Categoriearchief: bus

Pauze bij de bushalte – #plog

image

Het heerlijke winterzonnetje lokt me naar buiten in de pauze. Al is er in het Westelijk havengebied van Amsterdam niet veel te beleven. Of juist heel veel. Ik weet het nog niet zo goed. De wind staat de verkeerde kant op en waait de geur van olie en de rookpluim uit de steenkoolcentrale rechtstreeks naar je toe.

image

Voor mij geen reden om binnen te blijven en ik volg de afgeschermde snelweg op weg naar de havens. Ik wil weleens rondstruinen langs de kade onder de kranen door die ik vanuit de trein zie. Het is te ver weg. Wel loop ik voorbij het opstelterrein van de treinen. De sporen verderop verraden dat er af en toe overheen gereden wordt.

image

Ik zie enkel een boot staan, klaar om te worden afgelakt of een andere beurt te krijgen. Twee mannen staan bij een loods een sigaretje te roken. Verder is er weinig bedrijvigheid bij het grote schip. In het water verwordt zo immens ding tot een klein plankje vlot. Een vrachtwagen passeert me met op de oplegger twee grote heftrucks. Hij rijdt in de richting van de snelweg waarover het verkeer ondanks het geluidscherm duidelijk hoorbaar voortraast.

image

Als excuus staan tegen de dijk waar de A10 op ligt, eindeloze rijen boompjes geplant. De dunne sprieten verraden eerder het excuus dan dat ze een goed argument vormen voor een schone omgeving. Het is waarschijnlijk aanplant voor gekapte volwassen exemplaren elders in de stad.

image

De weg waar ik langs loop is leeg. Het voetpad stippelt een mooie route voor de wandelaars. Soms passeert een verdwaalde schim mij. Verderop een groepje kantoorlui die een wandeling in de pauze maken. Voor de rest blijft iedereen zoveel mogelijk binnen of in de auto.

image

Als ik de bushalte passeer en even stop om een foto van de lucht te maken, komt er een stadsbus aangereden. Het oranje lampje knippert als teken dat hij hier gaat stoppen. De bus is verder leeg en ik houd vergeefs mijn armen omhoog. Ik sta hier alleen maar en hoef niet mee.

image

Het bushokje heeft evenveel triestheid over zich heen. Het is de halte Dynamostraat. Aan de zijkant is de elektronica gesloopt. Een paar weerstandjes andere vage inklikbare plastic kastjes waar draadjes uitsteken, zijn duidelijk zichtbaar. De bus is allang uit zicht en als bij toverslag, speelt de zon met de wolken boven de kantoren. Nog een paar stappen en ik kruip weer achter het scherm.

image

Dark Star Safari

20140831_184225Het laatste dikke reisboek van Paul Theroux dat nog op mijn leeslijst stond: Dark Star Safari, Een reis van Caïro naar Kaapstad. Het is de grote Afrikareis van Paul Theroux.

Tien jaar later probeerde hij het nog eens, andersom en via de andere kant: vanuit Kaapstad naar het Noorden via de Westelijke route. Deze tocht breekt hij af, voor het eerst. Het boek verscheen vorig jaar in Nederland en ik las het meteen.

Nu was het tijd mij te wagen aan de eerdere Afrikareis. In 2001 maakt Paul Theroux de reis door Afrika. Hij komt aan in februari en vertrekt aan het eind van het jaar uit Zuid-Afrika, kort na de begrafenis van Reinhold Cassirer, de echtgenoot van de schrijfster Nadine Gordimer.

Het is een zware reis dwars door Afrika. Paul Theroux legt een gedeelte per trein af, maar het grootste gedeelte van de reis, legt hij af in bussen. Als hij bij Nadine Gordimer op bezoek is, zegt ze niet voor niks steeds dat hij per bus gekomen is vanuit Caïro. Een prestatie die weinig mensen hem kunnen navertellen.

Onderweg neemt Paul Theroux de situatie in ogenschouw. Het stemt hem somber. Hij ziet eerder een verslechtering dan een verbetering met de tijd dat hij in Afrika werkte.

Wel geniet hij van de ontmoetingen met de mensen en de verhalen die hij hoort. Ook bezoekt hij de plekken van zijn herinnering aan Afrika, de tijd dat hij docent was. Hij ziet dat sommige van zijn leerlingen goed zijn terechtgekomen.

Ik kon moeilijk in het boek komen. Paul Theroux kon niet zo goed richting geven aan het verhaal. Er zat veel minder sterk een leidmotief in dan in andere reisboeken. Pas verderop komt het verhaal los. De trein en bus vervullen een veel minder belangrijke rol in het boek.

Ze vervoeren hem van a naar b. In tegenstelling tot de treinboeken doet hij de verhalen niet op in de trein, maar komt ze tegen op de stations of in de steden die hij aandoet. Deze manier van reizen kom je al tegen bij zijn Chinareis of als hij langs de kust van het Verenigd Koninkrijk loopt. De reis in de bus is een heuse belevenis, maar hij doet er niet de verhalen op die hij bij zijn eerdere treinreizen meemaakte.

Daarmee is Dark Star Safari, de ultieme safari door Afrika.

Paul Theroux: Dark Star Safari, Een reis van Caïro naar Kaapstad. Oorspronkelijke titel: Dark Star Safari. Vertaald door Tinke Davids. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas, 2003. ISBN: 90 450 1056 9.

NS zet bussen in

image

De touringcars op de busbaan verraden het al: werkzaamheden aan het spoor: de NS zet bussen in. De drukte op de busbaan vertelt de rest. Af en aan rijden de bussen. Op een normale dag rijden er nooit zoveel bussen. Nu komt de ene na de andere voorbij.

We fietsen naast de busbaan van Almere Buiten naar Almere Stad. Ik kijk snel op de Reisplanner-app van NS. Inderdaad er zijn werkzaamheden. Twee weken geleden waren er ook werkzaamheden.

Het lijkt of NS aan het eind van het jaar in september, oktober en november nog snel het budget voor het spooronderhoud moet opmaken. Bijna elk weekend is het traject tussen Almere en Weesp aan de beurt. De drukke route vraagt blijkbaar om veel onderhoud. Elk jaar gaan er zeker een weekend of acht op aan het spoorwegonderhoud.

Ik heb net een treinkaartje bij het Kruidvat gekocht. Op zaterdag en zondag mag je dan voor een lage prijs door het hele land reizen. Ik wilde een keer een grote rit door Nederland maken per spoor, maar bij werkzaamheden is dat gedoemd te mislukken. Een stuk afleggen met de bus kost snel een uur extra reistijd. Dat uur kun je dan niet opmaken aan de af te leggen route. Meer reistijd betekent minder kilometers.

Terwijl ik dat zo zit te overdenken, zie ik een prachtige lucht vanaf een brug. Die moet op de foto. Als ik goed balanceer lukt het wel om het al fietsend te nemen. Ik sta helemaal klaar. Juist op dat moment komt een extra bus voorbij en doorkruist mijn mooie wolkenhemel.

Treinen en bussen in Het drijvende koninkrijk

image

In Het drijvende koninkrijk reist Paul Theroux niet exclusief met de trein. Hij wisselt de treinritten af met stukken die hij te voet aflegt. Ook maakt hij gebruik van de bus als er geen trein voor handen is. Zo staakt tegen het einde van zijn tocht het personeel van de spoorwegen. Dan is hij alleen op de bus aangewezen omdat geen trein rijdt.

Al beweren de krantenberichten dat tien procent van de treinen wel zou rijden. Paul Theroux ziet er niet één. Alleen rijdt de trein op een geprivatiseerde spoorweg. Het traject is tot zijn spijt slechts 15 kilometer. Zo is hij vrijwel de gehele oostkust aangewezen op de bus. Een verschrikking vindt Paul Theroux. Hij merkt ook geen verschil met bussen in Venezuela of India. Een bus is een bus.

Stand van (Enge)land

Theroux maakt de reis langs de kust van het Verenigd Koninkrijk omdat hij de stand van het land wil peilen. De keus voor de lokale spoorweglijntjes is omdat hij merkt dat veel lijnen met opheffen worden bedreigd of al zijn opgeheven. Het ‘Beeching Report‘ uit 1963 wordt overal uitgevoerd en een nieuw rapport, het ‘Serpell Report‘ stelt ondermeer een variant A voor. Hierin wordt het spoorwegnet van Groot Britannië teruggesnoeid van 17.000 kilometer naar 2.500.

De dorpen zonder spoorwegverbindingen zijn lastig te bereiken. De bus doet er dikwijls vele malen langer over dan de trein. Zonder auto lijken deze oorden onbereikbaar. De arme en oudere mensen kunnen zo niet eenvoudig uit hun dorp of stadje komen. En zo keren de dorpjes weer in hun oude isolement van de tijd voordat de spoorwegen kwamen en gebieden ontsloten.

‘Dorpen werden weer chagrijnig en klein, en winkels gingen dicht, en de mensen die op het platteland bleven wonen, raakten steeds meer aan huis gebonden. De steden kregen steeds meer inwoners en werden armer.’ (313/314)

Paul Theroux ziet hierin een terugkerend patroon: eerst worden er stations langs de lijn gesloten, dan verdwijnen er allerlei voorzieningen op de stations en tenslotte wordt de lijn opgeheven omdat deze niet meer rendabel zou zijn. Is het verwonderlijk, stelt hij. De hele lijn is al uitgekleed! Als de treinengekken langskomen, betekent het niet veel goeds voor de lijn: hij zal binnenkort worden opgeheven. Ze fungeren als een soort aasgieren, alleen geïnteresseerd in het verleden van de trein.

Taal van het land

Het drijvende koninkrijk is ook een ander reisverhaal omdat Paul Theroux de taal van het land goed spreekt. Een bezoek aan een land waar je je moedertaal kunt spreken, voelt anders. Het accent ligt minder op het vreemde, maar op het vertrouwde.

‘Schrijven over een land in de taal van dat land was een groot voordeel, want elders was je altijd aan het interpreteren en het vereenvoudigen. Door vertalingen ontstond een onduidelijke dubbelzinnigheid – je zag het land altijd zijdelings. Maar taal groeide vanuit een landschap – het Engels was uit Engeland gegroeid, en het leek logisch dat het land alleen zijn eigen taal op de juiste wijze geportretteerd kon worden.’ (14)

Zo ontdekt de Amerikaanse schrijver de vervallen staat van het land. Niet alleen de spoorlijnen zijn vervallen, ook de hotels en pensions zien er smoezelig uit. De treinlijntjes zijn ten dode opgeschreven. Sommige onheilsspellers zeggen dat over tien jaar niet één van die lijnen meer zal bestaan.

Serie over Het drijvende koninkrijk

Dit is het tweede deel van een serie blogs over Het drijvende koninkrijk van Paul Theroux.
Lees ook het eerste deel: Langs de Engelse kust met Paul Theroux

Broodzakje

De donkere kop drukt de snavel in het plastic zakje. Vervolgens maakt hij zich los van het zakje en hakt flink in het plastic. Beducht van alles wat voorbij komt. Ik fiets langs. Zie hem druk in de weer. ‘Zo jij hebt mazzel’ , mompel ik. Het kauwtje vliegt op van zijn prooi. Ik weet niet of het van mij komt of van de bus die met hoge snelheid voorbij raast.

Als ik even later terugfiets omdat ik het zakje met kraai dolgraag op de foto wil hebben, zit een ekster op het zakje. Zijn klauwen grijpen in het plastic. Hij hakt wat kalmer. Met minder driftige bewegingen dan het kauwtje. Ook hij vliegt op als ik te dicht bij hem kom. Zo ligt het zakje daar eenzaam.

Een meeuw vliegt voorbij en kijkt of de kust veilig is. Een rode spitsbus rijdt over de brug en de meeuw ziet weinig kans. Het zakje boterhammen is duidelijk verloren door een fietser die over de bus reed. Uit de rugzak gevallen of op een andere manier kwijtgeraakt. Een kraai heeft een plekje gevonden in de boom bij de brug. Ik weet dat hij toeslaat als ik weg ben.

Overdrijven in de achtbaan

De achtbaan van Speelpark Oud Valkeveen

De buien dreven over maar de wolken bleven druppelen. We waren buiten. Bij het verlaten van de bus regende het al. En ze speelden eerst binnen, tot ze echt naar buiten wilden. Het personeel zuchtte en kreunde. Regen is voor niemand leuk. Zeker bij een schoolreisje.

De kinderen mochten in de vrije val en daarna in de zweefmolen in de vorm van een bij. Ik vroeg een medewerker of het treintje reed. ‘Nee’, antwoordde hij. ‘Maar u kunt wel in de achtbaan.’

‘De achtbaan’, krijsten de kinderen. De eerste waren al op weg en liepen inmiddels halverwege de vijver in het midden van het park. Ik hobbelde er achteraan. Andere ouders met kleuters liepen achter mij aan. En zo vormden we een heus rijtje mensen op weg naar de achtbaan. Ondertussen druilde de regen haar sombere liedje verder.

Net op het moment dat ik de trap wilde bestijgen, riep de medewerkster stellig dat de attractie ging sluiten. ‘Dat is ook wat’, reageerde ik verongelijkt. ‘Uw collega zei dat we hier terecht konden en nu gaat u dicht. Er komen nog zo’n 20 kinderen aan.’ Ze trok haar beslissing terug en de kinderen stapten in de slurf.

Rails, wagonnetjes en wieltjes. De achtbaan is net zozeer een trein als het andere ding dat traag door het park rijdt. De rest van de kinderen en begeleiders die achter mijn groepje aan liepen, arriveerde. Ze stapten in en de eerste ronde kon gereden worden. ‘Kom er ook bij’, vond een moeder. Ik liet mij niet uitdagen. ‘Nee, dat ding is echt niks voor mij.’

Een andere moeder die over evenveel heldenmoed als ik beschikte, stond naast me. Het treintje was ondertussen gaan rijden. De slurf met het vrolijke wezentje voorop, passeerde ons. Het stalen geraamte van de achtbaan rinkelde. ‘Jij kan ook overdrijven’, zei ze lachend. ’20 kinderen!’ Ik keek in het treintje en telde 8 kinderen. 2 stonden aan de kant. Het aantal was wellicht verdubbeld in mijn woorden, maar ze zaten er toch in. ‘Ach ja’, vergoelijkte ik mijn overdrijven. ‘Ze zitten er toch maar mooi in.’

Het trein zette zijn afdaling in, nam de bocht en kreeg de diepe slinger naar beneden. Kinderen gilden. Ze gilden net zo hard als 20 kinderen. Net als aan het eind van het ritje, waarbij de kinderkelen riepen dat ze nog wel een keertje wilden. Ondertussen speelde de regen het spelletje mee en begon nog harder op de kinderhoofdjes te trommelen.