Categoriearchief: amsterdam centraal

Geen treinenfreak

image

Joris van Casteren spreekt in Het station met Liza Cohrs: ‘een meisje met rood haar’. Ze is heel duidelijk tegen hem: bij de treindienstleiders werken geen treinenfreaks. Treinenfreaks die solliciteren wijst de teamleider van treindienstleiders af. Daarvoor is het werk als treindienstleider te serieus, vindt ze.

Hij komt overal langs. Van de locatiemanager van het gebouw, de schoonmakers, de bijzondere opsporingsambtenaar (boa), conducteurs, de kaartjesverkoper (een voluptueuze blondine die nog studeert), de zwerver en alcoholist Kowalski, de toiletjuffrouw en de locatiebeheerder.

De laatste is iets heel anders dan de eerste:

Timas heeft, anders dan Wubs, dagelijks omgang met de uitoefenaars van de zware, minder goed betaaalde beroepen op het station, zoals het schoonmaakpersoneel. (92)

De verhalen die Joris van Casteren optekent zijn stuk voor stuk prachtig. Soms duikt hij wat dieper de geschiedenis in. Over de ontsporingen op het station, de koninklijke trein, bijzondere begrafenissen waarbij de lichamen van de overledenen op het station arriveerden en de Chinese Luca die door zijn moeder in de Burger King werd achtergelaten.

Ook spreekt hij oud-gedienden zoals de 87-jarige Dick Keijzer. Hij loopt al zijn hele leven op het Centraal Station in Amsterdam. In 1954 trad hij in dienst, waarna hij een halfjaar later werd opgeroepen voor militaire dienst:

Eenmaal terug op het station waren er verschillende wijzigingen doorgevoerd. Paulien, een collega-lokettist, praatte hem bij. Na afloop dronk hij koffie met haar, hier in deze zelfde eersteklasrestauratie. Inmiddels zijn ze vijfenvijftig jaar getrouwd. (106)

De verhalen geven het boek zijn kracht. Het verleden en het heden maken Amsterdam Centraal tot een station dat meer is dan een punt waar treinen aankomen en vertrekken. Het is een gebouw van 125 jaar oud boordevol met geschiedenis, verhalen, geheimen en andere dingen die Joris van Casteren allemaal aan de lezer toevertrouwd.

Je hoeft er zeker geen treinenfreak voor te zijn om daarvan te kunnen genieten.

Joris van Casteren: Het station. Amsterdam: Uitgeverij Bas Lubberhuizen, 2015. ISBN: 978 90 5937 3969. 160 pagina’s. Prijs: € 17,95.

Lelystad

image

Natuurlijk moet Joris van Casteren even refereren naar zijn afkomst in zijn nieuwste boek Het station. Hij is opgegroeid in Lelystad, zoals hij eerder in het gelijknamige boek schreef. Dat mag de lezer weten als hij een boek over de hoofdstad schrijft. Volgens hem neemt de chaos toe naarmate hij vanuit de polder in Amsterdam komt.

Beschilderde muren, een badkamer met daarin een blote vrouw schoot voorbij. In achtertuinen zag ik vuilniszakken, autobanden en winkelwagentjes. In het water lagen halfgezonken boten. (9)

Later diept hij zijn kennis van het station uit als hij een artikel schrijft voor de Amsterdamse daklozenkrant Z. over de mensen op Amsterdam Centraal. Hij opent er zijn nieuwe boek over het meest imposante station van Nederland mee.

In 2014 gaat hij op uitnodiging van uitgeverij Bas Lubberhuizen wat dieper in op het leven op het station in de hoofdstad. Het is eigenlijk een stad in een stad. Daarom bivakkeert hij een paar maanden op het station dat altijd wordt verbouwd.

Verder is er veel veranderd in de periode tussen 1998 en 2014:

Het grote blauwe bord is weg, ook het meetingpoint ontbreekt. Geen spoor van junks, schandknapen of heroïnehoertjes. (16)

Gelukkig mag hij na wat onderhandelen met de NS met iedereen praten. Zo komt Joris van Casteren bij al het personeel van NS, Prorail en andere bedrijven op het Centraal langs. Zoals de treindienstleiders.

Joris van Casteren: Het station. Amsterdam: Uitgeverij Bas Lubberhuizen, 2015. ISBN: 978 90 5937 3969. 160 pagina’s. Prijs: € 17,95.

Het station

image

Het Centraal Station van Amsterdam is onbetwist het indrukwekkendste station van Nederland. Daar kunnen imposante stations als het nieuwe Rotterdam Centraal of toekomstige Utrecht Centraal niet tegenop.

Historische stations als Den Haag Hollands Spoor of Haarlem vallen in het niet bij de gigantische fascade van Amsterdam Centraal. De ronde overkapping is de grootste van Nederland in zijn soort. En dan staan er ook nog eens twee.

Het klinkt heel indrukwekkend als de omroeper een bericht omroept. Het lijkt of je in een immense kathedraal staat waarbij de stem heen en weer schiet tussen de gewelven. Het is dan ook erg leuk om het al lopend te horen. De stem vervliegt en is nauwelijks te verstaan. Natuurlijk wel wat minder als er een belangrijk bericht wordt omgeroepen.

Over dit station heeft Joris van Casteren een boek geschreven met de veelzeggende naam Het station. Voor dit boek verbleef de journalist en schrijver voor langere tijd op het grote station. Met een bijdrage van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten is het boek tot stand gekomen.

Joris van Casteren vertelt in zijn boek over het station in al zijn fascetten. In het grote gebouw van Cuypers schuilt veel meer dan een stel sporen, binnenkomende treinen en gehaaste reizigers. Het is een klein dorp op zich met een eigen politie en winkels.

Voor het boek heeft Joris van Casteren heel veel mensen gesproken. Hij loopt mee met de beheerder van het gebouw, schuift aan bij de toiletjuffrouw, zit in de stationsrestauratie en kijkt in de ondergrondse ruimtes van het station. Hij komt op plekken waar de gewone reiziger niet komt. Hij spreekt mensen die op het station wonen, werken of slechts passeren.

Dat maakt Het station tot een heel mooi boekje om te lezen. Het boek opent bij Joris van Casterens eigen herinnering aan dit hoofdstation van de hoofdstad. Hij geeft daarmee een inkijkje in de eerste indruk die dit enorme station bij een reiziger oproept. Het is overweldigend. Altijd als je er weer komt, treft dit je.

Joris van Casteren: Het station. Amsterdam: Uitgeverij Bas Lubberhuizen, 2015. ISBN: 978 90 5937 3969. 160 pagina’s. Prijs: € 17,95.

Mannen lezen anders dan vrouwen

hendrik-jan-de-wit-met-eva-kelderVrouwen lezen anders dan mannen. Net als dat vrouwen anders schrijven dan mannen. Dat ontdekte ik gisteren bij de ontmoeting met schrijfster Eva Kelder. Ze debuteert deze week met de roman Het leek stiller dan het was. Dinsdag bespreken twintig bloggers en ik het boek voor de leesclub Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl.

In het Amsterdamse café Kobalt, tegenover het Centraal Station, mochten we haar even spreken. Het geplande uurtje werd bijna twee volle uren, waarin wij ervaringen uitwisselden over het boek en luisterden naar het verhaal van Eva bij haar boek. Een bijzondere ontmoeting, waarbij ik vooral leerde dat vrouwen boeken anders lezen dan mannen.

De groep mensen die ik tegenkwam bestond hoofdzakelijk uit vrouwen (inclusief die organisator en de schrijver). De mannen van het gezelschap waren Peter en ik. Al pratend over het boek viel het op dat de aanwezige vrouwen sterk identificeerden met de hoofdpersoon Seije uit het boek. Ze zochten overeenkomsten en verschillen. Ze beleefden het boek intens en spraken over Seije als een goede vriendin, begaan met haar lot en vooral meelevend en begripsvol.

Voor mij zijn veel gebeurtenissen en keuzes van de hoofdpersoon verstopt in onbegrip. Ik kan bijvoorbeeld de keuze van de mannen die Seije kiest, niet begrijpen. Net als de manier waarop ze zich aan hen onderwerpt. Ik laat mij bij het verhaal vooral leiden door de gebeurtenissen die mij naar de afloop brengen. Onderweg geniet ik van de mooie dingen die ik tegenkom, zoals de literatuur die ze aanhaalt, de liefde voor de beatgeneration en de bijzondere mensen die Seije onderweg tegenkomt.

Een beetje duizelig van gedachten verliet ik het café en stapte op de fiets naar huis. De muggenzwermen bij Muiden tegemoet. Het intense meeleven met de hoofdpersoon, de herkenning die verder ging dan het zomaar vertellen, maar soms echt met emoties gepaard gingen. Ik kon er alleen maar diep begrip voor opbrengen. Afgaande op wat de vrouwen die om mij heen zaten vertelden, kwam ik snel tot een conclusie. Het is Eva Kelder gelukt een boek aan de wereld te geven dat meer vertelt dan een verhaal.

Mannen lezen anders dan vrouwen, net als dat vrouwen anders schrijven. Een boek als Het leek stiller dan het was komt moeilijk uit de pen van een man. Al zijn er (gelukkig) uitzonderingen. De ontmoeting gisteren maakte dat ik alleen maar nieuwsgieriger wordt naar de blogs van komende dinsdag. Net als ik nog eens goed naar het einde van het boek ga kijken.

Nachttrein

nachttrein-in-amsterdam-centraalHij zwalkte over het perron, tikte tegen de trein en schoot dan een eindje van de trein af. Iets verderop herhaalde zich dit. De onzekere loop verried dat hij gedronken had. En niet zo’n beetje ook. De kegel rook je in een flinke straal om hem heen.

Hij stopte bij een deur van het treinstel, zette het zakje van de Albert Heijn to go op de opstaptrede en zoog aan zijn sigaret. De andere arm lag gebonden in het gips. Hij streelde met zijn vrije hand over het gips en glimlachte. Of het de pijn of juist de verdoving was, wist ik niet. We liepen hem voorbij en stapten een deur verder het treinstel in.

We installeerden ons op de bovenverdieping van de dubbeldekker. Het fluitsignaal voor vertrek klonk. Ik vertelde Doris over de nachttrein die ik een paar dagen eerder uit Amsterdam Centraal zag vertrekken. De slaaptrein ging gelijk met mij op. Ik had de mensen achter de raampjes hun bedden zien opmaken en dacht terug aan de vele treinreizen naar Oostenrijk, Oost-Duitsland, Hongarije en Tjechië.

Nu haalde de intercity naar Utrecht ons in. De dubbeldekker ging aanmerkelijk sneller op het parallelle spoor. Onze wegen scheidden bij het station Muiderpoort. De stationshal vormde een verkleinde versie van het Amstelstation. Ik tuurde de ruitjes in, maar we gingen te snel om iets te zien van het kunstwerk aan de wand.

Bij Almere klonk de omroeper. ‘We naderen station Almere Centrum, het eindpunt van deze trein. Vanwege werkzaamheden rijdt deze trein niet. Reizigers die verder willen, moeten overstappen op de bus. Vanaf Oostvaarders kunt u de trein weer nemen.’

We stapten even later met de andere reizigers uit. Voor de deuren drongen andere reizigers die de trein terug naar Amsterdam en Vlissingen wilden nemen.

We liepen langs de raampjes en ik zag de dronkaard zitten. Zijn knieën opgetrokken tegen de stoel voor hem. Hij hield de gipsarm omhoog en staarde met dezelfde glimlach naar de blauwe gipsarm. Pas bij zijn vingers hield het gips op. Ik vroeg me af of hij de grimas trok van de pijn of de alcoholische narcose.

We daalden af naar de stationshal. Helaas zonder zo’n mooi schilderij als in het Amstel- of Muiderpoort-station. De deuren van de trein gilden hun hoge fluitje. De trein was klaar voor vertrek. Terug naar Amsterdam met als keerpunt Vlissingen.

Geen treinverkeer

image
De stationshal van Almere Centrum loopt langzaam vol

Het begint als je eraan komt fietsen. Er hangt iets in de lucht. Bij de klim op het fietspad ving al iets op. Het einde van het perron ligt naast het fietspad. Het is dan nog een aardig tripje maar als er iets omgeroepen wordt, kun je dat horen. ‘We vinden de overlast erg vervelend daarom bieden wij u gratis een kopje koffie aan in de kiosk.’

Overlast? Gratis kopje koffie? In mijn onschuld denk ik aan de afgesloten (rol)trappen op het station die al weken voor overlast zorgen. Om daar een kopje koffie voor aan te bieden? Ik fiets door. De stationshal passeer ik. Drommen mensen wachten voor de automaten. Het is druk op dit uur.

Ik wil mijn fiets wegzetten. Iemand anders is nog bezig. Hij haalt zijn fiets juist weg. Een ongebruikelijke handeling. Hij heeft muziekdopjes in de oren, dus hij schreeuwt een beetje. ‘Ga maar weer naar huis. Er rijdt toch 9 uur geen trein. Een storing.’

Lätta Lekker Luchtig
Gratis uitgedeeld promotiepakketje Lätta Lekker Luchtig

Toch nieuwsgierig wat er precies is, neem ik poolshoogte. Een massa mensen staat in de stationshal. Niet alleen bij het kaartjesautomaat. Overal. In de hal staan 2 grote stands van Lätta. Lätta Lekker Luchtig staat op een groot bord boven de stand. Jongelui delen bakjes Lätta uit. Er zit een minuscuul broodje in met een rond bakje ‘luchtig opgeklopte halvarine’ die je zo uit de kuip kunt ‘scoopen’. Ik krijg een bakje van een donkere jongen.

De mensen in de hal scoopen niks. Ze kijken lijdzaam naar het bord waar de mededeling dat er geen treinverkeer rijdt, onveranderd blijft. Opnieuw klinkt de omroeper: ‘We vinden de overlast erg vervelend daarom bieden wij u gratis een kopje koffie aan in de kiosk.’ De kiosk op het station zit potdicht. Misschien is dat wel de grap. ‘Ik moet echt om 9 uur in Amsterdam zijn’, hoor ik iemand zeggen.

Gratis kopje koffie, maar de kiosk zit potdicht

Ik loop terug naar mijn fiets. Lijdzaam toezien dat er geen treinverkeer rijdt, hoef ik niet. Daarom loop ook ik terug. Als ik mijn fiets uit het rek haal, komt een nieuwe klant. ‘Ga maar weer naar huis’, zeg ik. ‘Er is een grote storing. Er rijdt tot zeker 9 uur niks.’ De man kijkt mij vreemd aan, zet zijn fiets weg en loopt naar de hal met wachtende mensen.