Categoriearchief: de avonden

De laatste zin – #50books

De laatste zin, de 16e boekenvraag. Een laatste zin die mij altijd is bijgebleven komt uit Gerard Reves roman De Avonden. Het is eigenlijk de voorlaatste zin, voordat de hoofdpersoon Frits van Egters zich laat vallen op bed en in slaap valt.

De laatste alinea luidt:

Hij zoog de borst vol adem en stapte in bed. ‘Het is gezien’, mompelde hij, ‘het is niet onopgemerkt gebleven’. Hij strekte zich uit en viel in een diepe slaap. (222)

Een heerlijke zin, kenmerkend voor Gerard Reve. De verteller gebruikt hier de litotes, de stijlfiguur van de dubbele ontkenning. Een stijlfiguur waar vooral de Engelsen goed in zijn.

Over de laatste zinnen. Vaak ligt het accent op de eerste zin van een roman, maar bij het zoeken van een universiteit bezocht ik Nijmegen. Ik wilde dolgraag in Nijmegen gaan studeren en kreeg een dag lang colleges.

Als onderdeel bij het middageten, kregen we een quiz met een aantal laatste zinnen uit romans. We moesten raden uit welke roman de betreffende zin kwam. Daartussen stond ook deze zin van Gerard Reve. Ik was er best goed in en ging zelfs met het prijsje naar huis.

Zo geniet ik regelmatig nog van deze laatste zin. Minstens zo belangrijk in een boek als de eerste zin. Is de eerste zin voor een roman de paukenslag aan het begin. De laatste zin hoort een mooie slag te zijn aan het einde van het concert.

Iets wat Gerard Reve heel mooi doet in De Avonden

De Avonden – Dag 10

image

‘Ik leef,’ fluisterde hij, ‘ik adem. En ik beweeg. Ik adem, ik beweeg, dus ik leef. Wat kan er nog gebeuren? Er kunnen rampen komen, pijnen, verschrikkingen. Maar ik leef. Ik kan opgesloten zijn, of door gruwelijke ziekten worden bezocht. Maar steeds adem ik, en beweeg ik. En ik leef!’ (Gerard Reve De Avonden, p. 222)

Leesdagboek De Avonden

woensdag 31 december, 10.36 uur

Ik leef!

Dag 10, de laatste dag. Het laatste hoofdstuk. Ik heb de honden uitgelaten en nestel mij heerlijk op de bank. De honden liggen op mijn schoot, over elkaar heen. Het dekentje erover en nu heerlijk lezen. De honden beginnen te snurken. Ik trek het dekentje weg bij de koppen zodat ze vrij kunnen ademen.

Het tiende hoofdstuk is het langste van allemaal. Het telt in mijn uitgave 45 pagina’s. Het is de dag waar bij de hoofdpersoon Frits van Egters alles loskomt. Dat de dag pas ‘s middags om 14.30 uur begint met de constatering dat het een dag is als zaterdag, maar het is dinsdag.

Dat gevoel herken ik. Het ritme wordt aan het eind van het jaar met de kerstdagen en de jaarwisseling genadeloos door elkaar geschut. De laatste jaren was ik niet anders gewend dat ik de dagen tussen kerst en oud en nieuw vrij was. Die dagen was de universiteit namelijk gesloten en verbruikten we verplicht onze vrije dagen. Vorig jaar zat ik helemaal thuis dus vielen de feestdagen op doordat ik niet alleen thuis was.

Nu schieten de buurjongens hun vuurwerk af. In De Avonden worden welgeteld drie vuurpijlen afgevuurd. Rode vuurpijlen, maar Frits vindt ze meer een paarse kleur hebben. ‘Zoals het zilverpapier om de chocoladetorentjes, toen we klein waren.’ Hier knalt de ene knal na de andere. Eerst is er de lichtflits en dan de knal. Het zijn strijkers weet ik.

In het boek van Gerard Reve vormt Oudjaarsavond de climax en ook de anti-climax. De spanning heerst in het gezin. Moeder wil het goed doen. Ze bakt oliebollen, maar heeft zich een dure fles bessen-appelsap laten aansmeren. Terwijl ze zich eerder zo uit de naad heeft gewerkt met een heerlijk avondmaal, met als dessert gele vanillepudding met beschuiten, jam en chocoladehagelslag in lagen erin verwerkt.

Ook ik merk spanning zo in de uren voor de jaarwisseling. Inge wil testen of een spijker wel werkt op vuursteen en schiet met het metaal langs de steen die Doris vorig jaar op Texel vond. Er gebeurt niks. Het geeft alleen krassen. Ik bemoei me ermee. Dat moet ik niet doen. Het levert ergernis op. Ik vind het jammer van de steen en Inge wil graag laten zien dat het stukje steen in de tuin vuursteen is.

Het gedrag van Frits irriteert zijn moeder. Hij wil zijn fietsband plakken in zijn slaapkamer. Dat staat ze niet toe, want het geeft vlekken. Later is hij op zoek naar de krant van gisteren. Hij ziet zelfs dat zijn vader hem heeft, maar gaat nog even door om zijn ouders te jennen. Als hij uiteindelijk ‘s avonds kort voor 12 uur iets tegen zijn vader wil zeggen, krijgt hij er enkel uit dat alleen mensen kunnen zingen. Dat bestrijdt zijn vader. Vogels kunnen ook zingen, mijn jongen.

Om na de nachtelijke wandeling door Amsterdam thuis te constateren dat hij leeft. En eigenlijk is dat ook meer dan genoeg. Ik leef! In deze tijd is het niet veel anders. Omringd door een internet dat alle vormen van informatie binnen handbereik brengt. Het huis met overal verwarmde kamers en in elke ruimte een nieuw vermaak. De vrijetijd die met de vrije zaterdag enorm is toegenomen. De weelde die ons omringt, de rijen voor de oliebollenkraam op de markt.

Maar er gaat niks boven die zelfgebakken oliebol en de constatering dat je leeft!

Een heel mooi nieuw jaar. Al mijn lezers. Bedankt.

Voor een uitleg over dit blogproject: lees de aanleiding

De Avonden – Dag 9

image

‘Oude mensen zijn een plaag. Zodra ze moeilijk lopen, zich bevuilen, beginnen te klagen of aan tafel morsen-weg! Een slag achter de oren met een zware staaf en dan in de kalkput.’ (Gerard Reve De Avonden, p. 162)

Leesdagboek De Avonden

dinsdag 30 december, uur

Fictie en werkelijkheid

Verandert een boek als je er meer van te weten komt? Ik lees naast het boek zelf ook in de biografie van Nop Maas. Het gaat hierin over de werkelijkheid in De Avonden. Veel personages zijn gemodelleerd aan echte vrienden, of beter: vrienden van Gerard Reves broer Karel.

In Hoe word ik een beroemde schrijver schrijft Ilja Leonard Pfeijffer dat het werkelijke leven zich nooit leent voor een roman. De wonderbaarlijke dingen die iemand meemaakt, zijn slechts onder voorwaarde van verregaande manipulatie materiaal voor een roman. Daarom moet je bij het schrijven van een roman niet vanuit een verhaal denken, maar vanuit een constructie.

Gerard Reve doet dat ook in De Avonden verklapt Nop Maas. De fout die de biograaf maakt, is door uitvoerig naar de werkelijkheid in Gerard Reves roman te verwijzen. Daar zijn biografen gek op. Ook Gerard Reve gebruikt elementen uit de werkelijkheid als materiaal voor zijn roman. Dat hij hierbij schuift met de tijd, spreekt voor zich. Nop Maas doet bijna of het een zonde is. Zo werkt Frits van Egters op een kantoor en is Gerard Reve journalist bij Het Parool:

De avonden van 26 tot en met 31 decemer besteedde Reve tenminste gedeeltelijk aan het schrijven van zijn boek, terwijl Frits van Egters niets tot stand brengt.

De film De groene weiden waar Frits vandaag naartoe gaat, is de enige film die Gerard Reve in de laatste dagen van 1946 bezoekt. Hij heet in werkelijkheid anders, De grazige weiden. Alleen is het niet in de nachtvoorstelling van 30 december, maar op zondagochtend 29 december om half elf. In het boek ligt Frits op dat moment zijn roes uit te slapen.

De werkelijkheid in de roman is een andere dan de werkelijkheid zoals die zich aan de verschillende vrienden heeft voorgedaan. Het zou een leuk spel zijn om een boek of verhaal te schrijven vanuit een personage in De Avonden. Zo komen vrouwen er slecht vanaf in de roman van Gerard Reve. Ook irriteren de buitengewoon denigrerende opmerkingen over oude mensen andere personages in het boek.

Vandaag misdraagt Frits zich in zijn uitspraken over de die dag begraven opa van zijn vriend Jaap. Het irriteert vooral Jaaps vrouw Joosje. Ze zegt herhaaldelijk dat ze niet leuk zijn en vraagt of ze willen ophouden. Ze gaan natuurlijk door. Dat zit in de aard van Frits. En dan is het weer jammer dat biograaf Nop Maas daar niet zoveel over te melden heeft.

Het is leuk om al deze dingen bij het boek zelf te lezen, maar daarmee gaat ook veel leesgenot verloren. Het is een keuze en ik vind die lastig te maken. De wetenschap van allerlei dingen haalt de verbazing en verrassing weg. Dan wordt het een soort verhaal over de dingen die ik zou moeten zien en die ik van anderen heb. Terwijl een leeservaring vooral een persoonlijke ervaring is.

Dat overpeinzend zie ik vanuit het raam hoe een oude vrouw op haar scootmobiel stapt en wegrijdt. Een jongere man – haar zoon? – loopt eveneens het huis uit en gaat de andere kant uit. De scootmobiel is buiten mijn gezichtsveld, maar plotseling doemt het in de hoek van het raam weer op en rijdt in volle vaart achter de man aan.

En dan is opeens de opmerking van Frits van Egters over oude mensen helemaal niet zo verschrikkelijk.

Voor een uitleg over dit blogproject: lees de aanleiding

De Avonden – Dag 8

image

‘Ik voel me vandaag beroerd. Maar laat ons om ons heen zien. Sommige mensen worden reeds bij het begin van hun leven zwaar gestraft: zij worden als vrouw geboren. Frits van Egters, wijsgeer. Bladzijde tweeëntachtig.’ (Gerard Reve De Avonden, p. 140/141)

Leesdagboek De Avonden

maandag 29 december, 11.12 uur

Stoommanifestatie

Vroeg opgestaan vanmorgen. Ik kon niet meer slapen en loop daarom voor zonsopkomst langs de gracht met de honden. Daarna lekker onder het dekentje gekropen voor het lezen van De Avonden. De honden nestelen zich om mij heen. Het leesproject past zo goed bij de tijd van het jaar, maar kost tegelijk ook veel energie.

Ik vraag me af waar ik in vredesnaam aan ben begonnen. Elke dag weer een tekstje verzinnen bij wat ik gelezen heb. Een project dat zo mooi is als je eraan begint, maar dat je gaandeweg wilt opgeven.

Maar dan begin ik te lezen. Het is zondag in De Avonden, de ochtend van de kater bij Frits. Hij heeft een vreemde geur in zijn neus die er niet uit wil. Tenslotte gaat hij er maar op uit en bezoekt Bep.

Hij weet haar de angst aan te praten dat ze daar alleen in het huis zit. Ook heeft hij opmerkingen over haar been met vlekken. Hij neemt haar wollen speelgoedkonijn mee dat hij mag lenen. Het beest mag een paar weken bij hem logeren.

Het konijn is wereldberoemd geworden vanwege zijn glorierijke rol in het boek. Het is later geschonken aan het Letterkundig Museum in Den Haag. Zo vermengen werkelijkheid en fictie zich eindeloos in dit boek.

Na het lezen gaat de DVD in de speler. Afgelopen weekend zag ik hem liggen bij de bibliotheek. Ik zie de beelden van de treinmanifestaties in 1989 in Utrecht. Ik zie de stoomparade waarbij ik ook op het perron van de posttrein stond. De stoomtreinen rijden in beeld die ik toen in het echt zag langstrekken.

Net als de locomotieven die aan elkaar gekoppeld met veel gefluit door het station Utrecht reden op weg naar de manifestatie. We hebben er verschillende keren op het perron van de posttreinen staan kijken naar al die stoomtreinen.

Gelukkig zoek ik in de middag ook mijn eigen heil. Ik fiets een rondje Lepelaarplassen en geniet van het prachtige licht. Wat een schoonheid levert dit jaargetijde. Het licht valt precies goed voor de mooiste beelden. De wereld is even van goud en voor ik het weet vergeet ik De Avonden.

Voor een uitleg over dit blogproject: lees de aanleiding

De Avonden – Dag 7

image

Hij bleef een paar minuten staan om naar de stilte in huis luisteren. In de bewolking was een opening doorgebroken: bleek zonlicht viel nog juist over de huizen op de mat voor de kachel. (Gerard Reve De Avonden, p. 110)

Leesdagboek De Avonden

zondag 28 december, 10.25 uur

Stilte

We moeten best een beetje haasten om op tijd op het station te zijn. Ik hoor de trein al binnenrijden als ik de fiets op slot zet. Hollen om een railrunner te bestellen en dan weer rennen om op het perron te komen. Tutterende mensen voor ons op de roltrap. Hij staat al klaar voor vertrek. We stappen snel in.

Doris moet verschrikkelijk hoesten. Het is de koude lucht in combinatie met het rennen. Ze moet al een tijdje flink hoesten. We zoeken een plekje in de trein. Nee, in de stiltecoupe gaan we niet zitten. Maar als haar longen weer tot rust zijn gekomen en we op het rumoerige balkon zitten te lezen, gaan we toch bij de stiltemensen zitten.

Ik sla De Avonden openen. Frits luistert naar de stilte in de woonkamer. Het verhaal neemt me mee. Heerlijk zijn de redenaties van Frits. Hij gaat een avondje uit, maar doet eerst een dutje. Na het eten vertrekt hij naar zijn vriend Jaap. Viktor meldt zich eveneens en ze vertrekken.

Het kind Hansje, die een paar dagen eerder 1 jaar werd, laten ze alleen achter. Volgens vader Jaap is dat voor het kind het beste: zoveel mogelijk liefde, zo weinig mogelijk zorg. Als er brand komt, is dat overmacht. Waarschijnlijk zou het kind stikken voor het vuur er zou zijn.

In de gisteren bij de bibliotheek gehaalde biografie staat dat Jaaps vrouw Joosje (in werkelijkheid Mirjam Noorderbos) het alleen achterlaten van haar kind zich wel kwalijk nam.

Voor ik goed en wel bij het avondje uit ben, zijn we in Leiden. We stappen uit en lopen naar Naturalis. Het grote modderige stuk grond steken we over. De modder is hardgevroren en de plassen zijn veranderd in ijs. Op het gras ligt een uiterst dun laagje sneeuw dat net zo goed rijp zou kunnen zijn.

In Naturalis is het een drukte van belang. Kinderen gillen kriskras om ons heen en vliegen als heuse insecten in een wolk door de zaal. Ouders ontfermen zich niet over de drukteschoppers en ik heb het gevoel in een overdekte speelhal rond te lopen in plaats van in een museum. Overal gillen de kinderen, grijpen iets vast of turen er kort naar, en vliegen verder naar de volgende attractie.

Uit al die drukte verzamelen we onze eigen indrukken en gaan verder naar de volgende hal die soms drukker is en en een andere keer rustiger. De stenen vindt Doris erg mooi, net als de dinosauriërs en dieren uit de IJstijd. Het zijn stuk voor stuk attracties waar we even bij stilstaan.

Ik geniet het meeste van de kleine dieren als de vele soorten vlooien, luis, mijt en wants. Vergroot op een scherm veranderen ze in heuse monsters. Of de noten en bloesem van de Japanse notenboom op sterk water. Ze trekken niet de aandacht van al die kinderen. Misschien dat ik er daarom extra van geniet.

Als we in de trein terug zitten, kan ik het laatste deel van hoofdstuk 7 lezen, de zevende dag. Frits bezat zich en komt dronken thuis. Zijn ouders trekken zijn kleren uit en brengen hem naar bed. Het past goed in de lijn met zijn filosofie: je reinigt je lichaam door het eerst te vergiftigen.

Voor een uitleg over dit blogproject: lees de aanleiding

De Avonden – Dag 6

image

Hij peuterde met zijn pink achter zijn kiezen. ‘Je hebt,’ dacht hij, ‘de adem als een lucht van beschimmelde oude jassen, die in azijn worden gekookt. Zeker. Dan de adem van iemand, die te veel harde eieren heeft gegeten. Maar het ergste is de lucht van iemand, die een dag heeft gevast. Dat is als bedorven melk of als boomschors, die in het water heeft liggen rotten. Jawel.’ (Gerard Reve De Avonden, p. 100)

Leesdagboek De Avonden

zaterdag 27 december, 10.38 uur

Perversiteiten

De regen verandert in natte sneeuw als ik naar de bibliotheek fiets. Op zoek naar de biografie van Nop Maas over het ontstaan van De Avonden en het voorleesboek waarin Gerard Reve zelf zijn debuutroman voorleest. De markt is verlaten. De paar kraampjes die staan, bevatten weinig publiek.

Het heeft iets treurigs. Zelfs bij de notenboer hoef ik niet te wachten. Er staan meer mensen achter de kraam dan voor de kraam. Ook de zalmkop voor de honden heb ik snel in mijn bezit. In de bibliotheek zijn eveneens weinig mensen. Ik trek een stapel nieuwverschenen boeken van de betreffende tafel. Over de ondergang van boekenketen Selexyz en oorlogsherinneringen van Guus Luijters. Ook vind ik een leuke dvd-box met fragmenten rond 175 jaar spoorwegen in Nederland.

Als ik op de bovenste etage op zoek ben naar de biografie van Gerard Reve overvalt mij plotseling een drang van binnen. Ik wil het toilet binnen. Op slot. Bijna gelijktijdig hoor ik het slot opendraaien. Een groezelige man stapt eruit. Een grote plastic tas waar meer afval dan etenswaar in lijkt te zitten, houdt hij in zijn hand vast. Uit de ruimte komt zo’n bedorven lucht dat ik er nog voor ik binnenstap weer naar buiten vlucht. Nog voor de man zijn handen heeft gewassen zak ik een etage lager om mij daar te verlossen van de drang van binnen.

Thuisgekomen gaat het hoofdstuk voor vandaag in de cd-speler. De sombere, diepe voorleesstem van Gerard Reve klinkt door de huiskamer. Vandaag heeft hij een kaartje voor de avondbioscoop, bestemd voor Viktor, maar die wil niet mee. Als hij later die avond aanklopt bij Louis om hem mee te vragen, zegt deze dat hij niet kan. Hij heeft Viktor op bezoek.

Bij de bioscoop treft hij Maurits, de aan lager wal geraakte man met één oog. De perversiteiten schieten over de bladzijden. Het begint met slechte adem, maar eindigt met het wurgen van jongetjes in het bos. Het is onduidelijk of het hier om humor of opwinding gaat. Het laatste is erg aannemelijk, maar misschien ben ik bevooroordeeld door de latere Gerard Reve.

Het klinkt door de mond van de schrijver gelijk anders, maar ik geniet. Bijna net zo als eerder deze morgen bij het lezen van het hoofdstuk van de dag. Hier kan weinig tegenop. Ik hoor weer nieuwe dingen waar ik waarschijnlijk overheen heb gelezen. Het is gewoon een prachtig boek. Zeker gelezen in deze tijd van het jaar komt zijn betekenis tot volle wasdom.