Trage groente zaaien – Tiny House Farm

En dan begint het zaaien van de groente voor de moestuin. Niet alle zaden gaan meteen de grond in. We hebben een selectie gemaakt van planten die we binnen alvast opkweken en die straks buiten in het nieuwe kasje verder mogen groeien. De tomaat is hier supergeschikt voor. Er zijn al aardig wat zaadjes in de kiembakjes gegaan.

Er is meer dan genoeg te doen. De zijtuin en een deel van de voortuin gaan we in eerste instantie geschikt maken voor het moesen. Dat betekent dat het karton dat we er afgelopen zomer hebben neergelegd, moeten fijnhakken om de groente kans te geven goed te kunnen ontkiemen. Een lekker werkje, maar het gereedschap dat ik laatste op haalde in Rhenen is daar goed geschikt voor.

Planten verplaatsen

De laatste bomen hebben bomen een plekje gekregen in de tuin en zijn we wat planten aan het verplaatsen. De amandelboom stond achter het huis, maar deze hebben we een warmere plek gegeven bij de nieuwe perzikboom in de voortuin. Daar is ook het vijgenboompje geplant. Ik ben heel benieuwd hoe het allemaal gaat worden.

De hortensia’s verschuiven we naar achteren. Ze stonden voor het huis toch iets te warm. De warme plek is juist nodig voor onze vijgen, perziken en abrikozen. Als de hele dag daar de zon op schijnt, is dat niet bevorderlijk voor planten die het toch ook fijn vinden een deel van de dag in de schaduw te staan. Daarom krijgen deze planten achter een plaatsje. Hebben we ook wat groen in zicht als we uit het raam kijken.

De groente die ingezaaid is.

Trage groente

Terwijl Inge druk aan het zaaien was, stuurde ze mij een appje dat de ’trage groente’ ook was ingezaaid. Natuurlijk wist ik meteen wat ze bedoelde: de grap van Bert Visser. ‘Bij voorkeur gebruikt de vegetarische keuken trage groente.’ Hij pakt dan een artisjok tevoorschijn en roept: ‘artisjok, sjok, sjok.’ Ik ben heel benieuwd naar de eetbare bloemen van Bert Visser. De planten kunnen als het goed is ook langere tijd gedijen.

Het zaad voor de basilicum zit in de pot.

Het kruidentuintje krijgt ook vorm. In de buurt van de grote put hebben we munt, peterselie, selderij en bieslook geplant. Ik ben erg benieuwd of de snel opgekweekte planten uit de supermarkt goed stand houden. Gelukkig hebben we meteen ook wat kruiden ingezaaid. Die gaan waarschijnlijk wat beter gedijen in ons voortuintje.

Zaad wacht op ontkieming in de vensterbank

Daarnaast zijn al verschillende bloemen en groenbemesters op de kale akker geplant. Zoals voor in de doorwaadbare zone, mooie klaprozen en klaver. Zo kun je er overheen lopen en genieten van groen, (trage) groente en bloemen. Ik kan niet wachten tot alles opkomt.

Biografie van een schavuit – boeken

De biografie over het leven van Jacob van Lennep. Dat het een schavuit was, wist ik wel. Befaamd is de uitgave van de Brieven van de Schoolmeester aan hem. Wat een belevenis is deze uitgave van Marita Mathijsen uit 1977. Ze verbaast minstens zo met deze biografie over het leven van de rijksadvocaat, schrijver en dichter.

Helaas zijn de brieven van Jacob van Lennep aan de Schoolmeester niet bewaard gebleven, maar ik denk dat ze minstens zo mooi zijn. Van Lennep laat zich niet zomaar ondersneeuwen in de literaire lawine van de schrijver Gerrit van der Linde. Wat zou de biografie hiermee verrijkt zijn, maar Van Lenneps sporen zijn zorgvuldig gewist.

Dat is ook het moeilijke voor Marita Mathijsen. Het is op veel punten gissen en raden wat er gebeurd is. Dat is ook de dubbele moraal van de 19e eeuw. Elke getrouwde man heeft naast zijn vrouw een maîtresse of gaat naar de hoeren, maar naar buiten toe, zie je hier weinig van.

Toch doet ze aantal interessante ontdekkingen. Zo komt ze achter een onwettig kind dat Jacob van Lennep verwekt terwijl hij nog student is. Het is een boeiend verhaal dat veel verderop in zijn leven een vervolg krijgt. Hij zal zijn dochter erkennen en voorziet moeder ook in haar onderhoud.

Fatale vrouwen

De avonturen met vrouwen zijn nogal eens fataal, zo ontdekt Marita Mathijsen. Het is het verhaal van een affaire met een aanbidster, Doortje Ringeling. Ze willen naar Engeland vluchten, de bagage is al ingescheept voor Engeland en het liefdespaar overnacht in Rotterdam. Zijn vader David Jacob is zijn zoon achterna gereisd om verdere escalatie te voorkomen:

  En toen gebeurde er iets wat heel typerend is voor de vader en voor de moraal van de negentiende eeuw, en eigenlijk ook heel ontroerend. Eén nacht gunde David Jacob zijn zoon en de geliefde. Eén nacht om in elkaars armen te verzinken, volledig op te kunnen gaan in een grenzeloos bestaan. Na de coïtus, wanneer immers iedereen een beetje triest pleegt te zijn, zou hij hem aanspreken. (244)

Inderdaad spreekt de vader hem aan. De zoon krijgt berouw en keert huiswaarts, zonder de laarzen aan die hij bij het verlaten van de slaapkamer vergeten was aan te trekken. En zo zit hij die middag weer thuis met zijn gezin aan tafel alsof er helemaal niks gebeurd is.

Doorgehaalde teksten

Dat Marita Mathijsen dit verhaal heeft kunnen oprakelen, komt doordat het in het dagboek van een politicus is terechtgekomen. Deze hoorde het via een bekende van de vader. In brieven aan zijn vriend Aart Veder, rept Jacob wel over zijn verliefdheid. Tussen alle doorgehaalde teksten weet Marita Mathijsen wel wat te ontcijferen. Al staan er in het citaat herhaaldelijk cursiveringen met [onleesbaar].

Het is een mooie biografie die Marita Mathijsen heeft samengesteld uit het rijk gedocumenteerde leven van Jacob van Lennep. Je kunt niet anders verwachten van zo’n schavuit en schelm. Marita Mathijsen plaatst elk hoofdstuk heel mooi in context. Ze heeft het leven van Van Lennep opgedeeld in tijdvakken van rond de 10 jaar. Dat levert 6 delen op. Hierin verwijst ze vaak naar de nationale en internationale situatie. Zoals in het deel waarin ze spreekt over de Belgische opstand.

Muiterij

De muiterij die uiteindelijk uitmondt in de afscheiding van de Zuidelijke Nederlanden uit het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Volgens hedendaagse historici had Willem I met daadkrachtiger optreden waarschijnlijk de crisis hebben kunnen doorstaan. Hij had hier voldoende aanhang voor, maar in plaats daarvan heeft hij eerst de boel teveel laten sudderen en niet geluisterd naar de noodroep.

Marita Mathijsen concludeert ook dat Jacob van Lennep het zeker met de hedendaagse historici eens zou zijn geweest:

  Hij meende dat Willem I er in 1830 geen idee van had dat er in Brussel een vulkaan op het punt stond uit te barsten. De eruptie had voorkomen kunnen worden met onmiddellijk daadkrachtig optreden. In het begin was de aanhang van de opstandelingen nog niet groot. (200)

Voor Jacob van Lennep was de opstand in België een mooie aanleiding voor het schrijven van een toneelstuk. Het kreeg de naam Het dorp aan de grenzen. Het speelde de spot met de Belgen. Mede door dit toneelstuk maakte de Belgenmop furore. De klucht van Jacob van Lennep werd een gigantisch succes.

Ferdinand Huyck

De uitvoerige besprekingen van Marita Mathijsen over de romans van Jacob van Lennep spreken mij persoonlijk erg aan. Zo schrijft ze op een aanstekelijke manier over de populaire roman Ferdinand Huyck. Het boek speelt weliswaar in de 18e eeuw, maar is veel meer een Bildungsroman.

Jacob van Lennep kent de pruikentijd goed uit de verhalen in zijn familie, maar het verhaal zelf is veel meer een verhaal waarin de hoofdpersoon zich ontwikkeld tot wie hij nu is. Hij laat hierin de vooroordelen over geloof achter zich en sluit avonturen af.

Klaasje Zevenster

Voor mij blijft de treffendste beschrijving van de roman Klaasje Zevenster dat een schokkend verhaal is. Het speelt in een hoerenkast. Iets dat met de negentiende eeuwse moraal echt onacceptabel is. Hij krijgt daar na publicatie ook veel rumoer over. Het tekent de schijnheiligheid van de negentiende eeuw. Zoals wanneer Marita Mathijsen de recensie van Busken Huet citeert.

In de genoemde recensie kraakt hij het boek helemaal af, waarna de biografe een brief aanhaalt van de recensent aan een bekende. Hierin schrijft de zuurpruim dat hij hartelijk gelachen heeft om de roman van Jacob van Lennep. Het zou zo een schandaaltje uit onze tijd kunnen zijn. Veel hedendaagse recensenten doen niet onder voor Busken Huet.

Het nodigt uit om deze roman ook eens ter hand te nemen. Ergens rond 2002 was er een scenariowedstrijd waarbij Marita Mathijsen het boek aanbeval om te bewerken tot een televisieserie. Er is een winnaar geweest voor het script, maar het boek is jammergenoeg nooit bewerkt tot een serie. Het zou zeker de moeite waard zijn als dit nog eens gebeurt.

Wat als…

Al lezend vraag ik mij af wat er gebeurd zou zijn als Marita Mathijsen een vollediger beeld van Jacob van Lennep zou hebben gekregen. Als het biografische materiaal wat completer was geweest. Niet die doorgehaalde dagboeken of kwijtgeraakte brieven. De ontbrekende puzzelstukken maken het namelijk wel lastig om een compleet beeld te vormen.

Soms laat Marita Mathijsen wel iets zien van de suggesties die ze doet. Ze deelt haar twijfels en vermoedens regelmatig met de lezer. In mijn ogen geeft dat niet altijd een eerlijk beeld. Net als de worsteling om rode lijnen in het verhaal te vinden. Terecht merkt Marita Mathijsen op dat dit de biograaf ook in de weg kan staan, maar het ontbreken ervan in haar biografie over het leven van Jacob van Lennep maakt het wel lastig voor het verhaal.

Ze weet de 3 lijnen die ze vindt niet mooi met elkaar te verbinden. Dat is jammer, omdat het het verhaal zoveel sterker had gemaakt. Het is niet anders en het hoort onvermijdelijk bij de worsteling van de biografie met het leven dat hij probeert te kneden en vormen tot een verhaal.

Marita Mathijssen: Jacob van Lennep: Een bezielde schavuit. Amsterdam: uitgeverij Balans, 2018. ISBN: 978 94 6003 8501. 592 pagina’s.
Prijs: € 39,99. Bestel

Knalgele stacaravan – Sientje (58)

Bij het kamperen op Westerholt, liepen we ’s avonds met Sientje over de camping. Bij al die stacaravans sloeg de fantasie snel op hol. Doris lag al te slapen en wij liepen een rondje met het hondje. We deden meteen uitgebreid studie van het arsenaal dat er zoal stond aan stacaravans.

Indrukwekkend geel

Een ongekende hoeveelheid en verscheidenheid aan stacaravans stond er. In alle soorten en maten, maar ook in alle vormen van kwaliteit en onderhoud. Aan het eind van een veld, helemaal aan de andere kant dan waar onze tent stond, stond een indrukwekkend gele caravan.

De knalgele caravan stak in vol ornaat uit boven het maaiveld. Zo in de avondzon zag hij er nog imposanter uit. Groot en oppermachtig stond hij daar. ‘Als we zoiets zouden kunnen hebben’, fluisterde ik. ‘Dan zijn wij de gelukkigste mensen op aarde.’

Een paar weken later zagen we uitgerekend deze caravan op marktplaats staan. Geen prijs erbij. Maar we belden voor meer informatie. Inge vroeg wat hij ervoor wilde hebben. Het was een jonge knul uit de omgeving van Staphorst. Hij woonde bij zijn schoonouders, die streng-christelijk waren. Hij deed heel stoer en zei erbij dat hij echt geen verstand had van verkopen.

We spraken een week later af en vroegen wat hij ervoor wilde hebben. Hij antwoordde vaag. ‘Ik kan niet verkopen, heb er geen verstand van, maar ik denk dat ik wel 2.500 euro ervoor wil hebben.’ We zouden eerst komen kijken voordat we akkoord gingen.

Likje verf en kozijnen stoppen

‘Dat is geen geld’, zei Inge nadat ze had opgehangen. De jongen had verteld dat er wel wat moest gebeuren. De ramen moeten een likje verf hebben en sommige kozijnen moeten gestopt worden omdat ze een beetje verrot zijn. Het viel allemaal best mee. Als ik een beetje handig was, zou het allemaal wel lukken. We beseften dat het niet de hoofdprijs was en we spraken af vooral niet verliefd te worden.

We kwamen binnen in de oase van rommel. Het terrein rond de caravan was ontzettend groot en stond boordevol met bijgebouwen. Achter de caravan was een ruimte aangebouwd met een groot stapelbed. Het onderste bed was een tweepersoonsbed. Achterin stond een klein houten schuurtje in de vorm van een blokhut. Ook dat was helemaal geschikt gemaakt voor beslaping. De jongen vertelde dat hij de caravan had overgenomen van zijn ouders. Hij kwam uit een gezin van 9 kinderen.

Caravan volgestouwd met bedden

In de blokhut stonden ook nog eens twee stapelbedden. Alle andere kamers in de caravan werden gevuld met bedden. Het hoogtepunt stond wel achterin de caravan (waarachter de aanbouw stond). Daar stond een groot tweepersoonsbed en een flinke wastafel onder het raam. Wat een ruimte. We waren helemaal onder de indruk.

Dat hij wat trilde, eigenlijk heel scheef stond en het hout van de kozijnen wel wat verrotter was dan ‘een enkel plekje’, zagen we niet. Voor de vorm dongen we nog een deel van de prijs af, maar voor 2.000 euro was hij van ons. Of we al het eerste deel wilden betalen. Dat hielden we af. ‘We betalen bij de overdracht.’ Het leek hem niet te lukken. Ook omdat Barend met vakantie was, maar uiteindelijk werden we de trotse eigenaars van een stacaravan. De herfstvakantie brak aan. We konden nu eens flink uitpakken.

Kluswoede

Dezelfde kluswoede als bij ons huis kreeg weer vat op ons. Het huis was nauwelijks klaar. In de winter ervoor had ik mijn bibliotheek ingericht en mijn studeerkamer gemaakt op zolder. De trap naar zolder moest nog helemaal worden aangepakt. Grote repen losgetrokken behang hingen over het trapgat.

Maar we waren verliefd. Of zoals de jongen zei: ‘Ik zie je al helemaal aan de slag gaan om die caravan aan te pakken.’ Zijn woorden riepen afschuw bij mij op. Ik dacht terug aan de makelaar die ons huis verkocht. ‘Mevrouw’, zei hij. ‘Ik verkoop geen huis, ik verkoop emotie.’ Het was een bouwval waarvan je echt moest huilen. De bouwval was half klaar en ik stond al tot mijn oksels in het volgende project: een grote bouwval ver van huis.

Alles verrot

We zouden het allemaal wel voor elkaar krijgen. We schakelen vrienden in, misschien wil de man van een kennis wel helpen. Het waren allemaal dingen die ons overreden vooral die caravan te kopen. Ons laatste zakcentje verdween zo in een project dat een grotere bodemloze put was, dan ons huis. Ik dacht niet na en trapte erin. We hadden een caravan. En wat voor één.

Na één nachtje slapen, zagen we dat er wel iets meer aan de hand was. Het licht in de voortent (of hoe noem je zo’n compleet afgetimmerde ruimte) deed het niet. Net als dat een deel van de caravan geen stroom had. Bijna alle kozijnen waren verrot. Net als dat de vloer in een hoekje van de caravan wel heel erg golfde als je erop stond.

Het bleek een diep verrot vloerdeel te zijn dat helemaal verpulverde als je er met een hamer op tikte. Of het slaapvertrek achter, waarvan de deurdrempel compleet opgegeten was door wormpjes. De deur kreeg je niet meer dicht. De complete gevel van het schuurtje bewoog als je de deur opentrok. Het zweefde een eindje boven de grond en hing meer aan het dak dan dat het ergens anders aan verankerd zat.

Alles, maar dan ook alles, was verrot. Terwijl Inge druk aan het gordijnen naaien was van oude spijkerstof, probeerde ik zoveel mogelijk de ergste achterstand weg te werken. Zonder stroom, met eindeloze lengten verlengsnoeren, begon een operatie. Een enorm project om het ergste aan te pakken. Ik wist niet waar ik moest beginnen.

Ik moest weer naar mijn werk. Terwijl Inge er een groot deel van de week zat, ging ik alleen terug naar Almere. Haar moeder zou haar komen helpen, maar ze weigerde naar huis te gaan. ‘Ik laat je niet achter op deze compleet uitgestorven camping. Straks gebeurt er iets’, zei ze. Ze bleef liggen op de bank, sliep slecht en wilde de volgende dag naar huis. Inge en Doris gingen mee. ‘Eindelijk in mijn eigen bed’, zei mijn schoonmoeder terwijl Inge probeerde te gaan slapen op het logeerbed.

Lees het vervolg: Verkeerd terechtkomen »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

[mc4wp_form id=”20905″]

Vreekens zaden – Tiny House Farm

Wat een winkel is dat! Vreekens zaden in Dordrecht. We waren er afgelopen weekend. Via de website hadden we een flinke hoeveelheid zaden besteld om een begin te maken met onze moestuin. En we hebben wat tuin te vullen, dat ontdekte ik een dag later.

Mulch

De struiken en bomen van Heg en landschap vullen langzaam aan de hele tuin. Wat staan ze mooi. Als we de bomen planten slaan we de groenbemesters plat en leggen deze als mulch tussen de nieuwe aanplant. Zo gaat er niks van het kostbare groen verloren. Op de plek waar we echt gaan moesen, ligt karton. Het houdt de groei van onkruid tegen en is gelijk voeding voor de grond.

Bij Vreekens zaden in Dordrecht hebben we meteen gekeken voor wat planten. Wat er buiten op hun binnenplaats staat is enorm. Wat een aanbod aan allerlei bijzondere fruitgewassen. Ook allerlei bijzondere soorten planten als de duindoorn en heel veel soorten framboos.

Kruip-door-sluip-door

Je wordt heel hebberig als je in zo’n winkel staat. Een kind in een snoepwinkel. Midden in de oude binnenstad vind je de zaak. Vlakbij de imposante en een tikkeltje scheve toren van de Onze Lieve Vrouwekerk. Daar in de winkelstraat staat de winkel.

Bij de ingang staan al een onnoemelijke hoeveelheid planten uitgestald. Binnen is er vooral zaad, een hele kamer voor aardappels en heel veel gangetjes. Smalle gangetjes, kruip-door-sluip-door, waarbij de binnentuin een onbetwist hoogtepunt is.

Aarbeienboom

Zeker ook omdat je planten ziet waar je al veel over gelezen hebt, maar die je nog niet zo vaak tegenkomt. Bijvoorbeeld de legendarische aardbeiboom. De zaden voor de Chinese aardbeienboom waren helaas niet op voorraad.

Daarom hebben we het kleine plantje van de ‘gewone’ aardbeienboom wel meegenomen. Het duurt 2 jaar voor de vruchten rijp zijn. Of wat dacht je van de moerbei, de aardpeer, allerlei varianten van bessen en speciale noten. De grote walnoot durf ik gewoon niet aan. Het lijkt me lastig om deze goed in het gareel te houden. Ook omdat er zo weinig onder de boom groeit.

Tuingereedschap

Met een volle auto zijn we verder gereden. Gelijk even langs Rhenen waar ik een wat tuingereedschap gevonden had via marktplaats. Zo reden we met een volle bak terug naar huis. Het werd al donker, dus we konden pas de volgende dag beginnen met planten en bedenken waar alles naartoe moest.

Lastig. Je kunt onmogelijk alles van tevoren weten. Daarom vooral kijken naar beschikbare plekken en straks kijken wat het doet. Zijn het de juiste plekken waar we de bomen geplant hebben. Ik zie nog wel gebeuren dat we een aantal struiken later toch op een ander plekje gaan zetten.

Fruitbomen en bessenstruiken

Als dan ook nog eens de Gamma allemaal fruitbomen en bessenstruiken in de aanbieding heeft, koop ik die een paar dagen later ook. 2 kersen, 2 pruimen en nog 2 appelbomen. Vooral de perzikboom lijkt me wel wat. Ik zou nog graag een abrikoos willen hebben, net als dat we straks aan de slag willen met stoofpeertjes. En nog een paar bijzondere fruitrassen, zoals de Armgard, een heel zoet appeltje.

De 8 bergen, leestip – boeken

Soms neem je een leestip over. Zo beveelt de ontwerper waarmee ik werk in zijn prachtige magazine, de roman De acht bergen aan. Het is een bijzonder verhaal deze roman van de Italiaan Paolo Cognetti. En wat voor een roman is dit. Genieten geblazen als je het boek openslaat Het verhaal grijpt je meteen bij de opening en laat je eigenlijk ook niet meer los.

En wat een opbouw! In 3 delen opgedeeld, is het verhaal over een vader en een zoon. Daarnaast vertelt de roman het verhaal van een vriendschap. Een heel bijzondere vriendschap van de hoofdpersoon Pietro met Bruno. Al noemt Bruno hem Berio. Bruno woont in het bergdorp Grana dat Pietro en zijn ouders elke zomer bezoeken.

Gek op de bergen

Pietro en zijn ouders gaan elke zomervakantie naar het dorp Grana in de Italiaanse Alpen. Zijn vader is helemaal gek op de bergen en wil alle toppen zien te bedwingen. Terwijl hij pas op een hoge gletsjer ontdekt dat zijn zoon aan hoogteziekte lijdt.

Het is de herinnering die verteller in het 1e deel schrijft. In het 2e deel, maakt het verhaal een sprong in de tijd. Pietro’s vader is overleden aan een hartaanval onderweg. Te hard gewerkt, stelt de ik-persoon. Hij krijgt van zijn vader een nog te bouwen huis in Grana. Hier komt hij na ruim 13 jaar weer terug in het dorp waar hij veel vakanties heeft doorgebracht.

Huis in de bergen

Het is een innemend deel uit de roman van Paolo Cognetti. Hier bouwen Pietro en Bruno samen het huis in de bergen dat zijn vader eigenlijk had willen bouwen. Het is een bouwval en wordt omgevormd tot een heuse berghut. Pietro draagt de goederen dagelijks van het dorp naar de plek waar de bouwvakker Bruno het huis steen voor steen opbouwt.

Er bekroop mij een gevoel van onvermijdelijkheid: om redenen die ik niet kende had mijn vader gewild dat ik hiernaartoe zou komen, naar dit door lawines geteisterde plateau onder die vreemde rotswand om samen met deze man aan die bouwval te werken. En ik dacht bij mijzelf: oké, pa, kom maar op met je raadsel, laten we kijken waat je voor me in petto hebt. Laten we kijken wat er voor nieuws te leren valt.

Heel bijzonder om te zien hoe deze mannen naar elkaar toe groeien en de vriendschap uit hun jeugd weer voortzetten. Hier leert Pietro een heel andere vader kennen. Iemand die bezield is door de bergen en die probeert elke bergtop in de omgeving te bedwingen. Soms gaat hij alleen, maar hij klimt ook heel vaak met Bruno, die hij bijna als zijn zoon beschouwt.

Het verhaal krijgt een bijzondere wending als Pietro zijn vriend laat kennismaken met zijn vriendin Lara. Pietro is geen kei in relaties, maar Bruno weet het hart van Lara te veroveren. Ze gaan samen een kaasboerderij in de bergen beginnen. Een loodzwaar bestaan, waar Pietro tegen op kijkt.

Filosofie van de 8 bergen

Je ziet hoe het verhaal zich meer en meer ontwikkelt en de Tibetaanse filosofie van de 8 bergen verovert. Hier ontleent de roman ook zijn naam aan. Pietro is een verwoed liefhebber van de Himalaya. Omdat, zoals hij het tegen Bruno zegt, dat de echte bergen zijn. Voor Pietro is de Himalaya de oertempel. Iets waar hij meteen spijt van krijgt als hij het tegen zijn vriend heeft verteld. Bruno is helemaal geen wereldreiziger en slechts 1 keer in zijn leven naar Turijn geweest. Hij hoort thuis in de bergen, stelt hij.

De mandala is een weergave van de wereld. In het centrum staat een heel hoge berg, de Sumeru. Daar omheen bevinden zich 8 bergen en 8 wereldzeeën. De Tibetanen vragen zich af wie er meer heeft geleerd: degene die de 8 bergen heeft beklommen of hij die de top van de Sumeru heeft bereikt?

Het loopt allemaal anders, het zware bestaan in de bergen is onhoudbaar. De economische omstandigheden drukken zwaar op Bruno, bovendien blijkt zijn relatie met Lara hier niet tegen bestand. Ondanks dat ze samen een prachtige dochter hebben. Het zorgt ervoor dat Bruno zich nog meer terugtrekt in de bergen. Zelfs Pietro is hier niet tegen bestand.

De roman kiest op geen partij. Dat is de kracht van het verhaal. Niet voor de hoofdpersoon die zich gedraagt als een wereldreiziger en die probeert de wereld te leren kennen door alle toppen te zoeken. Of de honkvaste bergbewoner Bruno, die dicht bij de natuur staat en de wereld vanuit 1 standpunt kent. Geen van beide is een overwinnaar, net zomin een verliezer. Als is Bruno wel geneigd zich dit toe te willen eigenen.

Ode aan de bergen

Daarmee is de roman De acht bergen een schitterende ode aan de bergen, vriendschap en tegelijk aan de bijzondere relatie tussen vader en zoon. Wat een prachtig verhaal is dit. Al zijn er wel wat eigenaardigheden die mij opvallen.

Geen enkel verhaal is volmaakt natuurlijk en het geeft de roman ook zijn charme. Maar de lezer blijft toch ook achter met een raadsel. Wat is er precies gebeurt tussen de hoofdpersoon en zijn vader? Waarom trekt Pietro na zijn 17e nooit meer met zijn vader de bergen in?

Het antwoord laat zich een beetje raden, maar komt niet expliciet naar buiten. Wel laat het verhaal vele mogelijke antwoorden zien. En daarmee staat in mijn ogen het ijzersterke verhaal echt boven alles. Het torent als een hoge berg boven de rest uit. Niet in te nemen en onmogelijk om te doorgronden.

Paolo Cognetti: De acht bergen. Oorspronkelijke titel: Le otto montagne. Uit het Italiaans vertaald door Yond Boeke en Patty Krone. Amsterdam: De bezige bij, 2017. 240 pagina’s. ISBN: 978 90 234 6641 3. Prijs: € 20,99
Bestel

Weer kamperen – Sientje (57)

Na de vakanties op Terschelling en in Duitsland, leek het mij wel leuk om eens wat dichter bij huis een vakantiestekje te vinden. Ook omdat ik stiekem droomde van een stacaravan. Een plekje om tot rust te komen, waar je heerlijk een eigen plekje had om op terug te vallen.

Walgelijke en dure huisjes

Niet meer die walgelijke huisjes op het matras waarop eindeloos veel mensen hadden liggen meuren. Onder lakens waarvan je denkt dat ze schoon zijn en op vloeren waar het schaamhaar van de vorige gasten nog ligt. Bovendien liggen de prijzen voor deze huisjes buitenproportioneel hoog. De prijs voor 2 weken het huisje Maam op Terschelling waren mij vies tegengevallen. Voor die prijs kon je bijna een heel jaar met een stacaravan op een camping staan.

Ik wilde een eigen plekje. Misschien wel op camping Westerholt, tussen Almelo en Delden. We speurden op internet, zagen caravans en vonden het wel wat. ‘Laten we eerst eens een kijkje nemen op Westerholt met de tent’, zei Inge. ‘Dan kun je eerst zien wat voor een camping het is en of het je wat lijkt.’

Katoenen tent van zolder

We haalden de katoenen tent weer eens tevoorschijn van zolder. Bijna 4 jaar hadden we er geen gebruik van gemaakt. In 2004, in de vakantie voor onze bruiloft, waren we ermee naar de Veluwe en Betuwe geweest. We hadden geen puf meer om andere campings op te zoeken. In Buren genoten van de pruimen en het oranjemuseum. En ondertussen reden we ook naar mijn ouders om hun 30-jarig huwelijksfeest te vieren.

In de tussenliggende 4 jaar waren we getrouwd, hadden een kind gekregen en waren verhuisd van Almelo naar Almere. Inges moeder had het er moeilijk mee gehad. Ze vond het heel erg dat haar dochter zo’n eind van haar vandaan ging wonen. Haar droom van een kleindochter die op het fietsje naar haar oma zou fietsen, viel in duigen. Ze liet het goed weten dat ze het verschrikkelijk vond dat wij uit Almelo gingen. Tegelijkertijd was ze zich er ook van bewust dat een baan ons naar de Randstad dreef. In Twente was het voor mij moeilijk werk te vinden.

In een tent op Camping Westerholt

Zo kwamen we in de zomer van 2008 op de camping van Westerholt terecht. Ik werkte bij een andere werkgever in Almere zelf. De tocht naar Twente was heerlijk en het viel ook best mee om naast de hond ook een kind mee te nemen. Alles kregen we in de auto gepropt. Het idee dat we in de buurt van Inges moeder waren en ook bij haar vriend in Goor zouden langsgaan. Hij woonde net 3 maanden in een tehuis. Zijn geheugen liet hem in de steek, maar hij zou ons nog wel herkennen.

Camping Westerholt in Delden was niet zo gewend aan tenten. Helemaal op het achterste veld mochten we van de eigenaar wel onze tent opzetten. ‘Als er auto’s geparkeerd staan, stuur je ze maar weg’, zei hij. We vonden een plekje. De bandensporen van de geparkeerde auto’s stonden er nog. We probeerden de tent zo gunstig mogelijk op te zetten. De loerende ogen naar het opzetten van de tent, leidden mij erg af. Ze waren het niet gewend op deze camping dat iemand zijn tent opzette. Iets later die dag, zette iemand uit de buurt zijn caravan naast onze tent op. Hij wilde zijn nieuwe caravan even proberen, voordat hij ermee naar Polen ging.

Met allemaal Twentenaren

Zo zaten we daar op een veldje met allemaal Twentenaren om ons heen. Vanuit hun stacaravans bekeken ze ons uitvoerig. Ze kwamen bij elkaar op de koffie, maakten een kampvuurtje in het midden van het veldje en ze reden af en aan met hun auto’s. Wij gebruikten geen stroom, maar moesten er wel voor betalen. Zo werkte het nou eenmaal op deze camping. Voor een bezoek aan het toilet konden we de halve camping aflopen. Het sanitair stond een veldje of 3 verderop. Net als het zwembad, dat erachter lag.

En Doris was juist helemaal verslaafd aan het zwembad. Heerlijk plonsen in het water. Sientje aanschouwde het allemaal op haar gemak. We namen haar mee als we bij mijn schoonmoeder gingen eten en lieten haar achter bij een bezoek aan een museum in de buurt. Ook lieten we haar achter als we gingen zwemmen. Ze trok dan aan de lijn zover ze kon en ging dan machteloos aan het eind van het uitgerekte touw liggen.

Lekker stoeien in de tent.

Geen camping voor een tent

Nee, het was geen camping om met je tentje te kamperen. De gasten keken ons met vreemde ogen aan. We informeerden her en der naar de mogelijkheden van een stacaravan. Er stond er eentje te koop op de hoek van ons veldje. Het leek mij wel wat, al zag het er best donker uit. Ik vond de prijs te hoog die ik hoorde. Het was ook onduidelijk wat de mogelijkheden waren. Ik droomde van een grote caravan met veel binnenruimte en schuurtjes. Ook wilden we heel graag een douche in de caravan. Zodat we er ook in de herfst en winter in konden.

Zo reden we na een week of 2 kamperen onverrichter zake terug. Ik was wel enthousiast geworden voor een stacaravan. Dan konden we Sientje ook beter achterlaten in en om de caravan. Al mocht het officieel niet, we dachten wel dat Sientje zich keurig zou gaan gedragen in de caravan. Voor de tent was het minder handig haar achter te laten.

Dreigende buien

Bij een bezoek aan Henk, de vriend van Inges moeder, lieten we Sientje in de tent. Ik zat de hele tijd erover in. Er kwamen dreigende wolken te hangen boven de plek waar de camping zat. De stortbui viel precies op het moment dat wij de camping opliepen. We wisten het nog droog te houden,

Inge vond het heerlijk om dicht in de buurt van haar moeder te zitten. Zo waren we wat dichterbij en hoefde haar moeder niet steeds bij ons te komen logeren. Bij haar moeder logeren, beviel wat minder goed. Doris was bij een logeerpartij heel ziek geworden. Wat het was, wisten we niet. Maar het was ook onhandig bij Inges moeder met Sientje. Ook sliepen we slecht op het bed van haar moeder. Het kraakte bij elke beweging.

Stacaravan?

Nee, dan konden we veel beter op een camping zitten. We zouden de aangeboden caravans op marktplaats in de gaten houden. De caravan waar we een oogje voor hadden, was vlak voordat wij vertrokken al verkocht. We hadden hem niet eens goed kunnen bekijken.

Lees het vervolg: Knalgele stacaravan »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

[mc4wp_form id=”20905″]

Hazelaar in bloei – Tiny House Farm

De aankoop en aanplant van de struiken en bomen van Heg en Landschap, geven ook een heel andere dimensie. Zo ontdek ik al wandelend door het bos in de natuur, maar ook in stadse bossages allerlei struiken en bomen die ik voorheen hooguit alleen van naam kende. Nu herken ik ze in de vrije natuur. Zoals de sleedoorn, de rode kornoelje én de hazelaar.

Bloeiende hazelaar in februari

Allebei bloeien ze eind januari, begin februari. Je ziet ze nu overal bloeien. En vooral de vrouwelijke bloemetjes zijn heel mooi. Ze zijn piepklein met nog veel kleinere rode blaadjes. Het nodigt uit om even stil te staan en gewoon te kijken. Wat mooi om te zien, zo klein en ook zo veel hoop scheppend voor het komende voorjaar. Inderdaad, de lente staat in de startblokken met de bloei van de hazelaar.

Mannelijke katjes van hazelaar zijn goed te herkennen

Bloeiende hazelaars

En uitgerekend die hazelaar is nu heel bijzonder: hij staat in bloei. Al eind december en in januari bloeien de mannelijke bloemen. Het zijn katjes, dit zijn lange slierten die als ze helemaal rijp zijn loslaten in de wind. De vrouwelijke bloeiwijze is even spectaculair: de hele kleine rode bloemetjes.

Vrouwelijk en mannelijke bloeiwijze hazelaar

Het zijn hele kleine dingetjes waar ik eerder zo aan voorbij liep. Maar nu ik zelf zo druk de laatste bomen van die grote lading aan het planten ben, zie ik het ook om mij heen. Zoals de zwangere ineens overal kinderwagens ziet, zo zie ik al die mooie bomen en vooral struiken. Schitterend.

Vrouwelijke bloeiwijze hazelaar

Knoppen aan bomen en struiken

De hazelaars in onze tuin zijn nog niet zover. Maar ik kan niet wachten tot de knoppen van de bomen en struiken die ik plant zullen uitkomen. En er zitten heel veel knoppen aan. Het schept hoop. De eigenwijze kleine blaadjes die bovenin de wilde liguster zitten. Of de knoppen aan de winterlinde, de lijsterbes en de wilg. In de winter mag dan alles in ruststand staan. Het lijkt wel of het voorjaar elk moment kan losbarsten.

Bloeiende hazelaar detail

Al dat groen! Ik sta te popelen van ongeduld. Maar nog even snel wat planten voordat de bomen en struiken echt beginnen te wortelen.

Willink in Ruurlo

De schilder Willink. Ik ben getroffen door zijn schilderijen. Vooral van het realisme dat geen realisme is. Het is een samengestelde compositie van donkere luchten, vergezichten en naakte beelden. Een vermenging van Griekse oudheid met de hedendaagse werkelijkheid. Weergegeven alsof het foto’s zijn.

Klassiek beeld en wolkenluchten bij Willink

Indrukwekkende luchten

Ik ben een bewonderaar. Zeker ook door de indrukwekkende luchten die hij afbeeldt op zijn schilderijen. Elke lucht heeft een spanning. Het lijkt wel of er geen eind aan komt, zoals de hemel de sfeer van het schilderij uitdrukking geeft. Heel treffend en pakkend. Het laat je niet meer los.

Neem het schilderij van de parachutisten. De hemel neemt de hemelbestormers mee naar beneden op de vleugels van de regen. Alles glijdt naar beneden, het lijkt daarmee bijna op een waterval die je naar beneden ziet komen. Heel trefzeker en vergankelijk.

Of de klassieke beeldengalerij die er staat tegen de achtergrond van een donkere hemel. Het zonlicht op het beeld, de lucht erachter bijna groen en heel dynamisch. Het landschap, waartussen ineens de herkenbare torens van de Mozes en Aaronkerk opduiken. Helemaal uit zijn habitat, bakermat van de stad, maar in het schilderij een heel nieuwe dimensie gevend. Staat links de boom, eenzaam als tegenhanger van de Griekse beeldengalerij.

Kasteel Ruurlo herbergt een belangrijke collectie van Carel Willink

Collectie Willink in Kasteel Ruurlo

Wat een prachtige collectie is er verzameld in Kasteel Ruurlo. Een indrukwekkend gebouw, waarvan het trappenhuis bekend is van de televisieserie De Zevensprong. De vele bouwperiodes hebben het tot een mooi kasteel gemaakt. Zeker ook met de vernieuwing van de lange glazen brug die leidt naar de ingang. Net als de prachtige entree, waarin ook een nieuwe trap is gemaakt.

De inrichting van het gebouw met de donkere wanden in grijs en groen, waartegen de schilderijen van Willink mooi aftekenen. Gelukkig ook geen overdaad aan schilderijen. Hiermee krijg je goed de kans om de aandacht aan het schilderij te geven die het verdient.

Jurken van Fong-Leng

Erg mooi zijn de tentoongestelde jurken. In 1 zaal, staan er 4 opgesteld. Wat een fraaie jurken van Fong-Leng, gedragen door Mathilde Willink! Het meest getroffen ben ik door de drakenmantel. Wat een prachtig werk is dit. Een heus kunstwerk, de doorgetrokken schubben over de mouwen. En de vuurspuwende bekken van de draken. Samen met de intens paarse kleur, steekt deze jurk boven alles uit.

Detail paradijsvogeljurk Fong-LengDat geldt wat mij betreft ook voor de paradijsvogels, die in de gelijknamige jurk overal opduiken. De kleurrijke vogels, springen er echt uit. Wat een gaaf kledingstuk. Je zou wensen dat je ook mensen in deze kleding zou zien. Ik vind het heel mooi.

De jurk in de ruimte ernaast, stelt een beetje teleur. Ook omdat het zo’n kleurrijke jurk is op het schilderij van Willink. De zilverkleurige luipaardmantel op het schilderij is veel kleurrijker dan de jurk die in de zaal hangt. Het blijkt om een 2e exemplaar te gaan van Fong-Leng, een reproductie uit 1997 van het origineel. Minder indrukwekkend, maar het origineel hangt in het Amsterdams Museum. Zo zie je dat de jurken van Fong-Leng niet zijn na te maken, zelfs niet door haarzelf.

Kunstenaar Carel Willink

De collectie in Ruurlo geeft een prachtig beeld van Carel Willink. Je doorloopt zijn hele bestaan als kunstenaar. Van het abstracte werk uit zijn jonge jaren, beïnvloed door abstracte schilders. Later, in de loop van de jaren 1930 gaat hij over tot realistische schilderijen. Er staan mooie voorbeelden hiervan in het museum. Een berglandschap waarin vooraan 2 mannen met elkaar op de vuist gaan. Of een Alpenachtig schilderij dat alle schakeringen herbergt van wit naar grijs – en alles wat er tussen ligt.

Allemaal werken waar je eigenlijk langer naar zou willen kijken. Zou dus niet misstaan om er nog een keer heen te gaan. Dan rijden we meteen langs Gorssel, waar een nog veel grotere collectie van andere realisten te zien is. Uit dezelfde collectie van Hans Melchers. Daar kun je nog 10 andere werken van Willink zien, waaronder het beroemde schilderij De Zeppelin uit 1933. In het kasteel Ruurlo zie je de tegenhanger van dit schilderij in Straat met standbeeld. Eigenlijk nog indrukwekkender omdat het een bijna lege straat is op klaarlichte dag.

In de verte zie je 2 wandelaars en het standbeeld. Deze compositie met het felle zonlicht op straat, tegen de dreigende wolkenlucht, geeft het schilderij een unheimisch gevoel. Je kunt het niet duiden. Later is dit door liefhebbers getypeerd als het voorvoelen van de Tweede Wereldoorlog, wat Willink terecht wegwuifde. Het is namelijk veel meer. Het typeert de kunst van Willink en die mag je niet zomaar aan een tijdgeest wijten.

Willinks laatste schilderij met uiteraard luchten en klassieke beelden

Weglopen – Sientje (56)

Met een huis in een rustige buurt en een klein kind in de buurt kon het zomaar gebeuren: dan stond de poort open. Ook sloot de oude poort niet goed. De nieuwe bleef regelmatig openstaan. Vervelend, want de teckel wist dan te ontsnappen.

Meestal zagen we haar dan even later lopen op het veldje achter het huis. Ze struinde dan heerlijk rond. De neus over de grond, af en toe wat etened wat ze vond. Vanuit de tuin was ze al snuffelend de poort uitgelopen en liep in een rustig gangetje over het veldje. Als je haar riep, kwam ze. Soms deed ze net of ze niks hoorde en liep gewoon verder.

Serieus kwijt

Een paar keer waren we haar ook serieus kwijt. Ze was helemaal verdwenen. Ik vond het niet zo geruststellend aangezien er ook auto’s rijden achter. De weg liep weliswaar dood in de hofjes, maar ze konden er best hard rijden. Een buurjongen vond het heel leuk om met gierende banden aan te komen of weg te rijden. Dat ging niet met de subtiliteit gepaard waarmee je kinderlevens en dierenlevens behoudt.

De auto van de buurjongen stond er meertijds van het jaar met schrammen en deuken. De ergste keer was het voertuig zelfs de hele voorkant kwijtgeraakt. Het liet zich raden waar die zich zou bevinden. Een dag later was de auto verdwenen om nooit meer terug te keren. De auto had de strijd zichtbaar verloren. Gelukkig maar.

Als Sientje verdween, ging ik zoeken. Zo vond ik haar regelmatig tussen de garageboxen al snuffelend. Eigenlijk heb ik haar toen niet op een tuinbezoek kunnen betrappen. Al leek het mij heel logisch dat dit gebeurde. Ook haalde ik haar een keer van het andere pleintje, dat een meter of 200 van ons veldje verwijderd was, achter de huizenblokken die haaks op ons huis stond. Ook vond ik haar een keer aan het Haarlemplein. Daarvoor waren wat gevaarlijkere acties nodig geweest, zoals het oversteken van een druk fietspad.

Gewoon op ontdekkingsreis

Het was totaal onschuldig dat ze verdween. Gewoon lekker rondstruinen. Op ontdekkingsreis. Niet veel meer. Ze nam het op die ontdekkingsreizen wel van. Uitvoerig verdween alles wat etenswaardig was in de keel. Ze liep elke vierkante centimeter grond af. Op zoek naar vogeltjesvoer, nootjes die gevallen waren of ander lekkers. Aan hondenpoep gaf ze zich niet over, maar verder ging er alles in. Ook dingen waarvan wij dachten dat ze niet te eten waren.

Ik heb haar ook eens niet gevonden bij het zoeken. Dan was helemaal van de aardbodem weggevaagd. Ik fietste dan rond op zoek naar Sientje. De eerste keer was ik helemaal in paniek. ‘Ach, die komt zo wel weer’, zei Inge. ‘Maar de auto’s dan?’ vroeg ik. ‘Ach, dat merken we dan wel weer.’

Ze had ook gelijk. Het had weinig zin je druk te maken. Ze was weg en waarschijnlijk zou ze wel weer terugkomen. Dat gebeurde dan ook. Een klein uurtje later liep ze gewoon de tuin weer in. In het ergste geval bleef ze een uur of drie weg. We waren toen best wel in paniek. Tot mijn verbazing zag ik haar even later weer achter op het pleintje lopen. Ik riep haar en ze liep vrolijk naar me toe.

In het laatste levensjaar, de tijd dat het geheugen het een beetje liet afweten, verdween ze steeds vaker. We vonden haar dan altijd wel weer. Ze keek je dan verdwaasd aan en liep rustig met je mee. Het uitlaten was in het laatste jaar niet veel meer dan een gang naar het pleintje achter, behoefte doen en terug.

Steeds vaker weg

Je moest altijd wel opletten. Ze kon namelijk ineens in totale ontreddering wegrennen. Ik moest haar dan uit de tuin van de buurvrouw halen, waarin ze in paniek naartoe was gerend. Het was niet handig meer om haar los te laten. Het bracht haar alleen maar in verwarring.

Een avond. Een meisje belde aan. Inge was druk met eten koken. Het meisje bracht Sientje terug. Om het halsbandje stonden onze adresgegevens. ‘Nou bedankt hoor’, zei Inge. Druk met andere dingen. We hadden niet eens in de gaten gehad dat ons teckeltje hem gesmeerd was. Het meisje keek haar teleurgesteld aan in de hoop een klein fooitje als bedankje te krijgen. Het ontmoedigde haar niet, want ze heeft haar later nog eens bij ons thuisgebracht. Een dementerend hond gaat ook dwalen.

Op een rennen zetten

Eens bij een logeerpartijtje bij mijn ouders, liet ik haar even snel uit. Misschien handig om haar even los te laten, dacht ik. Ik had haar opgepakt en buiten de poort losgelaten. Ze liep eerst de brandgang in bij mijn ouders achter. Ik riep haar. Ze luisterde niet, maar zette het op een rennen.

In totale paniek holde ze langs mij heen en schoot over het voetpad langs de drukke weg. Het was al donker op die winteravond. Ik rende achter haar aan en riep haar. Het hielp niet, ze ging er juist harder van lopen. Ze kende de weg daar niet, dus ik vreesde dat als ze echt wist te ontkomen, ze zou verdwalen.

Even plotseling als ze was gaan rennen, stopte ze ook. Ze dook ineen. Totaal ontredderd. Ik kon haar makkelijk vastpakken en tilde haar op om haar in mijn armen weer terug naar huis te brengen. Ze rilde van angst en keek mij verbijsterd aan.

Het werkt niet meer, dacht ik. We kunnen niet meer logeren met haar. De onbekende omgeving maakt haar verward. Toch zou het nog een halfjaar duren voordat we de echte beslissing namen.

Lees het vervolg: Weer kamperen »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

[mc4wp_form id=”20905″]

Pioniers, idealen en kavelprijzen – Tiny House Farm

De film “De spelers van Oosterwold” had afgelopen zondag zijn première. Eigenlijk zou de film 2 weken terug zijn vertoond, maar bij een noodlottig ongeval in de Oosterwoldse bossen is een pionier, een man van het eerste uur omgekomen.

Daarom was de première opgeschoven en is de film opgedragen aan Frank Meijers. Een man van het eerste uur en ook iemand die in de film 1 van de spelers is. Als 1 van de eersten in Oosterwold heeft hij veel werk verzet voor onze nieuwe wijk.

De film is een feest der herkenning. Dat zie je terug in de basisregels van de doorwaadbare zone, het delen van de weg, maar ook van het zelf organiseren van alles. Veel dingen die ze tegenkomen, herken ik uit onze discussies en gesprekken bij ons project. Niet alles is vanzelfsprekend in Oosterwold. En veel draait om het ontdekken van de regels.

Adri Duivesteijn

Het interview met initiatiefnemer van Oosterwold, Adri Duivesteijn, was wel bijzonder. Het was verrijkend om hem te horen vertellen over zijn ideeën rond wonen en het maken van de stad.

Zijn ergernis: de eenheidsworst in de Nederlandse nieuwbouwwijken. Alle nieuwe wijken van Nederland lijken op elkaar. En daarnaast de grote macht van de projectontwikkelaars. Hoe de markt mensen dwingt om een bepaald type woning te wonen.

Bewoners zelf laten bouwen

Zijn stelling: bewoners kunnen heel goed zelf hun huis bouwen en daarmee hun eigen leefomgeving creëren. Dit idee kreeg in Almere in eerste instantie vorm in het concept: ik bouw mijn eigen huis. Later is het in nog verdergaande vorm omgezet naar Oosterwold. Hier trekt de gemeente zich helemaal terug en bepalen bewoners ook hoe de wijk eruit komt te zien.

Dat vind je ook terug in de documentaire dat voor veel kijkers een feest der herkenning is. Hoe de allereerste bewoners tegen allerlei problemen oplopen en deze ook te lijf gaan. Hoe langzaam maar zeker bewoners zelf de dingen ontdekken en hoe het spel met de gemeente zich ontwikkeld. Hoe Oosterwold steeds meer vorm krijgt en een heel eigen karakter vormt.

Stadslandbouw en collectieve ruimte

En de boodschap: we zijn er nog lang niet. De hoeveelheid nieuwe bewoners neemt elke week toe en er ontstaat een echte nieuwe leefomgeving. Waarin naast wegen ook een fijnmazig web is waarin mensen kunnen wandelen, met heel veel groen en stadslandbouw.

Tot nu toe zie ik vooral veel drukke kavelwegen, maar ontbreken fiets- en wandelpaden. Net als dat openbaar groen ook niet op ieders prioriteitenlijst staat. Vreemd als je je conformeert naar een lagere grondprijs, zou je de eisen die de gemeente stelt, zeker moeten navolgen.

Doorwaadbare zones

Is de gemeente daarvoor verantwoordelijk of kun je van de bewoners verwachten hiervoor ruimte te scheppen in de doorwaadbare zones? Ik merk dat ik met het uitlaten van de hond nauwelijks door de doorwaadbare zones loop, maar over de gevaarlijke kavelwegen ga.

De dag na de premiere komt er groot nieuws. De grond is getaxeerd en wordt door het rijksvastgoedbedrijf gelijkgetrokken met de huidige ontwikkelingen. De grondprijs ligt nog altijd beduidend lager dan elders in het land. Maar die prijzen worden ook gedreven door de projectontwikkelaars.

Goedkope grond of idealen?

Dat zet mij bij de vraag of het in Oosterwold echt om particulier opdrachtgeverschap gaat of dat mensen uit zijn op goedkope grond. Het ideaal om stadslandbouw samen met een groene buitenomgeving te creëren, zie je momenteel nog niet goed van de grond komen. En zo nadenkend, kom ik tot de conclusie dat je het anders zou moeten aanpakken met de grondprijzen.

De kans dat als de kavels kleiner worden, de huizen dichter op elkaar komen, zou de gemeente kunnen bedwingen door verschillende tarieven te rekenen. Dus bijvoorbeeld de bebouwde grond (roodkavel) voor meer geld verkopen dan de grond die naar stadslandbouw gaat. En dat verharde wegen daar tussen hangen in prijs. Net als dat de doorwaadbare zone voor een lager tarief weggaat omdat een collectief belang bij is. Collectief belang en groen moeten worden beloond met een lagere prijs.

Groen en stadslandbouw

Misschien wat complexer bij de afrekening, maar dit richt zich veel meer op de idealen: een groenere leefomgeving en een eerlijk gebruik van de grond voor groen en stadslandbouw. Ik denk dat de koopjesjagers en mensen die de grenzen opzoeken, op die manier in het gareel moeten worden gehouden. Het moet een prettige leefomgeving worden, waarbij het collectieve belang ook meetelt. Het draait niet alleen om jouw tuintje en jouw huis, maar ook om de uitstraling de wijk en het welbevinden van de bewoners samen.

Op 12 februari draait de film De spelers van Oosterwold in Pakhuis De Zwijger in Amsterdam. Op 25 februari is een 2e avond waarop de film draait eveneens in Pakhuis De Zwijger.