Patataardappels – Tiny House Farm

De patataardappels moeten er nodig uit. Omdat er nog geen schoon vet voor de frituur is, wachten ze nog even. En wat dacht je van een patatsnijder. Allemaal die aardappels met de hand in gelijke stukjes delen? Dat is geen optie. Daarom een professionele patatsnijder aangeschaft via internet.

Als de laatste er dan eindelijk is, gaan de remmen los. Achterin de tuin groeien de bintjes. Het zijn flinke planten, maar ze beginnen te verleppen.

patataardappels klaar om geschild te worden

Maris peer aardappel

De Maris peer die voor de Charlotte groeit, zal er ook uit moeten. De Charlotte was erg lekker. We hebben ervan genoten. In de salade, maar ook gebakken in de oven was ze heerlijk.

De Maris Piper, de Engelse patataardappel, is een beetje tegengevallen. Een kleine oogst. Maar ook de smaakt is niet wat wij lekker vinden.

De eerste 3 planten van de bintjes laten een redelijke oogst zien. Er zijn ook veel kleine aardappels aangegroeid via uitlopers. Een gevolg van droogte en warm weer. Daarom mag de rest er ook snel uit.

Zondag is het zover. Ik loop de snikhete tuin in. Wat een warmte. Het zweet gutst al over mijn lijf als ik alleen maar met een riek de tuin in loop. Dan de aardappels eruit.

Vraatsporen in patataardappels

Het zonlicht is niet alleen warm, maar ook superfel. Zo zie ik duidelijk dat er ontzettend veel grote aardappels aangevreten zijn. Vraatsporen van de vele muizen die holletjes hebben gemaakt in de grond. Ze zijn gek op de producten uit de moestuin. We zijn niet de enige eters.

Het resultaat na de rest van de 15 aardappelplanten te hebben gerooid, is ongeveer 10 kilo aardappels. Dat is een hele keukentafel vol met gesneden patat friet. We weten ze in heel aardige porties te verdelen.

En 3 keer raden wat we die zondag hebben gegeten. Zeker het formaat van 1 centimeter is heel smaakvol. Heerlijke patat, goed gegaard. Vooral het bintje is een goede patataardappel.

Zelfgemaakt en zelfgekweekt

Een feest om te eten. En zelfgemaakte patat is al zo ontzettend lekker. Als je ze dan ook nog eens zelf gekweekt hebt, is het dubbel feest.

Wat later haal ik ook de Maris piper uit de grond. Minder geschikt voor de patat, maar die is weer heerlijk uit de oven in fijne dwarsgesneden stukjes. Het laat weer zien dat het heerlijk is om aardappels uit de tuin te eten.

Ook hier heeft de muis het er goed van genomen. Ik haal soms alleen maar een schil naar boven. De grote aardappels zijn helemaal opgegeten. En andere zijn onherstelbaar beschadigd. Niet meer geschikt voor consumptie, meer voor de composthoop.

En natuurlijk gaan we het volgend jaar anders doen. De jonge aardappels vroeg planten en bedekken met folie. En daarnaast goede pootaardappels kopen. En dan hopen wat meer regen dan afgelopen voorjaar. En wie weet…

Anna Karenina (her)lezen

Een college over de romans van Louis Couperus volgde ik tijdens mijn studie bij Ton Ankbeek. We lazen de belangrijkste werken, zoals de beroemde roman Eline Vere. Daarbij doemde voor mij de vergelijking met het werk waardoor Louis Couperus zich onlosmakelijk liet inspireren: Anna Karenina van Lev Tolstoi.

Ik stelde het voor tijdens het college om deze 2 boeken met elkaar te vergelijken omdat ze in mijn ogen onwaarschijnlijk veel verwantschap met elkaar hadden. Allebei spelen ze in het hogere milieu, allebei gaat het over een vrouw die de verwachtingen van het milieu niet kan managen. Hierbij zegt het hart iets anders dan het hoofd en het leidt onherroepelijk tot een val. Een harde val.

Anna Karenina mee

Uiteindelijk heb ik het college niet afgemaakt. Ik heb de noodzakelijke scriptie nooit geschreven bij gebrek aan tijd en inspiratie. Op mijn reis door Italië nam ik Anna Karenina mee. In de grote stapel boeken waarvan medereizigers gekscherend opmerkten dat ik meer boeken dan kleren bij mij droeg.

Ik vloog door het boek zoals ik een aantal jaren eerder ook had meegemaakt met de grote Russische roman Misdaad en straf van Dostojevsi. Onderweg in de trein, bladerde ik door de pagina’s in de cadans van de trein. Wat een gigantische ervaring.

In het zachte zonnetje van de Siciliaanse winter, zat ik op een bankje van het station in Trapani. Een jong stel met een baby passeerde mij. We zouden later vergeefs op zoek zijn naar de jeugdherberg die in deze tijd van het jaar helemaal niet open was. Maar ik ging helemaal mee met de hoofdpersoon uit de beroemde roman van Tolstoi

Anna Karenina meelezen

Vorige zomer las een groep bloggers de roman Anna Karenina. Op het station Utrecht Centraal is de roman voorgelezen door 1000 vrouwen. Een indrukwekkende prestatie. En precies dan ontdek ik dat ik mijn Anna Karenina bij de verhuizing heb achtergelaten. Die ga ik nooit meer lezen, dacht ik.

Niet dus. Het boek bij de bibliotheek gereserveerd. Het was niet meer te vinden in de schappen en ik kwam op een wachtlijst. Tot hij ineens voor mij klaarstaat. Ik ben naar de bibliotheek gevlogen en lees nu de vertaling van Hans Boland. Daarom de komende weken elke week een stukje over deze bijzondere roman.

Tomaten en zaaien voor najaar – Tiny House Farm

De tuin is volop aan het bloeien en groeien. De tomaten hangen in volle trossen aan de struiken. Ze moeten nodig wat meer aandacht. Zodoende gaan we eens flink aan de slag om de planten wat uit te dunnen en op te hangen aan stokken. De volle bolle vruchten moeten namelijk nog rood gaan kleuren en daar is niet alleen veel zon voor nodig. Ze vragen ook om een iets andere aanpak dan maar gewoon laten gaan, zoals we tot nu toe hebben gedaan.

Veel water

Zeker, ze krijgen veel water. Met de warme dagen elke dag, nu iets minder, maar we letten goed op dat ze niet te droog staan. Dat is namelijk heel slecht voor de vruchten. Wat slorpen deze planten een hoop water zeg. Ook hebben we veel overtollige bladeren weggehaald. De vruchten moeten wel een beetje zonlicht vangen om te kunnen blozen.

We zijn druk bezig met het opknopen en ontwarren van de enorme groene massa die de laatste weken is gegroeid. Dat komt ook omdat het na de warme dagen eindelijk is gaan regenen en dat doet de planten heel veel goed. Het lijkt wel of ze helemaal zijn losgegaan. Het geeft de planten duidelijk veel kracht om te groeien. Heerlijk om zo bezig te zijn met je tuin. Zo bezig te zijn met je voedsel. Je vingers die zo heerlijk gaan geuren naar tomaat. Heerlijk!

Inzaaien

We gaan gelijk verder met andere onderdelen in de tuin. Zo zaaien we een stukje grond in dat ik gereserveerd heb om te gaan kamperen. Te druk en de warme dagen gooiden ook roet in het eten. Nu is het heel mooi kaal en zaaien we het meteen in met klaver. Iets wat we al een hele tijd van plan waren en nu eindelijk doen. Het stukje is niet meer dan een 9 vierkante meter, maar genoeg om te kijken of het inderdaad een middel is tegen de vele distels.

Ook zaai ik meteen weer wat zaden uit voor het najaar. Zo gaan er nog sperziebonen de grond in. En daarnaast ook worteltjes en rode kroten en brave hendrik. Ik hoop dat de laatste ook opkomt. Het schijnt dat deze een lage temperatuur nodig heeft om uit de grond te komen. Het zaaien in het voorjaar heeft niet mogen baten. Er is helaas niks opgekomen. Maar wie weet nu wel.

Knalpot Indonesië – Leestip

De student Daan Goppel blijft een jaar in Jakarta. Zijn belevenissen in deze bijzondere stad heeft hij prachtig beschreven in een aantal korte verhalen die gebundeld zijn in de bundel Knalpot.

Indonesisch studeren

Daan Goppel studeert Indonesisch en gaat in de rumoerige hoofdstad Jakarta wonen. Een miljoenenstad waarin heel weinig natuur en rust te vinden is. Het leven verschilt er nogal. In het eerste verhaal maakt hij kennis met een Nederlandse expat en krijgt veel te zien.

Het boek geeft een inkijkje in allerlei bijzondere gebruiken. Ook maak je kennis met het nachtleven in deze hoofdstad van Indonesië. Zo op het oog is Jakarta een chaotische en ongecontroleerde stad. Alles kringelt en rijdt door elkaar. Of zoals de verteller het duidt:

Het is hét voorbeeld van waar ongecontroleerde vooruitgang toe kan leiden. De economie groeit en de stad vreet zich een hartinfarct. (11)

Het leidt tot files en heel veel luchtvervuiling. Lopen is dan geen optie, zo ontdekt de verteller al vrij snel na aankomst. Op de eerste dag dat hij naar de universiteit loopt, komt hij adem tekort en riskeert zijn leven.

Jakarta is als wonen in een rokerslong, (12)

Hartlopen is evenmin een optie. Hij concludeert na een rondje rennen in de middag dat hij beter wat zuiniger kan zijn op leven:

’s Middags sporten in de buitenlucht van Jakarta. Levensgevaarlijk. (16)

Net als het wennen aan de andere gerechten. Bij de vele straatwinkeltjes is het lastig om aan je dagelijkse aanbevolen hoeveelheid groenten te komen. Hij vindt zijn weg en leert ook meer en meer het leven in Indonesië te waarderen.

Andere kijk op liefde

Wat Daan uitgebreid ervaart is de andere kijk op liefde en relaties. Hij spreekt veel Indonesiërs. In het uitgaansleven merkt hij dat veel vrouwen die daar zijn hun lichaam voor geld aanbieden. Mannen spreken er ook zonder gene over als ze met een hoer naar bed zijn geweest. Hij is daar verbaasd over. Je gaat toch niet betalen voor seks?

In Indonesië werkt dat anders, merkt hij. Mannen moeten voor vrouwen zorgen, is het motto. Ze betalen alles. Ook de seks. Vrouwen hoeven alleen maar op hun rug te liggen, terwijl mannen keihard moeten werken.

Uitgaansleven

Daan Goppel probeert zich helemaal in te bedden in het Indonesische leven. Hij doet dat in het uitgaansleven, maar hij woont ook op enkele bijzondere plekken in Jakarta. Hij vindt een plekje bij een hospita, maar ook bij een rijke man waar hij een tijdje gratis onderdak vindt. Hij merkt daar dat deze man geregeerd wordt door zijn vrouw. De man is helemaal niet zo rijk en zijn vrouw weet hem helemaal uit te zuigen.

De man weet zich geen raad, maar zoekt ook geen echte hulp en laat aan de buitenwereld nauwelijks iets merken. Een volle confrontatie, dat wil zeggen een scheiding van de vrouw, zou kunnen leiden tot vergelding. Ze is tot alles in staat. (69/70)

De nachtelijke ruzies op het binnenplaatsje bij zijn huis, houden de verteller dusdanig uit zijn slaap dat hij besluit te verkassen. Hij komt terecht bij een hospita die hij met tante aanspreekt. Er breekt weer een rustigere tijd aan.

Het zijn allemaal bijzondere ontmoetingen met Indonesiërs, voornamelijk in het uitgaansleven. Er passeren veel hoeren in de verhalen, waarbij de verteller altijd even zijn afschuw daarover moet geven. Omringd door bijzondere mensen zoals de taxichauffeur Abu. In de verhalen sluiten de 2 vriendschap en leert Daan Goppel veel kennen van het land waar hij een jaar mag wonen en studeren.

Verbazing en verwondering

Al deze ontmoetingen leveren prachtige verhalen op. De verteller kijkt hierin vol verbazing en verwondering naar het bijzondere land. Waarbij het soms echt lastig is om alles te snappen. Zoals een moslim die na een avond stappen en veel alcohol drinken zijn kleedje neerlegt richting Mekka en begint te bidden. Of het betalen voor seks. Maar ook de bittere armoede waarin veel mensen verkeren en hun pogingen iets van het leven te maken. Zo ook Abu die met meerdere banen het hoofd boven water probeert te houden.

Een land waarin herkomst belangrijk is, maar waar de verteller uiteindelijk zal roepen: ‘Orang Jakarta ini!’ Ik ben een Jakartaan.

Daan Goppel: Knalpot, Verhalen uit Jakarta. Delft: Uitgeverij Elmar, 2018. ISBN: 978 90389 2675 9. 132 pagina’s. Prijs: € 16,99. Meer info en bestel.

Het uiterste hoekje in 2019 – Tiny House Farm

Misschien moet je niet altijd achteruit kijken, maar bij het zien van de vorige 2 filmpjes over Het uiterste hoekje van de Tiny House Farm uit 2018 en 2017 kon ik het niet laten. Wat een verschil met toen als je nu op het uiterste hoekje staat.

Ik heb van de gelegenheid gebruik gemaakt om meteen iets te vertellen over onze tuin. Het groen komt langzaam maar zeker op. Tussen alle distels, zuring en wilde peen, groeien er ook onze fruitbomen met de eerste appel eraan. En wat dacht je van onze rabarber die ook steeds hoger groeit.

Uithoudingsvermogen

De tuin vraagt veel geduld en uithoudingsvermogen. Dan mag ons huis al klaar zijn, van binnen is het zeker ook nog niet klaar. We merken dat het ontspullen ook niet ophoudt. We wonen hier een jaar en dat betekent dat we weer moeten opruimen. Als je niet oppast, groei je zo weer dicht.

Op het uiterste hoekje van de Tiny House Farm

De tuin groeit nog niet dicht. Wat mij betreft kan het niet snel genoeg. Dan probeer ik te denken hoe de bomen huizenhoog in onze tuin groeien. Daar heb ik nog heel veel geduld voor nodig. Maar als je dan de kale vlakte van vorig jaar of het weiland van 2 jaar terugziet, dan valt op hoeveel er al is veranderd.

Groene energie

Dan is het heerlijk om even terug te kijken. Het geeft de burger weer moed om te kijken hoe het er toen uitzag en wat er nu staat. En het is dan echt genieten: wat een vooruitgang maken we. En wat veelbelovend is de toekomst. De regen van de laatste dagen geeft de tuin weer veel groene energie. En dat mag ook best eens.

Bekijk ook de filmpjes van 2018 en 2017.

Improviseren is stoeien en soms een battle

Je bent deelgenoot bent van 2 jongens die heerlijk samen spelen, tegen elkaar maar vooral met elkaar. Dat is het improvisatieconcert van Thierry Escaich en Gerben Mourik in de Stad Klundert. Met 2 fantastische orgels tot je beschikking, is het ook alsof je 2 kinderen loslaat in de speeltuin. Het is stoeien, waarbij het soms best een beetje hardhandig aan toe gaat. Maar het is vooral genieten.

Ouverture

Dat hoor je onmiddellijk bij de improvisaties van Gerben Mourik en Thierry Escaich. De ouverture waarmee de laatste opent op het Vermeulen-orgel is maar met 1 woord te omschrijven: spectaculair. Wat een binnenkomer. Het zet de verwachtingen op hoog. Dit kan niet meer mis gaan.

Het koraalpreludium dat Gerben Mourik daarna speelt op het Marcussen-orgel is het orgel op het lijf geschreven. Heel mooi in Noord-Duitse stijl van de koraalfantasie, de registratie met uitkomende stem, omspelingen en rustige baslijn doen zelfs een beetje denken aan de bewerking van Nun komm’ der Heiden Heiland van Bach. Maar heel treffend en zeer zorgvuldig neergezet.

Fantasie, fuga en passacaglia

Als Thierry Escaich daarna een romantische Fantasie en Fuga op hetzelfde lied inzet, krijgt een heel treffend vervolg. Het vormt een mooie romantische uitwerking van de bewerking die Gerben Mourik eerder zo overtuigend neerzette. Bij de fuga laat Thierry Escaich elementen terugkomen die hij eerder die dag bij de masterclass onderwees.

De Passacaglia die Gerben Mourik daarna speelt op 2 thema’s van Thierry Escaich laten horen dat hier een vakman aan het werk is. Hij weet ze prachtig te omspelen en zet hier een variatiereeks in modern klankidioom neer. Het Marcussenorgel doet de rest. Wat een orgel is dat. Wat een kracht en wat een souplesse spreekt uit dit orgel. Mogelijk zorgt de milde intonatie hier ook voor. Gewoon genieten dit.

Variaties

De set variaties op het paaslied Gz 200 waarmee Gerben Mourik en Thierry Escaich elkaar afwisselen op beide orgels is een prachtige en krachtige improvisatie voor de pauze. Beide heren gaan aan de haal met motiefjes en elementen uit dit prachtige lied. En zoals Thierry Escaich bij zijn masterclass die middag vertelde, beginnen de variaties met het koraal aan het begin.

Het koraal is ook een variatie. En de harmonisatie van Thierry Escaich is dat zeker. Genieten van het prachtige set aan akkoorden dat hij neerzet. Zo’n introductie van het thema, ondersteunt de rest zodanig dat je een heus verhaal krijgt. De laatste variatie waarbij beide organisten op beide orgels klinken, is buitengewoon. Wat een spel en wat een kracht. Als publiek zit je tussen 2 orgels en 2 virtuozen ingeklemd. Indrukwekkend en adembenemend tegelijk.

Poem Symphonic

Dat Thierry Escaich ook goed raad weet met het Marcussen-orgel ontdek ik na de pauze. Wat een spel. Zijn Poem Symphonic over 2 thema’s die Gerben Mourik voor hem schreef, klinkt overtuigend. Hij benadert het orgel weer op een heel andere manier. Dat doet hij later ook bij het spelen van een vrije improvisatie in de stijl van Mozart. Hierbij geeft hij het orgel een heuse galante stijl mee van het classicisme, die sterk doet denken aan Mozart, maar ook een vleugje Haydn in zich verbergt.

Het Scherzo dat Gerben Mourik ten gehore brengt bevat alle elementen en is heel overtuigend. Hij laat daarmee meteen het Vermeulen-orgel van alle kanten horen. Het instrument verleidt snel om alle te laten klinken, maar er zitten zeker ook wel wat geheimen in verborgen. Dan klinkt het orgel beduidend poëtischer en minder pompeus. Dat hoor ik vooral terug in de improvisatie over het lied “Straff mich nicht”, waarbij Gerben Mourik ook aandacht besteed aan de gevoeligere kanten van dit instrument.

Slotimprovisatie

De slotimprovisatie waarbij Thierry Escaich en Gerben Mourik afwisselend een improvisatie opzetten. Soms samen tegelijk, dan weer doorschuivend over de bank. Een voetje op het pedaal nog nadreunend. De opzet zweeft een beetje tussen een scherzo en een indrukwekkende fantasie. De toegift waarbij beide improvisatoren samen nog een keer spelen, is zeer zeker een scherzo. Het vormt een waardige afsluiting van een bijzonder concert.

Gastheer Gerben Mourik laat met dit concert zien dat Stad Klundert concerten van zeer hoog, internationaal niveau kan organiseren. Wat een energie en wat een prachtige spel. Ik heb genoten. Daarbij moet Gerben Mourik zijn eigen talent niet onderschatten. Hij heeft een geheel eigen stem en staat zijn mannetje tegenover virtuozen als Thierry Escaich. Ik heb zeer goede herinneringen aan dit bijzondere concert.

Aardappels en tomaten – Tiny House Farm

Elke oogst is weer spannend. De tomaten worden langzaam rijp. We hebben de eerste gegeten. Of ze op de goede plek naast het huis groeien, weet ik niet. Er zitten veel vruchten aan, maar ze worden nog niet zo snel rood. En dan de aardappels!

Maris piper oogsten

Een eindje van de tomaat, groeit die andere nachtschade: de aardappels voor de patat. Het zijn Maris Piper aardappels. Als eerste zijn ze de grond in gegaan. Maar ze doen het niet zo goed op het plekje. De planten komen moeilijk omhoog. Na de bloei, worden de planten geel. Tijd voor de oogst.

Op patatdag heb ik ze gerooid. Het levert een beetje een teleurstellende oogst op. Voornamelijk kleine aardappels, een enkele grotere. We hebben daarom maar alle planten eruit gehaald en meteen de patat klaargemaakt.

Schoonschrobben

Blijft apart om aardappels te rooien. Je steekt de riek in de bodem en haalt dan van die gele knollen omhoog. Dunne schillen en als je ze meteen verwerkt, hoef je ze niet te schillen. Wel schoonmaken en dat kan best veel werk zijn. Nu zijn alle aardappels goed schoongeschrobt en van aarde ontdaan.

Als je dan je eigen oogst opeet, is het best genieten. We eten normaal het ras Grote muizen voor de patat. Maris piper is een heel ander ras. Ook lekker, maar voor mij niet lekker genoeg om te blijven verbouwen. Ben heel benieuwd wat het bed met bintjes doet. Wie weet willen we daar volgend jaar verder mee. Maar die laten we nog even in de grond. Hopelijk levert dat wat extra oogst op.

Permacultuur – Tiny House Farm

We richten onze tuin in volgens de principes van permacultuur. Het is een denkwijze die zich vooral richt op een tuin waarin een natuurlijk evenwicht heerst. Bomen en planten vullen elkaar aan, versterken elkaar en helpen mee om ziektes te voorkomen.

Perfecte inleiding in Permacultuur

Het boek Permacultuur van Andrew Mikolajski biedt een perfecte inleiding in deze vorm van tuinieren. Al verschilt het sterk hoe iedereen omgaat met deze vorm van tuinieren. Het boek Een kleine eetbare tuin van Madelon Oostwoud bijvoorbeeld duikt veel verder in de praktijk en richt complete tuinen in. Zij hanteert het uitgangspunt dat je ook gewoon uit je tuin moet kunnen eten, terwijl je van het groen geniet. Het levert boeiende tuinen op waarbij elke plant een functie heeft.

Andrew Mikolajski benadert het onderwerp permacultuur op een andere manier. Het is een algemene inleiding in deze bijzondere vorm van tuinieren en behandelt permacultuur vanuit 9 verschillende regels. Alle onderwerpen komen voorbij: het indelen van je tuin in zones waarbij je goed kijkt naar de grond en het microklimaat. Daarbij legt Andrew Mikolajski uit hoe je bijvoorbeeld let op hoeveel zon er in bepaalde delen van je tuin van.

Schaduw van zon én regen

Ook heeft niet alleen de zon schaduw, maar ook regen. De kant waar de meeste regen valt en de plekken waar weinig water terechtkomt. Allemaal informatie waarmee je bij je tuin rekening moet houden. Andrew Mikolajski beschrijft het allemaal heel overzichtelijk en geeft daarbij handzame tips. Letten op hoe de wind valt, is hierbij essentieel.

Daarbij spelen onderwerpen als water en recycling eveneens een cruciale rol in je tuin. Hoe zorg je ervoor dat je planten genoeg water krijgen, maar dat je niet water verspilt. De regenton is een gebruikelijke tip die je krijgt, maar Andrew Mikolajski vult dit aan met veel handzame tips over het watergeven aan planten. Je hoeft eigenlijk alleen maar jonge planten water te geven en planten die het nodig hebben zoals tomaten en aardbeien.

Handzame tips

Daarbij geeft hij ook handzame tips hoe je bijvoorbeeld een goede haag kunt aanleggen en hoe je bepaalde wilde dieren in je tuin kunt krijgen. Daarnaast wijst hij op het houden van kippen en zelfs ook kalkoenen en geiten. De laatste soort associeer ik niet direct bij permacultuur, maar het kan zo bewijst Andrew Mikolajski. Als hij zou streven naar volledigheid zou hij in mijn ogen veel beter ook een pagina hebben kunnen wijden aan schapen. Het gebruik van wol in de permacultuurtuin licht hij juist uitvoerig toe, terwijl het houden van schapen helemaal buiten beschouwing blijft.

Het zelfmaken van compost en goed zorg dragen voor de grond komt vooral bij voor bij de regels 3, stoppen met omploegen, en 5, over recycling. Maar eigenlijk is composteren de basis van permacultuur. Het is in mijn ogen de basis van al het tuinieren en verbouwen van voedsel.

Composteren en mulchen

Goed zorg dragen voor de bodem is essentieel. Hierbij dien je organisch materiaal aan de bodem toe. Dit heet mulchen en hoort bij het tuinieren als zaad en water. Net als het kweken van je eigen compost. Iets dat met veel zorg moet gebeuren. In een filmpje over haar boek Een kleine eetbare tuin wijst Madelon Oostwoud op het belang van compost. Eigenlijk had ik mijn boek daarmee moeten beginnen. Het vormt letterlijk de bodem van het tuinieren.

Zeker, het boek Permacultuur van Andrew Mikolajski is niet een boek hoe je moet composteren, maar in mijn ogen had de schrijver hiermee mogen beginnen. Zonder compost ben je namelijk nergens. Als er iets dat ik leer in het eerste jaar tuinieren aan de Tiny House Farm, dan is dat wel dat tuinieren begint (en eindigt) met composteren. Wij krijgen het steeds beter onder de knie, maar ik merk in mijn tuin dat sommige planten bepaalde stoffen nog wel heel erg nodig hebben.

Algemene benadering

Het boek Permacultuur benadert het onderwerp erg algemeen en je leest in het boek dat het erg naar de algemene, internationale maatstaven is ingedeeld. Uitvoerig gaat Andrew Mikolajski in op bepaalde klimaattypes die voor de Nederlandse en Belgische markt helemaal niet interessant zijn.

In mijn ogen hadden die algemeenheden er wat meer uitgehaald mogen zijn om het boek nog meer te richten op de Nederlandstalige markt. Dat is namelijk zo ideaal aan het publiceren van een boek over dit onderwerp in het Nederlands, je kunt je veel meer toespitsen op de Nederlandse situatie.

Veel ideeën

Voor mij als iets verder gevorderde leek in permacultuur, is het boek vooral mooi voor de ideeën. Eigenlijk licht Andrew Mikolajski alles toe, zoals het gebruik van gildes bij fruitbomen die bepaalde ziektes kunnen voorkomen. Of het toepassen van verticale teelt en het gebruik van kassen om het seizoen in de tuin te verlengen. Of wat dacht je van het gebruik van potten om je oogst te vergroten. Net als tips voor het aanleggen van nestkasten voor vogels en de bouw van een insectenhotel.

Supervolledig is Andrew Mikolajski dus in zijn boek Permacultuur. Bruikbaar voor elke tuinierder. Je haalt er ook veel informatie uit als je bijvoorbeeld een traditionele moestuin hebt. De tips zijn vandaag al toepasbaar en het maakt je heel enthousiast om snel aan de slag te gaan met tuinieren. Om hierbij de filosofie en methode van permacultuur aan te hangen, pleit juist de het overzichtelijke boek van Andrew Mikolajski.

Andrew Mikolasjki: Permacultuur. Oorspronkelijke titel: Permaculture. Vertaald door: Renate Hagenouw/Vitataal. Antwerpen: Uitgeverij Manteau, 2019. ISBN: 978 90 2233 6410. 208 pagina’s. Prijs: € 27,50.

Bestel bij Bookaroo