Warm, warmer, warmst – Tiny House Farm

Iedereen zucht onder de golf van warmte die nu over ons land spoelt. Tegen temperaturen van 40 graden is weinig opgewassen. Vorig jaar rond deze tijd was hetzelfde het geval. Toen woonden we nog aan de Alkmaargracht. De hoge bomen voor het huis zorgden voor veel beschutting. Maar ook daar bereikten we beneden in de beschutte woonkamer temperaturen boven de 30 graden.

Nu wonen we in een houten huis. De eerste ervaringen vorig jaar met de warmte waren ook warm. De goede isolatie van het huis heeft als grote nadeel dat de warmte in de zomer ook moeilijk weg kan.

Weinig beschutting

De hoge ramen aan de achterkant geven weinig beschutting tegen de felle ochtendzon. Vanaf opkomst tot na het middaguur, schijnt hij hier het huis in. We hebben in het voorjaar achter de gordijnen extra zonwerende stof gehangen. Bij de deuren en een raam moet het nog. Dat zou nog wel kunnen schelen.

Dan is er het halfschuine, zwarte dak van bitumen. Hier schijnt de zon na de middag op. Je merkt dat dan in huis de temperatuur snel oploopt. En tot een uur of 21 is het onverstandig aan de voorkant een raam open te doen. Zodoende kunnen we pas na zonsondergang ramen en deuren openen. Gelukkig biedt de ventilator overdag een windje zodat het redelijk goed uit te houden is.

Verkoeling buiten

Buiten zitten is achter heerlijk vanaf een uur of 15. Dan kun je prima op het terras zitten. Als er een windje is – en die is hier echt altijd – dan verkoelt het heerlijk en hou je het goed uit. Met een goed boek is het dan een feest om buiten te zitten.

Het huis staat natuurlijk ook wel heel kaal in het landschap. Er is nog weinig begroeiing. Ik zie vooral voor de tuin een rol weggelegd om de verkoeling in de toekomst te gaan geven. Als er veel bomen staan, dan onttrekken die veel warmte. Bovendien zorgen ze voor schaduwrijke plekken in de achtertuin zodat je al eerder buiten kunt zitten. Groen geeft verkoeling.

Regenwater

Nu geef ik de planten ’s avonds flinke plonsen regenwater. Vooral de nieuwe aanplant voor de 2e ronde in de moestuin en de planten die het echt nodig hebben, zoals tomaat en aardbei. Verder ben ik best een beetje streng. Niet teveel verwennerij en heel goed kijken wanneer de fruitbomen een plons nodig hebben.

En verder hopen op veel regen dit weekend zodat de planten weer snel kunnen groeien en de regenton weer vol zit.

Eline

De titel roept onmiddellijk de associatie op met die beroemde roman van Louis Couperus: Eline Vere. En het grappige is dat de verteller van Michelle Vissers roman met dit gegeven ook in het verhaal speelt. Hoofdpersoon Eline Kant maakt namelijk kennis met de echtgenote van de schrijver die in Den Haag woont. Ze is op bezoek bij Véronique, een tante van een goede vriend.

Véroniques medebewoonster Jette komt binnen met een Haagse vriendin die zich voorstelt als Elisabeth.
‘En u, Eline is uw naam? Kijk eens aan,’ zegt Elisabeth. ‘Dan bent u ongetwijfeld een groot liefhebber.’
Eline kijkt verwonderd, waarop Véronique uitlegt dat Elisabeth de vrouw is van de schrijver Louis Couperus, die onder meer beroemd is vanwege zijn roman Eline Vere. Het echtpaar woont in de buurt, en is deel van de groep Indiëgangers die elkaar veelvuldig opzoekt. (325)

De verteller legt deze intertextuele relatie in het verhaal over een eerdere historische roman van Michelle Visser: Véronique. Deze roman speelt aan het eind van de 19e eeuw, in de tijd dat Louis Couperus’ roman verschijnt. De roman Eline is iets later, in de eerste wereldoorlog.

Academisch milieu

Eline en haar man Wieger Kant wonen in Leiden. Haar leven is in het academische milieu. Haar man is archeoloog aan de universiteit en ook haar roots liggen hier. Ze heeft weliswaar zelf niet gestudeerd, maar haar vader is een geroemd wetenschapper. Ze leidt met haar zoontje en dochtertje een betrekkelijk zorgeloos leventje. Ook al is het oorlog en is niet alles voorradig.

Haar leven verandert als haar man Wieger naar Drenthe gaat voor onderzoek naar een net ontdekt veenlijk. Het ligt daar en Wieger wil de vondst graag daar ter plekke onderzoeken. Als hij is vertrokken mist Eline haar man. Ze verkoopt een kostbaar familiejuweel, koopt een automobiel en rijdt met haar kinderen naar het Drentse platteland.

Het leven daar in dat kleine dorpje verschilt nogal van haar leventje in Leiden. In Leiden draait het om de tennisbaan en thee drinken bij vriendinnen. Hier ziet ze heel andere dingen. De dorpsbewoners zijn niet heel rijk en moeten veel moeite doen om te overleven. Bovendien zijn ze allemaal gelovig, iets waar Eline heel erg aan moet wennen. Je kunt daar niet zomaar de dominee tegenspreken, laat staan het bestaan van God ter discussie stellen.

Aanpassen in het dorp

Weet Wieger zich heel mooi aan te passen in het dorp, Eline heeft daar wat meer moeite mee. Ze ziet wel hoe het leven daar misschien wat armer is, ze merkt ook dat de dorpsbewoners minder gecompliceerd en veel eenvoudiger leven. Het eenvoudige leven biedt veel voordelen. Ze merkt het aan haar kinderen die al heel snel hun draai op het Drentse platteland vinden.

Op de achtergrond klinkt de Eerste Wereldoorlog. Voor Eline en Wieger in Nederland merken ze er niet van wat er bijvoorbeeld in Duitsland en Engeland ervaren wordt. Daar sneuvelen eindeloos veel jonge mannen en zijn vrouwen gedwongen in de fabriek te werken of het verkeer te regelen.

In de roman Eline klinken deze verhalen ook door. Uit de brieven van Wiegers tante in Bremen en Elines vriendin Rose in Londen, lees je het andere verhaal over de oorlog. Hoe mensen zich zorgen maken om hun echtgenoot, zoals bij Rose, of haar zoons, zoals tante Flora van Wieger. Zo komt het verhaal van de grote oorlog tot je als lezer.

Niks mee van de Grote oorlog

Is het in Leiden vooral te merken aan de schaarste, op het Drentse platteland krijg je bijna niks mee van de Grote oorlog. In Drenthe gaat het om heel andere dingen. Het gebrek aan medische zorg ondervindt Eline als haar goede vriendin in het kraambed sterft. Het kind ligt in een stuit waarbij de hulp van de arts uit Assen te laat komt.

Toch kan ze niet aarden in Drenthe; nadat ze vrijend met haar man in het open veld wordt aangetroffen, wordt ze vriendelijk doch zeer dringend verzocht om te vertrekken. Het doet haar verdriet, zeker ook omdat ze later hoort dat een meisje op de kermis ongewenst zwanger is geraakt. Zonder pardon doen haar ouders of ze haar niet kennen en sturen hun dochter zwanger weg. Terwijl ze nog maar een kind is.

Die hypocrisie doet Eline veel verdriet en maakt haar ook een beetje boos. Maar door een geluk ontmoet ze de jonge arts Lucas. Het is een oude bekende van Eline en als ze halsoverkop naar Wieger moet, reist hij met haar mee naar Drenthe. De dorpsbewoners zijn wel blij met de arts en vragen of hij wil blijven. Hij wil wel graag naar het dorp komen, maar dan wil hij dat Eline er dan ook mag zijn.

Politieke belangstelling

Een bijzondere tijd breekt aan. Lucas blijkt niet alleen een arts te zijn, hij heeft ook veel politieke belangstelling. Als tot overmaat van ramp de Spaanse griep uitbreekt, heeft hij er handen vol aan. Het is een heftig stuk uit de roman. Zo na de capitulatie van de Duitsers, slaat deze epidemie flink toe. Niet alleen in het buitenland, ook in Nederland en zelfs Drenthe weet de dans niet te ontspringen.

Hier legt de verteller een mooie relatie tussen Lucas die familie blijkt te zijn van Veronique. Ze krijgt later in de roman een klein rolletje als Eline haar bezoekt. En precies daar maakt ze kennis met de vrouw van Couperus. En niet alleen dat ook blijkt Veronique een felle voorvechtster van de vrouwenbeweging te kennen: Aletta Jacobs. Hier gaan de arbeidersbeweging en de voorvechters van vrouwenrechten soms hand in hand. Maar soms vechten ze voor tegenstrijdige belangen. Niet altijd handig, maar Eline is blij als ze eindelijk in 1922 mag kiezen voor de Tweede Kamer.

Met de roman Eline geeft schrijfster Michelle Visser een interessant tijdperk nieuwe literaire invulling. Het is een tijd die vaak aan de aandacht ontsnapt. Al is er wel veel meer aandacht voor de Eerste Wereldoorlog gekomen. Niet alleen wat de grote oorlog in buurlanden als België, Frankrijk en Duitsland heeft gedaan, maar ook wat het voor Nederland heeft betekend.

Slagveld

De enorme impact van de vele op het slagveld gesneuvelde mannen in Duitsland, Engeland en Frankrijk komt via de gesneuvelde neven van Wieger en de vermiste man van vriendin Rose in Engeland heel dichtbij. Als Rose haar man dan eindelijk weer ziet, is hij voor het leven getekend. Hij mag er dan wel zijn, maar haar oude man komt nooit meer terug.

Michelle Visser legt hier ook een mooi verband met de opkomst van de vrouwenbeweging. De beweging in Engeland krijgt aandacht via de brieven van vriendin Rose. Eline komt in contact met de beweging in Nederland via voorvechters als Aletta Jacobs. Maar Eline zet haar talent op een heel andere manier in.

Historische werkelijkheid

Eline is een mooi boek, waarin de historische werkelijkheid en het dramatische verhaal hand in hand gaan. Soms dreigt het een beetje in te zakken, maar gelukkig weet de verteller dan snel weer vaart in het verhaal te brengen. Zo komt alles voorbij: geluk, verdriet, voorspoed, liefde en zelfs erotiek krijgt een plekje in het verhaal.

Michelle Visser geeft de vrouw aan het begin van de vorige eeuw een stem in haar roman. Daarmee benadrukt ze dat de geschiedenis gedomineerd wordt door mannen, maar dat vrouwen een minstens even grote rol spelen. Ze doet dit in een mooie, meeslepende schrijfstijl. Dat maakt Eline tot een verhaal die indruk maakt. Het is het verhaal van de vrouw die niet zo snel voorbijkomt in de geschiedenisboekjes. Daarmee krijgt de vrouw met Eline een gezicht en een verhaal. Binnen alle conversies van de periode waarin het verhaal speelt.

Michelle Vissser: Eline, Historische roman. Amsterdam: Meulenhoff Boekerij, 2019. ISBN: 978 90 225 8587 0. 368 pagina’s. Prijs: € 19,99.
Bestel via Bookaroo

De eerste oogst – Tiny House Farm

Dan bereik je het punt dat je kunt oogsten uit de moestuin! We hebben de eerste rode bessen, frambozen (rode en oranje) en blauwe bessen van de planten gehaald. Daarnaast groeit de sla ontzettend goed. Daar hebben we al flink van gesneden.

We halen er een paar blaadjes af en dan groeit het vanzelf weer aan. Heerlijk. Het slaveld blijft zo in beweging met varianten van krulsla, rode bladsla en eikenbladsla. Wat weggaat, geeft weer nieuwe ruimte voor nieuw blad. Zo eet je door totdat je niet meer opkunt.

We hebben veel aardappels in de grond zitten. Als ik erover denk dan is dat wel genoeg voor een winter. De arme aardappelbroers op de markt. Ik kom er nu nog om de paar weken om een paar kilo piepers weg te halen. We jassen er hier aardig wat aardappels doorheen.

De kool blijft wat achter. De boerenkool en spruitjes schieten nog niet echt de grond uit. Ook is er veel vraat. Ze willen niet echt groeien. Ik hoop dat we er komende winter nog wat uit kunnen halen. Ook de rabarber wil niet echt. Van de 5 stonken die we afgelopen voorjaar de grond hebben gestopt zijn er 2 verdwenen en de andere 3 hebben er heel veel moeite mee.

Ik denk dat we hard moeten werken om de grond wat beter te krijgen voor de oogst. De akkerdistel doet het buitengewoon goed. Net als de melkdistel en andere soorten planten die hier flink aanwassen.

We kunnen al best leuk eten van de oogst en ik denk dat het andere jaren alleen maar meer wordt. Zeker als er ook andere dieren komen die mee kunnen helpen om het aantal muizen en slakken binnen de perken te houden. Ik zie daar namelijk nog steeds een flinke toename in komen. De permacultuur tuin biedt ook ruimte aan dieren die mee kunnen helpen om te voorkomen dat slakken en muizen een plaag worden.

Het meest bijzondere is om groenten uit je tuin te eten die je echt moet bereiden. Het eerste portie kroten dat we buiten in het zomerzonnetje eten. Wat smaakt dat geweldig. We proeven duidelijk de grond van Oosterwold. Heel aards smaakt het. Het zijn roodwitte kroten, eigenlijk wel roze, net als de kleur van ons huisje.

Als we een week later voor de 2e keer kroten eten, is de smaak alweer heel anders. Veel minder aarde, meer zoet. Een heerlijke, overtuigende smaak. Dat wordt een heerlijke zomer, want de tomaten groeien flink en het duurt niet lang meer voordat zij rood zijn. En wat dacht je van de jonge worteltjes. Heerlijk!

Hopelijk blijven we de muizen met hun eetgrage tandjes voor.

Aan de kroten

Heeft een kleiner huis nadelen? – Tiny House Farm

Wonen in een kleiner huis, heeft dat nadelen? We wonen bijna een jaar in ons kleinere roze huisje in Almere Oosterwold. Hoe bevalt het leven nu alles wat kleiner is? We wonen kleiner en hebben meer tuin om ons heen. Het is niet echt een tiny house, daarvoor is 62 m2 net een beetje te groot. Al leven we hier met ons drietjes en komt het op ruim 20 m2 per persoon.

Jinek besteedt in aandacht aan tiny houses. Het is allemaal niet zo positief als vaak geschetst wordt, beweert zij in 3 dingen die je moet weten voor je naar een tiny house verhuist. Ze citeert onderzoek van de BBC over het leven in een klein huis. Er kleven heel wat nadelen aan, staat daar. Jinek wijst er op 3. Je hebt in een klein huis geen voet aan de grond, stopt het vol met spullen en tiny houses zouden minder duurzaam zijn dan gedacht.

Voet aan de grond

Veel Tiny Houses staan op wielen. Ons huis is stevig gefundeerd op 11 heipalen. Ik kan mij voorstellen dat je in een echt tiny house het gevoel kan hebben, dat je niet met beide benen op de grond staat. Dat je letterlijk niet verankerd bent. De Nederlandse wetgeving staat permanente bewoning van kleine huisjes alleen toe als ze gefundeerd zijn. De meeste tiny houses staan op wielen, moeten daardoor vaak verplaatsen. Dat helpt niet mee om je wat beter verankerd te voelen.

Boekenkasten in de slaapkamer
In onze slaapkamer slapen we tussen de boeken. Heel romantisch!

Minder ruimte, minder spullen?

Het is inderdaad heel moeilijk om je huis niet vol te stouwen met spullen. We merken het zelf ook hoe onze samenleving is ingericht op het kopen van dingen. We proberen al een aantal jaar zo min mogelijk spullen te kopen. Ook druppelen er nog steeds boeken uit via mijn boekwinkeltje, maar het is heel verleidelijk om toch met iets thuis te komen. Streng blijven is dus de regel. En dat is niet makkelijk in een samenleving die promoot om vooral dingen te kopen en wat je niet zint, weg te gooien.

Kleiner huis minder duurzaam?

De keuze van ons houten huis, gebouwd volgens traditionele Zweedse huizenbouw, is vooral gemaakt vanwege de duurzaamheid. We hebben niet het idee in huis te wonen dat extreem slijt. Wel vraagt het materiaal hout om goed onderhoud. Dat betekent eens per 10 jaar een integrale schilderbeurt buitenom. Ook zal ons bitumen dak over een jaar of 25 vervangen moeten worden. Allemaal dingen waar we rekening mee houden. Van de buren krijg ik ook geen signalen over de vermeende gebrekkige duurzaamheid van dit soort huizen. Ik zal het in de gaten houden.

Spullen in ons kleine huisje
Boekenkasten en een harmonium. Ons kleine huisje bevat zeker spullen.

Heeft het echt geen nadelen? Wat mij op de Tiny House Farm wel opvalt, is dat veel bewoners moeite hebben om een klein huis te maken. De grenzen van het maximaal te bouwen oppervlak zoeken de meeste bewoners toch op. Hierbij duiken zelfs varianten op met het vergunningsvrije deel dat je mag gebruiken voor een serre of schuur en dat nu anders gebruikt wordt.

Zo is er bij ons een heel groot huis te vinden dat ver over het 1/8 deel gaat dat je mag bebouwen. Hoe hoog het BVO is, weet ik niet. Maar het grote rechthoekige blok hout dat er staat, dat is zeker niet tiny te noemen. En als er mensen hier komen om de Tiny House Farm te bekijken, moet ik bij dit huis altijd heel wat uitleggen.

Minder klein dan tiny

Ik noem het de natuurlijke neiging van mensen om de grens op te zoeken. Misschien speelt hebzucht ook een rol. Het is net als de neiging om veel spullen in huis te halen. Als je huis dan te vol wordt, moet je het snel opruimen. Iets waarbij je met een kleiner huis sneller aan wordt herinnerd dan wanneer je een gigantisch kasteel hebt. Voor mij heeft het kleiner wonen eigenlijk alleen maar voordelen.

Vlonder – Tiny House Farm

De entree van ons huis was nog niet helemaal een uitnodiging om te betreden. Er zit een behoorlijk hoogteverschil tussen de terp en de voordeur. Om dit te kunnen overwinnen hadden we een paar pallets gestapeld, maar dat zag er niet zo representatief uit. Bovendien levert het in tijden van regen veel modder in huis op.

Daarom ben ik flink in de weer geweest om de entree een wat voornamer uitstraling te geven. Bij de bouwmarkt waren laatst de vlonderplanken in de aanbieding en ik ben snel aan het rekenen gegaan.

Vlonder van pallets

Het idee: we gebruiken pallets als basis en timmeren daarover de vlonderplanken. Zo herbruiken we de afgedankte pallets waarop onderdelen van ons huis zijn vervoerd. Daarnaast is het eenvoudiger om een vlonder op pallets te bouwen. Dat scheelt weer veel (nadenk)werk.

Ik zette de pallets op stenen, zodat ze stevig op de grond staan. De vlonder staat los van het huis en is niet verankert. Bewust, zo heeft hij genoeg speling en kan hij eventueel wat zakken. Bij voldoende zakken kunnen we er weer een laag bovenop bouwen. Zo groeit de vlonder mee met het huis.

Vlonder in aanbouw van afgedankte pallets

Steun op stenen

Onder alle ‘knooppunten’ van de pallets liggen nu stenen die op het gruis van de oprit rusten. De opzet is om te zien hoe lang deze constructie het uithoudt, zodat we nog na kunnen denken over de toekomst. Maar wie weet blijft dit langer staan dan we denken. Mogelijk moeten we op een later moment nog wat aanpassingen doen. Dat kan, daarvoor is wat ik nu gemaakt heb heerlijk flexibel.

We hebben het bankje op de vlonder gezet. Vooral in de avond is het heerlijk om daar te zitten. Zo voor het huis turen we dan naar de zonsondergang. We horen de zanglijster en de merel uit het bos roepen. Er hangt nog een behaaglijke warmte en de wind heeft nauwelijks vat op je als je daar zit. De honden mogen vanuit de openstaande voordeur toekijken.

Lekker zitten

In het voorjaar kunnen we er straks ook heerlijk zitten, jas aan en een warme kop koffie bij de hand. Het voelt een stuk prettiger op het hout dan met je schoenen in het gruis van het puin. Ik moet de vlonder nog een beetje rondom afwerken en misschien komt er nog een hekje of zo. Dit is een stuk beter dan wat het was.

Ons huisje eindigt niet voor niks onder de regenboog…