Categoriearchief: cultuur

Dagje Oldenzaal en Denekamp – Twente

Oldenzaal. Ik wil er al langere tijd heen. De bijzondere ervaring die ik 3 jaar terug had in de Plechelmusbasiliek. Die diepe religieuze mystiek die ik beleefde, die zou ik opnieuw willen ervaren. Die duistere noordelijke gang, waar je zowaar midden in de Middeleeuwen stapt. Zonder opsmuk. Gewoon die donkere gang, waar je echte mystiek ervaart.

Daarom wil ik op mijn verjaardag naar Oldenzaal. En ook omdat ik eindelijk eens die stoel van Huttenkloas wil zien. De beroemde crimineel uit Twente, die zonder geweten mensen vermoorde. Het verhaal gelezen in Wilminks kinderverhaal over 2 meisjes die door Twente trekken en alle verhalen beleven, net als het ervaren van de Middeleeuwen in de oudste kerk van Twente.

Boeskooldagen

Wat ik weer vergeten ben, maar ontdek als we in Oldenzaal aankomen, zijn de zomerfeesten. De Boeskool-dagen. Boeskool, de naam die Oldenzaal met Carnaval draagt, maar ook in de zomer. Een braderie met veel muziek is door de hele binnenstad opgebouwd. Een binnenstad die in de jaren 1960 ernstig onder een vernieuwingszuchtige wethouder te lijden heeft gehad.

De wethouder is allang vergeten, want hij wist niet dat je je juist onsterfelijk maakt, door je in te zetten voor het behoud van het verleden. En het samen laten smelten van verleden en heden. Niet door het slopen van een binnenstad en volplempen met lelijke betonnen kolossen.

Plechelmusbasiliek

Parkeren is dus extra lastig met al die drukte voor de braderie. Gelukkig is het regenachtig, wat de drukte vermindert. We gaan snel de Plechelmus in. Er klinkt een mis van Mozart. Muziek die niet echt past in deze profane sfeer. Te frivool, te licht. Deze duisternis vraagt om de krullende zang van het Gregoriaans. Maar niet om het lichte, bijna lichtzinnige van Mozart.

Misschien dat het daardoor niet zo overweldigend overkomt. Misschien ook omdat we de vorige keer op de fiets waren en van de drukte buiten zo de rust binnenstapten. Wat een schoonheid. Vooral die Noordelijke gang, waar het licht zo mooi is. Heel kleine vensters waar nauwelijks licht binnenkomt. Wat een verschil met die andere kant, waar de hoog-gotiek zegeviert en het licht binnenvalt door de veel hogere vensters.

En het gouden beeld van Plechelmus. Verborgen gehouden in de tijd van de reformatie. Een beeld uit de late gotiek, in mijn beleving heeft het veel verwantschap met het beeld van Servaas in Maastricht. Dit beeld mag wat vaker naar buiten in prosessies. Niet alleen in periodes van dreiging, zoals in Maastricht. Daar gaat Servaas alleen naar buiten bij grote dreigingen zoals oorlogen en andere rampen.

Ook bijzonder het skelet dat in de oude, opengewerkte grafkelder ligt. Het is oud en grijnst je aan met de grote holle oogkassen en bovenkaak met halve tanden. Verder is het vooral de kunst om de rust te zoeken en de mystiek toe te laten. Het gaat beduidend moeilijker dan de vorige keer. Denk dat ik er toen ontvankelijker voor was. Je moet het zeker niet opzoeken om het te krijgen, dat leer ik hiervan.

Palthehuis

Daarna op zoek naar de oudheidkamer van Oldenzaal. Het blijkt het Palthehuis te heten, na de laatste bewoners, de rijke patriciërsfamilie Palthe. De domineesfamilie bezat heel veel landerijen rond Oldenzaal en Nieuwleusen (bij Zwolle). Er gaan veel verhalen over de familie de ronde. Waarvan de laatste bewoonster Gulia in onmin met haar zus leefde. Tussen beide zussen werd een hoge schutting gebouwd, zodat ze elkaar niet meer hoefden te zien. Wat een heerlijke verhalen, ik geniet ervan.

We krijgen het verhaal te horen bij de entree van de gastvrouw die over het museum en de bewoners van het huis vertelt. Onderwijl kijk ik naar de enorme hoeveelheid appels die van de appelboom in de tuin van het museum zijn gevallen. Daar kun je een flinke verjaardagstaart van bakken. Net als de grote vijgenboom die er staat. Wat een bladeren en als je goed kijkt, zie je ook heel veel vijgen zitten.

Verdwenen meuk

Het huis is net opgeknapt. Veel van de meuk is weg. Het is nu echt een woonhuis geworden, waarvan het net lijkt of de bewoonster even weg is en je binnenstapt. De verf ruikt nog heel vers. Net als dat de kamers bijzonder fris ogen. Wat een gave blauwe kleuren in de eetkamer. We krijgen meteen inspiratie om thuis ook aan de slag te gaan met het hout rond de ramen. De nisjes moeten nodig geverfd worden en als je dit zo ziet, ervaar je meteen wat zo’n frisse kleur met je doet.

De kleine bibliotheek achterin is geweldig. Niet een heel grote ruimte, maar wat een boeken. Prachtige banden en zeker een bijzondere collectie voor een gewone burger. De andere kamers ogen bijzonder fris en opgeruimd. Aan de muren hangen mooie schilderijen en ook kleine kamertje vooraan, bevat een heuse secretaire, met veel vakjes en laadjes. Op het bureau liggen kasboeken. Heerlijk om in te neuzen.

Geschiedenis van Oldenzaal

In de schuur achter het huis is een tentoonstelling ingericht over Oldenzaal. Hier vind je veel van de geschiedenis terug. De roerige tijd rond de Reformatie en de 80-jarige oorlog. De stad is wisselend in handen van de Prins en de Spanjaarden. Uiteindelijk verliest de stad zijn bijzondere religieuze betekenis en haar stadswallen blijven beperkt om zich te weren tegen rovers en ander gespuis. Een strategisch belang is er niet meer, waarmee de stad een belangrijk deel van haar betekenis kwijtraakt. Het luidt het verval in van de stad.

De rest is vooral later geweest, met als dieptepunt de 20e eeuw waarin veel van de eeuwenoude waardevolle gebouwen het moeten ontgelden. Er is veel afgebroken. Wat er in de zaal staat, geeft een mooi beeld van de stad waar ook recht werd gesproken. Zo staat er de beroemde martelstoel waarin Huttenkloas tot een bekentenis zou zijn afgedwongen.

De stoel heeft aan de poten, flinke balken zitten waarmee de stoel niet zomaar omgegooid kan worden. Het verhaal gaat dat Huttenkloas zich flink verzette en zich met stoel en al omwierp. Het is een imposante stoel die waarschijnlijk al veel ouder is dan uit de tijd van de veroordeling van Huttenkloas en zijn vrouw in de 17e eeuw.

Huttenkloas

Het blijft een prachtig verhaal van een zware crimineel, zonder geweten. Zijn vrouw doet niet veel voor hem onder. Als Klaas wordt geradbraakt en daarna als straf wordt gevierendeeld. Hij krijst het uit van de pijn in zijn laatste momenten en schijnt zij te roepen dat Klaas altijd kleinzerig is geweest.

Ik ben ook onder de indruk van het hoofd van zandsteen uit de 11e eeuw. Het is heel minimalistisch uitgehouwen. Het zou zo uit onze tijd kunnen stammen. Wat een prachtige, eenvoudige vormen. Het is gebruikt om op een zuurkoolvat als gewicht. Onderin het hoofd zit een gat om het eventueel op een staak te zetten.

Zo rijden we weg van de Boeskool braderie in de richting van Denekamp. Onderweg bij de rotonde waar we afslaan in de richting van Denekamp en Nordhorn, vertel ik over het gezin dat aan een fietsvakantie deed. Vaderlief had een fietskar achter zich aan en achterop de bagagedrager zat een teckel die de hele rit gilde. Het zou zo Teuntje kunnen zijn. We zien het weer voor ons en lachen nog een tijdje als we afdalen in de richting van Denekamp voor een bezoekje aan Natura Docet.

Natura Docet Wonderryck Twente

Als je Denekamp binnenrijdt, is aan je rechterhand vrijwel meteen het museum Natura Docet Wonderryk Twente. Het heet in mijn beleving altijd Natura Docet, maar sinds de verbouwing een paar jaar geleden heeft het museum de toevoeging Wonderrijk gekregen. Het is een klein natuurhistorisch museum en stond absoluut op mijn lijstje om nog eens te bezoeken. Net als de natuurhistorische musea in Rotterdam en Maastricht.

Het gebouw stamt uit de jaren ’20. Natura Docet is het eerste natuurhistorische museum in Nederland dat voor publiek toegankelijk was. De grondlegger van het museum is meester Bernink. De leerkracht van de lagere school in Denekamp was helemaal gefascineerd door de natuur. Zijn verzameling stenen en opgezette dieren was vooral bedoeld om de kinderen op school te leren over de natuur. Vandaar ook de naam van het museum, dat bewijst dat je van de natuur leert.

Het enthousiasme van de schoolmeester is overal in het museum terug te vinden. Wat een wereld opent er zich voor je als je binnenstapt. Zeker, sinds de verbouwing 15 jaar geleden is er veel veranderd. Het gebouw is veel groter geworden, waarbij je in het begin echt meegenomen wordt om bijvoorbeeld te kijken als een haas of juist te ervaren hoe een torenvalk zijn prooi vangt. Je snapt meteen waarom de laatste biddend in de lucht hangt. Dat is omdat hij infrarood waarneemt en daarmee de urinesporen van muizen ‘ziet’.

Heel indrukwekkend om te beleven in het natuurmuseum. Maar wat vooral treft, is het hart van het museum. Dat is de grote mineralencollectie, waarbij ook heel veel fossiele gesteenten zijn. Veel is in Twente gevonden, maar ook andere bijzondere ‘versteende’ dieren kun je hier terugvinden. Net als de enorme collectie opgezette vogels. Wat een prachtige dieren zijn hier te vinden. Ik heb ervan genoten. De hoeveelheid ijsvogels die ik er bij elkaar zag, of de krokodilbaby die uit het ei komt. Echt mooi.

Krokodillenvel

En wat van het meterslange krokodillenvel. Het is zeker een meter of 5 lang en hangt tegen de muur op zolder. Heel indrukwekkend en ondenkbaar dat je er in deze tijd nog mee de grens over komt. Het is een geschenk van iemand. De grote vogelcollectie is voor elke vogelliefhebber een feest. Het is gewoon prachtig om al die roofvogels, weidevogels maar ook eenvoudige kraaien, roeken en raven te zien. Wat een natuurschoon. Ik heb echt heerlijk op de bankjes in de zalen gezeten en alleen maar gekeken.

En dat is het vooral het museum. De eenvoud van de opstellingen. Het hoeft niet allemaal in animaties en met andere moderne snoefjes. Het zijn de kleine dingen. Ik zag het ook bij de jeugdige bezoekers. Zo stond een kereltje van nog geen 4 jaar oud aandachtig te kijken naar de enorme hoeveelheid vogeleieren. In alle maten van allerlei verschillende soorten vogels. Soms liggend in een nest. Andere keren gewoon allemaal in een bak, waarbij je geniet van deze magnifieke vorm uit de natuur.

Zo reden we zaterdag verrijkt terug naar huis. Natuurlijk namen we de route van Denekamp via Ootmarsum naar Almelo. Een heuse dwarsdoorsnede geeft dat van het Twentse landschap. Wat kan ik daarvan genieten.

Pinguïns bij Vis à Vis

De gastvrouw heet ons van harte welkom op deze expeditie naar Antarctica. Deze welbespraakte dame stelt je onmiddellijk op je gemak. Zeker er zijn wat problemen na de heftige sneeuwstorm waar wij doorheen zijn gekomen, maar het wordt vanaf nu alleen maar beter. We zitten hier veilig en droog in het pinguïn onderzoekerscentrum. De 2 onderzoekers zijn er nog niet, maar dat is een kwestie van geduld.

Wat een heerlijke voorstelling wordt dit. Dat merk je meteen al. We worden voorgesteld aan het hele expeditieteam, inclusief de kok. De kok weet niet altijd goed of hij ons wel goed kan bedienen. Zo verschijnt hij met een doos vol blikjes. Er is niks anders. De voorraad is niet aangekomen vanwege de sneeuwstorm. Verzin iets, roept de gastvrouw. Ze vraagt om te improviseren.

Zo verschijnen even later alle acteurs met Fischer-bakken waarin de blikjes zitten. Ze lopen in een pinguïnmars achter elkaar aan. De blikjes zijn lekker warm en bevatten het voorgerecht: de soep. Onderwijl worden we vermaakt met vreemde situaties en grappige sketches. Het verhaal gaat verder.

Dan maken we ook kennis met de 2 pinguïnonderzoekers. Greta met een heerlijk volvet Gronings accent en haar Vlaamse expeditiegenoot die probeert met pinguïns te communiceren. Hij draagt een lange fluit op zijn rug en blaast erop. Hij slaagt er maar niet om de juiste golflengte te vinden. Greta is woest op de gastvrouw. Hoe heeft ze het in haar hoofd kunnen halen om 180 mensen uit te nodigen! Dat is veel te veel. Bovendien laten de gasten allerlei smerigheid achter zoals sigarettenpeuken. Wat zullen de pinguïns er niet van denken!

Dat we werkelijk zullen kennismaken met de pinguïns is een bijzondere verrassing in dit verhaal. Wat een belevenis. Het is geweldig, hilarisch en bijzonder komisch. Zo weten Robbie en de Amerikaan Hank de situatie te redden. Wel op hun eigen wijze. Dat levert weer nieuwe hilariteit op. Net als het uitstapje dat Robbie met enkele dames uit het publiek maakt.

Allemaal prachtige situaties die het hoofdgerecht omlijsten. Want hier wordt toptheater gespeeld. Het eten staat midden in de belevenis en het is knap hoe hierom heen een verhaal is gemaakt. Ik geniet er met volle teugen van. Want in geen enkel restaurant beland je in zulke bizarre situaties en krijg je prachtig pianospel van een pianist die aan een touw met zijn piano hangt. Het levert prachtig theater op. Theater zoals je van Vis-a-vis kunt verwachten.

Het toetje is overweldigend en versterkt de verbondenheid met de andere gasten in het pinguïn onderszoekscentrum. Zo word je een avond lang meegenomen en maak je een heuse expeditie mee. Al vindt Greta onze aanwezigheid moord voor de pinguïns. ‘Wij horen hier niet’, roept ze. Het is slecht voor de pinguïn dat we hier zijn. En op het scherm zien we hoe de keizerspinguïn vecht voor zijn bestaan.

We hebben een prachtige avond beleefd bij Vis à Vis, samen met De jongens. Hoe mooi laat theater met lekker eten zich combineren. Het is mij nog nooit zo overkomen. En ze gaan heel mooi samen, zonder dat 1 van beide elementen aan kracht hoeft in te boeten. Het absurdisme van deze theatergroep en de bijzondere samenwerking met De jongens en de muzikanten is daar zekee debet aan.

Antarctica van Vis à Vis

In 1 avond op expeditie naar Antarctica. Bij het zien van deze advertentie op Facebook word ik superenthousiast. Ik wil wel een avond doorbrengen met theatergroep Vis à Vis, samen met De jongens. Het is alweer 3,5 jaar geleden dat we kennismaakten met dit bijzondere Almeerse theatergezelschap.

Nu is het een wintervoorstelling. Dat betekent binnen. Ze combineren de voorstelling met een maaltijd. Dat hebben we de eerste keer bij Vis à Vis ook gedaan, maar toen aten we voor de voorstelling Picnic. Nu is de voorstelling tijdens het eten. Het eten maakt onderdeel uit van de voorstelling.

‘Maar dan moet je vis eten!’ zegt Inge als ik het voorstel. Op Antarctica is immers alleen vis. En een enkele zeehond. Vergeet de pinguïns niet. We zullen wel zien, denk ik alleen maar. Als de bestelling is verstuurd krijgen we de vraag vlees of vis? Ik kies samen met Doris voor het vlees, Inge gaat voor de vis.

Zo zijn we vrijdagavond op expeditie naar Antarctica. Stipt half 7 opent de poort. Een lange rij bezoekers zoals we dat in de zomer ook gewend zijn. Nu mogen we bij het oude restaurant naar binnen. De hal is vol. En daar lopen de acteurs al tussen het publiek. Een Amerikaan, Hank, met een vet Alabama accent. De Rus Boris. De Duitser Otto. De Russin Svetlana. En vergeet Robbie niet. Robbie is gek op vrouwen. Hij papt het met elke aanwezige vrouw aan.

De gastvrouw zullen we pas later ontmoeten. Eerst de kaarten regelen en wat te drinken nemen. De bestelling van de thee en warme chocomel is een beetje overbodig. Het staat ons vooral in de weg omdat we de jassen moeten ophangen en net thuis nog een kop koffie hebben weggewerkt. Het is in deze hal wel frisjes. We krijgen dekens tegen de kou.

Dan is de inleiding door het expeditie-team. We gaan in groepjes mee. Ons tafelnummer – 3- wordt nog niet genoemd. Svetlana roept de nummers en dan mag je de stalen trap beklimmen. Als wij aan de beurt zijn maken we de expeditie mee.

We zien Robbie hakken in een vis. Verderop worden de honden getraind. We maken een frisse sneeuwstorm mee. En belanden dan eindelijk in het pinguïn onderzoekscentrum. Hier zullen we de rest van de avond doorbrengen.

Lees het vervolg: Pinguïns bij Vis à Vis »

Nationaal Onderwijsmuseum – Dagje Dordrecht (1)

Een dagje in de herfstvakantie vrijgenomen. Bij het vragen waar we naar toe zouden ga, laat ik kiezen uit Delft of Dordrecht. Zonder twijfel appt Doris het antwoord terug: Dordrecht.

Wat moet je dan gaan doen daar? Ik heb het Dordrechts Museum op mijn lijstje staan. Net als Statenzaal in De Hof, in deze ruimte heeft de eerste vergadering van de Nederlandse Republiek plaatsgevonden in 1572. De plek waar Nederland is ontstaan.

We zijn in allebei niet geweest. Wel naar het Nationaal Onderwijsmuseum. Het zit in een statig pand uit 1939 van Sybold van Ravesteyn en is zandkleurig. Herkenbare architectuur, die vooral na de oorlog een grote bloei kende. Het staat evenwijdig aan de spoorbaan en ik herken het gebouw omdat het mij vanuit de trein al vaker is opgevallen.

Wat een prachtig pand is dit gebouw met de naam De Holland. Het is terecht een echt monument. De architect heeft ook veel stations ontworpen, waaronder het vorige Centraal Station in Rotterdam, maar ook de stations in ’s Hertogenbosch en Vlissingen. De beeldpartij boven de ingang is heel herkenbaar.

Het Nationaal Onderwijsmuseum laat veel zien: een feest de herkenning zijn de vele lesmethodes en de onderwijsplaten. Het biedt een mooi kijkje in het Nederlands onderwijs, geconcentreerd op het basisonderwijs.

Ook kun je er schrijven met een echte kroontjespen, maar ook de lei en griffel in je hand nemen. Je maakt kennis met de vele schrijfwijzen die er zijn. Met mooi krul of vierkante blokletters. Of het skelet dat er hangt en waarvan uiteraard enkele botten ontbreken.

Het is heerlijk om daar rond te neuzen. Jammergenoeg was de bovenzaal van het gebouw gesloten vanwege een vergadering. Ik had er graag even geneusd. Het is een opvallend element aan dit monumentale pand van Van Ravesteyn.

Hyperrealisme

Het museum aan de andere kant van het Rotterdamse Museumpark, wat een heerlijke tegenhanger is van het Museumplein in de hoofdstad, is de Kunsthal. Het staat naast het Natuurhistorisch museum in Rotterdam wat op haar beurt de beroemde ‘Dominomus’ in zijn collectie bevat.

Wij stappen de Kunsthal binnen, vooral op zoek naar de tentoonstelling over het Hyperrealisme. Het vormt een mooi contrast tegenover de tijdelijk tentoonstelling in het Museum Boijmans Van Beuningen met surrealistische schilderijen.

Het Hyperrealisme is een Amerikaanse stroming. Dit zijn schilderijen die heel waarheidsgetrouw lijken. Het lijken wel foto’s, soms bezitten de schilderijen dezelfde gladde laag als het glanslaagje op een kleurenfoto.

De compositie oogt als een alledaags tafereel van de straat. Het zijn namelijk bijna allemaal beelden van de stad en de straat. Een heus pretpark, een huis dat in de sneeuw staat of een druk kruispunt met auto’s wachtende bij het stoplicht en haastige wandelaars op weg naar het werk.

Zeker, er zijn uitzonderingen. Het levensgrote schilderij van een man in achter zijn bureau. Of een reusachtig gebakken ei. Een enorme hamburger op tafel, naast een zoutpotje en fles ketchup. Deze schilderijen zijn weer zo uitvergroot, dat het wel weer onrealistisch wordt. De hamburger en de erop liggende dressing verandert in een abstract schilderij.

De grap vindt plaats als je een foto maakt van deze schilderijen. Dan lijkt het schilderij opeens in een foto te transformeren. Een aparte gewaarwording. Van de beelden als je het schilderij van heel dichtbij bekijkt en ziet dat het geschilderd is en niet een foto is. Op de foto verdwijnen deze details weer.

Misschien is dat wel hyperrealisme. Zo realistisch dat het weer ongewoon wordt en verandert in een saaie foto. Alleen het origineel kan je nog overtuigen dat het echt een schilderij is.

Surrealisme

Op de eerste etage, daar is de grote wisseltentoonstelling over Surrealisme in het Museum Boijmans Van Beuningen. De kunst uit de eerste helft van de 20e eeuw met vertegenwoordigers als Dali, Miro en Magritte.

De smalle pijpenlade in het midden is van zichzelf al surrealistisch. Ik kijk met verwondering naar de massa mensen die zich in dit smalle deel van de ruimtes heeft samengeklonterd. Vanzelfsprekend hangen hier de mooiste schilderijen.

Centraal staan niet alleen de Surrealisten, maar ook de verzamelaars. Wat te denken van mensen als Roland Penrose of het echtpaar Ulla en Heiner Pietzsch. Mensen die groot op wand staan afgebeeld. Ze zijn het mooiste als ze midden tussen hun collectie zitten.

De liefdesrode bank van Dali, verbeeldend de lippen van Mae West. Je zou er zo op willen zitten, liggen en rollen in de zachte lippen. Het is een bank, maar mijn hoofd maakt er een liefdesnestje van. De beminnelijke lippen nog dicht voordat ze de kus zullen geven.

Of het meisje met het springtouw. Van veraf overweldigend door de oranje woestijn waarin ze staat. Als je dichterbij komt, krijgt het schilderij een totaal andere werking. De mensen die in de woestijn lopen, de gebouwen in de verte. Het is een heel ander schilderij geworden waarbij het silouet van het touwtjespringende meisje midden in de woestijn alle aandacht trekt.

In de pijpenla – het is geen pijp – hangen prachtige werken van Ernst, Dali en Margritte. Vooral de surrealistische schilderijen die helder en in felle kleuren zijn, komen het sterkste over. De vrouwen waarvan de haren veranderen in struiken, trekken je het schilderij ‘L’Appel de la Nuit’ van Paul Delvaux in. Hier vloeit het werk mooi over met voorgaande schilders als Toorop naar het surrealisme. Zulke overgangen waarin de natuur terugkomt, herken ik in deze schilderijen.

Niet alles komt even surrealistisch over. Wat van de tram die door de straat rijdt waar schaars geklede dames achter het raam zitten? Ik weet niet wat surrealistisch aan dit schilderij van Paul Delvaux uit 1939 is, maar misschien kijk je er anders aan in een tijd waarin je veel naakt ziet.

Het boekje bij de tentoonstelling meent dat röntgenfoto’s laten zien dat op de plek waar de tram rijdt, een naakte vrouw stond en dat haar sporen nog altijd zichtbaar zijn. Niet te zien.

Dat levert een tentoonstelling van surrealistische schilderijen zeker op: de indruk dat alles wat je ziet in je hoofd gevormd wordt. Het is niet wat het lijkt, het is slechts een afbeelding van de verbeelding. Die bewustwording overkomt je zeker bij deze fraaie tentoonstelling in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam.