Categoriearchief: caravan

Weer een teckel? – Sientje (71)

Als je teckeltje net overleden is, moet je er niet aan denken een andere in huis te halen. Het teckeltje dat er niet meer is, is onvervangbaar. Zo’n lieve hond als Sientje, vind je nooit meer. Toch begint het na een maand of 7 te kriebelen. We gaan eens kijken op internet en komen heel veel teckels tegen.

Eigenlijk zou ik een oudere teckel willen. We nemen geen jonge hond, zeg ik tegen Inge. Dat is zo’n gedoe en zoveel drukte. Zo’n klein hondje ziet er heel schattig en vertederend uit, maar het opvoeden en trainen van zo’n puppy… Ik moet er niet aan denken.

Dromen van een teckeltje

Leuk allemaal dat dromen van een teckel, maar eerst moeten we de stacaravan zien kwijt te raken, vindt Inge. We hebben hem vlak na de zomervakantie op internet geplaatst. Marktplaats is geen optie, daarvoor moeten we opeens een gigantisch bedrag betalen om hem alleen te plaatsen.

Zo staat hij daar op internet. Niemand kijkt. Niemand belt. Niemand mailt. Daarom ga ik in november een paar dagen in de caravan zitten. Ik heb een improvisatiecursus verderop in Bergentheim. Een stuk dichterbij om vanuit de camping te rijden dan elke dag heen en weer vanuit Almere.

Het vriest niet als ik aan het spelen ben. De kachel hoeft zelfs niet aan. Ik ruik de geuren van de muffe caravan en hoor ‘s avonds de muizen over de vloer trippelen. Alles staat schots en scheef. Wie zou dit ding willen hebben?

Kijkers

Tot Inge de volgende middag opbelt. Er is een belangstellende die wel wil komen kijken. De volgende ochtend kan ik wel voordat de laatste cursusdag begint, de caravan laten zien. Zodoende komt het stel uit Zutphen om te kijken naar het gele monster.

Ze komen kijken en vooral zij is superenthousiast. Hij ziet er wel al het werk in. Hij is een stuk ouder dan zij en voelt zijn afgekeurde rug al pijn doen. Alles wat er nog moet gebeuren in deze afgeschreven caravan. Maar je kunt het rustig aan doen, zegt zij tegen hem. Zij ziet de barbecue al smeulen en ruikt het schroeiende vlees. Zo is de caravan even later verkocht. Ver onder de vraagprijs dat wel. Maar weg is weg.

Kijken naar teckeltjes

Als de deal helemaal rond is, gaan we wat serieuzer kijken naar teckeltjes op internet. Inge wil wel heel graag een jonge hond. ‘Als het dan verpest is, hebben we het zelf gedaan’, zegt ze er stellig bij. Ik twijfel. Een jonge hond betekent ook veel rompslomp. We hadden het met Sientje betrekkelijk eenvoudig gehad, maar een puppy in huis halen… Dat vraagt om wat meer dan alleen ‘nee’ zeggen. Het vraagt om een complete opvoeding.

We speuren langs allerlei sites. Wat een verschil met de tijd waarin we Sientje kochten. Het is een overdaad aan informatie. Veel fokkers zitten op internet en marktplaats stroomt over van de aanbiedingen. Maar we gaan beter onderzoek doen dan de vorige keer, besluiten we. Niet zomaar ergens heen en een hondje kopen, maar gedegen uitzoeken of de betreffende fokker een goede teckel aanbiedt.

Diepe basstem

We vinden een fokker. De vrouw spreekt met een diepe lage basstem. We kunnen wel pas na onze vakantie komen kijken. Misschien zijn ze dan al weg, vindt de vrouw. Ze gaat niet op ons wachten.

Nou, dan kijken we wel even verder. Inge voelt genoeg weerstand om zich er niet verder in te verdiepen. We neuzen verder en komen via marktplaats op allerlei sites van fokkers met puppies in de aanbieding. En een warme mand die gezocht wordt. Mijn oog valt op ruwhaar teckel Beppe. Een vier jaar oude hond waarvoor de fokker een warme mand zoekt. Dat wil ik wel. ‘Die wil ik’, zeg ik helemaal ontroerd.

Friese fokker

Inge kijkt verder op de website en ziet dat er ook puppies aangeboden werden. Ze is erg gecharmeerd van de gevlekte ruwhaar teckels. Het was een specialiteit van deze Friese fokker. Net als dat zij de rode teckels – ik noemde het blonde – op de kaart heeft gezet in Nederland. ‘Ze heeft ook rode teckels’, zegt Inge en ze laat een nestje zien.

Het is al na nieuwjaar als Inge haar opbelt. Ze vraagt of we in aanmerking kunnen komen voor Beppe. En dan meteen kijken naar een rode ruwhaar teckel. ‘Als jij een oude wilt, dan wil ik een jonge’, zegt Inge.

Lees de laatste aflevering van de Sientje blog: Kijken, kijken, kopen »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Vergeelde herinnering – Sientje (70)

Overal waar je opnieuw kwam zonder Sien, miste ik haar. De aanslag van de hondenbelasting was voldoende om aan haar te denken. Na een paar weken gingen we weer eens naar de stacaravan in Delden. Het rook er niet alleen ontzettend muf. De hondenmand en de bench stonden duidelijk in het zicht. De kleedjes roken naar Sientje.

Als we bij mijn ouders op bezoek gingen en de klok het hele en halve uur sloeg, schrokken we overeind. Het bleef echter stil. Al hadden we Sientje al een tijdje niet mer meegenomen, we dachten toch eventjes aan haar. Maar het meeste toch bij de caravan. Sientje was onlosmakelijk verbonden met Twente, met de stacaravan op Westerholt. Nu was ze er niet. De caravan leek alles te laten zien wat er niet meer was.

De caravan maakte me onrustig. Er viel in elk hoekje en elk gaatje wel iets te doen. De vloeren kraakten, hij stond schots en scheef en de kranen lekten. Ik miste de rust, het geduld en de handigheid om dit karwei aan te gaan pakken. In plaats daarvan wilde ik lekker zitten en lezen. De reizen van Jules Verne, een fietstrip van Ilja Leonard Pfeiffer. Alles beter dan mijn eigen caravan op te klussen.

Op het veldje veranderde de werkelijkheid ook. Naast onze caravan had de campinghouder een nieuwe caravan geplaatst. Ik vroeg mij af hoe hij op dat smalle strookje een nieuwe caravan kon neerzetten. Aan het begin van het veld vertrok het vriendinnetje van Doris. Haar ouders gingen plotsklaps uit elkaar.

Ik voelde mij hoe langer een vreemde snuiter op ons veldje en wilde niet meer op de camping. Het herinnerde aan teveel dat niet meer was en voelde te weinig meer het vertrouwde plekje van weleer. Ik had ander werk gekregen, hoefde niet meer zoveel te reizen als eerst, maar ik was uitgekeken in Delden. De regen in de laatste week stuurde ons een paar dagen eerder dan gepland naar huis. Wat was ik gelukkig toen ik thuiskwam. Ik voelde mij gelijk een stuk beter.

We gingen er eens goed voor zitten, probeerden een rekensom te maken. Wat moest er allemaal gebeuren en woog dit allemaal nog op tegen wat het opleverde? Er was een grote opknapbeurt nodig en het geld dat daarvoor nodig was, hadden we niet.

En om er zelf aan te beginnen was voor mij even helemaal geen optie. Dat nooit. Had ik in het voorjaar nog de coniferen gesnoeid, in het najaar zat er weer een flinke laag aan. Thuis had ik geen zin in dit soort karweitjes en op de camping moest ik dat ook nog eens doen. Extra, boven al het werk thuis in Almere. Ik baalde ervan.

De energie was op en de motivatie om naar Delden te gaan werd hoe langer hoe kleiner. Misschien moesten we de boel maar eens opgeven en verkopen. De leegte van een leven zonder Sientje kwam op de camping nog meer op ons af dan thuis. We merkten dat ons plezier op dit plekje verdwenen was.

De nota voor het nieuwe jaar viel op de deurmat. Wat gingen we doen? Misschien moesten we hem maar op marktplaats zetten. Bij het plaatsen van de advertentie, viel op dat er ineens vijfentwintig euro moest worden betaald om hem neer te mogen zetten. Dat nooit. Inge speurde verder en zette hem ergens anders. Tegen elk aannemelijk bod, wat de gek ervoor geeft. Ik had er niet veel verwachtingen van. Maar wie weet…

Lees het vervolg: Weer een teckel »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Oververhit – Sientje (62)

‘Zo ben jij er nog?’ zei de buurman tegen Sientje toen we het jaar erop ons teckeltje uit de auto tilden bij de stacaravan. Ja, Sientje was er nog. Tegen alle verwachtingen in.

We sliepen niet meer in de slaapkamer van de caravan. Daarvoor was de bodem in onze slaapkamer echt te slecht. Ik had het bed een jaar eerder al uit de slaapkamer gehaald en in de aanbouw gezet. Het lag daar een stuk steviger en beduidend minder muf. In de caravan zelf moest de vloer worden vervangen. Het licht in de keuken viel om de haverklap uit en ik kon de oorzaak van dit euvel niet vinden. De problemen in de caravan stapelden zich op.

Sientje vond het allemaal wel best. In die eerste zomer na de dood van mijn schoonmoeder, was er nog niet zoveel aan de hand. Sientje redde zich prima. We lieten haar met een gerust hart achter als Doris lekker ging zwemmen.

Hittegolf

Met de hittegolf werd het Sientje allemaal teveel. Ze sjokte rond. Het was warm. De warmte kon niet ontsnappen. In de nacht koelde het nauwelijks af om tegen de ochtend op zijn koelst te zijn, maar zodra de zon begon te schijnen, sloeg de warmte weer naar binnen. Sientje had last van de warmte. Ze vond geen koelte meer.

Ik wilde op een zondagmiddag naar een orgelconcert gaan, maar vond Sientje nergens. Zou ze ontsnapt zijn? Ik keek overal rond, maar zag haar nergens. Ze was toch niet weggelopen. Ik fietste over de camping, maar vond haar niet. We riepen haar we konden. ‘Ga maar naar het concert’, zei Inge. ‘Wij redden ons wel.’ Ik vertrok. Later kreeg ik een SMS’je dat ik me niet ongerust hoefde te maken. Ze was terecht.

Verstopt onder caravan

Teruggekomen hoorde ik het verhaal. Ze had zich onder de caravan verstopt. Inge had steeds een zacht geblaf gehoord als ze Sientje riep. Het kwam van achter de caravan. Ze had eerst aan de zijkant bij de coniferenhaag gekeken, maar daar was de teckel niet te vinden. Tot ze Sientje onder de caravan zag zitten.

Inge probeerde eerst met een stok te zwaaien, maar kon net niet bij haar komen. Daarom haalde ze buurman erbij. Die kon er ook niet bij. Hij kroop voorzover het kon half onder de caravan. De caravan stond wel erg dicht tegen de grond. Zo sterk was de stacaravan verzakt in de loop van de jaren.

Eruit halen

De buurman wilde haar eruit halen, maar ze gromde tegen hem. ‘Ach laat haar maar zitten. Ze zal er vanzelf wel vandaan komen. Als ze erin kan, kan ze er ook uit’, zei Inge. ‘Ze hoeft alleen maar dezelfde route te lopen, maar dan andersom.’ Inge zette een etensbakje neer en gooide er wat brokjes in. Sientje was behendig tussen twee planken gewurmd en had zich onder de caravan verstopt. Precies onder de verrotte slaapkamer.

Na een uurtje was Sientje er onderuit gekomen. Inge hoorde geknabbel uit het etensbakje. Ze zetten gauw de planken weer voor de caravan en Sientje was weer terecht. Wat een drukte over onze hond. De halve camping was uitgerukt. Maar we hadden onze teckel weer terug. We hielden haar nu goed in de gaten, probeerden haar wat verkoeling te geven.

Kop in de wind

Gelukkig vertrokken we een paar dagen later naar huis. De teckel genoot van de autorit. Ze liet de wind heerlijk over haar kop waaien. Van de rit naar huis maakte ik een videofilmpje met de fotocamera. Ze laat het windje heerlijk over zich wapperen. De tong van de warmte uit de bek. Af en toe stopt ze de mond dicht, maar hij valt even later weer open. De ogen een stukje dichtgeknepen. Zo lekker vindt ze het.

Lees het vervolg: Oef »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Verkeerd terechtkomen – Sientje (59)

Hoe lang zou Sientje nog bij ons blijven? Het werd meer en meer de vraag. Ze werd ouder en strammer. In de wintermaanden bij een flinke koude liep ze met stramme benen rond. Vooral de rug bood veel verzet. Het trappetje voor het huis kwam ze niet meer op.

Een fiere sprong vanuit de voorzijde van de caravan naar beneden wilde ze liever ook niet meer maken. De kit tussen de uitklapbare deuren had ik weggeplukt, waardoor bij mooi weer de deuren aan de voorzijde van de caravan openden. Het kostte wel wat moeite, je moest de deurpost iets omhoog duwen omdat het hout sterk op de deuren rustte.

Vochtproblemen

De slechte afwatering zorgde voor vochtproblemen in de caravan. Ik durfde het plafond er niet uit te halen. Omdat – zoals een kennis het noemde – ‘overal wel een probleem zat.’ Als je iets losmaakte, toonde zich ergens anders een nieuw probleem. Als je het dicht liet zitten, dan zou het buiten beeld blijven. De kennis had een klein jaartje later een heel weekend meegeholpen. Hij wist de elektriciteit weer op te kalefateren. We hadden weer stroom in de aanbouw (voortent).

Sientje vond het vooral buiten de caravan erg lekker. Ze struinde dan rond, likte aan het oude barbecuerooster en snuffelde elk stukje van ons terrein af. Als ze de kans kreeg – vooral buiten het seizoen mocht dat – dan mocht ze op het grote grasveld voor de caravan hollen. Ze rende op haar oude leeftijd een aardig vaartje en verbaasde menigeen met haar fitte conditie. Al verried de conditie zich na een paar rondjes hollen, dan plofte ze hijgend naast je neer.

Opgehouden plas

Tegen de vorst maakten we een overjasje dat ze droeg als we met haar een rondje liepen. Soms vergaten we het of duurde het bevestigen te lang. De blaas van Sientje was zwak waardoor ze de opgehouden plas moeilijk kon blijven ophouden als het moment van uitlaten in de buurt kwam. Het gefriemel met het jasje zorgde vaak voor iets teveel wachttijd. Daarom liet ik haar bij vorst ook zonder bescherming uit. Dan ging de plas voor. Bij langere ritten probeerde ik de rugbedekking wel te plaatsen.

Thuis liepen we niet meer voor om omdat het trapje voor het huis problemen gaf. Kon ze zonder enige moeite op de bank springen, het trapje voor het huis gaf problemen. Wat de reden hiervan was, wist ik niet. Misschien de koude, misschien het inschatten van de afstanden. Het kon natuurlijk ook iets zijn dat niks met haar rug te maken had. Ze had er dan een tijdje last van, maar later verdween het plotseling en sprong ze omhoog en omlaag of er niks aan de hand was.

Zaterdagavond voor Pinksteren

Met Pinksteren, we hadden de caravan nog geen jaar, gingen we lekker naar Delden. De zaterdagavond voor Pinksteren was een buurman druk een partytent aan het opbouwen op het grote grasveld. We zouden dadelijk een glaasje mee komen drinken in de tent. We waren in gesprek met een andere buurman. Sientje stond in de opening bij de openslaande deuren. Onder de hoge opstap stond een aluminium trapje. Dat trapje zou later bij de inbraak in onze caravan worden meegenomen.

Ze stond er te aarzelen. De zon was net ondergegaan. Het werd donker en ook wat kouder. Terwijl Sientje daar stond te aarzelen riep ik haar. Ze bleef aarzelen. We riepen haar samen. Ze nam een aanloop en sprong in het donker. Ze landde en ik hoorde: ‘krak. Daar gaat haar rug, dacht ik. Zeker ook omdat ze helemaal roerloos bleef zitten. ‘Ja, dat is haar rug’, zei Inge. Ik tilde haar voorzichtig op. Ze bleef helemaal roerloos en staarde uitdrukkingsloos voor zich uit. Die moest verschrikkelijke pijn hebben, ging door mij heen.

Wat nu? Het moment dat ze een keer door de rug ging, konden we verwachten. Maar nu het echt zover was, schrok ik. Die moet straks een spuitje. Ik vreesde het ergste.

Lees het vervolg: Zere rug »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Knalgele stacaravan – Sientje (58)

Bij het kamperen op Westerholt, liepen we ‘s avonds met Sientje over de camping. Bij al die stacaravans sloeg de fantasie snel op hol. Doris lag al te slapen en wij liepen een rondje met het hondje. We deden meteen uitgebreid studie van het arsenaal dat er zoal stond aan stacaravans.

Indrukwekkend geel

Een ongekende hoeveelheid en verscheidenheid aan stacaravans stond er. In alle soorten en maten, maar ook in alle vormen van kwaliteit en onderhoud. Aan het eind van een veld, helemaal aan de andere kant dan waar onze tent stond, stond een indrukwekkend gele caravan.

De knalgele caravan stak in vol ornaat uit boven het maaiveld. Zo in de avondzon zag hij er nog imposanter uit. Groot en oppermachtig stond hij daar. ‘Als we zoiets zouden kunnen hebben’, fluisterde ik. ‘Dan zijn wij de gelukkigste mensen op aarde.’

Een paar weken later zagen we uitgerekend deze caravan op marktplaats staan. Geen prijs erbij. Maar we belden voor meer informatie. Inge vroeg wat hij ervoor wilde hebben. Het was een jonge knul uit de omgeving van Staphorst. Hij woonde bij zijn schoonouders, die streng-christelijk waren. Hij deed heel stoer en zei erbij dat hij echt geen verstand had van verkopen.

We spraken een week later af en vroegen wat hij ervoor wilde hebben. Hij antwoordde vaag. ‘Ik kan niet verkopen, heb er geen verstand van, maar ik denk dat ik wel 2.500 euro ervoor wil hebben.’ We zouden eerst komen kijken voordat we akkoord gingen.

Likje verf en kozijnen stoppen

‘Dat is geen geld’, zei Inge nadat ze had opgehangen. De jongen had verteld dat er wel wat moest gebeuren. De ramen moeten een likje verf hebben en sommige kozijnen moeten gestopt worden omdat ze een beetje verrot zijn. Het viel allemaal best mee. Als ik een beetje handig was, zou het allemaal wel lukken. We beseften dat het niet de hoofdprijs was en we spraken af vooral niet verliefd te worden.

We kwamen binnen in de oase van rommel. Het terrein rond de caravan was ontzettend groot en stond boordevol met bijgebouwen. Achter de caravan was een ruimte aangebouwd met een groot stapelbed. Het onderste bed was een tweepersoonsbed. Achterin stond een klein houten schuurtje in de vorm van een blokhut. Ook dat was helemaal geschikt gemaakt voor beslaping. De jongen vertelde dat hij de caravan had overgenomen van zijn ouders. Hij kwam uit een gezin van 9 kinderen.

Caravan volgestouwd met bedden

In de blokhut stonden ook nog eens twee stapelbedden. Alle andere kamers in de caravan werden gevuld met bedden. Het hoogtepunt stond wel achterin de caravan (waarachter de aanbouw stond). Daar stond een groot tweepersoonsbed en een flinke wastafel onder het raam. Wat een ruimte. We waren helemaal onder de indruk.

Dat hij wat trilde, eigenlijk heel scheef stond en het hout van de kozijnen wel wat verrotter was dan ‘een enkel plekje’, zagen we niet. Voor de vorm dongen we nog een deel van de prijs af, maar voor 2.000 euro was hij van ons. Of we al het eerste deel wilden betalen. Dat hielden we af. ‘We betalen bij de overdracht.’ Het leek hem niet te lukken. Ook omdat Barend met vakantie was, maar uiteindelijk werden we de trotse eigenaars van een stacaravan. De herfstvakantie brak aan. We konden nu eens flink uitpakken.

Kluswoede

Dezelfde kluswoede als bij ons huis kreeg weer vat op ons. Het huis was nauwelijks klaar. In de winter ervoor had ik mijn bibliotheek ingericht en mijn studeerkamer gemaakt op zolder. De trap naar zolder moest nog helemaal worden aangepakt. Grote repen losgetrokken behang hingen over het trapgat.

Maar we waren verliefd. Of zoals de jongen zei: ‘Ik zie je al helemaal aan de slag gaan om die caravan aan te pakken.’ Zijn woorden riepen afschuw bij mij op. Ik dacht terug aan de makelaar die ons huis verkocht. ‘Mevrouw’, zei hij. ‘Ik verkoop geen huis, ik verkoop emotie.’ Het was een bouwval waarvan je echt moest huilen. De bouwval was half klaar en ik stond al tot mijn oksels in het volgende project: een grote bouwval ver van huis.

Alles verrot

We zouden het allemaal wel voor elkaar krijgen. We schakelen vrienden in, misschien wil de man van een kennis wel helpen. Het waren allemaal dingen die ons overreden vooral die caravan te kopen. Ons laatste zakcentje verdween zo in een project dat een grotere bodemloze put was, dan ons huis. Ik dacht niet na en trapte erin. We hadden een caravan. En wat voor één.

Na één nachtje slapen, zagen we dat er wel iets meer aan de hand was. Het licht in de voortent (of hoe noem je zo’n compleet afgetimmerde ruimte) deed het niet. Net als dat een deel van de caravan geen stroom had. Bijna alle kozijnen waren verrot. Net als dat de vloer in een hoekje van de caravan wel heel erg golfde als je erop stond.

Het bleek een diep verrot vloerdeel te zijn dat helemaal verpulverde als je er met een hamer op tikte. Of het slaapvertrek achter, waarvan de deurdrempel compleet opgegeten was door wormpjes. De deur kreeg je niet meer dicht. De complete gevel van het schuurtje bewoog als je de deur opentrok. Het zweefde een eindje boven de grond en hing meer aan het dak dan dat het ergens anders aan verankerd zat.

Alles, maar dan ook alles, was verrot. Terwijl Inge druk aan het gordijnen naaien was van oude spijkerstof, probeerde ik zoveel mogelijk de ergste achterstand weg te werken. Zonder stroom, met eindeloze lengten verlengsnoeren, begon een operatie. Een enorm project om het ergste aan te pakken. Ik wist niet waar ik moest beginnen.

Ik moest weer naar mijn werk. Terwijl Inge er een groot deel van de week zat, ging ik alleen terug naar Almere. Haar moeder zou haar komen helpen, maar ze weigerde naar huis te gaan. ‘Ik laat je niet achter op deze compleet uitgestorven camping. Straks gebeurt er iets’, zei ze. Ze bleef liggen op de bank, sliep slecht en wilde de volgende dag naar huis. Inge en Doris gingen mee. ‘Eindelijk in mijn eigen bed’, zei mijn schoonmoeder terwijl Inge probeerde te gaan slapen op het logeerbed.

Lees het vervolg: Verkeerd terechtkomen »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Dank je wel Hyves

image
Mijn eerste blogs op hyves (uit het hyves-archief)

Zojuist is de knop omgegaan op Hyves. Het sociale netwerk houdt na negen jaar op te bestaan. Niet dat ik er nog vaak kwam. Ik denk dat ik het afgelopen jaar niet meer dan een keer of vijf ben ingelogd. Maar het roept wel herinneringen op aan vervlogen tijden.

Ik heb een download gemaakt van mijn historie. Sinds mijn lidmaatschap in november 2006, heb ik toch nog aardig wat dingen erop gezet. Eindigend bij de foto’s van de stacaravan die ik als kersverse bezitter erop zette. Daarna bleef het stil. Ik stapte over op facebook. Niet dat ik het daar zo geweldig vond, maar ik merkte dat meer en meer mensen naar het grote internationale vriendennetwerk overstapten. Het gesprek verplaatste zich. Zo nam ik langzaam afscheid van Hyves.

Dankbaar

Dat terwijl ik Hyves heel dankbaar ben. Het sociale netwerk staat aan de basis van mijn online activiteiten. Zeker, ik schreef in die tijd beroepsmatig al veel voor internet, maar privé ging het niet veel verder dan de boekbesprekingen op Litnet. Op de vriendensite bestond de mogelijkheid om te bloggen. En zo startte ik mijn eerste blog op Hyves op 15 november 2006. Het was op de eerste dag dat ik op Hyves was.

Ik schreef een blog later (2 minuten na de eerste) het volgende onder het kopje: ‘Wat kun je hier verwachten?’:

Ik ga proberen hier regelmatig een kort berichtje te plaatsen. Ik behandel vooral boeken, films en de gebruikelijke rompslomp op de televisie. Ik ventileer hier een ongezouten mening. Verder kan ik onthullen met wat voor een schrijfwerk ik bezig ben, een gedicht, een essay, een recensie of misschien wel een verhaal of een roman. Het kan zomaar gebeuren…

Twee weken na mijn eerste hyvesblog begon ik ook op blogger voor mijn blog over literatuur. Al scheidde ik het eerste jaar mijn blogs nog. De privéblogs kregen een plaatsje op Hyves en de wat algemenere blogs kwamen op blogger terecht. Al was deze vorm van bloggen niet lang te handhaven. Zeker niet nadat ik op 6 oktober 2007 overstapte op het dagelijks bloggen. Vanaf dat moment liepen de blogs via een rss-feed op Hyves binnen die tot het laatst toe meedraaide.

Dank je wel Hyves

Daarom neem ik met een beetje weemoed afscheid van Hyves. Het vriendennetwerk bestaat niet meer. Vanmorgen was er nog even wat te zien, maar nu is de stekker er helemaal uit. Jammer, want ik koester dierbare herinneringen aan Hyves. Vooral dankzij Hyves ben ik gaan bloggen. En daar ben ik Hyves heel dankbaar voor. Dank je wel Hyves.