Categoriearchief: avond

Literair avondje met Lamoer

Ik hik er de hele dag tegenaan: wel of niet naar Haarlem. Een literair avondje waarvoor ik ben uitgenodigd, maar ik twijfel. De opsmuk, de poeha. In de tijd dat je daar zit en moeten luisteren naar verhalen, kun je gewoon een boek lezen.

Als je leest, kun je zelf kiezen of je dat wel wilt lezen wat je leest. Dan sla je het gewoon over als je er geen zin hebt. Hier kun je niet swipen. Hier gaat het onverminderd door en je kunt niet weg. Maar ik ben speciaal uitgenodigd, sta op de gastenlijst. Een reminder 2 dagen voor de bewuste avond, heeft me weer op scherp gezet. Wel of niet

Natuurlijk rij ik veel te laat weg. Dat hoort bij die afspraken waar ik de hele dag tegenaan hik. Het is uiteindelijk iets voor 7 uur als ik wegrijd. Al op de Waterlandseweg begint op de radio het nieuws van 19 uur, met Jeroen Tjepkema. Bedankt Jeroen, hoor ik als ik de snelweg oprijd. Om 20 uur begint het avondje. De deur is dan een halfuur open.

Knooppunten

De hele route 100 kilometer per uur rijden. Werkzaamheden, krappe bochten en vooral heel veel knooppunten. Ze zijn niet te tellen, maar wat een hoeveelheid knooppunten. Sommige met leukere namen dan anderen. Raasdorp, Badhoevedorp en Holendrecht. Veel namen hebben de associatie met files, lange rijen wachtenden auto’s. Ik laat mij voortrazen in de stroom, zonder stoppen. Al wil iedereen iets anders bij het invoegen. De stad komt ik snel in.

Ik parkeer mijn auto in een wijk tegen de binnenstad. Parkeren is daar gratis. Het is niet de moeite waard om vol te moeten betalen op een steenworp afstand van de bijeenkomst. Het zou me wel heel veel moeite schelen. Wel bijzonder dat de avond begint te vallen. Ik vertrek vrijwel met licht en kom uiteindelijk in het donker aan bij het Patronaat.

Wandelen met Google Maps

Nog een aardig weg om daar te komen. Volgens Google Maps doe ik er meer dan 20 minuten over. Ik zou aankomen om 20.03 uur. Maar dat kan niet, dat is te laat. Ik houd mijn mobiel in de hand, vlieg door het wijkje. Loop toch weer anders dan Google vindt en duik via de Steenstraat onder het spoor door. Sla bij de Parkstraat linksaf, want dat moet toch. Dan wijst de stem van Google mij de hele weg de andere kant op. Jeetje, omkeren maar.

De stem van Google tempert. Eigenlijk vindt de vrouwenstem dat ik moet afslaan om bij de Koningsgracht te komen. Geen zin in. Als ik uiteindelijk afsla om achterop de Markt te komen, zeurt Google weer. Afslaan al die steegjes door om dan – hijg, hijg – half rennend, half snelwandelend bij de Zijlsingel uit te komen. Bruggetje over en dan ga ik schuin de drukke staat over. Patronaat op de gevel. Het is nu echt donker.

Waar is de ingang?

Zoeken naar de ingang. Het is al 20 uur. Een grote rij staat buiten. 3 deuren, welke deur moet ik in vredesnaam nemen? Geen idee, ik ren naar een ingang waar weinig mensen staan. ‘Lamoer? Dan moet u bij het café zijn.’ Bij het café vraagt de portier naar kaartjes. Ik sta op de gastenlijst. ‘Dan moet u bij de kassa zijn?’ zegt hij. Weer terugrennen naar de man waar ik zojuist was. Ik sta op de lijst. Valt weer mee en krijg een vrijkaartje van hem mee.

Weer terug naar het café. Daar mag ik erin door de portier. Een hele onderneming om er te komen. Waar moet ik nu heen? Geen idee. Een slanke dame in een blauw-groene jumpsuit met allerlei gekleurde streepjes knikt mij enthousiast toe. Lange blonde haren. Maar dat is toch niet Esther Gerritsen, bedenk ik mij snel. Je nodigt de schrijver van het boekenweekgeschenk van een paar jaar terug uit voor een avond in de boekenweek. Dat is natuurlijk een stuk makkelijker en goedkoper.

Stoeltje vooraan

Als ik bij de stoeltjes vooraan bij het podium kom, schuift een dame al opzij om mij door te laten. Het plekje naast haar is vrij. Ik zie allemaal oudere dames, kort krulletjeshaar, grijs en brillen. Niet allemaal op de neus, sommige in het haar of bengelend aan een touwtje zodat ze tegen de hals tikken of schuin vallen op de borsten.

Muziek gaat aan, hard, licht gaat uit. Het begint. Een vlotte kerel met krulletjes presenteert. Hij vertelt snel het boekennieuws. Over een nieuwe verfilming van Appie Baantjer, waarvan we de trailer mogen zien. Het zou de vroege Appie zijn, jaren ’80, de krakersrellen en hoe de onderwereld steeds meer grip krijgt op de wallen waar hij op de Warmoestraat zit.

Er klopt veel niet, waarom nemen ze het dan op in het oude politiebureau te Leiden, een geliefde filmlocatie, in de serie Coverstory fungeerde het gebouw als krantenredactie. Wel een spannende trailer, het grote scherm geeft je zelfs een beetje een bioscoop-ervaring. Maar ik ben snel overdonderd als het om een filmscherm gaat. Weinig gewend.

De moeder, de vrouw

Een presentatie van de boekenverkoper De Vries uit Haarlem. Met 3 boeken in de hand over het boekenweekthema, De moeder, de vrouw, prijst hij vooral het boekje met verhalen en gedichten van Annie M.G. Schmidt aan. ‘Koop het, want het is vooral de moeite waard.’ En gelukkig, hij heeft een pinautomaat bij zich, net als een boekenweekgeschenk voor iedereen. Dus allemaal snel naar het tafeltje van de boekhandel De Vries.

De eerste echte presentatie is van de kunstcriticus Wieteke van Zeil over haar boek Goed kijken begint met negeren. Ze presenteeert de kunst van het kijken naar kunst. Waar moet je op letten? Ze neemt je mee door de zalen in het museum en laat je zien hoe je meer uit een schilderij haalt. Begin vooral met te kijken, negeer het bordje naast het schilderij, laat je niet informeren door de audiotour, maar kijk!

Kijken begint met negeren

Aan de hand van inspirerende voorbeelden laat ze zien wat je dan allemaal ziet. Gewoon door te kijken en zelf te duiden wat je eigenlijk ziet. Niets is wat het lijkt. Het is veel meer. Zo kan zelfs een uit papier gesneden kunstwerk veel leuke grappen opleveren. Ze laat zien hoe een spinnetje (weliswaar met 12 poten) aan de boom, verwijst naar een aan het spinnenwiel spinnende Eva ernaast. Zelfs de kat erbij is aan het spinnen. Heerlijk om zo samen met deze kunstcriticus te leren hoeveel meer je uit je museumbezoek kunt halen. En echt, dat is heel veel.

Boekenweekgeschenkauteur

De hoofdact van de avond is het gesprek met oud-boekenweekgeschenkauteur Esther Gerritsen. Het is ongeveer het jaar geweest dat ik stopte met het lezen van het boekenweekgeschenk. Misschien een jaar te vroeg? Altijd teleurgesteld door dit dunne boekje dat overal en nergens over gaat. Bijna elk boekenweekgeschenk bladerde ik in een kleine 2 uur door, maar ik vond hier nooit een verhaal dat mij echt is bijgebleven. Misschien zijn Biesheuvel en Zwagerman hierin als enige geslaagd.

De laatste las ik nooit, maar ik denk dat het een prachtig verhaal is. Net als dat ik het boekenweekgeschenk van F. Springer vooral veel vond lijken op een andere roman én een verhaal van hem. Het mag vooral niet teveel een zelfgeschreven kopie zijn. Ik gebruik het boekenweekgeschenk vooral als een kleinood waarmee je de wippende tafelpoot kunt laten uitwippen en natuurlijk waarmee je die laatste zondag van de boekenweek gratis kunt reizen in de trein.

Esther Gerritsen, dat is toch die vrouw die zo gek op misdadigers is, zei Inge kort voor ik wegreed. Ik had geen idee, maar bij de presentatie van de 3 boeken die haar inspireren blijkt dit beeld inderdaad heel erg te kloppen. Want Esther Gerritsen heeft nogal een uitzonderlijke voorkeur voor bijzondere boeken. Zal ik hier haar favorieten verklappen? Zou wel een beetje flauw zijn. Al die mensen die er geweest zijn om haar 3 favoriete boeken te horen en dachten met een geheim naar huis te zijn gegaan. En dan nu liggen hier haar voorkeuren gewoon op straat. Dat kan toch niet.

Favorieten van Esther Gerritsen

Ik heb zin om ze verklappen omdat ik vind dat ze de moeite van het delen waard zijn. Esther Gerritsen heeft me namelijk best enthousiast gemaakt. Het maakt dus eigenlijk de misdadiger in je los. Of zou het allemaal meevallen. Daar komt i dan.

  1. Arnhild Lauveng: Morgen ben ik een leeuw
    Het verhaal wat er zich allemaal afspeelt in het hoofd van een schizofreen. De schrijfster zelf is schizofreen geweest in haar jonge jaren en vertelt hoe je er ook van kunt genezen. De remedie: heel veel liefde en heel veel geduld.
  2. James Gilligan: Violence
    Esther Gerritsen snapt eigenlijk niet waarom dit boek niet is vertaald. Of eigenlijk snapt ze het wel. Het is het verhaal waartoe mensen met een zieke geest in staat zijn. Alle soorten van criminelen, seriemoordenaars, zedendelinquenten komen voorbij in dit boek. Een must voor iedereen die iets zou willen proberen te begrijpen wat er in de hoofden van deze mensen afspeelt. Bijvoorbeeld het verhaal van een seriemoordenaar die alle mensen die hij vermoorde, onthoofde. De hoofden begroef hij in de tuin van zijn moeder onder haar raam. Zijn moeder wilde dat er mensen naar haar opkeken. Al deze killers doen het vanuit een gevoel van gekwetstheid. Ze voelen dat ze dit moeten doen.
  3. The Ted Bundy Tapes, Conversations with a Killer – geen boek, maar een docuserie op Netflix
    Wie is Ted Bundy? Hoe durft de interviewer dat te vragen, maar er zijn misschien mensen in de zaal die niet weten wie hij is, verontschuldigt hij zich. Ted Bundy is een seriemoordenaar die allemaal vrouwen vermoorde. Hij liep dan rond met een mutella en vroeg aan een vrouw of ze hem wilde helpen iets uit zijn bestelbusje te halen. Dan duwde hij haar zo naar binnen en vermoorde haar.

Vrij abrupt eindigt het interview. Hier lijkt het format van snelheid iets te strikt te worden opgevolgd. Het verrast zelfs Esther Gerritsen. ‘Is het nou al voorbij?’ vraagt ze opgelucht en verbaasd tegelijk. De keuzes van Esther Gerritsen zijn natuurlijk erg leuk. Net als haar verhaal hoe het boekenweekgeschenk is ontstaan. ‘Het verbaasde mij dat ik zoveel vertrouwen kreeg. Ze bellen je in maart dat het in november af moet zijn. En ze zitten je verder niet achter de vodden.’

Eshter Gerritsen staat voor de 4e keer op de short list voor de Libris Literatuurprijs. Net als dat ze nu hoopt toch eens de Libris literatuurprijs te winnen. ‘Tommy Wierenga is 3 keer genomineerd, ik nu 4 keer. Zoals hij het zei: “De vorige keren heeft jury zich vergist ten nadele van mij, nu heeft ze zich vergist ten voordele van mij.”‘ Welkom in de grabbelton die Libris Literatuurprijs heet. En ik had mijn favoriet al. Zeker als de genomineerde boeken nog een keer langskomen bij het nieuws.

Popkwis

De laatste gast doet een soort popkwis. Heel leuk, ook een vrouw. De vrouwen overheersen vanavond en dat mag best wel een keer. Het is de dame in het kleurrijke streepjespakje, Yaël Vinckx. De popdame uit Leiden is helemaal vol van Willem, Willem Venema. Volgens haar de man die iedereen kent, zonder hem te kennen. Ze schreef een boek over hem met de naam Volgens Willem.

Yaël Vinckx wisselt haar presentatie af met vragen naar welk nummer de DJ draait. Ze wordt geholpen aan de draaitafel. Een afwisselende presentatie levert het op. Waarbij de anekdotes het leukste zijn. Zo vertelt ze over de eerste editie van Lowlands, die al om 20 uur sloot, waarna er vanzelfsprekend rellen uitbraken.

Ze alarmeerden niet de politie, maar besloten de ergste raddraaiers eruit te pikken, waarna ze de volgende morgen naar Friesland werden gebracht. Ze waren getapt en vastgebonden met handen en voeten. In een gehucht werden ze uit het busje gezet, maar het zou ze veel moeite kosten thuis te komen. Alleen hun voeten waren losgemaakt, de handen zaten nog vast.

Nazit

Heerlijke verhalen, waarna de nazit aanbreekt. Het leukste gedeelte van de avond natuurlijk. Ik raak nog in gesprek met Femke die mij heeft uitgenodigd. De 3 organisatoren zijn alle 3 werkzaam in het boekenvak. Zo vertel ik honderduit over mijn boeken en het ontspullen waaraan ik en mijn gezin zich hebben overgegeven. Heerlijk om met wat minder spullen te leven. Mijn boeken koop ik daarmee bijna niet, ik leen veel bij de bieb en krijg soms een recensie-exemplaar toegestuurd.

Ik ben blij dat ik geweest ben, want zo blijf ik ook in contact met de wereld om de boeken heen. Al vind ik het heerlijk om lekker met een boek in een hoek te kruipen. Zo rij ik door het donker weer naar huis. Best een lange weg, zo merk ik. Sukkelend met 100 kilometer per uur over al die knooppunten, zie ik weer de bouwwerken die binnenkort opengaan. Blij dat ik weer thuis ben als ik de Vuursteenhof oprijd.

Brandende voeten

Bij het uittrekken van mijn schoenen brandt mijn voorvoet van onderen. De wandeling door de stad is waarschijnlijk iets te fanatiek geweest. Het hollen om er op tijd te zijn, de haastige spoed die zelden goed is. Maar het is wel een prachtige avond geweest, bedenk ik mij als ik in bed lig en de dag probeer te werken.

En dan het uitwerken van het verslag. Net als bij het hele dag aanhikken tegen gaan of niet gaan, hik ik nu tegen dit stukje aan. Ik heb het beloofd, maar zou het ook het stukje zijn dat ik zou willen schrijven. Ik zoek naar de vorm voor mijn blog, vertel ik Femke, 1 van de organisatoren.

Het komt zo moeilijk los. Lijkt teveel op wat ik altijd doe. Zoeken naar nieuwe vormen en vooral doen wat ik zelf ook leuk vind. Het is bijna onmogelijk. Een hele lap tekst. En als je tot hier gekomen bent: dan is mijn missie geslaagd.

Tot de volgende Lamoer op 25 mei: Bookstoreday!

Zere rug – Sientje (60)

Daar stonden we met een teckel van wie de rug dubbel gevouwen was. 10 uur ’s avonds, de avond voor Pinksteren. Inge ging naar de buurvrouw om te overleggen. Ze kwam even later binnen. Ze had een EHBO-diploma. Misschien kon ze met haar mensenkennis ook Sientje helpen. Bovendien was ze zelf ook een dierenliefhebber met 2 honden. Ze wist hier mogelijk wel raad mee.

‘Die is echt door de rug gegaan. Of in elk geval heeft ze een flinke smak gemaakt’, concludeerde ook zij snel. ‘We moeten naar een dierenarts’, zei Inge. Het was een uitermate ongunstig moment. Precies op de avond voor Pinksteren zaten wij met een gewonde hond. Ik hoorde het geld al uit mijn portemonnee vallen. De munten rinkelden op de tegels rond de caravan. Het papiergeld waaide weg en wapperde in de richting van de bomen achter onze caravan. Dat zou heel veel geld gaan kosten. En over de afloop zouden we in het ongewisse blijven.

Dienstdoende dierenarts

Inge belde naar onze oude dierenarts in Almelo. Het antwoordapparaat verwees naar de dienstdoende dierenarts in Wierden. Dat was een flinke trip vanuit Delden. Ik zou in de caravan bij Doris blijven. Zij lag heerlijk te slapen terwijl ons hondje gewond was. De buurvrouw zou met Inge naar de dierenarts gaan. Ze wikkelde Sientje in een lekker deken zodat de rug lekker warm zou blijven. Sientje keek nog altijd even uitdrukkingsloos. Ze kon geen poot verzetten leek het. Al had ik haar op de bank op de poten gezet en een stukje laten lopen. Ze zette een paar stapjes en ging gelijk weer liggen.

De buurvrouw had haar op schoot genomen. Ik nam nog even goed afscheid van Sientje. ‘Als ze lijdt, geef dan maar een spuitje’, zei ik erbij tegen Inge. Ik voelde de tranen opwellen. Ons hondje. Het was voorbij. Ik kon niet bij haar sterven zijn. Ze vertrokken. De partytent aan het eind van het veld ging open om de auto door te laten. Dwars door de groep mensen reden Inge, de buurvrouw en Sientje weg.

Stramme houding

De klok kroop steeds verder omhoog. De rit was lang, begreep ik wel. Ik kon mij nergens op concentreren. Wat voelde dit walgelijk zeg. Onze hond was door de rug gegaan. De stramme houding van de laatste winter lag waarschijnlijk ook in deze rugklachten. Nu was ze helemaal door haar rug gegaan. Op Inge rustte nu de zware taak om de beslissing te nemen over het leven van ons hondje. Nu reden ze daar ver weg. Ons hondje was misschien al dood. Misschien waren ze alweer op de terugweg. Hoe zou Doris morgen reageren als ze bij het ontbijt hoorde dat ons hondje er niet meer was.

Ze heeft een mooi leven gehad bij ons, dacht ik. De momenten in de afgelopen 7 jaar dat ze bij ons was, liet ik in gedachten voorbijgaan. Ik liep onrustig heen en weer door de caravan. Ik probeerde wat te lezen uit een boekje, het lukt niet. Ik pakte een schriftje om wat dingen op te schrijven. Het lukte niet. Ik kon alleen maar huilen van verdriet om mijn hondje.

Vertrouwen

Hoe konden we zo stom zijn om haar te roepen. Ze wilde zelf niet. Maar ik wilde haar stoer laten doen. Misschien had ze het niet kunnen zien, waardoor ze verkeerd terechtkwam. In alle vertrouwen was ze gesprongen. Vertrouwend op mijn stem. Baasje zegt dat het kan, dus het zal wel goedkomen. Ik zie niks, maar ik kom wel goed terecht. Alles komt op zijn pootjes terecht.

Ze kwam verkeerd terecht. Ik hoorde haar rug weer kraken. Daar ging hij, de kostbare, lange teckelrug. Ik zag het moment eindeloos voor mijn oog afspelen. In het halfduister, overmoedig door het gesprek met de buurman. Daar ging ze, met al haar onzekerheid maar in het vertrouwen van de goede afloop. Een goede afloop die een slechte afloop werd. Ze zou het met de dood moeten bekopen.

Hoe verlossend was het SMS’je iets naar twaalven. Ze waren anderhalf uur weg. Sientje leefde nog en ze gingen nu weg uit Wierden, terug naar de caravan met ons lieve teckeltje.

Lees het vervolg: Hernia of ‘herni-nee’ »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Lekke band

Drukke dag op het werk gehad. Langer doorgegaan in de hoop dat de stapel dan slinkt. De avond valt donker. Het miezert een beetje. Net een appje gestuurd dat ik om half 7 thuis ben. Kwart over 6, kom ik bij de fiets aan en ik zie het al van een afstandje: lekke band.

Dat gevoel. De gedachte die door je hoofd schiet. Shit. De teleurstelling want het loopt anders dan je verwachtte. Je bent al moe van het werk en nu ben je extra lang onderweg naar huis.

Zo’n trieste blik: een fiets met een lege band. Hij staat al wat minder stabiel. De velgen drukken op de stoep. Geen beweging meer in te krijgen. Tas in de fietstas en dan maar gaan lopen.

Zo ga ik door het duister over het verlaten industrieterrein. Een verdwaalde auto passeert langs mij. De plassen water opspattend. En ik probeer er een beetje tempo in te krijgen.

Over een halfuur thuis? Hopelijk om kwart voor 7. Het is later dan ik in mijn hoofd had. Maar dat is nu eenmaal. Niks aan te doen.

De gedachte dat ik straks in de kou zo’n band moet plakken. Dat je vingers niet meer los willen. Alles nat en alles blubber. Het groot onderhoud in de buurt, maakt van alles een modderpoel. De planten zijn weg en zelfs de vogels zijn gevlucht.

De natte aarde kleeft zich vast aan je fiets, maar je bent tegelijk zo blij dat je thuis bent, dat je wat straks komt, maar even vergeet.

Lepelaarhut – Lepelaarplassen (3)

Wij duiken het paadje in naar de uitkijkhut, de Lepelaarhut. Ik geniet altijd weer om hier te fietsen. De zon staat mooi laag en schijnt schuin door het bladerdek van de bomen. Een heel grote groep mensen loopt ons tegemoet. Ik fiets voorop en heb niet zo in de gaten dat de anderen achter mij niet zo snel worden opgemerkt door de grote groep mensen. Doris rijdt tegen een jongen aan die ze passeert. Een paar mensen van de groep kijkt kwaad achteruit in mijn richting. Het is niet helemaal duidelijk wat ze van ons verwachten.

Als we de hut binnenstappen, kijk ik meteen omhoog en zie boven de deur de jonge zwaluwtjes mij aankijken. Ze kijken enigszins eigenwijs terug. Als ze zich eentje omdraait, beginnen de anderen luid te piepen. Ik vraag me af hoe zij zich hier zo binnen de wankele muren van dit nest gebouwd van riet en modder weten te houden. Als het jong is omgedraaid, vallen de keuteltjes naar beneden. Op die plek in de hut zit een flinke berg met vogelpoep. Ze houden het nest in elk geval keurig schoon.

De zon schijnt vol door de kijkgaten van de hut naar binnen. Als een van de ouders van de zwaluw nadert, beginnen de jongen al te piepen. Ze vliegen recht op de hut af, maar zwiepen vlak voor de hut af en maken zo een bocht om via de deur naar binnen te vliegen. Al vliegend geven ze een jong het vliegje in de bek en verdwijnen dan door een kijkgat naar buiten. Het gaat af en aan. Hoe de ouders weten wie van de 5 er gehad heeft en wie nog niet, blijft mij een raadsel.

Ik tuur over het water in de richting waar vaak het ijsvogeltje zit. De verrekijker van opa bewijst zijn diensten, want ik zie iets tussen het hoge riet zitten. Het is mij niet helemaal duidelijk wat het nou eigenlijk precies is. Een lijster of een rietvogel? Als ik goed door de kijker van opa staar, zie ik tot mijn verbazing dat het een ijsvogeltje is. Duidelijk een jong, de vleugels zijn namelijk nog niet zo blauw als bij een volwassen exemplaar.

Lees verder: ijsvogeltje

Zilverglans – Lepelaarplassen (2)

Ik merk wel dat deze zomerzon al wat minder hinderlijk wordt. Je kunt er zelfs al een beetje tegenin kijken. Het schijnsel van deze avondzon geeft de wilgenbomen langs de route die schitterende zilverglans. Zo van een afstand is dat echt genieten om naar die wuivende boomtoppen te kijken.

We nemen het brede bruggetje over de vaart die de Noorderplassen en de Lepelaarplassen van elkaar scheidt. Alleen een dunne reep land ligt tussen de vaart en de Noorderplassen. Soms varen hier bootjes en ik zie vaak de sporen van bevers. Als er bevers zitten, dan moeten ze hier zitten, denk ik.

Ik tuur langs de waterkant, maar zie geen beweging. Soms een eend of een andere drijfsijs. Het begint hier tussen de bomen al wat schemeriger te worden. We treffen ook niet veel tegenliggers. Niet heel gebruikelijk op deze plek. Ik zie alleen langs de waterkant een visser zitten. Een van het schimmige type dat ik verdenk dat hij de gevangen vis straks echt oppeuzelt boven een vuurtje.

Dan het open veld naast de dagcamping. Ik zie hier de laatste tijd vaak mensen die er een andere levensstijl op nahouden en die minder goed matcht met een zorgvuldige omgang met de natuur. Ze maken veel kabaal, stoken vuurtjes die soms verdacht veel hebben van een onbeheerste brand en ze laten soms ook een flinke bende achter. Laatst stond hier een moeder met haar zoontje vuurwerk af te steken. Niet bepaald gedacht vanuit de natuur. Terwijl wij keken naar de vogels in de uitkijkhut, hoorden we de vuurpijlen en knallen van het vuurwerk.

Lees verder: Lepelaarhut

Zomeravond in de Lepelaarplassen (1)

De Lepelaarplassen op een zomeravond. De avonden in augustus worden al korter. Als we rond 19 uur op de fiets stappen voor een klein avondtochtje langs de Lepelaarplassen staat de zon nog iets hoger dan ik een paar weken geleden meemaakte.

Ik fietste hier toen rond de klok van half 9. Nu rijden we een klein uur eerder op hetzelfde punt waar ik toen fietste na afloop van een barbecue bij een collega.

We turen in de eerste overdekte uitkijkhut naar de vogels. In het water voor de hut zitten vooral ganzen. Terwijl we door de verrekijker van opa kijken, vliegen de ganzen op. In groepjes tegelijk. Het lijkt als een bevel. Eentje zet de poten op het water en vertrekt in een fladdertocht. Al gakkend en gillend vertrekken de ganzen.

Zo zitten we na een paar minuten kijken met beduidend minder vogels voor ons. Al is de populatie geslonken, het vertrek van de ganzen geeft ons meteen een beter zicht op de vogels die er al zaten. Vooral de dodaars en de watersnip vallen nu extra op.

Verderop in de uitkijkpost met de naam Kiekendief is niet zoveel nieuws te bespeuren. Voornamelijk slobeenden en een enkele dodaars. De ganzen zijn hier ook vertrokken. De zon gaat steeds mooier boven het water staan. Al schijnt hij nog best een beetje fel, waardoor een deel van het uitzicht wat minder goed te zien is.

Lees verder: Zilverglans