Categoriearchief: almelo

Klein Dochteren – IM A.L. Snijders – #ZKV

In de tijd dat ik een baantje had bij een heus museum, reed ik 3 keer per week het stuk van Almelo naar Angelo. Een eind van 80 kilometer, waarbij ik de eerste 25 op de snelweg reed en de rest over 80-kilometerwegen. Langs Lochem, Zutphen en Doesburg om uiteindelijk achter de IJsseldijk in het kasteel bij Angerlo terecht te komen.

Vlak achter Lochem, ligt Klein Dochteren, een bijna niet noemenswaardig plaatsje. Je rijdt dan over de N236 langs een indrukwekkend landhuis uit de jaren ’30. Het schijnt dat daar tegenwoordig een commune in verblijft. En daar in de buurt woont dus de beroemde schrijver van korte verhalen, zeer korte verhalen zoals hij ze noemt: A.L. Snijders.

Niet geweten op de ochtenden dat ik daar reed. Misschien dat hij op enkele honderden meters afstand van mij rondtufte op zijn tractor. Na het houthakken en de kippen voeren. Een ZKV in het hoofd en later aan het papier toevertrouwend terwijl hij door het kleine keukenraampje van zijn boerderijtje naar buiten keek.

“Er rijdt een rood autootje door de ochtendmist. Waar zou hij heen gaan?”

Weer kamperen – Sientje (57)

Na de vakanties op Terschelling en in Duitsland, leek het mij wel leuk om eens wat dichter bij huis een vakantiestekje te vinden. Ook omdat ik stiekem droomde van een stacaravan. Een plekje om tot rust te komen, waar je heerlijk een eigen plekje had om op terug te vallen.

Walgelijke en dure huisjes

Niet meer die walgelijke huisjes op het matras waarop eindeloos veel mensen hadden liggen meuren. Onder lakens waarvan je denkt dat ze schoon zijn en op vloeren waar het schaamhaar van de vorige gasten nog ligt. Bovendien liggen de prijzen voor deze huisjes buitenproportioneel hoog. De prijs voor 2 weken het huisje Maam op Terschelling waren mij vies tegengevallen. Voor die prijs kon je bijna een heel jaar met een stacaravan op een camping staan.

Ik wilde een eigen plekje. Misschien wel op camping Westerholt, tussen Almelo en Delden. We speurden op internet, zagen caravans en vonden het wel wat. ‘Laten we eerst eens een kijkje nemen op Westerholt met de tent’, zei Inge. ‘Dan kun je eerst zien wat voor een camping het is en of het je wat lijkt.’

Katoenen tent van zolder

We haalden de katoenen tent weer eens tevoorschijn van zolder. Bijna 4 jaar hadden we er geen gebruik van gemaakt. In 2004, in de vakantie voor onze bruiloft, waren we ermee naar de Veluwe en Betuwe geweest. We hadden geen puf meer om andere campings op te zoeken. In Buren genoten van de pruimen en het oranjemuseum. En ondertussen reden we ook naar mijn ouders om hun 30-jarig huwelijksfeest te vieren.

In de tussenliggende 4 jaar waren we getrouwd, hadden een kind gekregen en waren verhuisd van Almelo naar Almere. Inges moeder had het er moeilijk mee gehad. Ze vond het heel erg dat haar dochter zo’n eind van haar vandaan ging wonen. Haar droom van een kleindochter die op het fietsje naar haar oma zou fietsen, viel in duigen. Ze liet het goed weten dat ze het verschrikkelijk vond dat wij uit Almelo gingen. Tegelijkertijd was ze zich er ook van bewust dat een baan ons naar de Randstad dreef. In Twente was het voor mij moeilijk werk te vinden.

In een tent op Camping Westerholt

Zo kwamen we in de zomer van 2008 op de camping van Westerholt terecht. Ik werkte bij een andere werkgever in Almere zelf. De tocht naar Twente was heerlijk en het viel ook best mee om naast de hond ook een kind mee te nemen. Alles kregen we in de auto gepropt. Het idee dat we in de buurt van Inges moeder waren en ook bij haar vriend in Goor zouden langsgaan. Hij woonde net 3 maanden in een tehuis. Zijn geheugen liet hem in de steek, maar hij zou ons nog wel herkennen.

Camping Westerholt in Delden was niet zo gewend aan tenten. Helemaal op het achterste veld mochten we van de eigenaar wel onze tent opzetten. ‘Als er auto’s geparkeerd staan, stuur je ze maar weg’, zei hij. We vonden een plekje. De bandensporen van de geparkeerde auto’s stonden er nog. We probeerden de tent zo gunstig mogelijk op te zetten. De loerende ogen naar het opzetten van de tent, leidden mij erg af. Ze waren het niet gewend op deze camping dat iemand zijn tent opzette. Iets later die dag, zette iemand uit de buurt zijn caravan naast onze tent op. Hij wilde zijn nieuwe caravan even proberen, voordat hij ermee naar Polen ging.

Met allemaal Twentenaren

Zo zaten we daar op een veldje met allemaal Twentenaren om ons heen. Vanuit hun stacaravans bekeken ze ons uitvoerig. Ze kwamen bij elkaar op de koffie, maakten een kampvuurtje in het midden van het veldje en ze reden af en aan met hun auto’s. Wij gebruikten geen stroom, maar moesten er wel voor betalen. Zo werkte het nou eenmaal op deze camping. Voor een bezoek aan het toilet konden we de halve camping aflopen. Het sanitair stond een veldje of 3 verderop. Net als het zwembad, dat erachter lag.

En Doris was juist helemaal verslaafd aan het zwembad. Heerlijk plonsen in het water. Sientje aanschouwde het allemaal op haar gemak. We namen haar mee als we bij mijn schoonmoeder gingen eten en lieten haar achter bij een bezoek aan een museum in de buurt. Ook lieten we haar achter als we gingen zwemmen. Ze trok dan aan de lijn zover ze kon en ging dan machteloos aan het eind van het uitgerekte touw liggen.

Lekker stoeien in de tent.

Geen camping voor een tent

Nee, het was geen camping om met je tentje te kamperen. De gasten keken ons met vreemde ogen aan. We informeerden her en der naar de mogelijkheden van een stacaravan. Er stond er eentje te koop op de hoek van ons veldje. Het leek mij wel wat, al zag het er best donker uit. Ik vond de prijs te hoog die ik hoorde. Het was ook onduidelijk wat de mogelijkheden waren. Ik droomde van een grote caravan met veel binnenruimte en schuurtjes. Ook wilden we heel graag een douche in de caravan. Zodat we er ook in de herfst en winter in konden.

Zo reden we na een week of 2 kamperen onverrichter zake terug. Ik was wel enthousiast geworden voor een stacaravan. Dan konden we Sientje ook beter achterlaten in en om de caravan. Al mocht het officieel niet, we dachten wel dat Sientje zich keurig zou gaan gedragen in de caravan. Voor de tent was het minder handig haar achter te laten.

Dreigende buien

Bij een bezoek aan Henk, de vriend van Inges moeder, lieten we Sientje in de tent. Ik zat de hele tijd erover in. Er kwamen dreigende wolken te hangen boven de plek waar de camping zat. De stortbui viel precies op het moment dat wij de camping opliepen. We wisten het nog droog te houden,

Inge vond het heerlijk om dicht in de buurt van haar moeder te zitten. Zo waren we wat dichterbij en hoefde haar moeder niet steeds bij ons te komen logeren. Bij haar moeder logeren, beviel wat minder goed. Doris was bij een logeerpartij heel ziek geworden. Wat het was, wisten we niet. Maar het was ook onhandig bij Inges moeder met Sientje. Ook sliepen we slecht op het bed van haar moeder. Het kraakte bij elke beweging.

Stacaravan?

Nee, dan konden we veel beter op een camping zitten. We zouden de aangeboden caravans op marktplaats in de gaten houden. De caravan waar we een oogje voor hadden, was vlak voordat wij vertrokken al verkocht. We hadden hem niet eens goed kunnen bekijken.

Lees het vervolg: Knalgele stacaravan »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

[mc4wp_form id=”20905″]

Schone was – Sientje (48)

In ons huisje in Almelo stond de wasmachine beneden. Ik droeg de was naar boven om het in de droger te doen. Eenmaal droog nam ik het weer naar beneden om het rustig op te kunnen vouwen. Boven was daarvoor namelijk te weinig ruimte. Bovendien wilden we het toen nog graag strijken. We dachten dat het netter stond vandaar.

De schone was belandde in een stoel midden in de woonkamer. Dan konden we op een later moment de was vouwen. Of mijn schoonmoeder kwam eventjes langs voor de strijk. Ze vond het onfatsoenlijk om niet te strijken. Met moeite wisten we haar te overreden niet het dekbedovertrek, de sokken en het ondergoed te strijken. Ze zou het namelijk zo doen, terwijl een gestreken sok of dekbedovertrek werkelijk heel nutteloos is.

Hond in de was

Als de was daar in de stoel lag, ging Sientje er vaak op liggen. Ze was namelijk dol op schone was. Ze sprong op de stoel en maakte met haar pootjes een nestje in het schone textiel. Heerlijk vond ze het om daarop te liggen. Ze viel dan in een diepe slaap midden op de berg met droge was. Het was best wel vies dat ze daar zo op die schone was lag, maar we kregen haar daar niet van af. Ze dreinde net zo lang door tot ze er wel op lag.

Soms waren we haar kwijt, dan had ze zich half achter of onder de berg met schone was ingegraven. Als we haar riepen hoorden we het staartje tikken tegen de rand van de stoel. Ze bleef heerlijk over de volle breedte van de stoel liggen en sloeg haar staart dan tegen of op de zijleuning. Een heimelijk genoegen waar ze niet van af te brengen was. En stiekem gunde ik het haar ook om lekker op de schone was te liggen. Zeker als ze niet vies en bemodderd thuis terugkwam van een wandeling.

Rondjes rennen

Al kwam zij zelden vies en nat terug van een rondje lopen. Bij regen deed ze namelijk zodra ze buiten kwam, meteen de plas en liep direct terug naar de deur. Vaak had ik de deur nog niet eens achter mij dichtgetrokken of ze rende ze bij binnenkomst in de huiskamer een flink aantal rondjes van de woonkamer naar de keuken en terug. Ze probeerde zich zo droog te rennen. Daarbij rende ze al grommend rond om na een paar rondjes hijgend in de mand te vallen.

Lees het vervolg: Bloemendief »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

[mc4wp_form id=”20905″]

Voor de gezelligheid – Sientje (46)

We lagen lekker op tijd in bed. Alles gedaan, het licht uit beneden, de hond in de bench en we gingen heerlijk slapen. Het licht ging uit en we zeiden elkaar goedenacht. We lagen zo heerlijk te dommelen tot we beneden ineens een klap hoorden. Wat zou dat toch kunnen zijn? De deur hadden we toch op slot gedaan. Dit moet een inbreker zijn, schoot door mij heen. Ik moest maar op verkenning gaan. Je kunt zo iemand toch niet zijn gang laten gaan.

Ik liep voorzichtig de trap af. Mijn hart klopte in mijn keel. Het zou toch niet? Inge dekte mij en stapte de woonkamer binnen. Alles doodstil. Ik deed het licht aan. Sientje stond voor mij en kwispelde. We waren haar vergeten in de bench te doen en ze had iets van de tafel op de grond gegooid. We schaterden het uit en gingen snel weer naar boven om nu echt te gaan slapen.

Licht branden?

Een paar jaar later, we waren verhuisd, werd ik midden in de nacht wakker van kabaal beneden. Ik zag tot mijn verbazing licht branden door het raampje in de deur naar beneden. Wat is er aan de hand? Mijn hart klopte in mijn keel. Het zou toch niet? Hier was iets aan de hand beneden. Ik wist zeker dat ik het licht had uitgedaan. Sientje was stil gebleven.

Ik wapende mij met een stok in de hand en liep zachtjes naar beneden. Treetje voor treetje. Inge dekte mij in de rug. Ik keek de hoek om. Niemand, maar het raam aan de voorzijde van ons huis stond open. Hier was iemand naar binnen gedrongen. Er was inderdaad ingebroken. Sientje was doodstil. Ze lag te bibberen in de bench. We belden de politie.

Iedereen binnenlaten

Een kwartiertje later reed de politieauto voor langs. De agenten kwamen binnen. Sientje begon te blaffen. ‘Had dat nou net gedaan’, verzuchtte ik. ‘Tja’, zei de agent. ‘Ik heb ook zo’n ding thuis, maar die moet je echt niet nemen tegen de inbrekers. Ze laten iedereen binnen.’ Zijn collega wist mij te verzekeren dat de inbreker echt niet het huis was binnengegaan als Sientje geblaft zou hebben. Ze was echter doodstil geweest. Onze hond die om een vallend blaadje blafte, maar bij plunderaars en geweldenaars in haar mandje lag te rillen als een juffershondje. Ik begreep het niet.

Ik heb het later vaak gehoord dat huishonden weinig angst inboezemen bij inbrekers. Een paar huizen verder leven 7 honden in huis. Maar geen kik toen inbrekers 2 flatscreen televisies, 3 laptops en een paar mobieltjes meenamen. Doodstil bleven ze. Net als Sientje. Precies wat de agent zei. ‘Zo’n ding is voor de gezelligheid, maar niet tegen inbrekers.’

Lees het vervolg: Fietskar »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

Kopjes geven – Sientje (43)

Sientje had niet veel belangstelling voor andere dieren. Wat hier de oorzaak van was, wisten we niet. Heel soms gebeurde het. Zoals bij een vriendin in Leiden. Ze werd helemaal wild van haar konijntje. Ze kreeg geen genoeg van de bak waarin het diertje zat. Het konijn lag te rillen in haar hok.

Sientje vond het konijntje erg interessant. Wat zou ze doen als we het konijn los lieten? Daar hadden we geen idee van. We hebben het maar niet getest. Voor hetzelfde geld kreeg ze ineens last van haar jachtinstinct.

Griep

Nog zo’n gebeurtenis waar we versteld van stonden. Misschien was het een koortsdroom. We hadden haar nog niet zo heel lang. Ik was naar Almelo gegaan met een flinke griep. Thuis in Leiden hield ik het niet uit, daarom was ik maar naar Inge gegaan. Vrijwel op hetzelfde moment kwam Inge thuis met dezelfde griep. Zo lagen we naast elkaar in bed met een flinke koorts. De koorts liep hoog op bij ons allebei. We hielden een wedstrijdje. Degene met de hoogste koorts mocht blijven liggen, de ander moest met Sientje lopen.

Zo liep Inge met Sientje, want de thermometer wees bij haar een halve graad lager aan dan bij mij. Ze liep het bermuda-rondje, want ze voelde zich heel beroerd. Zo kwam ze langs het grasveldje voor de oude Ambachtsschool en ging meteen weer terug. Op het grind voor de school zat poeslief een poes. Inge passeerde met Sientje. Sientje kwispelde en liep op de kat af. Inge vreesde het ergste. Maar de poes was blijkbaar honden gewend en gaf Sientje zelfs kopjes.

Kopjes geven

Het was een schattig gezicht en Sientje genoot van de aandacht. We waren dit helemaal niet van haar gewend. Zeker ook omdat ze zo gelaten de poes kopjes liet geven en zelf heel rustig bleef. Geen opwinding of onrust, maar een ontmoeting zoals katten onder elkaar doen. Het bevestigde onze stelling dat Sientje een halve kat was. Gek op de zon en kalm als ze een kat zag.

Inge vertelde het verhaal toen ze rillend van de koorts weer naast me in bed kroop. Ik was stiekem jaloers dat ik niet met Sientje was gaan lopen. De dagen erna zochten we tevergeefs bij het lopen naar de kat. Hij zat er niet meer en hij heeft er nooit meer gezeten. Het bleef bij deze eenmalige belevenis.

Helaas. Ik had het graag gezien hoe innig een hond en een kat kunnen zijn. Zeker ook omdat Sientje zo weinig om andere dieren gaf. Het zou niet alleen haar zelfvertrouwen een duwtje in de rug geven, maar ook ons vertrouwen in haar.

Lees het vervolg: Teckel en peuter, een maatschap »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

Minder aandacht – Sientje (41)

Best lastig om met een kind genoeg aandacht aan je teckel te geven. Of je leeft met of zonder een kind in huis, er is een groot verschil hoe je omgaat met je hond. Bovendien brak bij mij na de geboorte van Doris een tijd van onzekerheid aan. Ik raakte mijn baan bij de krant kwijt. Na twee jaar werkervaringsplek en een interne opleiding tot journalist was er geen plek voor mij bij het krantenbedrijf. Uiteindelijk vond ik een baan in Amersfoort bij een instelling waarbij het mij erg lang onduidelijk was, wat ze precies deden.

Het werk dat ik gevonden had, stelde wel als eis dat ik in de nabijheid van Amersfoort zou gaan wonen. Op zich had ik daar weinig bezwaren tegen. Zeker ook omdat we een paar dagen voor ik hoorde dat ik aangenomen was, een ernstige bedreiging van de buurvrouw hadden gehad. De buurvrouw die Sientje zo liefdevol had opgevangen toen Coby zichzelf en Sientje buitengesloten had, was verhuisd. Nu woonde er een buurvrouw die zich elk weekend meerdere gaten in de kraag dronk. Ze leefde op ruziënde voet met haar puberende zoon. Zeker in de nachten dat ze dronken thuiskwam leidde dit tot kabaaltaferelen.

Dit zorgde er ook voor dat we hier niet te lang wilden blijven wonen. We kregen de mogelijkheid om te verhuizen. Dat moesten we met beide handen aangrijpen en dat deden we ook. Nog geen 3 maanden nadat ik in Amersfoort begonnen was, verhuisden we naar Almere. De lange ritten van ruim anderhalf uur naar mijn werk in Amersfoort braken ook aardig op.

Ik was blij iets dichterbij een leuk huis te hebben gevonden. Al ontdekte ik snel dat het iets dichterbij toch een aardig eindje uit de buurt lag. Ik deed er alsnog meer dan een uur over om na het dichttrekken van de voordeur, achter mijn bureau te kunnen schuiven.

Sientje onderging de hele verhuizing, het bezichtigen van het huis en de uiteindelijke koop gedwee. Op de dag dat we het huis kochten, gingen we gelijk naar het nieuwe huis, braken het nep-haardje uit de woonkamer en deden nog wat kleinigheden, waarna we terugreden naar Almelo. We hadden Sientje daargelaten. Het zou vooral hinder zijn om haar mee te nemen en je laat je hond niet meer dan een uur achter in een parkeergarage bij strenge vorst. Want het vroor hard op die dag in februari dat de overdracht was.

De wandelingen met Sientje waren in het nieuwe huis ook niet veel verder dan in het oude huis. We vonden een vergelijkbaar rondje. De bermuda-driehoek in Almelo liep ik ’s avonds ook alleen, want het kleine kindje lieten we niet graag alleen in huis. Voor hetzelfde geld gebeurde er iets in die vijf minuten dat we met Sientje liepen. We voelden ons erg verantwoordelijk. Met Doris was er een nieuwe zorg bijgekomen en we namen dat erg serieus.

De periode die daarna aanbrak was een tijd van heel hard werken. Maanden werkten we aan het huis. Onderwijl de boel inpakkend in Almelo. Vanaf de dag dat we voornamen om te gaan verhuizen, verzamelde ik al bananendozen en pakte ik al de boeken in die door het hele huis verspreid stonden. Zo werkten we een beetje in het vooruit. Ook omdat aan het nieuwe huis erg veel moest gebeuren.

Het huis was aardig uitgeleefd en vroeg om iets meer dan een likje verf. Daarbij waren we druk in de weer met het uitzoeken van een nieuwe keuken. Het was erg veel werk dat moest worden verricht. Sientje kreeg minimale aandacht. Doris, het nieuwe werk en het huis schrokten alle aandacht op.

Lees het vervolg: Opruimer »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

Mensenpup – Sientje (39)

Thuis bevallen leek ons wel heel bijzonder. Om zo in je vertrouwde omgeving, met Sientje erbij, het nieuwe leven te begroeten. Want hoe laat je je hond kennismaken met het nieuwe lid van de roedel, de mensenpup. Aangezien we thuis zouden zijn, zou Sientje het ook allemaal meemaken. Een betere introductie kon je je niet wensen.

Vanwege het ontbreken van stromend water boven, moest er beneden een bed komen te staan. We haalden het ziekenhuisbed weer op bij Inges moeder. Het kwam uit onze logeerkamer, maar onze logees moesten het sinds de inrichting van het babykamertje volstaan met een opklapbed in de studeerkamer. Het ziekenhuisbed was naar Inges moeder gegaan. Inge deed in de laatste weken al haar middagdutje op dit bed dat we op de hoge stand hadden gezet. Verder vond Sientje het erg lekker om daar te liggen. Alles was klaar om de baby ter wereld te laten komen.

Na een paar dagen weeën stak de verloskundige de vliezen door. Zo ontdekten we dat de baby in het vruchtwater had gepoept, waardoor we halsoverkop naar het ziekenhuis moesten. Ik vroeg snel aan de buurvrouw of zij Sientje ’s avonds wilde uitlaten. ‘We moeten naar het ziekenhuis voor de bevalling’, zei ik snel. Ze begreep het. Het huis dat we achterlieten was een puinhoop. Drie dagen rondlopen met weeën en het vruchtwater op het kraambed midden in de kamer.

Het zag er allemaal niet schoon uit. Maar we moesten onmiddellijk weg. We konden niet eerst de boel opruimen, daarvoor was de situatie te urgent. We waren allang blij dat ze niet met een ambulance hoefde te worden afgevoerd en we met onze eigen auto konden gaan. Achter de verloskundige aan reden we die Bevrijdingsdag naar het ziekenhuis.

We waren wel een beetje teleurgesteld. Want we hadden ons erg verheugd op de geboorte van ons kind thuis. In onze eigen vertrouwde omgeving met Sientje erbij. Dan kon Sientje meemaken hoe het gezin een nieuw lid erbij kreeg. Het mocht niet zo zijn. Wij moesten halsoverkop naar het ziekenhuis. En de gezondheid van de baby ging voor alles.

De bevalling duurde nog lang, maar ver na middernacht werd het kind geboren. Een meisje, Doris. We waren helemaal gelukkig en na nog enkele flinke complicaties mocht Inge uren later eindelijk naar bed. Ik kreeg als kersverse vader te horen dat ik nu naar huis mocht gaan. Midden in de nacht en ik kon gaan. De auto stond nog op de noodplek. Ik haalde het plastic weg aan de kant van de bijrijder. Daar had Inge gezeten en reed naar huis.

De zon kwam al op toen ik ons straatje binnenreed. Ik kwam binnen zag de troep en een enthousiaste Sien. Ik liep even snel een rondje met haar. De bermuda-driehoek zoals wij dat noemden, naar het eind van de straat. Daar kon je om een stukje gras lopen en keerde je zo weer terug naar huis. Het rondje behelsde niet veel meer dan een meter of tweehonderd. Voor Sientje was dat ruimschoots voldoende voor een plas en een poep. Dan keerde ze vol enthousiame om. Zeker met regen, want met regen wilde ze snel terugzijn. De late thuiskomst zorgde ervoor dat Sientje ook nu snel werd uitgelaten. Daarna probeerde ik snel nog wat te slapen.

Dat ging slecht en een paar uur later belde ik de familieleden om te vertellen dat we een dochter gekregen hadden en dat ze Doris heette. Het duurde lang voordat de klok half negen liet zien, het tijdstip dat ik weer naar het ziekenhuis mocht. Ik liet Sientje snel uit en verdween weer in de richting van het ziekenhuis. Alleen het kraambed had ik snel ontdaan van de natte opvangdoeken. Ik wilde zo snel mogelijk weer terug zijn bij mijn lief en het nieuwe leven dat die nacht was geboren.

Het was nog even heel spannend of ze naar huis mochten, maar uiteindelijk mochten ze toch met mij mee. Helemaal blij en gelukkig stapten we in de auto. Onwennig reed ik met het kindje voorin en mijn lief achterin. Dat hadden we toch mooi voor elkaar gekregen. We waren weer bijna thuis. Zo stak ik de sleutel in het slot, de Maxicosi in mijn hand. Sientje begroette ons en keek nieuwsgierig naar mijn bagage.

Ik zette de mensenpup in de Maxicosi op de grond neer, vlak voor haar. Ze ging ervoor zitten. Ik bleef rustig, maar wel binnen bereik om in te grijpen als het mis zou gaan. Een spannend moment. Sientje keek aandachtig naar het kleine wezentje. Ze zag de vingertjes bewegen. Ze gromde zachtjes, geen raad met deze situatie wetend. Maar ik pakte een voetje van Doris en liet Sientje ruiken. Voorzichtig schoof het neusje in de richting en rook. Ze rook de geur van het nest en begon zachtjes te kwispelen. Het was goed.

Daarna lieten we haar overal bij. Ze mocht ruiken, soms even likken en ook mocht ze bij ons op de bank kruipen. We merkten zelf wel dat onze aandacht voor Sientje verminderde. De aandacht van zo’n klein baby’tje vraagt genoeg energie van je. Sientje moest er wel aan wennen, maar we betrokken haar bij alles, om zo de aandacht te geven en te voorkomen dat ze jaloers werd. Alles was anders geworden. Ook voor Sientje.

De komst van het nieuw roedellid, zorgde er voor haar voor dat ze veel waakser werd dan voorheen. Vreemden mochten niet te snel te dicht in de buurt van onze pup komen. Dan vloog ze blaffend en grommend op hen af. Het zorgde soms voor een beet in de knie. Dan stond ze blaffend voor iemand en hapte ze tijdens het blaffen in de knie. Of het nu door het blaffen kwam of bewust was, durf ik niet te zeggen. Maar de roedel werd beter bewaakt dan ooit. Dat stond als een paal boven water.

Lees het vervolg: Moedermelkjunk »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

Vrienden – Sientje (37)

Sientje had weinig met andere honden. Ze reageerde er soms zelfs een beetje knorrig en agressief op. Niet dat ze de andere hond greep, maar ze kon wel stevig van zich afblaffen. In het park hadden andere honden meer interesse in haar dan zij in hen. Die andere honden trokken zich er weinig van aan, maar Sientje liep in het gunstigste geval gewoon van ze weg. Of ze bleef ongeïnteresseerd staan.

Hoogstens kon een andere teckel haar aandacht trekken, maar vaak liet ze ons gewoon staan en bleef stoïcijns aan de andere kant van ons zitten. Zover mogelijk van de andere hond vandaan. Die andere hond begreep dat meestal wel en ging bij zijn baas zitten op veilige afstand van onze rare Sien.

Niet veel honden

We hadden niet veel kennissen met honden. In de familie liepen er eveneens geen honden rond. Die kwamen pas later toen mijn ouders een hond namen. We namen Sientje mee naar iedereen en mensen met honden konden ook gerust komen. Niet dat die honden veel aan Sientje hadden. De hond van een vriendin kreeg eveneens weinig aandacht. Van wanhoop pieste hij maar tegen de verrijdbare poef aan.

De grote uitzondering is een andere kennis. Zij had 2 labradors, een blonde en een zwarte. De blonde labrador was de oudste. Deze oude dame was een keer een dagje te gast en haalde bij Sientje het bloed onder de nagels vandaan. Amber stapte binnen, incasseerde alle botjes in huis en ging bij haar nieuwe bezit zitten. De houding die ze daarbij aanhief, was er eentje van: van mij en jij zegt er niks van.

Opzichtig langs elkaar

Sientje begreep de niet uitgesproken woorden overduidelijk en ging in een hoekje zitten. De rest van het oppassen bestond uit twee honden die opzichtig langs elkaar liepen, waarbij Sientje haar bezit op tactische wijze probeerde terug te winnen. Zonder resultaat overigens.

De grote verrassing kwam die avond. We brachten Amber naar huis. Ze zaten rustig achterin de auto en lieten elkaar verder met rust. We kwamen bij de kennis aan en lieten de honden ook binnen. Zij had nog een andere labrador, een zwarte. Deze hond Nora, vond Sientje wel erg leuk. Ze rende achter haar aan. Sientje moest er aanvankelijk niet zoveel van hebben en rende weg. Daarna werd het een vrolijke boel in huis.

Hollen en buitelen

Nora en Sientje holden en buitelden achter en over elkaar heen. Nora maakte er snel een spelletje van. Ze rende achter Sientje aan, waarna ze in de keuken elkaar tegenkwamen en weer verder holden. Tot ze even wat langer wegbleven. En ineens stormde Nora de kamer binnen met Sientje op de hielen. Een heel komische situatie, ook omdat Sientje eerder wegliep dan achtervolgde. Voor het eerst leek het of Sientje toch wist wat spelen was.

Met mensen had Sientje eveneens weinig. Als ze op haar plekje op de bank zaten, wilde ze haar plek komen opeisen. Dat leverde een keer een verrassende ontdekking op. Vrienden van Inge kwamen een avondje televisie kijken. Ze namen met z’n drieën plaats op de bank, naast elkaar. Sientje zat aarzelend voor de 3 volwassenen die de hele bank in bezit namen. Ze kon het duidelijk niet uitstaan. Ze werd van herhaaldelijk van harte uitgenodigd. Sientje bleef aarzelen. Tot ze ineens de sprong waagde. De rest van de avond heeft ze heerlijk bij ze op schoot gezeten.

Lees het vervolg: Veluwe »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

Sienepien op de foto – Sientje (36)

In het buurtje waar wij in Almelo woonden, waren maar liefst 2 dierenwinkels binnen loopafstand van ons huis. Als we er bij de wandeling langsliepen, dook Sientje meteen op de bak met koekjes die bij de ingang stond. Ze graaide snel een flinke hoeveelheid koekjes uit de voerbak en schrokte ze de volgende meters lopen op. Ze wilde altijd meer hebben, maar daar gingen we niet op in. Er zaten grenzen aan het snoepen.

We hadden een goede relatie met die dierenwinkel. De andere stond er vrijwel naast, alleen een bloemenwinkel zat tussen de 2 dierenwinkels in. Bij die andere kwamen we alleen voor een aanbieding of als onze dierenwinkel niet had wat we zochten. De andere dierenwinkel had een grote parkeerplaats voor de zaak. Ook ontbrak er een voerbak met koekjes bij de ingang. Onze eigen winkel had gewoon meer sfeer en deed meer aan klantenbinding.

Foto insturen

Zo kon je een foto van je hond insturen. Die foto kreeg een mooi plekje achter de kassa. Wij stuurden een foto van Sientje waar ze op de bank zat en heel eigenwijs in de richting van de camera keek. De blik was de helft van de foto, de andere helft van de aantrekkingskracht was dat ze niet zolang ervoor geplukt was. Ze zag er gewoon heel mooi uit. We gaven de geboortedatum van de hond door, waarna we elk jaar op haar verjaardag een kaart in de bus kregen.

We hadden Sientje nog niet zo lang of er kwam een speciale hondenfotograaf langs. Precies op mijn vrije dag was hij er. Zodoende mocht ik met de hond naar de dierenwinkel. Ze at zich eerst uitgebreid aan de bak met koekjes bij de ingang. Binnen in de zaak zwierven ook genoeg brokken en koekjes die uit de voorraadbakken waren gevallen. Genoeg om te eten dus. In een hoekje van de kleine winkel zat de fotograaf. Een Amsterdammer, en dat valt onmiddellijk op in Almelo.

De hond mocht zitten op een wit laken. De fotograaf probeerde ze in een zo leuk mogelijke stand op de foto te krijgen. Niet bij elke hond ging dit even makkelijk. We hadden ons voor een bepaald tijdstip opgegeven, maar ik moest nog even op mijn beurt wachten. Er waren aardig wat kandidaten. De fotograaf liep een beetje uit. Een grote herdershond moest op de foto met een jongetje. Het dier wilde niet gaan zitten. De jongen kreeg het niet voor elkaar, wat hij ook deed. De fotograaf maakte rare geluiden en deelde koekjes uit. Het hielp weinig.

Sienepien

Eindelijk was het mijn beurt. Ook Sientje liet zich niet zo verleiden. Ze wilde niet gaan zitten en liep telkens naar de fotograaf toe als hij een raar geluidje maakte. Hij probeerde haar te verleiden met ‘Sienepien’, op zijn Amsterdams uitgesproken. ‘Sienepien’, riep hij terwijl hij door zijn camera in haar richting tuurde. Hij kreeg haar niet in beeld zoals hij gewenst had, maar we wisten haar toch zo voor de camera te krijgen.

Hij klikte precies op het moment dat ze overeind kwam om het koekje in ontvangst te nemen. Een onmogelijke foto, maar de fotograaf leek tevreden. Het was nog in het tijdperk voordat foto’s digitaal werden gemaakt. Het zou mij benieuwen wat hij ervan gebakken had. Ik vreesde het ergste. Dieren fotograferen is ontzettend moeilijk. Deze fotograaf scheen volgens de eigenaar van de dierenwinkel één van de weinige in Nederland te zijn, die het ook nog aardig kon.

Ik was niet thuis op het moment dat de foto’s afgedrukt waren, maar een paar weken later haalde Inge ze op. Ze ging even naar de dierenwinkel voor een boodschap, had Sientje bij zich en de verkoper zei: ‘Hé, jou heb ik al gezien vandaag. Op een prachtige foto.’ Hij liet de foto’s zien en Inge was verkocht. Ze zat er prachtig en heel uitdagend op. Met de nieuwsgierige blik van een teckel. Ze kwam iets naar voren – tegen de bedoeling in – maar het maakte foto heel sprekend.

Helemaal verkocht

Inge was helemaal verliefd op de foto en schafte meteen het hele pakket foto’s aan. Dat het bijna twintig euro kostte, vergat ze even. Dat was ook de verleiding, je kreeg 1 foto gratis van de dierenwinkel en de rest kon je erbij kopen. Het jaar erop kwam de fotograaf weer en kochten we weer het hele pakket. Nog een jaar later, was er voor ons de lol vanaf. Het werd teveel van hetzelfde. Daarom namen we toen alleen de gratis foto op.

Die allereerste fotoserie is nooit meer overtroffen. Zo prachtig als ze daar op staat, zo mooi hebben we haar nooit meer op de foto gekregen. Misschien zit het geheim erin dat ze precies overeind kwam op het moment dat de fotograaf klikte. Een actiefoto.

Lees het vervolg: Vrienden »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

Blaffen zonder onraad – Sientje (34)

Met de ontdekking dat Sientje wel degelijk kon blaffen, verdween meteen de stilte. Sientje bleek al snel een waakse hond te zijn. Ze bezat al spoedig het gedrag dat veel teckels hebben: blaffen om niks. Of tenminste: blaffen om weinig. Heel weinig en ook niet bepaald functioneel.

Het blaffen zonder onraad richtte tegen dingen die buiten gebeurden. Liep er iemand langs het huis, belde er iemand aan of kwam er iemand onverwachts binnen. Allemaal evenveel reden om te gaan blaffen voor Sientje. Gelukkig kreeg ze in Almelo niet zoveel kans.

Aan de straatzijde hadden we vitrage hangen, wat veel langskomend verkeer dempte. Achterom gebeurde niet zoveel. Kreeg ze echter de mogelijkheid dan barstte een luid geblaf los. Met weinig zin overigens. Het was vooral een ergernis voor ons.

Het blaffen escaleerde geleidelijk steeds meer in een werkelijk blaffen om niks. Na de verhuizing naar Almere blafte ze om elk wezen dat langs het huis liep. De vitrage was weg en aan de voorkant van het huis gebeurde veel. Elke beweging registreerde ze zorgvuldig met een blaf. Ze kon heel goed blaffen. Op sommige dagen als de pet niet goed stond, dan zette het blaffen door en veranderde in mosteren. Ze kon dan bijna niet stoppen.

We namen Sientje altijd overal mee naar toe. Wanneer we bij mijn ouders gingen logeren of gewoon een dagje waren, zorgde de onbekende omgeving voor genoeg onraad om te moeten blaffen. Bij mijn ouders was er een grote favoriet: de klok.

De klok die elk halfuur met een klap op de bel afgaat en om het hele uur het aantal uren aftelt, zorgde bij haar voor heel veel ergernis. Een bezoek aan mijn ouders was daarmee een ramp. Ze blafte elk hele en halve uur bij het klinken van de bel in de richting van de klok. Luid blaffend stond ze daar dan, nauwelijks te kalmeren.

Bij een logeerpartij ging het de hele dag door, maar wanneer wij ’s avonds naar bed gingen en haar achterlieten in de bench in de woonkamer, bleef het opvallend genoeg doodstil. Alleen zodra er iemand beneden was, sloeg ze aan het blaffen als de klok daartoe aanleiding gaf.

Het echte grote verschil was als wij weggingen en Sientje achterlieten. Ze ging dan de bench in en kwam er niet meer uit. Als mijn moeder haar wilde uitlaten, moest ze Sientje uit de bench trekken. Ook was ze doodstil als de klok sloeg, maar zodra wij weer terug waren, sloeg ze keurig aan met de klok. Zelfs het tikje dat de klok gaf vlak voor hij het uur sloeg, ontsnapte niet aan haar aandacht. Ze zat al helemaal klaar in de startblokken om even later te blaffen.

De ervaring met de hond die niet te vermurwen was, had onze buurvrouw ook. We lieten Sientje weleens uitlaten door onze buurvrouw Annie. Ze was heel lief met het beest, maar zodra ze binnenkwam, schoot Sientje voor haar weg. Annie loste het op door wat kaakjes mee te nemen. Die gaf ze dan aan Sientje, dan greep ze haar en zette haar vast aan de riem voor de uitlaatronde. Het eten dat ze soms erbij kreeg, verdween eveneens gelijk in haar maag.

Een gebrek aan vertrouwen in andere mensen. Ze was heel sterk aan ons gehecht. Dat merkten we nog veel meer toen we een kind kregen. Onze dochter moest beschermd worden. Wanneer een onbekend in de buurt kwam, was ze niet goed voorspelbaar. Ze sprong dan op de ander al blaffend af. Zo greep ze eens – per ongeluk – een kennis van mijn ouders die bleef stilstaan terwijl ik onze dochter de luier verschoonde.

Vreemde mensen moesten bij binnenkomst niet stoppen voor de blaffende Sientje, maar gewoon doorlopen. Als ze stilstonden, dan blafte ze onverminderd door en hapte soms al blaffend en in de knie. Of dat dit bijten gebeurde bij het blaffen waarbij ze heel dicht bij iemand ging staan of dat het bewust bijten was, durf ik niet te zeggen. We adviseerden mensen gewoon door te lopen, want dan hield ze wel op. Stilstaan was een overgave, leek het.

Het overkwam zelfs mijn schoonmoeder. Ze kreeg Sientjes tanden in haar knie. Exclusief de hoektanden. Eigen schuld, dikke bult, vond ze zelf. Ik was het niet helemaal met haar eens. Maar we kregen het niet uit Sientje. Het nieuwe gezinslid maakte haar extra waaks. Mensen moesten uit de buurt van ons en ons kind blijven. De schade bij de kennis van mijn ouders bleef beperkt tot schrik. Al vond mijn vader dat wij onze hond niet goed opvoedden.

Lees het vervolg: Geen bot te groot »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]