Categoriearchief: almere stedenwijk

Rommelroute – Tiny House Farm

Zo hebben we zaterdag voor ons huis gestaan met onze spulletjes. Het eerste deel van het ontspullen. We staan ingeschreven op de lijst voor de rommelroute in onze wijk en verkopen de dingen die we kwijt willen. Het zijn een paar dozen met speelgoed, spelletjes en andere dingen die al een paar jaar op zolder staan met de bestemming voor de verkoop.

Koningsdag lukte niet, daarom slaan we onze slag bij de rommelroute. Het weer belooft het beste weer van de week te worden met rond het middaguur mogelijk een buitje. Daarom stallen we deze ochtend alles uit en zetten het in onze voortuin. Het idee van de rommelroute: je zet de te verkopen spulletjes neer voor je huis.

Nog voordat we alles buiten willen zetten, zwaait een man al voor ons raam. Hij is op zoek naar kinderboeken. Daarom halen we snel een paar dozen naar beneden voor de verkoop. Met een paar planken uit de schuur maken we een tafel om alle spulletjes goed neer te kunnen zetten. Daarna plaatsen we de boekendozen schuin tegen de tegels van onze tuin aan. Zo krijgt iedere bezoeker een goede indruk van alles wat er in de verkoop is.

De kinderboekenkoper komt terug en koopt het grootste deel van de dagopbrengst. Een stapeltje van 8 boeken voor 12 euro. Daarna komt het publiek in een gestaag tempo voorbij. De fiets van 100 euro vindt iedereen te duur, daarom verdwijnt er vooral klein grut in de tassen die ze bij zich hebben. Een een paar boeken literatuur die ik in allerijl van zolder heb gehaald.

Als we dan tegen 13 uur de wolken dreigend in onze richting zien drijven en we de balans opmaken, besluiten we op te breken. Het laatste uur is er geen klant meer geweest. Juist als het begint te druppelen en ik de boeken veiligstel, komt de laatste klant. Hij houdt alleen van oorlogsboeken, dus ik kan doorgaan met inpakken. Zijn vrouw koopt een schaal voor een euro.

Als alles weer binnen is en de planken in de schuur zijn opgeborgen, begint het keihard te plensen. Net op tijd voor de grote regenbui binnen. Het is 2 uur, we zouden nog een uurtje hebben moeten staan. De geringe hoeveelheid klanten en regen zijn genoeg reden geweest om op te breken.

Dan tellen we het geld dat we binnen hebben gehaald: 39 euro. Niet zo heel veel, maar we hebben wel een paar mensen gelukkig gemaakt met onze spulletjes. En het stimuleert ons om verder te gaan met het ontspullen. Zo staan onze katoenen tent en de fiets die Doris gewonnen heeft op marktplaats.
Bieden maar!

Vissers (2)

image

De vis ligt nog altijd doodstil in het net. Maar als de jongen zijn 2 handen onder het dier geschoven heeft, slaat de snoekbaars zich ineens omhoog. Hij laat de vis geschrokken los. ‘Pak hem nou in de nek’, roept zijn vader. ‘Hier hou vast.’ ‘Maar ik durf niet,’ zucht de jongen. Hij wappert met zijn armen. Zijn vader loopt naar het net en pakt het beet.

Plotseling werpt de grote snoek zich omhoog en valt half met het vangnet in het water. De vader laat het net in het water zakken en gebaart naar de zoon. De vis maakt opnieuw een zwembeweging en hapt zich vast in het net. ‘Verdomme’, roept de vader en werpt zijn sigaret in het water. ‘Hij zit vast.’

Hij hijst het net aan de waterkant. Zijn zoon staat er zwijgzaam bij. Het dier ligt doodstil en vader hannest met het net. Als hij het dier losheeft, houdt hij het trots omhoog. ‘Hier, zo moet het.’ De jongen pakt het mobieltje en klikt voor de foto. De snoek beweegt niet meer. Hij geeft zich gewonnen.

Dan buigt de vader met het dier naar het water en laat de grote snoek in het water zakken. Het zwemt traag weg met brede slagen. Hij is uitgeput van het gevecht en verblijf op de waterkant. Vader haalt het pakje sigaretten uit zijn zak en vist er eentje uit. Hij steekt de peuk aan en loopt met het vangnet naar de brug.

De jongen werpt de hengel weer in het water terwijl zijn vader het net staat te repareren tegen het brughoofd. Af en toe glijft er een rookpluim tussen zijn lippen. Dan mompelt hij iets en wringt zijn vingers tussen de fijne mazen van het net.

In het water verderop lijkt iets te plonsen, bewustgeworden van zijn vrijheid. Het leven gaat verder, maar dat hoeven de vissers niet te weten.

Vissers (1)

image

De hengel maakt een parabool in de richting van het water. Aan de andere kant hangt vader die in gevecht is met een reuzenvis. Zijn zoon laat het werpnet onhandig in het water vallen en trekt het er weer uit. Het valt vrijwel meteen weer in het water met een plons.

De vis trekt hevig aan het koord. De vader sjort met kracht aan de hengel. Tussen zijn lippen houdt hij een peuk vastgeklemd. Hij roept wat naar de jongen. Het net om de grote vis omhoog te halen valt weer met een plons in het water. De vader scheldt iets. ‘Kom, hou dat ding hieronder man.’

Langzaam komt er een bek omhoog. Het dier vecht voor zijn leven en trekt zich weer naar beneden. Hij houdt iets groens in zijn bek. Het zal wel het aas zijn. De vis hapt nog een keer en trekt uit alle macht aan het koord. De hengel blijft in een kromme boog staan.

Dan heeft de jongen beet. Hij laat het net onder de vis door gaan. ‘Kom op omhoog’, roept zijn vader. De sigarettenrook dwarrelt met zijn stem mee. De snoek aan de hengel probeert nog door te vechten, maar het lukt niet meer. Uitgeput laat hij zich optillen, geeft nog een paar slagen, maar het gaat niet. Hij kan niet meer.

De jongen moet het net met de snoek omhoog zien te krijgen. Zijn vader roept iets en onhandig plonst het net weer in het water. De snoek beweegt niet meer. Het sterke dier lijkt wel dood. De kracht is er helemaal uit. De vader mompelt iets. Zijn lippen houdt hij teveel op elkaar geklemd om de sigaret niet te verliezen.

Dan pakt hij geërgerd het vangnet en hijst het dier op de waterkant. ‘En nou pakken’, zegt hij. De zoon loopt onhandig naar het net. ‘Nee, met handschoenen aan.’ ‘En we moeten hem op de foto zetten’, zegt de jongen. Hij stapt naar de kist iets verderop en trekt de handschoenen aan.

‘Pak hem beet’, roep zijn vader. ‘Maar hoe?’ vraagt de jongen. ‘Gewoon van onderen.’ De jongen buigt naar voren. Angstig dat de doodstille vis zich ineens in beweging zet. Hij duwt een hand onder de enorme vis. ‘Pak hem in zijn nek’, roept zijn vader. Hij houdt de hengel nog altijd vast maar houdt zijn mobieltje in de aanslag voor de foto.

Lees morgen het vervolg: Vissers (2)

Zwanenoog

image

We fietsen langs een groepje zwanen die het grasveldje vlak naast het fietspad tot slaapplaats heeft gemaakt. We fietsen akelig dicht langs de dieren als we de bocht nemen. Sommige liggen in het gras, met de kop tussen de veren. Anderen staan rechtop en kijken nog om zich heen. Of ze wiebelen nog met het lijf om de slaap op te roepen.

Een zwaan ligt vlak op het hoekje waar wij langsrijden. Het dier heeft zijn kop in het verenkleed gestoken. Een oog steekt precies ter hoogte van de staart uit de veren.

Het oog opent zich als wij langsrijden en volgt ons waakzaam. We zwijgen en trappen extra stevig om de brug op te komen. Ik moet aan onze teckel Saar denken als die lekker ligt te slapen in haar mandje. Ze kan je net zo met een oog volgen als deze zwaan.

Als we afdalen zegt Doris: ‘Die zwaan keek ons achterna en ik moest aan Saar denken.’ Ik moet lachen. Ik moest daar ook aan denken. ‘Ja, ze kan je precies zo met een oog volgen als ze in haar mandje ligt.’ We lachen allebei dat dezelfde gedachte naar binnen vloog bij het zien van hetzelfde oog.

Bruggetje

image

Het bruggetje waar ik overheen loop als ik met de honden het Den Uylpark in wil, wordt opgeknapt. Zodoende loop ik al meer dan een week een aardig eind om. Dat het in het donker moet, is al niet zo motiverend, dat ik nu extra om moet lopen, maakt het nog minder plezierig.

Vanmorgen ben ik maar eens gaan kijken naar de vorderingen. Van de gemeente begrijp ik dat ze het houten bruggetje vervangen door een duurzamer exemplaar waarin meer metaal is verwerkt voor de stevigheid.

image

Na iets meer dan een week werk, staat de basis er. Twee grote stalen steunen in het midden van het water. Ze zijn op de twee betonnen eilandjes geplaatst en vervangen de houten pilaren die er eerst stonden.

Aan elke waterkant is de wapening gereed voor het leggen van de zijsteunen in beton gegoten. Bij de vorige brug was dit ook niet het geval. De houten zijkanten verzakten snel en vielen zo om.

image

Het werk zou volgens het bordje op 10 december klaar zijn. Het lijkt me sterk dat ze dat halen, maar ze zijn ook een paar dagen te laat begonnen. Dat betekent nog een groot deel van de maand omlopen.

Het aanleggen van het bruggetje naar Stedenwijk-Noord een paar jaar terug duurde zeker een week of zes. Ik vraag me af of we voor het eind van het jaar over het vernieuwde bruggetje naar het park kunnen lopen.

Walnoot

image

In Almere groeien naast alle boomrassen die van origine in Nederland voorkomen, ook enkele bomen die lekkere vruchten dragen. Zo kun je op sommige plaatsen kersen vinden of appels, hazelnoten, pruimen, tamme kastanjes en walnoten.

Bij het uitlaten van de honden stuit ik op een walnoot. Ik pak de noot op en nam hem mee naar huis. Wat later ontdekt Saartje een walnoot. Hij ligt mooi voor haar op de grond. Ze pakt hem op en loopt er tevreden mee weg.

Dat je niet door het omhulsel komt, merkt ze niet want ik pak de noot af. Een diepe afdruk van haar hoektand zit in de walnoot. Thuis zal ik hem openmaken en krijgen ze een stukje. Is ook nog eens heel gezond.

Dat de walnoten door iedereen grif geraapt en gegeten worden, merk ik snel. Inge vraagt of er niet wat meer liggen. Nee, ik vind er sporadisch eentje. Vaak lijken ze ook nog een aardig eindje van een walnotenboom te liggen.

Ik kom er snel achter hoe dat kan. Op een fietsritje zie ik een forse ekster voorbijvliegen met een grote walnoot tussen de snavel. Het zijn geliefde noten onder de kauwtjes, kraaien en eksters. Met hun puntige snavel hakken ze net zo lang op het omhulsel tot ze de felbegeerde noot kunnen oppikken.

De kauwtjes hier achter het huis nemen het van de hazelnoten die dit jaar weer vallen. Daarna is het weer twee jaar wachten op een nieuwe oogst. Ze dragen maar om het jaar nieuwe noten.

Het raadsel waarom de noten soms zo’n eind van een walnotenboom liggen, lost zich sneller op dan je denkt. Als ze zo’n grote walnoot in de bek hebben, vliegen ze onrustiger dan wanneer er niks tussen de snavel klemt.

De ekster die vlak langs mij scheert bij mijn fietsritje, vliegt laag en landt tussendoor even op een metalen hekje. Hij probeert de veel te grote noot weer even goed te leggen en vliegt weer op. Een soortgenoot zet met veel lawaai de achtervolging in. Dan kun je de prooi natuurlijk snel verliezen.