante met Beatrice. Hij zag haar voor het eerst op 9-jarige leeftijd in de kerk.

Helemaal onder de indruk van wat hij hier ziet, wendt hij zich tot zijn medereiziger Vergilius. De Latijnse dichter die hem al sinds het begin van de Goddelijk komedie op zijn reis door het hiernamaals begeleid. Dan ziet Dante tot zijn grote schrik dat Vergilius er tussenuit gepiept is.

Het zien van al dit moois, kan niet voorkomen dat Dante moet huilen om het vertrek van zijn reisgenoot. Hij vindt het jammer dat hij Vergilius geen gedag heeft kunnen zeggen en hij voelt de tranen over zijn wangen stromen. De wangen die Vergilius aan het begin van de Louteringsberg had gewassen met dauw.

Dan klinkt een stem op. Hij hoeft niet te huilen. Dante draait zich om en ziet nog niet heel scherp wie de vrouw is die aan de overkant staat. Heeft hij het zojuist goed gezien en is de stem die hij hoort inderdaad haar stem?

Gedichten rond Canto 30

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Ike Cialona en Peter Verstegen uit 2000. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Griffioen: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 29b

De vrouw Matelda maakt Dante attent op dat er zoveel meer te zien is dan de 7 brandende kandelaren waar hij naar staat te turen aan de waterkant.

De vrouw berispte mij: “Waarom brandt gij zoo hevig
In uw geboeidheid door de levende lichten,
En ziet ge niet naar dat, wat achter ze aankomt?” (vs 61 – 63; vert. Bremer)

Hij kijkt nog eens goed en ziet een groep mensen achter de toorsen aanlopen. Als hij naar zijn eigen spiegeling in deze rivier, de Lethe, van de vergetelheid gekeken heeft, stopt Dante. Aandachtig bekijkt hij de processie.

Het tafereel dat de verteller hier beschrijft, is geìnspireerd op de profeet Ezechièl en de beelden die hij in zijn profetie beschrijft. De verteller verwijst daarbij ook op een andere bron: de Openbaringen van Johannes. Hij bedient zich in elk geval van dezelfde beeldtaal als in deze moeilijk te doorgronden bijbelboeken.

De triomfwagen die Dante voorbij ziet komen, wordt getrokken door een griffioen. Een leeuw met de kop en vleugels van een adelaar. Het mythisch wezen verbeeldt Jezus. De goddelijke en menselijke natuur zijn in hem verenigd.

De stoet gaat verder en Dante ziet naast de wagen die mooier is dan een zonnewagen, prachtige vrouwen meelopen. Het zijn er samen 7, in de mooiste kleuren rood, smaragd, zuiver wit en purper.

De wagen komt ter hoogte van waar Dante aan de andere kant van het water staat.

En toen de wagen tegenover mij was,
Werd een donderslag gehoord; en dien waardigen lieden
Scheen het verdergaan verboden te zijn,

Daar ze hier stil stonden, met de eerste vaandels. (vs 151 – 154; vert. Bremer)

Een donderslag en de stoet staat stil. Ze verroert zich niet meer. Hier gaat iets gebeuren.

Gedichten rond Canto 29

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Frederica Bremer uit 1943. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Vlammende kandelaren: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 29a

Met Matelda aan de andere kant van de oever loopt de verteller Dante mee met de loop van de rivier. Ze zingt hem toe met woorden uit psalm 32, een verwijzing naar de rivier de Lethe waar Dante nu langs de oever loopt.

Hij moet kleine stappen zetten om haar bij te kunnen houden en dan zegt Matelda dat hij moet opletten. Er begint een soort hemelse voorstelling voor Dante dat opent met een fel licht. Het lijkt op de bliksem, maar het verdwijnt niet, schrijft de verteller.

De verwijzing die Dante hier doet naar Eva, klinkt als een verwijt. Als Eva niet naar de kennis van de boom had verlangd en van de vrucht had gegeten, dan zou ik dit tafereel langer hebben kunnen zien. Nu moet hij weer verder.

Het zoete geluid dat Dante hoorde bij het aantreden van het licht, blijken gezangen te zijn. Hij hoort het geluid steeds duidelijker. Ze lopen verder en dan doemen er 7 bomen van goud op in de verte. Als de verteller nog eens kijkt ziet hij dat het geen bomen zijn, maar kandelaren die hem naderen:

Maar, toen ik zoo dicht bij ze was gekomen,
Dat de overeenkomst in vorm, die het zintuig bedriegt,
Niets meer door afstand van zijn waren vorm verloor,

Onderscheidde de kracht, die onze rede voedsel aanbrengt,
Ze als kandelaren, gelijk ze waren,
En, in de stemmen van het zingen: “Hosannah.”

Van boven vlamde dit prachtig gerei
Veel helderder dan de maan bij helderen hemel
Te middernacht in het midden van haar maand. (vs 46 – 54; vert. Bremer)

De stemmen zingen Hosanna en Dante kijkt gebiologeerd naar het tafereel. Als hij omkijkt, ziet hij dat zijn begeleider Vergilius net zo verwonderd kijkt naar het licht en de vlammen die uit de kandelaren komen. Langzaam komen de vlammende lichttoorsen in hun richting.

Gedichten rond Canto 29

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Rob Brouwer uit 2001. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Goed en slecht geheugen: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 28b

Terwijl Dante daar aan het beekje midden in het bos staat, komt de vrouw aan de overkant wel steeds dichter in zijn buurt. Hij raakt bevangen van haar schoonheid en geniet van de zoete klank van het lied dat zij zingt. Dan slaat zij haar ogen op naar hem.

Haar liefde raakt de verteller. Hij staat op niet meer dan 3 passen van haar af, maar de beek verleent hem geen doorgang. Hij kan niet tot deze mooie vrouw komen.

Ze spreekt hem meteen aan. Ook zij herkent hem als vreemdeling. Jij bent nieuw hier. Ze geeft hem de tip om met hulp van psalm 92 de doorgang te krijgen. Deze psalm kan je licht geven. Zij staat hier om Dante antwoord te geven op al zijn vragen.

Zoals het vaker gebeurt in Dantes Goddelijke komedie krijgen de verteller en de lezer de uitleg over wat zij nu eigenlijk zien. De verbazing over alle schoonheid, het groen, het water en de wind, maakt nu plaats voor de verdieping in wat hij nu eigenlijk ziet.

Dat is opnieuw overweldigend. Ze vertelt hem dat hij hier in het aardse paradijs waar de mens ooit is uit verjaagd, is terechtgekomen. De moeilijkheid is echter dat Statius iets eerder verteld heeft dat hier geen atmosfeer is. Hoe is het dan mogelijk dat hier water stroomt?

De bron die hier stroomt, krijgt evenveel water als ze afgeeft, vertelt de vrouw aan Dante. Alleen heeft deze beek nog andere vermogens, verklapt deze edele vrouw:

“Aan deze zijde daalt het met de kracht die het geheugen
wegneemt van de zonde, en aan de andere zijde, geeft het
het geheugen weer van al het goed dat men gedaan heeft.”
“Het heet aan deze zijde Lethe, en aan de andere
Eunoè: maar het heeft slechts kracht,
indien het aan beide zijden wordt gedronken.”
“De smaak ervan gaat elke smaak te boven. –
Mocht uw dorst nu al genoeg gelaafd zijn,
zonder dat ik u iets meer ontdekke,” (vs 127 – 135, vert. Haghebaert)

Een ideale situatie schetst deze jonkvrouw hier aan de rand van de beek. Als je je dorst lest aan beide zijden van deze waterstroom, dan zullen alle slechte daden vergeten zijn en goede dingen juist weer worden herinnerd.

Ze verklapt aan het einde dat dit lustoord ook wel door de klassieke dichters bezongen is. Het is op deze plek ook geweldig, vertelt de knappe vrouw. Hier is het altijd lente en groeien de vruchten voortdurend door. Geen ellende, alleen maar schoonheid.

Dante draait zich om en ziet zijn 2 metgezellen meegenieten.

Gedichten rond Canto 23

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Rob Brouwer uit 2001. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Aards paradijs: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 28a

Vergilius heeft Dante bij het aards paradijs gebracht. Het gras is groen, de vogels fluiten en de bomen reiken hoog. Dante staat aan de rand van een heus woud. Het donkere woud waar Dante aan het begin van de Goddelijke komedie in verdwaalde, is vervangen door dit paradijs.

Het is er heerlijk. Een zoel windje waait er, de bladeren trillen onder het zachte briesje. De vogels zingen hem toe vanuit de hoge bomen. En de ochtendzon schijnt hoopvol langs de bomen naar binnen. Geen enkele manier doet dit denken aan het donkere bos waarmee Dante zijn meesterwerk ooit is begonnen.

Hij verdwaalt hier ook niet. Al weet hij niet meer welke weg hij is gegaan, hij bereikt spoedig een waterstroompje. Het is een waanzinnig helder beekje dat daar stroomt, merkt de verteller op. Zelfs de meest heldere beek op aarde is troebel vergeleken met dit water. Dat de beek stroomt door een dichtbegroeid bos en het licht er eigenlijk moeilijk bij kan, lijkt in dit geval geen invloed op de helderheid te hebben.

Terwijl zijn ogen over het water dwalen, ziet de verteller daar opeens een verschijning staan aan de overkant van het water. Alle gedachten die Dante heeft vervliegen bij het zien van deze vrouw:

Een vrouw, die eenzaam ging zingend en al
bloem uit bloemen lezend,
waarmee haar gehele weg gekleurd stond.
“O schone vrouw, die u verwarmt aan het
gestraal der liefde, indien ik het gelaat geloven
moet, dat doorgaans uitspreekt wat er in het hart is,”
“Moge het u believen,” zei ik haar,
“wat nader nog bij deze beek te komen,
dat ik kan verstaan wat gij aan het zingen zijt.” (vs 40 – 48, vert. Haghebaert)

De verteller legt de link met de schoonheid van de vrouw en haar innerlijk. Hier in dit deel op de Louteringsberg geldt zeker dat de schoonheid van binnen (het hart) ook van buiten te zien is. Ze is zelf al zingend druk bezig met het plukken van bloemetjes aan de waterkant. Een en al vredig tafereel.

Ze lijkt Dante niet op te merken, terwijl ze zingt en bloemetjes plukt. Volgens de verteller draait ze wel zijn kant op. Hoopvol zoekt hij contact met haar. Zij kijkt alleen verlegen naar de grond zonder oogcontact te leggen.

Gedichten rond Canto 283

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Haghebaert uit 1947 bewerkt door Rob Antonissen. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Vernuft en kunst: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 27b

De reis vanaf de 7e omgang naar de top van de berg, dwars door de vuurzee vanaf de rand van de omgang is zwaar. Dante en zijn begeleiders weten zich door het vuur te slaan. Al is het zwaar. Dante houdt zich overeind door het vooruitzicht dat hij straks Beatrice zal zien.

De rest van de tocht omhoog zet het 3-tal rustig omhoog. In het vertrouwen dat ze hebben zoals de herder die naar zijn grazende kudde geiten kijkt. Ze waren de hele dag wild, maar als ze uitgesprongen zijn en de nacht valt, zorgt de herder toch maar dat geen wild dier ze aanvalt.

De reis die Dante maakt, vergelijkt hij met de terugreis die pelgrims maken. Je hoort vaak over de reis die pelgrims maken naar hun bestemming, maar niet zo vaak over de terugreis. Hier haalt Dante juist de terugreis van de pelgrim aan in zijn vergelijkingop het moment dat de zon weer opkomt voor de volgende dag:

Reeds had de glans die kond doet van het daglicht
– en ’n pelgrim dan het dankbaarst stemt wanneer
hij bij ’t ontwaken zich al bijna thuis weet –

de duisternis alom verjaagd en mét
het duister ook mijn slaap, toen ik dus opstond
en zag: de grote meesters zíjn al op! (vs 109 – 114; vert. Brouwer)

Het is weer licht geworden en de volgende etappe van deze reis kan worden hervat. Ze zijn op een grens aangekomen, vertelt Vergilius. Hier wordt het verstand en vernuft ingehaald door de goddelijke wijsheid, in de persoon van Beatrice.

Ik bracht je met vernuft en kunst tot hier;
neem nu je eigen wens tot gids: de steile
maar ook smalle weg is nu doorstaan.

Zie daar de zon, zijn licht bestaalt je voorhoofd,
de bloemen en de struiken en het gras:
de aarde brengt ze uit zichzelve voort hier. (vs 130 – 135; vert. Brouwer)

Vanaf hier moet Dante zich overleveren aan de goddelijke wijsheid en alles wat hij vanaf hier zal leren.

Gedichten rond Canto 27

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Rob Brouwer uit 2001. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Vlammenzee: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 27a

Om de 7e omgang van de Louteringsberg te kunnen verlaten moeten Dante en zijn 2 begeleiders Vergilius en Statius door een vuurzee. Op de rand van de berg schieten de vlammen omhoog waarachter gezang klinkt.

De engel die er staat, roept op om door het vuur te gaan om gelouterd te worden. Dante slaat de angst om de keel. Hij heeft het gevoel hier levend begraven te worden en wil geen stap in het vuur zetten. Dit is niet wat hij wil. Zo vlak voor het einde, laat hij zich tegenhouden door deze felle brand.

Ook nu helpt de dichter Vergilius hem er doorheen. Hij draait zich om naar zijn leerling en spreekt hem moed in. Hebben ze immers niet voor hetere vuren gestaan. Vergilius heeft zijn vriend in veiligheid gebracht door hem mee te nemen op de rug van Geryon. Dat was in de hel en ook dat is goedgekomen, terwijl ze hier zoveel dichter bij God zijn dan daar.

Hij belooft Dante dat geen haar op zijn hoofd gekrenkt zal worden. Hij zal het overleven. De Latijnse dichter probeert Dante nog meer te overtuigen. Toe, laat de zoom van je kleren in het vuur zakken en merk dat er niks gebeurt. Toch blijft Dante doodsbenauwd. Hij blijft eigenwijs en koppig staan aan de rand van deze vuurzee.

UIteindelijk weet de belofte van het zien van Beatrice, straks iets verderop, hem te overtuigen dat hij de stap moet wagen. Zo stapt Dante in de vuurzee, achter zijn leidsman Vergilius aan. De stoet sluit Statius af door hen te volgen door het vuur.

Voortdurend wordt Dante moet ingepraat:

Er eenmaal ín, had ik mij ter verkoeling
in kokend glas geworpen zelfs, zo heet,
zo maeloos was ’t branden in het vuur daar.

Mijn lieve vader gaf mij moed doordat
in ’t gaan hij almaar sprak van Beatrice
en zei: ‘Ik meen haar ogen reeds te zien!’

Een stem die zong aan de andere zijde, wees ons
de weg, en wij, daar aldoor op gericht,
verlieten daar het vuur daar de helling aanving. (vs 49 – 57; vert. Brouwer)

Het is niet makkelijk daarbinnen in het vuur. De verteller wordt er niet verslonden, maar bedient zich van zware taal om te vertellen hoe moeilijk het in het vuur is. Hij wordt omringd door de belofte dat hij straks Beatrice zal zien. Het vurige verlangen helpt hem erdoor heen. Ondanks de grote hitte die hij voelt.

Pas als hij trap aankomt die naar het begin van de berg leidt, wordt het minder zwaar. De stem die uit het binnenste van het licht opklimt en ze oproept snel verder omhoog te gaan.

Gedichten rond Canto 27

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Rob Brouwer uit 2001. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Dichten in moedertaal: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 26b

De zielen zijn verbaasd om te horen waarom Dante hier rondloopt. Ze kijken net zo stomverbaasd als een bergbewoner die voor het eerst in de stad is, zegt de verteller. Dan krijgt Dante uitleg wie in dit gedeelte van de Louteringsberg zitten. Hier zijn de homofielen, blijkt uit de verhulde beschrijvingen die de zegslieden aan de schrijver geven. De verhalen van Caesar en Sodomisten worden hier aangehaald.

De zegsman stelt zich voor aan Dante. Het is de dichter Guido Guinizelli. Hij zit hier omdat hij al bij leven berouw had van zijn daden. Er blijken meer geliefde dichters te zijn. En Dante worstelt er even mee om niet iedereen hartelijk te begroeten, zo blij is hij om zijn lievelingsdichters hier te treffen.

Tegelijk maakt de verteller Dante gebruik van de gelegenheid om iets meer te vertellen over de dichtkunst. Het grote voorbeeld dat Guido Guinizelli is de dichter Arnaut Daniel. Hij heeft het over het dichten in de moedertaal. Laat iedereen maar kletsen, maar voor mij is hij de dichter.

Nadat Guido Guinizelli gevraagd heeft aan Dante of hij hem wil gedenken en voor hem wil bidden zodat hij hier uit zal komen, verdwijnt de schim ineens. Dan staat Dante oog in oog met zijn held: Arnaut Daniel.

Ik ben Arnoult, die weent en zingt bij ’t tijgen
En ’t oog naar vroeg’re dwaasheid heen wil lenken,
Maar blijde om ’t heil, dat ‘k hoop nog te verkrijgen.

Nu bid ik U bij diè macht, die ’t kon schenken
U naar den top van dezen trap te leiden:
Wil aan ’t verzachten van mijn lijden denken”.-

Toen zag ‘k tot lout’ring hem in ’t vuur verglijden. (vs 142 – 148; vert. Rensburg)

Ook Arnaut smeekt de dichter Dante om voor hem te bidden. Zo alleen kan hij ontsnappen aan deze kring in de Louteringsberg. Binnen het besef dat zijn grote voorbeelden allemaal zondig zijn, krijgen ze allemaal een mooie plek in dit deel van de Louteringsberg.

Gedichten rond Canto 26

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van J.K. Rensburg uit 1908. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.