Meeuwenschreeuwen

Reggy Laatsch uit Alphen aan den Rijn heeft het Europees Kampioenschap Meeuwenschreeuwen gewonnen. Voor de camera van Omroep West vertelt hij over de 3 verschillende meeuwengeluiden die hij kan nabootsen. Het gaat van tevreden korte geluidjes tot opgewonden gekrijs. Hij kan het heel overtuigend nadoen. Hij is niet voor niks de winnaar.

De schrijver Godfried Bomans werd gek van het gekrijs van de meeuwen. Hij verbleef een week helemaal alleen op het eiland Rottumerplaat. Het was meer een stunt van de radio. Na hem zou Jan Wolkers een week op het eiland verblijven.

Godfried Bomans heeft een andere benaming als de meeuwen zijn nachtrust verstoren naast de tent. Hij schrijft in zijn dagboek over het verblijf van 8 dagen:

[M]eeuwen kunnen soms, als ze rustig zijn, een laag mompelend geluid maken, en dat is net of een paar mannen met elkaar staan te beraadslagen. Die gelijkenis is zó bedriegelijk dat ik me telkens moet voorhouden: het zijn maar meeuwen. Ik geloof dat hier een oude kinderangst: ‘er ligt een man onder mijn bed’ naar boven komt.

Met dank aan Wouter die mij op de winnaar van het meeuwenschreeuwen attendeerde via Twitter.

Vlinder – #WoT #sprookje #bijhetnieuws

De vlinder Magda slaat haar vleugels extra breed uit. Ze voelt de wind slaan op haar engelachtige voorkomen. De zon schijnt verwachtingsvol door haar vleugels heen. Dit belooft een mooie dag te worden.

Ze geeuwt nog eens goed en zoekt haar ouders. Nu zou je verwachten dat Magda geen vlinder was, maar een rups. Dit is best een ingewikkeld verhaal dat ik hier niet uit de doeken ga doen. Magda is een vlinder en woont namelijk nog steeds bij haar ouders. Wie wie niet kan loslaten, is onduidelijk. Misschien helpt dit verhaal erbij. Al kunnen in sprookjes heel veel dingen en moet je er niet te lang bij stilstaan. Dat doen we dan ook vandaag maar niet. Daar is het veel te lekker weer voor.

Magda wil vandaag haar vlinderjurk aantrekken. ‘Mam’, roept ze in de richting van de keuken waar haar moeder een heerlijk ontbijt klaarmaakt. ‘Heb jij mijn vlinderjurk gezien?’
‘Bedoel je die jurk met die vlinders erop?’
‘Ja, die.’
‘Volgens mij zit die in de was.’

De was is een ingewikkeld iets bij vlinders. Hiervoor werken ze samen met de bijen. Om hun kleren de gewenste glans en zachtheid te geven, gebruiken ze de vetachtige substantie van bijen. Terwijl de bijen ook gek zijn op nectar, levert dat een heel gedoe op.

Magda begint te schelden. Hoe kan het bestaan. Het enige zomerjurkje dat ze heeft, gesponnen van het zachtste zijde dat er bestaat, zit in de was. Ze vloekt binnensmonds, maar hoe zacht ze het ook doet, haar moeder hoort het. Verdorie.

Dan zit er niet veel anders op, dan een list bedenken. Ze gaat naar de wasmand, haalt de jurk eruit. Hij is helemaal vet en verkreukeld. Zijde kreukelt waar je bij staat. Niet tegenop te strijken. Ook weet ze dat je dan de strijkbout minimaal mag laten warmworden. De zijde verschrompelt anders meteen.

Ze trekt de jurk aan. Wat ik niet dacht, denkt ze. Helemaal verkreukeld. Sommige modeontwerpers hebben de kreukels tot kunst gemaakt. Die moeten weer de kleding op een heel speciale manier kreukelen. Ze kijkt nog eens in de spiegel, scheldt nog een keer en loopt naar haar moeder voor het ontbijt.

‘Dat kan echt niet’, zegt haar moeder. En ze heeft ook gelijk. Het kan echt niet. Ze weet het ook niet meer. Misschien toch maar dat naveltruitje. Al etend van haar boterham met hagelslag, loopt ze naar haar kledingkast. Ze trekt het naveltruitje en de korte broek eruit. Maar is het niet te koud voor dit setje? Nee, besluit ze dapper. Het is niet te koud voor dit setje.

Ze voelt de wind luid blazen over haar navel. Dit truitje is veel te kort. Zeker als ze haar vleugel op laat fladderen, dan zie meteen meer dan je eigenlijk mag zien. Ze ziet de begeerlijke mannenvlinders uit haar klas al kijken. Ook langs haar ranke benen voelt ze de wind omhoog trekken. Ze laat haar voelsprieten nog eens de lucht in gaan. Het moet maar.

Ze vertrekt in vliedende vlinderslag richting school. Het lesuur staat op beginnen en ze is nog maar halverwege. Gelukkig heeft ze de wind in de rug en vliegt koortsachtig met de kronkelende slagen naar school. De zon in haar rug doet de rest. Heerlijk die warmte. Soms laat ze zich even meesleuren door een verleidelijke windvlaag. Woeps. Ze weet zich maar net te herstellen. Bijna tegen het wapperende blad van een boom geslagen.

En zo kan het gebeuren dat ze even later in een naveltruitje op de foto staat, terwijl de koning en de koningin op haar school komen kijken. Alle televisiezenders en internetmedia besteden aandacht aan het bezoek van de koning aan haar school. Op nu.nl staat ze groot naast de minister die de koning een hand geeft. Het schoolhoofd staat achter haar. De NOS heeft haar iets kuiser van opzij genomen.

Het is een verrassingsbezoek, niemand mocht weten dat hij langskomt. Magda is ontzettend blij, maar ze weet ook dat ze nu de enige is die in een naveltruitje staat bij dit hooggeplaatste bezoek. Ze weet hoe begeerlijk ze is. Gelukkig heeft ze altijd een lipstick mee. Haar lippen in een zoen en de stift plakt rondjes. Zo valt het extra op dat ze hier staat en niemand anders.

WoT

Bij de #WoT schrijven bloggers over een woord of een foto. Elke donderdag verschijnt een nieuw woord waarover je kunt bloggen. Vorige week was is het woord: Vlinder. Doe ook mee op writeonthursday.wordpress.com

Materialisme – #WoT

Aan alle spulletjes zit een verhaal. Een boek, een briefje, een koffievlek, een poster, een aquarium, een appel of een serie briefjes op de koelkastdeur.

Het leven van verzamelen is een poging om iets achter te laten. Als een ekster sleurt de verzamelaar van alles mee zijn nest in om het een plekje te geven. Aan de muur of in de kast. Overal bergt hij zijn kostbaarheden.

Het leven van de dichter en schrijver F. Starik (pseudoniem van Frank von der Möhlen, 1958 – 2018) is een museum. Dat bewijst de tentoonstelling in het Amsterdamse stadsarchief wel. Net als het prachtige boek met gedichten en heel veel foto’s.

6 vitrines leven

Foto’s van documenten, brieven, enveloppen. Foto’s van foto’s. Een aquarium, een mailtje. Alles zit in het boek. De 6 vitrines in het Amsterdams stadsarchief doen de rest. Uitgesneden in lagen over elkaar verrijzen heuse kunstwerken. Het appartementencomplex van de ziel.

En al die spullen. De dingen waar ik mij een jaar of 5 terug van bevrijdde. Jarenlang sleepte ik met die beroemde dozen, meegezeuld van verhuizing naar verhuizing. Ongeopende tijdboxen die op zolder een laagje stof sparen. En wat zit erin.

Het verschil met het huis van F. Starik dat bij zijn overlijden leeggehaald is, is dat ik zelf opruimde en de tijd schifte. Sommige dingen weggaf. Duizenden boeken van mij kregen een bestemming op de verkooptafel voor het opknappen van het Knipscheer-orgel.

De boeken die overbleven van Starik: Eenzame uitvaart en een andere bundel over eenzame uitvaarten van zijn hand. Het is een schamele hoeveelheid waar sinds zondag een nieuw boekje is bijgekomen: Leven als museum.

Eigen altaartje

Ik heb contact met zijn weduwe, de dichteres Vrouwkje Tuinman. Ik wil wel een boek van die bijzondere uitgave: Leven als museum. Ze schrijft er zo liefdevol over. Het lijkt me wel wat. Zeker omdat het zweeft tussen een egodocument vol met foto’s, papieren en andere gedenkwaardige afbeeldingen. Ik wil dat wel. Helemaal omdat er bij het boek een prachtige pop-up zit die je kunt openklappen waaruit de letter F oprijst. Een innemende constructie waarmee je je eigen altaartje maakt.

Dat is toch wel het doel van een museum, het leven zin geven, het leven vastleggen. Ook als je er niet meer bent, blijft het over. Net al als het schrijven, een afdruk achterlatend die de mensen na je ook zullen begrijpen. Of zoals Vrouwkje het zei bij haar presentatie bij de tentoonstelling ‘Eeuwig in aanbouw’ in het Stadsarchief Amsterdam: ‘Ik vroeg de fotografe Andrea Stultiens of ze wilde komen. We moeten het huis nu fotograferen voor het onttakeld wordt. Vanaf nu is er steeds een stukje minder van hem. Daarom moeten we er nu mee beginnen het vast te leggen.’

Het hoofd binnenstappen

Het huis laat op dat moment precies zien hoe F. Starik zich op dat moment voelde. Waar hij mee bezig was. ‘Het is alsof je in zijn hoofd binnenstapt dat altijd in aanbouw is. Het project is ook niet klaar. Het gaat altijd door.’

De onttakeling van het huis is een deel van het verhaal. Starik is geen verzamelaar zoals er veel zijn. Hij is ooit begonnen met een project in een leegstaand huis voordat het gesloopt werd. Het werd het Starik Museum; een leven als museum. Hier stalde hij in 1992 en 1993 allerlei voorwerpen uit zijn leven.

Het museum vertelde aan de ene kant zijn verhaal en aan de andere kant juist niet. Soms is een voorwerp een voorwerp, maar vertelt het altijd een verhaal? Het verhaal doet er soms juist afbreuk aan. De gieter die in de deuropening staat, staat daar. Moet de toeschouwer dan het verhaal erbij weten, of mag hij dat er zelf bij verzinnen?

Verbeeldingskracht

Het vraagt ook veel verbeeldingskracht van de kijker. Dat zie je ook terug in bijvoorbeeld musea. Kijkers worden gestuwd door verhalen, lopen met koptelefoons rond, zien hun omgeving niet eens en kijken rond met een lege blik als vissen in een vissenkom.

De verhalen die bij het kunstwerk zouden horen, zijn dat ook de verhalen die de kijker bij het kunstwerk ziet? De kijker heeft net zo’n grote rol als degene die de tentoonstelling inricht. De laatste hoeft niet altijd het verhaal te vertellen, maar de toeschouwer zijn eigen verhaal laten maken.

Dat zie je ook terug in de tentoonstelling in het Stadsarchief van Amsterdam. Het gaat om enveloppen, brieven, posters, kattebelletjes, schetsen, korte notities, een bonnetje, een bankafschrift, schoenen, overhemden, maatpakken en andere dingen zoals die in elk huis rondzwerven.

Vastleggen

De grens tussen het ‘gewoon’ ontruimen van een huis na een overlijden – waar heel veel mensen over kunnen meepraten – of het vastleggen van een huis hoe het erbij staat voordat het wordt leeggehaald. Het fotograferen van het huis van de overledene zou ik iedereen aanraden. Het geeft namelijk ook een inkijkje in iemands leven.

Ik weet ook, op dat moment ben je daar helemaal niet mee bezig. De banken, de stoelen, het bed, de kasten, boeken, paperassen en snuisterijen moeten weg. Het huis moet leeg en schoon. Dat zie je ook terugkomen in het boek Leven als museum.

Je ziet foto’s van een huis dat kaler en kaler wordt, zijn inwendige verliest. Het is de energie die je voelt als je in oud huis komt wonen. De geur, ervaringen en het leven van de oude bewoners is er nog. Het zal geleidelijk het huis vervluchten en plaatsmaken voor jou als nieuwe bewoner. Iets wat je helemaal niet zo ervaart als je in een nieuw, versopgeleverd huis komt wonen.

Schuilend leven

De tentoonstelling in het Stadsarchief Amsterdam vult het boek mooi aan. Of het vormt een inleiding hierop. Je ziet de dingen: een jasje, een hemd. De achtergelaten medische apparatuur na zijn overlijden. De bril en de schoenen. Of posters, stempelapparaten, notitieboekjes, een pen. Overal schuilt iets van zijn leven.

Dat maakt musea ook zo inspirerend. Vooral huismusea zoals Huis Doorn of het Patriciërshuis in Dordrecht. Je ziet het leven uit die tijd. Je ziet de persoon. Het leven als museum. De spullen die overblijven en het verhaal vertellen. De spullen die de persoon die er niet meer is, aanwezig houden.

Dat zegt Vrouwkje Tuinman ook bij de presentatie in het stadsarchief waar de tentoonstelling ‘Eeuwig in aanbouw’ is van 6 vitrines, evenveel schuiflades en wat objecten. ‘Dit hele project is voor mij ook een manier om hem in leven te houden.’

Vergankelijkheid van een mandarijn

Zo grasduinend door de spullen, leert ze hem ook beter kennen. ‘Dan vind ik iets uit 1978 en dan denk ik: o, daar was je toen al mee bezig.’ Ze illustreert het aan de hand van de foto’s van bedorven fruit waar Starik een obsessie voor had. Wekenlang kon hij de vergankelijkheid van een mandarijn volgen.

Op het filmmateriaal dat ze laat zien bij de presentatie, volgt hij het leven in zijn aquarium: de groei van algen, de komst van een appelslak, de vervuiling van de steentjes op de bodem. Beeldmateriaal dat wordt gedigitaliseerd. Meters Video8-band.

Het roept de vraag op wat je kunt bewaren en wat niet. De schifting die ik een aantal jaren geleden maakte, was lastig. Spullen wegdoen is ook het loslaten van een deel van je leven. Zo voelt het als je je eigen huis opruimt. Ook spullen mogen er zijn, maar niet tegen elke prijs. Soms kan de rotzooi opruimen, heilzaam werken.

Net als wat Vrouwkje gedaan heeft met veel spullen van Starik heb ik ook heel veel documenten gefotografeerd en op die manier vastgelegd en behouden. Het roept niet die herinnering op die het oproept als je het echt vasthoudt, maar geeft een prima vervanging. En neemt minder ruimte in.

Zo blijven de spullen toch een beetje bewaard.

WoT

Bij de #WoT schrijven bloggers over een woord of een foto. Elke donderdag verschijnt een nieuw woord waarover je kunt bloggen. Vandaag is het woord: Materialistisch. Doe ook mee op writeonthursday.wordpress.com

Hans en Grietje Revised, een sprookje – #WoT

Ze hebben geleerd van de vorige keer; onderweg maken ze overal tekens. Niet de steentjes van de vorige keer, maar een kruis met een krijtje op de boomstam. Hans heeft een pak krijtjes gevonden op zolder. Zo kunnen ze de weg weer naar huis vinden.

De tekens staan in geheime letters op de boomstammen en palen onderweg. Op de juiste hoogte; de knie van Hans. Daarna vervolgen ze de tocht. Vader gaat wel heel hard. Ze proberen zijn tempo bij te houden. Het zweeft tussen snelwandelen en rennen in. Soms pakken ze een paar passen in een rentempo om de achterstand in te halen. Zeker als Hans een teken op een paal of boom heeft gekrast.

Als ze op de plek zijn gekomen dat zijn vader zegt dat ze even wat moeten uitzoeken en ineens verdwenen zijn, begint het riedeltje van de vorige keer weer. Ze lopen terug. Op de palen staan de tekens zoals ze zelf aangemaakt hebben. Erboven staat ook wat. ‘Zie jij wat het is?’ vraagt Grietje als ze langs een nieuw teken lopen.

Het zijn woorden die ze niet snappen: ‘intrinsiek’, ‘geïsoleerd’, ‘laaghartig’ en ‘paranoïde’. Keurig onder de eerste letter die hij opgeschreven heeft. Is het een opdracht? Waarom staan die woorden er. Ze weten het niet. Grietje vraagt Hans wat ze betekenen.

Hans weet het ook niet. Soms proberen ze het raadsel zelf op te lossen. ‘biologeren’ bijvoorbeeld. Hij staart naar het woord. ‘Misschien is het wel een bio die gaat logeren.’ ‘Maar wat is bio?’ vraagt Grietje. ‘Dat is dat vak op school over plantjes en dieren en zo.’

Vlak voordat ze de omgeving herkennen en weten dat ze thuis zijn, staat er wel een heel bijzonder woord: ‘fantasierijk’. ‘Dat is het land van de koning waarin iedereen iets is’, weet Grietje heer zeker. Ze kijkt nog een keer naar het eerste stukje van het woord.

Ze volgen hier niet hun tekens, maar slaan hier juist af. ‘Misschien is het daar’, zegt Hans. Daar verderop zien ze een huisje dat je kan eten. Dat huis waar je zo’n honger van krijgt en die uiteindelijk tot hun opsluiting leidt. Dit durven ze later niet te zeggen als het sprookje met hun namen wordt opgetekend. Dat het de woorden zijn die je op een dwaalspoor brengen.

Nee, liever iets met broodkruimels die opgegeten zijn door de vogels. Zo fantasierijk zijn ze wel.

WoT

Bij de #WoT schrijven bloggers over een woord of een foto. Elke donderdag verschijnt een nieuw woord waarover je kunt bloggen. Vandaag is het woord: Cryptisch. Dit is mijn 2e over dit woord. Lees ook de vorige: Crypta en de grot. Doe ook mee op writeonthursday.wordpress.com

Crypta en de grot, een sprookje – #WoT

Het meisje Crypta woont in een grot. Eigenlijk heet ze Crypta Angonica, maar dat vindt ze te crypisch. Daarom heeft ze het ingekort tot Crypta.

Ze heeft niet altijd in een grot gewoond. Crypta is geboren op het strand van de Balearen. Het precieze eiland hebben haar ouders nooit willen vertellen.

De dag na haar geboorte, zijn ze meegevoerd door de winden. Grote winden die ook nog eens flink stonken. Uiteindelijk belanden na nog wat extra omzwervingen in de grot.

’s Avonds voor Crypta gaat slapen, steekt haar moeder het vuur aan. Dan tekenen hun lichamen grote schaduwen tegen de bobbelige wanden van de grot.

Haar vader lijkt een monster. Haar moeder verandert in een dun plankje dat over de wand schuift als ze wegloopt van het vuur. Tot ze wegvalt in het donkere gat. Wat daarachter zit, weet niemand. Crypta heeft geen idee. Eigenlijk zou ze zou het dolgraag willen weten.

Op een avond als haar vader zich eindelijk neervlijt onder het berenvel en haar moeder de plank, naast hem kruipt, staat Crypta voorzichtig op. Ze merkt dat het vuur haar volgt. Een schaduw van een rond balletje op de grotwand.

De bal springt over een oude rotstekening, maakt een koprol en rolt verder in de richting van het grote gat. Crypta hoort hoe haar voeten over de grond schuiven. Een steentje rolt voor haar uit. In de verte een plons. Zou dat het steentje zijn?

Het blijft heel stil. Crypto schuifelt verder. Geen hand voor ogen ziet ze. Het duister schrokt haar op. Voor en achter haar, is het zwart. De kou van de stenen om haar heen, grijpt haar tenen. Haar vingers raken ook versteend. Ze vraagt zich af of haar adem ook niet meteen bevriest als uitademt. Zal ze nog een stap verder gaan?

De geheimen geven zich niet prijs. Ze zet nog een stap vooruit, maar voelt alleen maar de rotswand. Net zo koud als de rest. De uitstulpingen op de wand voelen als de achterwand van een tijdelijk parlementsgebouw eruit ziet. Zo bultig, kil en zonder mededogen. Als ze omdraait en kijkt waar ze vandaan komt, ziet ze het smeulende vuur voor de dunne grotopening in de vorm van een oor.

De takken bewegen zacht in het nachtlicht, ziet ze als ze door de ingang van de grot heenkijkt. Het is verder weg dan ooit, maar ze ziet veel meer dan hier. Ze besluit om te draaien en terug te keren. De geheimen die in dit duister vestopt liggen, zijn teveel voor haar.

De grote berg die tegen de wand rust, komt langzaam in beweging als ze weer langsloopt. De plank volgt haar. ‘Wat doe jij hier?’ vraagt haar moeder.
‘Ik wil weten wat er in het donkere gat is’, antwoordt Crypta.
‘Dat weet niemand’, zegt haar moeder. ‘Niemand die in het gat is gegaan, is er ooit weer uitgekomen.’

WoT

Bij de #WoT schrijven bloggers over een woord of een foto. Elke donderdag verschijnt een nieuw woord waarover je kunt bloggen. Vandaag is het woord: Cryptisch. Doe ook mee op writeonthursday.wordpress.com