Categoriearchief: collega’s

Scandinavische thriller

wpid-20150215_132638.jpgZe zit achter de balie. Om haar heen liggen stapels boeken. Ze pakt een exemplaar, bekijkt het en zuigt een prijs uit haar duim. Naast haar zit een man. ‘Deze een euro?’ vraagt hij. Ze knikt. ‘Ja, die zijn allemaal een euro.’

Ik spring een gangetje met boeken in. Terwijl ik in een exemplaar blader hoor ik haar praten tegen haar collega. ‘Ja, hij spaart zijn vakantiedagen op voordat hij weggaat’, zegt ze. Haar collega is begonnen over een andere collega die vertrekt.

Zijn opmerking is genoeg spreekwater voor haar: ‘Ik heb hem nooit gemogen. Al vanaf zijn eerste sollicitatie. Toen heb ik ook al gezegd dat hij niks was. Hij zei dat ik het anders moest zien. Maar ik zou geen mensenkennis hebben. Tja, je hebt het zelf gezien hoe hij is.’

Ze jammerde verder terwijl ik een ander boek opensloeg. De prijs voorin bedroeg wat meer dan een euro. En ik liep mijn boekenkast af in gedachten. Had ik dit boek nou wel of niet? De twee kletsen rustig door. ‘Ik zal blij zijn als hij vertrokken is. Echt, als hij vertrekt, dan maak ik een dansje.’

De rijen ga ik verder. De boeken gaan één voor één door hun vingers en krijgen stuk voor een stuk een bedrag voorin. ‘Als ik met vakantie ben of ik ben ziek, dan laat hij alles gewoon staan. Dan sta ik met zo’n gigantische boekenberg.’ Ze zit ingeklemd tussen de dozen boeken. Haar collega houdt een boek omhoog: ‘Ja, dat is zo’n boek uit Zweden. Hoe het zo’n thriller.’

En daar begint het zoeken naar het woord dat ze wil weten. ‘Ja, hoe heet dat daar bij Zweden. Net zoiets als de Balkan, maar dan daar.’ Ze stopt met bladeren in haar boek en denkt na. ‘Ja, ik weet het wel. Ik weet het heus wel hoor.’

‘Scandinavië’, denk ik. Ze ploedert door. ‘Joh, hoe heet dat nou. Net als de Balkan, maar dan die landen bij Zweden en hoe het? Noorwegen. Nou, God, hoe heet dat nou. ‘Ik ga weer een rij verder. Ik kan het bijna niet laten het toch te gaan zeggen, maar houd mijn mond. Soms moet je iemand lekker laten worstelen. En stiekem geniet ik.

‘Scandinavië’, klinkt een rij verder. Uit de rij komt een oudere man glunderend in haar richting gelopen. ‘Je bedoelt een Scandinavische thriller.’ Ze kijkt op. Haar ogen schieten vuur. ‘Ja, Scandinavië. Ik wist het wel hoor, ik kon er alleen even niet opkomen.’

Vissen

Mijn eerste werkdag bij Zorggroep Almere op het hoofdkantoor, viel mij de sfeervolle inrichting van kantoorruimten op. Prachtige plantpartijen, vissen zwommen in grote aquaria op de bureaus en vlinders vlogen al hangend aan het plafond.
Ik vertelde het verhaal van de vissen thuis en kreeg die verjaardag van Inge een prachtig gehaakte vis in een heuse kom. Jaloerse blikken van collega’s en veel complimentjes volgden. Daarom heb ik bij mijn afscheid kleine visjes aan mijn collega’s gegeven. Inge heeft ze genaaid en het resultaat mag er zijn.
Misschien moeten we een handeltje beginnen.

Gekleurde schoonheid

Bij het thuiskomen zojuist brak juist het gouden fotomoment aan. De koude zon straalde in een kleur die de melancholie nog sterker losmaakte. De kuste de dag gedag.
Het vervulde mij met een korte schoonheidsbeleving. Zoiets heb je nodig als je gehoord hebt dat een oud-collega met wie ik bijna twee jaar op een kamer samenwerkte, er niet meer is. Alles is dan gemeen, onterecht en vooral oneerlijk. Een noodlottig ongeval op oudjaarsdag is de oorzaak van zijn overlijden. Geluk in de kiem gesmoord en kapotgemaakt, doet altijd verdriet. Dag Frodo.

Denktank

Er zijn van die dagen dat het lijkt of het vakantie is. De gangen zijn uitgestorven, nergens brandt licht. Een verdwaasde collega slingert door de gang, op zoek naar leven en altijd op zoek naar iemand die er niet is. Dan krijg ik de vraag of ik er iets van weet, waar de stickers liggen of hoe het is met die folder, waarvan ik werkelijk geen weet heb.
Zelf slingerde ik ook door de gang op zoek naar de collega die er niet was, terwijl ik haar toch echt eerder die ochtend en bij de lunch had gezien. Nu was de gang leeg, de gele deuren lagen tevreden vast met de pin in het kozijn. De lichten waren keurig uitgedaan door de laatste werkende. Dat terwijl het krap vier uur was.
Ik ga dan ook zitten zeuren of iemand iets weet. ‘Ik denk dat ze naar de denktank zijn. De presentatie van het rapport was vanmorgen’, durfde een collega in te schatten. Ze liep gelijk met me op. Het leegje kopje dat aan haar arm bungelde, duidde erop dat ze zin had in een sloot warmte. ‘O ja, de denktank.’ ‘Ja, ze tanken weer lekker bij.’ ‘Zouden ze nieuw denken tanken bij zo’n denktank’, rijmelde ik. Precies op dat moment schoot ze het koffiehoekje in.

Rookvrij

Het stinkt er heel erg naar zweet. Hier gaat het niet om de sporthal op zondagmorgen, maar om de kroeg. Mijn collega verklapte mij maandagmorgen met een diepe geeuw dat ze was uitgeweest dit weekend. De kroeg stinkt, nu er niet meer gerookt wordt, vond ze. ‘Er kan beter weer gerookt worden, want nu stinkt het naar zweet en schraal bier.’
Hoe vreemd het ook klinkt, ik ben al meer dan een jaar niet meer in een kroeg geweest en nu ik vanavond voor het eerst sinds tijden een drinkgelegenheid bezocht, merkte ik het ook. Het oude, vertrouwde luchtje was er niet. Het rook ook niet fris, maar anders.
Stinken vond ik het ook niet. Het rook gewoon anders dan het altijd geroken heeft, maar stinken zou ik het niet willen noemen. De kroeg is de rooklucht kwijt en daar is een ander luchtje voor in de plaats gekomen. Dat is wennen, maar ik vind tegelijk dat de rokers van mij altijd buiten mogen staan.
Het voelt wel heel fijn om gewoon zonder doorrookte kleren thuis te komen en niet het gevoel te hebben dat mijn strot schraal is van de rook die ik ingeademd heb.
Trouwens de omgeving rond de kroeg wordt ook veel gezelliger. We stonden buiten nog wat na te praten en om ons heen kletsten de rokers heel gemoedelijk. Ik had het gevoel dat het buiten de kroeg even leuk was als binnen.

Hyves wat heb je eraan?

Geheel uit onverwachte hoek kwam dit weekend een uitnodiging van mijn collega om vriend te worden bij hyves. ‘Het kost veel tijd, denk ik’, merkte hij op in een krabbel en ‘Wat heb je eraan?’
De gezonde twijfels die iedere beginneling heeft bij het fenomeen van ‘Online social networking‘. Geleidelijk neemt de vriendenschaar toe en met het aantal vrienden groeit ook de belangstelling voor de andere dingen.
Sociale netwerken drijven op de gadgets, zo meent Eva Kol in haar boek Hyves. Netwerken als Friendster en Orkut mogen dan wel megagroot zijn, ze zijn op sterven na dood. Ze treft bij het surfen over deze internetpagina’s de stilte van het kerkhof. Dat komt omdat ze alleen maar het werven van vrienden tot doel hebben, concludeert zij. Mensen moeten een reden hebben om terug te komen. Dat kan door in beweging te blijven, zoals hyves het doet.
Hyves vervangt nu het mailen en chatten, merkt ook het artikel in NRC-Next van vanmorgen op. Dat gaat dus verder dan een gadget, het vervangt de oude startpagina of initiatieven als i-google.
Ondertussen zoekt de commercie naarstig naar het verkopen van producten via de sociale netwerken. Het blijft te weinig benut als wervingskanaal merken communicatietijdschriften op. Vergeefs strooien ze tips en strategieën de wereld in. Ook de overheid tast de onbekende terreinen af. Onlangs presenteerde de gemeente Almere haar hyves in de online persoon van Ally.
Hyves is nog lang niet klaar, want naar mijn mening vervangt het Nederlandse sociaal netwerk voor een groot deel de behoefte van een eigen website op internet. Het kost een avondje puzzelen, maar dan kun je onbeperkt aan de slag en een heuse eigen identiteit geven aan je webstek.
Bovendien toont Hyves de vermenging van voor- en achterkant van websites. Zijn de meeste www’s nog opgebouwd uit een voorkant en aan de achterkant het Content Management Systeem, hyves gooit dit door elkaar. Gebruikers kunnen binnen de eigen domeinen eindeloos fröbelen en knutselen om hun profiel zo attractief mogelijk te maken.
Het wachten is op de totale vermenging van het sociale netwerk met internet. Ik zie met veel belangstelling de integratie van websites als marktplaats in hyves. Of de groentenboer die zijn eigen hyves begint en tegelijkertijd via een webwinkel de komkommers en paprika’s online verkoopt.

Sociale netwerken zijn als je eraan begint vreemde eenden. Je weet er eigenlijk niet zo goed raad mee. Net als je ermee wilt stoppen, ontdek je de mogelijkheden en wordt hyves een onderdeel van je communicatiemiddelen. De bewuste collega telt binnen een week 21 vrienden en heeft in vijf dagen meer krabbels staan dan ik in vijf maanden.
Langzaam zijn al mijn vrienden online vrienden geworden, een paar uitzonderingen daargelaten. Die zullen niet lang meer wachten, verwacht ik.