Hoe tiny is tiny? – Tiny House Farm

Zo tiny is je huisje niet hoor. Ik hoorde het laatst toen ik een oud-collega tegenkwam. Ze wist meteen van ons bouwavontuur. Het lijkt wel of de hele wereld weet dat het roze huisje van ons is. Ik krijg app’jes van mensen die het huis vanaf de A27 inderdaad zien.

Maar wat is tiny bij een tiny house? Het is een vraag die ik vaak krijg. De definitie van tiny house is dat het huisje niet groter mag zijn dan 50 m2. In eigenlijke zin is ons huis dus zeker geen tiny house. De binnenmaat is ongeveer 62 m2. Voor de buitenmaat komt het huis op 74 m2.

Groot tiny house

Misschien is het dan meer een groot tiny house. Het principe om kleiner te gaan wonen, blijft wel staan. Gaan veel anderen groter wonen, wij gaan in binnenruimte halveren. Ook zoeken veel mensen bij het project Tiny House Farm de grenzen van het BVO op. Wij houden ruimte over die we niet bebouwen, bijna 40 m2.

Dat is nog altijd geen argument om ons huisje een tiny house te noemen. Het drijft op de gedachte om kleiner te gaan wonen met minder spullen. En op die manier meer te genieten van minder. Ook dat blijft bijzonder zwaar. Ik merk dat we waarschijnlijk nog de helft van onze spullen moeten wegdoen. Een zware stap, maar het is de laatste…

Inrichten

Daarnaast proberen we het huis alvast een beetje in te richten. Ik heb een plattegrondje op schaal gemaakt en de meubels uitgeknipt. Zo krijgen we een idee wat er allemaal in ons huisje past. Het is best een inkrimping van ruim 135 m2 naar iets minder dan 70 m2.

Na wat gepuzzel krijgt de inrichting ook steeds meer vorm. Wilden we daarnaast veel dingen vervangen, nu blijkt het meeste wat we hebben gewoon in het huis te passen. Er zal ook veel weg moeten en dat is best pijnlijk. We gaan de laatste fase in, waarbij we zoveel mogelijk opnieuw proberen te gebruiken, maar waarbij we ook heel veel weg zullen moeten doen.

Boekenverslinder – Sientje (25)

Wat heeft Sientje nog meer gemold? Teveel om op te noemen. In de lijst met kostbare dingen, valt op dat ze de stapels boeken op mijn tafel en naast mijn plekje op de bank vrijwel onaangeroerd heeft gelaten.

Een groot wonder voor een boekenliefhebber als ik. Vrijwel mijn hele bibliotheek heeft kortere of langere tijd naast mijn zitplekje gelegen. Daar zaten ook kostbare boeken tussen. Kostbaar genoeg om in woede of groot verdriet te ontbranden als de boel gevild zou worden zoals zoveel andere dingen het slachtoffer werden van sloopbedrijf Sientje.

Boeken verslinden

In de lijst met stukke spullen staan 2 boeken die Sientje verslonden heeft. Eentje behoorde toe aan Inge en eentje behoorde toe aan de Openbare Bibliotheek van Almelo. Verder verdwenen er heel veel voorwerpen – eetbaar en oneetbaar – in de keel van Sientje.

Van de boeken was er een boek van Inge dat onderin de boekenkast stond. De rug stak een stukje uit omdat het boek breder was dan standaard. Het was een juist aangeschaft kookboek van Jamie Oliver. Een langgekoesterde wens met heerlijke recepten.

Omgedraaid

Er was iets eigenaardigs met het exemplaar aan de hand. Bij het inbinden was een katern per ongeluk omgedraaid waardoor het verkeerd in het boek was terechtgekomen. Midden in het recept van de zalmsalade moest je het boek omkeren en het katern terugslaan om verder te lezen. Een omslachtige handeling die bij het koken natuurlijk allerlei ongewenste gevolgen kan hebben.

Sientje viel het uitstekende boek op en greep de opvallendheid. Vakkundig knabbelde ze de rug van het boek weg. Zo hing de rug los en zweefde op een klein stukje van de rug dat nog vastzat. Je staarde tegen de ingebonden katernen aan, inclusief het omgekeerde katern. Het zag er komisch uit en het boek was zeker niet onbruikbaar, maar we konden met de inbindfout niet meer teruggaan naar de winkel vonden wij.

weggeknabbeld

Sindsdien staat het kookboek zonder rug in de rij met kookboeken. Het valt niet meer op, want de weggeknabbelde rug heeft de maat gelijkgetrokken met de andere boeken. Het wordt voornamelijk om de spaghetti met kleine gehaktballetjes te maken en dat zit precies in het omgekeerde katern. Zo is tegenwoordig elke keer als we dit gerecht maken een herinnering aan Sientje.

Het ander geval was een boek van de bibliotheek. Ik had het rechtop staan in de grote leren tas die ik van mijn verjaardagsgeld had gekocht. Een miskoop, want ik heb de tas nooit meer zo intensief gebruikt als zijn leren voorganger. Het was een geleend boek van de Openbare bibliotheek: de verzamelde gedichten van Simon Vestdijk.

Druk in de weer

De kloeke boekband stond mooi te zijn in mijn tas. Ik was even naar boven gegaan en kwam een moment later naar beneden. Ik hoorde dat Sientje druk grommend in de weer was. Het leek wel of ze met een botje bezig was. Vreemd, omdat ze bij mijn weten helemaal geen botje gekregen had. Botje kauwen enige wat ze deed, aangezien ze met niks speelde. Balletjes, touwen of stukjes spijkerbroek deden haar niks. Ze speelde niet.

Ik opende de kamerdeur en zag tot mijn verbijstering dat ze haar tanden niet in een bot zette, maar in de dikke gedichtenbundel van Vestdijk. Geleend van de bibliotheek nota bene. Ik voelde een woede loskomen, krijste waarna Sientje haar literaire prooi onmiddellijk losliet.

Vakkundig gereten

Ik griste het boek weg tussen haar poten en zag dat ook van dit boek de rug vakkundig was gereten van de rest van het boek. De voorkaft en achterkaft zaten nog mooi om het boek. Op een enkele tandafdruk na in het papier, leek het verder allemaal mee te vallen.

Met een rood hoofd meldde ik een dag later het vernietigde exemplaar bij de bibliotheek. Ik mompelde er iets bij dat mijn hond het boek had gemold. Ik voelde mij de scholier die vertelt dat de hond het huiswerk heeft opgegeten. Maar dan erger. ‘Dat wordt betalen’, zei de bibliothecaresse streng. Ik vreesde het ergste. Hier zou een flink bedrag aan verbonden zijn. ‘We zullen het repareren en de rekening nazenden’, zei ze en liet me in spanning gaan.

Kleinere bladspiegel

Weken later viel de rekening op de deurmat. Het werd 4,50 euro voor de gemaakte kosten. Later leende ik het boek met alle gedichten van Simon Vestdijk bij de Almelose bibliotheek. Naast de nieuwe kaft was een klein stukje van de beschadigde bladzijden afgesneden. Hierdoor werd de bladspiegel wat kleiner.

Die kleinere bladspiegel hinderde mij het leesplezier niet. Dan genoot ik stiekem van de kleine tandafdrukken die er nog in zaten van Sientje. Het idee dat dit boek daar nog altijd ergens op een schap in de bibliotheek staat, doet mij goed. Ik bekijk met net zoveel genoegen de tandafdrukken die ze in het boek van Jamie Oliver heeft achtergelaten.

Lees het vervolg: Afgesleten hoektanden »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

Aansluiting zoeken – Tiny House Farm

Maandagochtend. Telefoon. Waar we zijn? Er is niemand bij het roze huis, maar de monteur die ons op het net gaat aansluiten wel. Hoezo? We hebben niks te horen gekregen. Ze zouden toch pas een week later komen?

Er blijkt iets in de planning aan de hand te zijn. De schouw vorige week is blijkbaar zo goed gegaan dat ze zonder het te melden al een afspraak hebben ingedeeld. Gelukkig is de afspraak verschoven naar vrijdag.

Het werk in huis gaat gewoon verder. De wanden van de slaapkamers staan. De deuropeningen verraden hoeveel ruimte we straks hebben. En het valt niet tegen. Al is het veel passen en meten. Passen al die boeken erin? Hoeveel zouden er eigenlijk in kunnen?

De stopcontacten zitten erin. Nu de gaten in het plafond voor de kachel en de afzuigkap in de keuken. De zonnepanelen komen ook binnenkort. We kunnen gaan leveren voor het net.

Woensdagmiddag half 4. Telefoon. Dat ze al morgen komen aansluiten. Ze schieten namelijk op. Oei. Weer snel bellen met de bouwer of hij het voor elkaar krijgt om morgen alles op orde te hebben.

Nog veel regelen. De terp moet weer worden opgehoogd. Dat is volgende week. De badkamer komt over een week of 2. Alles krijgt zijn vorm en nu moeten we toch echt al die boeken gaan inpakken.

Het wordt steeds echter. En als mensen aan mij vragen wanneer het dan toch klaar is. Dan zeg ik: als we er gaan wonen, dan begint het pas. We zullen voor de verhuizing hier ook al veel te vinden zijn om bedden, keuken en andere inrichting alvast te maken. En wanneer het klaar is?

Nooit! We gaan gewoon door als we er zitten. Een huis dat leeft, krijgt de aandacht die het verdient. Net als alle grond om ons nieuwe huis. Als we er gaan wonen, leven we er en dan gaan we aan de gang om het zoveel mogelijk ons huis te maken.

Sloopbedrijf – Sientje (24)

Vrij snel nadat wij Sientje in huis hadden genomen ontdekten we dat deze zeer lieve teckel uit Goor er een aantal eigenaardigheden op nahield. De meest hinderlijke was toch wel het slopen van gebruiksvoorwerpen. Dingen die in haar ogen de moeite van het slopen waard waren en daarmee waardeloos voor ons. Waarmee dit gedrag te maken had, kon ik niet achterhalen. Achteraf denk ik dat het verlatingsangst was.

In de loop van de jaren werd de berg gesloopte spullen hoger en hoger. Het gebeurde gewoon als we van huis waren. Dan verdwenen dingen die haar in de weg lagen of stonden tussen de grijpgrage tanden. Niet als wij erbij waren, alleen als we weg waren. Niks was veilig voor de tandengrijper. Alles verdween tussen de kaken en vermaalde de voorwerpen tot moes. Of ze scheidde alles keurig in losse onderdelen.

Wanneer het precies gebeurde was altijd onduidelijk. Als je dan thuiskwam, lag ze doodstil op de bank en wachtte onze reactie af. De teleurstelling of het verdriet. Ze liet ons rustig uitrazen om later in onze richting te lopen. Kwispelstaartend. Het kon niet sneller heen en weer daar achter als ze met een flinke dosis schuldgevoel naar ons toe kwam. Of die staart nu sneller ging dan anders, kon ik niet uitmaken. Het viel gewoon extra op omdat er iets kostbaars naar de Filistijnen was geholpen.

De ontdekking was altijd het vervelende moment. Ik kwam op een dag thuis van een cursus. Ik was een paar dagen in Groningen geweest en eindelijk thuis. Gelopen vanaf het station met een grote tas over mijn schouders, opende ik de voordeur en kwam via de tussendeur de woonkamer binnen. Inge was er nog niet. Ze zou elk moment kunnen thuiskomen. Ik zag op het kleed – waar anders – iets in duizend stukjes liggen. Ik keek eens goed en zag dat het haar mobieltje moest zijn.

De mobiele telefoon was net aangeschaft, met bijbehorend nieuw abonnement. Vlak onder het beeldscherm stak een heel klein joystickje uit waarmee je de programma’s op het scherm kon selecteren. Het zag er onwijs schattig uit. Met een druk op de bovenkant kon je het programma bekijken. Ook zat er 1 van de eerste fototoestellen op. Inge was er heel blij mee. Ze maakte foto’s en speelde op elk gewenst moment met het ding, waar weinig meer mee kon dan bellen, sms’en en foto’s maken.

Nu lag het ding op het vloerkleed. Met in het midden als grote steen des aanstoots het schattige joystickje. Verder allemaal losse toetsjes, het scherm dat nu op een propje aluminiumfolie leek en verder allemaal kleine, losse transistortjes, mini-geheugenpanelen en andere minuscule elektronica. Het omhulsel lag verbrijzeld over de rest van het vloerkleed verspreid.

Wat is dit verschrikkelijk, dacht ik. Inge die krijgt een hartverzakking. Ze doet dat beest wat aan als ze dit ziet, schoot door mij heen. Precies op dat moment zag ik onze auto voor het raam aan komen rijden en stoppen. Ze zou zo de sleutel in het slot doen.

De autodeur sloeg dicht en ik liep snel naar de voordeur, deed open en suste geruststellend. ‘Er is iets vreselijks gebeurd, niet schrikken.’ Ze schrok zich lam, dacht waarschijnlijk aan alle erge dingen waaraan je kunt denken en volgde mij naar binnen. ‘Je telefoon’, zei ik terwijl ik de deur naar de kamer opende. ‘Kijk daar maar.’ Ze keek naar het kleed en zag haar net aangeschafte mobieltje in duizend stukjes liggen.

Ze barstte in hard gelach uit. ‘Dat joystickje’, riep ze lachend. Het zag er inderdaad heel komisch uit zoals dat joystickje uit het numerieke stelsel van toetsen oprees. ‘Daar kan ik niet meer mee bellen’, merkte ze droog op en kamde met haar vingers alle elektronica uit al het wol van het kleed. Overal lag er wel iets tot in de diepste vezels van het kleed. Ze plukte de kleine dingetjes eruit en stopte ze in een plastic zakje. ‘Ik zal er wel mee teruggaan.’

De volgende dag ging ze met het zakje boordevol losse onderdelen naar de aanbieder van mobiele telefoons. ‘Die kunnen we niet meer maken’, merkte de verkoper droogjes op. Ze kon een aanbiedingsexemplaar van een ander toestel kopen. Zo’n groot formaat telefoon waar ze net van af was. Helaas moest ze het volle pond betalen, want ze had niet een verzekering afgesloten die je voor dit soort acties van je hond vrijwaart.

Ze sloot bij de nieuwe aankoop gelijk een verzekering af. Onnodig want het grote toestel was haar tanden niet waardig, vond onze sloophond Sientje. ‘Mogen we het oude toestel hebben?’ vroeg de verkoper nadat hij met zijn collega’s uitgelachen was van verbazing en verwondering wat zo’n klein teckeltje teweeg kan brengen. ‘Dan leggen we die in de etalage om kopers erop te attenderen dat ze een verzekering kunnen afsluiten.’ Inge vond het goed. Het ding heeft nog jaren in de etalage gelegen. Het joystickje als trotse overwinnaar fier overeind in bende elektronica.

Lees het vervolg: Boekenverslinder »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

Smoorverliefd – Tiny House Farm

Nu de steigers weg zijn, zie je heel goed hoe roze het huis is. Het valt onwijs op. En op mijn fietsritje naar Oosterwold ben ik helemaal gecharmeerd van het buitenkraantje. De buitenkant staat dus als een huis, maar binnen wordt nog hard gewerkt.

Aftimmeren

Daar zie je de vorderingen ook snel gaan. De vloer ligt erin ontdekten we afgelopen weekend al. En deze week is het plafond afgetimmerd.

De schrootjes brengen me weer terug naar vroeger waar elk wandje zo werd afgetimmerd. Bij ons blijft het beperkt tot het plafond. De muren van binnen zijn nog niet zo ver. Het ziet er klaar uit, maar er komt nog een laagje voor.

Geïsoleerd

Het huis is zo goed geïsoleerd dat ik mij afvraag of het er in de winter wel koud kan worden. De isolatie zit overal tussen. Toch blijft de sfeer van hout heel mooi. Echt genieten als je zo in je huisje staat en ziet hoe het vordert.

Genieten? Nee, ik geniet niet alleen. Ik ben smoorverliefd op ons huisje. Die kleur, de hoge ramen. Het vakantiegevoel dat dit huisje oproept. Ongelooflijk!


Bedankt Ada voor de prachtige koeienfoto!

Kiwi-drol – Sientje (23)

Na het bezoek aan vrienden waar Sientje allerlei stukjes kaas en worst kreeg, kwam haar hongerige geest los. Van een hond die een pak stroopwafels gewoon liet staan, zelfs als je weg was, veranderde ze in een schrokop. Altijd op zoek naar eten. Ze liet geen gelegenheid voorbij gaan om te eten.

Nadat de dierenarts opmerkte dat ze echt te dik was geworden, was het tijd voor maatregelen. In het eerste jaar hadden we te nauwgezet de aanwijzingen op het pak hondenbrokken gevolgd. Aanwijzingen die je met een grote korrel zout moest nemen, zei de dierenarts. Als je de helft nam van de aanbevolen hoeveelheid, dan zat je wel goed. Zo snel zou ze niet verhongeren. Verder goed letten op het gewicht en in de gaten houden of het niet allemaal te bol wordt.

Het strikte dieet hielp niet mee de hongerige geest te temperen. We hielden het nauwgezet in de gaten, wogen haar soms om even te kijken of we op de goede weg zaten. Maar dan was het nog altijd moeilijk. Een teckel is namelijk heel sterk gericht op eten. Het lijkt wel een hongerige wolf, altijd op zoek naar iets eetbaars. Is het niet buiten, dan is het wel binnen.

Sientje greep elke kans. Zo moest de vuilnisbak die in de keuken stond er al heel snel aan geloven. Ze haalde het ding leeg als er iets eetbaars in zat. De buit werd breed uitgemeten op de vloerbedekking.

Samen met de ongelukjes zorgde het ervoor dat we vrij snel besloten het huis maar eens te onderwerpen aan een grote opknapbeurt. Het nieuwe kleed dat we daarna in de woonkamer hadden liggen, kreeg flinke opdoffers. Zo legde Sientje een keer beslag op een zakje met macaroni. De tomatensaus werd mooi uitgesmeerd over het witte kleed. Het kleed lag er om warme voeten te houden bij de bank, maar Sientje benutte het wol om het helemaal rood te maken.

Het kleed zou populair blijven om de veroverde prooi op te verorberen. Zo zou later nog een doos Nesquik over de witte wol worden verspreid. Het bruine poeder verdween in alle vezels van het kleed en zorgde er vanaf dat moment altijd voor dat het kleed iets groezeligs behield. Hoe vaak we het ook hadden uitgeboend, het wit was veranderd in een vreemde kleur geel. Ik had na de ontdekking in paniek de dierenarts gebeld.

Sientje stond te stuiteren van het suiker uit de chocoladepoeder. De assistente vroeg me hoe het ging met Sientje. ‘Ligt ze te hijgen?’ vroeg ze. Nee, ze lag niet te hijgen. ‘Heeft ze schuim op de bek?’ Nee, er was geen schuim op de bek. ‘Draait ze met haar ogen?’ De hond draaide heel snel rondjes om de tafel die midden op het kleed stond. De stofzuiger loeide, maar de hond draaide zeker niet met de ogen. Dus met die vergiftiging viel het wel mee.

De eetlust kwam na het stroopwafelincident snel aan het licht bij iets anders. Op het kastje bij de deur naar het halletje stond een fruitschaal. Daarin lagen wat kiwi’s. Op een avond waren we allebei in de computerkamer aan het werk. Ik hoorde beneden iets schuiven. Snel rende ik naar beneden. Niets te zien. Daarna weer naar boven. Ik schoof net mijn stoel aan voor achter de computer. Weer lawaai. Er viel iets, leek het.

Ik weer naar beneden. Daar lag de fruitschaal op de grond met alle kiwi’s op het kleed. Ik ruimde alles op, weer naar boven. Ik schoof de stoel aan en weer het kabaal. Weer naar beneden en daar lagen ze weer: de kiwi’s keurig verspreid over het kleed. Eentje leek aangevreten een andere lag klaar om verorberd te worden.

Hoeveel kiwi’s lagen er in die schaal? vroeg ik aan Inge. ‘Ik zou het niet weten’, zei ze. Volgens mij heeft ze er 1 of meer opgegeten, antwoordde ik. Geen idee. Het bleef een raadsel. We konden niet geloven dat Sientje zo gek op kiwi’s zou zijn. Het bestond toch niet, een teckel verslaafd aan de enigszins zure vrucht. We lieten het maar zo. Tot we de volgende dag heel toevallig samen met Sientje liepen. We staken de straat over en daar moest ze poepen.

Netjes als we waren, stond ik klaar met de poepschep om de uitwerpselen op te scheppen. Ze perste de drol eruit, keurig om de buitenkant verscheen het stickertje met daarop Nieuw-Zeeland van de kiwi. Het stickertje lag als een wikkel om de goedgekeurde drol. We barsten in lachen uit. Wie lacht er nou om een drol? Nou als je ziet dat je hond van de kiwi’s gegeten heeft, dan moet je echt lachen. Het raadsel was opgelost.

Lees het vervolg: Sloopbedrijf »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

Pijpje op dak – Tiny House farm

Je zou vermoeden dat met de buitenmuren ook de rest van het huis staat. De meestgestelde vraag die we krijgen is: wanneer ga je er nou wonen? Het is toch klaar. Nou dat is de buitenkant vooral. Was het eerst de buitenkant die opgebouwd is, nu is het de binnenkant die wordt aangepakt. Zo komt de elektriciteit erin, is de vloer er pas in gelegd en begint het inrichten van de badkamer. Ook krijgen de muren een dik pak isolatie. Buiten is alles min of meer hetzelfde gebleven. Met 1 groot verschil: er steekt een pijpje uit het dak.

We zagen het zaterdag toen we langs het landje reden. De werklui waren alweer aan de slag en ineens stak daar dat pijpje midden in het dak eruit. Waar komt dat vandaan? We schrokken er een beetje van en informeerden meteen waarvoor dat diende.

Het pijpje is er voor de leidingen van de zonnepanelen die we ook laten aanleggen. Het geeft ons meteen een beetje energie. Het worden niet zoveel panelen. We verbruiken in ons huidige huis erg weinig stroom, ongeveer voor 1,5 persoon, terwijl we met 3 mensen in huis leven. Het water zal straks wel elektrisch worden verwarmd, maar dan nog zal het verbruik – denken we – best kunnen meevallen. En een paneeltje erbij is met het pijpje in het dak, zo geregeld.

We werden deze week ook verrast door een berichtje in de mail. ‘Jullie huis is genoemd!’ In het programma Spraakmakers op Radio 1, bezoekt Tracy Metz Oosterwold. En ze is onwijs enthousiast, waarbij de Amerikaanse het heeft over een ‘heel grappige knalroze Tiny House’.

En een mooi compliment natuurlijk met haar opmerking over alle mensen die druk aan het werk zijn in dit bijzondere deel van Almere: ‘Er is een nieuwe generatie pioniers hier bezig Oosterwold vorm te geven.’

En zo regelen wij de rest. De terp die om het huis heen moet worden gelegd, de aansluiting op water en licht en dan de aansluiting op de riolering die er is aangelegd. Allemaal dingen die om een zorgvuldige planning vragen. En dat vraagt soms best wat van ons.

Maar vooralsnog lijkt het allemaal te gaan lukken en verhuizen we deze zomer!

Beluister Tracy Metz op Radio 1

Op cursus – Sientje (22)

We merkten toch dat we een beetje onzeker waren met Sientje. Ze luisterde slecht. Misschien moesten we maar eens met haar op cursus. Inge speurde wat rond en vond in Almelo een kynologenclub die cursussen verzorgde. Het was in de wijk waar ze vroeger was opgegroeid, net aan de rand tegen de weilanden aan. Zo konden we misschien een iets gehoorzamere teckel krijgen. Niet dat we de verwachtten een teckel te krijgen die bij elke kik luisterde, maar het zou wel fijn zijn als ze kwam als je haar riep.

Het was al eens gebeurd dat Sientje was verdwenen uit de tuin. De poort had op een kier gestaan, was niet helemaal goed afgesloten en de teckel was plotseling verdwenen. Inge had gezocht en gekeken. Tot ze een uurtje later Sientje struinend op straat vond. Ze liep rond te snuffelen en was op speurtocht naar iets eetbaars. Zo struinde ze vaak rond op haar dooie akkertje. Na de schrik, kwam wel het besef dat we haar toch wat meer wilden bijbrengen. Ook omdat ze in huis niet altijd goed te corrigeren was.

Zo ging Inge met Sientje naar de gehoorzaamheidscursus. Omdat Sientje een volwassen hond was, kwam ze bij de cursus met de honden die met succes de puppycursus hadden doorlopen. Bovendien waren het allemaal honden die goed luisteren in de genen hebben zitten. Honden als labradors en golden retrievers. Zij scheppen genoegen in het luisteren naar hun baas. Teckels hebben een sterke eigen wil en luisteren als hun dat uitkomt of als het echt niet anders kan. Een teckel komt niet meteen als je hem roept, maar op zijn eigen tijd.

Inge ging naar de cursus. Ook omdat zij de hele dag met het dier zat opgescheept. Ik had in die tijd net mijn rijbewijs gekregen en bracht haar weleens weg of haalde haar op. Zo’n cursus is altijd op een steenkoud grasveld. De wind giert langs je benen en beproeft je blaas. De instructies lijken nooit te werken en het is wachten op je beurt. En altijd als jij aan de beurt bent, dan ben jij degene die de tijd van de anderen vraagt. Want je hond luistert nooit als jij dat wilt. Zeker een teckel is daar heel goed in.

Zo wachtte Inge avond aan avond op haar beurt. Ze kreeg instructies van een instructeur met veel ervaring. Hij trainde politiehonden en wist veel uit honden te halen. Ons ruwhaar teckeltje was een stuk ouder dan de andere honden en vroeg om heel veel geduld. De trainer benaderde het rustig en Inge speelde er heel mooi op in. Ze wist van Sientje niet een gehoorzame teckel te maken, maar wel een ruwhaartje die op de tijden dat ze moest luisteren, luisterde.

Ze kwam thuis met een hond die heel aardig volgde en goed te corrigeren was. Soms baalden we dat er niet meer uit te halen was, maar we merkten dat ze heel goed bij ons bleef. Zulke avonturen als op het Katwijkse strand waren verleden tijd. We raakten niet meer in paniek als ze los raakte. Alleen ging ze niet voor je zitten, maar met een koekje kreeg je best veel voor elkaar. Het hielp ons om een hond te hebben die volgzaam was als het moest en verder lekker eigenwijs mocht zijn. We hadden nou eenmaal voor een teckel gekozen en een teckel kun je niet veranderen in een golden retriever. Als je dat accepteert, bespaart je dat veel frustratie.

Lees het vervolg Kiwi-drol »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]