Categoriearchief: beatrixpark

Geveld

image

Niet eens een storm. Mogelijk een blikseminslag. Ik weet niet wat de boom in het Beatrixpark heeft geveld. Maar hij ligt daar. Groots en zwaar ligt de enorme boom en doorkruist het pad waarover ik wil lopen.

image

De bladeren van deze populier hangen nog fris en groen aan de takken. De brede stam ligt helemaal op de grond. Onderaan bij de wortels is de boom helemaal geknakt. Los van de grond.

image

Ik loop eens om deze immense boom heen. Wat is hij toch groot als hij zo op de grond ligt. Op zijn kant, de grote stam horizontaal op de bodem, waar hij eigenlijk fier overeind hoort te zijn. De takken steken nu merkwaardig uit de dikke stam.

image

Ik kijk nog eens goed en zie dat de brede populier ook andere bomen heeft meegenomen in zijn val. Ik zie een eik liggen. Aanmerkelijk kleiner, maar ook van deze eik is de stam losgerukt uit de grond. De wortels steken er nog een eindje uit. Hier is de kleinere mee meegesleurd in de val van de grote.

image

Ik probeer mij voor te stellen hoeveel kracht bij deze valpartij gepaard ging. Veel. Het zal een enorme herrie hebben gemaakt. Ik loop nog eens terug, half door het bos waar nauwelijks iets groeit op de bodem. Het is er donker. De zon kan er nauwelijks doordringen.

image

En ik vraag mij af hoe lang dit zal blijven liggen. Ik herinner mij een boom iets verderop die enkele weken bleef liggen op het pad. Misschien omdat niemand het meldde. Misschien omdat hij niemand in de weg lag. Deze groep bomen die omgevallen is, vraagt wel om een andere behandeling. Maar of ze deze zullen krijgen?

Verspreiding krant

image

De gratis kranten die Almere rijk is, kom ik in alle vormen en edities tegen in het park. Ik schreef er al eens eerder over. In de kikkerpoel drijven twee stapels van de Almere Vandaag. Het lijkt of ze ergens deze winter erin zijn gegooid. Iets verderop ligt zo’n berg, mooi samengebonden bij een vuilnisbak.

De meest extreme vorm is weer een nieuwe editie. Dit keer van de Almere deze week. Het blad ligt verspreid tussen de twee aansluitende tunneltjes onder het spoor en de Spoordreef, de verbinding tussen het Den Uylpark en Beatrixpark. De kranten liggen verspreid over de herfstbladeren. De wind blaast ze uit elkaar en verspreidt de verschillende exemplaren.

Tegelijk heeft de wind de reclameblaadjes losgemaakt uit de krantjes. Er liggen blauwe briefjes die oproepen om een grijs vlak weg te krassen. Dat kan de wind niet, daar heeft ze een mensenhand voor nodig.

image

Hier is een krantenjongen bezig met een makkelijke verspreiding van de gratis krantjes. Wie controleert de bezorging van de blaadjes. Het duurt lang genoeg voordat het aan het licht komt en dan vertel je gewoon dat het slechts die ene keer voorgevallen is.

Ondertussen zwerft het vuil door heel het park. Over voorgenomen raadsbesluiten en succesvolle feesten. De wind leest het en zorgt voor de verspreiding. De zon gaat voor niks op en de bezorger leeft van de wind.

Kikkers, hoentjes en reigers verlustigen zich aan het nieuws. Misschien haalt een kraai of ekster zijn nek wel open aan een flinke scoop verstopt in een nietje of onthoudt het lint dat de krantjes bij elkaar moet houden hem van het laatste nieuws.

Bijzaken – #WOT

image

Ik loop door het park en bijzaken omhelzen mij van alle kanten. De regen druppelt gestaag vanuit de hemel op de kale takken en sijpelt verder naar beneden. In mijn nek valt de neerslag ook en maakt alles nog weemoediger dan het al is.

De hoofdzaak is het lopen met de honden. Ze moeten eruit voor de 2 p’s en de noodzakelijke lichaamsbeweging. De rest is bijzaak. De natte paadjes in het park. Het opspattende vuil dat vlekken achterlaat onderaan mijn broekspijpen. De frisse voorjaarslucht die ik inadem. Alles is bijzaak.

Hoofdzaken en bijzaken vloeien in elkaar over en ik laat mij meenemen door de bijzaken. Alleen het trekken aan de riem voor een van de 2 p’s haalt mij naar de hoofdzaak: het uitlaten van de honden. Zo druilen mijn gedachten mee naar het begin van de dag, naar gisteren en de dingen die ik de laatste dagen gelezen heb.

Dan springt daar uit de bruine bladermassa iets omhoog. Vanuit de verte lijkt het bruin maar als ik dichterbij kom, ontwaar ik duidelijk een klompje met een groene tint. Het is een kikker die wakker is geworden van het vocht dat eindelijk het voorjaar is binnengesijpeld.

Nog niet helemaal wakker ligt hij daar stil om door de lens van mijn mobieltje te worden gegrepen. Hij kijkt droog op. Zelfs de honden hebben hem niet in de gaten. Zo laat ik hem achter. Ik loop langs het poeltje en zie een kleine buizerd verderop op het pad staan.

Hij houdt iets tussen zijn klauwen vast en peuzelt het op. Totdat ik te dicht in de buurt kom en hij opvliegt. Voor mij uit vliegt hij met mooie trage slagen. Zoals een roofvogel hoort te doen. Ik geniet van het gezicht en probeer te ontwaren wat hij in zijn klauwen vasthoudt.

Het zijn de bijzaken waar ik de troost uithaal. Van de hoofdzaak moet ik het vandaag niet hebben. Mijn gedachten fladderen van tak naar tak en zien hoe de buizerd weer opvliegt omdat ik weer te dichtbij kom. Vlak langs mij scheert hij voorbij. Ik zie in het voorbijgaan dat het een kikker is. Precies zo eentje als ik net bij de poel zag zitten.

Symfonie van smeltwater

image
Sneeuw op vlonder in Beatrixpark smelt

Heerlijk hoe het smeltende water van de vlonder in de plas viel. Het klonk als muziek in de oren. De dunne waterstralen geven een hoge klank af. De combinatie van de waterstralen laten een heuse symfonie aan klanken horen.

Ik loop met de honden. Ze vinden het best interessant om de verte in te kijken. Voor het smeltwater hebben ze geen oog, meer voor de blaffende honden aan de andere kant van de plas.

De hoeveelheid sneeuw die er een week ligt, smelt vlug. De smalle gootjes in de planken voeren het water efficient af. Waarom het zo duidelijk te horen is, komt omdat als het regent de regen deze dunne waterstraaltjes royaal overstemt. De stilte in het park doet de rest.

image
Dooi in Almeerse Beatrixpark

Zo geniet ik van de dooi en fantaseer hoe het straks in de zomer hier uitziet. Hoe de bruinverbrande mannen en vrouwen hier op de vlonder pootjebaden. Vergetend dat het hier winter was en het smeltwater wegstroomde met hoge tonen.

Dooi

image

Zo snel als de wereld wit werd, wordt de wereld weer groen en kaal. De grond komt weer in zicht, net als de plassen water. Het park verandert in een grote modderpoel. De paadjes zijn weer zichtbaar en bestaan niet meer uit het spoor voetstappen in de sneeuw.

image

Op het ijs in de grachten drijft een laagje water. De hemel spiegelt op het natte ijs. Op sommige plekken ligt nog een dun laagje sneeuw dat zich nog niet gewonnen wil geven. Een slee staat op het ijs. De zitting is kapot en een deel van de ijzers is in elkaar gezakt.

image

De zon schijnt haastig door het wolkendek heen. Soms is een glimp van de lichtbol op te vangen. Maar dan is hij weer snel achter het pak wolken verdwenen. Een echtpaar voert de grote zwanen in het park. Een zwerm meeuwen is niet van het lekkere maaltje weg te houden. Ze schreeuwen in duikvlucht neer op de hompen brood die het echtpaar in de lucht gooit.

image

Het sprookje is voorbij. Ik weet weer hoe regen voelt en modder dat tegen je broekspijpen opspat. De winter maakt plaats voor een voorjaar waarvan de knop nog zoek is. De nachtvorst loert nog. Net als de regen die genoegzaam valt alsof er niks anders geweest is.

image

De grote oversteek

image

Een waterig winterzonnetje schijnt in het park. In de verte loopt een echtpaar over de boulevard. Ze flaneren niet. Ze drentelen. Het lijkt wel of ze rondjes om elkaar lopen en zo geleidelijk vooruit cirkelen.

Ver achter hen loopt een hond. Hij laveert zich vooruit over het pad. Nog slomer dan het cirkelende echtpaar. Ze bereiken het bruggetje, dat haaks op de brede boulevard staat. Ze nemen die brug om het pad op het eilandje te bereiken. Ze trekken over het bevroren water.

De stappen van eenden en waterhoentjes liggen donker op de sneeuw. Daaronder ligt ongetwijfeld ijs. Maar de scheuren in het ijs verderop doen vermoeden dat een stap op het natuurijs vragen om problemen is. Daarvoor is het ijs te dun en het water eronder te diep.

Traag loopt het echtpaar over de brug. De klim naar boven vraagt veel van ze. Ze cirkelen niet meer, maar gaan kreunend en steunend omhoog. De hond laveert zijn tocht verder over de boulevard en mist zo de brug. Het dier heeft er geen last van. Er ligt genoeg sneeuw en ander vermaak om zich over te bekomeren.

Dan tikt de man tegen jas van de vrouw. Hij wijst het dier na. Zij roept hem. ‘Jimmie hier’, gilt ze over het bevroren water. Hij staat al aan de overkant en roept ook. ‘Jimmie’. Het dier rent in de richting van het water en springt op het donkere ijs. ‘Trui’, gilt de man nu. ‘Jimmie hier’, roept ze nu.

Er klinkt paniek in haar stem. Het dier heeft de overtocht ingezet en gaat gewoon door. Dwars over de bevroren sporen van de waterhoentjes. Zonder angst en vrees. Trui begint nu te gillen. Er is geen naam meer in te horen. Dan staat het dier in de rietkraag aan de overkant. Bij de man. ‘Hij is hier’, schreeuwt hij.

De vrouw stopt met gillen en rent de brug over naar de hond. Ze omhelst het dier opgelucht. Dan slaat ze een arm om de man en samen cirkelen ze verder en slaan het pad in. Jimmie laveert erachter. Net als voor de oversteek.