Categoriearchief: amsterdam zuid

Lucas van Leyden in het Rijksmuseum

Vlak voor sluitingstijd kom ik in het Rijksmuseum terecht. Een heerlijk moment om lekker door het museum te lopen. Het is niet zo heel druk. Zo krijg ik alle kans om de Nachtwacht te bekijken en verderop zie ik een betoverend drieluik dat ik heel goed ken.

Het is Het laatste oordeel van Lucas van Leyden. Een meesterwerk uit de Renaissance. Wat een prachtig schilderij is het van de hand van Lucas van Leyden. Het schilderij ken ik van de Lakenhal in Leiden, daar vormt het het topstuk van de collectie.

Het heeft daar een prachtig plekje, maar door de verbouwing van de Lakenhal is dit schilderij te gast in het Amsterdamse Rijksmuseum. De Leidse schilder Lucas van Leyden schilderde het rond 1526 voor de Pieterskerk in zijn woonplaats.

En als ik er zo kijk, ben ik weer helemaal bevangen door dit imposante meesterwerk. Wat is het een betoverend en helder schilderij. Ik raak bevangen door de enorme ruimtelijke werking. Zeker ook omdat het zo onverwacht is dat ik dit schilderij zie.

Ik denk terug aan die momenten dat ik in Leiden woonde en op een zondagmiddag of gewoon een doordeweekse dag langs het museum loop. Ik stap naar binnen en kijk alleen maar even bij Lucas van Leyden. Gewoon omdat het kan. Een halfuurtje kijken naar dit meesterwerk en dan weer gaan.

Kunst zoals kunst hoort te zijn. Je stapt zoveel gelukkiger weer buiten. En dat voel ik hier ook in het Rijksmuseum. Het drukke verkeer en de schemering, zo vroeg in deze tijd van het jaar.

Het geeft je even die schittering waar kunst bedoeld is. Het haalt je even uit de alledaagse beslommeringen en laat zien hoe mooi het leven is.

Lucas van Leyden is tot 1 september 2018 in het Rijksmuseum te zien. Daarna keert het terug op zijn vaste plek in het vernieuwde museum De Lakenhal in Leiden.

Kwaadschiks

Hoofdpersoon van de nieuwe roman Kwaadschiks is Nico Dorlas. Hij heet niet naar Nicolaas, maar naar Nicodemus, de Farizeeër uit het nieuwe testament die Jezus ‘s nachts stiekem opzoekt. Niemand mag weten dat hij de Messias bezoekt. Dat geldt wat minder voor Nico Dorlas. Hij laat zich overduidelijk overal gelden. Wel doet hij veel in het geniep en vooral ten bate van zichzelf.

Nico Dorlas werkt als creatief brein bij het gerenommeerde reclamebureau Battjes & Partners in Amstelveen. Zij hebben onder meer de beroemde leus van de bierbrouwer Heineken bedacht. Na een avond brainstormen vol drank besloot de bierbrouwer het idee op zijn naam te schrijven, maar het kan heel goed zijn dat Nico Dorlas de leus heeft bedacht.

De 47-jarige hoofdpersoon leidt aan apneu. Hij gebruikt hiervoor een speciaal apparaat ‘s nachts, een CPAP-apparaat, met een bijzonder masker. Hij doet dit op om genoeg zuurstof binnen te krijgen. Zijn vrouw Desiree, onderwijzeres op een lagere school, is dan allang in een andere kamer gaan liggen. En dat komt niet alleen vanwege het gesnurk.

Het apparaat werkt als een omgekeerde stofzuiger. Het maakt de innerlijke wereld in deze bijzondere roman van A.F.Th. van der Heijden nog meer bijzonder. Nico Dorlas’ vader is namelijk handelsreiziger in stofzuigers geweest. Hiermee is de cirkel in de roman rond. De verwijzingen zijn nog niet over. Zo komt het toneelstuk Death of a Salesman van Arthur Miller regelmatig terug.

De verwijzingen houden niet op. Zo verwijst de verteller naar de film The Elephant Man uit 1980 om de angstaanjagende verschijning van het masker te benadrukken. Of naar het zeepaardje, het logo van het beademingsapparaat. Daar zie je ook een masker in. Beelden en vergelijkingen die om elkaar heen kronkelen door het hele verhaal.

Of zoals de romanheld Nico Dorlas het zelf uitdrukt: zijn ziel komt uit de kast. Hij moet doen wat hij wil en kiezen voor de liefde.

Het onopgeloste GOEDSCHIKS/KWAADSCHIKS zou voor altijd als een twee-eiige Siamese tweeling, verwikkeld in een tweekoppige burgeroorlog, blijven proberen zichzelf uit elkaar te scheuren, en Dorlas zou eroverheen struikelen, net zo lang tot hij in de half vergroeide lichaamsdelen verstrikt raakte.
[…]
Het geheim van zijn poging tot herstel lag in de juiste mate van vernietiging. Als hij in zijn opzet slaagde, zouden de poorten naar de Domeinen opengaan. Het monster de Stem zou verslagen zijn. (743)

Hij kiest voor de variant met kwaadschiks met alle gevolgen van dien. In nog geen 24 uur voltrekt zich een heus drama voor het oog van de lezer, Nico Dorlas slaat helemaal door.

Een roman als Kwaadschiks is daarmee niet zwaar om te lezen. De intriges waaruit het verhaal is opgebouwd, geven je als lezer een spanning die misschien alleen maar bij het lezen van een thriller te evenaren is.

Bekijk mijn vlog over Kwaadschiks

A.F.Th. van der Heijden: Kwaadschiks. Amsterdam/Antwerpen: De Bezige Bij, 2016. Romancyclus: De tandeloze tijd 6. ISBN: 978 90 234 5813 5. Prijs: € 29,95 (paperback). 1280 pagina’s.Bestel

De komende dagen blog en vlog ik over dit 6e deel uit de Tandeloze tijd van A.F.Th. van der Heijden.

Vastgoedwolven

image

Het begon met de herprofilering van de straat, in de loop van de jaren is de straat al aardig wat opengebroken. Daarna werd het braakliggende terrein opgebroken. De moestuintjes en de tennisbaan werden opgeruimd. Een bord stond naast het paadje dat hij de laatste drie jaar nam. ‘Voetpad niet meer beschikbaar in verband met werkzaamheden’, stond erop.

Hij nam het pad uit gewoonte en als afscheid. Graafmachines omhelsden het terrein. De grijparmen trokken het groen uit het land. Een grote bulldozer egaliseerde de grond die kaal tevoorschijn kwam. Het tegelpad lag opgebroken aan weerszijden van een zandbult. Alleen het afgeplatte zand verried waar het pad gelegen had. Hij voelde zijn voeten wegzakken in het zand. Achter hem trok een spoor en veranderde het afgeplatte zand in rul zand.

image

Een ander bord vertelde dat er woningen zouden komen op dit stuk braakliggend terrein. Een paar jaar geleden hadden investeerders afgezien van bebouwing. De grond bleef ongebruikt achter. Een paar mensen mochten ideeën aandragen om de grond zolang te gebruiken. Zo verrees er een tennisbaan en volkstuintjes op het terrein. Een insectenhotel en vogelverschrikker waren het enige dat er op het terrein boven het maaiveld uitkwam.

De eerste keer dat hij hier liep langs dit braakliggende terrein was in 2010. Hij was te voet op weg naar Amstelveen voor een interview. En genoot van de lichtval op deze morgen. De herfst die aanving en de ochtendzon die zo mooi de bladeren van onderaf geel maakte. Op het braakliggende bouwterrein groeide de maïs hoog. En hij vroeg zich af waarom hij hier op het duurste stukje grond van Nederland een maïsveld aantrof.

image

Daarna werd het een mooi plekje groen te midden van de geldwolven. De hazen liepen ‘s morgens vroeg over het veld. De ochtendnevel vermengde zich met het groen en maakte dat de hoge vastgoedgebouwen van de achtergrond oplosten in de wolken. Zo maakte het geld plaats voor het groen en genoot hij van de rust die de crisis met zich meebracht.

Nu keerde de activiteit terug. De natuur moest eraan geloven. Hier komen huizen. Een vastgoedontwikkelaar zag er weer genoeg geld in om hier een toekomst met grote winsten te zien. Straks zouden de heimachines komen en de grond klaarmaken voor het gegoten beton. De crisis en de natuur waren overwonnen. En hij zag hoe de haas het hazepad koos. Liep zelf nog een keer over dat pad langs die moestuintjes.

Het zou niet lang meer duren of hij zou hier ook niet meer lopen. Om het vergezicht dat bedorven werd niet te zien aftakelen.

image

Slim liegen – #WOT

image

Computers zijn slim. Computers weten het allemaal. Als zij iets zeggen, is er geen speld tussen te krijgen. Ik liep laatst meer dan een uur vertraging op met mijn trein. In plaats van acht uur, stapte ik een eindje na negenen het kantoor binnen. Mijn trein had vertraging. Sterker hij reed langs een heel andere route en kwam een station verder uit dan waar ik eruit moest.

Ik zat in de trein naar Amsterdam Zuid en ineens reed hij in de richting van Amsterdam Centraal. We reden een andere route, vertelde een stem uit de luidspreker. Vanwege ‘uitgelopen werkzaamheden’. Het systeem op de website van NS vertelde ‘wisselstoring’. Reizigers voor Amsterdam Zuid moesten in Schiphol maar een trein terug nemen. Er reden nauwelijks treinen tussen Weesp en Schiphol.

Ik wilde een trein terug nemen, zoals de omroepers in de trein aangaven. De trein zat zo vol met mensen dat ik de volgende moest nemen. Zo belandde ik meer dan een uur te laat toch op plaats van bestemming. Ik nam gelijk een formulier ‘geld terug bij vertraging’ mee en vulde alles keurig – en naar waarheid – in.

Gisteren viel de brief op de deurmat en daarin staat:

Uit onze gegevens blijkt dat de opgelopen vertraging minder dan 30 minuten bedroeg. Helaas kunnen wij daarom niet aan uw verzoek voldoen.

Je kunt ook zeggen: ‘je liegt’. Dan zeg ik terug: ik lieg niet, maar dat helpt niet. Onderaan het omslachtige formulier – het lukt mij niet het formulier digitaal te krijgen, wat ik ook doe – staat dat ik alles naar waarheid invul. Geen haar op mijn hoofd die eraan denkt te liegen.

Rob Sluijsmans – operationeel manager klantenservice – heeft de NS-brief ondertekend. Hij verklaart niet naar waarheid te antwoorden met een vinkje in zijn tekst. De strekking van zijn brief is wel dat ik lieg en zijn gegevens slim genoeg zijn om die leugen te achterhalen.

Hun gegevens zijn het systeem en het systeem klopt. Het systeem is een computer en de tijden die daarin staan, zijn juist. Een reiziger die ruim een uur later op zijn werk arriveert, staat niet in het systeem. Maar computers zijn slim. Deze reiziger is een domme man die zeurt over een uur vertraging. De leugenaar.

Vergeten schroefjes

image

Ik loop op het perron naar voren, zo kan ik een plekje voorin de trein bemachtigen. De ervaring van de volle treinen de laatste tijd, leert dat voorin de trein de meeste kans op een stoel is. Terwijl ik zo loop over het perron voel ik aan mijn rugzak. Onderin zitten vreemde, klein voorwerpen. Ze voelen hard aan, maar ik kan de vorm niet plaatsen.

Als ik in de trein zit, ga ik op onderzoek uit. Het kan onmogelijk mijn laptop zijn. En daaronder gaan niet zo snel kleine dingen zitten. Het zouden broodkruimels kunnen zijn of iets anders, maar dat kan ik onmogelijk definiëren.

Ik hijs het laptopje omhoog en voel onderin het vakje. Leeg. Daarom besluit ik het grote vak maar eens te proberen. Ik wroet mijn vingers naar beneden, langs boeken, schriften en losse blaadjes. Een formulier ‘Geld terug bij vertraging’. Nog verder drukken mijn vingers door de smalle ruimte in de rugzak.

Hebbes. Het voelt nog gekker dan net. Ik weet helemaal niet meer wat ik in mijn hand heb. Ik hengel een oud broodzakje omhoog. In het zakje zitten metalen schroefjes. Dan weet ik het weer. Een paar maanden terug vond ik voor het hoge witte gebouw van de RBS-bank in Amsterdam Zuid allemaal nieuwe schroefjes.

Aangezien ik in de dagen ervoor een kluswagen had zien staan, vermoedde ik dat de schroefjes uit een bak zijn gevallen. De klusser was blijkbaar te lui om ze allemaal op te rapen. De eerste dag liep ik er vrij achteloos langs, maar een dag later verbaasde ik mij over de grote hoeveelheid schroefjes in verschillende maten. Als niemand ze meenam, dan moest ik ze toch wel oprapen.

Geen idee waar ik ze voor nodig had, maar ik begon te rapen. Al dat kostbare metaal kon wel ergens bij mij thuis gebruikt worden. Ik werd steeds enthousiaster en had al een hand vol met die schroefjes. Om mij heen verzamelden zich allemaal forensen die enthousiast meehielpen met het oprapen van de schroefjes. In plaats van ze zelf te houden, gaven ze de schroefjes allemaal keurig aan mij.

Met moeite wist ik mij uit mijn eigen activiteit te ontworstelen en sloeg de nieuwe schroefjes die ik van omstanders kreeg af. Met een lichte gêne want ik vond de hulp die ze boden zo verschrikkelijk lief. De schroefjes verdwenen in mijn kontzak en ik liep snel verder naar mijn werk.

Nadat ik mijn lunch had opgegeten, vond ik de schroefjes toch wel prikken in mijn achterste. Ik haalde ze eruit en deed ze in het lege boterhamzakje. Het zakje verdween in mijn tas, voor thuis. Dan kon ik ze later wel in de voorraadkist met schroefjes leggen. Deze is ook weleens omgevallen, maar toen heb ik alle schroefjes opgezocht tussen het zaagsel en andere viezigheid.

Maar ik kwam thuis en vergat de schroefjes helemaal. Tot vandaag.

Daktuin

image
Daktuin op het VU-gebouw

Ook ik ben naar de daktuin geweest op het dak van de VU. Twee voormalige VU-studenten kwamen op het idee om hier een mooi dakterras van te maken. Een mooi idee. Het biedt de mogelijkheid om lekker buiten te zitten in het groen. Bovendien wordt er weinig anders met de ruimte gedaan.

image
Zitten in het groen

Kort na de introductie van de daktuin, publiceerde VU-historicus op twitter een foto. Hierop is te zien dat de Vrije Universiteit kort na de opening al dakterassen had. Op de daken zie je mooie terrassen in prachtige perkjes. Wat de reden geweest is om ze af te schaffen weet ik niet. Er kunnen best goede redenen voor geweest zijn.

image
Uitzicht vanaf de ‘moestuin’ in de richting van de rode pieper

De nieuwe daktuin is dus helemaal niet zo nieuw als ze willen doen geloven. Ik kwam op het terras toen de zon scheen. Het zag er lekker warm uit. Op het terras bries een windje, waardoor het colbertje dat ik aanhad geen overbodige luxe was.

image

Verder vond ik het nogal kaal aandoen. Er stonden een paar snelgroeiende bomen, sprieten nog. Wat plantjes in de perken en wat verderop stonden vierkante metertuinen met groenten. Ook waren er een paar kassen waarin paprika en courgette stond.

image

Verder was het een lege bedoening. De houten vlonders op het dak gaven alles wel iets gemoedelijks. Tegen de borders kon je zitten. Ook stonden er knusse tafels waaraan studenten zaten te studeren. Heel aardig allemaal natuurlijk, maar het weegt niet op tegen de hectare die de VU hortus bestrijkt.

image
Vierkantemeter tuinen al dan niet tot een kas omgebouwd.

Het levert geen geld meer op, vindt het college van bestuur. ‘We zijn een universiteit, geen tuinderij’, zou de voorzitter van het college van bestuur hebben gezegd over de bijzondere plantenverzameling. Het is het marktdenken dat heerst. Een gloednieuw ziekenhuis levert meer op dan een 80 jaar oude Tulpenboom.

image
Vierkantemeter tuin onder glas zodat een kas ontstaat.

De Hortus moet helaas wijken voor de nieuwbouw van het ziekenhuis. Het groen dat daar groeit is werk van jaren met liefde tuinieren. De planten van de daktuin staan er enkel als decoratie. De student die het idee van zijn medestudenten heeft uitgevoerd, wil het aantal dakterassen uitbreiden.

image
Hier niet zitten hoor!

Hij vindt het belangrijk om in het groen te kunnen studeren of te praten. En hij hoeft niet zo nodig met het groen in gesprek. Terwijl dat voor mij de hoogste vorm van meditatie is. Zo wordt het steeds moeilijker om in alle drukte een rustig plekje groen te vinden.

image
Niet betreden!