Categoriearchief: bibliotheek

Opvallende boeken – #50books

Welk boek valt onmiddellijk op als je in mijn boekenkast kijkt? Een lastige vraag. Waar ik ook kijk, ik zie boeken. Ondanks mijn ijverige pogingen om boeken kwijt te raken. Ze blijven massaal en kolossaal staan.

Kijkend in de kasten met Nederlandse literatuur, stoppen mijn ogen bij Gerrit Komrij. Ik koester deze boeken. Die heerlijke vrije stijl van schrijven. Dat energieke. Vooral zijn essays blinken uit, net als zijn gedichten en vergeet zijn bloemlezingen niet. Stuk voor stuk boeken die mij inspireren. Ik pak ze regelmatig, blader er doorheen en voel mij weer verkwikt.

Net als de verzameling met boeken van Dante. Alle soorten en maten vertalingen van de Goddelijke komedie. Ik krijg er geen genoeg van. Wekelijks pak ik mijn standaardvertaling, die van Frans van Dooren. Hij valt nu niet op in mijn boekenkast omdat hij naast mijn bank op de grond ligt. Elke week voedt ik mij met een nieuw stukje Dante.

Die kleurrijke kaften. Ik kan er zo van genieten. Zeker als je in het zachte licht van de avond kijkt. Gordijnen opengeschoven. De kasten, boeken en hoekjes geven schaduwen. De donkere boeken zijn nauwelijks meer te zien. Zeker als ze een eindje naar achteren staan.

Ik ga dit missen straks. En ik weet zeker dat er wel een stukje van dit moois ook in het nieuwe, kleine houten huis een plekje krijgt. Een kleiner plekje dan nu, dat wel. Maar natuurlijk nog wel een plekje.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. In 2016 nam ik de honneurs waar. Dit jaar neemt Martha het weer over. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

Geen leeslijst – #50books

Ik lees momenteel niet echt gericht met een leeslijst. Wel lees ik boeken die ik al langere tijd wil lezen. Zo staat Marcel Proust nog op mijn verlanglijstje het te lezen. Alleen als ik er zelf klaar voor ben, want een vorige leessessie van dit boek is mislukt.

Nog meer laat ik mij leiden door de boeken die ik lees en nieuw te lezen in mij oproepen. Zo maakt Ralf Mohrens nieuwe roman De hemel is zwart vandaag mij nieuwsgierig naar de boeken van Tip Marugg en Frank Martinus Arion. Van de laatste heb ik tijdens mijn studietijd alleen een dichtbundel gelezen.

Enthousiast geworden door een boek over de Balearen, ligt bijvoorbeeld Ik Jan Cremer 2 op de stapel. Net als De ridder is gestorven van Cees Nooteboom.

Allebei boeken waarin het eiland Ibiza een grote rol speelt. Verder stort ik mij op de vertrouwde reisboeken en liggen er boeken genoeg om te lezen. Een bezoek aan Texel wakkert mijn liefde voor Jan Wolkers weer aan. Dan ben ik geneigd om een roman van hem weer te gaan lezen.

Ik heb niet meer zoveel boeken te bespreken, dus ik heb alle vrijheid. Dan neem ik boeken mee uit de bibliotheek of ik struin door mijn eigen boekenkasten op zoek naar een boek waar ik op dat moment wel zin in heb.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. In 2016 nam ik de honneurs waar. Dit jaar neemt Martha het weer over. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

Tuinfantasie – Tiny House Farm

Tussen het verkopen van boeken, het regelen van de hypotheek en maken van de tekeningen, is er ook nog tijd om aan de tuin te denken. Deze week deed ik voor het eerst mee met de boekenveiling van catawiki, de opbrengst viel mij een beetje tegen.

Gelukkig zijn er veel boeken in de bibliotheek te vinden. Zoals het boek over de eetbare tuin dat ik een tijdje terug vond. Als je dit boek openslaat, sla je stijl achterover: wat kun je een hoop planten eten!

Veel planten en bloemen om je heen, kun je gewoon opeten. Denk aan paardenbloem, herderstasje, maar ook de bladeren van de berk en allerlei sierplanten die je in de siertuin terugvindt.

Variatie lijkt het toverwoord. Verschillende soorten bessen, maar ook een mooi haag van verschillende soorten eetbare struiken. Denk aan braam, bes, hazelaar, aardbeienbed en planten die je niet zo snel associeert met eten.

Dit boek moest weer terug naar de bibliotheek, maar nu overwegen we het serieus te kopen. Dus naast het vertrek van die 80 boekenbanden naar de nieuwe eigenaars, druppelt er soms een boekje binnen.

Howells Collegium Regale

Dé ontdekking van de afgelopen weken is wel de cd met koormuziek van Herbert Howells (1892 – 1883). De leidraad van de door Hyperion uitgebrachte cd door het Trinity College Cambridge Choir is Howells Collegium Regale. Dit is de standaard liturgie voor een Engelse communieviering. Howells heeft hierbij wel zowel de liturgie voor in de morgen en in de avond gehanteerd.

Howells schreef deze op een bijzonder moment: midden in de Tweede Wereldoorlog. Hij verving in die periode de organist van het St. Johns’ College. Het intellectuele klimaat in Cambridge stimuleerde hem om de muziek bij het Collegium Regale te schrijven. Het is indrukwekkende kerkmuziek geworden die boven veel andere (Engelse) muziek uitsteekt. Waarbij het orgel uitblinkt en echt in samenspel met het koor klinkt, als onderdeel in plaats van als begeleidingsinstrument.

Jubilate

De opening van de cd met de morgenzang Jubilate. De tekst is van psalm 100 en bejubelt God. Een vreugdevoller begin is niet mogelijk. Het is prachtig om dit lied te horen in de nieuwe uitvoering. Heel overtuigend en sterk. Zeker ook door de ruimtelijke werking waar het is opgenomen: in de Coventry Cathedral. Een betere plek is voor deze moderne, (na)oorlogse muziek niet denkbaar.

Wat onmiddellijk opvalt, is de sterke dynamiek die Howells in het werk brengt. De muziek sleept je door alle emoties heen, slingert van luid tot nauwelijks hoorbaar. Daarmee sluit hij heel direct aan op de tekst. Aan het einde van Jubilate is de combinatie met de Orchestral Trumpet 8′, hier klinkend als de tuba, hét soloregister en luidste register op een Engels orgel.

Muziek om echt van te genieten. De kern wordt gevormd door de muziek rond de Office of the Holy Communion, de eigenlijke dienst. De rest van de cd sluit hier heel mooi bij aan en zou zo de samenstelling van een Evensong kunnen zijn. Zeker ook omdat de liederen die buiten het Collegium Regale vallen, erg mooi en passend gekozen zijn. Neem het lied “I love all beauteous things” op tekst van Robert Bridges.

“I love all beauteous things”

Prachtige muziek, waarbij ook hier Howells de tekst op de voet volgt en prachtig weet te grijpen in de muzikale uitdrukking. Het ritme van de tijd weerklinkt in de opening en slingert door het hele muziekstuk heen. Hoe kun je mooier een gedicht omzetten in muziek bij deze tekst?

And man in his hasty days
Is honoured for them.

De schepping van dit muziekstuk sluit hier naadloos op aan. De klimmende mannenstemmen die afgewisseld worden door de hoge, dalende vrouwenstemmen. Daarbij een eindakkoord in kwintligging. Schitterend. Kippenvel gewoon…

Nunc Dimittis
De herhaling van motieven zoals in het Nunc Dimittis, het 2e lied dat in de avondviering gezongen wordt. Het maakt dit lied heel overtuigend en neemt de luisteraar mee. Tekst en muziek volgen elkaar op de voet en de woorden worden treffend in muziek omgezet. De herkenning en werking van de harmonieën maken het tot een toegankelijk werk dat meteen eigentijds is. Een prestatie die Howells tot een heel bijzondere componist maakt.

Daarbij geldt ook dat de uitvoering door Trinity College Choir Cambridge onder leiding van Stephen Layton. Hij weet hierbij de muziek van Howells heel overtuigend tot klinken te brengen. Het gaat met een hoge mate van sensitiviteit. Net als de keuze om de cd af te sluiten met het Te Deum, het openingslied voor de ochtenddienst. Met dezelfde vreugde als waarmee de cd opent, eindigt deze.

Een geniale vondst, die je als luisteraar extra blij achterlaat en bijna oproept om de cd meteen weer opnieuw te draaien. In combinatie met de ruimte waarin het is opgenomen, krijg je hiermee een sfeer die alleen bij een Evensong in een Engelse kathedraal is te evenaren…

Heer van de vliegen – #nederlandleest

William Goldings roman Heer van de vliegen is een sociaal experiment en kan wedijveren aan televisieseries als Expeditie Robinson. Het uitgangspunt van William Goldings roman is een groep jongeren. Ze stranden op een onbewoonbaar eiland en moeten zien te overleven.

Heer van de vliegen is een aangrijpend verhaal over kinderen. Het refereert rechtstreeks naar de ‘grote mensen’-wereld. Een groep oudere en jongere kinderen belandt op een onbewoond eiland na een vliegtuigongeluk. De jonge kinderen moeten eigenlijk opgevangen worden door de oudere kinderen. Het draait om overleven, maar in plaats daarvan splitst de groep zich met alle gevolgen van dien.

De held van het verhaal is Piggy. Hij is de enige die niet met zijn echte naam wordt genoemd, maar hij heeft wel kijk op de zaak en realiteitszin. Terwijl de rest zich verliest in naïef gedrag, wijst hij steeds op hoe ze moeten overleven en wat ze eraan kunnen doen om te worden opgemerkt door voorbij varende schepen.

De drift van de groep jagers om de varkens op het eiland te pakken en op te peuzelen, staat symbool voor de meedogenloze manier waarmee ze onder aanvoering van Jack, Piggy aanpakken:

Ze ontdekten een biggetje dat verstrikt zat in een gordijn van lianen en zich in uiterste doodsangst tegen de elastische strengen wierp. Het gekrijs van het biggetje was ijl, snerpend en doordringend. De drie jongens renden naar voren en met een zwierig gebaar trok Jack opnieuw zijn mes. Hij hief zijn arm. De beweging werd onderbroken, het biggetje bleef krijsen, de lianen bleven schudden, en het lemmet bleef glinsteren aan het uiteinde van een knokige arm. (39)

Het boek komt op mij over als een sociaal experiment waarbij de verteller bedenkt hoe een groep jongeren zich zou gedragen als ze in zo’n situatie terechtkomen. Hij beschrijft het heel realistisch en gedetailleerd in Heer van de vliegen. De kinderen gedragen zich als volwassenen en daarmee benadrukt de verteller juist dat volwassenen zich als kinderen gedragen.

De Heer van de vliegen is een gespitste zwijnenkop waarop vliegen zitten. De kop vormt het geweten van de groep die eigenlijk geen geweten heeft. In plaats van met elkaar te proberen overleven, splitst de groep zich en maakt ruzie met elkaar. De ene groep wil de andere groep overheersen.

Het levert alleen maar ellende op. Terwijl het al zwaar genoeg is op het eiland, zijn ze elkaar aan het afmaken. Ik kon bij het lezen mijn gedachten niet losmaken van de echte, grote mensen wereld. Waarom bezorgen we elkaar zoveel ellende, terwijl we elkaar zo hard nodig hebben.

De held Piggy wacht een gruwelijk lot. Zijn dikke figuur, astma en slechtziendheid zijn mikpunt van spot. Eerst van iedereen, later draait de eigenlijke leider wel bij. Maar dan is er een andere leider opgestaan die het wil overnemen. Piggy moet het hierbij ontgelden en dat wekt erg veel boosheid op. Waarom moet deze jongen zo worden vernederd, terwijl hij de slimste is van allemaal?

De vraag is het antwoord.

William Golding: Heer van de vliegen. Oorspronkelijke titel: Lord of the Flies, 1954. Vertaald door Harm Damsma en Niek Miedema. Voorwoord: Özcan Akyol. Nawoord: Roderik van Grieken. Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek, 2016. 232 pagina’s. ISBN: 978 90 5965 388 7. Boek cadeau van de Openbare Bibliotheek, ter gelegenheid van Nederland Leest 2016.

Het labyrint

img_20161010_205323.jpgDe kloosterbibliotheek in de roman De naam van de roos van Umberto Eco is een heus labyrint. Het is een ondoordringbaar gebouw met aaneengesloten kamers en die slechts 1 richting op gaan of doodlopen. De oude grijsaard Alinardo brengt ze op het idee met zijn opmerking dat de bibliotheek een labyrint is:

‘Hunc mundum tipice laberinthus denotat ille,’ citeerde de grijsaard in gedachten verzonken. ‘Intranti largus, redeunti ses nimis artus. De bibliotheek is een groot labyrint, teken van het labyrint van de wereld. Je gaat er binnen en je weet niet of je eruit komt. Men dient de zuilen van Heracles niet te schenden…’ (167)

William en Adson weten in de 2e nacht het gebouw binnen te komen. Ze dreigen te verdwalen in het stelsel van deuren en gangen. De ramen die ze menen dat het gebouw heeft, blijken binnen in het gebouw extra lastig te ontraadselen. Daarbij speelt de donkere nacht waarin ze door de bibliotheek dwalen extra parten.

Dan overdenkt de intelligente frater William hoe de bibliotheek mogelijk is opgebouwd. Ze rekenen vanuit de 8-hoekige luchtkoker in het midden van het gebouw. Ze komen tot een bibliotheek met 56 vertrekken, waarvan 4 7-hoekig en 52 min of meer 4-hoekig.

Volgens William is de bibliotheek geconstrueerd volgens een hemelse harmonie, met 4 torens waar in elke toren 5 vertrekken zitten met 4 zijden en 1 met 7. Ze tekenen een plattegrond waarmee ze de geheimen van de bibliotheek proberen te ontsluiten. Het is moeilijker dan ze denken.

Het raadsel ontvouwt zich in de taal, de letters boven de deuren die samen een woord vormen en daarmee het thema van die kamers. William wordt helemaal blij van alle boeken die hij bij het schamele licht leest. Het houdt hem bijna af van zijn werk om het grotere raadsel van het boek op te lossen.

Umberto Eco: De naam van de roos. Oorspronkelijke titel: Il nome della Rosa, Postille a ‘ll nome della Rosa’ Vertaald door Jenny Tuin, Pietha de Voogd en Henny Vlot. 36e druk. Amsterdam: Ooievaars Pockethouse, 1996 [1983, 1e druk]. ISBN: 90 5713 117 X. 582 pagina’s. Prijs: € 15 Bestel