Klein wonen is geweldig – Tiny House Farm

De BouwEXPO Tiny Housing in Almere Poort begon in de tijd dat wij aan het flirten waren met de Tiny House Farm van Wonen in Oosterwold. Natuurlijk is later vooral gebleken dat Tiny House een begrip is die aan zware inflatie onderhevig is.

Bovendien blijken zelfs mensen die vinden dat ze met minder aan kunnen, toch de uiterste grenzen op te zoeken. De meeste huizen aan de Vuursteenhof waar ik woon, zijn groter dan de 50 m2 die geldt om een Tiny House nog een Tiny House te mogen noemen. Er zijn zelfs huizen opgericht die wat mij betreft ook niet de term ‘Small House’ verdienen.

Overtreffen

1 huis overtreft alle huizen op de Vuursteenhof. Bezoekers wijzen ook naar dit huis. ‘Is dat klein?’ Vragen ze dan. Of ze denken dat het ons gemeenschappelijk gebouw is. Blijkbaar is het de kunst om alle toegestane hoeveelheid die je mag bouwen op te maken. En meer. Zo kun je ook je extra ‘vergunningsvrije deel’ er nog bij optellen om er het maximale uit te halen. Niet bepaald een vorm van minimalisme.

Wijzelf houden ons ook niet aan de term Tiny House met een BVO van 74 m2 en een woonoppervlak van 62 m2. We noemen het daarom een klein huis. Niet piepklein maar wel meer dan de helft kleiner dan ons vorige huis.

Niet alle huizen op de Tiny House Farm zijn echt ‘tiny’.

De reden is dat we ook een dochter hebben en die verdient een eigen kamer een eigen plek in huis. We hoeven haar niet op te zadelen met onze idealen. Ik ben al superblij dat het leuk vindt om hier te wonen.

Tiny House BouwEXPO

Het project van de BouwEXPO Tiny Housing, is een voorstel geweest van raadslid (en tegenwoordig mijn achterbuurman) Marco de Kat. Een geweldig idee om te kijken wat de mogelijkheden van deze kleine, flexibele huizen zijn in Nederland. Het is een studie naar de mogelijkheden binnen alle bouwregels, maar ook een uitdagende wedstrijd met een brede doelgroep. Iedereen die een idee had, mocht hem insturen.

Knusse huizen aan de Vuursteenhof, waarbij veel wat kleinere woningen

Het boek Klein wonen, Small Homes, The Making of BouwEXPO Tiny Housing in Almere doet verslag van deze bijzondere wedstrijd. En het gaat verder; het vertelt over de ontwikkeling van het woonwijkje met kleine huisjes in Almere Poort. We hebben het zelf op de voet gevolgd. Zo bezochten we de expositie van ingediende ontwerpen in het KAF.

Inzendingen

Ik heb met verwondering gekeken naar de inzendingen. Ze waren soms gebouwd van Lego. Of zagen er niet altijd bepaald realistisch uit. Maar er zaten heel gave en bijzondere ontwerpen bij. Voor onze zoektocht naar een bouwer, was het echt te kort dag. Alle bewoners van ons project zijn toch uitgeweken naar andere initiatieven.

Op 1 na, maar daarvan lijkt de realisatie van zijn bijzondere huisje ook steeds later te worden. Hetzelfde huisje staat ook nog niet op het terrein in Almere Poort. Wat de reden is, weet ik niet.

Ook op de Tiny House Farm staan een paar heel kleine huisjes

Jacqueline Tellinga doet in haar boek verslag van de wedstrijd en de inzendingen. Waarbij de jury goed keek naar innovatie, duurzaamheid, betaalbaarheid en realiseerbaarheid. Daarbij was de opdracht vanuit de gemeente om ook te kijken naar een ‘zo breed mogelijk palet aan aangedragen ideeën’.

Verschillende vormen Tiny Houses

Het zijn inderdaad allemaal verschillende vormen die een prijs kregen. Van vrijstaand tot aan stapelbaar, geschakeld en afwisselend tijdelijk of permanent. Daarbij is ook een extra selectie geweest doordat de winnaars het realiseren van hun project zelf moesten bekostigen.

Winnaars kregen wel medewerking van de gemeente, zoals bij de vergunningaanvraag en begeleiding als ze moeilijkheden ondervonden. Maar de grond en de bouw van het huis moest wel uit eigen financiële middelen worden betaald. Het leverde een wijkje op met heel verschillende huizen. De financiering kregen de bouwers rond door bijvoorbeeld al een koper in de arm te nemen of met een hypotheek aan de slag te gaan.

Nog niet alle huizen waren klaar bij ons bezoek vorig jaar februari

Het boek Klein wonen, Small Homes gaat ook in op het bouwbesluit en de mogelijkheden die er zijn voor andere vormen van woningbouw, zoals de kleinere huizen. Ze vallen vaak buiten de boot omdat het geen reguliere vorm van bouwen is. Er is heel veel mogelijk, leert het boek. Het spel zit er vooral in om bepaalde eisen om te buigen naar andere oplossingen.

Molenaarstrap

Het voorbeeld dat Jacqueline Tellinga in haar boek noemt, is de molenaarstrap in het huis Tiny A. Een huis dat helemaal uit een dak bestaat. In dit huis is een speciale trap gemaakt waarvan de tredes zo zijn uitgespaard dat je met elke stap een brede trede hebt. Zo kun je veel steilere trappen maken. Hierbij moet een gelijkwaardige en daarmee even veilige oplossing worden geboden voor de eisen van het bouwbesluit. Het is gelukt, maar het vergt wel wat tekenwerk en redeneringen, stelt de bouwer in het boek.

Veruit het mooiste gedeelte van het boek zijn de kijkjes in de huizen. Het beslaat het grootste gedeelte van het boek. Elk huisje krijgt uitvoerige aandacht. Er is een mooie beschrijving, waarbij bouwer en de bouw op de voet gevolgd worden. Het is een indrukwekkend proces die je hier soms ziet, van idee naar de werkelijke bouw. Heel mooi en inspirerend om te lezen.

Bewoners van kleine huizen

Het laatste deel geeft aandacht aan het belangrijkste: de bewoners. In een huis moet gewoond worden en een project als de Tiny House BouwEXPO is pas geslaagd als de bewoners er ook met plezier wonen. Wat direct opvalt, is dat de bewoners heel divers zijn. Ze zijn van alle leeftijden en van alle soorten achtergrond en afkomst. Heel gaaf om te zien dat iedereen wel een reden heeft om hiervoor te kiezen. Soms uit idealisme, soms uit noodzaak. Ook is er een bedrijf in Almere die zijn expats in een klein huisje onderbrengt.

De BouwEXPO Tiny Housing in Almere Poort (in opbouw).

Dezelfde ervaring heb ik bij ons project van de Tiny House Farm. Ook wij zijn van alle soorten pluimage en leeftijden. Oudere buren die kiezen bewust voor kleiner wonen om in deze levensfase heel erg te genieten van vrijheid en de ruimte buiten. Ze willen leven met minder. Sommige jongeren komen hier omdat de prijs heel aantrekkelijk is.

Idealisten?

Er zijn ook idealisten die echt willen leven met minder en vooral ook een minder grote voetafdruk willen achterlaten op deze aarde. Daarbij zijn sommmige bewoners ook gedreven om een leven te leiden zonder hypotheek, niet gestuurd door de maandelijkse financiële druk van een bank.

Heel herkenbaar is dit ook in het boek van Jacqueline Tellinga. Ze laat zien dat op een andere manier wonen ook mogelijk is. Het daagt vooral andere gemeentes ook uit om hetzelfde te doen. Je niet laten leiden door de grote jongens en projectontwikkelaars, maar ook ruimte geven aan andere initiatieven en ideeën om te wonen. Wonen draait immers om de mensen die in die huizen wonen, niet om de ontwerpers, bouwers en financierders.

Prachtig om dit terug te vinden in dit inspirerende boek. Ik hoop dat het mensen verder helpt om na te denken over hoe ze willen wonen en wat dit betekent voor hun huis. Dat je ook heel gelukkig kunt zijn in je kleine huisje. Je hebt niet per se heel veel ruimte nodig om een gelukkig leven te leiden.

Droomhuisje

Wat het laatste betreft is het ook erg leuk om te lezen van iemand die geen prijs won bij deze bouwEXPO Tiny Housing in Almere. Ze heeft wel haar idee doorgezet en woont nu in het huisje waarvan ze droomde. Waarschijnlijk was haar huisje te gewoon voor de jury en niet onderscheidend genoeg. Maar ze heeft een mooi plekje gevonden ergens anders in Almere Poort. Daar woont ze heel tevreden in haar kleine huisje. Een sprekend voorbeeld die laat zien dat je niet per se een bouw-expo hoeft te winnen om je droomhuis te realiseren.

En dat geldt voor ons ook een beetje. Zeker geen Tiny House en ook niet per se het huis met de modernste snufjes. Maar we proberen wel zo duurzaam mogelijk te leven. Net als dat we goed opletten wat wij doen. Het is een levenshouding en daar kan iedereen vandaag nog mee beginnen. Zelfs als je blijft wonen waar je woont. En als de noodzaak je dwingt om kleiner te gaan wonen. Ik kan je verzekeren dat het de moeite waard is. Want klein wonen is verschrikkelijk leuk.

De Vuursteenhof met heel mooie, kleine huizen

Jacqueline Tellinga: Klein wonen – Small Houses, The making of BouwEXPO Tiny Housing in Almere. Nederlandse &~Engelse tekst. Bussum: Uitgeverij THOTH, 2019. ISBN: 978 90 6868 783 5. Prijs: € 19,95. 320 pagina’s. Bestel

Terug naar de adel – Anna Karenina (4)

In het 4e deel van Anna Karenina keren we terug naar de adellijke kringen in Sint Petersburg en Moskou. Als Oblinski in Moskou Karenin tegenkomt, wil zijn zwager het liefste wegduiken. Tot overmaat van ramp krijgt hij een uitnodiging voor een etentje bij de Oblinski’s.

Wie er ook is? Heel toevallig. Ljovin. Hij hoort dat Kitty er is. Sinds het blauwtje heeft hij haar niet meer gezien. Het wordt een bijzondere ontmoeting, waarbij de kille relatie tussen de 2 ontdooit. Er is weer een doorbraak.

Ze had iets schrikachtigs, iets schuws, en haar verlegenheid maakte haar nog aantrekkelijker. Ze zag hem meteen toen hij binnenkwam. Ze had op hem zitten wachten. (480)

De roman krijgt in dit deel ook zijn dramatische wending aan de kant van de Karenins. Een scheiding van het echtpaar dreigt. Als Anna Karenina tot overmaat van ramp op het kraambed bevangen wordt door de kraamkoorts. Ze roept haar beide mannen op om te komen, omdat ze verwacht het niet lang meer te zullen maken. Daar treffen de 2 elkaar aan.

Een indrukwekkend scene speelt zich hier voor de lezer af. Karenin verwacht niet dat zijn vrouw hem om vergiffenis vraagt voor haar gedrag. Ik weet het ook niet, verzucht ze onder de hoge koortsen, er is een Anna die van je houdt en een Anna die je haat. Vergeef mijn gedrag.

Binnen in Karenin ging alles steeds heviger tekeer, tot hij een toestand bereikt had dat er geen verzet meer mogelijk was: ineens voelde hij dat zijn innerlijke strijd in werkelijkheid een zegenrijke zielsbeleving was waaruit hij een nieuw, nooit eerder ervaren geluk putte. Hij dacht helemaal niet aan het christelijke gebod dat hij zich zijn hele leven voor ogen had gehouden, om je vijanden te vergeven en lief te hebben, maar het vreugdevolle besef dat het juist dat was wat hij deed – zijn vijanden vergeven en liefhebben – overstroomde zijn hart. (515-6)

Het is een aangrijpende scene die ook op Vronski indruk maakt. Karenin vergeeft hem, terwijl de tranen over zijn wangen stromen. Een teken van zwakte waar hij iets later al spijt van heeft.

En terwijl de jonge tortelduifjes rond elkaar tortelen, spat het huwelijk van Anna en haar man uit elkaar als een zeepbel. Een contrastrijk hoofdstuk waarbij de verteller mooi speelt met de emoties die hier rondschieten. Soms heel letterlijk zoals in het schampschot dat Vronski op zichzelf lost. Andere keren wat minder opzichtig, maar voor de lezer zegt dat vaak genoeg.

Lev Tolstoi: Anna Karenina. Vertaald uit het Russisch door Hans Boland. Amsterdam: Athenaeum, 2018 [2017]. ISBN: 9789025307943. 1024 pagina’s. Prijs: € 41,99. Bestel.

Rucola – Tiny House Farm

De natuur verrast iedere keer weer. Neem bijvoorbeeld de ontdekking van rucola. Precies bij de vlonder voor het huis groeit opeens rucola. Een ontdekking die ik doe bij het weghalen van wat distels en ander onkruid. Het ruikt opeens heel sterk naar rucola. Hoe kan dat?

Ja! Rucola

Ja rucola

Ik ga het nog eens goed bekijken. De bladeren lijken wel heel veel op rucola. Ik proef een stukje blad en ja onomstotelijk: dit is rucola. En dan doemt meteen de vraag op: hoe is dit juist hier gekomen?

Zeker we hebben rucola geplant. Niet bij de vlonder, maar aan de andere kant in de tuin. Het komt niet op. Best jammer omdat het erg lekker is. Nu zie ik gewoon op een plek waar we niks gezaaid hebben deze sla opkomen. En het is ook nog eens niet weinig. We kunnen wat planten verplanten, zodat we op andere plekken ook deze grondbedekker krijgen.

Brave hendrik

Die andere grondbedekker die ik nog zo graag zou zien opkomen is: brave hendrik. Een soort spinazie. Je kunt hem koken, maar ook rauw in de salade verwerken. Het lukt nog niet om hem te kweken. Het zaad ontkiemt alleen bij kou. En al hebben we in maart gezaaid, het heeft tot nog toe geen brave hendrik opgeleverd.

Niet altijd komt zaad meteen op. Soms lijkt het in de ruststand te liggen en komt het pas later op. Zo komt in het stukje doorwaadbare zone voor ons huis nu zinnia op. Het zijn prachtige bloemen. Ze hebben alle kleuren van de regenboog.

Roze zinnia

Het opkomen van een roze zinnia heb ik een tijdje aandachtig gevolgd. Wat een prachtige ontwikkeling. Je ziet de bloem langzaam maar zeker opbloeien. Een proces die geweldig is om te zien. Zinnia is een Dahlia-achtige bloem, vernoemd naar de Duitse botanicus Johann Gottfried Zinn (1727-1759).

Zinnia

Het zaad van deze bloem zat in een zaadpakket dat we al ergens in het voorjaar hebben gezaaid. De hoge distels hebben veel tegengehouden. Bij het weghalen van de distels, zag ik allerlei zinnia groeien. En zo kun je nog in de herfst genieten van prachtige, kleurrijke bloemen.

Platteland – Anna Karenina herlezen (3)

In het derde deel van Anna Karenina lees je veel over Ljovin en zijn landgoed ver van de stad. Het platteland, waar geen trein in de buurt komt. Temidden van de boeren meent Ljovin zijn geluk te vinden. In zijn hart wil hij 1 van hen zijn, al beseft hij ook dat zijn afkomst hem dat nooit zal brengen.

Landleven

Het landleven is prachtig beschreven in dit deel. De boosheid van Ljovin als de broer van Kitty een stuk bos heel goedkoop van de hand doet aan een handelaar. Het laat zijn dubbele gevoel zien die hij heeft over de rol van de adel op het platteland. Langzaam neemt de invloed af, terwijl tegelijkertijd de landarbeiders nauwelijks willen werken.

De landarbeiders lijken meer van de fles te houden, dan dat ze willen werken. Het maakt Ljovin moedeloos. Ze luisteren niet naar zijn bevelen en negeren elk advies. Als hij dan later bijvoorbeeld in contact komt met een boer, iemand met eigen land, dan is hij onder de indruk hoe hij een bestaan weet op te bouwen.

Stad versus platteland

Als later die zomer zijn broer hem opzoekt, is hier ook een groot contrast. Zijn broer Sergé, stedeling en intellectueel, bekijkt alles vanuit en academisch standpunt. Hij ziet zijn verblijf in het landhuis ook als een vakantie, terwijl Ljovin keihard moet werken. Het is zomer en de oogst moet binnengehaald worden.

Het gras moet worden gemaaid en hij moet hooien. In plaats daarvan begint zijn broer een academisch gesprek hoe het volk verheven kan worden. Door onderwijs of juist niet. Dat het niet zou werken, slaat hij van de hand. We hebben het nooit geprobeerd, dan kun je ook niet zeggen of het wel werkt.

Zomerhuis

Op uitnodiging van haar man Oblonski, de zus van Kitty bij wie Ljovin een blauwtje liep, bezoekt hij Dolly. Zij verblijft die zomer op ‘slechts’ 30 werst van hem in haar zomerhuis. Hij gaat er poolshoogte nemen en ziet dat het heel aardig weet te redden. Als ze vertelt dat haar zus hier binnenkort ook is en vraagt of hij dan wil komen. Slaat bij hem de paniek toe. Daarmee wil hij niet geconfronteerd worden.

Het maakt bij hem de dromen over een gelukkig boerenbestaan alleen maar wakker. Hij wil helemaal niet meer trouwen met iemand van adel. Misschien verkiest hij dit bestaan wel boven zijn bestaan als landheer. Hij voelt zich gelukkig tussen de arbeiders als hij gras aan het maaien is. Niet die moeilijke etiquette van de adel.

Zomer op platteland

Tussen het verhaal van een zomer op het platteland, worstelt Anna Karenina met de positie waarin zij is terechtgekomen. Haar man wil haar verbieden dat ze verder omgaat met haar minnaar. Hij wil haar het liefste opsluiten en haar dwarszitten. Het levert voornamelijk wroeging op bij allebei. Ze weet nog steeds contact te hebben met Vronski. Het leven in huis wordt alleen maar erger. Zou ze ooit uit deze impasse weten te komen?

Lev Tolstoi: Anna Karenina. Vertaald uit het Russisch door Hans Boland. Amsterdam: Athenaeum, 2018 [2017]. ISBN: 9789025307943. 1024 pagina’s. Prijs: € 41,99. Bestel.

Tomaten en pronkers – Tiny House Farm

De oogsttijd is een prachtige tijd in de tuin. Wat een rijkdom. Zeker, je moet er veel geduld voor hebben. Maar wat een heerlijkheid krijg je dan! Tomaten en pronkbonen halen we nu vooral uit de moestuin. En wat een heerlijke dingen kun je daarvan maken.

Rode tomatensaus

De rode tomatensaus hebben we al 2 weekenden gemaakt, aangemaakt met kruiden en uien uit de tuin. Het is een prima basis voor pastasaus, maar ook om er heerlijke tomatensoep van te maken. De smaak is overweldigend en intens. Ook omdat het een hele mix is van allerlei soorten tomaten, druiptomaten, vleestomaten en verrukkelijke gele tomaten.

Zeker toen het wat warmer was, oogstten we de ene na de andere rijpe tomaat. Nu gaat het wat langzamer, maar nog altijd komen er rijpe vruchten van de enorme struiken. En er hangt nog heel veel. Dus we kunnen nog wel even vooruit.

Pronkbonen

Net als de pronkbonen die vooral de laatste weken beginnen te groeien. De planten die we wat later gepland hebben, staan nu in bloei. Ze hebben prachtige rode bloemen met een smalle witte rand. Ze leveren niet alleen heerlijke bonen, maar ze zien er ook heel mooi uit. De grote hoeveelheid bloemen tussen de flinke groene bladeren geven de plant een vrolijke uitstraling.

De planten uit mei zetten nu elke dag nieuwe pronkers af. Het duurt niet zo heel lang voor ze lang zijn. Enorme stengels van soms wel 40 centimeter hangen er aan de planten. Wat een rijkdom. Het verbaast mij dat er zoveel van deze vruchten van een plant afkomen.

Ook hiervan hebben we in het weekend al meer dan een kilo verwerkt. Vooral Inge is gek op pronkbonen. De smaak van deze snijbonen is intens. Bij het vorige huis hebben we al eens pronkbonen gegeten. De opbrengst uit het zaadmengsel van Vreeken is veel hoger. De smaak van de bonen ook intenser.

We genieten dus dagelijks met volle teugen van onze tuin.

Paardenrace – Anna Karenina herlezen (2)

De in het 1e deel ingezette ellende, krijgt een mooi vervolg in het 2e deel. Ik betrap mij er bij het lezen op dat ik het eigenlijk helemaal niet erg vind. Als het allemaal vlekkeloos zou verlopen, zouden die 1000 pagina’s niet door te komen zijn. Nu is de spanningsopbouw overweldigend. Ook de vele wisselingen van situaties en verhalen treft mij.

Deel van de paardenrace

Het 2e deel is wel het deel van de paardenrace. Zeker het gaat over grond verkopen, hoe de adel langzaam zijn grip aan het verliezen is op het platteland. Net als dat Kitty verblijft in een kuuroord in Duitsland. Allemaal zijpaadjes van het hoofdverhaal: de paardenrace.

De militair Vronski doet met de paardenrace, met zijn paard Frou-Frou. Het dier is erg nerveus voor de wedstrijd, maar hij staat erop om zijn paard voor de wedstrijd nog even te zien. Het dier trilt en je voelt aan alles dat hier iets genadeloos fout gaat:

Maar hij had noch zichzelf, noch Frou-Frou volledig onder controle en tot aan de eerste hindernis, het riviertje, kon hij de bewegingen van de volbloed niet aan zijn wil onderwerpen. (250)

Vronski zit op zijn paard en probeert op voorsprong van zijn rivaal Machotin op het paard Gladiator te komen. Als je dit leest, weet je waar de schrijver en later de filmmaker van de beroemdste paardenrace scène in Ben Hur zijn inspiratie vandaan haalde. De race in Anna Karenina zindert en siddert van alle kanten. Wat een spannende scène is dit.

Paard niet onder controle

Je weet dat het misgaat alleen niet hoe. Hier overtreft het verhaal alles als Vronski inderdaad zijn paard niet onder controle heeft. De volbloed komt ten val, met Vronski in het zadel. Je voelt hier de adrenaline van het slagveld. Het paard moet het met de dood bekopen, omdat haar rug is gebroken bij de val.

Alsof dat nog niet genoeg is, breidt de verteller het verhaal uit. Het perspectief verschuift naar de tribune waar Anna Karenina zit. Haar man komt naast haar zitten en ze ziet hoe haar minnaar daar bij de race valt samen met zijn paard. Ze raakt helemaal de controle over zichzelf kwijt.

Regie kwijtgeraakt

En dan heb ik de echte reden waarom Anna en haar minnaar Alexé de regie kwijt zijn, niet eens verklapt.

Evenwijdig hieraan loopt het verhaal mee van Kitty die op kuuroord is en er de broer van Ljovin ziet. Ze ontloopt hem en probeert daar in Duitsland zichzelf te hervinden. Ook hier is het een gevecht tegen gewenst gedrag en hoe ze zou willen zijn. Bij Kitty is het eveneens een grote innerlijke strijd met haar emoties, wie ze zou moeten zijn en hoe ze is.

Lev Tolstoi: Anna Karenina. Vertaald uit het Russisch door Hans Boland. Amsterdam: Athenaeum, 2018 [2017]. ISBN: 9789025307943. 1024 pagina’s. Prijs: € 41,99. Bestel.

Zonnebloemen – Tiny House Farm

Een tuin moet voor mij nut hebben. Het moet te eten zijn of zich op een andere manier nuttig maken voor vogels of andere dieren. Of zonnebloemen nut hebben, weet ik niet zo goed. Ze zien er prachtig uit, maar heb je er ook op een andere manier iets aan.

Zonnebloemen in de tuin. Wat is het nut?
Zonnebloemen voor het nut of voor het mooi?

Iemand attendeerde mij een tijdje terug op de principes van permacultuur. Zoals het moet eetbaar zijn voor mens en/of dier, beschutting bieden tegen zon en/of wind, waarde bieden voor de bodem en planten in de buurt. Schoonheid hoort er ook bij, maar alle principes vragen om een combinatie van minimaal 2.

Alles heeft een functie

Alles heeft daarmee een functie. Gewoon een plantje omdat die mooi is, kan niet. Hij moet zin hebben voor de insecten of op een andere manier zijn nut bewijzen in de tuin. Dat geldt dus ook voor zonnebloemen. We hebben er een paar zaadjes in juni in de grond gedaan.

Het is even wachten, het zijn geen vroege zonnebloemen, maar het resultaat is erg mooi. We hebben ze op 2 plekken bij elkaar staan en nog een paar losse verspreid in de tuin. Ik heb die stiekem in de grond gedaan. Heel toevallig. Zij moeten nog in bloei komen, maar de rest staat aan het eind van de tuin prachtig te zijn.

Zonnewijzers

Ze kijken alleen ons niet aan. Ze wijzen naar de zon, heb ik geleerd. Bij de eerste zaadjes die ik als kind in de grond stopte, ontdekte ik ook dat zonnebloemen met hun gezicht naar de zon gaan staan. Vandaar ook de naam, denk ik. Ze kijken van ons af, waar de zon opkomt. Als ze zouden kijken waar de zon ondergaat, zouden ze ons wel aankijken.

Nut voor bijen, hommels en vogels

En dan kom ik op het nut. Ze hebben zeker ook zin voor de bijen, hommels en later ook voor de vogels. Dan drogen we de bloemen zodat vogels als de koolmees de pitten kunnen eten. Zeker heel nuttig en goed.

Bijen smullen van de nectar uit de zonnebloem

Een plant verwant aan de zonnebloem die ook nog eens eetbaar is, is de aardpeer. Een plant die perfect bij de permacultuur past. We hebben in een hoekje een paar aardperen begin dit jaar in de grond gedaan. En ze zijn opgekomen.

De bloemen staan later in bloei dan de zonnebloem. Ik heb er heel hoge verwachtingen van: eetbaar, nuttig als windscherm en nog mooi ook. Dat laatste moet ik natuurlijk nog wel zien.

Ongelukkig gezin – Anna Karenina herlezen (1)

Wat een opening! Die eerste zin van Anna Karenina. De eerste klap is een daalder waard en dat geldt voor deze roman van Tolstoi helemaal.

Gelukkige gezinnen lijken allemaal op elkaar, maar een ongelukkig gezin is altijd ongelukkig op zijn eigen manier. (11)

Je voelt als lezer meteen dat dit een ongelukkig verhaal gaat worden. Bij het lezen van deze zin, dacht ik gelijk aan de novelle De voetnoot van F.B. Hotz. Daar verzucht de vader in het verhaal hoe het toch mogelijk is dat sommige mensen altijd ongeluk weten aan te trekken.

Ongeluk

In deze roman draait het alleen maar om ongeluk. Buiten het gegeven waarmee Tolstoi opent: een gezinscrisis. De vader des huizes, Stephan Oblonski – Stiva voor vrienden – is vreemdgegaan met het kindermeisje. Zijn vrouw Dolly wil hem niet meer spreken en het huwelijk lijkt reddeloos verloren.

Gelukkig is precies op dat moment de vrouw van de romantitel, Anna Karenina op weg naar haar broer. Ze spreekt Dolly, niet dat ze zijn gedrag wil goedpraten, maar ze kent haar broer. Het is iemand die zichzelf helemaal kan verliezen:

‘Maar hij is ook in staat om vreselijk spijt te hebben van zijn fouten. Hij kan achteraf niet geloven dat hij gedaan heeft wat hij heeft gedaan. Hij begrijpt niet hoe hij het zover heeft kunnen laten komen.’ (95)

Ze weet het hart van Dolly te ontdooien en redt het huwelijk van haar broer. Onderwijl doorkruist een ander verhaal dit verhaal. Het verhaal van Dolly’s zus Kitty. Zij wordt bemind door 2 mannen, Vronski en Ljovin. Allebei vragen ze haar ten huwelijk. De schakel in dit verhaal is Anna Karenina. Alleen op een andere manier.

Ingetreden noodlot

Ze danst met een aanstaande verloofde van Kitty, de militair Vronski. Als ze onthutst als ze is over haar gevoelens is en wegvlucht naar huis, Sint Petersburg. Treft ze – uiteraard – Vronski aan in de trein. Het noodlot van het verhaal is ingetreden…

En weer bij het lezen, overtreft mij het gevoel dat ik eerder had bij het lezen van deze roman. Die spanning in het boek. Soms zakt het even in, maar elk einde van een hoofdstuk is hij weer voldoende opgebouwd om het volgende te beginnen. Wat een verhaal!

Lev Tolstoi: Anna Karenina. Vertaald uit het Russisch door Hans Boland. Amsterdam: Athenaeum, 2018 [2017]. ISBN: 9789025307943. 1024 pagina’s. Prijs: € 41,99. Bestel.

Dagje Oldenzaal en Denekamp – Twente

Oldenzaal. Ik wil er al langere tijd heen. De bijzondere ervaring die ik 3 jaar terug had in de Plechelmusbasiliek. Die diepe religieuze mystiek die ik beleefde, die zou ik opnieuw willen ervaren. Die duistere noordelijke gang, waar je zowaar midden in de Middeleeuwen stapt. Zonder opsmuk. Gewoon die donkere gang, waar je echte mystiek ervaart.

Daarom wil ik op mijn verjaardag naar Oldenzaal. En ook omdat ik eindelijk eens die stoel van Huttenkloas wil zien. De beroemde crimineel uit Twente, die zonder geweten mensen vermoorde. Het verhaal gelezen in Wilminks kinderverhaal over 2 meisjes die door Twente trekken en alle verhalen beleven, net als het ervaren van de Middeleeuwen in de oudste kerk van Twente.

Boeskooldagen

Wat ik weer vergeten ben, maar ontdek als we in Oldenzaal aankomen, zijn de zomerfeesten. De Boeskool-dagen. Boeskool, de naam die Oldenzaal met Carnaval draagt, maar ook in de zomer. Een braderie met veel muziek is door de hele binnenstad opgebouwd. Een binnenstad die in de jaren 1960 ernstig onder een vernieuwingszuchtige wethouder te lijden heeft gehad.

De wethouder is allang vergeten, want hij wist niet dat je je juist onsterfelijk maakt, door je in te zetten voor het behoud van het verleden. En het samen laten smelten van verleden en heden. Niet door het slopen van een binnenstad en volplempen met lelijke betonnen kolossen.

Plechelmusbasiliek

Parkeren is dus extra lastig met al die drukte voor de braderie. Gelukkig is het regenachtig, wat de drukte vermindert. We gaan snel de Plechelmus in. Er klinkt een mis van Mozart. Muziek die niet echt past in deze profane sfeer. Te frivool, te licht. Deze duisternis vraagt om de krullende zang van het Gregoriaans. Maar niet om het lichte, bijna lichtzinnige van Mozart.

Misschien dat het daardoor niet zo overweldigend overkomt. Misschien ook omdat we de vorige keer op de fiets waren en van de drukte buiten zo de rust binnenstapten. Wat een schoonheid. Vooral die Noordelijke gang, waar het licht zo mooi is. Heel kleine vensters waar nauwelijks licht binnenkomt. Wat een verschil met die andere kant, waar de hoog-gotiek zegeviert en het licht binnenvalt door de veel hogere vensters.

En het gouden beeld van Plechelmus. Verborgen gehouden in de tijd van de reformatie. Een beeld uit de late gotiek, in mijn beleving heeft het veel verwantschap met het beeld van Servaas in Maastricht. Dit beeld mag wat vaker naar buiten in prosessies. Niet alleen in periodes van dreiging, zoals in Maastricht. Daar gaat Servaas alleen naar buiten bij grote dreigingen zoals oorlogen en andere rampen.

Ook bijzonder het skelet dat in de oude, opengewerkte grafkelder ligt. Het is oud en grijnst je aan met de grote holle oogkassen en bovenkaak met halve tanden. Verder is het vooral de kunst om de rust te zoeken en de mystiek toe te laten. Het gaat beduidend moeilijker dan de vorige keer. Denk dat ik er toen ontvankelijker voor was. Je moet het zeker niet opzoeken om het te krijgen, dat leer ik hiervan.

Palthehuis

Daarna op zoek naar de oudheidkamer van Oldenzaal. Het blijkt het Palthehuis te heten, na de laatste bewoners, de rijke patriciërsfamilie Palthe. De domineesfamilie bezat heel veel landerijen rond Oldenzaal en Nieuwleusen (bij Zwolle). Er gaan veel verhalen over de familie de ronde. Waarvan de laatste bewoonster Gulia in onmin met haar zus leefde. Tussen beide zussen werd een hoge schutting gebouwd, zodat ze elkaar niet meer hoefden te zien. Wat een heerlijke verhalen, ik geniet ervan.

We krijgen het verhaal te horen bij de entree van de gastvrouw die over het museum en de bewoners van het huis vertelt. Onderwijl kijk ik naar de enorme hoeveelheid appels die van de appelboom in de tuin van het museum zijn gevallen. Daar kun je een flinke verjaardagstaart van bakken. Net als de grote vijgenboom die er staat. Wat een bladeren en als je goed kijkt, zie je ook heel veel vijgen zitten.

Verdwenen meuk

Het huis is net opgeknapt. Veel van de meuk is weg. Het is nu echt een woonhuis geworden, waarvan het net lijkt of de bewoonster even weg is en je binnenstapt. De verf ruikt nog heel vers. Net als dat de kamers bijzonder fris ogen. Wat een gave blauwe kleuren in de eetkamer. We krijgen meteen inspiratie om thuis ook aan de slag te gaan met het hout rond de ramen. De nisjes moeten nodig geverfd worden en als je dit zo ziet, ervaar je meteen wat zo’n frisse kleur met je doet.

De kleine bibliotheek achterin is geweldig. Niet een heel grote ruimte, maar wat een boeken. Prachtige banden en zeker een bijzondere collectie voor een gewone burger. De andere kamers ogen bijzonder fris en opgeruimd. Aan de muren hangen mooie schilderijen en ook kleine kamertje vooraan, bevat een heuse secretaire, met veel vakjes en laadjes. Op het bureau liggen kasboeken. Heerlijk om in te neuzen.

Geschiedenis van Oldenzaal

In de schuur achter het huis is een tentoonstelling ingericht over Oldenzaal. Hier vind je veel van de geschiedenis terug. De roerige tijd rond de Reformatie en de 80-jarige oorlog. De stad is wisselend in handen van de Prins en de Spanjaarden. Uiteindelijk verliest de stad zijn bijzondere religieuze betekenis en haar stadswallen blijven beperkt om zich te weren tegen rovers en ander gespuis. Een strategisch belang is er niet meer, waarmee de stad een belangrijk deel van haar betekenis kwijtraakt. Het luidt het verval in van de stad.

De rest is vooral later geweest, met als dieptepunt de 20e eeuw waarin veel van de eeuwenoude waardevolle gebouwen het moeten ontgelden. Er is veel afgebroken. Wat er in de zaal staat, geeft een mooi beeld van de stad waar ook recht werd gesproken. Zo staat er de beroemde martelstoel waarin Huttenkloas tot een bekentenis zou zijn afgedwongen.

De stoel heeft aan de poten, flinke balken zitten waarmee de stoel niet zomaar omgegooid kan worden. Het verhaal gaat dat Huttenkloas zich flink verzette en zich met stoel en al omwierp. Het is een imposante stoel die waarschijnlijk al veel ouder is dan uit de tijd van de veroordeling van Huttenkloas en zijn vrouw in de 17e eeuw.

Huttenkloas

Het blijft een prachtig verhaal van een zware crimineel, zonder geweten. Zijn vrouw doet niet veel voor hem onder. Als Klaas wordt geradbraakt en daarna als straf wordt gevierendeeld. Hij krijst het uit van de pijn in zijn laatste momenten en schijnt zij te roepen dat Klaas altijd kleinzerig is geweest.

Ik ben ook onder de indruk van het hoofd van zandsteen uit de 11e eeuw. Het is heel minimalistisch uitgehouwen. Het zou zo uit onze tijd kunnen stammen. Wat een prachtige, eenvoudige vormen. Het is gebruikt om op een zuurkoolvat als gewicht. Onderin het hoofd zit een gat om het eventueel op een staak te zetten.

Zo rijden we weg van de Boeskool braderie in de richting van Denekamp. Onderweg bij de rotonde waar we afslaan in de richting van Denekamp en Nordhorn, vertel ik over het gezin dat aan een fietsvakantie deed. Vaderlief had een fietskar achter zich aan en achterop de bagagedrager zat een teckel die de hele rit gilde. Het zou zo Teuntje kunnen zijn. We zien het weer voor ons en lachen nog een tijdje als we afdalen in de richting van Denekamp voor een bezoekje aan Natura Docet.

Natura Docet Wonderryck Twente

Als je Denekamp binnenrijdt, is aan je rechterhand vrijwel meteen het museum Natura Docet Wonderryk Twente. Het heet in mijn beleving altijd Natura Docet, maar sinds de verbouwing een paar jaar geleden heeft het museum de toevoeging Wonderrijk gekregen. Het is een klein natuurhistorisch museum en stond absoluut op mijn lijstje om nog eens te bezoeken. Net als de natuurhistorische musea in Rotterdam en Maastricht.

Het gebouw stamt uit de jaren ’20. Natura Docet is het eerste natuurhistorische museum in Nederland dat voor publiek toegankelijk was. De grondlegger van het museum is meester Bernink. De leerkracht van de lagere school in Denekamp was helemaal gefascineerd door de natuur. Zijn verzameling stenen en opgezette dieren was vooral bedoeld om de kinderen op school te leren over de natuur. Vandaar ook de naam van het museum, dat bewijst dat je van de natuur leert.

Het enthousiasme van de schoolmeester is overal in het museum terug te vinden. Wat een wereld opent er zich voor je als je binnenstapt. Zeker, sinds de verbouwing 15 jaar geleden is er veel veranderd. Het gebouw is veel groter geworden, waarbij je in het begin echt meegenomen wordt om bijvoorbeeld te kijken als een haas of juist te ervaren hoe een torenvalk zijn prooi vangt. Je snapt meteen waarom de laatste biddend in de lucht hangt. Dat is omdat hij infrarood waarneemt en daarmee de urinesporen van muizen ‘ziet’.

Heel indrukwekkend om te beleven in het natuurmuseum. Maar wat vooral treft, is het hart van het museum. Dat is de grote mineralencollectie, waarbij ook heel veel fossiele gesteenten zijn. Veel is in Twente gevonden, maar ook andere bijzondere ‘versteende’ dieren kun je hier terugvinden. Net als de enorme collectie opgezette vogels. Wat een prachtige dieren zijn hier te vinden. Ik heb ervan genoten. De hoeveelheid ijsvogels die ik er bij elkaar zag, of de krokodilbaby die uit het ei komt. Echt mooi.

Krokodillenvel

En wat van het meterslange krokodillenvel. Het is zeker een meter of 5 lang en hangt tegen de muur op zolder. Heel indrukwekkend en ondenkbaar dat je er in deze tijd nog mee de grens over komt. Het is een geschenk van iemand. De grote vogelcollectie is voor elke vogelliefhebber een feest. Het is gewoon prachtig om al die roofvogels, weidevogels maar ook eenvoudige kraaien, roeken en raven te zien. Wat een natuurschoon. Ik heb echt heerlijk op de bankjes in de zalen gezeten en alleen maar gekeken.

En dat is het vooral het museum. De eenvoud van de opstellingen. Het hoeft niet allemaal in animaties en met andere moderne snoefjes. Het zijn de kleine dingen. Ik zag het ook bij de jeugdige bezoekers. Zo stond een kereltje van nog geen 4 jaar oud aandachtig te kijken naar de enorme hoeveelheid vogeleieren. In alle maten van allerlei verschillende soorten vogels. Soms liggend in een nest. Andere keren gewoon allemaal in een bak, waarbij je geniet van deze magnifieke vorm uit de natuur.

Zo reden we zaterdag verrijkt terug naar huis. Natuurlijk namen we de route van Denekamp via Ootmarsum naar Almelo. Een heuse dwarsdoorsnede geeft dat van het Twentse landschap. Wat kan ik daarvan genieten.