Minder aandacht – Sientje (41)

Best lastig om met een kind genoeg aandacht aan je teckel te geven. Of je leeft met of zonder een kind in huis, er is een groot verschil hoe je omgaat met je hond. Bovendien brak bij mij na de geboorte van Doris een tijd van onzekerheid aan. Ik raakte mijn baan bij de krant kwijt. Na twee jaar werkervaringsplek en een interne opleiding tot journalist was er geen plek voor mij bij het krantenbedrijf. Uiteindelijk vond ik een baan in Amersfoort bij een instelling waarbij het mij erg lang onduidelijk was, wat ze precies deden.

Het werk dat ik gevonden had, stelde wel als eis dat ik in de nabijheid van Amersfoort zou gaan wonen. Op zich had ik daar weinig bezwaren tegen. Zeker ook omdat we een paar dagen voor ik hoorde dat ik aangenomen was, een ernstige bedreiging van de buurvrouw hadden gehad. De buurvrouw die Sientje zo liefdevol had opgevangen toen Coby zichzelf en Sientje buitengesloten had, was verhuisd. Nu woonde er een buurvrouw die zich elk weekend meerdere gaten in de kraag dronk. Ze leefde op ruziënde voet met haar puberende zoon. Zeker in de nachten dat ze dronken thuiskwam leidde dit tot kabaaltaferelen.

Dit zorgde er ook voor dat we hier niet te lang wilden blijven wonen. We kregen de mogelijkheid om te verhuizen. Dat moesten we met beide handen aangrijpen en dat deden we ook. Nog geen 3 maanden nadat ik in Amersfoort begonnen was, verhuisden we naar Almere. De lange ritten van ruim anderhalf uur naar mijn werk in Amersfoort braken ook aardig op.

Ik was blij iets dichterbij een leuk huis te hebben gevonden. Al ontdekte ik snel dat het iets dichterbij toch een aardig eindje uit de buurt lag. Ik deed er alsnog meer dan een uur over om na het dichttrekken van de voordeur, achter mijn bureau te kunnen schuiven.

Sientje onderging de hele verhuizing, het bezichtigen van het huis en de uiteindelijke koop gedwee. Op de dag dat we het huis kochten, gingen we gelijk naar het nieuwe huis, braken het nep-haardje uit de woonkamer en deden nog wat kleinigheden, waarna we terugreden naar Almelo. We hadden Sientje daargelaten. Het zou vooral hinder zijn om haar mee te nemen en je laat je hond niet meer dan een uur achter in een parkeergarage bij strenge vorst. Want het vroor hard op die dag in februari dat de overdracht was.

De wandelingen met Sientje waren in het nieuwe huis ook niet veel verder dan in het oude huis. We vonden een vergelijkbaar rondje. De bermuda-driehoek in Almelo liep ik ’s avonds ook alleen, want het kleine kindje lieten we niet graag alleen in huis. Voor hetzelfde geld gebeurde er iets in die vijf minuten dat we met Sientje liepen. We voelden ons erg verantwoordelijk. Met Doris was er een nieuwe zorg bijgekomen en we namen dat erg serieus.

De periode die daarna aanbrak was een tijd van heel hard werken. Maanden werkten we aan het huis. Onderwijl de boel inpakkend in Almelo. Vanaf de dag dat we voornamen om te gaan verhuizen, verzamelde ik al bananendozen en pakte ik al de boeken in die door het hele huis verspreid stonden. Zo werkten we een beetje in het vooruit. Ook omdat aan het nieuwe huis erg veel moest gebeuren.

Het huis was aardig uitgeleefd en vroeg om iets meer dan een likje verf. Daarbij waren we druk in de weer met het uitzoeken van een nieuwe keuken. Het was erg veel werk dat moest worden verricht. Sientje kreeg minimale aandacht. Doris, het nieuwe werk en het huis schrokten alle aandacht op.

Lees het vervolg: Opruimer »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

Redmond O’Hanlon, Almere en de groene stad

De 3e stadsschrijver in Almere, Redmond O’Hanlon, heeft 3 jaar in Almere doorgebracht. Na Stephan Sanders en Renate Dorrestein, is ook het resultaat van zijn verblijf een boek: De groene stad. Na zijn beroemde tochten door Borneo, Zuid-Amerika en Congo, was Almere aan de beurt. Dat schept hoge verwachtingen.

De stad en het groen

Het boek is vorige maand gepresenteerd; ik was bij de presentatie. Hier veel aandacht voor de bijzondere kant van de stad, het groen en de archeologie. Blijft bij mij wel de vraag steken wat hij echt van Almere vindt. Het schippert een beetje tussen walging en respect. Het is natuurlijk ook een beetje wiens brood ik eet, wiens woord ik spreek.

Buiten dit valt mij het resultaat De groene stad tegen. Het boek blijft heel getrouw aan de gesprekken die de Britse natuurschrijver heeft gehad met Almeerders. Het blijft bij deze droge opsomming en weergave van de gebeurtenissen. Zeker O’Hanlon doet enkele pogingen om geleerd over te komen. Zo citeert hij meermaals zijn landgenoot Ebenezer Howard (1850 – 1928) die aan de basis staat van Almere met zijn visie op stedenbouw.

Satellietstadjes

Howard is een voorstander van een stad met eromheen kleinere, grotendeels onafhankelijke satellietstadjes. Precies hoe Almere is opgebouwd in zijn verschillende stadsdelen, Almere Stad, Almere Poort, Almere Buiten, Almere Haven en Almere Hout. Het aantal keer dat O’Hanlon hem aanhaalt, is tot vervelens toe. Zo belangrijk is Howard ook weer niet voor Almere. Het lijkt meer te wijzen op Britse trots van de schrijver.

Boven alles mis ik het verhaal. Zijn de reisverhalen van Redmond O’Hanlon echte verhalen, in dit boek blijft het tot een droge opsomming van informatie. Ze krijgt niet de transitie die je wel vindt in de oude verhalen. Het brengt mij bij het schokkende feit dat O’Hanlon bij zijn reis op de Beagle al verklapte: hij kan niet meer schrijven.

Dat vind je ook terug in De groene stad. Een mooi promotieverhaal voor Almere, maar je mist het verhaal dat O’Hanlon ervan maakt. Hij maakt er geen verhaal van en laat het over je overkomen als een stortvloed van VVV-weetjes. Geen origineel idee en helemaal geen verhaal.

Beginnen bij het begin

Want waar zou je de speurtocht naar de Almeerder beter kunnen beginnen dan bij het begin? De oorsprong waarvan de laatste jaren – en ook in de periode dat Redmond in Almere woonde – veel nieuwe informatie is bijgekomen. Het is vrijwel zeker bijvoorbeeld dat hier neanderthalers geleefd hebben.

De vondst van vuursteentjes en verbrande hazelnootjes wijst op mogelijk verblijf van neanderthalers. Of de vondst van het visfuik in Almere Poort wat duidt op menselijke activiteit ver voordat in Engeland Stonehenge werd opgericht. Ingrediënten voor een verhaal waarbij je fantasie op hol slaat, maar bij Redmond O’Hanlon blijft het heel stil.

Grote verwachtingen

Zeker, het zijn de verwachtingen die je misschien hebt van een schrijver, zeker bij een begenadigd schrijver als O’Hanlon. Maar De groene stad laat zich op geen enkele manier vergelijken met deze werken. Heel jammer, maar buiten het feit dat je kunt twijfelen of O’Hanlon hier nog toe in staat is, heeft hij mogelijk minder affiniteit met Almere dan hij zou willen.

Iemand die de ene keer Almere de verschrikkelijkste plaats op aarde noemt en de andere keer dat afdoet met een journalist die hem verkeerd geciteerd heeft. Buiten het feit dat dit verhaal mogelijk nog veel interessanter zou zijn, is het jammer dat O’Hanlon zich er zo makkelijk van afgemaakt heeft.

Redmond O’Hanlon: De groene stad. Vertaald en bewerkt door Rudi Rotthier. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2018. ISBN: 978 90 450 3080 7. 160 pagina’s. Prijs: € 18,99. Bestel

Fruitboompjes planten – Tiny House Farm

Als je de plannen van nieuwe bewoners in Oosterwold moet geloven, dan ontstaat hier een heuse fruitboomgaard. De grootste misschien wel van Europa. Iedereen spreekt over het planten van fruitbomen om aan de definitie van stadslandbouw te voldoen. Wij willen eigenlijk al vanaf het moment dat we ons inschreven voor de Tiny House Farm iets met fruit, vooral kleinfruit: braam, framboos en rode bes.

Vakantie. We beloven elkaar dat we helemaal niks aan het huis gaan doen. Dat mislukt zaterdag al. We krijgen bezoek en willen wel wat dingetjes netjes hebben. Zo sleep ik nog een paar dozen boeken in de kast, hangen we nog een paar dingen aan de muur en ruimen we de rest zoveel mogelijk op.

Een stuk netter. En als we dan een paar dagen later lekker naar de stad gaan, stellen we op de terugweg voor om nog even langs het tuincentrum te rijden. Gewoon, voor inspiratie. En misschien een braamstruik als we die onverhoopt tegenkomen.

En dan zien we fruitbomen staan. Met korting. Klopt ons hart een stuk sneller van. En gaan inslaan. 9 fruitbomen: appels, peren, pruimen, kersen en zelfs een amandelboom. En de braam met een herfstframboos. Het past maar net in de auto.

We slaan aan het planten in een hoekje van de tuin. Niet te ver van huis, dicht tegen de toekomstige moestuin. De voorgenomen beplanting in de doorwaadbare zone mislukt. Ik kom er met de schop niet door. Daarom krijgen de 9 bomen een mooi plekje aan de andere kant van de sloot.

Natuurlijk gaat het waaien. Als we een boom planten, gaat het waaien. Het begon al met de bessenstruiken en de sering in augustus, vlak na de verhuizing. Nu waait het weer flink. Gelukkig niet zo hard als de vorige keer, maar het is guur genoeg.

Na afloop, schrijven we zorgvuldig op waar we wat gepland hebben. Op het boekje schrijft Inge ‘tuinplan’ in kleurige letters. Best een uitzoekwerk. Ook omdat bomen elkaar moeten bestuiven en daarom niet te ver van elkaar mogen staan. En we worden helemaal blij van al die vruchten die we straks gaan verwerken in heerlijke gerechten.

Moedermelkjunk – Sientje (40)

Sien had niet alleen last van de komst van de mensenpup in huis. Voornamelijk profiteerde ze er vooral van. Zo ontdekte ze snel dat mensenmelk erg lekker is. Soms wist ze een beetje afgekolfde melk te pakken te krijgen. Het werd vol overgave opgelikt. Het liefst likte ze het voorwerp waar het in of op lag mee op. Doris had moeite met het drinken uit de borst, waardoor Inge veel moest kolven. Zo zwierven in huis snel allerlei potjes en flesjes met verse moedermelk.

Sientje was gek op al die melk en likte het met liefde op. Net als de voorwerpen in de nabijheid van de melkgevende borsten. De opvangdoekjes die op de tepel de kleren voor plotselinge reflexen moesten behoeden, verdwenen regelmatig in Sientjes bek. Ze likte ze uit, maar verschalkte dikwijls ook grote delen van de kleedjes zelf.

Het vele kolven vroeg om een stevig kolfapparaat. We schaften een groot, zwaar apparaat aan. Dat in een speciale rugzak was ingebouwd. Aan de voorkant zat een grote plastic beschermplaat waarin de buisjes verdwenen om de melk ritmisch aan te zuigen en in het flesje te laten druppelen. Elke borst eentje. Het apparaat maakte een flinke herrie tijdens het pompen en meerdere keren per dag zat Inge aan het kolfapparaat.

Op een dag lieten we het apparaat onbeheerd op een bereikbare plaats staan. Dat hebben we geweten. Bij thuiskomst zagen we meteen dat moedermelkjunk Sientje druk in de weer was geweest met het kolfapparaat. Ze had vakkundig de beschermplaat aan de voorzijde eraf gekregen en helemaal aan gort gekauwd. Het apparaat was onbruikbaar en vakkundig onklaar gemaakt. Vergetend dat daarmee de melk ook niet meer beschikbaar zou zijn.

Natuurlijk gebeuren zulke dingen midden in een verhuizing en we waren net in Almere. Snel nam Inge contact op met een lactatiekundige in de buurt. Zij had gelukkig precies die kolfmachine liggen als demonstratiemodel. Ze schroefde de beschermplaat los en wij konden weer de moedermelk vrijpompen.

Sientje liet zich niet ontmoedigen door alle reparaties en bijbehorende vermaningen. Zij sloopte rustig door. Er zijn flink wat flesjes en zelfs dure spenen gesneuveld. Zodra ze de kans kreeg, taste ze toe en dat ging niet op een lichtzinnige manier. Ze gedroeg zich zoals elke verslaafde die het moeilijk krijgt als hij drank of drugs in zijn nabijheid heeft, maar er niet aan mag komen. Dan gaat het met geweld.

Lees het vervolg: Minder aandacht »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

Eindelijk internet! – Tiny House Farm

Hoe is het ons vergaan sinds vorige week. Woensdag de hele dag thuisgebleven en geen bezoek. De projectleider was ons vergeten te bellen over de uitgelopen klus in Barneveld. Maar hij zou zo snel mogelijk iemand naar ons sturen.

Gelukkig hebben we buren. De toekomstige buurtjes die gelijk met ons glasvezel kregen en trouw onze blog lezen. Ze belden meteen naar Inge. ‘De monteur is bij ons. Kom gauw.’ Inge bijna klaar met werk, droeg alles meteen over en liet alles in de steek om maar snel naar huis te rijden.

Onderwijl belde ze meteen Volker Wessels. De meneer van planning die ons normaal tegen zat, werkte wonderbaarlijk genoeg mee. Zo bleef de monteur wachten en klaarde het klusje in enkele luttele wenken. Balen dat je daar dan een hele dag op moet wachten.

De laatste hobbel was KPN voor de aansluiting. Alsof we nog niet genoeg hadden moeten wachten op alles, ging deze nu dwarszitten. We konden niet bij de backoffice. Al een week eerder om een nieuwe inlog gevraagd. De oude was door het lange wachten verlopen. Maar nu geen meewerking. We kregen het gewoon niet.

Weer elke dag bellen. Nu met de laatste hobbel: KPN. Om moedeloos van te worden. De volgende dag was er wel wat meer duidelijkheid. We konden onszelf meteen aansluiten met het kastje dat we gekregen hadden. Daar was het langverwachte internet. Een ‘stoute medewerker’ verbond ons door met de backoffice.

Wat mij betreft verdient deze medewerker de medaille: Medewerker van de maand. En dan vooral omdat hij op de juiste momenten de regels overtreedt. Ik durf niet te bellen naar KPN omdat ik weet dat als zijn manager dit leest, hij alsnog op zijn donder krijgt. Dus manager als je dit leest: geef jezelf op je donder en geef hem een compliment. Hij heeft een klant geholpen.

Gisteren is de televisie geïnstalleerd en werden ook enkele oude boxen vervangen. Het internet is beter dan ooit. Razendsnel en 5G. Wauw! Net als de beschikbaarheid van uitzending gemist en mooi beeld. Genieten. We leven weer en kunnen de hele toekomst weer aan. Net als dat ik met deze internetverbinding beter thuis kan werken dan ooit.

En terwijl ik zo zit te tikken, vraag ik mij af waarom dit niet 2,5 maand eerder kon. De laatste 3 weken hebben we meerdere keren contact gezocht via meerdere kanalen: bellen, bloggen en Twitteren. Het is gelukt, maar vraag me niet hoe.

Hopelijk helpen jullie je andere klanten beter klantenservices van Reggefiber, Volker Wessels en KPN!

Mensenpup – Sientje (39)

Thuis bevallen leek ons wel heel bijzonder. Om zo in je vertrouwde omgeving, met Sientje erbij, het nieuwe leven te begroeten. Want hoe laat je je hond kennismaken met het nieuwe lid van de roedel, de mensenpup. Aangezien we thuis zouden zijn, zou Sientje het ook allemaal meemaken. Een betere introductie kon je je niet wensen.

Vanwege het ontbreken van stromend water boven, moest er beneden een bed komen te staan. We haalden het ziekenhuisbed weer op bij Inges moeder. Het kwam uit onze logeerkamer, maar onze logees moesten het sinds de inrichting van het babykamertje volstaan met een opklapbed in de studeerkamer. Het ziekenhuisbed was naar Inges moeder gegaan. Inge deed in de laatste weken al haar middagdutje op dit bed dat we op de hoge stand hadden gezet. Verder vond Sientje het erg lekker om daar te liggen. Alles was klaar om de baby ter wereld te laten komen.

Na een paar dagen weeën stak de verloskundige de vliezen door. Zo ontdekten we dat de baby in het vruchtwater had gepoept, waardoor we halsoverkop naar het ziekenhuis moesten. Ik vroeg snel aan de buurvrouw of zij Sientje ’s avonds wilde uitlaten. ‘We moeten naar het ziekenhuis voor de bevalling’, zei ik snel. Ze begreep het. Het huis dat we achterlieten was een puinhoop. Drie dagen rondlopen met weeën en het vruchtwater op het kraambed midden in de kamer.

Het zag er allemaal niet schoon uit. Maar we moesten onmiddellijk weg. We konden niet eerst de boel opruimen, daarvoor was de situatie te urgent. We waren allang blij dat ze niet met een ambulance hoefde te worden afgevoerd en we met onze eigen auto konden gaan. Achter de verloskundige aan reden we die Bevrijdingsdag naar het ziekenhuis.

We waren wel een beetje teleurgesteld. Want we hadden ons erg verheugd op de geboorte van ons kind thuis. In onze eigen vertrouwde omgeving met Sientje erbij. Dan kon Sientje meemaken hoe het gezin een nieuw lid erbij kreeg. Het mocht niet zo zijn. Wij moesten halsoverkop naar het ziekenhuis. En de gezondheid van de baby ging voor alles.

De bevalling duurde nog lang, maar ver na middernacht werd het kind geboren. Een meisje, Doris. We waren helemaal gelukkig en na nog enkele flinke complicaties mocht Inge uren later eindelijk naar bed. Ik kreeg als kersverse vader te horen dat ik nu naar huis mocht gaan. Midden in de nacht en ik kon gaan. De auto stond nog op de noodplek. Ik haalde het plastic weg aan de kant van de bijrijder. Daar had Inge gezeten en reed naar huis.

De zon kwam al op toen ik ons straatje binnenreed. Ik kwam binnen zag de troep en een enthousiaste Sien. Ik liep even snel een rondje met haar. De bermuda-driehoek zoals wij dat noemden, naar het eind van de straat. Daar kon je om een stukje gras lopen en keerde je zo weer terug naar huis. Het rondje behelsde niet veel meer dan een meter of tweehonderd. Voor Sientje was dat ruimschoots voldoende voor een plas en een poep. Dan keerde ze vol enthousiame om. Zeker met regen, want met regen wilde ze snel terugzijn. De late thuiskomst zorgde ervoor dat Sientje ook nu snel werd uitgelaten. Daarna probeerde ik snel nog wat te slapen.

Dat ging slecht en een paar uur later belde ik de familieleden om te vertellen dat we een dochter gekregen hadden en dat ze Doris heette. Het duurde lang voordat de klok half negen liet zien, het tijdstip dat ik weer naar het ziekenhuis mocht. Ik liet Sientje snel uit en verdween weer in de richting van het ziekenhuis. Alleen het kraambed had ik snel ontdaan van de natte opvangdoeken. Ik wilde zo snel mogelijk weer terug zijn bij mijn lief en het nieuwe leven dat die nacht was geboren.

Het was nog even heel spannend of ze naar huis mochten, maar uiteindelijk mochten ze toch met mij mee. Helemaal blij en gelukkig stapten we in de auto. Onwennig reed ik met het kindje voorin en mijn lief achterin. Dat hadden we toch mooi voor elkaar gekregen. We waren weer bijna thuis. Zo stak ik de sleutel in het slot, de Maxicosi in mijn hand. Sientje begroette ons en keek nieuwsgierig naar mijn bagage.

Ik zette de mensenpup in de Maxicosi op de grond neer, vlak voor haar. Ze ging ervoor zitten. Ik bleef rustig, maar wel binnen bereik om in te grijpen als het mis zou gaan. Een spannend moment. Sientje keek aandachtig naar het kleine wezentje. Ze zag de vingertjes bewegen. Ze gromde zachtjes, geen raad met deze situatie wetend. Maar ik pakte een voetje van Doris en liet Sientje ruiken. Voorzichtig schoof het neusje in de richting en rook. Ze rook de geur van het nest en begon zachtjes te kwispelen. Het was goed.

Daarna lieten we haar overal bij. Ze mocht ruiken, soms even likken en ook mocht ze bij ons op de bank kruipen. We merkten zelf wel dat onze aandacht voor Sientje verminderde. De aandacht van zo’n klein baby’tje vraagt genoeg energie van je. Sientje moest er wel aan wennen, maar we betrokken haar bij alles, om zo de aandacht te geven en te voorkomen dat ze jaloers werd. Alles was anders geworden. Ook voor Sientje.

De komst van het nieuw roedellid, zorgde er voor haar voor dat ze veel waakser werd dan voorheen. Vreemden mochten niet te snel te dicht in de buurt van onze pup komen. Dan vloog ze blaffend en grommend op hen af. Het zorgde soms voor een beet in de knie. Dan stond ze blaffend voor iemand en hapte ze tijdens het blaffen in de knie. Of het nu door het blaffen kwam of bewust was, durf ik niet te zeggen. Maar de roedel werd beter bewaakt dan ooit. Dat stond als een paal boven water.

Lees het vervolg: Moedermelkjunk »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

Leven zonder internet – Tiny House Farm

Hoe gaat het inmiddels met ons internet? Morgen wonen we 70 dagen op de Vuursteenhof en hebben nog altijd geen vaste aansluiting. Reggefiber heeft heel veel moeite om het glasvezelkabeltje aan te leggen. Al mijn buren hebben al internet via glasvezel, behalve wij. Het verschil: zij zijn hier allemaal later komen wonen en bij hun konden de gravers wel de kabel vinden.

Onthoud daarbij dat Reggefiber al eens sinds 23 juni weet dat de uitvoerende partij Van den Heuvel de kabel niet kon vinden. De kabel lag er wel en zij stuurden op die dag een mailtje om het snel op te pakken. Niemand heeft daarop gereageerd en toen wij contact opnamen wist Reggefiber van niks en heeft ons vervolgens 2 maanden aan het lijntje gehouden.

Maar geduld moeten we blijven hebben. Zeker met een organisatie als Reggefiber. We kregen een belletje daags na de vorige blog over het leggen van de glasvezelkabel. Ze waren geschrokken. Er zou een projectleider op komen.

Die maandag liepen we al meteen weer op een muur van bureaucratie: er stond ineens een monteur aan de deur. Maar er was precies op dat moment niemand thuis. Toen we het telefoonnummer belden dat hij achterliet, wist niemand ergens van.

Na heel veel bellen, chatten, mailen en dreigende tweets is afgelopen maandag de kabel doorgetrokken in ons huis. Eindelijk glasvezel.

Maar niet heus.

De volgende hobbel is ook lastig: het aansluiten door de firma Volker Wessels. Ze zouden gisteren tussen 12 en 15 uur komen. Speciaal ervoor thuisgebleven, geregel met werk en zo, veel afspraken afzeggen. Maar nee hoor. Geen monteur. Ook geen enkele melding van annulering of waarom ze niet gekomen zijn.

Ik verwacht dat dit nog wel even gaat duren.

Een organisatie als Reggefiber heeft geen haast om de snelle glasvezel op ons aan te sluiten. Ze sluiten eerst de buren aan die er nog niet wonen en naar ons kijken ze niet om.

Wanneer we internet hebben? Ik denk dat het bijna niet meer nodig is. Het schijnt dat er heel veel aanbieders van 4G zijn die net zo’n snel internet aanbieden en daar geen kabel voor hoeven aan te leggen.

Het begint erop te lijken dat we naar de alternatieven moeten grijpen. Want in deze tijd is een goede internetaansluiting net zo belangrijk als bed, bad en brood.

Schiet eens op Reggefiber en Volker Wessels met die snelle glasvezelkabel van jullie.

Veluwe – Sientje (38)

Er zit een breekpunt in het verhaal van Sientje. Het leven dat voor ons sinds die datum voor altijd veranderd is. We hadden Sientje 4 jaar toen Inge zwanger werd. Dat betekende een grote verandering in ons leven. Het begon al met de huwelijksreis in Barcelona, waar Inge net zwanger ’s ochtends misselijk op de bus wachtte.

Het lopen viel haar steeds zwaarder, waardoor het vertrouwde ommetje dat we ’s avonds altijd maakten, een wandeling voor mij alleen werd. Ook liepen we niet meer de wandelingen in de omgeving bij Delden of de molen van Bels. Ik was begonnen met hardlopen en liep zo langzaam aan steeds minder ver met Sientje. Niet dat ze dat erg vond. Ze vond luieren op de bank veel plezieriger. De rollen veranderden.

We voelden dat alles anders zou worden. Daarom trakteerde ik Inge in februari nog op een weekendje op de Veluwe. Gewoon als cadeautje en om voor de laatste keer te genieten dat we nog met zijn tweeën waren. We werden ouders en straks zou alles anders zijn. Daarom gingen we een paar dagen naar de Veluwe. We namen onze intrek in het hotel waar het Nederlands elftal ook vaak trainde, bij Hoensbroek.

Ik had bij de reservering gevraagd om een kamer beneden omdat Inge veel last had van de bekkeninstabiliteit. Ook zou het makkelijker zijn met de hond. We waren heel blij dat we er met een hond in mochten. Het avontuur in het hondenhotel wilden we Sientje niet zo snel weer aandoen. Daarom namen we haar mee. De kamer die we kregen toegewezen was uiteraard niet beneden. We moesten een stalen wenteltrap op omhoog. Inge had er veel moeite mee, niet alleen haar bekkeninstabiliteit speelde hierbij parten. Ook haar hoogtevrees maakte het niet makkelijker.

Ik vond al snel een plekje om lekker te kunnen hardlopen en lopen met Sientje. Het zwembad viel erg tegen. Het was klein en vooral ijskoud. Iedere bezoeker leek het daarmee eens te zijn. De weinige mensen die ik de eerste avond een duik zag nemen, kwamen er nog sneller uit dan ik. Maar de bij de prijs inbegrepen maaltijden waren heerlijk en we wisten ons heel aardig te vermaken.

Omdat het hotel midden in de Veluwe lag, maakten we ook een uitstapje naar het Kröller-Möller. Niet alleen kijken naar de herten, maar ook genieten van de kunst. Onderweg keken we uit naar de burlende herten. We zagen een groepje edelherten op één van de uitzichtpunten. Het vroor dat het kraakte, maar er lag geen sneeuw. Voorzichtig reden we over de wegen in het natuurgebied. Het was best druk in de voorjaarsvakantie.

We parkeerden de auto een eindje van het museum af en moesten een aardig stukje lopen. Sientje lieten we in de koude auto achter. Een dekentje bij de hand. Ze keek ons na door het achterraampje. Een hond kon je in de winter wel achterlaten, zelfs als de voorjaarszon flauwtjes op de auto brandde.

In de hotelkamer genoot ze van de mogelijkheid om op bed te springen. Als we er niet in lagen, lag zij er wel op. We maakten niet meer de grote wandelingen van weleer. Ik liet haar bij Inge achter als ik ging hardlopen. In het bos hoefde het van haar allemaal niet zo ver. Zo luierde ze meer en meer. Ze begon een oud hondje te worden. Op bed sliep ze alsof ze nooit anders had gedaan. En wij genoten van deze laatste vakantie samen.

Lees het vervolg: Mensenpup »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

Pelletkachel – Tiny House Farm

Al een paar maanden keken we tegen de nieuwe kachel aan. Voor het maken van de opening in het dak, voor de schoorsteen, had de installateur de kachel nodig. De kachel stond sindsdien werkeloos ergens midden in de kamer op de pallet waarmee hij aangekomen was.

In de container bij ons huis stonden de vele pijpen, buizen en hulpstukken die nodig waren om de kachel later te kunnen installeren. De leverancier had alles alvast meegenomen zodat ze later bij de installatie over genoeg onderdelen beschikte.

Het wachten was op het deel van de vloer en het gedeelte van de muur achter de kachel waarop tegels zouden komen. We waren eerst veel te druk met het inrichten van het huis, maar uiteindelijk kwam daar het moment dat we de tegels konden leggen. Inge is daar weer heel goed in.

Ze is gezegend met een gen dat ze van haar vader gekregen heeft. Hij was stucadoor en zij blijkt dat talent schaamteloos van hem te hebben gekregen. De manier waarop zij met het cement – bij tegels heet het lijm – omgaat en uiteindelijk de tegels voegt, is bewonderenswaardig. Ik doe het haar niet na. Ik help weer mee met het opruimen en zo.

Zo kon de kachel vorige week worden geïnstalleerd. De leverancier Pelletskachels Flevo en een hulpje kwamen om de kachel vuurklaar te maken. Ze zijn een paar uur in de ochtend bezig geweest, waarna de kachel brandde en daarmee klaar is om de komende winter ons huisje te verwarmen.

En wat een kachel is het. Ik ben erg onder de indruk van de vlammen die de pellets afgeven. Het oogt best gezellig. Het is misschien geen echte houtkachel, maar het effect komt wel heel dicht in de buurt. De vlammen worden keurig gereguleerd en het verdere gebeuren vergt weinig van onze pyromane vermogens, het voelt lekker warm aan.

Zo hebben we al op een paar barre dagen afgelopen week, heerlijk de kachel aangehad. Hij is even snel aan als dat hij weer uit is. De komende periode zullen we vooral ervaren hoe het is. Waarbij we ook verschillende soorten pellets die er zijn zullen uitproberen. Ik heb al een mooie aanbieding gekregen, waarmee ik de komende periode aan de slag kan.