Categoriearchief: bibliotheek

Flink ftinken de finkdieren

In Gent versnijden ze al jaren hun boeken bij het inscannen. Dat staat in de NRC van dit weekend. ‘ Met de oude boeken doen we dat natuurlijk niet, maar met moderne boeken doen we dat al jaren, hier beneden in de kelder, op onze eigen scanners. Eerst lossnijden, en zonodig weer inbinden. We schreeuwen dit alleen niet van de daken’, aldus directeur dr. Sylvia van Peteghem.
Is het erg, het versnijden van boeken? Ik ben vooral tekeer gegaan tegen het versnijden van boeken voor ca. 1900. Vooral in de negentiende eeuw zijn veel boekuitgaven heel uniek. Ik heb hier eerder het voorbeeld aangehaald van Junghuhns Java, waarvan bij de eerste druk geen exemplaar hetzelfde is.
Ewoud Sanders gebruikt zijn artikel weer om van leer te trekken tegen de aanpak van Google en daarnaast weer stelling te nemen in de overtuiging dat de boeken versneden moeten worden voor het inscannen. Hetzelfde doet hij in de Onze taal van deze maand, waar hij vertelt dat hij zijn eigen bibliotheek aan het versnijden is. De opbrengst: 1,5 miljoen pagina’s en hij groeit maandelijks met 50.000 pagina’s.
Ik vind dat het initiatief van Google zeker niet negatief benaderd moet worden. De bibliotheek van Gent stelt haar oude collectie boeken beschikbaar. Gent levert 300.000 boeken, van de zestiende eeuw tot 1867. Ze is de eerste bibliotheek in het Nederlands taalgebied, maar ik begrijp dat diverse bibliotheken al in gesprek zijn met Google. Dat hiermee het Nederlandstalige aandeel van boeken via Google books enorm toeneemt, verdient niets anders dan lof. Bovendien is de dienst van Google gratis. Een bibliotheek zou dergelijke initiatieven alleen maar moeten toejuichen. Natuurlijk wel met het recht om zelf de teksten ook naar believen in te scannen en te gebruiken. Google mag geen alleenheerser worden op het web. Dat Google nog veel moeite heeft met het lezen van de boeken, is een ander verhaal.
Mijn afstudeerscriptie bestond uit een heruitgave van Junghuhns Terugreis van Java naar Europa. Een boek uit 1851. Ton Harmsen scande het boek destijds voor mij in en liet het door een Engelstalige OCR (Optical Chartacter Recognition) overzetten. Een lovenswaardig karwei, waar ik hem nog altijd erg dankbaar voor ben. De moeilijkheid waar hij mij ook op wees, was het vertalen van de enigszins onduidelijke en verwarrende leestekens uit de negentiende eeuw. Ik ploos de tekst op letterniveau na, zoals een aap zijn soortgenoot haar voor haar uitvlooit.
Ik weet dat Google een goed programma ontwikkeld heeft om de gotische drukletters uit Duitse uitgaven om te zetten. Nu zal een goed programma moeten komen dat zonder al teveel problemen de Nederlandse drukletters ontrafeld en omzet naar een digitaal goed leesbaar schrift. Vooral met de ‘s’ heeft Google het zwaar en steevast vertaalt de programmatuur de ‘s’ voor een ‘f’ (zie hier bijvoorbeeld).
Het is voor Ewoud Sanders genoeg ergernis om Google af te kraken: ‘Het ftinkdier flaapt’ grapt hij in de kop van zijn artikel. Twee maanden is Google nu bezig en volgens de officiële cijfers zou de Amerikaanse zoeker al 20.000 titels moeten hebben verwerkt. Zonder kapotknippen en met respect voor de boeken.
Ik denk dat de fouten die de programmatuur maakt, goed zijn op te lossen. Het vraagt om een corpus van teksten van waaruit de machine ontwikkeld kan worden. Het is net zoiets als het verhaal van Mathias de Vries waarmee Sanders zijn artikel in de Onze taal begint. Voordat je een woordenboek hebt, heb je een corpus nodig. Voordat je een goede OCR hebt, moet je eerst duizenden pagina’s hebben ingescant. Verknipt of met de rug er nog aan. Dat maakt niet uit.

Brieven zonder de brieven

In de opruiming vandaag Brieven van Jan Cremer gekocht. Voor slechts een tientje heb ik het vuistdikke boek in mijn bezit. Het is een gevarieerde selectie van zijn brieven. Een groot deel is op een wonderbaarlijke manier gevonden in een tiental scheepskisten die van 1976 tot 2003 lagen in de kelders van een hotel in New York.
Helaas ontbreken de belangrijkste brieven van Cremer in de uitgave, namelijk de brieven ‘aan de vrouwen met wie hij een kortere of langere tijd omgang had.’ Deze brieven zijn waarschijnlijk spoorloos of vernietigd. De vroegere geliefden wilden de brieven niet afstaan.
Ondanks het ontbreken van deze jus, is het erg leuk brieven te lezen van en aan schuldeisers of de prachtige bedelbrieven aan zijn uitgever Geert Lubberhuizen van de Bezige Bij.

KB vernietigt moedwillig cultuur

Kapitaalvernietiging, dat is het krankzinnige idee van Hans Jansen, de directeur Research en Development van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Beide termen die het domein van zijn directie vormen, doet hij geen eer aan met het oneerbare voorstel dat hij vandaag in NRC Next doet.
Niemand raadpleegt de stapels boeken in de bibliotheek, maar doet dit vanuit zijn luie stoel via internet. Daarom wil Hans Jansen zijn boeken digitaliseren en op deze manier ontsluiten voor een groot publiek.
Niets aan de hand tot zover, alleen maar lof . Maar dan maakt hij een cruciale denkfout. Het is duur de boeken in te scannen, redeneert hij. Iemand moet met de hand de pagina’s omslaan en zo het boek bladzijde voor bladzijde in enen en nullen veranderen. Dat is een kostprijs van dertig tot honderdvijftig euro per boek.
Het kan veel goedkoper, vindt hij. Waarom verknippen we het boek niet en leggen het zo op het kopieerapparaat voor de scanbeurt. Zo gepiept, het apparaat vreet keurig het stapeltje bladzijde voor bladzijde op. Je offert zo één boek op voor het goede doel.
Misschien lijkt zijn idee goedkoop, maar dat is schijn. De vernietiging van een boek kost namelijk veel meer geld dan die honderdvijftig euro die het inscannen kost. Wanneer je de marktwaarde van veel van deze unieke boeken bekijkt, dan overstijgt dit heel vaak dit hoge bedrag. Wanneer ik zie wat antiquariaten voor deze bijzondere boeken vragen, dan staat die tweeduizend euro werkelijk in geen enkele relatie met de honderd euro die Hans Jansen bespaart.
Bovendien is een moedwillige vernietigng onacceptabel. Onze voorouders hebben kosten noch moeite gespaard om die boeken voor ons te bewaren, en dan gaan wij ze moedwillig om zeep helpen? Een daad die ons nageslacht ons nooit vergeeft. Het risico wanneer van een boek één exemplaar in een Nederlandse bibliotheek ligt, is veel te groot. Wanneer er brand uitbreekt, zijn de unieke exemplaren verloren. Een oorlog zit in een klein hoekje, dus bewuste vernietiging van de cultuurdragers is gelijk aan barbaarisme.
Daarom roep ik alle bibliofielen en liefhebbers van het boek op om massaal naar de Koninklijke Bibliotheek te gaan, Hans Jansen uit zijn goedbetaalde zetel te zetten en naar het kopieerapparaat te lopen met een boek onder de arm. Het exemplaar is in een uurtje helemaal digitaal. Ik weet zeker dat dit een veel goedkopere manier is om het boek van zijn ondergang te redden.
Het rekensommetje dat hij zelf aan het einde van het artikel maakt, is volledig uit de lucht gegrepen. Waarom is een miljard euro teveel? De Betuwelijn heeft veel meer gekost en daar is veel minder bij gebaat. Bovendien is het de vraag of het kopieerapparaat technisch in staat is al het oude, halfvermolmde papier goed te verwerken tot een digitaal product. De mensenhand zal er altijd bij nodig blijven. Anders kost het je nog veel meer boeken.
Hoezo directeur Research en Development? Hans Jansen is hoofd van de afdeling zelfvernietiging. Hoe kan ik zo snel mogelijk de boeken om zeep helpen die mijn voorouders zo liefdevol en zorgvuldig voor het nageslacht hebben bewaard. Deze man is geen boekenliefhebber, maar een boekenhater, met zeer oncreatieve ideeën. Wat hij bij de KB doet, is mij een raadsel.

Computercrash

Het verloren gaan van informatie, boeit mij. Ik schrijf niet voor niks over branden van musea en bibiotheken. De harde schijf die totaal waardeloos is geworden. Daarom weer een gedachte die in me opkomt over dit onderwerp.
De roman De valse dageraad van Jan van Aken vertelt het verhaal van de monnik Hroswith. Hij krijgt van keizer Otto de opdracht om een keizerlijke bibliotheek op te richten. Hij maakt van elk boek een kopie, die wordt bewaard in een spiegelbibliotheek.
Jan van Aken heeft mij eens verklapt dat hij dat idee had uit de ICT-technologie. In de begintijd van internet werd dezelfde data op meerdere plaatsen opgeslagen, zodat het niet verloren zou gaan. Dat beide bibliotheken aan het eind van het verhaal verwoest worden, spreekt bijna voor zich.

Onherstelbare hersteld

Hier brandt ons cultureel verleden, wisten de toeschouwers toen de Hertogin Anna Amalia Bibliotheek in 2004 verbrandde. Ongetwijfeld overtrof hen dezelfde machteloosheid als het publiek ruim twee weken terug bij de brand van het Armando-museum in Amersfoort.
Het zag er ook verschrikkelijk uit, de meters hoge vlammen die uit het monument kwamen. Bovendien verbrandde daar zo’n 50.000 boeken uit de zeventiende en achttiende eeuw. Weliswaar was het veel drukwerk, waarvan meerdere exemplaren waren. Helaas vielen handschriften van Goethe en Schiller ook ten prooi aan de vlammen. Veel is gedocumenteerd, maar het verlies van een origineel is een heel groot drama. Bij de brand zwierf het geschreven woord in asdeeltjes door de stad.
Wat een vreugde toen ik vanmorgen in NRC de bibliotheek weer hersteld is. De Rococozaal is in oude luister hersteld, maar het voelt niet echt oud. De ruimte is kil, ‘het is een jas die nog niet lekker zit’, schrijft de correspondent.
Een gebouw kun je herstellen, boeken en handschriften niet. De duizenden boeken en handschriften die beschadigd zijn, zullen nog jarenlang onbereikbaar zijn, misschien komen ze wel nooit meer terug. De Lutherbijbel uit 1534 is uit de vlammen gered. Dat is dan weer goed nieuws tussen de rampspoed.
Die branden van musea, kerken, monumentale gebouwen en bibliotheken zijn meestal geen branden die mensenlevens kosten, maar het zijn branden die verschrikkelijk pijn doen.