Stekken – #WOT

Zijn buurvrouw brengt op een vrijdagavond een stekkie. Het ziet er klein en armetierig uit. Niet veel meer dan een paar blaadjes stek steken uit het potje dat hij krijgt. Ze hangen treurig naar beneden. De grond in het potje is kurkdroog. Hij laat in het afwasteiltje een laagje water vallen uit de kraan en dompelt het donkere plastic kweekpotje in.

Geen idee wat eruit komt. Ze weet het ook niet. Ze mompelt iets en vertrekt. Zijn buurvrouw heeft hij altijd een rare gevonden. Hij zet de plantenpot voor het raam in de zon. De eerste dagen gebeurt er niet zoveel. De blaadjes trekken wel iets meer omhoog. Misschien lijkt het maar zo.

Hij durft niet zo te turen naar de plant. De volle middagzon schijnt op zijn raam. Hij weet niet of het goed is voor deze plant. Ze is ook vaag geweest wat het nu precies is. Het kan hem ook niet zoveel schelen. Een plant is een plant. Het staat wel mooi dat groen.

Een kleine week en vele waterscheuten later schiet de plant omhoog. Misschien moet er wel een andere pot omheen, denkt hij. De plant wil de ruimte hebben. Hij zoekt in de berging naar iets en komt terug met een halfgebroken aarden pot. De aarde haalt hij uit het plantsoen, met zijn blote handen. Een schepje heeft hij niet.

Dan gaat het hard. De bladeren krijgen mooie stekeligheden om zich heen die niet prikken. De kleine plant wordt groot. Het zonlicht zuigen de steeds breder wordende bladeren op. Het lijkt wel of hij het ding iedere dag ziet groeien, soms wel tot een centimeter of 20. Hij laat het zich goed welgevallen daar achter het raam.

De plant groeit en groeit. De bladeren drukken tegen het raam aan. Er komen bloemetjes. Ze ruiken sterk, een heel eigen luchtje dat hij verder niet kent. Soms meent hij dat hij het weleens rook op de wallen toen hij nog naar de hoeren ging. Maar het is te lang geleden om nog terug te ruiken in zijn herinnering.

Dan wordt er op de deur gebonsd. Heel hard. Het lijkt wel of iemand op de deur trap. Geschreeuw. ‘Doe open, doe open.’ Hij wil de deur openmaken, maar hij haalt hem van de grendel of de deur valt hem meteen in het gezicht. Een stel handen drukt hem naar beneden, trekken zijn arm op de rug, aan de haren. Hij gilt het uit. Wat is hier aan de hand.

Een paar mannen stormen de kamer in, recht naar de plant. ‘Hoe kom jij hier aan?’ ‘Gekregen van de buurvrouw,’ zegt hij. ‘Een stekkie’, roept hij er snel na. ‘Hoezo een stekkie?’ gilt de agent. Een pistool is op hem gericht. ‘Neem hem en en die plant mee’, roept de agent terwijl hij hem onder schot houdt.

Daar gaat hij als een lam naar het slachthuis. Hij tuurt naar het huis van zijn buurvrouw. Het oogt leeg. De agenten drukken hem de arrestantenbus in. Tegenover hem zit een man. Hij herkent hem. Hij woont aan de overkant. En nu je het zegt, inderdaad groeien er ook bij hem van die planten voor het keukenraam. ‘Jij ook’, vraagt hij. De man knikt.

De heisa na de nacht cel. Hij mag weer naar huis, daar wacht de woningbouwvereniging op hem. ‘Je mag geen wiet telen’, zeggen ze. ‘Geen idee dat het wiet was’, antwoordt hij. ‘Ik heb die plant gekregen van een buurvrouw.’ Wie het was, willen ze weten. Hij wil haar niet erbij lappen. ‘Van een paar huizen verder. Ze is verhuisd.’

Daar staat hij dan. Een weekendtas met zijn kleren. Zijn spullen zijn al meegenomen in een dure container. Of hij hier even wil tekenen. Onder een ingewikkeld formulier, wijst de man van de woningbouw waar hij zijn handtekening mag zetten. Hij schudt zijn hoofd.

Die avond kruipt hij in bed bij het Leger des Heils. Misschien weet de morgen een oplossing. Hij mag 2 nachten blijven en ligt boven in het stapelbed. Het is de enige plek van de daklozenopvang die nog niet bezet is. Onder hem steekt iemand een sigaret op. In kleine wolkjes ruikt hij de bloemetjes van de plant voor zijn raam.

WoT

Bij de #WoT schrijven bloggers over een woord of een foto. Elke donderdag verschijnt een nieuw woord waarover je kunt bloggen. Vorige week was is het woord: stekken. Doe ook mee op writeonthursday.wordpress.com

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.