Onkruid – Tiny House Farm

Er zijn veel spreekwoorden over onkruid. Onkruid vergaat niet. Het is een gebeuren waar mensen veel last van kunnen hebben. Hier aan de Vuursteenhof begon het met de enorme hoeveelheden distels. Eindeloos zag je mensen deze hinderlijke planten wegtrekken.

Het is grond die niet in balans is. Al is grond nooit in balans, er zijn altijd stoffen in de bodem teveel of te weinig. Dat hoort bij het leven. De kunst is dat planten hierop reageren en daarmee een waarde leveren aan de grond.

Onkruid bestaat niet

Onkruid bestaat ook niet. Het is de benaming van planten die wij hinderlijk vinden. Keurig aangeharkte perkjes bestaan in de natuur ook niet. Dat doet de mens omdat hij vindt dat iets er op een bepaalde manier uit moet zien.

In de afgelopen jaren heb ik veel soorten planten in mijn tuin voorbij zien komen. De distels hebben plaatsgemaakt voor andere planten zoals paardenbloemen. Een prachtig gezicht als al die paardenbloemen in bloei staan. Dan is onkruid toch ook heel mooi.

Het hardnekkigste onkruid is nu wel het gras. Heel veel Engels raaigras, krachtvoer voor koeienmelk en heel opdringerig kruid. Dat is hier gekomen omdat de tuinen om ons heen massaal dit gras bevatten.

De mens als onkruid

Eigenlijk zou de invloed van de mens onkruid moeten heten. De mens als grote verstoorder van het evenwicht. De balans slaat voortdurend door, want de natuur krijgt de kans niet om het te herstellen. Omdat wij menen dat die planten er niet horen, terwijl alle omstandigheden ernaar zijn dat ze daar wel groeien.

Ik vond het bijzonder bij mijn voedselboswandeling door het voedselbos Weerwoud zoveel antipatie over het vermeende onkruid te horen. Die brandnetels horen daar niet. Ze schaden de biodiversiteit. Daarom halen we ze maar weg, terwijl de oorzaak – stikstof – overal boven en in de grond zit.

Meer in evenwicht

In onze tuin komt meer en meer het evenwicht. De grond is verstoord door jarenlange eenvormige teelt en daarna de bouw van de huizen. Het laatste heeft een enorm beslag gelegd op het bodemleven.

Nu zie je als je een schop in de grond steekt hoe het leven in de bodem terugkeert. Allemaal wormen en andere beestjes laten zich heel even zien, om daarna – gelukkig – zich meteen weer te verstoppen. Ik word daar zo vrolijk van.

Voedselbos Weerwoud op Utopia-eiland

Het eilandje Utopia in het Weerwater is altijd een favoriete plek van mij geweest. Ik schreef er weleens een gedicht over in opdracht van de gemeente. Het haalde helaas het betreffende boekje waarin het zou komen niet.

De periode dat de Floriade gepland werd, leek het gebied een beetje tussen wal en schip te vallen. De weg, bijna een dijkweg naar het eiland. Zo mooi aan weerszijden gemarkeerd door grote, hoge populieren. Het ritselende blad en het hobbelige asfalt. Allemaal elementen waar ik echt van genoot.

Beklimming Utopiatoren

Het hoogtepunt van een bezoek aan Utopia was dan de beklimming van de toren. Opgebouwd uit leidingbuizen waarmee de polder is leeggezogen. De 12 meter hoge toren was een geschenk van de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders (RIJP). Hij verwijst naar de tijd van de inpoldering. Overal plaatste de RIJP deze torens, minder hoog dan deze, maar hoog genoeg om een eind verder te kijken.

Ongeveer tot een jaar of 5 terug kon je nog op het eiland rondlopen. Er waren plannen, maar vooralsnog was het vooral een eiland vol met bomen. Er stonden veel essen en populieren. De charme dat je het eiland echt betrad via een bruggetje. Het bruggetje stond op instorten, maar wat voelde het steeds als het betreden van een echt eiland.

Het hele gebied waar nu de Floriade komt, is op de schop gegaan. Er zijn maar weinig plekken waar de grond niet is geroerd. Het Utopia-eiland is onherstelbaar veranderd. Geen trappetje meer maar een brede aanvoerweg. Naast de oude dijkweg ligt een brede weg. Het asfalt van eertijds en de hoge bomen langs de oude weg, zijn er nog. Maar verder is er alleen de herinnering. Alleen het uitzicht over het Weerwater in de richting van de stad is hetzelfde gebleven.

Weerwoud

Utopia is enorm veranderd. Er is nu een select groepje mensen aan het werk om een voedselbos te bouwen. Ze doen dat onder de Stichting Weerwoud. Een groepje mensen, de Urban Greeners werkt nu aan de groene stad van de toekomst. Naast een voedselbos is het gedeelte waarin ze experimenteren met nieuwe landbouwmethoden.

Agroforesty noemen ze het. Stroken landbouwgrond van 3 meter breed wisselen af met bomenrijen waar onderbegroeiing groeit. Er groeien amandelbomen, walnotenbomen, duindoorns en uiensoepbomen. Ik mocht zaterdag bij de rondleiding van de blaadjes proeven.

Op wereldvoedseldag bezocht ik namelijk het eiland met het Voedeslbos Weerwoud. Ik kreeg een uitgebreide rondleiding. Er liepen ook veel vrijwilligers mee. Ze verzetten veel werk. Vooral het weghalen van de brandnetels, het plaatsen van houtwallen en aanleggen van paadjes, is hun taak. Het ziet er indrukwekkend uit. De plek waar eens essen groeiden van zeker 10 meter hoog, zijn nu kleine boompjes en stroken met landbouwgrond.

Idee

Het voedselbos en de agroforesty zijn een idee van Xavier San Giorgi. Hij heeft al veel werk verzet op het gebied van voedselbossen. Het idee is ook dat mensen zich meer omringen met natuur waar ze ook voedsel uit kunnen halen. Niet alleen een omgeving voor de sier, maar ook een omgeving waaruit je een maaltijd kunt samenstellen.

Dat zie je ook terug in het Voedselbos Weerwoud. We mochten ook in de strook bos lopen langs een breed betonnen pad. Ik herinner mij vooral het kruipdoor-sluipdoor weggetje naar de Utopiatoren. Nu is het een brede weg met een geleiderail voor blinden in het midden. Al ligt deze nog niet overal goed, volgens een medebezoeker van de rondleiding.

In de bosstrook van een meter of 20 breed en zo’n 100 meter lang wisselen hoge en lage begroeiing elkaar af. Hier hebben de vrijwilligers dus heel veel werk met het weghalen van wat zij onkruid noemen. Er zijn nu bessen gepland en ook veel laaggroeiers. Bijna alles is te eten.

Lagen in het voedselbos

De verschillende lagen in het voedselbos kun je prachtig zien. In het voorbeeld wat ik zag, groeide een mispelboom onder de hoge populieren en enkele es die de essentakziekte lijkt te overleven. Of de moerbeiboom, die weer hoger wordt dan de mispel. Ook mocht ik proeven van de bijzondere peperboom, de kiespijnboom.

De kleine szechuan peppers smaken heel apart. Ze geven een tintelend gevoel in je mond. Het puntje van mijn tong en mijn lippen tintelden nog lang na, nadat ik voorzichtig een pepertje proefde. Niet pijnlijk warm, maar meer prikkelend. Een apart gevoel.

Spiraalvormige tuinen

Het 3e deel van Utopia-eiland bestaat uit allerlei spiraalvormige tuinen, waaronder een tiny forrest, een demonstratiemodel van hoveniers waarin gebruikte tegels spiralen naar een plas in het midden, en een minivoedseltuin. In de laatste hebben we even gestaan. Onder de hogere bomen, kersen, amandel en daaronder een heel ‘sla-bed’ van kleine lindeboompjes. De bladeren zijn in het voorjaar heerlijk om op te eten. Er groeien verschillende lindes, elk met een eigen karakter en smaak.

Bij de terugkeer naar mijn fiets raakte ik verstrikt in weemoedigheid. Een heel klein klaproosje groeide in de berm tussen het nieuwe asfalt en het Weerwater. De dunne rode bloemblaadjes trilden op de wind. De bloem deinde mee op diezelfde wind. Het vervult je met hoop. Misschien oogt de hele exercitie als een slagveld, maar hopelijk zullen de bergen zand en kale, lege vlaktes plaats maken voor veel nieuw groen.

Al weet ik ook dat doorsnee Floriadebezoeker iets ander groen dan de aangeharkte perkjes met bloemen snel bestempelt als onkruid. Net als dat een pad vooral van betonsteen gemaakt moet zijn en niet teveel natuurlijke obstakels mag hebben zoals groen tussen de tegels.

0 op de meter, het kan – Tiny House Farm

We wonen nu meer dan 3 jaar in Oosterwold. Onderdeel van onze verhuizing naar het Roze huisje in Almere Oosterwold is dat we bewuster en vooral zuiniger willen leven. Minderen is het toverwoord. Hoe kunnen we leven met minder en toch net zo gelukkig (of misschien wel gelukkiger) zijn.

Energierekening

De energierekening is nu met de hogere gasprijzen en elektriciteitsprijzen onderwerp van gesprek. Wij krijgen hem altijd in juli. We leven met 3 personen, 6 zonnepanelen en 2 teckels. We verwarmen ons huis met een kleine pelletkachel. Het warmwater komt van een doorstroomboiler. Ik zal onze energierekening verklappen: we hebben geld teruggekregen.

De hoeveelheid pellets die we afgelopen winter hebben verstookt, is 15 zakken pellets van 16 kilo per zak. De kosten hiervoor bedragen minder dan wat we teruggekregen hebben van de energieleverancier. Daardoor leven we met 6 zonnepanelen met 0 op de meter. We hebben zelfs 50 euro ‘verdiend’.

Over de pellets is veel discussie, maar ik weet zeker dat we qua energie, kWh, met pellets minder hebben verbruikt dan wanneer we een warmtepomp zouden hebben. Ik ben heel benieuwd wat een warmtepomp aan energie kost. Gebruikers zijn er nogal schimmig over. Ze doen net of het heel zuinig is, maar het is vooral efficiënt. Ik krijg nooit te horen hoeveel hun warmtepomp na aan kWh in een jaar verbruikt.

Voortdurend warm houden

De kosten of de hoeveelheid energie die het kost om het huis voortdurend warm te houden, liggen veel hoger dan bij ons gebruik van een pelletkachel. Dat weet ik wel zeker. Wij warmen het alleen als we het koud hebben. Anders gaat hij gewoon niet aan. We streven geen constante temperatuur in huis na, maar warmen bij als het koud is. Als het dan warm genoeg is, gaat hij weer uit.

We zijn vervolgens gaan kijken of er in huis apparaten zijn waar we op kunnen bezuinigen. We hebben een vriezer in de schuur en een koelkast met vriezer in huis. Dat zijn op dit moment de grootste energieslurpers. Ze zijn allebei nog geen 10 jaar oud. Daar kunnen we dus niet zoveel op besparen. Mogelijk als we meer fruit en groenten uit de tuin halen, is er nog een vrieskist nodig. Op dit moment niet, want deze zou onnodig draaien. Verder draaien we geen grote energieslurpende apparaten.

Oplossing: minder energie gebruiken

Ik ben ervan overtuigd dat we naast zuinigere apparaten, vooral minder energie moeten afnemen door minder energie te gebruiken. Dus minder apparaten en onnodig brandend licht of een onnodig draaiende verwarming uit zetten. De tendens is namelijk heel vaak dat van alles onnodig staat te draaien. Als er niemand thuis is, hoeft de verwarming niet aan. Net als dat er geen licht hoeft te branden.

Dat staat er los van of je zonnepanelen hebt of niet. Energie is energie en dat mag je niet verspillen. We zullen nooit klimaatdoelen halen zonder te minderen. Dus gewoon op de trapfiets zonder elektronische ondersteuning naar het werk en thuis geen apparaten aan die je niet gebruikt of nodig hebt.

Luxe inleveren?

Lever je daarmee aan luxe in? Ik betwijfel het. Er blijft genoeg luxe over om van te genieten. En van minder luxe kun je meer genieten. Het is vooral een angst om te minderen. Maar ik weet zeker dat je er (bijna) niets van merkt. Probeer het eens een maand en je zult het zelf merken.

Ik ben heel benieuwd wat de huidige situatie op de energiemarkt gaat doen met onze rekening. We hebben genoeg voorraad pellets om de winter door te komen. Dan is het vooral hopen op genoeg zon om de zonnepanelen hun werk goed te laten doen.

Leve het leven, Leve de biografie

Het is een heel eigen genre en je moet ervan houden. Het lezen van biografieën. Een beschrijving van het leven van iemand. In 1 boek door een heel mensenleven het blijft uniek.

Het begin is altijd even wennen, aan elkaar snuffelen. Zo’n klein kind heeft misschien alles in zich van die latere schrijver, maar dat lees je er nog niet aan af. Toch zoekt de goede biograaf naar kapstokhangertjes om het verhaal een logische vorm te geven.

Meeleven

Als het dan helemaal goed gaat, sla je het boek dicht en voelt je toch een beetje weemoedig. Meegeleefd met de gebiografeerde. Het portret van iemand waar je al een bepaalde binding mee hebt. Je leest niet voor niks de biografie over hem of haar. En waar je misschien nog meer mee hebt gekregen.

Het overkwam mij bij het lezen van de biografie over het leven van Nescio van Lieneke Frerichs. Wat een man, niet altijd even prettig voor zijn omgeving. En ook een worsteling met het werk en het schrijven. Dat gevecht herken ik ook. Dat verlangen iets moois te maken en daar maar heel beperkt in slagen. En dat daaruit zulke bijzondere verhalen zijn gekomen.

Genoeg om opgemerkt te blijven

Het zijn niet veel verhalen, maar genoeg om opgemerkt te blijven. Nescio geldt als 1 van de meestgelezen schrijvers uit de eerste helft van de 20e eeuw. De meeste grote namen uit die tijd als Frans Coenen en Ina Boudier-Bakker zijn nu vrijwel vergeten. Hoe anders zit dat met Nescio!

En dan zoals je het leven ondergaat, een band opbouwt met de persoon. Je bent zelfs een beetje verdrietig als je over de dood en begrafenis leest. Het is al lang geleden geweest, maar zo lezend voelt het even of je erbij was.

Dan is een biografie eigenlijk best wel geslaagd.

Lees mijn recensie over Nescio, het leven van J.H.F. Grönloh op Voertaal.nu

Ik blog dus ik besta – doorgaan of stoppen

Bloggen of niet bloggen, dat is de kwestie. Als een echt minimalist kijk ik ook naar de kosten. Het hosten van een eigen site en het gebruik ervan.

De traagheid van de site; hij was echt ontzettend traag. Deels veroorzaakt door het achterstallige onderhoud van mijn kant. Het andere deel ongetwijfeld door de hostende partij en de zware bestanden.

Al die foto’s direct van je telefoon uploaden, levert vooral grote bestanden op. De grote massa aan tags en categorieën die deze site met zich draagt, maakt het er ook niet overzichtelijker op.

En de hostingpartij die de prijzen verhoogt. Al rekenend kwam ik erop dat ik bijna een kwart meer moest betalen en waarvoor. Ik stop ermee, zei ik tegen een twittervriendin. Ze was boos. Ga je al die jaren aan blogs zomaar overboord doen? Je bent knettergek.

De moeite van het lezen waard

Zeker, ik was heel blij met een paar blogs, maar al die stukjes die ik vanaf 2006 aan het www heb toevertrouwd. Daar is misschien een stuk of 100 nog de moeite van het lezen waard. Misschien de laatste jaren bewaren en wat er meer dan 20 keer per jaar wordt bekeken?

Volgens Google Analytics is dat best nog wat van de bijna 4000 blogs die ik heb, meer dan 500 blogs zijn 20 keer of meer bekeken in het afgelopen jaar. Maar dan nog. Dat betekent dat er bijna 3500 een stuk minder of helemaal niet bekeken zijn.

Opruimen dus, maar dat haalt nog niet de vraag weg wat ik wilde doen met mijn blog. Ik blog bijna nooit meer. Het komt doordat ik de hele dag al naar het computerscherm staar. Langer dan goed voor me is. Als ik dan een stukje wil schrijven, een verhaal of zo, dan heb ik geen tijd meer voor een blog.

Ook zijn de onderwerpen een beetje op. Om weer over mijn tuin te beginnen of zo. Misschien vind ik dat ik niks meer meemaak. De wereld kon wel overhoop liggen met corona, dat hoeft nog niet te betekenen dat ik erover moet bloggen.

Nieuwe hostingpartij

De actie is geworden dat ik gestopt ben bij mijn hostingpartij en een nieuwe gezocht heb. Het overzetten van de blogs had veel voeten in aarde, maar dat is vrijdagavond ook gelukt met hulp van Irene, waar ik superblij mee ben.

En daar staat mijn blog. Nog niet helemaal puik. Een beetje dizzy en nog zonder plaatjes. Voorlopig doe ik ook even geen plaatjes. Eens kijken of dat echt zoveel uitmaakt. Ik ben allang heel blij met een website die razendsnel is. Ik ben aan het opruimen in de categorieën en tags geslagen. Het is een flinke vermageringskuur geworden.

En dan twijfel ik nog wat ik doe met bijvoorbeeld de Danteblogs. Eigenlijk wil ik daar een heel eigen blog van maken op blogspot. Het is zo’n eigen onderwerp en ik denk dat ik daar meer mensen mee zou kunnen trekken. Zo houd ik wat ik hier schrijf een beetje losser.

Dat vond ik heel leuk aan het lezen van die oude blogs. Ik schreef werkelijk overal over. Ongedwongen en met heel veel plezier. Dus wie weet…