Categoriearchief: almere

Op weg naar hypotheekvrij – Tiny House Farm

De basis voor de keuze om hier in Almere Oosterwold te gaan wonen, ligt bij het boek Hypotheekvrij van Gerhard Hormann. Ik noem het altijd bij de interviews die we hebben gehad van geïnteresseerden voor ons huisje. Het boek staat aan het begin van de leefwijze die we nu hebben aangemeten.

Het is meer dan 6 jaar geleden. Ik werkte weer na een halfjaar werkeloos te zijn geweest. Het was heel spannend geweest de tijd thuis zo zonder werk, maar wel met een hoge hypotheek. Een collega vertelde dat hij hypotheekvrij wilde gaan leven. Hiervoor leefde hij bewust heel zuinig. Leven met net zoveel geld alsof je zonder werk komt te zitten.

Een leven zonder hypotheek

Hij had het gelezen in het boek van Gerhard Hormann. Ik leende het meteen bij de bibliotheek en las het in een ruk uit. Ja, dit was het. Een leven zonder hypotheek zou je zoveel meer ruimte en vooral geld opleveren. Waarom die enorme schuld zo lang bij je dragen. En ik liet het boek ook aan Inge lezen.

We keken eens goed naar onze levenswijze. Waarom al die spullen in huis. Misschien moesten we niet meer zoveel kopen. We gingen ons koopgedrag eens goed bekijken. Je koopt eigenlijk heel veel onzin-dingen. Zelfs bij een kringloopwinkel koop je dingen die je helemaal niet nodig hebt. Waarom niet alleen het meest noodzakelijke kopen? Als iets kapot gaat of wanneer het echt vervangen moet worden.

Kleiner wonen, minder hypotheek

Zo gezegd, zo gedaan. Het heeft er uiteindelijk voor gezorgd dat we kleiner gingen wonen. En zeker, het is niet altijd makkelijk. Deze coronatijd van thuiswerken in ons zuurstokroze kleine huisje zitten we erg dicht op elkaars lip, maar desondanks genieten we elke dag van het sobere leven dat we nu hebben aangemeten. Je hoeft niet veel te reizen of op vakantie om te genieten. Het zijn dan de kleine dingen waar je veel vrolijker van wordt.

Nog niet hypotheekvrij ons huis
Ons huis is nog niet hypotheekvrij.

En zo hebben we aan het eind van het jaar, weer een flink bedrag kunnen afbetalen op onze hypotheek. Elke keer weer stukje dichter bij een leven zonder hypotheek. Elke keer een stukje dichter bij een leven met meer vrijheid. Niet meer opgejaagd door koopdrift en reisdrift. Maar blijer met wat je hebt en kunt.

Niet warmer dan 16 graden

Een leven dat ik iedereen zou willen aanraden. Want het klinkt koud om het niet warmer te stoken dan 16 graden, maar het is heerlijk. Opletten bij het doen van boodschappen en als je een winkel in gaat altijd nadenken of je wat je wilt kopen wel echt nodig hebt. En geloof me, het is geen marteling, maar een gewenning om minder te gebruiken.

Ons zuurstokroze kleine huisje in Almere Oosterwold

Ik hoop zo dat meer mensen dit (gaan) doen. Het verrijkt je leven zo enorm. De afhankelijkheid van het kopen, de marketing waarmee we echt doodgegooid worden. We zouden zoveel gelukkiger worden als we niet altijd het oog richten op wat we niet hebben, maar gewoon kijken naar wat we hebben. Met het prachtige einddoel: een hypotheekvrij leven.

Heb je Mijnmoment van 2020 over de weg al gelezen?

Piep zei de muis – Tiny House Farm

Er is vorige week veel werk verricht aan ons huisje. Te beginnen bij de muizen. Ze bleven maar actief. De sporen van plukken isolatiemateriaal achterlatend in de hoeken van ons huis.

Ze bleven wel tussen de muren en kwamen niet naar binnen, maar we hoorden ze ‘s nachts trippelen in de muren. Onze bouwer had vorig jaar al wat gaatjes gedicht, maar het was niet afdoende. Ze bleven actief in de smalle richels tussen de muren zitten. Dan lag er ‘s morgens weer een hele lading in de hoeken. Geen echt oogcontact, maar dit mocht toch niet de bedoeling zijn.

Nu moest het echt rigoureus gebeuren. De bouwers kwamen. Alles rond het huis moest hiervoor wijken. Ze maakten de hele onderkant van de muur potdicht. Of beter is het om te zeggen: muisdicht. Geen enkele ruimte voor een muis om binnen te piepen. En dat is dus gewoon helemaal dicht.

Ik werd wel heel verdrietig toen ze dinsdag ineens mijn met veel zorg opgebouwde vlonder afbraken. Wat vond ik dit erg. De pellets door midden afgebroken. Dat was niet de bedoeling. Had ik hiervoor bijna 2 weken gewerkt aan de entree van ons huis!

Gelukkig waren ze met de rest van de vlonder wat voorzichtiger. En maakten ze alles heel netjes in orde. Ook het beluchtingsrooster voor de kachel pakten ze aan. Alles is nu potdicht. We hoorden de muizen de eerste avond en nacht rond rondrazen. Ze zaten ingesloten en konden niet weg. Heel vervelend, maar het is niet anders. Ze mogen van mij overal komen, maar niet in huis.

Na het rigoureus afsluiten van het hele huis, vlamde de kachel plotseling veel hoger en zwarter dan gebruikelijk. Mogelijk lag dit aan het beluchtingsrooster, dacht ik ineens. En inderdaad, alle openingen zaten helemaal dichtgedrukt. Daarom eerst alles voorzichtig met een tangetje opengemaakt. Voorzichtig om het achterzittend gaas heel te laten, zodat de muizen niet alsnog de kans kregen om naar binnen te kruipen.

Nu krijgt de kachel weer genoeg lucht en zijn de vlammen weer een stuk rustiger als vanouds. Het lijkt dat het brandstofverbruik in de zuurstofarme dagen echt veel hoger ligt dan we gewend zijn. Daarom weer helemaal blij met de gevonden oplossing. En helemaal blij met onze bouwer die het muizenprobleem heeft aangepakt. Het is weer heerlijk rustig en warm in de muur.

In de nesten – Tiny House Farm

Zo’n niet te ontginnen stuk land. Die metershoge distels die weer uit de grond komen. Ik ben ermee in bittere strijd. De ene keer win ik, de andere keer zij. Maar dan ineens doemt er midden tussen de distels een nest op. Een vogelnest!

Helemaal gelukkig met de handzeis, besteld via internet, ga ik de enorme hoeveelheid distels in onze ‘bosrand’ te lijf. Wat een belevenis. De warme zon op de huid en dan gewoon met de zeis over de bodem gaan. De distels vallen stekelig op mij en de rest om mij heen.

De ‘bosrand’ ontdaan van distels

Zo ontdek ik dat hier allemaal boompjes staan. De boompjes en struiken die we koesteren: berk, els, liguster, egelantier, lijsterbes, Gelderse roos en niet te vergeten de meidoorn. Wat een prachtig groen. Ze verschijnen met het verdwijnen van de vele distels en zuring.

Over de bodem zwaaien

En zo’n handzeis is best zwaar. Ik zwaai ermee over de bodem, houd soms een distel vast zodat hij niet alleen schuin valt, maar ook echt losgesneden is van zijn wortel. Anders schiet je met deze snoeiactie niet zoveel op. Daarom vraagt dit werk om meerdere sessies. Ik doe het als pauze tussen het vele werk achter de computer. Het geeft rust.

Als ik echt een flink stuk heb platgeslagen, ontdek ik de meidoorn. Midden tussen al die distels zit daar die prachtige struik. Ik probeer er mooi omheen te snoeien. Overal die distels die in de weg zitten. Wat is het toch veel zeg. Hier kun je toch niet tegenop snoeien.

Midden in de meidoorn

Ineens zie ik iets midden in de meidoorn. Wat is dat? Ik kijk nog eens goed en schrik me rot: een vogelnest. Ik tuur recht op de kleine gespikkelde eitjes. Ah, nee. Het nest is verlaten en bedenkend over mijn drukke snoeiwerk. Nergens heb ik ook maar het idee gehad dat ik een vogel stoorde.

Ik staak meteen mijn noeste snoeiwerk. Dit mag niet gebeuren, want wie zit hier! Het is zeker weten niet een koolmees of een pimpelmees. Het is wat ingrijpender. Als ik later voorzichtig terugloop, zie ik een vogel op het nest zitten. De staart wijst schuin omhoog. Mijn richting uit als een strenge vinger. Jij, uilskuiken. Laat mij met rust ja.

De vogel vliegt vrijwel meteen weg. Het is toch niet de veldleeuwerik die ik vorige week hier al zingend naar beneden zag vliegen. Ze schijnen dat te doen in hun balts. Nee, dat kan niet. Het is een rietzanger, concludeer ik. Het moet een rietzanger zijn. Een veldleeuwerik is veel te zeldzaam om het nest van te ontdekken.

Kwetsbaar nest

Maar nu is het nest veel te kwetsbaar geworden. De vos hoeft hier maar even zijn snoet langs te schuiven en hij heeft een heerlijk, klein culinair voorafje. Ik probeer nog wat versgesneden takken tegen het boompje te leggen en hoop op beter. Misschien biedt het voldoende bescherming.

Ik tuur nog op mijn mobiel. Is het een rietzanger? Het zal toch wel. De veldleeuwerik zou verschrikkelijk zijn. Deze staat op de rode lijst. Als dit nest verstoord is, ben ik een moordenaar en zorgt mijn actie ervoor dat de lijst alleen maar roder wordt. Het beeld van de eieren zonder broedende ouder, krijg ik niet uit mijn hoofd.

De dag erna wordt mijn angst bevestigd. De veldleeuwerik vliegt en zingt overal weer. Ik hoor zijn roep hoog in de lucht en de dalende vlucht al fluitend. Net zo grillig als hij naar beneden komt. Beeld en geluid versterken elkaar. Zou hij weer druk in de weer zijn. Ik durf niet langs het nets. Want zou het niet gewoon leeg zijn?

Kunstig nest

Als ik dan later eindelijk durf te kijken is het nest leeg. Het zat zo kunstig midden in de meidoorn, maar nu hangt het er half uit. Geen spoor meer van een ei. Nu de veldleeuwerik weer vol in zijn flirt zit, durf ik me er even helemaal niet meer mee te bemoeien. Ik laat ze maar en de bosrand moet maar even een distelrand blijven.

Ik laat de rest van de distels ongesnoeid…

Nu hoor ik soms iets uit de hoek ongesnoeide distels komen. Zacht gefluit en gefladder. En dan denk ik aan mijn zeis: nee, die mag daar nog niet komen. En sowieso voor het snoeien een grondige inspectie van het te snoeien gebied. Nu hoop ik vooral dat de veldleeuweriken er ondanks mijn verjagende activiteiten, toch rust vinden om een nest te bouwen.

Hebban olla vogula nestas hagunnan, hinase hic anda thu, wat unbidan we nu?

pennenprobeersel van een West-Vlaamse kopiist in de 11e eeuw
Het nest is leeggeroofd… En de veldleeuwerik is gevlogen.

De weg verhard – Tiny House Farm

Er is heel veel te regelen voor een nieuwe kavelwegvereniging als de onze. We hebben het gezamenlijk gebouw De Vuurplaats dat we nog inrichten, maar waar we ook na moeten denken hoe we het schoonhouden en wanneer iemand gebruik kan maken van de ruimte. Daarnaast is er buiten ook meer dan genoeg te doen.

nog niet verharde weg

We hebben gezamenlijk groen om te onderhouden. Net als dat we nog wat stukjes grond hebben om iets op te verbouwen. Wat dacht je van het helofytenfilter dat we samen onderhouden. Allemaal dingen om met elkaar afspraken over te maken. En dan is er – last but not least – de weg!

Puinweg

Bij het begin van ons project is er een puinweg met riolering aangelegd door Wonen in Oosterwold. Dat ligt er nu ruim 2 jaar. Een groot deel van de huizen staat. Als je er al wat langer woont – in augustus wonen we hier alweer 2 jaar – ga je merken dat een puinweg nadelen heeft. Kortgezegd: in de herfst in de winter heb je modder; in de zomer (en bij een droog voorjaar) heb je heel veel stof.

Zonsondergang boven de weg die nog niet verhard is.

Vooral mijn fiets moet het ontgelden. Ik heb er al aardig wat bezoekjes bij de fietsenmaker op zitten. De ketting houdt het ongeveer een halfjaar uit. De tandwielen vragen ook veel aandacht. Ik smeer mijn fiets zo min mogelijk. Het laatste halfjaar (sinds het laatste drama bij de fietsenmaker november) loop ik met de fiets in de hand over de puinweg van en naar huis. Het is niet anders, maar het heeft niet zo heel veel zin. Mijn fiets kraakt en zucht onder de puinweg.

Pionnetje om aan te geven waar de put ligt

Stofweg of modderweg

Het huis is stoffig en eigenlijk krijg je de modder er nauwelijks uit. Je kunt er niet tegenop vegen. Zeker met honden in huis die ook niet met schone pootjes terugkeren van de wandelingen. Bijna iedereen in Oosterwold herkent dit verhaal. Ik sprak een halfjaar terug iemand die ook in Oosterwold woont en net asfalt had gekregen. Ze was toen net zo gelukkig als ik nu. Hoe blij je met een weg kunt zijn.

De weg is klaar voor het asfalt

Vandaag heeft KWS de weg echt geasfalteerd. Gisteren en eergisteren waren alle voorbereidingen druk aan de gang. Er is extra puin gestort, de putten zijn opgemetseld en daarnaast is alles goed afgesteld zodat de weg helemaal piccobello erbij ligt. Vandaag is het asfalt erop gegaan. Bijzonder om al die grote apparatuur zo dicht langs je huis te zien rijden. Wat een werk is er verzet. De mannen van KWS waren niet minder trots.

Bijzonder opdrachtgeverschap

Ze doen normaal allemaal grote projecten en een opdrachtgeverschap zoals in Oosterwold is, zijn zij ook niet gewend. Onze vereniging mag heel trots zijn op het bereikte resultaat. De consensus met onze 31 leden; het betalen van de rekening en nog alle kleine en grotere hobbels die je moet nemen bij het maken van een weg. Het is allemaal gelukt!

Het aanbrengen van de asfaltlaag voor ons huis

Natuurlijk heb ik ook wensen. Ik vind het bijvoorbeeld jammer dat we geen belijning hebben. Want de volgende uitdaging is: hoe zorg je dat het autoverkeer zich aan de snelheid houdt. Er zijn hier veel kinderen en het is ontzettend belangrijk dat auto’s hier niet onnodig hard rijden. Een hele uitdaging want auto’s rijden bij voorbaat te hard.

Moordwapens

Het zijn moordwapens. Bij ongevallen wordt vaak gewezen op de kwetsbare weggebruiker, een fietser die niet uitkeek of een voetganger die roekeloos overstak. Terwijl het gevaar toch echt in die auto schuilt. De uitdaging is daarom bij ons: hoe voorkom je dat het een racebaan wordt waar de auto de alleenheerser is. Er liggen al mooie oplossingen voor als de definitieve toplaag erop komt, maar ook voor de tussentijd moeten we alle aandacht voor de veiligheid hebben.

Daar ligt de asfaltlaag op de weg!

Ik weet zeker dat we er met onze vereniging een creatieve en duurzame oplossing voor vinden.

Broedende koolmezen – Tiny House Farm

Vorig jaar hebben we het erg gemist: de roep van de koolmezen. In ons vorige huis aan de Alkmaargracht hadden we jaarlijks een koppeltje koolmezen in een nestkastje te broeden. Net als dat er vaak een merel meerdere nestjes had in onze voor of achtertuin.

De merel is nog niet gekomen, maar we hebben dus dit jaar een koppeltje koolmezen te gast in het nieuwe mezenkastje. Ik kreeg het kastje al een jaar eerder voor Sinterklaas. We hebben het samen met 2 andere aan het einde van de zomer opgehangen aan de nieuwe schuur. Zo konden de vogels alvast wennen aan het nieuwe onderkomen.

de nestkastjes voor de koolmees aan het schuurtje
Het linkerkastje is bezet door de koolmezen. Het tuinhek heb ik dit weekend gemaakt.

Vrolijk fietspompje

Dat is gelukt. We horen nu al een paar weken het vrolijke fietspompje in onze tuin. Gevolgd door die mooie vlucht, ze golven echt door de lucht. Dat is genieten zeg.

De ontdekking dat ze in je nestkastje zitten, is ook heel gaaf. Eerst denk je het, maar je kunt ze er nog niet op betrappen. Ze hebben het ook heel goed in de gaten dat je ze volgt. Dan krijg je steeds meer bewijzen. Ze worden zelf door de drukte slordiger. Al reageren ze nog steeds als ik in de weg sta bij hun aanvliegroutes. Gisteren zag ik hem er echt in vliegen het bewijs.

is er genoeg te eten voor de koolmees in onze jonge tuin?

Genoeg te eten voor koolmezen?

En dan meteen maak ik me ook zorgen. Is er wel genoeg voor ze om te eten in onze tuin? Zoveel groeit er nog niet. Ze kunnen zich laven aan de rupsen in onze appelbomen. Ik heb ze al een paar weken niet meer gezien. Verder zijn er natuurlijk de rupsen in de kool. Maar of dat voldoende is.

De koolmees heeft het zelf ook al in de gaten. Soms snoept hij iets uit de halfvolle pot met vogelpindakaas en vliegt ermee naar het nest. Als dat een mooie aanvulling is op zijn dieet, dan hoef ik me geen zorgen te maken. Maar je voelt je toch een beetje gastheer.

het nestkastje van de koolmezen aan de schuur
Het nestkastje, niks verklappen aan de eksters en kraaien 😉

Nu de merels nog

De merel laat nog even op zich wachten. Daarvoor moeten de bomen echt wat groter zijn. Ik heb er een paar plankjes voor gemaakt in het schuurtje. Aan de goede kant (op het noordoosten). Net als het nestkastje voor de roodborstjes.

In de winter en het vroege voorjaar zagen we veel roodborstjes in onze tuin. Nu wat minder. Het is wat minder geschikt voor ze om te nestelen. Ook het winterkoninkje heb ik al een tijdje niet meer gezien. Maar de vreugde voor het koppeltje koolmezen is mij heel veel waard.

Beetje regen – Tiny House Farm

De smeekbede om een regenbui is een heel klein beetje verhoord. We hebben nu een paar dagen regen gehad. Je ziet meteen de hele tuin opfleuren. De grauwe stoflaag is van het groen af en je ziet weer: groen. Wat is dat genieten zeg.

natte zonnebloem door de regen

Bovenop helpen

De tuin leeft dus weer helemaal op en dat is geweldig. Hopelijk is het genoeg om de uitgedroogde fruitbomen er weer een beetje bovenop te helpen.

De framboos krijgt knoppen

Het is sowieso een feest om door de tuin te lopen. Met alle coronamaatregelen loop ik nu regelmatig een extra ronde door de tuin. Het is heerlijk om te zien hoe alles weer groeit en bloeit. Hoe planten elkaar opvolgen. Na de kersenbloesem is het nu tijd voor appelbomen en de lijsterbes.

de morellen komen uit de uitgebloeide bloesem

Lijsterbes in bloei

Op allerlei plekken in de tuin zie je de lijsterbes in bloei staan. De regen helpt enorm bij deze bloei. De appels volgens snel. De Zoete ermgard heeft prachtige witte bloemen met een smal rood randje. Zo kenmerkend voor appelbloesem.

de lijsterbes in bloei!

Bij de kers en ook de krent zien we de uitgebloeide bloemen omvormen tot heuse vruchten. Nog niet zo snel, maar iedere keer weer ietsje meer. De kers bolt letterlijk steeds groener op uit de bloem. Op andere plekken beginnen de vruchten ook steeds groter te worden. Ook dit jaar bespeur ik een paar amandelen. Net als de eerste pruimen, waarbij de nieuwe Reine Victoria het wel heel goed doet. Prachtig gewoon!

de krent krijgt vruchten

Fantasietuin

En zo wandelend door mijn tuin fantaseer ik vooruit. Hoe de bomen groter zijn en je een eigen hofje hebt. Het plekje voor jezelf verscholen in het groen. Niet meer die grote vlakte, maar een eigen, beschut plekje. Een echte ‘locus amoenus’ door de ‘hortus conclusus’. Weliswaar zonder een dikke kasteelmuur, maar met een volle groene haag. De regen helpt erbij om de droom echt te zien gebeuren.

groene tuin achter het roze huisje