Hopen op regen – Tiny House Farm

De regen blijft uit, terwijl we er zo op hopen. Het leven op de Vuursteenhof verschilt wezenlijk van ons oude leventje in het rijtjeshuis midden in de stad. De oude tuin was zo groot als ons huis nu. We hebben nu heel wat meer grond te bewerken.

Met al die grond en alle planten die we geplant hebben in de zeeklei, kijk je ook op een andere manier naar de natuur om je heen. Zo maken we ons al geruime tijd zorgen om de droogte. Elke avond sproeien uit de kraan gaat tegen onze principes. Leidingwater is namelijk veel te kostbaar. We willen zoveel mogelijk doen met het water uit de regenton, maar dat is met deze droogte wel binnen een week op.

Buienradar

Zodoende kijken we dagelijks meerdere keren naar buienradar. Met smart zien we daar hoe de buien wel heel vaak langs ons landje scheren, zonder ook maar een druppel vocht achter te laten. De droge grond zorgt ervoor dat de planten minder hard groeien dan we zouden willen.

Net als andere weersomstandigheden. De paar koude dagen enkele weken terug, zorgden ervoor dat sommige planten het niet hebben gered. Het leek er ook even op dat de pronkbonen het opgaven. De prachtige planten verschrompelden helemaal van de koude nachten. Gelukkig zien we ze weer herstellen. Er komen weer nieuwe bladeren en de pronkers lijken er alle 6 weer bovenop te komen.

Dicht bij de natuur

Zo leven we veel dichter bij de natuur en alle weersinvloeden. Het is een andere benadering, waarbij we eerder heel anders aankijken tegen de natuur. Zeker droog en nat verschillen niet met toen, alleen de invloed die het heeft op je tuin en de dingen om je heen, is nu veel sterker.

En we kijken snel nog even op buienradar, want een bui is van harte welkom.

Weer een teckel? – Sientje (71)

Als je teckeltje net overleden is, moet je er niet aan denken een andere in huis te halen. Het teckeltje dat er niet meer is, is onvervangbaar. Zo’n lieve hond als Sientje, vind je nooit meer. Toch begint het na een maand of 7 te kriebelen. We gaan eens kijken op internet en komen heel veel teckels tegen.

Eigenlijk zou ik een oudere teckel willen. We nemen geen jonge hond, zeg ik tegen Inge. Dat is zo’n gedoe en zoveel drukte. Zo’n klein hondje ziet er heel schattig en vertederend uit, maar het opvoeden en trainen van zo’n puppy… Ik moet er niet aan denken.

Dromen van een teckeltje

Leuk allemaal dat dromen van een teckel, maar eerst moeten we de stacaravan zien kwijt te raken, vindt Inge. We hebben hem vlak na de zomervakantie op internet geplaatst. Marktplaats is geen optie, daarvoor moeten we opeens een gigantisch bedrag betalen om hem alleen te plaatsen.

Zo staat hij daar op internet. Niemand kijkt. Niemand belt. Niemand mailt. Daarom ga ik in november een paar dagen in de caravan zitten. Ik heb een improvisatiecursus verderop in Bergentheim. Een stuk dichterbij om vanuit de camping te rijden dan elke dag heen en weer vanuit Almere.

Het vriest niet als ik aan het spelen ben. De kachel hoeft zelfs niet aan. Ik ruik de geuren van de muffe caravan en hoor ’s avonds de muizen over de vloer trippelen. Alles staat schots en scheef. Wie zou dit ding willen hebben?

Kijkers

Tot Inge de volgende middag opbelt. Er is een belangstellende die wel wil komen kijken. De volgende ochtend kan ik wel voordat de laatste cursusdag begint, de caravan laten zien. Zodoende komt het stel uit Zutphen om te kijken naar het gele monster.

Ze komen kijken en vooral zij is superenthousiast. Hij ziet er wel al het werk in. Hij is een stuk ouder dan zij en voelt zijn afgekeurde rug al pijn doen. Alles wat er nog moet gebeuren in deze afgeschreven caravan. Maar je kunt het rustig aan doen, zegt zij tegen hem. Zij ziet de barbecue al smeulen en ruikt het schroeiende vlees. Zo is de caravan even later verkocht. Ver onder de vraagprijs dat wel. Maar weg is weg.

Kijken naar teckeltjes

Als de deal helemaal rond is, gaan we wat serieuzer kijken naar teckeltjes op internet. Inge wil wel heel graag een jonge hond. ‘Als het dan verpest is, hebben we het zelf gedaan’, zegt ze er stellig bij. Ik twijfel. Een jonge hond betekent ook veel rompslomp. We hadden het met Sientje betrekkelijk eenvoudig gehad, maar een puppy in huis halen… Dat vraagt om wat meer dan alleen ‘nee’ zeggen. Het vraagt om een complete opvoeding.

We speuren langs allerlei sites. Wat een verschil met de tijd waarin we Sientje kochten. Het is een overdaad aan informatie. Veel fokkers zitten op internet en marktplaats stroomt over van de aanbiedingen. Maar we gaan beter onderzoek doen dan de vorige keer, besluiten we. Niet zomaar ergens heen en een hondje kopen, maar gedegen uitzoeken of de betreffende fokker een goede teckel aanbiedt.

Diepe basstem

We vinden een fokker. De vrouw spreekt met een diepe lage basstem. We kunnen wel pas na onze vakantie komen kijken. Misschien zijn ze dan al weg, vindt de vrouw. Ze gaat niet op ons wachten.

Nou, dan kijken we wel even verder. Inge voelt genoeg weerstand om zich er niet verder in te verdiepen. We neuzen verder en komen via marktplaats op allerlei sites van fokkers met puppies in de aanbieding. En een warme mand die gezocht wordt. Mijn oog valt op ruwhaar teckel Beppe. Een vier jaar oude hond waarvoor de fokker een warme mand zoekt. Dat wil ik wel. ‘Die wil ik’, zeg ik helemaal ontroerd.

Friese fokker

Inge kijkt verder op de website en ziet dat er ook puppies aangeboden werden. Ze is erg gecharmeerd van de gevlekte ruwhaar teckels. Het was een specialiteit van deze Friese fokker. Net als dat zij de rode teckels – ik noemde het blonde – op de kaart heeft gezet in Nederland. ‘Ze heeft ook rode teckels’, zegt Inge en ze laat een nestje zien.

Het is al na nieuwjaar als Inge haar opbelt. Ze vraagt of we in aanmerking kunnen komen voor Beppe. En dan meteen kijken naar een rode ruwhaar teckel. ‘Als jij een oude wilt, dan wil ik een jonge’, zegt Inge.

Lees de laatste aflevering van de Sientje blog: Kijken, kijken, kopen »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

[mc4wp_form id=”20905″]

Ventilator – Tiny House Farm

Het was me al eens opgevallen afgelopen winter. Bij het beklimmen van het trapje van de boekenkast, voelde de temperatuur bovenin de nok van ons huis beduidend warmer aan. Het scheelde zeker een paar graden.

Op een zondag stond de pelletkachel aan. En ik nam de proef op de som. Inderdaad. Mocht de temperatuur beneden in de kamer rond de 17 graden zijn; bovenin de nok was het zeker 21 graden.

Warme lucht stijgt

Warme lucht stijgt en daarmee kost het extra veel tijd om een behaaglijke temperatuur te krijgen. Het zou best schelen als je de warme lucht van boven naar beneden duwt.

Dat kan met een ventilator. We gingen er meteen naar op zoek. Bij het zoeken merkten dat een ventilator vooral een seizoensproduct is voor de zomer. Ook bij de winkels waar we een ventilator eens wilden bekijken waren ze niet. We lieten het maar even voor wat het was.

Tot Inge een week terug een aantrekkelijke aanbieding voorbij zag komen bij een online lampenwinkel. Zodoende arriveert een grote doos waarin het voorwerp zit. Veel piepschuim en een grote bol waaraan de bladen horen te hangen. Het is een doe-het-zelf-pakket.

Wentelwiek monteren

In het weekend gaan we lekker los met de montage. Ik haal de wolkenlamp van de Ikea weg en daarna is het monteren van de wentelwiek onder het plafond.

Inge begint met het vastschroeven van de 5 bladen. Elk blad zit met 3 schroefjes vast. Een heel gehannes met de schroevendraaier door het smalle gaatje. Gelukkig biedt plakgum uitkomst. Je zet het vast op de schroevendraaier en draait het schroefje zo vast.

Ondersteboven aan plafond

Ik hang ondersteboven aan het plafond. Wat een hoogte is het toch. Hij hangt 3 meter boven de vloer. De handleiding in het Engels is vrij duidelijk, maar je merkt dat het toch allemaal wat uitzoekwerk vraagt. Juiste snoertjes aansluiten en ook het hele blok voor de afstandbediening.

En dan hangt na een kleine anderhalf uur. De laatste aansluitingen en hij kan draaien. Wat een beweging zit erin. Hij hangt best stabiel en maakt weinig herrie. Hij draait in 3 standen. Bovendien kun je hem op zomerstand (met de klok mee) en winterstand (tegen de klok in) zetten.

Nodige verkoeling

In de zomer kan hij natuurlijk ook voor de nodige verkoeling zoeken. We hebben vorig jaar gemerkt dat het best warm in huis kan worden. De ventilator kan dan voor verkoeling zorgen. Of in elk geval voor een briesje. De zonwerende gordijnen die we binnenkort gaan ophangen, zullen de warmte voornamelijk moeten houden.

En dan zullen we mogelijk in de winter nog minder verstoken dan afgelopen jaar. De besparing op brandstof schijnt best groot te zijn. We zullen het zien.

Nu hoeft de ventilator nog niet aan voor de verkoeling. Het openzetten van de achterdeur en het raam voor is genoeg voor een heerlijk verkoelend briesje in huis.

Sterk verdunde Kees van Kooten – Leestip

Jaarlijks met de boekenweek is het weer een hoogtepunt: een selectie van fragmenten van Van Kooten en De Bie rondom het thema van de boekenweek. Het thema De moeder, de vrouw van de afgelopen boekenweek was natuurlijk prachtig voer voor anderhalf uur plezier. Wat een keuze weer uit de enorme hoeveelheid sketches die van Kees van Kooten en Wim de Bie samen gemaakt hebben. Nationale televisiegeschiedenis en dat in de boekenweek!

Televisiehelden

Beide televisiehelden zijn ook begenadigd schrijvers. In hun laatste televisiejaren ontdekte ik ook de luchtige stukjes van Kees van Kooten. Het zijn verhalen van een veertiger van wie de vrouw gek is op Woody Allen en van wie zijn dochter borstjes krijgt die de hele wereld mag zien, behalve hij als vader.

Of wat van de man van middelbare leeftijd die een racefiets koopt met kilometerteller. Als het batterijtje dan plotseling leeg is, vraagt hij zijn fietsenmaker hoe dat nu opgelost moet worden: er stond 150 kilometer op de teller! Ach, zegt de fietsenmaker. Geef maar mee. Ik fiets een paar keer per week. Over een weekje heb ik dat er wel bijgefietst.

Dundruk met blote borsten

Prachtige korte, snelle bijdrages die allemaal iets humoristisch in zich hebben. De bloemlezing Sterk verdund is een boekje in dundruk. Vandaar de titel. En niet alleen dundruk, het is ook nog eens extra smal waardoor het heel handzaam is.

Het is een feest om te lezen, waarbij ik veel verhalen zeker nog herken. Wat te denken van de vader die de net ontwikkelde vakantiefoto’s van zijn dochter bekijkt om haar topless te kunnen zien: de gedachte alleen al dat er 700 mannen kunnen koekeloeren naar de borsten die haar vader nog nooit te zien heeft gekregen.

Hij legt de 3 foto’s van zijn dochter met haar blote borsten uit het envelopje:

Hij stak een sigaret op en bekeek op zijn gemak zijn oudste dochter.
Zij had de mooiste borsten die hij nooit gezien had.
Toen kwam zij binnen. (59)

Dichtgeplakt

Een heerlijk verhaal, waar niet veel verbeeldingskracht nodig is. Ik kan overigens net zo hard lachen als Kees van Kooten een verhandeling geeft over plakband dat overal op wil plakken, behalve op het object dat je vast wil plakken. En als het dan per ongeluk dichtplakt aan de rol. Hoe krijg je dat los?

Sommige mensen, vooral oud-Indiëgasten, schijnen desondanks te kunnen voelen waar het rolletje plakband zich nu ophoudt. U niet. U gaat kijken waar u wezen moet en probeert dwars door de doorschijnende rol heen het andere uiteinde te pakken en te pulken, wat in werkelijkheid nog kilometers verwijderd is. Ik ken gekken die aldus, drie, zeven dagen vruchteloos op hun hotelkamer bleven zitten peuteren. (270)

Ik kan het bij zo’n passage niet meer houden en proest het uit van het lachen. De herkenning, de ergernis. Het verandert in leedvermaak. Ja, haha. Ja, dat is – hihi- verschrikkelijk. Ik ken het en weet precies hoe dat gaat.

Niet alleen lachen

Overigens is Sterk verdund niet alleen om te lachen. Het is eveneens een stuk cultuurgeschiedenis van Nederland tussen 1969 en 2013. Waarbij Van Kooten gerust ook nog herinneringen ophaalt aan de jaren 1950. Soms wel heel sterk gekleurd. In romantische beelden waarbij het sepia van de herinnering alle scherpe lijnen heeft vervaagd.

Niet erg, hoog gehalte van opa verteld, maar soms weet hij wel heel treffend de bedreiging te verwoorden. Als hij bijvoorbeeld in de tram wil uitstappen met zijn kleinkind. 3 mannen staan voor de dubbele deuren en willen hem eigenlijk niet doorlaten. Zelfs voor zijn kleinzoon maken ze geen uitzondering:

Roman draait zich om en probeert zijn hoofd te begraven in mijn schouder. ‘Niet leuk, niet leuk’, fluistert hij. Geen van de drie mannen heeft een teken van vertedering gegeven. (99)

Dat ze mogelijk denken dat Van Kooten de vader van zijn kleinzoon is, neemt het ongemakkelijke gevoel niet weg. Het illustreert best een beetje deze tijd waarbij je je soms best bedreigd kunt voelen. Mede aangevoerd door alle verhalen die er op je afkomen via alle (social) media. Een prachtige illustratie van de tijd waarin we leven.

Vertedering

De vertedering is ook prachtig verwoord in het verhaal van de hond ‘Willem’. Willem is een meisje, bij de familie gebracht als in een Carmiggelt-verhaal. Het beest, een kruising met iets van een herder erin, is werkelijk heel trouw. Willem zwemt op een verjaardag kilometers om als opa bij het wandelen een tak in het kanaal gooit. Van Kooten is vergeten te vertellen dat de kade zo hoog beschoeid is dat Willem er niet uit kan. Willem zwemt om, want ze weet nog een opening, veel verderop.

Hij kreeg mijn schoonvaders gebakje en heette nog de hele verder dag ‘Knappe Willem’. (105)

Het is het levensverhaal, dus je weet hoe het afloopt.

‘No sentimentalities’, waarschuwt mijn vrouw. (112)

Natuurlijk wordt het sentimenteel. Dat snap je wel. Terwijl zijn zoon zijn aardrijkskunde probeert te leren en die Rotrijn maar niet in zijn hoofd krijgt. Waarom mag hij gewoon niet leren hoe het kanaal bij hem in de buurt heet:

‘Dat zou ik nóóit vergeten, het Noord-Hollands Kanaal, want dan denk ik als ze dat vragen gewoon aan hoe Willem daar altijd insprong.’ (114)

Alle thema’s

Een boek dat over het gezinsleven gaat en alle levensthema’s behandelt. Van verliefd worden en geboorte, tot en met de dood. Vertelt hoe het is om ouder te worden, terug te denken aan vroeger en om te gaan met alles van deze tijd. Daarmee is Sterk verdund een krachtig boek boordevol met verhalen van Kees van Kooten.

Kees van Kooten: Sterk verdund. Amsterdam: Uitgeverij van Oorschot, 2018. Serie: Gedundrukt. ISBN: 978 90 282 8224 7. 288 pagina’s. Prijs: € 26,50.
Bestel.

Vergeelde herinnering – Sientje (70)

Overal waar je opnieuw kwam zonder Sien, miste ik haar. De aanslag van de hondenbelasting was voldoende om aan haar te denken. Na een paar weken gingen we weer eens naar de stacaravan in Delden. Het rook er niet alleen ontzettend muf. De hondenmand en de bench stonden duidelijk in het zicht. De kleedjes roken naar Sientje.

Als we bij mijn ouders op bezoek gingen en de klok het hele en halve uur sloeg, schrokken we overeind. Het bleef echter stil. Al hadden we Sientje al een tijdje niet mer meegenomen, we dachten toch eventjes aan haar. Maar het meeste toch bij de caravan. Sientje was onlosmakelijk verbonden met Twente, met de stacaravan op Westerholt. Nu was ze er niet. De caravan leek alles te laten zien wat er niet meer was.

De caravan maakte me onrustig. Er viel in elk hoekje en elk gaatje wel iets te doen. De vloeren kraakten, hij stond schots en scheef en de kranen lekten. Ik miste de rust, het geduld en de handigheid om dit karwei aan te gaan pakken. In plaats daarvan wilde ik lekker zitten en lezen. De reizen van Jules Verne, een fietstrip van Ilja Leonard Pfeiffer. Alles beter dan mijn eigen caravan op te klussen.

Op het veldje veranderde de werkelijkheid ook. Naast onze caravan had de campinghouder een nieuwe caravan geplaatst. Ik vroeg mij af hoe hij op dat smalle strookje een nieuwe caravan kon neerzetten. Aan het begin van het veld vertrok het vriendinnetje van Doris. Haar ouders gingen plotsklaps uit elkaar.

Ik voelde mij hoe langer een vreemde snuiter op ons veldje en wilde niet meer op de camping. Het herinnerde aan teveel dat niet meer was en voelde te weinig meer het vertrouwde plekje van weleer. Ik had ander werk gekregen, hoefde niet meer zoveel te reizen als eerst, maar ik was uitgekeken in Delden. De regen in de laatste week stuurde ons een paar dagen eerder dan gepland naar huis. Wat was ik gelukkig toen ik thuiskwam. Ik voelde mij gelijk een stuk beter.

We gingen er eens goed voor zitten, probeerden een rekensom te maken. Wat moest er allemaal gebeuren en woog dit allemaal nog op tegen wat het opleverde? Er was een grote opknapbeurt nodig en het geld dat daarvoor nodig was, hadden we niet.

En om er zelf aan te beginnen was voor mij even helemaal geen optie. Dat nooit. Had ik in het voorjaar nog de coniferen gesnoeid, in het najaar zat er weer een flinke laag aan. Thuis had ik geen zin in dit soort karweitjes en op de camping moest ik dat ook nog eens doen. Extra, boven al het werk thuis in Almere. Ik baalde ervan.

De energie was op en de motivatie om naar Delden te gaan werd hoe langer hoe kleiner. Misschien moesten we de boel maar eens opgeven en verkopen. De leegte van een leven zonder Sientje kwam op de camping nog meer op ons af dan thuis. We merkten dat ons plezier op dit plekje verdwenen was.

De nota voor het nieuwe jaar viel op de deurmat. Wat gingen we doen? Misschien moesten we hem maar op marktplaats zetten. Bij het plaatsen van de advertentie, viel op dat er ineens vijfentwintig euro moest worden betaald om hem neer te mogen zetten. Dat nooit. Inge speurde verder en zette hem ergens anders. Tegen elk aannemelijk bod, wat de gek ervoor geeft. Ik had er niet veel verwachtingen van. Maar wie weet…

Lees het vervolg: Weer een teckel »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

[mc4wp_form id=”20905″]

Moestuinieren en geduld – Tiny House Farm

De schrijver en bioloog Maarten ’t Hart houdt ook van moestuinieren. Hij schreef er wekelijks een column over op de achterpagina van NRC Handelsblad. Deze bijdragen zijn gebundeld in De groene over macht met als ondertitel: Tuinieren op de zware zeeklei. De bundel was in 2005 het nieuwjaarsgeschenk van uitgeverij De Arbeiderspers. Met illustraties van Peter Vos. Later is er een handelseditie van verschenen.

Boek Maartens moestuin
Moestuinieren in de zware zeeklei van Maarten ’t Hart

Maartens moestuin

Het boekje leverde zelfs een televisieserie op van de VPRO: Maartens moestuin. Overigens schijnt de romancier na een val van zijn e-bike niet meer te lukken. Ook tuinieren vergt veel kracht en als je arm niet meer wil, lukt het niet.

Beginnende amandel
Amandel die begint te groeien

Aan de boektitel met de zware zeeklei erin moet ik vaak denken. Het is niet makkelijk werken in de zeeklei. Dat leer ik wel in het kleine jaar dat we hier in de achtertuin ploeteren. Grote en zware klompen klei. In de herfst en winter als de grond vochtig is, bijna niet door te komen. In het voorjaar en de zomer kom je er niet door vanwege de droogte.

Pronkbonen lijden onder koude nachten
De koude nachten zijn funest voor de pronkbonen

Uitzetten eerste planten

We zijn dapper al een maandje terug begonnen met uitzetten van de eerste planten. De tomaten zitten al een enkele weken helemaal in de volle grond. Dat ging prima met de warme dagen. Nu er een paar koude nachten zijn geweest, is het zwaar. Net als de pronkbomen. Ze groeiden zo hard binnen dat we ze naar buiten hebben gedaan. De koude nachten doen ze de das om. Het is treurig om te zien hoe de planten dood gaan.

Jonge Black Prince tomatenplant
Jonge Black Prince tomatenplant.

Te snel en te haastig, vermoed ik. Je wordt ook wel ongeduldig als het zulk mooi weer is. Als het dan een periode wat kouder is, hebben de planten het zwaar. Ik ben heel benieuwd wat het allemaal gaat redden. Dan sta ik er toch weer versteld van dat die ene tomaat met het label Black Prince die is opgekomen, toch heel aardig begint te groeien.

jonge artisjok
Jonge artisjok

Artisjokken

Of wat dacht je van de artisjokken. Zelfs het plantje dat we opgegeven hadden, krijgt toch weer leven. Hoezo trage groente? Er komen hier prachtige dingen uit de aarde. Net als de machtige amandel. De vruchten hoor je bijna groeien. Wat een joekels worden dat. Ik kan niet wachten tot de oogst kan beginnen.

En ook dat zullen we met veel geduld moeten afwachten. Want als ik iets leer met de moestuin is dat je geduld moet hebben.

Leven met de raven – Leestip

In mijn vorige huis leefde ik samen met de kauwtjes in de dakgoot. Ik hoorde ze flirten, vrijen en de jongen verzorgen. Het zijn heel intelligente dieren. Net als kraaien en raven. Bij de Tower of London leeft een groep raven. Het verhaal gaat dat wanneer de laatste raaf bij de Tower of London verdwijnt, het koninkrijk Engeland uit elkaar zal vallen. Daarom is het een traditie dat de raven bij de beroemdste gevangenis van Engeland heel goed worden verzorgd.

De ravenmeester

Het verzorgen van de raven is de taak van de ravenmeester, een taak overigens die pas 1968 bestaat. Daarmee is de schrijver van het boek De ravenmeester, Christopher Skaife de 4e ravenmeester. Toch zegt de traditie dat er al veel langer raven op de Tower leven, mogelijk zelfs al voor de komst van het gebouwencomplex in 1078 zouden de zwarte vogels al op en rond de gebouwen verblijven.

Skaife De Ravenmeester

In zijn boek ontmaskert Christopher Skaife wel een aantal beweringen die er gedaan worden over deze vogels in de Tower. Het is niet zo zwart-wit als de vele verhalen en mythen rond de Tower en de bijbehorende raven willen doen geloven. Toch is dat niet het enige dat de schrijver en ravenmeester weet op te roepen. Zijn boek is een eerbetoon aan de Tower, de raven en vooral aan de vele bezoekers en bewoners van dit bijzondere gebouwencomplex aan de Thames.

Overleven

Want de Tower heeft heel wat overleefd. Zo is het het enige gebouw dat overeind is gebleven na de grote stadsbrand van 1666. Ook de wereldoorlogen en stadsvernieuwingsdriften heeft het doorstaan. Net als de raven, al kan Christopher Skaife pas bewijzen dat er raven in de Tower woonden, vanaf de 19e eeuw. Vrijwel zeker is dat de dieren een groot deel van de bestaanstijd van de Tower hier ook rondzwerven.

Bewonderenswaardig is de prachtige en liefdevolle beschrijvingen die ravenmeester Christopher Skaife in zijn boek geeft. Hij laat de lezer meekijken met deze bijzondere dieren. Zo beschrijft hij de huidige bewoners van de Tower. Zo lezend in het boek, ontdek je dat raven bijna net zo karaktervol en onderscheidend in wezen zijn, als mensen. Zeker als je zo intensief met deze dieren optrekt als de ravenmeester.

Saai overzicht

Soms is de ravenmeester geneigd om heel saai een overzicht van iets te geven. Zoals de regels voor de raven of de taken en verantwoordelijkheden van de ravenmeester. Het zijn een beetje betuttelende lijstjes, maar Christopher Skaife weet ze heel snel los te laten om mooie en indrukwekkende verhalen te vertellen. Over de raven, het gevecht met de andere bewoners van de Tower: de vos; en ook hoe het is om in dit monument te mogen wonen. Compleet met geestverschijningen en andere geheimzinnigheden die verbonden zijn met dit bijzondere gebouwencomplex.

Lijst met raven van de Tower of London

De vogels weten het hun meester soms heel lastig te maken. In het hoofdstuk ‘De grote ontsnapping’ vertelt Christopher Skaife hoe Munin verdwijnt. Het dier is bijzonder gewiekst en weet hoe het ravenvrouwtje hem weet te bespelen. Ze ontsnapt. Het houdt hem flink uit de slaap. Zeker, hij weet dat het koninkrijk niet direct aan rampspoed wordt blootgesteld, maar wel dat het dier terecht zal moeten komen.

Roekeloze actie

Het brengt hem zelfs tot een roekeloze actie: het beklimmen van de koepel op de toren. Niet zp handig, ontdekt Christopeher Skaife als hij er bovenop staat te wankelen; het domste wat hij ooit gedaan heeft in zijn leven.

Vol schaamte daalde ik de Tower af. Munin was me niet alleen te slim af geweest, maar was er ook weer vandoor gegaan.
Ze was de Tower ontvlucht. Ik moest proberen haar terug te krijgen, want dat was mijn werk. (80)

Zo gaat hij op jacht naar de vogel. Elke melding die hij krijgt neemt hij serieus. Zo reist hij ook af naar Greenwich als hij hoort dat daar een raaf rondvliegt die verdacht veel op Munin lijkt. De knarsende raaf stoort de bezoekers in het park en Christopher Skaife ziet hem ook, maar krijgt het dier niet te pakken. Nota bene een voorbijganger weet het dier te pakken te krijgen met hulp van een tas, een deken, een paar dikke tuinhandschoenen en enkele kippenbotjes.

Het koninkrijk gered.

David Attenborough

Ik ken de raven de documentairemaker David Attenborough die in een uitzending over intelligentie bij dieren, over de bijzondere gewoontes van raven vertelt. Aan de hand van de vogels bij de Tower weet hij veel interessants te vertellen over deze dieren. Ook Christopher Skaife vertelt over deze opnames. Hij geeft een kijkje achter de schermen, namelijk dat ze helemaal niet zo bereidwillig waren als de opnames doen geloven. Vandaar dat hij zo duidelijk in beeld is.

Daarnaast schrijft Christopher Skaife over hoe de raaf ingebed is in de Britse cultuur. Een schrijver als Dickens heeft zeker raven gehouden, zoals de raaf Grip. Dickens schrijft heel overtuigend over deze vogels in zijn romans. Of wat te denken van de symboliek van de dood, die aan de raaf kleeft. Volgens Christopher Skaife is dit niet louter negatief en beangstigend. De dieren symboliseren ook het stijgen naar de hemel.

Het leven van de ravenmeester

De ravenmeester, Mijn leven met de raven van de Tower of London geeft daarmee een prachtig inkijkje in het leven van de ravenmeester, samen met deze bijzondere vogel. Christopher Skaife spreekt net grote liefde over deze zwarte vogels. Hij weet daarbij de geschiedenis van de Tower en het koninkrijk heel mooi in te verweven. Daarmee is dit boek heerlijk om te lezen. Gewoon om eens wat meer te weten te komen over de Engelsen, al hun eigenaardigheden en hun grote liefde voor de raaf.

Christopher Skaife: De ravenmeester, Mijn leven met de raven van de Tower of London. Oorspronkelijke titel: The ravenmaster, My life with the ravens at the tower of London. Vertaald uit het Engels door Margreet de Boer. Houten: Spectrum, 2018. ISBN: 978 90 00 36388 9. Prijs: € 22,50. 204 pagina’s. Bestel.

Plukjes haar – Sientje (69)

Hoe lang is je hondje er nog, ook al is ze er niet meer? Door het hele huis zwierven nog de haren. Herkenbaar aan de donkere kleur van onderen en het lichte puntje bovenin. Ze waren slap, verborgen zich in stofnesten.

Ik vroeg me af waarom we niet een plukje haar hadden bewaard. Zoals we hadden gedaan met het plukje van het eerste babyhaar van Doris. We hadden het haar veilig opgeborgen in een klein potje.

Mijn schoonmoeder vond dat maar niks. Een pluk haar bewaarde je niet. De pluk babyhaar is er niet meer. Dat zachte haar. Daarom vermoedden we ook dat mijn schoonmoeder het haar had weggegooid. Ze vond het luguber. Zo’n pluk haar roept alleen maar het ongeluk over je kunt af.

Haarlokken

Ze snapte al die kunstwerken met haarlokken niet. In de achttiende en negentiende eeuw bewaarden mensen de haarlokken van overledenen. Vaak verfijnd verwerkt in kunstwerken. Verborgen achter glas werd de lok haar van de geliefde opgehangen. Mijn schoonmoeder vond het niks.

Na haar dood zochten we ons rot op zoek naar die pluk haar. Totdat we ze tegenkwamen in het envelopje in een herinneringsalbum. Uit angst dat mijn schoonmoeder het haar zou weggooien, hebben we het daar opgeborgen.

De haren van Sientje waren niet verwerkt in de kunstwerk. Dat vonden we te gortig. Het is wel een dier. Daarom lieten we Sientje ook achter op de behandeltafel van de dierenarts. Ze zou tegen de avond worden opgehaald. Een gespecialiseerd bedrijf waarvan de vrachtwagens als anonieme transporteurs over de weg razen. Niemand hoeft te weten dat in die grote vrachtwagen misschien wel een paar honderd overleden honden en katten, konijnen en cavia’s, misschien een verdwaalde parkiet, worden vervoerd.

Overal haren vinden

In de maanden en zelfs jaren na Sientjes dood, vond ik nog haren. Niet met grote plukken, maar gewoon ergens een losse haar. In een pluk stof onder het bed. In een hoek van mijn studeerkamer. Of hij bleef aan mijn wijsvinger plakken als ik ergens over een richeltje schoof. Net als haar geur, in alle kleedjes, zelfs in de bank, hing hij. Een muffig luchtje. Een luchtje dat ergens tussen pies en natte hond zweefde. Als het warm en benauwd was of de verwarming weer ging aan, dan rook je het weer.

Het kleed in de kamer met de 45 vakjes in verschillende kleuren is misschien wel de grootste herinnering. Al de vlekken die Sientje daarin achtergelaten heeft. Van de omgegooide bekers met limonade en yoki drink. Ze liggen daar de donkere vlekken op de lichtere vlakken. Om er nooit meer uit te gaan. Net als de gedroogde piesvlekken waar Sientje het heeft laten gaan.

Kleed

Zo lang het kleed er is zullen ze duidelijk zichtbaar blijven. Misschien dat het zonlicht de felheid wat vervaagd. Maar de tijd zal die zwarte vlekken nooit uit het kleed krijgen. Uiteindelijk hebben we het kleed vervangen. Te vies om te bewaren.

Net als het teckelkleedje in de hondenmand. Sientje heeft het heelgelaten. Het vormt een aandenken uit die tijd, die ongetwijfeld door een volgende teckel zal worden aangevreten. Want herinneringen in materialen, verdwijnen altijd. Is het niet een schoonmoeder die het weggooit, dan is het wel de slijtage die de voorwerpen verwoest.

Lees het vervolg: Vergeelde herinnering »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

[mc4wp_form id=”20905″]

Zweedse pellets – Tiny House Farm

De keuze voor de verwarming van ons huisje viel op een pelletkachel. We verwachtten dat het wel genoeg zou zijn om ons goed geïsoleerde houten huis warm te houden op koude en gure winterdagen. Er zijn enkele nadelen aan een pelletkachel. Het stoken op hout, geeft een bepaalde mate van fijnstofuitstoot.

Fijnstof

Al ligt de hoeveelheid fijnstofuitstoot bij het stoken van een pelletkachel een stuk lager dan bij een houtkachel. Wanneer je een houtkachel een avondje opstookt, dan komt er ongeveer evenveel fijnstof vrij als dat je de hele week alle dagen stookt met de pelletkachel.

Het andere nadeel is de opslag van de pellets. Ze worden geleverd in losse zakken; je kunt ook kiezen voor een bulkzak, maar dat is met onze hoeveelheden niet praktisch. Wij hebben afgelopen winter gestookt met zakken van 15 kilo. De hoeveelheid wat we hebben verstookt, is erg meegevallen. Bij een koude week gaan er ongeveer 2 zaken doorheen, maar in de warmere periodes doen we zeker een week met 15 kilo pellets.

Minimum temperatuur

Dat komt ook omdat we niet hard stoken. We hebben ons getraind in een temperatuur van ongeveer 16 graden in huis. Dat is voor ons wel het absolute minimum. Daarmee hebben we afgelopen stookperiode ongeveer 20 pelletzakken van 15 kilo per stuk verstookt. Dat komt op ongeveer 300 kilo pellets, wat overeenkomt met een energiewaarde van 1.524 KwH. Dat is relatief weinig als je beseft dat velen in een seizoen zeker 1.000 kilo verstoken, ruim 5.000 KwH.

Aan het begin van het stookseizoen kreeg ik het aanbod om Zweedse pellets te gaan proberen. De pellets zijn komen uit Zweden, zijn nog meer geperst en bevatten daarnaast verschillende soorten hout. Het wisselt hardhout en zachter hout af, waardoor het wat langer brandt. Alleen naaldhout verbrandt vrij snel en zorgt voor relatief veel as.

Benieuwd naar Zweedse pellets

Ik was wel nieuwsgierig naar Zweedse pellets en zou het mogen gaan proberen. Ik vroeg om even te wachten omdat het schuurtje er nog niet stond, maar toen ik eenmaal zover was, gebeurde er in Zweden een ramp. De fabriek die de pellets produceert, brandde af. Hierdoor lag de hele levering van de pellets stil.

Onlangs bracht de enthousiaste importeur een levering pellets. Hij mocht meteen even een kijkje nemen in ons huis. Hij was razendenthousiast over ons huisje, net als over het project Bolderburen waar hij op weg naar ons, langsreed. Met net zoveel enthousiasme vertelde hij over zijn liefde voor Zweden en hoe hij op de pellets gekomen is.

5,4 KwH per kilo pellets

Hij heeft veel productkennis. De pellets zijn verpakt in zakken van 16 kilo en het hout is wat dichter op elkaar geperst. De energiewaarde per kilo neemt hierdoor iets toe en ligt op 5,4 KwH per kg. Ook is de verbranding schoner, waardoor de hoeveelheid as afneemt in onze kachel. Ik hoop ook dat we het ruitje wat minder vaak hoeven schoon te maken.

Ik ben erg benieuwd naar onze ervaringen. Maar dat zal nog even duren. De warme dagen komen weer. In maart hebben we de kachel amper aan gehad. Ik denk dat we volgende maand zelfs de stekker wel helemaal uit de kachel gaan halen. Dat bespaart nog meer energie, want de stekker in de kachel zorgt ook voor flink was slurpstroom.

De stijl van de schrijver – Leestip

Schrijvers en kleren. Ze hebben een bijzondere relatie. Krijgt de taal een geheel eigen stijl bij schrijvers, ze laten in hun kledingkeus vaak ook een heel eigen stijl zien. In het boekje De stijl van de schrijver, Schrijvers & hun kleding legt Arno Kantelberg op een mooie manier de relatie tussen de schrijver en wat hij draagt.

Het levert een trits biografieën op die zeker de moeite van het lezen waard zijn. 30 schrijvers komen voorbij in hun eigenaardige kleding. Sommige op hun paasbest in pak (Wilfried de Jong), met pijp (Harry Mulisch), los flodderpak en zwierige lokken (Arnon Grunberg) of met moeilijk haar (Albert Verwey).

Stijljournalist Arno Kantelberg benadert de schrijvers en hun kledij zonder genade. Zo vindt hij de kledingkeuze van Kluun op de rode loper bij een filmpremière:

‘Trek daarom nooit een zeiljack aan naar een première (trek eigenlijk maar helemaal nooit een zeiljack aan).’ (90).

Een advies dat Kluun compleet tegen de wind in gaat. Hij staat er met een zeiljack waaronder een glanzende smoking schuilt. Het ontbreekt Kluun in zijn kleding aan gelaagdheid. Een grote overeenkomst met zijn literaire werk, constateert Arno Kantelberg.

Erg grappig, al laat hij helemaal aan het einde een klein twinkelslag open. De laatste roman van Kluun, DJ is een zorgvuldig gecomponeerde roman genoemd. Voor de schrijver is dus nog hoop. Hoeveel hoop, dat is niet uit zijn kleding af te lezen.

In al dit kledinggeweld is niet te ontkomen aan de dandy van de Nederlandse literatuur: Louis Couperus. Ook komt Maarten ’t Hart voorbij. Deze schrijver die als zuinigste auteur wel te boek staat, geeft graag veel geld uit aan vrouwenkleding. Kleren waarin hij zich graag hult, maar dan niet in de goedkope kledij van de kringloop. Maartje ’t Hart draagt heuse siliconenprotheses voor 400 gulden per stuk. Of de haute couture van Frans Moolenaar. Niet bepaald goedkoop.

Ogenschijnlijk simpele kledij, zoals het pak van Gerrit Kouwenaar of de regenjas van Simon Carmiggelt, blijkt meer modebewustzijn in zich te hebben dan je verwacht.

Op de foto van hiernaast zien we de ‘opgetuigde driemaster, met z’n regenjas open’, die uitgever Theo Sontrop regelmatig over de grachten van Amsterdam zag flaneren. (122)

De keuze voor de Macintosh past helemaal bij de schrijver en uitvinder van de cursiefjes. Een minimalistische regenjas voor de man die zich klein hield. Daarbij was hij een broeder van de natte gemeente, met daarbij een prachtig citaat:

‘Als ik een glas wijn drink, word ik een ander mens,’ wist hij. ‘En die ander heeft altijd geweldige dorst.’ (121)

Het zijn die anekdotes die een heuse jus vormen in dit geweldige boekje van Arno Kantelberg. Hij plaatst eens op een heel andere manier schrijvers in het daglicht. Hun kledingkeuze is vaker dan je denkt onlosmakelijk verbonden met de persoon maar ook met de schrijfstijl.

Bohemien en liefhebber van Belgische biertjes Ilja Leonard Pfeijffer bijvoorbeeld. Het levert niet alleen een indrukwekkende voorpui op. Al die tientallen La Chouffes.

Waarom zou je het klein houden als het ook groot kan? Daarom verfoeit hij Nescio, met diens ‘kale, afgemeten, precieze zinnetjes’. Bij Pfeijffer is het altijd groots en virtuoos. (65)

Dat zie je ook terug in zijn kledingkeuze: een langharige bard met een bontjas van oceanische omvang. Hij kleedt zich bijna even achteloos als hij schrijft, al zit er toch ook iets van zorgvuldigheid. In zijn gaderobe ontbreekt dit laatste.

En zo neemt Arno Kantelberg je mee naar leuke en sappige verhalen over schrijvers in hun schrijfstijl en hun kledingstijl. Het opent soms een nieuwe kijk op schrijvers. Zo is mijn nieuwsgierigheid naar Slauerhoff aan de hand van de enthousiaste beschrijving van Arno Kantelberg weer gewekt. Of de elan en vitaliteit van Du Perron, met getailleerde jas rond zijn ranke jongenscorso.

Allemaal beschrijvingen van schrijvers die je nieuwsgierig maken naar de schrijver achter die kledingkast.

Arno Kantelberg: De stijl van de schrijver, Schrijvers en hun kleding. Amsterdam: Uitgeverij Podium, 2018. ISBN: 979 90 5759 931 6. 152 pagina’s. Prijs: € 17,50. Bestel.