Nobel streven, een ridderverhaal

Onwaarschijnlijk maar waar. Dat is het verhaal van de ridder Jan van Brederode. De Utrechtse hoogleraar Frits van Oostrom vertelt in zijn nieuwste boek Nobel streven het verhaal van deze bijzondere middeleeuwse edele. Jan van Brederodes leven is heldhaftig, tragisch en dynamisch. Voldoende stof voor een uitermate innemende biografie over deze man.

Met het boek Nobel streven keert de Utrechtse hoogleraar terug naar bekend terrein. Bij zijn doorbraak in 1987 met Het woord van eer over literatuur aan het Hollandse hof, moet hij zijn gestuit op het bijzondere levensverhaal van Jan van Brederode.

Dappere ridder Jan van Brederode

Een dappere ridder die wel een heel eigenaardige levensloop kent. In zijn nieuwste publicatie Nobel streven, gaat Frits van Oostrom dieper in op het leven van deze bijzondere man.

De achterflap geeft al een duidelijke samenvatting van deze ridder uit Holland. Meerdere malen neemt hij het op in een oorlog tegen Friesland. Hij gaat op pelgrimage naar Ierland om daar het helse vagevuur van Sint Pancratius te ervaren. Teruggekomen belandt hij in het klooster, het huwelijk wordt ontbonden en zijn vrouw gaat ook in het klooster. Een kartuizerklooster, een strenge orde. Misschien wel de zwaarste kloosterorde. Waarbij je altijd zwijgt, nooit vlees eet en vegetarisch. Bovendien wordt je nacht gebroken door een uur lange nachtmis.

In het klooster vertaalt hij de religieuze tekst Des coninx summe, een indrukwekkende titel. Als hij later zijn kans ziet om de erfenis van zijn vrouw te kunnen incasseren, verlaat hij het klooster. Met geweld haalt hij zijn vrouw ook op. Het mondt uit op een mislukking, waarna hij later opduikt op het slagveld bij de beroemde Slag bij Azincourt. Als huurling, opmerkelijk voor een ridder, maar als je het boek van Frits van Oostrom leest, zul je merken dat het helemaal niet zo opmerkelijk is.

Nobel streven geeft een inkijk in een indrukwekkend verhaal waar Frits van Oostrom wel raad mee weet. Hij begint met met heerlijke zinnen waarmee hij de achtergrond van Jan van Brederode kenmerkt, zoals: ‘Jans grootvader Dirk was een geweldenaar.’ Om daarna de heldenfeiten van Dirk van Brederode te vertellen. Jans vader en broer zijn iets minder gewelddadig. Al is het in een tijd waarin het land verdeeld wordt door de Hoekse en Kabeljauwse twisten, moeilijk om geen wapen in de hand te nemen.

20e eeuwse verbazing

Bij dit alles weet Frits van Oostrom prachtig te spelen met de 20e eeuwse verbazing die sommige aspecten uit de ridderlijke maatschappij bij je oproepen. Zoals het huwelijk tussen Willem van Brederode en Margriet van der Merwede. Willem was 23 jaar oud toen dit huwelijk bezegeld werd. Margriet niet ouder dan 3:

[H]et moet zelfs voor middeleeuwse begrippen een ongemakkelijke ceremonie zijn geweest voor het altaar. Dat dit huwelijk nog vele jaren kinderloos zou blijven, werd blijkbaar ingecalculeerd. (132)

Het huwelijk is in de middeleeuwen vooral een verbintenis tussen families en niet zozeer een ceremonie die de liefde bezegeld. Een peuter die trouwt, is zelfs in de middeleeuwen een beetje te gortig. Maar Van Oostrom zal er nog een aantal keren naar verwijzen. Bijvoorbeeld als hij de lezer een blikje gunt in de toekomst:

Margriet van der Merwede en Stein, als schatrijke peuter bij de Brederodes ingetrouwd, zou als volwassenen vrouw bemerken dat er van haar erfdeel nog maar weinig over was. (219)

Het familiefortuin verdampt. Dat is ook het probleem tussen het huwelijk van Jan en Johanna van Abcoude. De vader van de bruid weet uit de overeenkomst het maximale te halen voor zijn familie. Het huwelijk is eigenlijk boven Jan van Brederodes stand. Hij kan het eigenlijk niet betalen en steekt zijn familie in de schulden.

Als er dan ook nog eens geen kinderen komen, besluit Jan van Brederode naar Ierland af te reizen om in een grot het vagevuur mee te maken.

Op bedevaart

Jan van Brederode maakt een bedevaartreis naar Ierland in de hoop dat er kinderen komen. Zijn huwelijk is kinderloos en hij hoopt met deze reis hiermee het tij te keren. Hiervoor betreedt hij de grot waar Sint Patricius het vagevuur heeft doorstaan. Hij moet een nacht lang in het aardedonker van de kleine ruimte zitten.

Dat je langzaam maar zeker en ongetwijfeld ook door bepaalde schimmels op de rotsen gaat hallucineren is niet zo heel vreemd. De nacht in de grot van Sint Patricius moet voor sommige pelgrims een bijna-doodervaring hebben opgeleverd. Of zoals Van Oostrom het schrijft:

Ze kunnen een nacht hebben geleefd in hun persoonlijke Jeroen Bosch, bij wijze van ‘augmented reality’. (86)

Heerlijke verhalen die Frits van Oostrom heel treffend typeert en aan het papier toevertrouwd. Verbindingen leggend met onze tijd en de belevingswereld van de literatuur.

Kloosterbestaan

Het huwelijk blijft kinderloos. Mogelijk biedt het kloosterbestaan een uitweg om onder de gigantische gages aan zijn schoonvader te komen. Jan verlaat bij het overlijden van zijn schoonvader, weer even snel het klooster. Hij ruikt zijn kans, maar is kansloos. Hij probeert alles, met en zonder hulp:

Tenzij uiteraard… zijn kloostergelofte van eertijds ongeldig was geweest. Precies deze kaart blijkt Jan nu te zijn gaan spelen. Ongetwijfeld zijn ook hier juristen aan te pas gekomen om dit geitenpaadje in het vonnis van 14 april 1409 te wijzen. (205)

Als een hedendaagse burger probeert hij de mazen in de wet te vinden om toch zijn gelijk te behalen. Het blijkt een kansloze exercitie. Temeer omdat zich zelfs de kanselier van de Notre Dame in Parijs zich over de kwestie buigt en zijn oordeel velt. Al zou je heel veel geitenpaadjes uit het complexe betoog kunnen ontwaren, Jean Gerson is duidelijk. Eens een gelofte gedaan is altijd een gelofte gedaan.

De daden van Jan van Brederode krijgen wel een heel ander perspectief in het verhaal van Frits van Oostrom. Dat Jan bijvoorbeeld zijn vrouw uit het klooster probeert te ontvoeren, is hier heel duidelijk een wanhoopsdaad. En de voormalige ridder mag er voor bloeden. Hij komt in het gevang en zijn vrouw overlijdt een jaar later. Aan hartzeer, zo beweren de bronnen.

Het einde bij de beroemde Slag bij Azincourt, waar Engeland met een minderheid het veel grotere Franse leger verslaat, plaatst Frits van Oostrom weer zo mooi in context. Binnen het literaire kader van het toneelstuk Henry V van Shakespeare. Een mooie vermenging van het verhaal zoals de geschiedschrijvers het hebben opgesteld en hoe mensen als Jan van Brederode het beleefd hebben.

Feit en fictie

In de biografie over het leven van Jan van Brederode zitten onherroepelijk leemtes. Gaten van periodes waar we niet het fijne van weten. Daarom verwijst Frits van Oostrom aan het einde van zijn biografie naar literaire verwerkingen. Hij verwijst dat van het laatste gedeelte van het leven van Jan van Brederode onbewust een roman geschreven is.

Hij verwijst naar andere geleerden die boeiende romans hebben geschreven. Zo is De naam van de roos van Umberto Eco het resultaat van jarenlang onderzoek. Umberto Eco merkte dat hij in zijn wetenschappelijke werk sommige verhalen niet kon vertellen omdat het aan bewijs ontbrak. Daarvoor leent de literatuur zich bij uitstek. En zeker de roman. Zo verwerkte Umberto allerlei middeleeuwse bevindingen en ideeën in zijn bestseller. Fabuleren op de plekken waar je niet kunt argumenteren.

Eco’s De naam van de roos (1980), bij verschijning bescheiden uitgebracht als ‘een boek voor fijnproevers, voor bedachtzame genieters’, verkocht inmiddels wereldwijd 50 miljoen exemplaren – en dat voor een roman over een veertiende-eeuws klooster. (314)

Inderdaad lenen de middeleeuwen zich prima voor een roman, zeker als er een portie misdaad en een meesterbrein is om de moorden op te lossen. Een andere roman waar Van Oostrom naar verwijst en die mij waanzinnig nieuwsgierig maakt is een roman over het leven van Dante. Marco Santagata, hoogleraar literatuurgeschiedenis in Pisa, schreef naast een biografie over het leven van de Italiaanse schrijver, ook een roman. Het werk heet Als verliefde vrouw (Come donna innamorata), over een intellectueel die hoon opwekt omdat hij een stom klerkenbaantje accepteert om grootste literatuur te kunnen schrijven.

Literatuurwetenschapper of romanschrijver?

Frits van Oostrom haalt hier terecht het probleem van de literatuurwetenschapper aan ten opzicht van de romanschrijver. De wetenschapper moet zich houden aan de feiten en kan alleen met hulp van argumenten overtuigen. De roman biedt een heel andere kant de ruimte. Ze geeft ruimte aan het gevoel, waar de wetenschapper zich niet kan en durft te wagen. Het leven van Jan van Brederode is voor een romanschrijver bij uitstek een geschikt onderwerp:

Niet alleen wat er gebeurde, maar ook hoe het voelde. Oftewel: een waargebeurde roman. (320)

Al moet ik zeggen dat Frits van Oostrom zich soms ook waagt aan een inschatting hoe iemand zich gevoeld moet hebben. Het leven van Jan van Brederode leent zich hier uitstekend voor. Waarom neemt hij bepaalde beslissingen en is het inderdaad zo grillig als het soms overkomt. Dat vraagt aan een andere component van iemand om een beslissing te nemen, namelijk: het gevoel.

Familiewapen familie Van BrederodeDaarmee laat Frits van Oostrom in mijn overtuiging zien dat hij zich best eens zou mogen wagen aan een roman over het leven van zijn gebiografeerde held. Het belooft een mix te worden met een hoog Couperus-gehalte, met erg interessante familie-intriges. Allemaal ingrediënten waar hij zich best eens aan mag wagen. En dat het een bestseller wordt, staat wat mij betreft vast. De biografie Nobel streven is al een boek dat je in 1 adem uitleest. Als het geromantiseerd wordt, is nog meer een feest om te lezen.

Frits van Oostrom: Nobel streven, Het onwaarschijnlijke maar waargebeurde verhaal van ridder Jan van Brederode. Amsterdam: Prometheus, 2017. ISBN: 978 9044 6346 79. Prijs: € 25,99. 400 pagina’s.Bestel

Kijk voor meer achtergrondinformatie op: nobelstreven.nl

One comment on “Nobel streven, een ridderverhaal

  1. Jannie Trouwborst

    Het stond al op mijn lijstje. Jouw beschrijving heeft het verlangen op het te lezen is alleen maar sterker gemaakt.

Geef een reactie