Categoriearchief: almere strand

Voorbereiden op het ergste

Soms kun je je maar beter voorbereiden op het ergste. De Libelle Zomerweek bijvoorbeeld. Als enthousiast toeschouwer overvalt de laatste voorbereiding mij altijd weer op die week in het voorjaar. Weken voor de eigenlijke week is het fietspad versperd waarover ik hardloop. Ik liep afgelopen weekend langs de schermen en borden. De borden waarschuwden mij voor ‘in- en uitkomend verkeer’.

Vanuit de trein zag ik dat de opbouw snel verloopt. Waren ze vrijdag nog druk in de weer met de vlonders op het zand, nu staan de tenten al opgebouwd. Het grootste deel van het Almeerse strand is zo meer dan 2 maanden afgeschermd voor het gewone publiek. Als de blauwalg wegblijft, hebben we nog net een maand strandje.

Dan zie ik de drommen over het fietspad lopen, hoor ze ontdeugend fluiten. Overmoedig geworden door het gezelschap waarmee ze optrekken. Zal ik dit jaar toch eens de stap wagen en ernaar toe gaan? Of toch niet? Gelukkig maakt de remmende trein mij wakker voor een nachtmerrie aanbreekt.

Konijnenbout


De konijntjes schieten weg als ik bij het Muiderstrand kom aanlopen. Soms zitten er hele jonge bij. Ze huppelen vlak langs mijn voeten de bosjes in. Kleine gaatjes tussen het lage struikgewas vertellen de verstopplekjes. Als ik voorbij ben, springen ze even snel weer op het fietspad.

De honden zijn de blauwalg ontvlucht. De baasjes eveneens. Soms fietst een wielrenner voorbij. Verder gebeurt hier weinig. Zeker als de lucht dreigend zijn donkere vuist opsteekt in de vorm van een grijze wolk.

Ik ren verder. In de bosjes zitten een paar kraaien. Hun spitse snavels verraden dat het echt kraaien zijn en niet hun kleinere neefjes, de kauw. 1 kraai hakt flink op de grond, trekt iets omhoog en beweegt zijn snavel snel om het naar binnen te werken. Het ziet eruit als vlees.

Hij vliegt op als ik wel heel dichtbij kom en kijkt me met een spijtige blik aan. Hier was iets moois aan de gang. Ik kijk in het gras, vlak voor een kleine opening in het lage struikgewas. Hier ligt een klein konijntje half opgepeuzeld.

Het vlees blinkt vers. Het oogt alsof het zojuist panklaar is gemaakt door de slager en in de toonbank is gelegd. Alleen het prijskaartje ontbreekt. En de vacht bovenin de verse konijnenbout verraadt dat het een zojuist veroverd konijntje is. De spieren van de been worden juist opgepeuzeld door de kraaien.

De kraai die van een afstandje toekeek, ziet nu genoeg kans. Ik ben ver genoeg voorbij de plek des onheils om toe te slaan. Hij vliegt op de malse konijnenbout en begint even enthousiast op het vlees te hakken. Tot een luide kraaienschreeuw hier een einde aan maakt. De door mij verjaagde kraai, grijpt zijn maaltje weer terug en geeft zijn soortgenoot een flinke haal.

Zo gaat dat met lekkere maaltjes. Wie het eerst komt, wie het eerst maalt.

Verkeerd ingeschat – hardloopverhaal

image

Het gebeurt me zelden bij het hardlopen: een verkeerde inschatting. Vrijdag wilde ik een lekker rondje gaan hollen. Gelijk nadat ik Doris naar school had gebracht kroop ik achter de computer. Buienradar kon me precies vertellen of ik nog voor de buien uit kon hollen. Ik bekeek de verwachting.

Een enorm lint van bewolking met actieve buien dreef vanaf de Noordzee het land op. Ik liet de voorspeller bekijken wanneer de bui Almere zou bereiken. Ergens tussen half elf en elf, vertelde de animatie. Als ik dadelijk vertrok, dan zou ik zonder een nat pak thuis kunnen komen.

Hoe vaak moest ik er vandaag niet aan denken bij het hardlopen. Ook nu hing er een rol bewolking over het Naardermeer. Wat minder dreigend dan vrijdag. Nu had ik het allemaal wat beter ingeschat. Ik vroeg me af hoe ik toch zo’n fout kon maken. De weersvoorspellingen waren zo duidelijk geweest. Ik had vrijdagmorgen gewoon niet op pad moeten gaan.

Vlak bij het Naardermeer gebeurde het. De eerste spatten vielen uit de ontzettend zwarte wolkenmassa boven mij. Ik vroeg mij af of ik het droog ging houden. Hoe laat zou het zijn? Hooguit 10 uur, de voorspelling van buienradar had mij een halfuur later beloofd.

Ik rende verder en bij het Almeerderstrand barstte de bui echt los. In de verte, over het IJmeer zag ik lichtflitsen. Dat was niet de bedoeling. Daar moest ik straks gaan lopen over de IJmeerdijk, maar nu ik dat onweer zag, voelde ik mij erg ongemakkelijk worden. Was het wel verantwoord om verder te gaan.

Bij de Jachthaven Marina Muiderzand was ik doorweekt. Ik besefte dat ik zo niet mocht doorgaan. Hardlopen met onweer zou veel te gevaarlijk zijn. Ik stond onder een afdakje bij de receptie van het haventje. ‘Hier melden’, stond op het bord naast de deur. 2 schilders waren druk bezig met het schuren. ‘Zo een beetje nat’, zei er eentje. Ik knikte. Vlak boven ons rommelde het onweer verder.

Er waren problemen. 1 van de schilders kon niet bij de post boven de deur. Hij liep de trap af naar beneden en kwam even later terug met een trapje. ‘Waarom heb je dat gehaald?’ vroeg zijn collega. ‘Omdat ik anders niet daar bij kan, stompie.’ De man wees naar de plek waar hij niet bij kon, maar waar wel de verf vanaf gekrabd moest worden.

De regen stroomde iets minder hard naar beneden. Leek zelfs even helemaal te stoppen. ‘Zo we gaan weer’, merkte de schilder bijdehand die op het opstapje de deurpost aan het schuren. In zijn hand lag een stukje papier en hij drukte het ruwe papiertje tegen het houtwerk.

Ik keek wantrouwend naar de hemel boven mij. Een flard lichtere bewolking trok over mij heen. Boven het IJmeer zag ik lichtflitsen schieten. Het rondje over de dijk zoals ik in mijn hoofd had, zat er niet in. Ik liep de dijk af, naar beneden in de richting van Almere Poort.

Precies op de weg waar ik een klein halfuurtje eerder geen zin in had. Anders had ik daar nu gelopen. Veel dichter bij huis. Nu moest ik een stukje door het bos hollen. Ik hoorde de hemel boven mij dreigend rommelen. Waar mag je met onweer eigenlijk zijn? In het bos is het gevaarlijk, maar als je in het open veld loopt, speel je ook met je leven. Kortom, zo snel mogelijk naar huis. Die gedachte speelde door mijn hoofd.

Ondertussen was de regen weer in volle sterkte aangezwollen. Ik schuilde onder de spoorbrug bij Almere Poort. De wind gierde langs mijn natte kleren. Ik voelde hoe snel mijn warme lichaam afkoelde. Hier moest ik niet te lang staan. Ik baalde. Hier had ik de weersituatie totaal verkeerd ingeschat. Een dergelijk verkeerde beslissing kon je duur komen te staan.

De regen nam weer iets in kracht af en ik holde verder. Het lange fietspad van Almere Poort naar Almere Stad af. De regen nam niet af. Ook niet echt meer toe en het onweer hoorde ik niet meer boven mij. Ik liep weliswaar in het open veld, maar de spoorbaan lag vlak naast me. Hier heerste niet meer het gevaar van eerst.

Zeiknat en doorweekt tot op de onderbroek kwam ik vrijdag thuis. Ik rustte eerst flink uit van de situatie waarin ik mijzelf had begeven. Daarna kwam de analyse. Wat was er fout gegaan. Ik kwam snel tot de conclusie dat de wens groter was geweest dan de realiteitszin. Het zou allemaal wel meevallen. Ik zou het wel halen. Dat dit een keer niet het geval was, had ik aan den lijve mogen ondervinden.

Vanmorgen bij het hardlopen dacht ik eraan terug. Opnieuw hing een dreigende wolkenband boven het Naardermeer. Ik voelde een paar spatten toen ik onder de spoorbrug door liep. Maar wat verderop won de zon het van de dikke wolk. Weer wat verder holde ik in de brandende zon over de IJmeerdijk. Geen regen of onweer belette mij de weg.

Aan de windmolens verderop zag ik dat er nauwelijks wind stond. De hitte sloeg snel toe. Ik rende over het afgesloten Van Wagtendonkpad in de warmte. Ik merkte hoe de warmte mijn longen dichtkneep. Het was heet en benauwd. Dat had ik niet verwacht toen ik de voordeur achter mij dichttrok op weg voor mijn hardlooprondje.

Was het dit keer niet de regen, nu trof mij de warmte. Ik had ook vandaag het weer verkeerd ingeschat. Ik merkte dat ik meter na meter langzamer ging lopen. Uitgeput bereikte ik huis. Hoe was het mogelijk dat ik mij 2 keer zo vergist had in het weer. Was het nu niet de natheid, nu werd ik gepakt door warmte en benauwdheid.

Omlopen voor de Libelle zomerweek

Ik kon bij het hardlopen de verleiding niet weerstaan even langs de entree van de Libelle zomerweek te hollen. Een mix tussen nieuwsgierigheid en bewondering bracht me bij Almere strand. Mijn reguliere hardlooprondje loopt er normaal ook. Dit keer koos ik echter voor de dijk in plaats van het fietspad.

Het fietspad was in gebruik door de enorme slang aan vrouwen. Ze liepen in een slinger van het tijdelijke station Almere Strand naar de ingang. De trip van enkele honderden meters gaf mij een aardige indruk van de bezoekers. In de lange rij lopende mensen trof ik 1 man. Het riep bij mij de vraag op waarom alleen vrouwen naar de Libelle zomerweek gaan.

Ik heb ooit eens iemand onbedoeld beledigd door op te merken dat mannen die naar de huishoudbeurs gaan, watjes zijn. Dat gevoel bekroop mij ook bij het rennen langs deze onophoudelijke stroom vrouwen.

Vrijwel zonder uitzondering vrouw, maar wel in alle soorten en maten. Jong en oud, dik en dun, groot en klein. Wel viel me op dat de Libellevrouw echt niet meer de oma is die de hele dag sokken zit te breien voor haar kleinkinderen. De vrouw van de Libelle zomerweek is modern en hip.

Ze wordt zelfs een beetje baldadig als ze met zoveel zijn. Ik steelde zelf even de show toen een groepje dames mij nafloot. Als waren het een stelletje bouwvakkers die een jong meidje nafloten vanaf de steigers. Best stoer eigenlijk zeker toen een andere dame me nog nariep met ‘lekker kontje’.

Zou daar mijn fascinatie voor de Libelle zomerweek liggen?

Libelle zomerweek

Elk jaar staan ze er weer, perrons vol met vrouwen, afgeladen met plastic zakjes en andere nutteloze bagage. Van spullen die gratis waren, de waarde zal echt niet hoog liggen, maar het is iets dat ze gratis meekregen. Gescoord, heet dat.

Enorme golf

De Libelle zomerweek is ieder jaar hetzelfde, de enorme golf vrouwen die Almere aandoet. Om zich een dagje te laten verwennen, te genieten van de zon, de spulletjes en van elkaar. Ze verliezen zich soms even in hebzucht, maar dat hoort erbij.

Mooiste moment

Het mooiste moment is als ze dan zo’n dag gehad hebben. Ze staan op dat perron, roodverbrand, het hoofd deint op een wolkje teveel aan rosé, de bijeengegraaide tasjes bengelen in de hand. Keurig wachten ze op hun beurt, een leeg perron bestaat niet.

Stroom vrouwen

De stroom vrouwen die het perron op kabbelt, lijkt nooit op te houden. De zon schijnt nog overvloedig. De ogen stralen nog van plezier en genieten na en kijken tegelijk vooruit. Want volgend jaar staan ze hier weer, net als dat ze er vorig jaar er stonden. En het verschil? Ze weten het zelf niet eens.

Volgend jaar

En zo ga ik volgend jaar weer met de trein voorbij en denk: Elk jaar staan ze er weer, perrons vol met vrouwen, afgeladen met plastic zakjes en andere nutteloze bagage. Enz.

Strand klaar voor Libelle zomerweek

De Libelle Zomerweek kan van start op het Almeerse strand. Alles staat helemaal klaar. Ik had het al gezien bij het hardlopen. Het fietspad achter langs het strand was afgezet. Volgens de borden moest ik de alternatieve route volgen over de dijk. Natuurlijk was ik te eigenwijs en liep over het fietspad.

Af en aan

Dat was zaterdag en het ging. Vandaag is het ongetwijfeld wat minder goed toegankelijk. Vrachtwagens rijden af en aan om het terrein op te bouwen. De grote tijdelijke hallen moeten het publiek droog houden als de regen uit de lucht klettert.

Festivalterrein

Zo uit de trein ziet het er uit als een heus festivalterrein. Kosten noch moeite worden gespaard. Geld speelt geen rol. Weken van voorbereiding voor het enkele weekje voor alle Libelle-lezeressen. En lezers natuurlijk, al trof ik twee jaar terug slechts één enkele man aan in de enorme karavaan vrouwen.

Enthousiast over Almere

Eén weekje per jaar is een groot deel van vrouwelijk Nederland enthousiast over Almere om het daarna een jaar te verafschuwen.