Categoriearchief: amsterdam

Ian McEwans Amsterdam

Een titel die wel aanspreekt: Amsterdam. Een roman de naam van de Nederlandse hoofdstad geven. Dat is lef hebben.

Dat het een Engelstalige roman is, maakt het alleen maar mooier. Net als dat bijvoorbeeld Pieter Steinz het boek van McEwan aanprijzen en de link legt met onze hoofdstad.

Dat terwijl de stad maar een marginale rol speelt in de roman. Het verhaal opent mooi in het crematorium bij de uitvaart van Molly. Het is de gezamenlijke liefde van de 2 mannen die een rol spelen in dit boek. Ze delen de liefde voor Molly en zijn daarmee trouw aan elkaar.

Die trouw wordt ernstig op de proef gesteld als Vernon Halliday een ontdekking doet en daarmee hun oude vriendin verraadt. Hij ontdekt pikante foto’s van politicus Garmony. Niet helemaal fair en de componist Clive Liney is het er absoluut mee oneens. Hij wil niet over de rug van de overleden Molly iets doen om er zelf beter van te worden.

Het is de grote druk van de Engelse krant waarvoor Vernon Halliday zwicht. Hij heeft nieuws, maar uiteindelijk heeft hij er vooral zichzelf mee en hij stelt er een vriendschap mee op de proef. Ze denken er allebei anders over en Vernon weet zijn vriend Clive niet te overtuigen. Wat voor een bezwaar heeft hij nou echt?

Wellicht was zijn vraag retorisch. Clive deed een paar stappen naar zijn vriend toe en gaf antwoord. ‘Vanwege Molly. Wij mogen Garmony niet, maar zij mocht hem wel. Hij vertrouwde haar en zij heeft zijn vertrouwen geëerbiedigd. Het was iets persoonlijks tussen hen. Dit zijn haar foto’s, die hebben niet te maken met mij of jou of jouw lezers. Ze had het vreselijk gevonden wat je doet. Eerlijk gezegd verraad je haar.’ (89)

Toch is het verhaal er niet mee afgelopen. Het draait uiteindelijk uit op de verbintenis die de 2 mannen kort na de crematie van hun vriendin sluiten. Het blijkt meer te zijn dan zomaar een afspraak. Heel mooi verweeft de verteller dit gegeven in het verhaal. Ik het ervan genoten. En dan zit er toch meer Amsterdam in dan je aan het begin vermoedt.

Ian McEwan: Amsterdam. Roman. Vertaald door Rien Verhoef. Amsterdam: De Harmonie, [1998]. ISBN: 90 417 0202 4. 204 pagina’s. Rainbow pocketboeken. Niet meer verkrijgbaar.

Stad van goud

Ze is gemaakt in de nacht dat de muur viel. De hoofdpersoon Claire in Tjeerd Posthuma’s roman Stad van goud woont in een Vinexwijk. Alles is er goed geregeld. De boompjes zijn mooi afgeknot, in het onderste gedeelte van de stam groeien geen takken. Het staat volgens Claire symbool voor het alles tot in de puntjes geregeld willen hebben. Of er in die wijken ook ruimte is voor geluk, lijkt niemand te willen weten.

Claire draagt een geheim bij zich. Ze vertelt het verhaal vanaf het moment dat het gezin in de nieuwbouwwijk trekt. Eigenlijk al vanaf de geboorte van Claire. Ze weet niet beter, maar ze heeft zichtbaar last van al het nieuwe. De snelweg, de leegte en het zand. Het probleem: het wil niet beklijven, het vernieuwt voortdurend. Eenzelfde stroom die je in de roman terugleest in de stijl. En overal: zand. Zand dat niet blijft liggen, maar steeds verwaait.

Elke keer als een van ons thuis kwam trokken we een spoor van zand door het huis. Kwam dat niet ook gewoon naar binnen waaien? Nee. Zeker kwam dat niet gewoon naar binnen waaaien. Nieuwbouw, hè, mijn vader zei altijd dat zij daar in de stad maar in die scheve, tochtige, gehorige monumenten moesten gaan wonen waar je geen schroef in mag draaien, dan namen wij wel dit huis dat recht staat, goedkoop is in het onderhoud en luchtdicht. Wij hadden geen tochtkieren. Wij hadden nieuwbouw. (21)

De V&D die aan de rand van de wijk gepland is, wordt gebouwd alsof het een heus bouwpakket van IKEA is. De verteller voert dit gebouw steeds aan. Het blijft namelijk leeg. Het vormt de enige constante in de roman. In het lege pand komt geen winkel. De nabijgelegen Shoping Plaza is gevuld, maar een groot warenhuis komt niet in het lege gebouw dat geen bestemming krijgt.

Het lijkt een beetje op de personages in de roman. Zeker, Claire draagt een geheim met zich mee. Het is het verhaal over haar jongere broertje Orville. Een verhaal van een gezin in een nieuwbouwwijk die uit elkaar groeit. Getemd en gedreven door de drugs. Het geeft niet de rust of de droom, maar brengt onrust en verwarring.

Daarmee is Stad van goud een mooi verhaal over nieuwbouw, toekomstverwachting en de realiteit die anders uitpakt. Veel is te plannen, maar het gedrag van mensen niet. Dat laat Tjeerd Posthuma wel zien in zijn debuutroman. De kijk op de nieuwbouw waarin de voortdurende verandering speelt, net als de speurtocht van de personages in een rusteloze samenleving.

Tjeerd Posthuma: Een stad van goud. Roman. [Amsterdam:] Thomas Rap, 2016. ISBN: 978 94 004 0612 4. Prijs: € 17,99. 192 pagina’s.Bestel

Amsterdam Rijnkanaal – #omzwervingen

Zo rij ik even later weer langs het Amsterdam Rijnkanaal. De harde wind in de rug fietst verrukkelijk. Zo trap ik gestaag, maar is mijn snelheid gigantisch. Ik haal iedereen in. Zelfs de schepen moeten eraan geloven, ik fiets ze gewoon voorbij.

Het gaat zo lekker dat ik besluit om verderop de brug te pakken onder de A1 en de A9 door. Wat een herrie maakt dat verkeer zeg. De zon in de rug door naar de spoorbrug.

Er zijn alweer wilgen gepland op de plek waar eens het Diemerbos stond. Zo rij ik over het kanaal en geniet nog even van de schaduw van de brug over het water. Het schip dat ik net heb ingehaald vaart onder mij door. Ik zwaai.

In Weesp zie ik nog eens goed de afgeknotte torenspits van de katholieke kerk. De deuren staan er open. Misschien om het goed te laten drogen of zou het een ander doel hebben? Ik fiets meteen even langs de kringloop. Een vrouw met een brilletje scharrelt tussen alle oranje prullen voor Koningsdag.

Een man en vrouw met een kind neuzen tussen de boeken. Het kind wil uit de wagen, daarom geven ze het maar even een boekje. Als ze even later wegwillen, pakken ze het boek weer af, terwijl het meisje er zo lekker in bladerde. Ik kan helemaal begrijpen waarom ze huilt en voel mij boos worden op de ouders.

Ik wil weer door, nu lekker naar huis. Als ik door de polder rijd op weg naar de Hollandse brug, zie ik de bioloog Midas Dekkers lopen. De beroemdste inwoner van Weesp. Ik groet, krijg een knikje terug. De wind in de rug geeft mij vleugels en ik probeer nog snel een foto te maken van de wolkenhemel. Wat is dit heerlijk!

Bij het bankje hou ik nog even pauze. Even nog een lekker stuk paasbrood. Het is nog over van vorige week. Ik peuzel het lekker op en zie een busje van de brandweer stoppen. Ze lopen heen en weer. En weer terug naar het busje.

Als ik even later weer op de fiets stap, houdt een brandweerman mij tegen. Hij vraagt of ik uit Weesp kom en misschien een koe in de sloot zag staan. Nee, niet gezien. Alleen maar Midas Dekkers.

Mijn been doet zeer bij het trappen. Ik ben misschien iets te fanatiek geweest. Door het Kromslootpark terug, maar de wind is fel. Altijd weer die tegenwind. Ik kom moeizaam vooruit. Moe van de kilometers. Ik heb er genoeg van, trap steeds vooruit. Het wil niet lukken. De snelweg suist onafgebroken door en trap onafgebroken verder. Bijna thuis.

Dit is het 5e en laatste deel van een omzwerving van Almere naar Amsterdam en terug.

Helder en eerlijk licht – #omzwervingen

Ik sta zo op het plein voor de Amsterdamse Westerkerk en probeer mijn fiets weg te zetten. Ik ruik een geur van verbrand rubber en andere verontreiniging die uit de donkere wolk komt die over de stad waait. Precies op het moment als ik mijn fiets vastzet, begint mijn telefoon verschrikkelijke herrie te maken. Het is een alert, waarin ik opgedragen wordt ramen en deuren te sluiten. Net als de ventilatie uit te zetten.

Als ik bij de ingang van de kerk kom, is er een opstootje. Een man laat zich neervallen, terwijl de beveiliger hem tegenhoudt. Hij begint te gillen in het Engels dat hij de politie er dan maar bij moet houden. Ik passeer de drukteschopper en stap naar binnen.

De Westerkerk is een prachtige kerk. Vooral het licht is er heel erg mooi. De hoge ramen dragen daaraan bij, misschien ook de plek waar de ramen op uitkijken. Het lijkt wel of je zo de gouden eeuw in stapt. Heel helder en eerlijk licht. De kleur komt fris over, alsof de tijd stilstaat en niets meer beweegt.

Dan sta ik weer buiten, pak mijn fiets en rij nog even in de richting van de Kinkerbuurt. Ik wil nog even langs het huis fietsen waar Gerrit Komrij in Amsterdam heeft gewoond, aan de Jacob van Lennepkade. Ik moet op mijn mobieltje zoeken welk nummer het was, inderdaad 191. Dan nog een stuk doorfietsen tot ik hem heb.

Aan de overkant kan het huis beter op de foto zetten. Het ruikt naar wiet. Terwijl ik zo kijk, vraag ik mij af of ik hier niet eerder was. Had Jan van Aken zijn woonboot niet ergens hier liggen? Ja, dat moet inderdaad zo geweest zijn. Het idee dat hij hier vlak voor het voormalig huis van Gerrit Komrij zijn woonboot had liggen, vind ik grappig en weemoedig tegelijk.

Ik besluit om te keren, maar misschien moet ik ook nog even bewust op zoek naar het grachtenpand van Boudewijn Büch. Zo rij ik even later over de Dam, langs de kermis. Het is overal verschrikkelijk druk en het kost mij veel bellen, remmen en ontwijken om bij het Waterlooplein te komen.

Voor de Portugese synagoge bij het stoplicht besef ik dat ik vergeten ben langs het huis van Boudewijn Büch te rijden. Ik rij door. De Hortus is misschien wel leuk om even te kijken. Ik zie dat de Museum Jaarkaart er niet geldig is en de entree 9 euro bedraagt. Teveel. Dan maar door.

Deze week een fietsritje naar Amsterdam; lees morgen Amsterdam Rijnkanaal

Rookwolk boven Amsterdam – #omzwervingen

Ik besluit om verder te rijden over de dijk, langs het bijzondere huis. Het lag vroeger ver buiten Amsterdam, nu raast het verkeer er van de A10 langs. Er wordt hier gewerkt aan de sluis, maar voor de fietsers is er een alternatieve route op vlonders aangelegd. De brug over het kanaal is volgekliederd met graffiti.

De woonboten die op het water achter de brug dobberen, zijn allemaal beschilderd en half vermolmd. Hoe kunnen hier mensen leven. Een zwaan heeft hier een nest gebouwd terwijl de fietsers hier omhoog klimmen.

Dan ben ik zo bij de kringloopwinkel Juttersdok. Ik kan het niet laten om hier even een kijkje te nemen. Zo loop ik er even later uit met de enige historische roman van A.F.Th. van der Heijden Ochtendgave. Ook heb ik een boek gevonden met korte bijdrages van Armando over zijn verblijf in Berlijn, in de jaren ’80. Boeken die ik niet heb en zeer welkom zijn in mijn bibliotheek.

Een slok water en ik rij in de richting van het centrum. Ik besluit om via station Amsterdam Centraal te fietsen. Mogelijk kom ik dan wat sneller vooruit dan wanneer ik via de binnenstad in de richting van de Westerkerk rij. De tegenwind en de regen worden er niet minder op. Ik haal soms een moeder in die met een leeg achterzitje rijdt.

Bij het stoplicht sta ik dan stil om haar even verderop opnieuw in te halen. Bij het muziekgebouw zie ik een donkere wolk in de richting van de stad blazen. Zou er een brand zijn in het havengebied? Het lijkt er wel op als ik zo kijk. Ik maak een foto en zet het op Instagram met de vraag of iemand weet waar dit vandaan komt.

Ondertussen eet ik hier op het bankje van het aidsmonument met zicht op het IJ, een broodje met bramenjam. Het antwoord laat niet lang op zich wachten: er is een flinke bedrijfsbrand in het havengebied.

Als ik dan achter het station omrijdt, pak ik niet de tunnel die meteen voor het station uitkomt, maar eentje verder. Zo kom ik vrijwel meteen op de juiste gracht, de Prinsengracht. Een lange rij voor het Anne Frankhuis zie ik staan. De wandelaars zijn heel slordig met oversteken. Ze kijken niet of het kan, maar gaan gewoon.

Toeristen die niet gewend zijn aan fietsers. Net als dat er veel fietsers zijn die niet gewend zijn aan fietsen. Je herkent ze snel aan opzichtige fietsen waarmee ze als grote groep samengeklonterd fietsen. Zo ontwijk ik alle mogelijke wandelaars op weg naar de Westerkerk. Niet zo ver als het lijkt.

Deze week een fietsritje naar Amsterdam; lees morgen Helder en heerlijk licht

Lammetjes en een vuilnisbelt – #omzwervingen

Ik rij over het bruggetje Muiden binnen. Over de smalle straat naar de sluis. Hier kruipt al het verkeer overheen. Er hangt een groot geel bord dat de doorgang verbiedt voor gemotoriseerd verkeer op zondag. Dan moeten al die plezierjachtjes door de sluis waarmee het hele stadje vast komt te staan.

Als ik bij de sluis kom, gaat de brug net open. Of dicht, het is maar van welke kant je het bekijkt. Er ligt een groot plezierjacht in de sluis. De brug draait met veel gerinkel open. De boot vaart weg, brug weer dicht en ondertussen heeft zich een flinke opstopping van fietsers, wandelaars en auto’s zich voor de brug verzameld.

Over de dijk mag je in deze tijd van het jaar. Het fietspad is weer open en ik fiets langs de oude zeedijk. Links van mij staan de tuinen. Veel auto’s, caravans en bootjes in de tuinen. Weinig groen te vinden. Iets verderop, voorbij de batterij waarin de scouting van Muiden zich verborgen houdt, openen de volkstuintjes langs de dijk, de aanval tegen de gemeente. De grote letters op de protestborden schreeuwen dat zij zich niet zomaar uit hun paradijs laten verjagen en dat de gemeente Muiden corrupt is.

Dan laat ik de corrupte tuintjes achter mij en ga de dijk op. Daar grazen de schapen. De lammetjes roepen om hun moeder en krijgen altijd antwoord van 1 schaap. De herkenning, de bevestiging. Dan springen ze weer in het veld. Ik zie een wit lammetje naast een zwart lammetje staan. Ze kijken guitig mijn richting uit. En ze zijn zelfs bereid om voor de camera te poseren.

In de verte raast het verkeer van de A1 achter de nieuwe hoge geluidsschermen. Een brede corridor door het landschap die er geen deel meer van uitmaakt. Geïsoleerd schiet het verkeer achter de wand van steen en glas. Als ik voorbij de elektriciteitscentrale ben, begint het te regenen. Steeds harder. En hier kan ik nergens schuilen.

Ik trap dapper wat harder. Daar is een tunneltje onder de weg naar IJburg. Maar nog voor ik bij de tunnel ben, houdt het op met regenen. Ik bekijk gelijk de hoeve die hier ligt. Het is een wonder dat deze hier nog staat. Op het grote bord dat op de natuur in dit gebied wijst, zie ik dat ik zojuist een Blauwborst heb gezien.

Over de sluis bij Diemen en het kleine huisje ernaast naar de lange weg van het Diemerpark. Boven deze vuilnisbelt is een uniek natuurgebied verrezen. Alleen verwijzen de vele pijpen en putten in het landschap dat hier iets onder ziet dat het daglicht niet kan verdragen. Ik hoop dat het niet omhoog of omlaag sijpelt, want zo op het oog is het hier prachtig.

Deze week een fietsritje naar Amsterdam; lees zaterdag Rookwolk boven Amsterdam