Categoriearchief: bloemlezing

Grappige gedichten – #50books

Poëzie hoeft natuurlijk niet ernstig te zijn. De nieuwe bloemlezing die Ilja Leonard Pfeiffer maakte in de lijn van Gerrit Komrij De Nederlandse poëzie van de twintigste en eenentwintigste eeuw in 1000 en enige gedichten, barst van de grappige gedichten.

Neem het bekende gedicht van Cornelis Bastiaan Vaandrager:

De kroketten in het restaurant
zijn aan de kleine kant.

Jules Deelder – óók een Rotterdammer – kan er eveneens wat van. Zijn nieuwste bundel Rotterdamse kost laat dat wel zien. Hij schrijft prachtig over de verschillende vormen van eten. Zeker als hij het voordraagt, verandert de poëzie in een prachtige grap. Ik heb genoten – én gelachen – van het filmpje waarin hij gedichten uit deze bundel uit zijn hoofd voordraagt.

De dichter die het gedicht tot humor verheven heeft, is wel Cees Buddingh’. Hij vond met zijn gedicht over het verwisselen van een dekseltje de lach van het publiek:

Pluk de dag

Vanochtend na het ontbijt
ontdekte ik, door mijn verstrooidheid,
dat het deksel van een middelgroot potje marmite
(het 4 oz net formaat)
precies past op een klein potje heinz sandwich spread

natuurlijk heb ik toen meteen geprobeerd
of het sandwich spread-dekseltje
ook op het marmite-potje paste

en jawel hoor: het paste eveneens

Dit gedicht laat zien dat poëzie helemaal niet hoogdravend en verheven hoeft te zijn, maar ook grappig. De uitvoering is dan veel belangrijker. Het gedicht ‘Pluk de dag’ heeft Ilja Leonard Pfeiffer niet opgenomen in zijn bloemlezing, maar is zonder twijfel de bekendste light verse van de Nederlandse literatuur.

Daarmee geldt Buddingh’ als onbetwistbare lichte dichter. Dichters als Driek van Wissen. Zijn poëzie is bijzonder toegankelijk en ook bij tijd en wijle grappig. Het gevaar bij deze gedichten is dat het vaak iets té toegankelijk is, waarmee het de zo onmisbare dubbelzinnigheid van poëzie mist.

Willem Wilmink heeft prachtige liedjes geschreven waarin een knipoog en een traan voorkomen. Neem ‘Frekie’ waarin je de ‘ernstig smoel’ voor je ziet. Of ‘Beroepskeuze’ waarin het lyrisch ik verzucht dat hij ‘stratemaker op zee’ wil worden.

Overigens kan Ilja Leonard Pfeiffer er ook wat van. Zijn baggersonnettenkrans Touwen waarin hij een loflied bezingt op het vrouwelijk geslachtsdeel, is een extreme vorm. Maar dit is weer zo vulgair dat het meer afschuw dan glimlach oplevert.

Ik heb ook verschillende pogingen gedaan om grappige gedichten te schrijven. Zo zijn er veel jeugdzondes. Neem het gedicht Lage Rijndijk 92c waarvoor ik mij bij mijn huisgenotes ter verantwoording moest verschijnen. En ik doe het nog steeds. Bijvoorbeeld de haiku die vanmorgen in mij opkwam bij het uitlaten van de honden: Hondenpoep.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Dit jaar neemt Martha het weer over. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

Blijdschap en vreugde voor het lezen

Dan ligt daar opeens het derde deel van het drieluik van Joost Zwagerman. vanuit een stapeltje roept De Nederlandse en Vlaamse literatuur vanaf 1880 in 200 essays, voor 12,50 euro. Ze liggen op de rand van de ramsj-tafel en ik voel blijdschap. Ik zoek namelijk al een tijdje dit boek. De 50 euro die een boekwinkel vroeg waar ik het laatst tegenkwam, vond ik iets teveel van het goede.

De dozen met opruimingsboeken – voor de helft van de prijs – hebben geen boek opgeleverd. Maar hier is de drang sterker dan de portemonnee. Zeker als daar een paar stapel verderop het eerste deel van de biografie over Jaap en Ischa Meijer ligt voor 7,50 euro. Ook dat boek riep begeerte bij mij op. Lees verder Blijdschap en vreugde voor het lezen

De spiegel van de Nederlandse poëzie

De versies van de Spiegel van de Nederlandse Poëzie die ik mede dankzij de boekenmarkt in Den Haag in mijn bezit heb. Dit zijn drukken uit 1939 (zwart), 1965 (wit), 1979 (donkerblauw) en 2005 (gekleurd).

Wekelijks loop ik wel even over de boekenmarkt in Den Haag. Vandaag was hij aan het Plein. Ik struinde even de europlanken af op zoek naar iets dat de moeite van die euro waard is. En een regelmatig bezoek zorgt er dan vanzelf voor dat je collectie vol raakt. Zo trof ik er laatst nog de Worgengel van Rob Nieuwenhuys.

Vandaag trof ik tot mijn eigen verbazing 2 delen van de Spiegel van de Nederlandse Poëzie aan. Het waren de eerste 2 delen van de 2e editie van na 1953 in een druk uit 1965. Enkele weken geleden had ik het derde deel aangeschaft voor een euro. Zo heb ik de hele druk voor een luttele 3 euro. Kijk dat is nou leuk.

De eerste druk uit 1939 van de uitgever De Spieghel trof ik vorige week eveneens aan op de boekenmarkt. Eveneens voor een euro. En zo bereiken mij de verschillende edities van de bloemlezing van de Nederlandse poëzie van Victor E. van Vriesland, vanaf 1979 verzorgd door Hans Warren. Overigens deed Warren de periode van 1100 tot 1900 niet over, maar liet deze herdrukken en stelde zelf de bloemlezing van de 20e eeuw samen.

Ik vind het leuke aanwinsten. Ze zijn niet te kostbaar om uit de hand te lopen en interessant genoeg om te verzamelen. En zo zie je dat er eigenlijk helemaal niet zoveel verschil zit tussen het verzamelen van kastanjes en boeken. In beide gevallen gedraag je je als een hamster die zoveel mogelijk in zijn wang probeert te proppen om het ergens anders neer te leggen en te vergeten. Want als je het eenmaal hebt, vergeet je heel snel dat je het hebt.

Rupsje Nooitgenoeg

Het Jip-en-Janneke-tasje was gisteren bij de oppas blijven liggen. Met dikke tranen vertelde Doris gisteravond dat ze het tasje vergeten was. Vanmorgen bracht ik haar naar school en kreeg ik het vergeten tasje mee van de oppas waar we vlak langslopen als we naar school gaan.

In het tasje zat Rupsje Nooitgenoeg, de figuur van het gelijknamige kinderboekje uit 1969. Het tasje was een uitleentasje dat elk kind van de klas mag meenemen naar huis en de volgende dag weer terugbrengt. Het rupsje wilde gisteren mee met Doris, stond in het schriftje.

In het schriftje kunnen de ouders de ervaringen met het verhaal opschrijven. Wanneer en waar het voorgelezen is, wie het voorlas en wie het verhaal hoorden. In het schriftje stond vandaag uitvoerig het verhaal dat het was blijven liggen bij de oppas en hoe jammer we dat allemaal vonden.

Vanavond mocht Rupsje Nooitgenoeg bij Doris in bed slapen. Voordat hij ging slapen, at hij een hap uit papa’s trui.

In zijn bloemlezing De Nederlandse kinderliteratuur in 100 en enige verhalen, schrijft kinderverhaallezer Abdelkader Benali over zijn eerste leeservaring. Het gaat om, geloof het of niet, over Rupsje Nooitgenoeg: ‘Mijn eerste meesterwerk was Rupsje Nooitgenoeg, dat ging over een rupsje dat zich pagina na pagina door van alles en nog wat heen eet, zodat hij een vlinder kan worden.’

Poep, plas, sex in de kringloop

Hoe persoonlijk kan een boek zijn en mag dat zomaar verkocht worden. Zo stuitte ik op Komrij’s bloemlezing van Middelnederlandse gedichten. Op de omslag en de titelpagina stonden wel heel persoonlijke dingen. Zo persoonlijk dat ik even overwoog het boek dat ik al bezit te kopen voor de €2,50 die De Kringloper voor het boek vraagt. Het leest allemaal zo spannend dat ik me serieus afvraag wat Erik bedoelt met ‘de manier waarop we tijdens de werkuren communiceren’? Of wat meent Mo, spuit12 met ‘Poep, plas, sex. Moge al je dromen uitkomen…’?

Dingen die een ander geen donder uitgaan, maar open en bloot te koop liggen. Blijft een grote vraag over: waarom heeft Margriet dit boek weggedaan?