Categoriearchief: brood

Rijksdaalder

image
Rijksdaalders die ter gelegenheid van een bijzondere gebeurtenis werden geslagen. Links de herdenkingsmunt voor het 400-jarig bestaan van de Unie van Utrecht in 1979. De rijksdaalder rechts werd een jaar later geslagen bij de troonswisseling van Juliana naar Beatrix.

Een slungelige jongen komt de bestelling halen voor de familie. Hij noemt de familienaam. ‘Drie keer een tijger’, zegt hij erbij. Het winkelmeisje dat hem helpt, kijkt naar haar oudere collega. ‘Is het voor Debora?’ vraagt ze tegn de donkere zonnebrilglazen. De jongen knikt. ‘Mijn moeder heet Debora’, antwoordt hij. ‘Kijk, dat weet ik dan weer, maar die achternaam ken ik niet onthouden.’

Het meisje snijdt het brood en de oudere winkeldame helpt afrekenen. ‘Heb je er misschien een stuiver bij?’ vraagt de winkeldame. Ze kijkt over haar leesbril naar de jongen. Hij kijkt haar verbaasd aan. ‘Een wat?’ ‘Een stuiver’, herhaalt ze en kijkt hem nog eens goed aan. ‘Dat is 5 cent, maar jullie kennen de stuiver zeker niet.’ ‘Nee’, reageert het winkelmeisje. ‘Wij zijn van de euro en niet van die andere munt.’

‘Sorry’, zegt de oudere winkeldame. ‘Ik word ouder, dan reken je nog in guldens en vraag je om een stuiver of een dubbeltje. Of een kwartje.’ De jongen kijkt nog altijd verbaasd naar de benamingen. ‘Maar zo lang is het toch niet geleden? Wacht eens.’ Ze slaat aan het rekenen. ‘Het was 2002 toen de euro kregen. Maar jij bent toch veel ouder?’ ‘Ik ben 16’, zegt de jongen.

Ze vertelt verder over de gulden. Mijn brood wordt gesneden. ‘Ook had je vroeger een munt voor 2,50 gulden. Tjonge, hoe heet dat ding ook alweer.’ ‘Rijksdaalder’, zeg ik. ‘Ja, een rijksdaalder’, bevestigt ze. Ze knikt en kijkt me snel aan. Even denken we aan die grote munt van 2,50 gulden. De munt die er al bijna 12,5 jaar niet meer is. ‘Dat wordt dan 7 euro 55’, zegt ze. Ik geef haar er keurig een stuiver bij.

Kerstbrood

image

Het stuk kerstbrood ligt op de natte straat. De vroege avond is gevallen. Het is aardedonker. In de verte licht het sportveld nog iets van de horizon. Een auto komt aangereden en werpt zijn schijnwerpers over het stuk brood. Het is nog niet ontdekt door meeuwen of kauwtjes. De stukjes noot en rozijnen zijn duidelijk zichtbaar in de dikke plak kerststol die op de straat ligt. Het is zelfs te zien dat het brood luchtig is.

Geen boter of poedersuiker zit erop, wel een stukje spijs in het midden van het stuk brood. De auto nadert de brug en daarmee het stuk brood. De koplampen stuwen omhoog door de drempel waar de auto oprijdt. Het gevaarte nadert de kerststol. Precies naast de band blijft het stukje brood liggen.

image

Een andere auto komt er vlak achteraan. De lichten schijnen op de kerststol. Rozijnen en spijs liggen klaar geofferd te worden. De banden naderen. Plats daar verdwijnt het stuk brood onder de autoband. Zo plat als een dubbeltje.

Als het ochtendlicht op deze kerstmorgen schijnt, is de ravage nog beter te zien. Het verschil tussen weg en brood is nagenoeg weg. Elke hap ligt opgeschrokt tussen de steentjes van het asfalt. Een meeuw krijst laag over de weg. Het vrolijk kerstfeest zal hij echt ergens anders moeten zoeken.

Koffie, croissant en een appel

Aanbieding

Vanuit de ochtendtrein drommen de forensen de broodjeszaak binnen. Een hele rij verovert de krappe ruimte tussen glaswand en toonbank. Ik zie een aanplakbiljet waarop een kopje koffie staat, een croissantje en een appel. Daarachter de prijs: 2,50 euro. Niet duur.

Als ik het station uitloop, blokkeert een groot reclamebord mijn weg. Op het bord een appel, croissant en een kop koffie. Het is van de nieuwe lunchroom op de hoek van het nieuwe station.

Bij de broodjeszaak in de stationshal slaat het duidelijk beter aan. Deze zaak is uitgestorven. De eerste mensen lopen voorbij met het croissantje in de mond en de koffie in de andere hand. De appel verdwijnt in de tas. Voor straks.

Meeuwen voeren


We fietsen tegen de wind in een rondje Weerwater. De kerstkaart net in de bus bij de vriendjes, een tweeling. Haar haren blazen op door de wind. Op het water dobberen een eindeloze reeks hoentjes. De golfjes spelen kleine kopjes op de wind.

Een vrouw voor ons is gestopt. Ze hangt half naar achteren in haar fietstas. De tas kleurt
vrolijke tinten tegen de grijze lucht. De flap schiet omhoog, gegrepen door de wind. Mevrouw pakt een grote zak. Het vierkante witbrood hoekt de plastic zak. Ze grijpt en hengelt er een vierkante boterham uit. Lees verder Meeuwen voeren

Broodzakje

De donkere kop drukt de snavel in het plastic zakje. Vervolgens maakt hij zich los van het zakje en hakt flink in het plastic. Beducht van alles wat voorbij komt. Ik fiets langs. Zie hem druk in de weer. ‘Zo jij hebt mazzel’ , mompel ik. Het kauwtje vliegt op van zijn prooi. Ik weet niet of het van mij komt of van de bus die met hoge snelheid voorbij raast.

Als ik even later terugfiets omdat ik het zakje met kraai dolgraag op de foto wil hebben, zit een ekster op het zakje. Zijn klauwen grijpen in het plastic. Hij hakt wat kalmer. Met minder driftige bewegingen dan het kauwtje. Ook hij vliegt op als ik te dicht bij hem kom. Zo ligt het zakje daar eenzaam.

Een meeuw vliegt voorbij en kijkt of de kust veilig is. Een rode spitsbus rijdt over de brug en de meeuw ziet weinig kans. Het zakje boterhammen is duidelijk verloren door een fietser die over de bus reed. Uit de rugzak gevallen of op een andere manier kwijtgeraakt. Een kraai heeft een plekje gevonden in de boom bij de brug. Ik weet dat hij toeslaat als ik weg ben.

Het hagelt grote pakken Venz

De kapotte schenktuitjes van de Venz hagelslag kreeg gisteren een vervolg. We kregen van Venz namelijk 2 nieuwe pakken hagelslag. Dit was een compensatie voor de ergernis van de losgeschoten lipjes. Als bonus zat er ook nog een pak Kwinkslag (smaak puur-vanille) bij.

Doris doopte de Kwinkslag gelijk tot ‘kinderhagelslag’. Ze wilde vanmorgen al gelijk de nieuwe hagelslag proeven, maar het aangebroken pak K3-hagelslag moet eerst op. We moeten dus nog even geduld hebben voor het zover is.

We kregen bij het uitpakken van de doos een echt hagelslag gevoel. We zouden de hagelslag zo over ons hoofd kunnen gieten. Zoveel pakken hagelslag had ik niet eerder in huis. We zullen ervan genieten, meneer Venz. Ik hoop dat de lipjes dit keer niet losschieten.