Categoriearchief: beatrixpark

Na de storm

image

De storm is uitgeraasd. De sterke wind neemt geleidelijk af en ik ga het park in met de honden. Om te zien wat de storm heeft aangericht. Maar vooral wil ik genieten van de prachtige luchten bij dit onstuimige weer. Als de staart van een beest zweven de wolken groots en meeslepend over het land. De wind sleurt ze niet meer zo hard mee, maar genoeg om elk moment een compleet nieuw plaatje te zien.

Takken liggen op de grond, versperren de doorgang. Het pad is niet meer te vinden door alle bladeren die zich hebben verzameld in grote hopen. De ravage lijkt mee te vallen, tot ik drie bomen zie liggen op het fietspad. Ze hebben de harde Zuidwester niet overleefd. Het zijn lindebomen waarbij het volle blad de genadeloze klap heeft gegeven. Teveel wind tegen het gewicht van de bladeren.

image

Met stam en al uit de grond gewipt. Dat is bij twee bomen gebeurd. De derde is in tweeën gespleten door de stormkracht. Er ligt een bijna even dikke stam op het fietspad. Geen doorgang meer. Ik maak wat foto’s van de ravage. Wat een kracht zit er in de wind. Bomen ontwortelen en alles is door elkaar gegooid. Alsof iemand in razernij naar iets heeft gezocht, zonder het te vinden.

Ik loop verder. Geniet van de rust in het park. Het lijkt of niemand nog naar buiten durft. Geen hond kom ik tegen, terwijl ik normaal op elk willekeurig uur van de dag meerdere honden en hun bezitters tegenkom. Ik kom op het pad dwars door het Beatrixpark en zie hoe twee omgevallen bomen dit pad versperren. Nog niet zo heel lang geleden lag hier al een boom. Toen een windstille dag, nu heeft de wind een einde gemaakt aan deze twee reuzen van het park.

image

Ik geniet van al die luchten die elk moment de hemel van kleur veranderen. De zon probeert door al die wolken heen te breken, maar het lukt nog niet zo vaak. Het levert een mooi spel op dat mij dwingt omhoog te kijken. De hemel inspireert en lijkt mij uit te dagen. Onstuimigheid levert genoeg spanning op om elk moment een nieuw schilderij te presenteren. De compositie van kleuren geeft om de haverklap een nieuwe verrassing.

Ik denk nog even terug. Wat was dat genieten, wat eerder vanmiddag aan het Weerwater. De stille welving in het water is een onstuimige golvenzee geworden. Het lijkt wel of ik aan het stand sta. Een hele golfslag komt op de kade af en slaat tegen het steen. Ik word kletsnat van al het water dat opspat.

image
Weerwater op hoogtepunt van de storm

De hemel zorgt ervoor dat je wegdroomt. Maar het is genoeg geweest. We gaan weer naar huis. We lopen langs het appelboompje. De sierappeltjes liggen tussen de losgewaaide bladeren op het pad. Saartje scharrelt haar maaltje wel bij elkaar. We lopen de gracht op, en zien hoe de schutting van de buurman omver is geblazen. Overal takken en bladeren. De eerste herfststorm is voorbij en de gevolgen zullen nog dagenlang door onze media en in onze hoofden blazen.

image
Het Den Uylpark na de storm

Herfstoogst

image
Oogst van rondje door Beatrixpark

Dat veel mensen de herfst associëren met ouder worden, de herfst van het leven, is niet helemaal eerlijk. De herfst is namelijk de periode van oogst, de tijd om wat gezaaid is te oogsten. Wel dringt daar de ouderdom geleidelijk binnen. De naderende winter zorgt ervoor dat de bomen hun blad verliezen. Ze doen dit niet van de ene op de andere dag.

Het loslaten is een proces dat in de prachtigste kleuren gebeurt. Ook schijnt de zon adembenemend mooi. De laaghangende zon beschijnt de bladeren in de bomen op zo’n manier dat het lijkt of ze goud blakeren.

Zo door het park lopend op mijn dagelijkse rondje met de honden, tref ik ook de vruchten aan van een mooi jaar. Een leerrijk jaar boordevol ervaringen. Ik struin door het beukenbos en raap de beukennootjes op. Soms pel ik er eentje open en knabbel het binnenste op. De oogst. De honden weten ook de vruchten te waarderen en grissen soms een beukennootje voor mijn vingers weg.

Nog weer verder zie ik een hele struik boordevol knalrode rozebottels. Ik pluk er wat. Een mooie vrucht om te verwerken in jam. Misschien maar eens proberen. Wie weet wat voor een lekkers het oplevert.

Nare dromen

image

Zeker drie keer droomt Redmond O’Hanlon tijdens zijn tocht door de Amazone in Tussen Orinoco en Amazone. Het is een droom met een canvas kano erin. Hij is een achtjarig jongetje en achterin peddelt zijn vader. Als Redmond verdwaald is, komt de droom telkens terug, maar in de rest van het verhaal komt de droom geregeld in de nachten voorbij.

Bij de eerste keer dat deze droom aan de orde komt, zit niet zijn vader achterin, maar Simon. Hij pakt de buks van begeleider Chimo en schiet zichzelf in zijn mond. De knallen blijken van het onweer ter komen. De tweede keer is Redmond teleurgesteld omdat hij en zijn vader in de kano de onbereikbare spoorbrug niet weten te bereiken. De derde keer bereikt hij de spoorbrug.

Maar toen we dichterbij kwamen, veranderden de natuurstenen pijlers en de roestige ijzeren dwarsbalken langzaam in een stel takken die gesteund werden door x-en van stammetjes met een leuning van lianen. We voeren eronderdoor, en plotseling werd ik overweldigd door een hevig geluksgevoel. (624)

De dromen verwijzen naar zijn jeugd als er een halve, lege eierdop van een grote lijster voor zijn voeten valt. Hij begint eieren te verzamelen en vaart met zijn vader in de canvas kano op het meer van Bowood vaart. Daar vindt hij het ei van een fuut onder een plukje drijvend groen. Het is het pronkstuk van zijn collectie. De verzameling eieren in een doos heeft nog altijd een plekje in zijn fetisjkamer. Bij de verbrande teen van een vriend die zelfmoord pleegde.

Bij het lezen van Tussen Orinoco en Amazone van Redmond O’Hanlon – zo vlak voor het slapen gaan – word ik ook geteisterd door dromen. Ik loop met de honden door een smal paadje in het park en laat mijn handen glijden langs de takken. Als ik thuiskom en in mijn handpalm kijk, zie ik een hele verzameling vol teken over mijn hand lopen.

Ze weten zich naar binnen te werken en kruipen onder mijn huid verder. Ik probeer ze dood te drukken en zie dat er eentje verandert in een wesp. Duidelijk zie ik de gele zwarte strepen en voel het lijfje sidderen. Steeds als ik hem wil dooddrukken, kruipt hij weg.

Als ik badend in het zweet wakker wordt, bedenk ik mij dat ik toch maar geen junglereizen van Redmond O’Hanlon moet lezen. Je krijgt er nare dromen van.

Naarstig – #WOT

image

De brommer rijdt mij traag voorbij. Het lijkt of de wielen draaien op de laatste motorkracht. De motor pruttelt en sputtert. De man op de brommer kijkt naar beneden, voorbij zijn voeten, naar de motor. Het chroom glimt maar de motor geeft nog een laatste teken van leven voordat zijn geluid verstilt.

De man kijkt naar beneden. Zijn hand maakt korte bewegingen aan het rechterstuur. Hij geeft geen sjoege. Het heeft geen zin. Het leven is uit de motor. De wielen draaien nog op deze laatste slag, maar hij rijdt steeds langzamer. Hij laat zijn voeten zakken tot vlak boven de grond.

Voorbij de kruising zet hij zijn voet aan de grond. Hij staat stil. Hij stapt van zijn vehikel, kijkt aandachtig naar het voertuig. Het chroom glimt in de zomerzon. Ik nader hem als hij driftig met zijn rechtervoet een hendel naar beneden drukt. De motor pruttelt even. Ik zie hoe het achterlicht even oproodt. Maar te kort om aan de praat te komen. Driftig probeert hij het nog een keer. De beweging van de voet snel naar beneden in korte stootjes. Maar dit keer licht zelfs het achterlicht niet meer op. Nog een keer. Hij zal moeten gaan lopen.

Ik haal hem in. Hij te lopen met het zware voertuig in zijn hand en haalt mij in. Hij maakt een aardig vaartje. Het stuur met beide handen vast loopt hij daar. Iets voorovergebogen omdat het lagere stuur dat van hem vraagt. De benen hangen iets naar achteren om meer kracht te kunnen zetten. Maar hij krijgt er aardig de sokken in.

Ik loop met de honden dus ik kom even stil te staan voor de noodzakelijke behoefte. Hij komt voorbij. Naarstig. De handen aan het stuur geklemd. Dan stopt hij. Duwt met zijn voet korte bewegingen naar beneden op het pedaaltje. Ik hoor de motor pruttelen. Het achterlicht gloeit rood op. Hij maakt snelle bewegingen met zijn rechterhand. De motor slaat aan en er klinkt gebrom. Niet zo hard als ik weleens hoor bij mijn buurman als hij een brommer probeert te repareren. Maar rustig. Pruttelend.

Hij gaat snel op zijn voertuig zitten en rijdt langzaam weg. Voorzichtig zet het voertuig weer in. Als de viool opstrijkt bij de eerste maat van de symfonie van Mahler. Hij rijdt weer. Tot hij de hoek nadert en loopt hij traag uit, de hoek om uit het zicht. Als ik voorbij loop, zet de man net zijn voertuig weer in beweging. Zijn voeten duwen het vooruit. Hij hangt voorovergebogen over het stuur.

De blik vooruit. Omdat zijn brommer het laat afweten. De brede banden drukken op het fietspad. Hij er achteraan. Naarstig en traag genoeg om de brommer niet aan de praat te krijgen.

Man en hond

image

In de zomer is een wandeling met de honden een heerlijk uitje. Aan het eind van de middag als de rust weerkeert in het park, loop ik nog even een rondje. We lopen van park naar park. De scheiding is het spoortunneltje. Als ik het Beatrixpark binnenloop hoor ik in de verte het geblaf van een hond.

Het weer zit mee. We lopen verder door de smalle paadjes over bruggetjes. Het groen is op zijn best. Ik zie het verschil tussen alle tinten groen. Elke boom heeft zijn eigen groen. We komen dieper het park waar het water verbreed. De plek van de zilverreiger. Hij zit er weer. Stil in het water, de nek slank vooruit in het water starend.

Verderop klim ik de heuvel in het park. In de winter sleeën de kinderen van deze ophoging. Het biedt een mooi uitzicht over het park. Ik zie mensen in het water springen vanaf de aanlegsteiger. Ze trekken een paar baantjes in het koele water. Als ze genoeg afgekoeld zijn, trekken ze zich weer op de aanlegsteiger. De armen leggen ze breed op de houten vlonders en ze hijsen zich op alsof het de waterkant van het zwembad is.

Hier blaft de hond. Een man staat op de vlonder en gooit een tak in het water. Het dier blaft angstig. Er gebeurt niks. De man spoort de hond aan, maar die blaft alleen maar. In de wanhoop springt de man het water in, achter de tak aan. Hij roept vanuit het water naar de hond. Die blaft alleen maar harder. De man zwemt naar de tak en houdt hem omhoog. Weer roept hij. De hond blijft blaffen.

Ik heb het hoogste punt bereikt daal weer af van de heuvel en zie de man en de hond niet meer. Als we veel verderop lopen, horen we nog altijd het blaffen. Ik stel mij voor dat de man nog altijd probeert zijn hond het water in te krijgen. En de hond zijn baas uit het water.

Opgeruimd

image

Een dag na de ontdekking loop ik weer over het pad van de gevelde boom. Ik kom vanaf de andere kant en zie de stam al liggen in het bos. Maar de enorme kruin die een dag eerder nog zo intens op het pad lag, is verdwenen. Een paar stammen liggen nog bij de boom. Afgezaagd. Maar de rest is verdwenen.

image

Het geldt blijkbaar ook voor een grote boom die zeker een jaar of 30 is. Hij valt om en binnen de kortste keren is alles verdwenen. Wat psalm 103 voor het gras zegt: ‘Men kent en vindt haar standplaats zelfs niet meer.’ Een dag na mijn ontdekking herinnert alleen het platgedrukte gras nog aan de gevelde bomen. Zelfs het bolletje van de paardenbloem houdt het langer uit, dan de bomen die daar lagen.

image

Ik loop nog even naar de plek des onheils. De brede stam ligt nog altijd mooi op zijn kant. Hij wordt omringd door allemaal afgezaagde stammetjes. Het zaagsel ligt er nog. Maar de bladeren van de kruin zijn weg. Alleen ligt er nog een bergje bladeren die bij de val van de boom blijkbaar waren losgeraakt en later de grond bereikten. Of bij het opruimen van de takken zijn afgevallen.

image

Ik kijk nog eens om als ik wegloop. Inderdaad. ‘Men kent en vindt haar standplaats zelfs niet meer.’ Zelfs het leven van een majestueuze populier is kortstondig. Een drama is weer aan het oog onttrokken. Alleen een paar stammen herinneren nog aan de boom die hier ooit stond.

image