Categoriearchief: recensent

Lees jij leesgidsen – #50books vraag 36

img_20160902_072144.jpgAfgelopen week droevig bericht: Pieter Steinz is overleden. Hij is 52 jaar geworden. Dat is het dubbele van zijn lievelingsgetal 26 weet de liefhebber van zijn artikelen en boeken. Steinz richt in zijn artikelen over boeken het liefst de hele wereld in 26 of in de afgeleide getallen 52, 104 en 416.

Met Pieter Steinz is een belangrijke vertegenwoordiger van lezers verloren gegaan. Zijn boeken zijn heuse labyrinten waar je kunt verdwalen in de verwijzingen naar literaire werken. Hij legt in overzichtelijke schema’s verbanden die je eerder niet zag. Steinz maakt van de literatuur een spinnenweb waar elke spin wel een vliegje van zijn gading vindt.

Zijn interesse gaat heel breed van Jean Auel tot en met Aristoteles en van Aya Zikken tot Zwagerman. De vele selectie die hij maakte, waaronder een uitermate boeiende atlas, een reis door de Europese cultuur en zelfs een kwartetspel. Het zijn allemaal prachtige, toegankelijke leesgidsen die een unieke positie innemen in het aanbod aan boeken over lezen.

Daarom staat de boekenvraag vandaag in het teken van Pieter Steinz en leesgidsen.

Lees jij leesgidsen of boeken over boeken zoals de gidsen van Pieter Steinz?

Laat jij je erdoor beïnvloeden of geloof je het wel?

Zoals elke week ben ik heel nieuwsgierig naar de antwoorden.

Blog mee over #50boeken

Schrijf een blog over de vraag van vandaag en laat hieronder in de reactie een linkje naar je site staan. Heb je zelf een idee voor een vraag? Ze zijn van harte welkom. Mail gerust een vraag of stel hem in via het contactformulier.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

Kritiek – #50books #WoT

imageEen interessante vraag die Martha stelt bij de #50books van vorige week. Wie hebben er meer kijk op het recenseren van boeken: bloggers of krant- en tijdschriftrecensenten? Moet je om een goede kritiek te schrijven veel weten van lezen, schrijven en boeken?

Bij het blogevent van uitgeverij Meulenhoff gaf Marieke Groen een workshop recensie schrijven. Ze wees op het verschil tussen een blogrecensie en een krantenrecensie. De eerste zou vooral persoonlijk schrijven en de krantenrecensent zou vooral een professioneel lezer zijn.

Professioneel lezen

Wat is een professioneel lezer? Is dat iemand die Nederlands of literatuurwetenschap heeft gestudeerd? Of is het iemand die zich voldoende heeft ingelikt in het literair circuit?

De recensies in krant of tijdschrift kenmerken zich vooral door mooischrijverij. Maar geven ze een duidelijk beeld en bijbehorend oordeel over het boek? Het lezen van veel boekenblogs geven mij een gemengde maar goede indruk van een boek. Daar hoef ik niet persé een recensie uit de krant voor te lezen.

Boek niet gelezen

Bovendien tref ik maar al te vaak krantenrecensies aan waarbij ik zeker weet dat de recensent het boek niet gelezen heeft. Die twijfel heb ik niet bij het lezen van boekbesprekingen op blogs. Daarbij zijn ze dikwijls onconventioneel en geven een orginele kijk op het boek.

Het verschil tussen professioneel of normaal lezen, bestaat niet. Elke lezer is een lezer, waarom zou de ene lezer meer waard zijn dan de andere? Ik lees soms blogs met een originele kijk op boeken die ik niet in kranten tegenkom. Ze zijn voor mij waardevoller dan menig professionele kritiek. Goede kritiek draait niet om professionaliteit maar om de kritiek die gegeven wordt.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 24 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief vanPeter PellenaarsMartha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Boekblogger voor de niche uit – #50books

litnet-overzichtLang voor dat de nichebloggers over literatuur schreven, schreef ik al over de Nederlandse literatuur. De Zuid-Afrikaanse schrijver Etienne van Heerden was gastschrijver aan de Universiteit Leiden. Hij vertelde over zijn initiatief op internet: litnet.co.za. In zijn gastcolleges verwees hij regelmatig naar ‘die huis met baie wonings’ boordevol discussie, debat en boeiende bijdrages.

Omdat ik in die tijd druk in de weer was met het verzamelen van content voor de studentenalmanak en het literair studententijdschrift Putdeksel, vroeg ik ook hem om een bijdrage. Hij schreef een prachtig stuk over de fiets. Zijn bijdrage was een ruilhandel, want een paar dagen later vroeg hij of ik iets voelde mee te werken aan zijn website. Er zaten weinig verplichtingen aan. Ik mocht schrijven wat ik wilde. Als het maar over de Nederlandse literatuur ging.

Vanaf januari 2001

Zo gebeurde het dat ik vanaf januari 2001 begon te schrijven voor litnet met een recensie over Mulisch’ roman Siegfried. Er volgden veel gedenkwaardige artikelen, zoals over de dood van Boudewijn Büch of bij de dood van Gerrit Komrij. Ik schreef uitgeverijen aan en vroeg om recensie-exemplaren. Na verschijning van de boekbespreking, printte ik de bijdrage uit en stuurde het op naar de uitgever. Later was een linkje naar het artikel voldoende, maar veel uitgeverijen hechtten in die tijd nog aan het papier.

Ik verruilde het bespreken van boeken jaren voor litnet later voor het bloggen. Ik vond het veel leuker over bredere onderwerpen te kunnen schrijven op mijn persoonlijke blog. Ook omdat het soms lang duurde voordat mijn boekbespreking op litnet stond. Toch hield ik contact en schreef af en toe een bijdrage. Bij het bespreken van een boek gunde ik mij een ander soort bijdrage dan op mijn blog. Zo schreef ik mooie, verdiepende besprekingen over boeken die veel verwijzingen in Nederland en Zuid-Afrika opleverden. Bij nader inzien vond ik het best leuk om geregeld voor litnet te schrijven.

Combineren

Nu combineer ik het schrijven over boeken op mijn blog en op litnet.co.za. Op de Zuid-Afrikaanse literatuursite probeer ik tien bijdrages per jaar te publiceren. Ook over onderwerpen waarover ik zelf niet zo snel zou schrijven. Het is een leuke manier om ergens anders mee bezig te zijn dan mijn eigen blog.

Wel merk ik dat de uitgeverijen in de loop van de jaren veranderd zijn. Niet iedereen reageert even enthousiast. Een uitgever ziet toch liever een vijfregelig berichtje in de Viva of Margriet over het boek, dan een diepgravende, kritische bespreking. Met name Prometheus is moeilijk bereikbaar en stelt hoge eisen. Het ontmoedigt als je dan na lang mailen en het opgeven van bezoekerscijfers een boek zou krijgen, dat op de laatste dag in een beduimeld pdf’je wordt verstuurd. Zonder verder beeldmateriaal wat een eerlijke bespreking voor mij persoonlijk best lastig maakt.

Mooie initiatieven

Bloggen over boeken is daarmee vooral een hobby. Een niche, zo u wilt. Uitgevers zouden de waarde hiervan beter moeten zien. Al zijn er gelukkig heel mooie voorbeelden. Zo heb ik al een paar keer prachtig over Paul Theroux mogen schrijven en kreeg alle medewerking van Uitgeverij Atlas Contact. Mede daardoor heb ik een mooie pagina kunnen ontwikkelen met veel diepgravende artikelen over de reisboeken van Paul Theroux.

En vergeet het mooie initiatief Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl niet. Het heeft een mooie blogcommunity op van bloggers die schrijven over hetzelfde boek op dezelfde dag. Wat je dan te zien krijgt, is geweldig. Samen lezen, schrijven en via social media napraten over een boek. Een schrijver en een boek kan zich niets mooiers wensen.

Dit is het antwoord op vraag 49 van het blogproject #50books van Petepel. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Kritiek van de koude grond


Altijd heb ik het voornemen gehad het werk van Gerrit Komrij (1944-2012) integraal door te nemen. Zijn dood heeft dit voornemen bespoedigd. Nu trakteer ik mij dagelijks op een paar stukjes Komrij. Ik ben begonnen met Daar is het gat van de deur. De eerste bundeling met kritieken en essays van Gerrit Komrij uit 1974.

Het boek laat duidelijk zien dat Komrij nog op zoek is naar de juiste toon en aanpak in zijn
kritieken. De aanpak is sterk wisselend. Het venijn tiert welig en de kritiek slaat naar alle kanten. Kritiek om de kritiek en vooral kritiek van de koude grond. Maar ondanks dat een genot om te lezen. Je kunt al lezend wel begrijpen waarom zijn boekbesprekingen in Vrij Nederland zo razend populair waren.

Je kunt er nu niet meer mee wegkomen, terwijl het destijds zeer vermakelijk op de lezers moet zijn overgekomen, sprekend over ‘het knollen- en bietenproza van Henk van der Meyden’. Of een volstrekt nietszeggend citaat van Dirk Ayelt Kooiman opvoerend zeggen: ‘Dit zijn volstrekt juweeltjes van vertelkunst.’ Hij vervolgt:

‘Overweldigend en grandioos weet Kooiman dus onze aandacht gevangen te houden, ondanks de welhaast volkomen tuttigheid en kleurloosheid van zijn figuren. Zijn ongemeen talent als schrijver is hiermee genoegzaam bewezen.’ (46)

Komrij schuwt niet de groten der aarde aan te vallen. Hermans, Reve en zelfs Claus moeten eraan geloven. Of over Maarten Biesheuvel waarbij hij stelt dat de verhalen wel sterk op elkaar lijken:

‘Veel verhalen uit de ‘beide’ bundels van Biesheuvel kruisen elkaar: in het ene verhaal uit de ene bundel verneem je wat er zoal in het andere verhaal uit de andere bundel vertelt, uiteindelijk, wat het doel van die reis is geweest.’

Het gevaar van dergelijk herhalingen levert een leesmoeheid op die de lezer Komrij duidelijk getroffen heeft bij het recenseren.

Daarmee is Daar is het gat van de deur vooral een kijkje in de vroege literaire kritieken van Komrij geworden. Een stijl die geleidelijk aan kracht wint. Van het vrolijke geknetter van een batterij windjes verandert zijn schrijfstijl steeds meer in de harde paukenslag van de knalscheet. De grap wordt goed voorbereid en met een harde knal afgerond.

Wat vooral verrast, zijn de bijdrages die Komrij achterin het boek heeft opgenomen. Het zijn een bijdrage over een boek rond de laatste eer in Nederland, dat wat hem betreft ‘Een Vademecum van de dood’ mag heten. Of een verslag over de Jugendstil-tentoonstelling in het Rijksmuseum (1972). Om te zwijgen over de prachtige verhandelingen bij de bespreking over een boekje rond Watertorens in Nederland:

‘Watertorens, daar ben ik altijd van geschrokken en daar schrik ik nog steeds van, wanneer ik er een zie. Ik weet er nu, […], weer wat meer van. […]. De watertoren van Zaltbommel komt, sedert ik dit boekje in handen kreeg, elke nacht in mijn dromen voor: ik bedoel maar – al die goedkope onzin over fallus-symboliek – laat maar zitten.’

In Daar is het gat van de deur bewaart Komrij het lekkerste voor het laatste. Het zijn 5 essays bij boeken die hij vertaald heeft van Emmanuel Rhoïdis, Alfred Jarry, Poggio de Florentijn, Rodolphe Töpffer en Oscar Wilde. Essays die Komrij zelf in zijn Vooraf bescheiden schrijft: ‘ Ze getuigen meer van nijverheid dan van briljante vergezichten’.

Met die beschrijving ben ik het totaal oneens. Het zijn stuk voor stuk prachtige essays die onbekende schrijvers en feiten aan de vergetelheid ontrukken. Komrij doet dit met een journalistieke gedrevenheid en oog voor detail die bewonderingswaardig zijn.

Zoals de anekdote rond Jarry die in zijn achtertuin aan het schieten is met een geweer. De buurvrouw komt ontzet binnenstormen en vraagt waar hij mee bezig is. Zijn schieten brengt de spelende kinderen in de naastgelegen tuin in gevaar. ‘Jarry antwoordt, met zijn heel eigen staccato-stem: ‘Mocht zulks ooit gebeuren, ma-da-me, dan maken we toch zeker nieuwe?’ (206).

Een stem, volgens Komrij scherp articulerend, hortend en zonder enige intonatie. Komrij verduidelijkt dit met een citaat van André Gide: ‘Wanneer een notekraker kon praten zou hij het precies zo doen’. Een stijl van praten die ten tijde dat het stuk geschreven werd nog ‘le parler Ubu’ genoemd werd in Parijs. Een manier van praten die sterk met de krakende stem van Komrij zelf overeenkomt. Het verklaart misschien zijn voorliefde voor Jarry.

Het (opnieuw) lezen van dergelijke boeken levert veel plezier en nog meer bewondering voor Komrij op. Zelfs de vroege Komrij herbergt onmiskenbaar de meester in zich die ik later leerde kennen. De meester die met liefde over poëzie schreef, maar de schatjes van de letterkunde even genadeloos met dezelfde pen kon neersabelen. Een schrijver die ik bij elk artikel dat ik van hem lees, meer mis.

Mijn verhaal bij Tonio, een requiemroman

Tonio is gebaseerd op dagboekaantekeningen zoals in Engelenplaque en Hier viel van Gogh flauw staan

Het was bij de presentatie van de dagboeknotities Engelenplaque op 20 juni 2003. Meestal gingen dergelijke presentaties aan mijn neus voorbij. Maar De Arbeiderspers pakte uit met dit 250e deel uit de reeks Privé-domein. In 250 notities gaf A.F.Th. van der Heijden de lezer een kijkje in zijn dagboeken.

Een halfjaar later herhaalde Van der Heijden dit inkijkje voor zijn eigen uitgever Querido met fragmenten uit zijn dagboek over Frankrijk: Hier viel van Gogh flauw. Het thema van de boekenweek in 2004 was namelijk Frankrijk. Beter kon natuurlijk niet.

De presentatie in de tuin bij uitgever De Arbeiderspers mocht ik bijwonen als recensent van de Zuid-Afrikaanse literatuursite Litnet. Voor dit 250e deel waren zelfs internet-recensenten uitgenodigd. Er was al flink wat tijd verstreken. De drankvoorraad op de tafels slonk aardig.  Ik mocht een collega ontmoeten die net als ik ook van ver uit de provincie gekomen was. Hij schreef ook voor een internettijdschrift. De naam van de website is me ontschoten.

De meester
Ik wilde al naar huis gaan toen eindelijk de meester binnenkwam. Ik voelde hoe ik in het niet viel bij grote recensenten. De zuurpruim Arjan Peters liep er rond en kreeg zelfs alle aandacht van de schrijver. Aan mij liep de maestro voorbij. Hij gunde me zelfs geen oogopslag.

En dat was heel terecht. Van der Heijden leefde op het toppunt van zijn roem. In 1996 was na jaren wachten eindelijk het derde deel van zijn Tandeloze tijd verschenen. Het derde deel dat zich splitste in 2 delen, namelijk Het Hof van Barmhartigheid en Onder het plaveisel het moeras. Veel roem kreeg hij voor beide delen in de vorm van prijzen als de Gouden uil en de Generale Bank Literatuurprijs. Iets meer dan een maand voor de verschijning van Engelenplaque had Van der Heijden grote indruk gemaakt met het nulde deel (deel 0) van Homo duplex: De Movo Tapes. Heel de wereld straalde Van der Heijden.

En ik moest ook zeggen dat hij met zijn binnenkomst de ruimte vulde. Alsof we op Sinterklaas hadden gewacht. Zijn vrouw Mirjam Rotenstreich en zoon Tonio volgden hem. Zijn zoon leek op hem. Hetzelfde golvende haar. De vorm van het gezicht leek sprekend op zijn vader en zijn donkere gelaat zorgde ervoor dat ik er een jongere versie van A.F.Th. van der Heijden in zag.

Geen familie
Ik hoorde duidelijk niet tot de familie. Tonio kreeg minstens zoveel aandacht als zijn vader. Hij liep wat verveeld rond. Groette schrijvers of recensenten, maar trok zich verder weinig van alles aan. Soms feliciteerde iemand hem. Hij was net jarig geweest. Ik herinner mij alleen dat hij zich verveelde en dat hij een verwende indruk op mij maakte. Soms vroeg hij iets aan zijn moeder. Ik was van zijn moeder gecharmeerd. Een mooie vrouw met een prachtige uitstraling.

De inleiding door Maarten ‘t Hart die er alleen stond omdat De Arbeiderspers toevallig zijn uitgever was en hij ook weleens had meegewerkt aan de reeks Privé-domein. ‘t Hart memoreerde aan het enige uitstapje waar hij met Van der Heijden voor zijn doen ongekend veel had gedronken. Zonder moeite sloot Van der Heijden bij dit verhaal aan en wist zich uitstekend een dronken Maarten ‘t Hart voor de geest te halen. Sterker nog: hij wist het uitermate beeldend over te brengen aan het publiek.

Van der Heijden is een geboren verteller. Dat werd mij wel duidelijk daar in die tuin van De Arbeiderspers. Hij nam het publiek gelijk mee naar het verlies van zijn vriend Jean-Paul Franssens. Een dag eerder was zijn vriend en collega-schrijver overleden. Ook dat verlies resulteerde later in een boek: Voetstampwijnen zijn tandknarswijnen: een requiem (2008).

Terugvinden in dagboeken
Was ik Van der Heijden geweest, ik had er ongetwijfeld iets over in mijn dagboeken gevonden. Ik herinner mij dat ik nog wat had opgeschreven over de bijeenkomst, maar de aantekeningen zijn weg. Ze liggen verborgen ergens in een schriftje of ze zijn via de inzameling van oud papier inmiddels verwerkt in een televisiedoos.

Ik heb vaak aan de presentatie moeten terugdenken bij het lezen van Tonio, Een requiemroman. Want wat schrijft Van der Heijden indringend over het verlies van zijn zoon Tonio (1988-2010). Het verdriet is zo beklemmend aanwezig in dit meesterwerk, dat ik het met moeite kon lezen. Inderdaad Adri van der Heijden is een geboren verteller en vertelt het aangrijpende verhaal van de dood van zijn zoon.

Lees mijn recensie op litnet.co.za: Het verhaal zonder einde

Boeken Fens en Zeeman geveild

Deze maand zijn 2 bijzondere boekenveilingen. De bibliotheken van de 2 volkskrant-medewerkers Kees Fens en Michaël Zeeman worden geveild. De boeken van Kees Fens neemt het Haarlemse veilinghuis Bubb Kuyper voor zijn rekening. Het eerste deel van de enorme boekenverzameling van Michaël Zeeman zal onder de hamer gaan bij Burgersdijk & Niermans in Leiden.

Recensenten Volkskrant

Zowel Kees Fens als Michaël Zeeman recenseerden boeken voor de Volkskrant. Ze gingen allebei hun eigen weg. Zeeman werkte de laatste jaren van zijn leven als correspondent voor de Volkskrant. Eén van de opmerkelijkste berichten van zijn hand was het bericht over de paus. De paus vertelde in het voorpaginabericht dat God de mensheid beu was. Het stuk zorgde voor veel roering binnen en buiten de kerk.

40.000 titels

Zeemans bibliotheek bevatte naar eigen zeggen zo’n 40.000 titels. Er valt dus nog heel wat te veilen. Op 11 en 12 mei gaat nog niet zijn collectie literaire werken onder de hamer van Burgersdijk & Niermans. Vooralsnog zullen niet-literaire werken in de aanbieding zijn. Onderwerpen zijn onder andere filosofie, geschiedenis, occultisme, boeken over boeken, Judaïsme, religie en muziek.

Purist gedreven door kennis

De IM’s die verschenen na Zeemans dood, laten een veelzijdig mens zien die gek op boeken was. Tegelijkertijd was hij een enorme purist, gedreven door zijn kennis en hartstocht naar nog meer kennis. Dat hij bovendien een exentrieke persoonlijkheid was met eigenaardigheden, staat buiten
kijf. Veel incidenten passeerden de revue, waaronder zijn vrijwillige verbanning naar Rome.

Ander soort boekenbezitter

Kees Fens was een heel ander soort boekenbezitter. Hij was zeker ook gek op een mooie uitgave van een boek, maar dook in zijn essays prachtig in de inhoud van de boeken. Voor hem telde de inhoud van het boek en hij liet zich hierin meeslepen. Vervolgens vertelde hij hier meeslepend over, als een ware schoolmeester. Hij trok je zo mee dat je diezelfde dag nog dat boek wilde lezen.

Betoverende leeservaring

Dante, Petrarca, een boek over kloosters, Carmiggelt, een biografie over de Mexicaanse dichter Sor Juana Inés de la Cruz, de taal van het christendom, het maakte niet uit. Fens schreef erover en betoverde je met zijn leeservaring. Niet belerend, maar lerend. Hij schreef niet wat je allemaal moest weten, maar wat je allemaal kon weten. De liefde voor het boek, de leeservaring, het werd bij hem bijna een mystieke beleving. Religie en lezen hoorden bij Fens ook bij elkaar, zoals God bij de kerk hoort.

Geen verzamelaar

Fens was niet een verzamelaar zoals Zeeman dat was. Een verzamelaar wil alles voor zichzelf houden, een meester deelt zijn boeken zoals hij zijn kennis deelt. Het lezen van Fens’ stukken doet ook vermoeden dat hij meer naar de bibliotheek ging dan naar de boekhandel. Dat neemt niet weg dat ook van hem indrukwekkende boeken geveild worden, zoals werken van Nederlandse dichters, een grote hoeveelheid poëzie en een flinke stapel biografieën.

Wel verzamelaar

Hoe anders is de wereld van een verzamelaar als Michaël Zeeman. Hij ergerde zich aan de hiaten in andermans kennis. Snapte niet waarom jongeren bepaalde dingen die hij wist, niet wisten. Hij probeerde ook niet de leegte in kennis op te lossen door de kennis te delen. Hij sloeg in de contramine en sloeg het boek met een spelfout woedend dicht.

Veel verwachten

Van de bibliotheek van Michaël Zeeman is veel te verwachten, de boeken van Kees Fens zullen veel meer stukgelezen exemplaren zijn. Boeken die gelezen werden en waarvan de letters belangrijker waren dan de geur van vergane drukinkt op oud papier.

Links

Michaël Zeeman over de dood van Kees Fens »
Bas Heijne over de dood van Michaël Zeeman »
Carl Peeters necrologie over Michaël Zeeman »