Categoriearchief: bespreking

Zuinige en schone pellets uit Zweden? – Tiny House Farm

Zoals ik eerder schreef, hebben wij gekozen voor een pelletkachel om ons huisje in de winter te verwarmen. Zeker, er kleven nadelen aan het gebruik van pellets. Het hout dat verbrandt, stoot CO2 uit. Ook geeft het fijnstof. Voor ons weegt het op tegen de grote hoeveelheid elektriciteit die een warmtepomp op lucht vraagt. Ook heeft een warmtepomp voorzieningen in huis nodig die met een houten vloer niet kunnen.

20 zakken pellets

Vorige winter hebben we ongeveer 20 zakken van 15 kilo verbrand. In onze ogen een acceptabele hoeveelheid. Pelletkachels verbranden vele malen efficiënter dan gewone houtkachels. Ter vergelijking is de uitstoot van onze kachel ten opzichte van een houtkachel een middag stoken tegenover een hele week stoken. Ook letten we goed op de binnentemperatuur in huis. We zorgen dat de thermostaat niet boven de 17 graden komt.

In het voorjaar kregen we houtpellets uit Zweden om te testen in onze pelletkachel. Ik nam het aanbod met beide armen aan. Dat wilde ik weleens ervaren. Op de website staan namelijk de voordelen van deze pellets. Ze zouden veel zuiniger branden, minder roet uitstoten, maar ook minder as achterlaten en langer blijven branden. En een minimale hoeveelheid fijnstof zouden de pellets uitstoten.

De zakken zijn ongeveer 2 euro per zak duurder dan de zakken die we normaal gebruiken. Je hebt dan met 16 kilo wel een kilo meer, maar het blijft een gok of dit het geld waard is. Voldoet het wel aan de verwachtingen die hier gewekt worden? Ik ben altijd een beetje sceptisch. Er kan wel van alles op zo’n zak staan, maar dat hoeft natuurlijk niet per se te kloppen.

Houtkwaliteit

Maar wat een verschil de kwaliteit hout uitmaakt. Niet alleen welke soorten hout, maar ook hoe het geperst is. Je ziet niet zoveel verschil bij de korrels, maar ze branden heel anders. Het duurt wat langer voor de kachel goed op temperatuur is. De pellets branden wel veel geleidelijker en stabieler. De uitschieters die je bij het lichtere hout hebt die we normaal gebruiken, zie je meteen.

De pelletkachel brandt

Het verwarmt de ruimte veel egaler. De vlammen zijn rustiger en je merkt het bij de warmte. Dat is niet het enige voordeel. Je merkt het ook in de uitstoot van stof. Het lijkt erop dat het veel minder stof geeft. De hoeveelheid as is beduidend minder. Wat een verschil zeg! Moeten we bij de andere pellets om de dag de kachel uitzuigen. Hier hoeft het minder dan elke week en dan ligt er nog steeds minder as dan na 2 dagen met de andere pellets.

Zuinige pellets

We merken ook dat de pellets veel zuiniger zijn. Moeten we het lichtere hout toch bij wat kouder weer om de dag bijvullen, hier scheelt het wel een halve tot een hele dag die we langer hebben. Een resultaat waar ik best gevoelig voor ben.

Wat deze Zweedse pellets mij leren, is dat het heel veel uitmaakt wat voor een soort hout je gebruikt. Schonere pellets geven ook een schonere kachel. Ze laten een heel andere vlam zien, de warmte voelt ook anders. Ook warmt de kamer anders op. Het verschilt dus wezenlijk of je ‘snel hout’ gebruikt of wat harder en daarmee wat trager hout. De combinatie zoals Zweedse pellets dat heeft, lijkt van beide kanten de voordelen te pakken.

Ik heb nog een paar van de oude zakken met het ‘snellere hout’ op te maken, maar ik weet wel wat ik binnenkort ga bestellen: Zweedse pellets!

Eline

De titel roept onmiddellijk de associatie op met die beroemde roman van Louis Couperus: Eline Vere. En het grappige is dat de verteller van Michelle Vissers roman met dit gegeven ook in het verhaal speelt. Hoofdpersoon Eline Kant maakt namelijk kennis met de echtgenote van de schrijver die in Den Haag woont. Ze is op bezoek bij Véronique, een tante van een goede vriend.

Véroniques medebewoonster Jette komt binnen met een Haagse vriendin die zich voorstelt als Elisabeth.
‘En u, Eline is uw naam? Kijk eens aan,’ zegt Elisabeth. ‘Dan bent u ongetwijfeld een groot liefhebber.’
Eline kijkt verwonderd, waarop Véronique uitlegt dat Elisabeth de vrouw is van de schrijver Louis Couperus, die onder meer beroemd is vanwege zijn roman Eline Vere. Het echtpaar woont in de buurt, en is deel van de groep Indiëgangers die elkaar veelvuldig opzoekt. (325)

De verteller legt deze intertextuele relatie in het verhaal over een eerdere historische roman van Michelle Visser: Véronique. Deze roman speelt aan het eind van de 19e eeuw, in de tijd dat Louis Couperus’ roman verschijnt. De roman Eline is iets later, in de eerste wereldoorlog.

Academisch milieu

Eline en haar man Wieger Kant wonen in Leiden. Haar leven is in het academische milieu. Haar man is archeoloog aan de universiteit en ook haar roots liggen hier. Ze heeft weliswaar zelf niet gestudeerd, maar haar vader is een geroemd wetenschapper. Ze leidt met haar zoontje en dochtertje een betrekkelijk zorgeloos leventje. Ook al is het oorlog en is niet alles voorradig.

Haar leven verandert als haar man Wieger naar Drenthe gaat voor onderzoek naar een net ontdekt veenlijk. Het ligt daar en Wieger wil de vondst graag daar ter plekke onderzoeken. Als hij is vertrokken mist Eline haar man. Ze verkoopt een kostbaar familiejuweel, koopt een automobiel en rijdt met haar kinderen naar het Drentse platteland.

Het leven daar in dat kleine dorpje verschilt nogal van haar leventje in Leiden. In Leiden draait het om de tennisbaan en thee drinken bij vriendinnen. Hier ziet ze heel andere dingen. De dorpsbewoners zijn niet heel rijk en moeten veel moeite doen om te overleven. Bovendien zijn ze allemaal gelovig, iets waar Eline heel erg aan moet wennen. Je kunt daar niet zomaar de dominee tegenspreken, laat staan het bestaan van God ter discussie stellen.

Aanpassen in het dorp

Weet Wieger zich heel mooi aan te passen in het dorp, Eline heeft daar wat meer moeite mee. Ze ziet wel hoe het leven daar misschien wat armer is, ze merkt ook dat de dorpsbewoners minder gecompliceerd en veel eenvoudiger leven. Het eenvoudige leven biedt veel voordelen. Ze merkt het aan haar kinderen die al heel snel hun draai op het Drentse platteland vinden.

Op de achtergrond klinkt de Eerste Wereldoorlog. Voor Eline en Wieger in Nederland merken ze er niet van wat er bijvoorbeeld in Duitsland en Engeland ervaren wordt. Daar sneuvelen eindeloos veel jonge mannen en zijn vrouwen gedwongen in de fabriek te werken of het verkeer te regelen.

In de roman Eline klinken deze verhalen ook door. Uit de brieven van Wiegers tante in Bremen en Elines vriendin Rose in Londen, lees je het andere verhaal over de oorlog. Hoe mensen zich zorgen maken om hun echtgenoot, zoals bij Rose, of haar zoons, zoals tante Flora van Wieger. Zo komt het verhaal van de grote oorlog tot je als lezer.

Niks mee van de Grote oorlog

Is het in Leiden vooral te merken aan de schaarste, op het Drentse platteland krijg je bijna niks mee van de Grote oorlog. In Drenthe gaat het om heel andere dingen. Het gebrek aan medische zorg ondervindt Eline als haar goede vriendin in het kraambed sterft. Het kind ligt in een stuit waarbij de hulp van de arts uit Assen te laat komt.

Toch kan ze niet aarden in Drenthe; nadat ze vrijend met haar man in het open veld wordt aangetroffen, wordt ze vriendelijk doch zeer dringend verzocht om te vertrekken. Het doet haar verdriet, zeker ook omdat ze later hoort dat een meisje op de kermis ongewenst zwanger is geraakt. Zonder pardon doen haar ouders of ze haar niet kennen en sturen hun dochter zwanger weg. Terwijl ze nog maar een kind is.

Die hypocrisie doet Eline veel verdriet en maakt haar ook een beetje boos. Maar door een geluk ontmoet ze de jonge arts Lucas. Het is een oude bekende van Eline en als ze halsoverkop naar Wieger moet, reist hij met haar mee naar Drenthe. De dorpsbewoners zijn wel blij met de arts en vragen of hij wil blijven. Hij wil wel graag naar het dorp komen, maar dan wil hij dat Eline er dan ook mag zijn.

Politieke belangstelling

Een bijzondere tijd breekt aan. Lucas blijkt niet alleen een arts te zijn, hij heeft ook veel politieke belangstelling. Als tot overmaat van ramp de Spaanse griep uitbreekt, heeft hij er handen vol aan. Het is een heftig stuk uit de roman. Zo na de capitulatie van de Duitsers, slaat deze epidemie flink toe. Niet alleen in het buitenland, ook in Nederland en zelfs Drenthe weet de dans niet te ontspringen.

Hier legt de verteller een mooie relatie tussen Lucas die familie blijkt te zijn van Veronique. Ze krijgt later in de roman een klein rolletje als Eline haar bezoekt. En precies daar maakt ze kennis met de vrouw van Couperus. En niet alleen dat ook blijkt Veronique een felle voorvechtster van de vrouwenbeweging te kennen: Aletta Jacobs. Hier gaan de arbeidersbeweging en de voorvechters van vrouwenrechten soms hand in hand. Maar soms vechten ze voor tegenstrijdige belangen. Niet altijd handig, maar Eline is blij als ze eindelijk in 1922 mag kiezen voor de Tweede Kamer.

Met de roman Eline geeft schrijfster Michelle Visser een interessant tijdperk nieuwe literaire invulling. Het is een tijd die vaak aan de aandacht ontsnapt. Al is er wel veel meer aandacht voor de Eerste Wereldoorlog gekomen. Niet alleen wat de grote oorlog in buurlanden als België, Frankrijk en Duitsland heeft gedaan, maar ook wat het voor Nederland heeft betekend.

Slagveld

De enorme impact van de vele op het slagveld gesneuvelde mannen in Duitsland, Engeland en Frankrijk komt via de gesneuvelde neven van Wieger en de vermiste man van vriendin Rose in Engeland heel dichtbij. Als Rose haar man dan eindelijk weer ziet, is hij voor het leven getekend. Hij mag er dan wel zijn, maar haar oude man komt nooit meer terug.

Michelle Visser legt hier ook een mooi verband met de opkomst van de vrouwenbeweging. De beweging in Engeland krijgt aandacht via de brieven van vriendin Rose. Eline komt in contact met de beweging in Nederland via voorvechters als Aletta Jacobs. Maar Eline zet haar talent op een heel andere manier in.

Historische werkelijkheid

Eline is een mooi boek, waarin de historische werkelijkheid en het dramatische verhaal hand in hand gaan. Soms dreigt het een beetje in te zakken, maar gelukkig weet de verteller dan snel weer vaart in het verhaal te brengen. Zo komt alles voorbij: geluk, verdriet, voorspoed, liefde en zelfs erotiek krijgt een plekje in het verhaal.

Michelle Visser geeft de vrouw aan het begin van de vorige eeuw een stem in haar roman. Daarmee benadrukt ze dat de geschiedenis gedomineerd wordt door mannen, maar dat vrouwen een minstens even grote rol spelen. Ze doet dit in een mooie, meeslepende schrijfstijl. Dat maakt Eline tot een verhaal die indruk maakt. Het is het verhaal van de vrouw die niet zo snel voorbijkomt in de geschiedenisboekjes. Daarmee krijgt de vrouw met Eline een gezicht en een verhaal. Binnen alle conversies van de periode waarin het verhaal speelt.

Michelle Vissser: Eline, Historische roman. Amsterdam: Meulenhoff Boekerij, 2019. ISBN: 978 90 225 8587 0. 368 pagina’s. Prijs: € 19,99.
Bestel via Bookaroo

Lily en de octopus – Leestip

Het verhaal van een man en zijn teckel. Iemand op Instagram tipte mij om de roman Lily en de octopus van Steven Rowley te gaan lezen. Ze moest bij het lezen van mijn herinneringen aan Sientje aan deze roman denken.

Het is het verhaal van Ted en zijn teckel Lily. Ted Flask heeft niet zoveel geluk in de liefde. Zijn geliefde heeft hem in de steek gelaten en zo blijft hij alleen achter, samen met zijn teckel.

Gezwel op het hoofd

Op een dag ontdekt Ted dat Lily een gezwel op haar hoofd heeft zitten. Hij ziet het opeens en noemt hem een octopus. Het wezen op het hoofd van zijn liefste teckel bedreigt het enige dat Ted nog heeft in zijn bestaan, naemlijk allerliefste Lily.

In het verhaal vertelt de verteller hoe de liefde tussen Ted en Lily is ontstaan. Dat Ted het onderdeurtje uit het nest mee naar huis nam. Hoe bewust hij juist voor Lily koos boven de andere teckels uit het nest. Hoe gelukkig ze samen zijn geweest en wat ze allemaal samen hebben meegemaakt.

Hoop op wondertje

De verteller beschrijft het verhaal in de paar dagen die hen nog samen rest. Je weet als lezer hoe het zal aflopen, maar je hoopt steeds dat het anders zal gaan. Dat er onverhoopt een wondertje gebeurt.

Tussen het verhaal van Lily en de octopus, lopen de herinneringen aan zijn hond. Dat ze al een keer een hernia onder de leden had, waarbij zijn zus trouwde. Hij moest kiezen tussen Lily en zijn zus, een moeilijke keuze. Daarmee voelt Ted zich nog steeds nog steeds schuldig naar zijn hond. Dat terwijl Lily herstellende was van de operatie. De verteller is hier overigens best dubbel in. In een hoofdstuk met het lijstje met 8 punten dat hij laf is geweest, staat erna een ander lijstje. De keer dat hij moedig is geweest:

Toen ik uit Los Angelos vertrok voor mijn zusjes huwelijk en Lily in het ziekenhuis achterliet om te herstellen, en erop vertrouwde dat ze zou genezen. (78)

De ik-verteller haalt niet alleen de geschiedenis tussen hem en zijn hond Lily aan. Er komt ook een ander verhaal voor. Het verhaal van zijn liefde Jeffrey. Ze gaan uit elkaar als Ted ontdekt dat zijn vriend vreemdgaat.

Het mooie zijn de vergelijkingen die de verteller maakt. Zoals:

De octopus heeft mijn hoofd haast net zo stevig in zijn greep als dat van Lily. (21)

Vrijdagavond is mijn lievelingsavond. Je zou niet denken dat een teckel van twaalf goed was in monopoly, maar dat heb je dan mis. (32)

Of het moment dat Ted 4 opblaashaaien koopt. Octopussen zijn bang voor haaien en weet smeert de octopus op Lily’s hoofd hem dan. Je weet maar nooit.

Beetje doorslaan

Het slaat soms een beetje door. Zoals het deel waarin Ted een scheepje huurt om te gaan jagen op octopussen. Het is een gevecht dat vooral in het hoofd van de verteller afspeelt, waarbij je als lezer niet altijd mee wilt komen. Het gaat ook gepaard met veel whiskey om de pijn van de lijdende Lily te verdoven.

De verwijzingen naar de nautische wereldliteratuur; Hemingways Van de oude man en de zee en Moby Dick van Herman Melville, liggen hier in mijn ogen een beetje te dik op. Misschien een lekker hapje voor de liefhebber, het ging mij een beetje tegenstaan. De verwijzingen naar Shakespeare en Auden komen in mijn ogen weer veel natuurlijker over en passen beter in het verhaal.

Huilend dichtslaan

Toch weet de ik-verteller in het laatste deel je helemaal mee te nemen. Het kan ook niet anders dan dat je dit boek huilend dichtslaat. Hier kun je geen weerstand tegen hebben, het is buitengewoon invoelend geschreven. Dat de verteller hierbij ook nog eens een prachtig geschenk van zijn lieve teckel krijgt, geeft je alleen maar extra tranen van ontroering.

Niet echt een verhaal om eindeloos te herlezen, maar zeker wel een mooie belevenis. Een must voor de teckelliefhebber. Ook omdat het zo innemend het verhaal van de teckel en zijn baasje te vertellen. Ik ben erdoor getroffen en blij met deze prachtige leestip.

Steven Rowley: Lily en de octopus. Oorspronkelijke titel: Lily and the Octopus, Vertaald door Aleid van Eekelen-Benders. Amsterdam, Antwerpen: Uitgeverij Cargo, 2016. ISBN: 978 90 234 2723 0. Prijs: € 9,99 (als e-book). Bestel E-book

Mijn broer is een eikel – Leestip

Erg aangetrokken tot de veelzeggende titel: Mijn broer is een eikel. Dat is wel een boek dat mij aanspreekt. Het gaat namelijk over een jongere broer en over de plek in het gezin die je inneemt. Het gaat over de oudste die alles als eerste moet ondergaan, de wegbereider. Het gaat over broers. Hoe ze aan elkaar gewaagd zijn en hoe ze elkaar kunnen dwarszitten. Kortom, een boek voor mij.

Wat mij ook trekt is wat ik eerder las. Het boek gaat over een man die vroeger zo ontzettend braaf was en een broer die vroeger zo ontzettend irritant was. Als er iets gebeurde, ging automatisch de vinger naar hem. Maar hoe de brave jongen later verandert in het gezin in de vervelende zoon. Dat terwijl de irritante broer de voorbeeldige zoon is.

Huis in brand

De opening van het boek van Stuart Heritage is magistraal. Hij wordt gebeld door zijn vader. Hij woont net 3 dagen in de plaats waar hij naartoe is teruggekeerd, Ashford. Stu wordt nooit gebeld door zijn vader. Tenzij er iets erg aan de hand is. Het lijkt wel mijn familie. Inderdaad is er iets ergs aan de hand. Zijn ouderlijk huis staat in brand en vader vraagt aan Stu of hij misschien wil kijken hoe ernstig alles is.

Wanneer hij bij het huis aankomt, is zijn moeder er al. Stu begint onmiddellijk van alles te regelen, zoals een goede zoon betaamt. Als zijn broer Pete komt, doet zijn broer slechts 1 ding: hij omhelst zijn moeder. Ze troosten elkaar op dit belangrijke crisismoment.

Favoriete zoon

Stu snapt niet hoe dat kan. Hij is toch altijd de favoriete zoon geweest. Pete maakte er altijd een potje van en wist het bloed onder de nagels van zijn ouders te halen. Stu was echter het braafste jongetje thuis. Deed nooit iets en doorliep een droomcarrière. Alles wat bij een modelzoon hoort, had Stu gedaan en nu wordt hij hiermee geconfronteerd?

Ik zeg niet dat ik bij mijn thuiskomst de rode loper had verwacht, maar op zo’n pijnlijke degradatie was ik niet voorbereid. En vergis je niet, dat was precies wat hier gebeurde. Al die tijd dat ik weg was, had Pete stiekem besloten de betrouwbare zoon te worden. Hij was degene tot wie mijn ouders zich konden wenden als er iets misging. En het ergste was nog dat hij dit had gedaan door een knuffelaar te worden. Dat was onder de gordel, Pete. (22)

Een betere opening kun je niet wensen. De verteller zet meteen de toon, beginnend bij de crisis van de woningbrand. Overigens vertelt hij tussendoor allerlei boeiende verhalen waarom hij bijvoorbeeld vanuit Londen is teruggekeerd naar Ashford. Compleet met grappige opmerkingen, bijvoorbeeld dat je in Londen omgeven wordt door reuzenkleuters van in de 30. Londen is voor hen geen thuis, maar een crèche.

Daarna besteedt de verteller alle tijd aan de verdieping. Er volgt het verhaal van zijn ouders en hun 2 kinderen, de broers Stuart en Pete. Stuart die altijd zijn beste beentje voor zet, Pete die overal lak aan heeft en vooral zijn eigen gang gaat. Met heerlijke observaties, bijvoorbeeld dat Pete ter wereld kwam 12 dagen nadat in Florida het allereerste filiaal van Hooters werd geopend. Of de juffrouw die vraagt aan Stu of het thuis goed gaat omdat hij steeds met een gehavend gezicht rondloopt, veroorzaakt door zijn broer.

Niet altijd hilarisch

Het is een verhaal dat niet altijd zo hilarisch is. Dat kun je ook niet verwachten van een boek. Je kunt niet alleen op hoogtepunten drijven. Soms zijn het ronduit saaie delen waarbij de vaart niet echt in het verhaal zit. De voorliefde van Pete voor de sport en de competitie tussen de 2 broers is niet altijd op zijn felst.

Aan het einde weet de verteller weer met de humor en vooral met de rake observaties te schrijven waarmee hij zijn boek opent. Het zijn geweldige verhalen bijvoorbeeld als hij zijn broer meeneemt naar een wijnproeverij. Puur om te jennen. Je voelt als lezer de spanning tussen de 2 broers. Tegelijkertijd is er ook ruimte voor de verbroedering. Al zoeken ze steeds de grenzen van hun relatie op. Het zorgt ook voor de spanning in het verhaal.

Erg vermakelijk zijn de gedeeltes waarin de verteller delen van het boek laat lezen aan zijn broer. Regelmatig wordt de lijn van het verhaal onderbroken door brieven en of weergaves van gesprekken met zijn broer. Het geeft het verhaal een heerlijke break. Want het is een heel bijzonder stel, de broers Pete en Stuart Heritage. Het boek dat dit heeft opgeleverd, is een feest om te lezen.

Goede mannen van Arnon Grunberg – lezen

Een boek over rouw, dat is Goede mannen van Arnon Grunberg. Tenminste, ik lees het in een bespreking op internet. De persoon die het boek aanbeveelt is erg onder de indruk van de manier waarop de rouw wordt aangepakt.

Daarom sla ik de nieuwste roman van Arnon Grunberg open. Goede mannen gaat over een brandweerman met de bijnaam de Pool. Hij komt uit Polen. De verteller helpt meteen dat de lezer de voornaam Geniek verkeerd zou uitspreken. Je spreekt het namelijk uit als Genjek. En daarnaast vergemakkelijkt hij de naam in de rest van de roman door over de Pool te spreken.

Brandweerman

De roman opent met de brandweerman die zich opwindt over zijn tienerzoon Jurek. De jongen zit volgens hem alleen maar op zijn krent en vooral op zijn mobieltje. Daarnaast loopt het hoog op in huize Janowski. De Pool wil namelijk naar de vrouw van zijn collega Beckers. Ze heeft net gehoord dat ze ongeneeslijk ziek is en hij wil haar troosten. Van zijn vrouw mag hij niet naar haar toe. Ze zegt dat als hij naar mevrouw Beckers gaat, ze bij hem weggaat.

Dan komt het verhaal van Geniek, want naast zijn zoon Jurek, heeft hij nog een zoon, Borys. Dan volgt het verhaal van Borys. Een indrukwekkend verhaal dat zoals vaker gebeurt in romans van Arnon Grunberg ook veel absurditeit bezit. Borys poept overal te pas en te onpas in zijn broek. De oplossing? Ze kopen een pony voor hem.

Er blijkt iets heel anders aan de hand te zijn met de jongen, maar dat dringt niet tot de buitenwereld door. Uiteindelijk overlijdt Borys en het gezin blijft achter met veel vragen en een kreupele pony. Een boer die moeilijk doet over het dier, maar de pony geneest op wonderbaarlijke wijze. Ondanks die genezing moet het oude dier toch naar de slager.

Troost

Een verdrietig verhaal waarbij de vrouw van zijn college Beckers ze graag wil troosten. De vrouw van Geniek ziet hier heel weinig in en als Geniek er zelf wel op ingaat, dan loopt het natuurlijk verkeerd. Want wat is troost zoeken eigenlijk.

Het verhaal krijgt zoals te verwachten valt bij Arnon Grunberg een aantal zeer bijzondere wendingen. Zo belandt Geniek in een klooster en wachten zijn vrouw en zoon op hem. Het lijkt allemaal voldoende, maar de vrouw van Beckers gooit roet in het eten. Er zit niks anders op dan dat Geniek en zijn vrouw gaan scheiden.

Is daarmee de roman Goede mannen een verhaal over rouw. Het draait om een eenvoudige man die alles op alles zet om zijn gezin gelukkig te maken. Hij doet hiervoor domme dingen, maar er gebeuren net zo goed heel mooie en ontroerende dingen. Hij doet het oprecht en daar twijfel je als lezer niet aan.

Kippenhok

Zoals als hij verblijft in het klooster en zich terugtrekt in het kippenhok om God te ontmoeten:

Het kluizenaarschap had hem een oplossing geleken. Hij had de liefde gezocht waaraan je niet kon ontkomen en die had hij gevonden, hij had nooit geweten hoeveel pijn die liefde kon doen tot hij haar op zijn lichaam had voelen branden, toen wist hij het. Van ‘t een kwam ‘t ander, de liefde had hem naar het kippenhok gelokt, de liefde die ervoor zorgde dat je elke wond wel wilde omarmen, elke pijn zingend tegemoet ging, elke dood als een geschenk wilde aanvaarden, al zou hij daarover niet spreken. (326)

Een bijzondere vermenging van absurditeit en religiositeit. Iets wat je bijvoorbeeld ook in romans als De Joodse Messias tegenkomt, met de teelbal op sterk water die de naam Koning David draagt. Ook in deze roman spelen troost en liefde een cruciale rol. Het lijkt wel of Arnon Grunberg deze door de eeuwen heen uitgeholde begrippen nieuwe betekenis probeert te geven in de absurditeit waarin hij ze plaatst.

Dat geldt eigenlijk voor al die grote begrippen als rouw, troost, angst en liefde. Eigenlijk alleen angst is een emotie. De rest zijn aanduidingen voor heel persoonlijke ervaringen die voor iedereen weer anders zijn. Arnon Grunberg probeert ze uit hun leegte en betekenisloosheid te halen. De absurditeit is het enige dat er uiteindelijk van overblijft.

Zoektocht naar liefde

In Goede mannen is het de zoektocht naar liefde die Geniek in het kippenhok probeert te vinden. In het nabije klooster kan hij deze liefde en nabijheid van God niet ervaren, maar in het kippenhok lijkt hij te zoeken naar deze religieuze ervaring. Of het hem lukt, laat de verteller eigenlijk in het midden. Het doet hem wel besluiten om weer naar huis terug te keren.

Net als dat zijn geduldige vrouw hem juist in de steek laat omdat hij de stervende mevrouw Beckers wil opzoeken. Dat is de druppel die de emmer doet overlopen. Al beweert zijn vrouw later dat ze deze gelegenheid aangreep om hun ingedutte relatie definitief uit te kunnen blazen.

Het verhaal laat wel zien hoe moeilijk het is om het leven na een verlies weer op te pakken. Het is bijna onmogelijk en iedereen doet het op zijn geheel eigen manier. Dat treft mij wel bij het lezen van dit boek. Binnen de absurde wereld die de verteller schetst, met veel bizarre wendingen, grijpen deze aspecten je juist heel erg aan.

Eigen wereld

Daarmee ontstaat een heel eigen wereld, een beetje vreemd, maar tegelijkertijd heel vertrouwd. Een schets van een mensenleven, waarbij het verlies van een kind ook een schijnbaar eenvoudige man gigantisch aangrijpt.

Het leven van voor het verlies is eigenlijk niet meer op te pakken. Dat laat Arnon Grunberg heel treffend zien in zijn laatste roman. Daarmee bewijst hij dat hij in elk nieuw verhaal een mooie wereld schept, waar zelfs alles wel min of meer op zijn pootjes terechtkomt. Inclusief het vinden van een nieuwe vrouw. Natuurlijk gaat dit net zo bizar als bij het eerdere verhaal. Inclusief een groepsreis van mannen die op zoek gaan naar een vrouw in de Oekraïne.

Arnon Grunberg: Goede mannen. Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar, 2018. ISBN: 978 90 3880535 1. 510 pagina’s. Prijs: € 25,99. Bestel

Nobel streven, een ridderverhaal

Onwaarschijnlijk maar waar. Dat is het verhaal van de ridder Jan van Brederode. De Utrechtse hoogleraar Frits van Oostrom vertelt in zijn nieuwste boek Nobel streven het verhaal van deze bijzondere middeleeuwse edele. Jan van Brederodes leven is heldhaftig, tragisch en dynamisch. Voldoende stof voor een uitermate innemende biografie over deze man.

Met het boek Nobel streven keert de Utrechtse hoogleraar terug naar bekend terrein. Bij zijn doorbraak in 1987 met Het woord van eer over literatuur aan het Hollandse hof, moet hij zijn gestuit op het bijzondere levensverhaal van Jan van Brederode.

Dappere ridder Jan van Brederode

Een dappere ridder die wel een heel eigenaardige levensloop kent. In zijn nieuwste publicatie Nobel streven, gaat Frits van Oostrom dieper in op het leven van deze bijzondere man.

De achterflap geeft al een duidelijke samenvatting van deze ridder uit Holland. Meerdere malen neemt hij het op in een oorlog tegen Friesland. Hij gaat op pelgrimage naar Ierland om daar het helse vagevuur van Sint Pancratius te ervaren. Teruggekomen belandt hij in het klooster, het huwelijk wordt ontbonden en zijn vrouw gaat ook in het klooster. Een kartuizerklooster, een strenge orde. Misschien wel de zwaarste kloosterorde. Waarbij je altijd zwijgt, nooit vlees eet en vegetarisch. Bovendien wordt je nacht gebroken door een uur lange nachtmis.

In het klooster vertaalt hij de religieuze tekst Des coninx summe, een indrukwekkende titel. Als hij later zijn kans ziet om de erfenis van zijn vrouw te kunnen incasseren, verlaat hij het klooster. Met geweld haalt hij zijn vrouw ook op. Het mondt uit op een mislukking, waarna hij later opduikt op het slagveld bij de beroemde Slag bij Azincourt. Als huurling, opmerkelijk voor een ridder, maar als je het boek van Frits van Oostrom leest, zul je merken dat het helemaal niet zo opmerkelijk is.

Nobel streven geeft een inkijk in een indrukwekkend verhaal waar Frits van Oostrom wel raad mee weet. Hij begint met met heerlijke zinnen waarmee hij de achtergrond van Jan van Brederode kenmerkt, zoals: ‘Jans grootvader Dirk was een geweldenaar.’ Om daarna de heldenfeiten van Dirk van Brederode te vertellen. Jans vader en broer zijn iets minder gewelddadig. Al is het in een tijd waarin het land verdeeld wordt door de Hoekse en Kabeljauwse twisten, moeilijk om geen wapen in de hand te nemen.

20e eeuwse verbazing

Bij dit alles weet Frits van Oostrom prachtig te spelen met de 20e eeuwse verbazing die sommige aspecten uit de ridderlijke maatschappij bij je oproepen. Zoals het huwelijk tussen Willem van Brederode en Margriet van der Merwede. Willem was 23 jaar oud toen dit huwelijk bezegeld werd. Margriet niet ouder dan 3:

[H]et moet zelfs voor middeleeuwse begrippen een ongemakkelijke ceremonie zijn geweest voor het altaar. Dat dit huwelijk nog vele jaren kinderloos zou blijven, werd blijkbaar ingecalculeerd. (132)

Het huwelijk is in de middeleeuwen vooral een verbintenis tussen families en niet zozeer een ceremonie die de liefde bezegeld. Een peuter die trouwt, is zelfs in de middeleeuwen een beetje te gortig. Maar Van Oostrom zal er nog een aantal keren naar verwijzen. Bijvoorbeeld als hij de lezer een blikje gunt in de toekomst:

Margriet van der Merwede en Stein, als schatrijke peuter bij de Brederodes ingetrouwd, zou als volwassenen vrouw bemerken dat er van haar erfdeel nog maar weinig over was. (219)

Het familiefortuin verdampt. Dat is ook het probleem tussen het huwelijk van Jan en Johanna van Abcoude. De vader van de bruid weet uit de overeenkomst het maximale te halen voor zijn familie. Het huwelijk is eigenlijk boven Jan van Brederodes stand. Hij kan het eigenlijk niet betalen en steekt zijn familie in de schulden.

Als er dan ook nog eens geen kinderen komen, besluit Jan van Brederode naar Ierland af te reizen om in een grot het vagevuur mee te maken.

Op bedevaart

Jan van Brederode maakt een bedevaartreis naar Ierland in de hoop dat er kinderen komen. Zijn huwelijk is kinderloos en hij hoopt met deze reis hiermee het tij te keren. Hiervoor betreedt hij de grot waar Sint Patricius het vagevuur heeft doorstaan. Hij moet een nacht lang in het aardedonker van de kleine ruimte zitten.

Dat je langzaam maar zeker en ongetwijfeld ook door bepaalde schimmels op de rotsen gaat hallucineren is niet zo heel vreemd. De nacht in de grot van Sint Patricius moet voor sommige pelgrims een bijna-doodervaring hebben opgeleverd. Of zoals Van Oostrom het schrijft:

Ze kunnen een nacht hebben geleefd in hun persoonlijke Jeroen Bosch, bij wijze van ‘augmented reality’. (86)

Heerlijke verhalen die Frits van Oostrom heel treffend typeert en aan het papier toevertrouwd. Verbindingen leggend met onze tijd en de belevingswereld van de literatuur.

Kloosterbestaan

Het huwelijk blijft kinderloos. Mogelijk biedt het kloosterbestaan een uitweg om onder de gigantische gages aan zijn schoonvader te komen. Jan verlaat bij het overlijden van zijn schoonvader, weer even snel het klooster. Hij ruikt zijn kans, maar is kansloos. Hij probeert alles, met en zonder hulp:

Tenzij uiteraard… zijn kloostergelofte van eertijds ongeldig was geweest. Precies deze kaart blijkt Jan nu te zijn gaan spelen. Ongetwijfeld zijn ook hier juristen aan te pas gekomen om dit geitenpaadje in het vonnis van 14 april 1409 te wijzen. (205)

Als een hedendaagse burger probeert hij de mazen in de wet te vinden om toch zijn gelijk te behalen. Het blijkt een kansloze exercitie. Temeer omdat zich zelfs de kanselier van de Notre Dame in Parijs zich over de kwestie buigt en zijn oordeel velt. Al zou je heel veel geitenpaadjes uit het complexe betoog kunnen ontwaren, Jean Gerson is duidelijk. Eens een gelofte gedaan is altijd een gelofte gedaan.

De daden van Jan van Brederode krijgen wel een heel ander perspectief in het verhaal van Frits van Oostrom. Dat Jan bijvoorbeeld zijn vrouw uit het klooster probeert te ontvoeren, is hier heel duidelijk een wanhoopsdaad. En de voormalige ridder mag er voor bloeden. Hij komt in het gevang en zijn vrouw overlijdt een jaar later. Aan hartzeer, zo beweren de bronnen.

Het einde bij de beroemde Slag bij Azincourt, waar Engeland met een minderheid het veel grotere Franse leger verslaat, plaatst Frits van Oostrom weer zo mooi in context. Binnen het literaire kader van het toneelstuk Henry V van Shakespeare. Een mooie vermenging van het verhaal zoals de geschiedschrijvers het hebben opgesteld en hoe mensen als Jan van Brederode het beleefd hebben.

Feit en fictie

In de biografie over het leven van Jan van Brederode zitten onherroepelijk leemtes. Gaten van periodes waar we niet het fijne van weten. Daarom verwijst Frits van Oostrom aan het einde van zijn biografie naar literaire verwerkingen. Hij verwijst dat van het laatste gedeelte van het leven van Jan van Brederode onbewust een roman geschreven is.

Hij verwijst naar andere geleerden die boeiende romans hebben geschreven. Zo is De naam van de roos van Umberto Eco het resultaat van jarenlang onderzoek. Umberto Eco merkte dat hij in zijn wetenschappelijke werk sommige verhalen niet kon vertellen omdat het aan bewijs ontbrak. Daarvoor leent de literatuur zich bij uitstek. En zeker de roman. Zo verwerkte Umberto allerlei middeleeuwse bevindingen en ideeën in zijn bestseller. Fabuleren op de plekken waar je niet kunt argumenteren.

Eco’s De naam van de roos (1980), bij verschijning bescheiden uitgebracht als ‘een boek voor fijnproevers, voor bedachtzame genieters’, verkocht inmiddels wereldwijd 50 miljoen exemplaren – en dat voor een roman over een veertiende-eeuws klooster. (314)

Inderdaad lenen de middeleeuwen zich prima voor een roman, zeker als er een portie misdaad en een meesterbrein is om de moorden op te lossen. Een andere roman waar Van Oostrom naar verwijst en die mij waanzinnig nieuwsgierig maakt is een roman over het leven van Dante. Marco Santagata, hoogleraar literatuurgeschiedenis in Pisa, schreef naast een biografie over het leven van de Italiaanse schrijver, ook een roman. Het werk heet Als verliefde vrouw (Come donna innamorata), over een intellectueel die hoon opwekt omdat hij een stom klerkenbaantje accepteert om grootste literatuur te kunnen schrijven.

Literatuurwetenschapper of romanschrijver?

Frits van Oostrom haalt hier terecht het probleem van de literatuurwetenschapper aan ten opzicht van de romanschrijver. De wetenschapper moet zich houden aan de feiten en kan alleen met hulp van argumenten overtuigen. De roman biedt een heel andere kant de ruimte. Ze geeft ruimte aan het gevoel, waar de wetenschapper zich niet kan en durft te wagen. Het leven van Jan van Brederode is voor een romanschrijver bij uitstek een geschikt onderwerp:

Niet alleen wat er gebeurde, maar ook hoe het voelde. Oftewel: een waargebeurde roman. (320)

Al moet ik zeggen dat Frits van Oostrom zich soms ook waagt aan een inschatting hoe iemand zich gevoeld moet hebben. Het leven van Jan van Brederode leent zich hier uitstekend voor. Waarom neemt hij bepaalde beslissingen en is het inderdaad zo grillig als het soms overkomt. Dat vraagt aan een andere component van iemand om een beslissing te nemen, namelijk: het gevoel.

Familiewapen familie Van BrederodeDaarmee laat Frits van Oostrom in mijn overtuiging zien dat hij zich best eens zou mogen wagen aan een roman over het leven van zijn gebiografeerde held. Het belooft een mix te worden met een hoog Couperus-gehalte, met erg interessante familie-intriges. Allemaal ingrediënten waar hij zich best eens aan mag wagen. En dat het een bestseller wordt, staat wat mij betreft vast. De biografie Nobel streven is al een boek dat je in 1 adem uitleest. Als het geromantiseerd wordt, is nog meer een feest om te lezen.

Frits van Oostrom: Nobel streven, Het onwaarschijnlijke maar waargebeurde verhaal van ridder Jan van Brederode. Amsterdam: Prometheus, 2017. ISBN: 978 9044 6346 79. Prijs: € 25,99. 400 pagina’s.Bestel

Kijk voor meer achtergrondinformatie op: nobelstreven.nl