Categoriearchief: beeldende kunst

Virgin of Mercy – Op zoek naar Maria (6)

Het meest getroffen raak ik op deze tentoonstelling in het Museum Catharijneconvent van het beeld ‘Virgin of Mercy’ van de Nederlandse kunstenares Elisabeth Stienstra. Zij heeft een naakte maagd gemaakt, dieprood, met haar geslachtsdelen naar voren gebogen, handen naar achteren.

Een heel treffende houding. Het is nog maar een meisje, een maagd, maar zo overtuigend staat ze hier. Het geeft Maria de maagd een heel andere dimensie.

Volgens de maker kan alleen een vrouw dit maken. Ze heeft het beeld ontleend aan de zogeheten Sheela-na-gigs die in de middeleeuwse kerken van Ierland en Engeland boven de deur hingen om de boze geesten te bezweren.
Heel treffend is dat idee in haar beeld ‘Virgin of Mercy’ verwerkt. Daarmee krijgt dat ook iets bezwerends. Heel gaaf.

Jurk van Mestkevers

Het hoort tot het hoogtepunt van de tentoonstelling. Samen met enkele andere objecten van hedendaagse kunstenaars. Een jurk van mestkevers, de groenige gloed geeft het iets geheimzinnigs. Ook door de schaduwen op de wand die de een zeepaardje lijken weer te geven.

Of het schilderij van de pauw waarin Maria in de veren verwerkt zit. Bijna niet zichtbaar, maar als je het weet, kun je je ogen er niet meer vanaf houden. Want dat is Maria ook. Het grijpt je laat je niet meer los.

Op zoek naar Maria

Dit is de 6e blog uit een serie van 8 blogs over het bezoek aan de Mariatentoonstelling in het Museum Catharijneconvent te Utrecht. Lees dinsdag: (7) Kitscherig

Beeldentuin in herfst – Dagje Hoge Veluwe (2)

img_20161021_144849.jpgDe beeldentuin van het Kröller-Müller Museum valt mij opnieuw tegen. Het begint er al mee dat je het gras niet mag betreden. De beelden die ik van dichtbij wil bekijken staan zo erg ver van mij af. Een beeld wil je van dichtbij bekijken, aanraken en het kunnen beleven. Hier kan dat allemaal niet. Zo blijft Penelope te ver van mij. Ik had haar graag van wat nabij bekeken.

De emaille kunsttuin, Jardin d’émail van Jean Dubuffet, ziet er redelijk gehavend uit. Zou het aan restauratie toe zijn? Je mag er als bezoeker niet in en moet het van een afstandje bekijken. Kunst moet je beleven en niet van een afstandje toekijken. Ik mis de beleving in de beeldentuin van het Kröller-Müller.

img_20161021_144737.jpgZo lopend door de tuin vraag ik mij af of de kunst niet in een crisis verkeert. Op het moment dat je een mens een gewei op het hoofd zet, met rare nietszeggende figuren in de weer bent, dan lijkt het of je niks meer te zeggen hebt als kunstenaar. Een stuk boomschors in het paviljoen. Allemaal aandachttrekkers die het lijken uit te schreeuwen: ik ben kunst!

Alleen de drijvende zwaan, trekt mijn positieve aandacht. Ook omdat het mooi ronddobbert daar in die vijver, meedraaiend op de vlagen van de wind. Hier zijn het formaat en de rust die het uitstraalt, de factoren om ervan te genieten. Ik beleef meer zo zittend op een bankje van de herfst, vallende eikels en de geur van bos. Heerlijk.

img_20161021_150516.jpg

Schilderen met verf of met taal

image

In het boek bij de tentoonstelling Cremer in de verf 1954 – 2014 staat dat Jan Cremer geen schrijver is die schildert. Of zoals Ralph Keuning dat in zijn inleiding verwoordt:

Het begon allemaal met schilderen, het schrijven kwam later. Of misschien is het beter om te stellen dat het begon met kijken. Schilderen en schrijven zijn voor Cremer twee verschillende manieren om datgene wat hij om zich heen ziet geboren vast te leggen en te verwerken. De ene keer met kwast en verf, de andere keer met pen en papier. (7)

Bij het lezen van Jan Cremers debuutroman Ik Jan Cremer werd ik ook wel nieuwsgierig naar de schilderijen van hem. De schelmenroman vertelt over het kunstenaarsmilieu en voert de lezer van bijbaantje naar bijbaantje. Het kunstenaarschap vormt de drijfveer achter de avonturen van de hoofdpersoon en ik-verteller.

image

Het boek bij de tentoonstelling die tot eind augustus in Museum De Fundatie in Zwolle te zien was, geeft een ander inkijkje in de kunstenaar Jan Cremer. De kunst reikt verder en wint aan overtuiging naarmate de tijd verstrijkt. De schilderijen met tulpenvelden uit midden jaren 1960 en verderop de zee die vanaf 2005 zijn werk verovert.

Het roept bij mij de gedachte op of niet hetzelfde geldt voor het literaire werk van Jan Cremer. Zijn schelmenroman Ik Jan Cremer viel mij een beetje tegen. Ik verwachtte er meer van. Maar het zien van de ontwikkeling van de kunstenaar, belooft veel voor de schrijver.

Een ander boek van Jan Cremer zal dat moeten bewijzen.

Jan Cremer: Cremer in de verf 1954 – 2014. Inleiding: Ralph Keuning, samenstelling: Babette Sijmons, Feya Wouda, Alma Netten, met bijdragen van Max Rooy en Simon Vinkenoog. Tekstredactie: Mariska Vonk. Zwolle: Waanders & De Kunst, [2015]. 211 pagina’s. ISBN: 978 94 6262 032 2.

Improviseren op kunstwerken

image

Improvisaties op de kunstwerken van Anneke Kaai rond het Credo, een serie van 12 schilderijen elk bij een artikel uit de geloofsbelijdenis. Een dankbaar onderwerp waarbij de schilderes zich niet teveel in abstracties denkt. Ze hanteert herkenbare vormen en weet hier mooie beelden bij op te roepen.

De schilderijen staan opgesteld in een zijbeuk van de Grote of Michaëlskerk van Oudewater. Daar staat het Engelse koororgel ook. De organist van de kerk en stadsorganist van Oudewater voert op dat orgel een zevental improvisaties over de schilderijen uit. Afgewisseld door de geloofsartikelen die voorgelezen worden.

image

Jan Jongepier

Dat beeldende kunst en muziek zich prachtig kunnen vermengen, weet ik al. Ik ken de improvisaties van Jan Jongepier bij kunstexposities die in de Grote kerk van Leeuwarden werden gehouden. Het zijn de improvisaties rond de tentoonstelling Ecce Homo die wel tot de mooiste improvisaties behoren die ik ken van Jan Jongepier.

Jan Jongepier bedient zich in deze improvisaties van een hedendaags klankidioom waarin hij het pijn en lijden samenbalt in gespannen akkoorden en ritmes die associaties oproepen met een componist als Tournemire.

image

Lichte improvisatie

Gerben Mourik doet op zijn koororgel iets heel anders. Hij spint zijn improvisaties niet uit tot diepzinnige overpeinzingen bij de schilderijen. Hij sluit in zijn thematiek mooi aan op de voornamelijk lichte schilderijen, waaruit veel geloof spreekt.

Dat betekent veel gebruik van de fluiten, mooie echo’s en sterke contrasten. Zo krijgen de kleuren een stem. Bovendien maakt hij gebruik van mooie, melancholische melodielijnen.

Soms weet hij iets extra’s op te roepen, zoals in het achtste artikel – Ik geloof in de Heilige Geest – waarin een prachtig verstild Veni creator doorklinkt. Het past mooi bij de warme en lichte zomerdag, de warmte die net buiten de kerk blijft, maar wel doordringt in de sfeer van het koor.

image

Overtuigend instrument

Overigens is het genieten van dit instrument. Het klinkt zo overtuigend in deze kerk. Je zit er dicht op, maar merkt hoe de ruimte de muziek aanvult en teruggeeft. Vooral de fluiten op dit orgel met het zwelwerk maken dit orgel tot een genot om naar te luisteren.

Gerben Mourik weet hiermee een overtuigende reeks improvisaties op de serie Credo van Anneke Kaai te geven. Het zijn eigenlijk korte impressies bij de artikelen. Hij zoekt in het spel wel de kleuringen op die de schilderes gebruikt bij haar interpretatie van de geloofsbelijdenis.

image

Daarmee levert het concert een klankbeleving op van de schilderijen. Al roept het niet de intentie op zoals Jan Jongepier in zijn breed uitgesponnen improvisaties doet. Daarvoor verschilt misschien de thematiek van het lijden en de geloofsbelevenis te sterk. Net als dat een mooie zomerse zaterdagmiddag minder ruimte biedt voor dergelijke zwaarzinnigheid.

Impressie van het orgelconcert dat Gerben Mourik zaterdag gaf bij de 12 schilderijen van Anneke Kaai rond het Credo.

Kunstwerk Floriade

kunstwerk-floriade-almere-kleinDe Floriade krijgt meer en meer gestalte in Almere. Het hoge woord dat Almere de Floriade in 2022 zal verzorgen is er nog niet zo heel lang uit. Maar het heeft al tot de oprichting van een Floriade-kunstwerk aan het Weerwater geleid. Het staat op de plek waar straks het Floriadeterrein verrijst.

kunstwerk-floriade-aan-weerwater

Op ons tochtje naar Utopia fietsten we langs het nieuwe kunstwerk. De ondergaande zon gaf het wel een heel bijzondere gloed. Op de achtergrond raasde het verkeer van de snelweg langs.

De stoplichten aan de Paralleldreef sprongen op oranje. Onbewust namen ze de kleur van de achterliggende hemel aan. Net als het kunstwerk waarin een oranje vlak verwerkt zit. De sprong naar rood was nog een stap te ver voor de hemel.

kunstwerk-floriade-bij-zonsondergang

Het kunstwerk van Gerard van der Leeden is door de bedenker Maarten de Winter op een opvallende plek bedacht. Vlak langs de A6 en in de nabijheid van de Paralleldreef. Zo met die 3 statige poten en bolle bovenkant heeft het wel iets van een schorpioen die door het zand kruipt. Maar misschien dat de hoop omgewoelde aarde waarop het beeld staat, dit denkbeeld bij mij oproept.

Carel Willink

Carel Willink  boeken
Mijn boeken over de schilder Carel Willink (1900-1983)

De schilder Carel Willink (1900-1983) staat bekend om zijn magisch realistische schilderijen. Een huizenblok met daarboven een dreigende lucht. Een Hollandse stad midden in de bergen en een prachtig spel tussen licht en donker. Zelfs aan een portret weet hij dynamiek toe te voegen. Het is altijd spannend als kijker.

Ik vond weer een mooi boek over deze bijzondere Amsterdamse schilder in de kringloopwinkel. Het heet Willink en is een catalogus van het werk van Willink uit 1973. Dat is nog voordat zijn derde vrouw Mathilde het prachtige portret van Wilma vernielde. Ze sneed er ondermeer het oog uit en trok lange reepjes op het schilderij van de tweede vrouw van Willink. Hij vergaf het haar nooit en verbrak zijn relatie met Mathilde.

In het Cultureel woordenboek, dat ik eveneens in de kringloopwinkel vond, staat het volgende bij het lemma van de in 1983 overleden schilder: Magisch-realistische schilder van ‘onheil en noodlot’. Zijn doeken vertonen dreigende wolkenluchten boven een realistisch geschilderde wereld, die een gevoel van beklemming oproept omdat de mensen en dieren er niet thuis lijken te horen. De modellen in zijn minutieus geschilderde portretten zijn afstandelijk, bijna verstard, weergegeven.

Natuurlijk moet je generaliseren in zo’n lemma, maar de geschilderde wereld van Willink is absoluut niet alleen dreiging en noodlot. Het zit ook boordevol humor en verwijzingen naar kunst, literatuur en architectuur. De realistisch weergegeven wereld bestaat uit een bonte compositie waarbij alle elementen ontleend zijn uit de werkelijkheid.

De wolkenhemel vormt bij Willink juist de completering van het schilderij. De wolkenluchten leiden de kijker ergens naartoe, roepen misschien wel een sfeer van beklemming en benauwing op. Ze zijn vooral prachtig met jacobsladders en fraaie stapelwolken. Het laat een hemel zien waar ik zo intens van kan genieten.

Het boek Een eeuw Willink (1900-1983) laat dat heel sterk zien. Hier worden enkele schilderijen weergegeven in het verband met de dingen waaraan ze ontleend zijn. Foto’s van gebouwen en mensen en krantenknipsels met aparte foto’s van gebeurtenissen. Het geeft een dimensie aan Willinks werk die de wereld van onheil en noodlot verre overstijgt.