Categoriearchief: auto

De weg verhard – Tiny House Farm

Er is heel veel te regelen voor een nieuwe kavelwegvereniging als de onze. We hebben het gezamenlijk gebouw De Vuurplaats dat we nog inrichten, maar waar we ook na moeten denken hoe we het schoonhouden en wanneer iemand gebruik kan maken van de ruimte. Daarnaast is er buiten ook meer dan genoeg te doen.

nog niet verharde weg

We hebben gezamenlijk groen om te onderhouden. Net als dat we nog wat stukjes grond hebben om iets op te verbouwen. Wat dacht je van het helofytenfilter dat we samen onderhouden. Allemaal dingen om met elkaar afspraken over te maken. En dan is er – last but not least – de weg!

Puinweg

Bij het begin van ons project is er een puinweg met riolering aangelegd door Wonen in Oosterwold. Dat ligt er nu ruim 2 jaar. Een groot deel van de huizen staat. Als je er al wat langer woont – in augustus wonen we hier alweer 2 jaar – ga je merken dat een puinweg nadelen heeft. Kortgezegd: in de herfst in de winter heb je modder; in de zomer (en bij een droog voorjaar) heb je heel veel stof.

Zonsondergang boven de weg die nog niet verhard is.

Vooral mijn fiets moet het ontgelden. Ik heb er al aardig wat bezoekjes bij de fietsenmaker op zitten. De ketting houdt het ongeveer een halfjaar uit. De tandwielen vragen ook veel aandacht. Ik smeer mijn fiets zo min mogelijk. Het laatste halfjaar (sinds het laatste drama bij de fietsenmaker november) loop ik met de fiets in de hand over de puinweg van en naar huis. Het is niet anders, maar het heeft niet zo heel veel zin. Mijn fiets kraakt en zucht onder de puinweg.

Pionnetje om aan te geven waar de put ligt

Stofweg of modderweg

Het huis is stoffig en eigenlijk krijg je de modder er nauwelijks uit. Je kunt er niet tegenop vegen. Zeker met honden in huis die ook niet met schone pootjes terugkeren van de wandelingen. Bijna iedereen in Oosterwold herkent dit verhaal. Ik sprak een halfjaar terug iemand die ook in Oosterwold woont en net asfalt had gekregen. Ze was toen net zo gelukkig als ik nu. Hoe blij je met een weg kunt zijn.

De weg is klaar voor het asfalt

Vandaag heeft KWS de weg echt geasfalteerd. Gisteren en eergisteren waren alle voorbereidingen druk aan de gang. Er is extra puin gestort, de putten zijn opgemetseld en daarnaast is alles goed afgesteld zodat de weg helemaal piccobello erbij ligt. Vandaag is het asfalt erop gegaan. Bijzonder om al die grote apparatuur zo dicht langs je huis te zien rijden. Wat een werk is er verzet. De mannen van KWS waren niet minder trots.

Bijzonder opdrachtgeverschap

Ze doen normaal allemaal grote projecten en een opdrachtgeverschap zoals in Oosterwold is, zijn zij ook niet gewend. Onze vereniging mag heel trots zijn op het bereikte resultaat. De consensus met onze 31 leden; het betalen van de rekening en nog alle kleine en grotere hobbels die je moet nemen bij het maken van een weg. Het is allemaal gelukt!

Het aanbrengen van de asfaltlaag voor ons huis

Natuurlijk heb ik ook wensen. Ik vind het bijvoorbeeld jammer dat we geen belijning hebben. Want de volgende uitdaging is: hoe zorg je dat het autoverkeer zich aan de snelheid houdt. Er zijn hier veel kinderen en het is ontzettend belangrijk dat auto’s hier niet onnodig hard rijden. Een hele uitdaging want auto’s rijden bij voorbaat te hard.

Moordwapens

Het zijn moordwapens. Bij ongevallen wordt vaak gewezen op de kwetsbare weggebruiker, een fietser die niet uitkeek of een voetganger die roekeloos overstak. Terwijl het gevaar toch echt in die auto schuilt. De uitdaging is daarom bij ons: hoe voorkom je dat het een racebaan wordt waar de auto de alleenheerser is. Er liggen al mooie oplossingen voor als de definitieve toplaag erop komt, maar ook voor de tussentijd moeten we alle aandacht voor de veiligheid hebben.

Daar ligt de asfaltlaag op de weg!

Ik weet zeker dat we er met onze vereniging een creatieve en duurzame oplossing voor vinden.

Dagje Oldenzaal en Denekamp – Twente

Oldenzaal. Ik wil er al langere tijd heen. De bijzondere ervaring die ik 3 jaar terug had in de Plechelmusbasiliek. Die diepe religieuze mystiek die ik beleefde, die zou ik opnieuw willen ervaren. Die duistere noordelijke gang, waar je zowaar midden in de Middeleeuwen stapt. Zonder opsmuk. Gewoon die donkere gang, waar je echte mystiek ervaart.

Daarom wil ik op mijn verjaardag naar Oldenzaal. En ook omdat ik eindelijk eens die stoel van Huttenkloas wil zien. De beroemde crimineel uit Twente, die zonder geweten mensen vermoorde. Het verhaal gelezen in Wilminks kinderverhaal over 2 meisjes die door Twente trekken en alle verhalen beleven, net als het ervaren van de Middeleeuwen in de oudste kerk van Twente.

Boeskooldagen

Wat ik weer vergeten ben, maar ontdek als we in Oldenzaal aankomen, zijn de zomerfeesten. De Boeskool-dagen. Boeskool, de naam die Oldenzaal met Carnaval draagt, maar ook in de zomer. Een braderie met veel muziek is door de hele binnenstad opgebouwd. Een binnenstad die in de jaren 1960 ernstig onder een vernieuwingszuchtige wethouder te lijden heeft gehad.

De wethouder is allang vergeten, want hij wist niet dat je je juist onsterfelijk maakt, door je in te zetten voor het behoud van het verleden. En het samen laten smelten van verleden en heden. Niet door het slopen van een binnenstad en volplempen met lelijke betonnen kolossen.

Plechelmusbasiliek

Parkeren is dus extra lastig met al die drukte voor de braderie. Gelukkig is het regenachtig, wat de drukte vermindert. We gaan snel de Plechelmus in. Er klinkt een mis van Mozart. Muziek die niet echt past in deze profane sfeer. Te frivool, te licht. Deze duisternis vraagt om de krullende zang van het Gregoriaans. Maar niet om het lichte, bijna lichtzinnige van Mozart.

Misschien dat het daardoor niet zo overweldigend overkomt. Misschien ook omdat we de vorige keer op de fiets waren en van de drukte buiten zo de rust binnenstapten. Wat een schoonheid. Vooral die Noordelijke gang, waar het licht zo mooi is. Heel kleine vensters waar nauwelijks licht binnenkomt. Wat een verschil met die andere kant, waar de hoog-gotiek zegeviert en het licht binnenvalt door de veel hogere vensters.

En het gouden beeld van Plechelmus. Verborgen gehouden in de tijd van de reformatie. Een beeld uit de late gotiek, in mijn beleving heeft het veel verwantschap met het beeld van Servaas in Maastricht. Dit beeld mag wat vaker naar buiten in prosessies. Niet alleen in periodes van dreiging, zoals in Maastricht. Daar gaat Servaas alleen naar buiten bij grote dreigingen zoals oorlogen en andere rampen.

Ook bijzonder het skelet dat in de oude, opengewerkte grafkelder ligt. Het is oud en grijnst je aan met de grote holle oogkassen en bovenkaak met halve tanden. Verder is het vooral de kunst om de rust te zoeken en de mystiek toe te laten. Het gaat beduidend moeilijker dan de vorige keer. Denk dat ik er toen ontvankelijker voor was. Je moet het zeker niet opzoeken om het te krijgen, dat leer ik hiervan.

Palthehuis

Daarna op zoek naar de oudheidkamer van Oldenzaal. Het blijkt het Palthehuis te heten, na de laatste bewoners, de rijke patriciërsfamilie Palthe. De domineesfamilie bezat heel veel landerijen rond Oldenzaal en Nieuwleusen (bij Zwolle). Er gaan veel verhalen over de familie de ronde. Waarvan de laatste bewoonster Gulia in onmin met haar zus leefde. Tussen beide zussen werd een hoge schutting gebouwd, zodat ze elkaar niet meer hoefden te zien. Wat een heerlijke verhalen, ik geniet ervan.

We krijgen het verhaal te horen bij de entree van de gastvrouw die over het museum en de bewoners van het huis vertelt. Onderwijl kijk ik naar de enorme hoeveelheid appels die van de appelboom in de tuin van het museum zijn gevallen. Daar kun je een flinke verjaardagstaart van bakken. Net als de grote vijgenboom die er staat. Wat een bladeren en als je goed kijkt, zie je ook heel veel vijgen zitten.

Verdwenen meuk

Het huis is net opgeknapt. Veel van de meuk is weg. Het is nu echt een woonhuis geworden, waarvan het net lijkt of de bewoonster even weg is en je binnenstapt. De verf ruikt nog heel vers. Net als dat de kamers bijzonder fris ogen. Wat een gave blauwe kleuren in de eetkamer. We krijgen meteen inspiratie om thuis ook aan de slag te gaan met het hout rond de ramen. De nisjes moeten nodig geverfd worden en als je dit zo ziet, ervaar je meteen wat zo’n frisse kleur met je doet.

De kleine bibliotheek achterin is geweldig. Niet een heel grote ruimte, maar wat een boeken. Prachtige banden en zeker een bijzondere collectie voor een gewone burger. De andere kamers ogen bijzonder fris en opgeruimd. Aan de muren hangen mooie schilderijen en ook kleine kamertje vooraan, bevat een heuse secretaire, met veel vakjes en laadjes. Op het bureau liggen kasboeken. Heerlijk om in te neuzen.

Geschiedenis van Oldenzaal

In de schuur achter het huis is een tentoonstelling ingericht over Oldenzaal. Hier vind je veel van de geschiedenis terug. De roerige tijd rond de Reformatie en de 80-jarige oorlog. De stad is wisselend in handen van de Prins en de Spanjaarden. Uiteindelijk verliest de stad zijn bijzondere religieuze betekenis en haar stadswallen blijven beperkt om zich te weren tegen rovers en ander gespuis. Een strategisch belang is er niet meer, waarmee de stad een belangrijk deel van haar betekenis kwijtraakt. Het luidt het verval in van de stad.

De rest is vooral later geweest, met als dieptepunt de 20e eeuw waarin veel van de eeuwenoude waardevolle gebouwen het moeten ontgelden. Er is veel afgebroken. Wat er in de zaal staat, geeft een mooi beeld van de stad waar ook recht werd gesproken. Zo staat er de beroemde martelstoel waarin Huttenkloas tot een bekentenis zou zijn afgedwongen.

De stoel heeft aan de poten, flinke balken zitten waarmee de stoel niet zomaar omgegooid kan worden. Het verhaal gaat dat Huttenkloas zich flink verzette en zich met stoel en al omwierp. Het is een imposante stoel die waarschijnlijk al veel ouder is dan uit de tijd van de veroordeling van Huttenkloas en zijn vrouw in de 17e eeuw.

Huttenkloas

Het blijft een prachtig verhaal van een zware crimineel, zonder geweten. Zijn vrouw doet niet veel voor hem onder. Als Klaas wordt geradbraakt en daarna als straf wordt gevierendeeld. Hij krijst het uit van de pijn in zijn laatste momenten en schijnt zij te roepen dat Klaas altijd kleinzerig is geweest.

Ik ben ook onder de indruk van het hoofd van zandsteen uit de 11e eeuw. Het is heel minimalistisch uitgehouwen. Het zou zo uit onze tijd kunnen stammen. Wat een prachtige, eenvoudige vormen. Het is gebruikt om op een zuurkoolvat als gewicht. Onderin het hoofd zit een gat om het eventueel op een staak te zetten.

Zo rijden we weg van de Boeskool braderie in de richting van Denekamp. Onderweg bij de rotonde waar we afslaan in de richting van Denekamp en Nordhorn, vertel ik over het gezin dat aan een fietsvakantie deed. Vaderlief had een fietskar achter zich aan en achterop de bagagedrager zat een teckel die de hele rit gilde. Het zou zo Teuntje kunnen zijn. We zien het weer voor ons en lachen nog een tijdje als we afdalen in de richting van Denekamp voor een bezoekje aan Natura Docet.

Natura Docet Wonderryck Twente

Als je Denekamp binnenrijdt, is aan je rechterhand vrijwel meteen het museum Natura Docet Wonderryk Twente. Het heet in mijn beleving altijd Natura Docet, maar sinds de verbouwing een paar jaar geleden heeft het museum de toevoeging Wonderrijk gekregen. Het is een klein natuurhistorisch museum en stond absoluut op mijn lijstje om nog eens te bezoeken. Net als de natuurhistorische musea in Rotterdam en Maastricht.

Het gebouw stamt uit de jaren ’20. Natura Docet is het eerste natuurhistorische museum in Nederland dat voor publiek toegankelijk was. De grondlegger van het museum is meester Bernink. De leerkracht van de lagere school in Denekamp was helemaal gefascineerd door de natuur. Zijn verzameling stenen en opgezette dieren was vooral bedoeld om de kinderen op school te leren over de natuur. Vandaar ook de naam van het museum, dat bewijst dat je van de natuur leert.

Het enthousiasme van de schoolmeester is overal in het museum terug te vinden. Wat een wereld opent er zich voor je als je binnenstapt. Zeker, sinds de verbouwing 15 jaar geleden is er veel veranderd. Het gebouw is veel groter geworden, waarbij je in het begin echt meegenomen wordt om bijvoorbeeld te kijken als een haas of juist te ervaren hoe een torenvalk zijn prooi vangt. Je snapt meteen waarom de laatste biddend in de lucht hangt. Dat is omdat hij infrarood waarneemt en daarmee de urinesporen van muizen ‘ziet’.

Heel indrukwekkend om te beleven in het natuurmuseum. Maar wat vooral treft, is het hart van het museum. Dat is de grote mineralencollectie, waarbij ook heel veel fossiele gesteenten zijn. Veel is in Twente gevonden, maar ook andere bijzondere ‘versteende’ dieren kun je hier terugvinden. Net als de enorme collectie opgezette vogels. Wat een prachtige dieren zijn hier te vinden. Ik heb ervan genoten. De hoeveelheid ijsvogels die ik er bij elkaar zag, of de krokodilbaby die uit het ei komt. Echt mooi.

Krokodillenvel

En wat van het meterslange krokodillenvel. Het is zeker een meter of 5 lang en hangt tegen de muur op zolder. Heel indrukwekkend en ondenkbaar dat je er in deze tijd nog mee de grens over komt. Het is een geschenk van iemand. De grote vogelcollectie is voor elke vogelliefhebber een feest. Het is gewoon prachtig om al die roofvogels, weidevogels maar ook eenvoudige kraaien, roeken en raven te zien. Wat een natuurschoon. Ik heb echt heerlijk op de bankjes in de zalen gezeten en alleen maar gekeken.

En dat is het vooral het museum. De eenvoud van de opstellingen. Het hoeft niet allemaal in animaties en met andere moderne snoefjes. Het zijn de kleine dingen. Ik zag het ook bij de jeugdige bezoekers. Zo stond een kereltje van nog geen 4 jaar oud aandachtig te kijken naar de enorme hoeveelheid vogeleieren. In alle maten van allerlei verschillende soorten vogels. Soms liggend in een nest. Andere keren gewoon allemaal in een bak, waarbij je geniet van deze magnifieke vorm uit de natuur.

Zo reden we zaterdag verrijkt terug naar huis. Natuurlijk namen we de route van Denekamp via Ootmarsum naar Almelo. Een heuse dwarsdoorsnede geeft dat van het Twentse landschap. Wat kan ik daarvan genieten.

Zere rug – Sientje (60)

Daar stonden we met een teckel van wie de rug dubbel gevouwen was. 10 uur ’s avonds, de avond voor Pinksteren. Inge ging naar de buurvrouw om te overleggen. Ze kwam even later binnen. Ze had een EHBO-diploma. Misschien kon ze met haar mensenkennis ook Sientje helpen. Bovendien was ze zelf ook een dierenliefhebber met 2 honden. Ze wist hier mogelijk wel raad mee.

‘Die is echt door de rug gegaan. Of in elk geval heeft ze een flinke smak gemaakt’, concludeerde ook zij snel. ‘We moeten naar een dierenarts’, zei Inge. Het was een uitermate ongunstig moment. Precies op de avond voor Pinksteren zaten wij met een gewonde hond. Ik hoorde het geld al uit mijn portemonnee vallen. De munten rinkelden op de tegels rond de caravan. Het papiergeld waaide weg en wapperde in de richting van de bomen achter onze caravan. Dat zou heel veel geld gaan kosten. En over de afloop zouden we in het ongewisse blijven.

Dienstdoende dierenarts

Inge belde naar onze oude dierenarts in Almelo. Het antwoordapparaat verwees naar de dienstdoende dierenarts in Wierden. Dat was een flinke trip vanuit Delden. Ik zou in de caravan bij Doris blijven. Zij lag heerlijk te slapen terwijl ons hondje gewond was. De buurvrouw zou met Inge naar de dierenarts gaan. Ze wikkelde Sientje in een lekker deken zodat de rug lekker warm zou blijven. Sientje keek nog altijd even uitdrukkingsloos. Ze kon geen poot verzetten leek het. Al had ik haar op de bank op de poten gezet en een stukje laten lopen. Ze zette een paar stapjes en ging gelijk weer liggen.

De buurvrouw had haar op schoot genomen. Ik nam nog even goed afscheid van Sientje. ‘Als ze lijdt, geef dan maar een spuitje’, zei ik erbij tegen Inge. Ik voelde de tranen opwellen. Ons hondje. Het was voorbij. Ik kon niet bij haar sterven zijn. Ze vertrokken. De partytent aan het eind van het veld ging open om de auto door te laten. Dwars door de groep mensen reden Inge, de buurvrouw en Sientje weg.

Stramme houding

De klok kroop steeds verder omhoog. De rit was lang, begreep ik wel. Ik kon mij nergens op concentreren. Wat voelde dit walgelijk zeg. Onze hond was door de rug gegaan. De stramme houding van de laatste winter lag waarschijnlijk ook in deze rugklachten. Nu was ze helemaal door haar rug gegaan. Op Inge rustte nu de zware taak om de beslissing te nemen over het leven van ons hondje. Nu reden ze daar ver weg. Ons hondje was misschien al dood. Misschien waren ze alweer op de terugweg. Hoe zou Doris morgen reageren als ze bij het ontbijt hoorde dat ons hondje er niet meer was.

Ze heeft een mooi leven gehad bij ons, dacht ik. De momenten in de afgelopen 7 jaar dat ze bij ons was, liet ik in gedachten voorbijgaan. Ik liep onrustig heen en weer door de caravan. Ik probeerde wat te lezen uit een boekje, het lukt niet. Ik pakte een schriftje om wat dingen op te schrijven. Het lukte niet. Ik kon alleen maar huilen van verdriet om mijn hondje.

Vertrouwen

Hoe konden we zo stom zijn om haar te roepen. Ze wilde zelf niet. Maar ik wilde haar stoer laten doen. Misschien had ze het niet kunnen zien, waardoor ze verkeerd terechtkwam. In alle vertrouwen was ze gesprongen. Vertrouwend op mijn stem. Baasje zegt dat het kan, dus het zal wel goedkomen. Ik zie niks, maar ik kom wel goed terecht. Alles komt op zijn pootjes terecht.

Ze kwam verkeerd terecht. Ik hoorde haar rug weer kraken. Daar ging hij, de kostbare, lange teckelrug. Ik zag het moment eindeloos voor mijn oog afspelen. In het halfduister, overmoedig door het gesprek met de buurman. Daar ging ze, met al haar onzekerheid maar in het vertrouwen van de goede afloop. Een goede afloop die een slechte afloop werd. Ze zou het met de dood moeten bekopen.

Hoe verlossend was het SMS’je iets naar twaalven. Ze waren anderhalf uur weg. Sientje leefde nog en ze gingen nu weg uit Wierden, terug naar de caravan met ons lieve teckeltje.

Lees het vervolg: Hernia of ‘herni-nee’ »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

[mc4wp_form id=”20905″]

Autorijden – Sientje (55)

Sientje had niets tegen autorijden. Onze huidige teckels Saartje en Teuntje hebben weinig met een autoritje. Ze krijsen en willen er zo gauw mogelijk uit. Sientje kon er zelfs van genieten. Ze liet de wind in de haren wapperen als een raampje openstond en ging er lekker bij liggen. Daarbij pakte ze ook elke gelegenheid om te knuffelen met de bestuurder.

Dat gebeurde zeker op vakantie als de auto achterin helemaal afgeladen was en de bench binnen bereik van de bestuurder viel. Dan kreeg je een onverwachte lik of zag ineens een hondensnuit in de achteruitkijkspiegel op je afkomen.

Achteruitrijden

Alleen achteruitrijden was wat minder geslaagd met Sientje achterin. Dat ontdekten we op de eerste vakantie toen we de camping niet konden vinden en een aardig eind achteruit moesten rijden omdat we daar niet konden keren.

Op vakantie gaf het meeste plezier. Zeker als de achterraampjes opengingen en een windje de auto binnenwoei. Sientje hield dan haar neus in de lucht en snoof de geuren van het onbekende gebied waar we doorheen reden. Dan genoot ze zichtbaar. Als het warm was, verkoelde het briesje ook, wat dubbel zoveel plezier gaf. De vakantie begon en eindigde altijd op een leuke manier.

Genieten van autorijden

Ook bij andere ritten, genoot ze. Misschien kwam het door de eerste rit waarbij ik naast haar was gaan zitten. Ze kroop elke kilometer dichter tegen me aan. Heel haar lijf drukte tegen me aan toen we Almelo inreden. Ze zocht duidelijk toenadering. Het bracht ons samen. Dat zou wel helemaal goedkomen, dacht ik. Onzeker als ik was, want ik voelde me ergens ook besodemieterd door de verkoper.

Later vond ze het ook heerlijk om met andere mensen achterin te zitten. Als we mijn schoonmoeder meenamen van Almelo naar Almere, zat ze gezellig tussen haar en Doris in. Mijn schoonmoeder die niks met honden had, vond het erg gezellig. Ze liet Sientje zelfs haar pepermuntje aflikken, waarna ze het zelf in haar mond nam. Iets waar ik zelfs als hondenliefhebber van walg.

Smurrie

Op vakantie kwamen we een keer in de buurt van een visvijver. We zochten naar een camping die onvindbaar leek. Niks te vinden. Sientje vond het ergens wel heerlijk. Ze rolde uitgebreid in het gras en wilde helemaal niet mee. We moesten haar meetrekken achter ons aan. Bij de auto aangekomen, viel ons op dat er iets vies op haar rug zat. Langs haar zij zat een smurrie die verschrikkelijk stonk.

‘Dat nemen we zo niet mee’, zei Inge. Maar er was helemaal niks om de hond mee schoon te kunnen maken. Dit stinkende geval konden we echt niet mee in de auto nemen. De stank hield het midden tussen een lijklucht en de dampen uit een gierput. Wat moesten we? We hadden niks in de buurt om haar schoon te kunnen maken. Tot Inge er ineens aan dacht dat er nog een flesje handenzeep moest liggen in het handschoenenkastje. Zeep zonder water. We smeerden het over de plekken waar het zo verschrikkelijk stonk en zetten Sientje in de auto.

Lijklucht

Nog dagen stonk de auto naar de lijklucht die Sien in haar vacht had zitten. Wat het nu geweest is, konden we niet meer achterhalen. Maar het stonk meer dan een uur in de wind, het meurde nog lang na. Zeker ook omdat het vakantie was en het onmogelijk was om de boel te verschonen. Zo stapten we met afkeer in de auto, terwijl Sientje zich genoegzaam neervlijde in de geur die ze daar zo mooi had neergelegd.

Lees het vervolg: Weglopen »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

[mc4wp_form id=”20905″]

Regen, heel veel regen – Sientje (17)

Het is ontzettend gezellig om je teckel mee te nemen op je eerste vakantie samen. Meteen de ochtend na het afstuderen vertrokken we. De auto bij terugkeer naar mijn studentenkamer al gedeeltelijk ingepakt voor de volgende dag. Zo lagen de tent, matrasjes en het kampeergerei verspreid in kratten in Inges Toyota Starlet.

Een studiegenote gaf een prachtige cd voor het afstuderen. Het was het debuutalbum Bagagedrager van Spinvis. We namen de nummers de avond voor vertrek over op een bandje. Zo konden we onderweg naar deze muziek luisteren.

We waren de volgende ochtend vroeg uit de veren om de rest in te pakken. De bloemen die ik van mijn collega’s kreeg voor mijn afstuderen, gingen mee. Ze konden toch moeilijk in mijn kamer verwelken. De bos kreeg een plekje naast de opengeslagen bench van Sientje. Bovenop de weekendtassen en tent was een mooie plaats gereserveerd voor de teckel. Ze had mooi uitzicht en genoot van de wind die door het opengeklapte achterraampje naar binnen waaide. De vakantie begon nu echt.

We kwamen aan met prachtig weer, zetten de bloemen buiten, vlak naast de tent lieten we Sientje heerlijk rondsnuffelen. We kozen voor een afgelegen plekje bij de wei met koeien. Sientje keek met verbazing naar de dieren. We zetten haar goed vast met een speciale pin die we voor deze kampeergelegenheid hadden aangeschaft.

Het ding verankerde mooi in de Limburgse Lössbodem. Sientje nam een snelle aanloop in de richting van de grote koeien. Ze had niet in de gaten dat ze vast zat en duikelde over de kop toen de lijn zijn einde genaderd was. Ze schrok er zo van dat ze het niet meer gedaan heeft. Wel bleef ze gek op het boerenbont dat aan de andere kant van het hek net zo nieuwsgierig naar ons keek als wij naar hen.

Dat we een heel eind van de wc’s af zaten was wat minder, maar we vonden het een heerlijk rustig plekje. Sientje genoot van het gras en zat er het liefste de hele dag in. Dan legde ze zichzelf heerlijk neer naast de tent en keek rustig om zich heen. Ook kreeg ze geen genoeg van alle kampeergeurtjes in het gras. Ze snuffelde elke grasspriet af op zoek naar een stukje macaroni dat in het gras gevallen was bij het afgieten. Of het stukje vlees dat uit het braadpannetje was geraakt bij het omdraaien van het vlees.

Alleen sloeg het weer snel na onze aankomst flink om. Was het de eerste dag nog heerlijk warm, de volgende dag begon het te regenen. Het zou het begin betekenen van een periode met heel veel regen die precies in onze vakantie viel. 2 weken met ontberingen zouden volgen. Veel regen, heel veel regen.

Dat begon op de tweede dag. Ergens in de middag begon het te regenen en het hield in de dagen erna niet meer op. Drijfnat waren we. We hadden het koud en zochten een heenkomen in de dorpskroeg. Een deprimerende ruimte waar we terechtkonden voor een saté, maar waar de ongezelligheid overheerste. Sientje kroop onder ons bankje en probeerde weer enigszins op temperatuur te komen, maar het was koud.

Lees het vervolg: Teckel op stoom »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

Huis van Gijn – Dagje Dordrecht (2)

Na het Nationaal Onderwijsmuseum voert de tocht naar de binnenstad van Dordrecht. Een prachtige binnenstad, zo ontdekken we snel. Wij gaan vandaag de huizen in. Op het prachtige havenhoofd, de Nieuwe Haven, zijn 2 oude woonhuizen die voor het publiek toegankelijk zijn.

Het eerste van de familie Van Gijn is aan de Nieuwe Haven 29. Het is een indrukwekkend en groot pand met een grotendeels 19e eeuws interieur. Er zijn wel oudere elementen, maar de toestand is teruggebracht in de situatie van de laatste bewoner die tot 1922 in het huis woonde.

De gang in het midden meet het formaat van een galerij, loopt mooi van voor naar achteren. Dit refereert wel naar de oude koopmanshuizen, die dit huis natuurlijk van origine was. Het interieur is in de loop van de eeuwen meeveranderd met de bewoners van het huis.

Aan weerszijden van deze gang staan veel klokken en bevinden zich achter de deuren diverse vertrekken. De pronkkamer, een ontvangstkamer voor gasten en daarnaast ook een eetkamer en een mooie, intieme tuinkamer. Het is een indrukwekkend pand, met hoge plafonds, rijk gedecoreerd en veel grandeur.

Veel contrast boven met slaapkamers en andere vertrekken. De bibliotheek is erg mooi, net als de imposante goudleerkamer. Alleen zou ik nooit die groene lapjes ophangen om het stof uit de boeken te houden. Verder bevat het gigantische woonhuis op zolder veel vertrekken met een praktisch doel, zoals de waskamers.

De zolder is in vroeger tijden vooral gebruikt voor het mangelen, persen en drogen van de was. Op de opperste zolder vind je een gigantische speelgoedverzameling van treinen, zeilboten en heel veel poppen. De draaimolen springt in het oog, net als het levensechte winkeltje.

Het is wel mooi hoe het Huis van Gijn is ingericht. Echt als een 19e eeuws woonhuis waarin de kamers hun oude, functies hebben behouden. Het aangrenzende huis is gebruikt voor alle museale ruimtes en trappenhuis met lift. Zo blijft het eigenlijke huis al deze rompslomp bespaard.

Lees morgen deel 3 van het Dagje Dordrecht: Het Patriciërshuis

Choral Evensong in Leiden

Orgel gespeeld in Noordwijk, lopend over het strand en turend naar het onzichtbare eiland in het verre westen, schiet mij te binnen dat Leiden niet ver van Noordwijk ligt. En op zondag is er af en toe een heuse Evensong in Engelse stijl.

Ik fietste er vroeger soms naar Noordwijk, meestal ’s avonds, om even de zee te zien. Altijd via Valkenburg, scherend langs Wassenaar sloeg ik net op tijd af in de richting van Noordwijk. De tocht viel altijd weer een beetje tegen.

Snel op mijn mobieltje kijken of dit vanavond het geval is. Inderdaad. Het is het geval, maar de dienst begint al om 17.00 uur en het is nu iets voor half 5. Snel verder lopen over het strand in de richting van de auto die ik een eind van de kerk moest parkeren omdat de parkeerplaats voor de organist bezet was.

Als ik wegrijd is het al veel te laat. Bovendien is het straatje waar de auto staat veel te smal om te keren. Ik moet naar het eerste luxe huis en pak de oprit om te keren. Bij het afslaan naar de grote weg, beletten fietsers mijn zicht. Natuurlijk geen handen uitsteken als je afslaat. Een hinderlijke eigenschap van vrijwel elke fietser.

Zo rij ik volgens mij veel te hard van het duin af, Noordwijk uit. De helling en de frustratie vanwege de fietsers helpen niet mee. Zodoende rij ik even later precies de weg die ik vroeger fietste naar Leiden. Daar ligt het vliegveld Valkenburg. Naast de weg ligt de dijk waarop het trammetje nog veel vroeger reed.

Het is er allemaal niet meer. Nu is er een grote colonne in de richting van Leiden. Het kost veel te veel tijd om in Leiden aan te komen. Parkeren is dan ook nog eens een kunst. Ik wil eigenlijk geen parkeerkosten maken, daarom zoek ik een plekje in de Mors.

Gelukkig is het hier vrij parkeren op zondag. Ik zie het te laat, anders had ik wel een paar honderd meter meer in de richting van de Morspoort kunnen parkeren.

Lees het vervolg: Hooglandse kerk

Themapark – Naar de hunebedden (5)

We lopen daarna door het themapark om te zien in welke huizen de hunebedbouwers leefden. Huizen die al veel laten zien van de bouw als het Los Hoes. Een eenvoudige kapconstructie zoals nog duizenden jaren gebouwd is. Zelfs onze huizen zijn hier nog op geïnspireerd met de schuine, aflopende daken.

Op het dak ligt riet, soms heel stengels. Boven het vuur hangen grote stukken dierenvel, van koeien onder meer. Het houdt de vonken tegen van het vuur. Dat verkleint de kans op brand. De rook zoekt een weg door de kieren en gaten. Bovenin de nok van het dak, aan de voorkant van het huis, zit een groot gat voor de ventilatie.

De bankjes die er staan zijn typisch iets voor de moderne mens. Wij brengen een heel groot deel van de dag zittend door. Iets wat de hunebedbouwers veel minder deden. Zeker, ze zullen gezeten hebben, maar meer op de vlakke bodem of op een boomstam of iets anders. Niet op een krukje of een bankje zoals die hier staan.

Ook hier leer je weer vuur te maken. Er zijn meerdere technieken vertellen de vrijwilligers van het park. Ze dragen de kleding van de hunebedbouwers. Lange gewaden om het lichaam gedrapeerd. Het is lekker warm bij het vuur, terwijl het buiten ondanks de zon helemaal nog niet zo heet is.

De huizen uit de bronstijd en de steentijd lijken op elkaar. Anders is het met de hutten van de jagers en verzamelaars. Hier zijn het vooral tijdelijk bouwsels. Voor een korte periode om als er geen voedsel meer te vinden is, verder te trekken.

Er staat een tent gemaakt van takken en dierenvellen. Het houdt veel kou tegen, het vuurtje zou voor de tent moeten worden gemaakt. De ronde hut die naast de tent staat, is gebouwd van wilgentenen en riet is heel mooi. Hier is het zelfs mogelijk om een vuurtje in aan te leggen.

Inspirerend en mooi om te zien hoe onze verre voorouders leefden in het ruige moerasland dat Nederland toen was. Daarnaast is er een heus blote voetenpad te vinden in het themapark. De schoenen uit en dan met de blote voeten over houtsnippers, kleine steentjes, zand, verbrande houtskool, schelpen en modder.

Een belevenis voor de voeten. Hier liepen de hunebedbouwers gewoon de hele dag doorheen met de blote voeten. De dikke eeltlaag die zij bezaten, hebben wij niet meer, merk ik als ik zo loop. Het is wel een belevenis en ik neem mij voor om vaker op blote voeten straks in de tuin te lopen.

Na het ijsje gaan we terug naar het hunebed. Die belevenis willen we nog een keer meemaken. Het is altijd mooi om met zoiets af te sluiten. Nog even langs de stenen en het verleden beleven. Daar kan geen museum tegenop. Dichterbij kun je niet komen. Dat ervaar ik hier weer. Het is genieten als we een momentje helemaal alleen zijn bij de stenen. Kijken, kijken, maar vooral beleven. Wat is dit mooi!

Zo rijden we even later genoegzaam weer naar huis. Het is een eind rijden zo vanuit Noord-Drenthe naar de Flevopolder. Als lijkt de terugreis veel sneller te gaan. Geen Hans Sibbel over forensende automobilisten, maar nu draaien we muziek van Spinvis. Een gezellig dagje weg, een betere verjaardag kun je je niet wensen. En inderdaad, ze is er heel content mee.

Dit is het 5e en laatste deel van de serie Naar de hunebedden.

Aanraking met verleden – Naar de hunebedden (4)

Ondanks al deze kleine aanrakingen met het verleden, is het mooiste moment wel als we naar buiten gaan en oog in oog staan met onze verre voorouders. De gestapelde stenen van het hunebed brengen je gewoon het dichtste bij deze mensen. Hoe anders ze ook leefden, als je je ogen en handen over de oude stenen laat glijden, ben je heel even dichtbij. Er zijn ook mensen die erop klimmen maar dat vind ik oneerbiedig.

Hoe lang het ook geleden is. Meer dan 5.000 jaar! De groeven in de stenen, meegevoerd door het ijs nog veel langer geleden. Voor de stenen zijn de jaren dat ze opgestapeld liggen slechts een fractie van de jaren dat ze vooruit gedrukt door het ijs hier in Drenthe belandden.

Terwijl Doris over de stenen kruipt en springt, streel ik de stenen. Voel hoe de eeuwen verglijden. Als ik onder de stenen kijk, zie ik hoe mooi recht de dekstenen zijn van boven. Een bijna rechte lijn. Het vormt een prachtig plafond. Zeker als je weet dat er nog een flink deel van dit grafmonument onder de bodem ligt. Het schijnt dat een deel van de originele vloer van kleileem er nog ligt in de grond.

Maar het staan hier, lopen langs die immense keien, afgestompt en vervormd door het ijs. Het steen heeft ronde vormen gekregen door die gigantische krachten die ermee gespeeld hebben. En dan die onderkant kaarsrecht. Net als dat de grote dekstenen zo doodstil liggen op de rechtopstaande stenen. Allemaal versjouwd en versleept door deze mensen. Hier zit een enorme kracht achter. Spierkracht en denkkracht. Hoe krijg je anders die stenen hier en daarnaast op elkaar?

Zo dwaal ik in gedachten tussen grote stenen door. Voel het verleden wel heel dichtbij. Ik streel met mijn vingers over de stenen. Zo voel ik in de groeven een verleden van ijs en mensenhanden. Gebouwd voor de overledenen, is dit het enige dat nog zichtbaar is in het landschap.

Dit is het 4e deel van een serie. Lees morgen het 5e en laatste deel: Themapark.

Hunebedcentrum – Naar de hunebedden (2)

Als je het terrein bij het Hunebedcentrum oploopt valt de enorme steentuin direct op. Deze tuin ligt vol met gevonden zwerfkeien uit Drenthe. En dat zijn er nog al wat. Bij de keien geven informatiebordjes informatie waar de betreffende stenen vandaan komen. Niet altijd precies definieerbaar, maar voor de grote brok Finse Helsinkiet dat er ligt, geldt dat wel. Dit unieke gesteente is op 1 plek in Skandinavië te vinden.

Aan de andere kant van het pad dat naar het hunebedcentrum voert, ligt het themapark met nagebouwde woningen uit de verschillende periodes. Zo maken we kennis met de hutten van de hunebedbouwers uit de late steentijd en van de trechterbekercultuur.

Dan het museum zelf. Mooi gebouw, veel ruimte. We krijgen bij de kassa een toelichting. Eerst is er een film, zonder tekst. Dan mogen we doorlopen naar de expositie. De film houdt het midden tussen kunstzinnig en walgelijk. Ik vind de muziek zenuwslopend, net als dat het verhaal wel heel traag op gang komt.

Een vlucht over een landschap vol gletsjers en smeltend ijs. De associatie met de radiocolumn van Hans Sibbel doemt op. De muziek van lange lage tonen, ritmes die ik niet kan definiëren en een verhaallijn die ik niet kan volgen, houden mij weg. Ik kijk met moeite, probeer de oogleden op elkaar geknepen te houden om maar niet teveel indrukken te hebben. Het is voor mij teveel.

Ik ben dan ook heel blij als ik met onze voorouders kennismaak als ik de filmzaal uitloop. Ik hou meer van dit soort beelden die ik rustig op mij kan laten inbeelden. De wassen beelden van de hunebedbewoners staan mij wat beter aan. Ze dragen dikke dierenvellen om zich heen. Norse gezichten en rauwe lijven onder de dikke vellen. Ze stralen het rauwe leven uit.

Dit is het 2e deel van een serie Naar de Hunebedden. Lees morgen het 3e deel: Hunebed van Borger.