Categoriearchief: brand

Paasvuren rijden

image

De Paasvuren of Poasboakes in Twente ken ik al sinds ik Inge ken. De eerste Pasen die we samen vierden, reden we ‘s avonds Almelo uit over alle landweggetjes op zoek naar paasvuren. We kwamen de eerste al bij Mariaparochie tegen. Daarna ging het verder tot aan Ootmarsum toe. Terug deden we ook nog even het baken van Tubbergen aan.

Later hebben we het ook regelmatig gedaan. Toe ik organist was in Langeveen, zijn we naar het Paasvuur van dit dorpje onder Tubbergen gegaan. Het geeft een gevoel van saamhorigheid om daar met zijn allen naar dat grote vuur te kijken. Je wisselt eigenlijk geen woord met elkaar. Het samen kijken naar de vlammen van dit grote vuur is genoeg.

image

Enorm vuur

Een paasvuur is een enorm vuur dat in de wijde omtrek te zien is, een echt baken dus. Er wordt jaarlijks met man en macht gewerkt om het vuur zo groot mogelijk te maken. Het begint met de kerstbomen, daarna volgt het snoeihout van alles dat in de periode voor de Pasen wordt gesnoeid. En zo ontstaat er een metershoge berg van hout, takken en gerooide boomstronken. De wortels branden goed als ze goed gedroogd zijn.

Gisteravond zijn we naar Twente gereden om Doris ook eens dit gebruik te laten zien. We vertrokken misschien wel te vroeg. De zon ging net onder. De meeste vuren worden zo rond 20 uur aangestoken, sommige zelfs later. Onderweg tussen Apeldoorn en Deventer zagen we de eerste rookpluimen. Daarna, tussen Deventer en Lochem was het even rustig om daarna weer in volle hevigheid te ontbranden.

image

Markelo

We reden via Markelo. In Markelo was het een drukte van belang, maar we konden het vuur niet vinden. Daarna reden we via een omweggetje naar Goor. We zagen in de verte overal vuren branden. Niet allemaal even groot en indrukwekkend. De auto vervulde zich met de lucht van verbrand hout en takken.

Vlakbij Goor stapten we de auto uit voor de eerste. We moesten het taluud van de brug af. Dat kostte wat moeite. Het vuur was net aangestoken, van twee kanten en het ging nog niet zo hard. De enorme berg hout en takken beloofde een groot vuur. Met bladblazers probeerden ze het vuur wat meer zuurstof te geven. De berg stond enigszins uit de wind waardoor deze maatregel nodig was.

Paasfeest Bentelo

Daarna passeerden we een groot Paasfeest met tenten die vele malen hoger en grootser waren dan het paasvuur dat ietsje verderop net brandde. Vanuit de wijde omtrek fietsten jongeren naar het evenement. Uit de tenten klonk een harde dreun van het tentfeest, mogelijk één van de eerste dit jaar.

Bij Delden zochten we naar het vuur van Twickel, maar we vonden het niet. Daarom reden we meer in de richting van Azelo. Er waren allemaal festiviteiten voor de 70-jarige bevrijding van dit gedeelte in Twente dat ook rond deze tijd is. Bij Azelo brandde een groot vuur in een weiland. Het lukte ons niet om het te bereiken. Vanwege de bevrijdingsfeesten en de afgezette wegen konden we het weiland niet bereiken.

image

Ongeluk

Bij het oversteken van de snelwegen A1 en A35 zagen we dat er een groot ongeluk was gebeurd. Op de brug van de snelweg stond een file van auto’s. Mensen waren uitgestapt om naar de ravage op de snelweg te kijken. Een paar persmuskieten hingen met camera’s over de reling. De enorme lenzen moesten de situatie vastleggen. Het bood een mooi overzicht van het ongeval.

De auto voor ons treuzelde enorm. Een oudere man zat achter het stuur, reed in een slakkengangetje de brug op en bovenop de brug schokte hij vooruit. Kijkend naar het ongeval en vergetend dat hij aan het rijden was.

image

Bornebroek

Bij Bornebroek herinnerde ik mij een paasvuur in de tijd dat we iets verderop op camping Westerholt stonden. Dan liep ik letterlijk bij het hardlopen op deze enorme brandstofberg. In het jaar dat we op de camping zaten, mochten de vuren niet ontstoken worden. Het was kurkdroog en de overheden vonden het onverantwoord zulke grote vuren te ontbranden.

Nu konden we genieten van het vuur bij Bornebroek. Het brandde al een tijdje. De vlammen speelden met het hout. Soms stortte een stukje in, waarmee gelijk de dynamiek van het vuur veranderde. We kregen er geen genoeg van en tuurden in de vuurzee.

image

Genieten

Het ziet er ontzettend spannend uit en zo van een afstandje kun je er echt van genieten. Net als dat het heerlijk is, je even om te draaien en te voelen hoe koud de avond om je heen echt is.

Het was het tweede en laatste vuur dat we van dichtbij bekeken. Daarna reden we via Enter en allerlei omleidingen weer naar de A1 om de weg naar huis te vervolgen. Het was leuk om Doris zo iets van de Twentse traditie van de paasvuren mee te geven.

image

Dubbel slachtoffer

image

In Procedures en pistolen, Over een gijzeling, de overheid en het publiek behandelt Mirjam Pool ook nog een andere kant van de zaak: het verhaal van Ahmet en Ayse O. De gijzelaar en zijn vrouw die met hard werken een restaurant hebben opgebouwd en graag hun activiteiten naar de binnenstad wilden uitbreiden.

Ik ken het Mesopotanisch restaurant De Molen van de tijd dat ik in Almelo woonde. Kort voordat ik Inge leerde kennen begon de Turk een restaurant bij zijn huis in de Nieuwstraat. Het groeide van een klein onderkomen bij zijn huis tot een groot restaurant. Ik was onder de indruk van de traditionele manier waarop hij het eten bereidde, met open vuur en met liefde voor zijn cultuur. Het eten smaakte geweldig. Het was moeilijk een plekje te boeken voor het overvolle restaurant.

De brand in 2005 was een heuse schok. Ergens rammelde het verhaal over de oorzaak van de brand, maar het was een prestatie dat de eigenaar weer op eigen kracht het bedrijf van weleer opbouwde. Hij maakte het zelfs groter en imposanter dan het was. De voortvarendheid waarmee hij te werk ging, schepte verbazing. Een jaar na de brand opende hij het restaurant weer. Ik was al verhuisd, maar zag hoe mooi en groots het geworden was.

Het verhaal nauwelijks twee jaar later over het restaurant in de stad verbaasde mij. Wie ging op die walgelijke plek en in het oude V&D-gebouw een restaurant beginnen. Bovendien speelden bij de gemeente de meest wilde plannen met dat gedeelte van de binnenstad. Het kon niet anders of hij moest de plek goedkoop kunnen uitbaten. Een andere reden juist daar te gaan zitten, kon er niet bestaan.

Het verhaal van de gijzeling verbaasde mij net zo sterk. Hoe kon die gemoedelijke man, die met zoveel passie en liefde aan het werk was in zijn open keuken, zich zo ontpoppen tot een heuse misdadiger? Hij moest ten einde raad zijn. Alle stoppen moesten zijn doorgeslagen. Een andere reden kon ik niet bedenken hoe hij tot deze wanhoopsdaad kwam. Daarom begon ik ook aan Procedures en pistolen. Ik wilde hierover meer weten.

Verder lezen
Lees ook mijn andere blogs over Procedures en pistolen van Mirjam Pool.

Kerk en orgel Wijhe gered

Het Franssen-orgel uit ca. 1870 in de Rooms-katholieke kerk van Wijhe (foto: orgelsite.nl)

De brandweer heeft de rooms-katholieke kerk van Wijhe weten te redden. Vanmorgen stond de toren in brand en terwijl de klokken begonnen te luiden voor de ochtendmis, wist de brandweer met man en macht de kerk te behouden. De kerk is net gerestaureerd en herbergt 2 monumentale orgels. Het laatste instrument, een Maarschalkerweerd-orgel uit 1895 is onlangs in de kerk geplaatst.


Twijfelachtig is het hoe het andere orgel van Franssen (uit ca. 1870) de brand heeft doorstaan. Dit instrument is opgesteld aan de westzijde – de torenzijde – van de kerk. Volgens diverse internetsites verkeert het orgel dat oorspronkelijk uit Roermond komt, in een beroerde toestand. Aangezien bluswater vaak voor veel schade kan zorgen en het instrument al in een slechte staat verkeerd, is het best zorgwekkend. Hopelijk is de torenbrand juist voor dit orgel een redding.

Dat de brandweer de kerk wist te redden, is een zegen voor het Maarschalkerweerd-orgel dat in 2008 in de Kerk van Onze Lieve Vrouw Onbevlekt Ontvangen is geplaatst. Dit orgel komt uit de kapel van het Utrechtse Verpleeghuis Sint Hiëronymus. Van dit instrument is dit jaar een cd-opname gemaakt. Bert Gelderman bespeelt het Utrechtse orgel van Maarschalkerweerd op een cd met opnames van 4 andere onbekende en bekende orgels uit Windesheim, Wilsum, Welsum en Olst. De cd is een bijlage bij het boek Orgels langs de IJssel.

Schade door bluswater moet niet worden onderschat. Bij de brand in de Ronde Lutherse kerk in Amsterdam in 1993, heeft het Bätzorgel uit 1830 meer geleden aan het bluswater dan aan de brand. Brand is funest voor orgels, het metalen pijpwerk smelt dan en dan is het instrument onherstelbaar beschadigd. Het bluswater bij een brand zorgt voor een enorm vochtprobleem. Vaak duurt het jaren voordat het orgel dan weer bespeelbaar gemaakt kan worden. In Amsterdam is het orgel pas in 1997 in gebruik genomen. Eerst heeft al het houtwerk jaren moeten drogen voordat orgelbouwer Flentrop aan het herstel van het instrument kon beginnen.

Wees verschillig

Peter Cornelissen maakte jarenlang radioprogramma’s en werkt nu op de afdeling projecten van Communicatie & Marketing van de Vara. In zijn drie tv-fragmenten van de Vara-gids van deze week is hij erg enthousiast over de Zembla-uitzending waarin blijkt dat de Almelose restauranthouder slachtoffer was van de bureaucratie. ‘Naar aanleiding van de uitzending is de burgemeester zelfs opgestapt.’

Ik vind dit uiterst onzorgvuldige journalistiek die hier bedreven wordt, omdat hier gewoon een leugen verteld wordt. Inderdaad stopt burgemeester Knip na twaalf jaar heerschappij over Almelo, maar het verband met de gewraakte Zembla-uitzending is er niet. Knip zit zijn termijn rustig uit; hij vertrekt pas in september. Als de uitzending van Zembla een rol speelt, dan is het een rol van Knip persoonlijk. Er is namelijk geen motie van wantrouwen, spectaculair ontslag, of bloed, zweet en tranen verhaal aan verbonden.

Slordig, ook omdat de uitzending van Zembla helemaal niet zo spectaculair was. De beschuldigingen aan het adres van wethouder Sjoers bleken niet te kloppen na een onafhankelijk onderzoek. Iedereen zit er nog en een ander restaurant van de Almelose horecaondernemer staat te koop. Dat restaurant stond vier jaar terug in vuur en vlam, maar hier spreekt niemand over.

In de tijd dat ik in Almelo woonde, vond ik het duo Knip en Sjoers grote gelijkenis tonen met het televisieduo Peppi en Kokki. Dus ik wil me hier niet als een groot pleitbezorger voor de gevestigde orde opvoeren. Ik kon nooit begrijpen hoe dit duo zich zo hoog in de lokale politiek had opgewerkt. Bovendien is Almelo het walhalla voor bureaucratie. Maar de slordigheden van de Peter Cornelissen zijn volkomen onterecht en zetten lezers op het verkeerde been. Zeker mag je eer naar je toe trekken, maar dan moet het wel eer zijn.

Aan het adres van Zembla vind ik hetzelfde. De diepte die het programma regelmatig meent te zoeken, is de diepte van de suggestie. In het Almelose geval zou het zeker ook geen kwaad kunnen te kijken naar de persoon achter de verhalen, ik schreef er eerder over en een goede researcher van Zembla moet het al googlend hebben gelezen.

Hoe verschillig is de Vara?

Oefening

Het alarm loeit. We moeten gaan. Ik herinner het mij dat er briefjes hangen waarop een ontruimingsoefening wordt aangekondigd. Ik gebaar naar de anderen. Weg, we moeten weg. Ook een alarm maakt nonchalant. Het schijnt dat mensen bij een brand gewoon blijven zitten met het idee dat het alarm loos is.
Als alle lieden buiten staan, denk ik terug aan alle ontruimingsoefeningen. Eens was ik na veel moeite voor mijn scriptie in een museumbibliotheek binnengedrongen. Toen ik met het felbegeerde boek op schoot zat, ging het alarm af. ‘Dit is een oefening’, zei de bibliothecaresse. ‘Leg het boek maar neer, want dit gaat een uur duren.’ Het wachten buiten duurde zo lang dat ik maar naar huis ben gegaan.

Reservebibliotheek

Vuur is de grootste bedreiging voor cultuur en wetenschap. Jarenlange noeste arbeid in de vorm van studie, verzameldrift of creativiteit verdwijnt in luttele momenten, voorgoed.
Het vuur in de Delftse Universiteit boeit media. 220 nieuwsberichten tuft de Google Nieuws uit na twee dagen brand en de nieuwste nieuwtjes bereiken de nieuwsgenerator nog steeds.
Zo las ik van Cees Duijvestein, die een collectie van 3.000 boeken over duurzaam bouwen in rook zag opgaan. Een bijzondere collectie, meldt het bericht. Hij heeft er niet van wakker gelegen zijn boeken kwijt te zijn, want op het andere instituut ligt de schaduwbibliotheek. ‘Bij elk congres nam ik een tweede exemplaar mee’, aldus de Delftse hoogleraar. Altijd handig als je bij twee instituten werkt, dezelfde bibliotheek binnen handbereik te hebben.
Een vernuftige strategie, die een literair voorbeeld kent. In De valse dageraad van Jan van Aken krijgt de hoofdpersoon Hroswith de opdracht van keizer Otto een bibliotheek op te richten met alle antieke en oosterse geschriften erin die hij maar kan vinden. Hroswith richt twee bibliotheken op en laat ieder handschrift kopiëren. Dit om te voorkomen dat de schat aan informatie verloren gaat.
Jan van Aken heeft mij eens uitgelegd dat hij het idee heeft uit de computerwereld. Hierbij kopiëren grote back-up systemen gegevens naar elkaar om te voorkomen dat bij een fysieke aantasting informatie verloren gaat. Hetzelfde kan natuurlijk ook met boeken duizend jaar voor de komst van computers en internet, dacht de schrijver van historische romans. Dat het in de praktijk ook gebeurt is alleen maar lovenswaardig. Cees Duijvestein laat zien hoe zinnig het is.