Categoriearchief: buitenveldert

Kwaadschiks

Hoofdpersoon van de nieuwe roman Kwaadschiks is Nico Dorlas. Hij heet niet naar Nicolaas, maar naar Nicodemus, de Farizeeër uit het nieuwe testament die Jezus ’s nachts stiekem opzoekt. Niemand mag weten dat hij de Messias bezoekt. Dat geldt wat minder voor Nico Dorlas. Hij laat zich overduidelijk overal gelden. Wel doet hij veel in het geniep en vooral ten bate van zichzelf.

Nico Dorlas werkt als creatief brein bij het gerenommeerde reclamebureau Battjes & Partners in Amstelveen. Zij hebben onder meer de beroemde leus van de bierbrouwer Heineken bedacht. Na een avond brainstormen vol drank besloot de bierbrouwer het idee op zijn naam te schrijven, maar het kan heel goed zijn dat Nico Dorlas de leus heeft bedacht.

De 47-jarige hoofdpersoon leidt aan apneu. Hij gebruikt hiervoor een speciaal apparaat ’s nachts, een CPAP-apparaat, met een bijzonder masker. Hij doet dit op om genoeg zuurstof binnen te krijgen. Zijn vrouw Desiree, onderwijzeres op een lagere school, is dan allang in een andere kamer gaan liggen. En dat komt niet alleen vanwege het gesnurk.

Het apparaat werkt als een omgekeerde stofzuiger. Het maakt de innerlijke wereld in deze bijzondere roman van A.F.Th. van der Heijden nog meer bijzonder. Nico Dorlas’ vader is namelijk handelsreiziger in stofzuigers geweest. Hiermee is de cirkel in de roman rond. De verwijzingen zijn nog niet over. Zo komt het toneelstuk Death of a Salesman van Arthur Miller regelmatig terug.

De verwijzingen houden niet op. Zo verwijst de verteller naar de film The Elephant Man uit 1980 om de angstaanjagende verschijning van het masker te benadrukken. Of naar het zeepaardje, het logo van het beademingsapparaat. Daar zie je ook een masker in. Beelden en vergelijkingen die om elkaar heen kronkelen door het hele verhaal.

Of zoals de romanheld Nico Dorlas het zelf uitdrukt: zijn ziel komt uit de kast. Hij moet doen wat hij wil en kiezen voor de liefde.

Het onopgeloste GOEDSCHIKS/KWAADSCHIKS zou voor altijd als een twee-eiige Siamese tweeling, verwikkeld in een tweekoppige burgeroorlog, blijven proberen zichzelf uit elkaar te scheuren, en Dorlas zou eroverheen struikelen, net zo lang tot hij in de half vergroeide lichaamsdelen verstrikt raakte.
[…]
Het geheim van zijn poging tot herstel lag in de juiste mate van vernietiging. Als hij in zijn opzet slaagde, zouden de poorten naar de Domeinen opengaan. Het monster de Stem zou verslagen zijn. (743)

Hij kiest voor de variant met kwaadschiks met alle gevolgen van dien. In nog geen 24 uur voltrekt zich een heus drama voor het oog van de lezer, Nico Dorlas slaat helemaal door.

Een roman als Kwaadschiks is daarmee niet zwaar om te lezen. De intriges waaruit het verhaal is opgebouwd, geven je als lezer een spanning die misschien alleen maar bij het lezen van een thriller te evenaren is.

Bekijk mijn vlog over Kwaadschiks

A.F.Th. van der Heijden: Kwaadschiks. Amsterdam/Antwerpen: De Bezige Bij, 2016. Romancyclus: De tandeloze tijd 6. ISBN: 978 90 234 5813 5. Prijs: € 29,95 (paperback). 1280 pagina’s.Bestel

De komende dagen blog en vlog ik over dit 6e deel uit de Tandeloze tijd van A.F.Th. van der Heijden.

Een week over bloggen – een vlog

image

Een hele week schrijven over bloggen en mijn blog aan de hand van het #bloginterview van @marysjabbens. Ik ontdekte bij het beantwoorden van de 14 vragen dat elke vraag bijna een heel blogje was. Dat zou een onmogelijk lang verhaal worden. Geen enkele lezer zou het einde halen. En als die enkeling het einde zou halen, zou hij helemaal afgemat en stuk zijn.

Hapklare brokjes

Daarom deelde ik het verhaal op in iets meer hapklare brokjes. Gegroepeerd rond een onderwerp. Soms was de herhaling onvermijdelijk, maar ik probeerde van elk blogje een leuk verhaal te maken. Al schrijvend voorzag ik de vijf blogs een trits voorbeelden uit de 2300 blogs die ik tot nu schreef. Dan is zeven jaar bloggen opeens best wel lang. Zeker ook omdat ik de laatste zes jaar vrijwel iedere dag blogde. De laatste drie jaar zelfs op twee plekken. Een schat aan informatie.

Terwijl ik zo bezig was met het onderwerp en in de pauze op mijn werk genoot van het mooie weer, dacht ik verder over bloggen en kwam op het idee een korte vlog te maken over bloggen en wat het voor mij betekent. En daar kwam de leus echt naar voren: ik leef, ik blog, ik besta! Dank je wel @marysjabbens voor de prachtige week die ik mocht meemaken van nadenken, schrijven en linken naar mijn blog.

Prijsvraag

Tot slot nog een vraag. Als je alle blogs van het bloginterview gelezen hebt, zul je zien dat ik met mijn wijsvinger een zin heb getypt. De spatie is met de duim ingedrukt. Uit welke twee woorden bestaat de zin? Zet het antwoord hieronder en win een gedicht over jou op wolkenhemel.

Ondertiteling

Voor doven en slechthorenden heb ik een ondertiteling gemaakt. Kies niet de ondertiteling die automatisch door Google wordt gegenereerd, maar de andere.

Bladeren

Ineens sta je met je voeten in de bladeren. Het pad ligt bezaaid met de versgevallen bladeren van de populierenbomen die hoog boven je ruisen. De wind door de bladeren klinkt anders. Het ritselt sterker alsof je hand een stuk papier tot een prop drukt.

Je kijkt omhoog en ziet gaten tussen de takken verschijnen. De hemel. De bladeren dwarrelen naar beneden. Ze vallen nog midden tussen het groen dat wat hardnekkiger is dan het blad van de populier. De eik ziet er donkergroen uit. Nog lang niet klaar om het blad te laten vallen.

Andere bomen verschieten al langzaam van kleur. De Esdoorn verschiet al in een mooie gele tint. Net als de Tulpenboom waarvan de eerste bladeren al vergelen om straks een intense kleur te krijgen. De Ginkgo laat het er nog niet bij zitten. De bladeren kijken nog groen naar de hemel.

Terwijl je de jas dichtknoop merk je het: de zomer is voorbij. Tijd voor de herfst. Voor sommige mensen de mooiste tijd van het jaar. Wel de mooie tijd van de wolkenhemel. Prachtige wolken drijven over je heen. En je droomt je op een wolk terwijl je meer en meer te zien krijg van alles wat zich beneden afspeelt. De vermomming van de bomen dwarrelt langzaam op de grond.

Buitenplas in krange onderbroek

Het duurt zo lang voordat je de deur uit bent. Altijd is er iets. Dan knellen de schoenen, zit de onderbroek krang of zitten de knoopjes van de jas net eentje te hoog, zodat ik niet uitkom. Dat komt ook omdat ik in het midden begin met het dichtdoen van de knoopjes. De onderbroek die krang zit, komt volgens haar omdat ik niet oplet bij het uit de was halen van het ondergoed.

Ik ben er ook niet goed in. Heb het nooit gedaan. Zij zorgde voor de kinderen, het eten en de was. Ik stapte elke morgen klokslag kwart over 7 op de fiets. Broodtrommeltje achterop. Geen gedoe. Op mijn weg trof ik slechts 1 stoplicht. Als hij op groen stond, kon ik in een ruk door. Zonder stoppen.

De tegenwind over won ik. Nu loop ik traag achter de wagen. Ze schuurt met haar voeten over het troittoir. Omdat het te hard gaat. Als het haars ziens te langzaam gaat, schuiven haar voeten over de grond om de vaart erin te krijgen.

Nu ik tussen 2 struiken van de hortus in sta, trekt zij ongedurig aan de banden. Ze komt traag in beweging. Natuurlijk rijdt ze in de richting van de weg. Ik zie het niet. De plas spettert op mijn schoenen. Ik zie het en hoop dat zij het straks niet ziet. Ik heb alleen maar gezegd. ‘Ik moet even.’

Een fietser belt. Ze rolt in de richting van de weg. Ik trek mijn gulp dicht. Voel dat mijn onderbroek krang zit en zet hem op een sukkeldrafje naar haar. De rolstoel heeft genoeg gang om weer verder te lopen. ‘Waar bleef je nou?’ zegt ze. Ik geef een zacht kusje op haar grijze haren. Precies zoals toen als ik van het werk thuiskwam. Te laat en zij de deksels op de pannen sloeg om te vertellen wat zij dacht.

Waterplassen om vergeten groenten

image
De vergeten groenten aan de Zuidas hebben voorlopig water genoeg.

Zo wint de regen het van de vergeten groenten. Het moestuintje op de Zuidas legt het af tegen de enorme regenbuien van de laatste dagen. Een grote waterplas strekt zich ondertussen uit over de aubergines. De dunne pijlers van de bonentoren wijzen als een trietste staak omhoog. Hier valt weinig meer te oogsten.

De activiteit zakt beter weg dan het water. De laatste dagen is er geen vrijwilliger die om de tuin bekommert meer te bespeuren. De planten liggen in een plas water. Het lijkt of ze ieder moment af zullen drijven. De eer die hier te behalen valt, is een natte eer. Drijfnat.

Zo moeder, zo dochter

Moeders en dochters lijken op elkaar. Dan zie je ze samen door de winkelstraat lopen. Lekker shoppen. Allebei een halve Hema-worst in de hand. Aan de worstloze hand bengelt een bundel plastic tasjes. De logo’s van merken op de tasjes vragen aandacht. Moeder zwiert met hippe merken, dochter minder hip. Of andersom.

Altijd komt er iets meligs uit de tasjes. Iets waar ze verschrikkelijk om moesten lachen. Ze hoeven er maar aan te denken of ze beginnen weer te giechelen. Ze etaleren dat uitgebreid aan het (mannelijk) gezelschap thuis. De meligheid van het dagje winkelen komt even in de huiskamer. Een rare beha, een vreemde sok of een uitdagend blaadje met een plaatje van een even uitdagende man.

Als het tevoorschijn komt is het allemaal net wat minder grappig dan eerder die dag. Ze lachen de teleurstelling weg. De mannelijke toeschouwers trekken een glimlach op de mond. Of ze merken droog op dat het inderdaad grappig is.

De moeder en de dochter die ik aantref op weg naar het werk, lijken eveneens op elkaar. Geen Hema-worsten en een beetje shoppen. Ze zitten samen op het platje in het slootje bij de Boelelaan. Vorige week lukte het dochter nog niet bij mam te kruipen. Nu tuurt ze net zo trots om zich heen uit als haar moeder.

Ze schikt de veren, net als moeder. Haar snavel drukt in het kuikendons. Haar broertje heeft het er niet zo op en zwemt op korte afstand van het platje. De zwemvliezen trappelen in het borrelende water. Dan kijkt hij op en drukt zijn snavel in het dons. Een familietrekje.

Bij het voorbijgaan de volgende dag, zit een reiger op het platje. De kop tegen het lijf gedrukt, alsof er geen nek bestaat. Het geeft de blik iets chagrijnigs. Het water borrelt net zo enthousiast onder het platje vandaan. Maar het enthousiasme van eerst is verdwenen. Zou hij? Nee, het kan niet. Daar zijn ze echt te groot voor.

Het laat me niet los. Tot ik op de terugwag naar huis, ze weer zie zitten. Moeder en dochter. De zoon dobbert vlakbij en laat zijn snavel door het water glijden. Gelukkig.