Bouwstop – Tiny House Farm

We hebben voor het eerst echt binnen gestaan. Wat een prachtige kozijnen en ramen zitten er in ons nieuwe huis. Compleet met bescherming tegen inbraak. Je kunt de deur muurvast openzetten, door enkel de deurklink te verdraaien. Het is even wennen, maar ziet er heel vernuftigd uit.

Binnen kijken we onze ogen uit. Onderwijl ruiken we het hout. Hoe heerlijk ruikt dit hout uit Zweden. Voor elke boom die gekapt is, worden 2 nieuwe gepland. Wat een verrijking. Zo verdwijnen de bossen niet en wordt het hout duurzaam verbouwd.

Als ik aankom, verwonder ik mij wel over de vele belangstelling. Er is een kijker die er al eerder is dan wij. Hij woont in de buurt vertelt hij. Aan de vele foto’s van toekomstige buren maar ook van andere bekenden, maak ik op dat veel mensen even een kijkje komen nemen. Iemand die mij kent van mijn blog, stuurt foto’s door. Ook hij heeft een kijkje genomen.

De foto vanaf de A27 heb ik nog niet gezien. We hebben al berichten gekregen van mensen dat ze vanaf de snelweg ons huis ook kunnen zien. Dat terwijl het toch echt bijna 1500 meter afstand is tussen autobaan en huis. De vliegtuigen voor vliegveld Lelystad vliegen straks lager over dan deze afstand.

Verder is het deze week rustig wat betreft de bouw. De bouwers zijn er even tussenuit. Bouwstop, noemt onze bouwer Martin het. De schrik slaat mij om het hart als ik hoor. Ik denk meteen: wat heeft de gemeente nu weer bedacht. Nee, het is een vrijwillige bouwstop om de hardwerkende bouwlui ook even rust te gunnen.

En zo hebben wij tijd om badkamertegels uit te zoeken, na te denken over een boiler en of we wel of geen zonnepanelen op het dak willen. Het worden 6 zonnepanelen, een prachtig tegelsetje en een doorstroomboiler. Ik denk dat we er misschien nog wel windenergie zullen afnemen als die hoge molens langs de A27 komen.

Wie weet…

Loslaten in Beeklustpark – Sientje (21)

Het eerste loslaat-avontuur op het strand viel dus enigszins tegen. Daarom zouden we het op een andere manier gaan proberen. Misschien moesten we haar lokken met koekjes. Die hadden we op het strand van Katwijk immers niet bij ons gehad. En het iets voorzichtiger aanpakken. Geen andere mensen erbij. En een stukje uit elkaar gaan staan, als bij de teckelrennen.

In het blad De dashond van de teckelvereniging waar we sinds kort lid van waren, stonden de teckelrennen. De eigenaar van de hond ging aan het eind van de renbaan staan, de hond bleef bij iemand anders die de hond nog vasthield. Bij het startschot liet hij of zij de hond los en dan holde de teckel in hoog tempo naar de baas.

Ontsnappingsgevaar

Dat moesten wij ook maar eens proberen. Als afwisseling voor de vele saaie wandelingen door de wijk, zocht ik een park. We gingen eerst naar het Schelfhorstpark in de buurt waar Inge vroeger was opgegroeid. Een heel aardig park, maar in de nabijheid van een drukke weg. Veel te veel ontsnappingsgevaar en de mogelijkheid om onder een auto te komen. Ik zocht naar een echt park. ‘Het Beeklustpark is wel wat’, vond Inge. We gingen erheen en ik maakte kennis met 1 van de mooiste parken van Nederland.

Het is een smalle strook grond, maar vrij diep, met heel indrukwekkende bomen. De enorme bomen geven veel schaduw en maken het tot een idyllisch park. Als je wat verder in het park komt zorgen de vijver en de achterliggende grasheuvel, in combinatie met een bomenlaantje voor een heel romantisch aandoend landschap.

Beeklustpark

Achter de hoge bomen bij het ingangsportaal lag een schitterend park verborgen. Zeker op rustige momenten in de middagen of tijdens kerktijd, gingen we even naar het Beeklustpark. De bijbehorende kinderboerderij lieten we met rust. Het varken maakte Sientje onrustig. Bovendien mochten honden er helemaal niet komen, zodat je de hele tijd bij de ingang moest drentelen.

We gingen het park in en liepen helemaal door tot ver naar achteren, voorbij de muziektent en de plas met het bomenlaantje. We gingen het forse grasveld op, de poel erachter en de sloten om het veld zorgden voor voldoende blokkade. Daar was het moment. We lieten Sientje goed ruiken aan de zakken waarin de koekjes zaten. Daarna gaven we er haar een paar. Zo werd de hongerige geest in de teckel gewekt. Ze kreeg interesse in het eten.

Renkampioen

Ik liep een eind van Inge weg en riep Sientje. Inge liet haar los. Wat een snelheid zat er in die hond. Ze holde met een flinke draf in mijn richting en nam het koekje in ontvangst. Daarna riep Inge haar, waarna ze in haar richting holde. Wat een snelheid. In deze teckel zat een heuse renkampioen verborgen.

Ze holde de kleine pootjes uit haar lijf. We waren nog wat zenuwachtig met het strandavontuur in het achterhoofd. Ze luisterde niet altijd even goed, maar met de brokjes en het roepen op het open veld, had ze genoeg aandacht voor ons. Ze rende heen en weer en kwam bekaf terug. Zo reden we tevreden met haar op de achterbank weer naar huis.

Goed vermoeid

Ze was goed vermoeid, niet gewend aan dit soort beweging. Daarna ontstond er vrij snel het vertrouwen haar vaker los te laten. In de buurt deden we dat niet, daar was het te druk voor, maar in het park en het open veld ging het prima. Ze kwam altijd netjes terug en liet zich nooit afleiden door andere honden.

Een bijzonder moment waarmee onze relatie met Sientje een nieuwe dimensie kreeg.

Lees het vervolg: Op cursus »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

Het dak zit erop – Tiny House Farm

Ineens gaat het hard. Als we op Tweede Pinksterdag even op de terugweg van Harderwijk langsrijden, zien we dat het dakbeschot er al op ligt. De volgende dag komt de dakdekker om de bitumen op het dak te leggen. Elke keer dat we langskomen zien we het huis weer een stuk meer af.

Als je in het huis stapt, zie je duidelijk hoe groot (of klein) het gaat worden. Niet veel ruimte, maar het voelt wel heel erg goed. De geur van het hout, de hoge wand en alle balken die er liggen. Het geeft je meteen een heerlijk gevoel van thuis zijn.

De ramen gaan er ook in en zo nadert het huis meer en meer de staat van af. Volgende week wordt het binnenwerk aangepakt. Dan verrijzen de binnenwanden en wordt alles binnen afgewerkt. Dan zullen de ruimtes ook wat beter te zien zijn. Net als dat de vloer erin komt te liggen.

Het dakbeschot is heel mooi. Het wit steekt mooi af tegen het roze van de rest van het huis. Wat komt hier een mooi huisje van hout! Ik voel mij trots en ontzettend rijk.

Het blijft indrukwekkend als je vanaf de Tureluurweg de Vuursteenhof oprijdt. Het roze huis valt echt op. Dat uitgerekend wij het eerste huis zouden bouwen van dit mooie project, verbaast mij iedere keer weer. Dat wij ook weleens de eerste bewoners zouden kunnen zijn, is net zo’n verbazing.

Wachten loont. We zien hier een huis verrijzen dat aansluit bij het idee om meer te leven met minder. Daarvoor staat er natuurlijk nog best een vol huis aan de Alkmaargracht. Mogelijk dat we de container die nu op het terrein staat, wat langer aanhouden. Zo kunnen we langzaam alles wat we nodig hebben in huis zetten en wegdoen wat niet past.

Loslaten op strand – Sientje (20)

Wanneer laat je je hond als je hem net hebt voor het eerst los? Die vraag speelde door ons hoofd. We hadden Sientje al een tijdje en liepen met haar elke avond een heerlijke ronde door de buurt. Het was ons moment geworden. Zo lopend door de smalle straatjes van het volkswijkje De Riet.

Vlak langs de ramen liepen we. De huizen stonden direct aan de straat. Net als ons huis. Geen voortuintje. Voorbijgangers hoorde je langs je huis stampen. Zeker als ze klompen droegen of met zwaar schoeisel aan de voeten je huisje voorbij kwamen. Als voorbijganger hoorde je vaak de televisie of de gesprekken in de huiskamers waar je langs liep.

Liefdesplekjes

Verder liepen we weleens bij de liefdesplekjes die we ontdekten in Twente. De molen van Bels of bij kasteel Twickel in Delden. We hielden Sientje keurig aan de lijn. De looplijn die we hadden aangeschaft in Goor deed voortreffelijk dienst. Ze kon alle kanten op en deed dat ook.

Gek op snuffelen en schooieren. Iets eetbaars verdween meteen in de hongerige bek. Afstraffen hielp niet, daarvoor was ze te behendig. Ook te eigenwijs. We vonden het schattig, maar dat die schattigheid dikwijls tegen ons keerde, was wat minder.

Ga naar strand

We vroegen het een vriendin met een hond. ‘Ga een keertje naar het strand’, zei ze. Daar kan ze geen kant op. ‘Alleen 200 kilometer naar boven of 200 kilometer naar onderen’, grapten we nog. Ik woonde in Leiden en wilde Inge dolgraag het strand laten zien. Misschien konden we haar hier ook loslaten. Sientje was nog niet zo lang bij ons, maar misschien wilde het best lukken op deze voorjaarsdag.

Het waaide lekker door die zondagmiddag. De zon scheen intens genoeg voor een heerlijke wandeling over het strand. Zo liepen we daar. Het voelde best lekker. We keken elkaar aan. Ach, laten we het maar proberen. Ze kan hier geen kant op. We keken nog eens goed om ons heen.

Sientje was niet bepaald sociaal naar andere honden, maar ook niet agressief of zo. Het liet haar soïcijns. Ze kwam een andere hond tegen, keek hooguit eventjes op uit de drentelpas waarin ze liep en ging gewoon weer verder. Een andere hond kreeg geen kans. Opdringerige types werden eenvoudig genegeerd.

Langs de kustlijn

Zo liepen we daar langs de kustlijn van Katwijk. In de buurt van de plek waar de Oude Rijn de zee instroomt. Ik was er nog nooit geweest, al woonde ik bijna zes jaar in Leiden. Wel had ik eens van Katwijk naar Noordwijk gefietst door de duinen. Of ik fietste in de richting van Wassenaar. Het duinlandschap was heerlijk voor een fietsrit. Maar ik meed een beetje het strand zelf. Misschien moest ik daarvoor teveel denken aan een oude liefde, die werkelijk gek op het strand was.

Nu waren we bij het miezerstroompje dat de Oude Rijn was. In plaats van de flinke stroom water achter mijn huis, liep hier niet meer dan een modderstroompje in zee. Ik had mij laten vertellen dat dit één van de zwakke plekken langs de Nederlandse kust was, maar ik zag er weinig aan.

Loslaten

We lieten Sientje los. Hier kon het wel, vonden we. Ze liep heerlijk door het zand. Het water interesseerde haar niks. Het grote nat liet ze liggen. Een man en een vrouw liepen ons tegemoet. Sientje liep naar ze toe en ging met ze mee. Ik riep: ‘Sientje, Sientje.’ Ze liep met het stel mee alsof ze helemaal niet bij ons hoorde, maar het bezit was van deze man en vrouw.

Ik hief een wat strengere stem op. ‘Sientje kom hier!’ Sientje negeerde mijn oproep en liep verder van ons weg. Inge moest erom lachen. ‘Ik denk dat Sientje met ons mee wil’, zei de man als commentaar. Hij vond het erg leuk.

Ik voelde de onrust opborrelen en riep opnieuw. ‘Hier!’ De hond drentelde rustig van ons af. De afstand werd groter. 10 meter, 20 meter. Ik werd nog onrustiger. Wat nu? De man en vrouw liepen onverminderd in hetzelfde tempo door.

Op een holletje zetten

Ik zette het op een holletje achter Sientje aan. Zo makkelijk liet ze zich niet vangen en de man en vrouw hielpen ook niet echt mee. Dat ik haar uiteindelijk na heel wat rennen en hollen te pakken kreeg, vond ik een wonder.

Ze rende niet weg, maar ze liep gewoon van ons af. Of ze het eigenlijk in de gaten had dat ze wegliep, wist ik niet. Maar ik zette haar vast. Voorlopig zouden we haar aan het lijntje houden.

Lees het vervolg: Loslaten in Beeklustpark »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

De buitenkant – Tiny House Farm

Wie mij een jaar geleden zou vertellen dat ik de eerste bouwer van de Tiny House Farm zou zijn, zou ik keihard in zijn gezicht uitlachen. Maar het is dus echt waar: wij zijn de eerste die een huisje bouwt bij het project Tiny House Farm aan de Vuursteenhof.


En het gaat keihard. Terwijl je dit leest, ziet het huis er waarschijnlijk alweer anders uit. De muren staan, het dak erop. We hopen dit weekend voor een groot deel al het huis van buiten te hebben staan.

De buitenkant. Dat wel. De vloerbalken zijn gelegd en de buitenkant van de muren staat. Overeind getrokken en in fel roze. Het huis valt wel op.

Als je al op de Vuursteenhof komt aanrijden, zie je het al. Of eigenlijk zie je het al overduidelijk vanaf de Tureluurweg. Een zuurstokroze huis verschijnt er aan de horizon. De kleur valt op en de vorm. Je schijnt het zelfs vanaf de snelweg te kunnen zien.

Nu krijgen we meer en meer het gevoel voor proporties. Als de fundering er net ligt, vind je het groot en klein tegelijk. Nu de muren overeind komen, ontstaat er weer een andere beleving van ruimte.

Ik ben erg onder de indruk van de raampartij aan de tuinkant. De dubbele deuren én de hoge ramen maken het huis echt licht van binnen.

Dan kan ik niet wachten tot het huis verder af komt. Volgens de bouwer Martin hoeft het niet lang te duren. En dan komt er meteen zoveel anders op mij af. Wat moet er nog veel geregeld worden!

Mee in bed – Sientje (19)

Sientje hield niet van regen. Het maakte haar buik van onderen verschrikkelijk nat. De korte pootjes gaven te weinig afstand tussen de natte grond en haar onderbuik. De woeste vacht – een dierenartsassistente omschreef Sientje als een ‘ruiggehaarde’ teckel – zorgde er ook voor dat het water lekker omhoog kroop en niet snel droogde. De regen die eerste kampeervakantie samen en met Sientje erbij (een dubbele eerste keer), zorgde er niet voor dat ze er lekker warmpjes bij kon zitten.

Na het verblijf in Vaals, trokken we meer naar het Noorden. Een andere camping iets onder Nijmegen, nog net in Noord-Limburg. Het was een landgoedcamping, maar viel ons verschrikkelijk tegen. We wilden na een paar dagen verder trekken naar een ander terrein.

Onvindbaar

Eerst kozen we een onvindbare camping in de omgeving van Nijmegen. In de bossen zat daar een heuse natuurcamping verborgen. De zoektocht leidde tot achteruitrijden op een weggetje waar we niet meer anders konden rijden. Sientje vond het maar niks. Ineens begon te gillen als een wolf of te kermen als een dier dat naar de slacht werd geleid. Dat hadden we nog niet meegemaakt. Het zou niet bij deze keer blijven. Na die keer begon ze altijd te janken bij achteruitrijden, inparkeren en langzaam filerijden.

De camping vonden we na lang dralen en veel gejank van Sientje. Het lag prachtig in de volle dennenbossen. Met mooie totaal geïsoleerde plekken. Maar het toilet was daarmee zo’n eind van ons plekje af dat de loopafstand vele malen verder zou zijn dan de afstand tussen tent en toilet in Vaals. Het overbruggen van de paar honderd meter met toiletrol onder de arm zou gaan tegenvallen. Zeker als het hard regende of je moest diep in de nacht. We gingen daarom maar verder zoeken.

Achterhoek

Zo kwamen we uit bij een camping in de Achterhoek. Niet ver van huis, maar prachtig gelegen met een grote slechtweer tent en alle ruimte voor Sientje. De eerste nacht viel een beetje tegen. De hippies die we eerder zo leuk vonden, zorgden op het veldje voor veel herrie. Ze hadden een huilend kind, zongen tot diep in de nacht en waren keihard aan het praten.

Ze gingen de volgende dag weg en lieten een grote hoeveelheid houten speelgoed, karren en tafels achter. We dachten dat ze van deze mensen waren, maar de vrije hippies hadden de spullen voor algemeen gebruik in beslag genomen. Ook in een hippie schuilt een egoïst.

IJskoud

De regentijd ging niet voorbij ondanks al het verkassen en verplaatsen van camping naar camping. Sientje werd ijskoud. Zodoende verbleven we het grootste gedeelte van de dag in het restaurant bij het openluchtmuseum Erve Kots. We zijn niet in eens in het museum geweest. We warmden ons in de verwarmde ruimte en aten appeltaart en pannenkoeken. Sientje droogde op en we keerden warm en voldaan ’s avonds weer bij onze natte spullen.

Sommige spullen waren behoorlijk nat geworden die dag. Een deel van de tent stond boven een kuil gespannen die het gevallen water verzamelde tot een plas. Gelukkig viel de schade mee, een paar dingen waren nat. We zetten het ergens anders neer en gingen slapen. Onze buurvrouw had het minder getroffen, die verregende helemaal en wilde bijna naar huis gaan. Zo doorweekt raakte alles.

Even bij ons kruipen

Die nacht regende het onverminderd door. We zouden naar huis gaan de volgende dag en waren het helemaal zat. Het was wel spannend of we de boel enigszins droog zouden kunnen inpakken. Terwijl de regen kletterde op het tentdoek, zag ik hoe Sientje in haar bench lag te rillen van de kou. Ik haalde haar eruit en voelde dat ze heel koud was. Daarom mocht ze op deze laatste vakantieochtend eventjes bij ons kruipen. Ik tilde haar bij ons.

Ze kroop heel koud en rustig tussen ons in. Bleef helemaal stijf liggen. Van de koud en misschien ook wel opwinding. Ze mocht nooit bij ons liggen en uitgerekend nu. Ze warmde langzaam op en kon zodoende lekker warmpjes mee terug naar huis. Sinds die vakantie mocht ze op de laatste ochtend altijd eventjes bij ons kruipen. Het moment dat ze op ons bed kwam, begon ze te kwispelen. Ze stopte niet voordat ze een plekje gevonden had om tussen ons te kruipen. Ik genoot net zo van het moment als zij.

Eindelijk thuis

We kwamen thuis van de vakantie. Het huis lijkt dan heel anders te ruiken. De ruimte is zo lang van verse lucht verstoken geweest dat de kleuren er heel anders uitzien, lijkt het. En alles is een beetje muffig en fris tegelijk. Muffig vanwege het niet luchten en fris omdat er 2 weken niemand is geweest. De stapel post lag er met alle afwijzingen op mijn sollicitaties. We wilden gaan zitten voor een lekker kopje koffie.

Maar eerst haalde ik Sientje binnen. Ze stapte opgewekt binnen, zag haar mandje en begon heel intens te kwispelen. Wat was ze blij. Ze voelde zich helemaal blij. Hadden die mensen haar meegenomen naar kampeerterreinen. Ze doorstond het allemaal gedwee, maar hier in haar warme mandje… Dat was toch het allerbeste plekje.

Onophoudelijk kwispelen

Ze kwispelde onophoudelijk, wroette in de dekentjes en kroop er heerlijk in. Spontaan begon de zon te schijnen en sjouwde ik alles het huis in. De rest van de dag kwam Sientje haar mandje niet meer uit en was ik druk in de weer. De was moest gedaan worden en alle natte spullen worden uitgehangen om te drogen. Einde vakantie, maar allemaal zo intens blij.

Lees het vervolg: Loslaten op strand »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

Fundering – Tiny House Farm

Best bijzonder als je aan het einde van de dag dat de biedingen voor je huis sluiten, nog even naar het landje gaat. De fundering ligt er nu helemaal. Klaar om het huis er bovenop te plaatsen. Dat begint volgende week. Als het allemaal meezit, zal begin juni het huis zover af zijn dat de binnenkant wordt opgebouwd.

Bijna verbaasd dat het toch best klein is. We zijn er even in gaan staan, tussen de funderingsbalken. Zo krijg je snel een beeld hoe groot het huis straks wordt. En dan is het best schrikken. Zo groot is het niet. We missen een heel boven dat we nu hebben. Daar zullen we zo wel aan moeten wennen.

Tegelijkertijd zijn we druk in de weer met het verkopen van ons huis. Het blijft spannend, want als we ons besluit genomen hebben, moeten we afwachten of het aan de andere kant ook akkoord is. Die is ook heel enthousiast. Er komen nog wel spannende dingen, zoals het bouwkundig rapport. Wat zegt de deskundige straks over ons huisje.

En er doen zich dan altijd opeens problemen voor. Een buxushaag die vol met buxusmot zit. We hebben hem halsoverkop weggehaald. Zo kun je huis niet verkopen. Of een plotselinge lekkage op zolder. Het blijkt het ontluchtingsgat te zijn. De dakdekker ziet het meteen. Die is poreus geworden. Nu zit er een nieuwe dekpan op. De oude had een gigantische scheur, waarschijnlijk veroorzaakt in de vorstperiode.

Zo is alles weer aan kant en moeten we beginnen met inpakken. Nog meer spullen wegdoen, want veel ruimte hebben we straks niet. We halveren echt in grootte. Een nieuwe uitdaging, maar wel een heel leuke.

 

Teckel op stoom – Sientje (18)

Een hond mee op vakantie ketent je best wel vast. Dat merkten wij vrij snel na ons eerste nachtje slapen in de tent. Het regende veel. Tussen de buien door maakten we het eten klaar en probeerden we op te drogen van al het water dat in een onophoudelijke stroom uit de hemel viel.

We bleven lang in bed en maakten korte wandelingetjes met Sientje als het regende. Verder probeerden we elke dag op pad te gaan. Maar bij veel gelegenheden kom je niet binnen met een hond. In een museum vinden ze het niet fijn als je een hond bij je hebt. In een kerk worden honden ook niet echt als beminde gelovigen beschouwd en in winkels zijn ze er ook bijzonder weinig gek op.

Maar in de stoomtrein op het Miljoenenlijntje mochten honden wel komen, wisten we uit te vogelen. Een grote stapel folders verzamelden we bij de VVV in Vaals. In de folder over de stoomtrein die door het Zuid-Limburgse landschap reed, stond dat honden ook meemochten. We waren een dag eerder aardig verregend. Daarom reden we in de richting van Simpelveld voor een stoomritje op het miljoenenlijntje.

Voor een stoomliefhebber en een teckelliefhebber als ik dubbel feest. Onderweg naar Simpelveld luisterden we naar de muziek van Spinvis. De cd werd langzaam ons motto die vakantie, want bij het luisteren de eerste keer, waren we nog verbaasd over de vreemde combinatie tussen muziek en tekst. De keren erna dat we luisterden, gingen tekst en muziek steeds meer in elkaar over. Voor we het wisten draaiden we bij elk autoritje Spinvis en zongen de teksten mee. Op die momenten leek de zon even door te breken en reden we in een zonovergoten landschap, ook al regende het pijpenstelen.

In de stoomtrein konden we heerlijk opdrogen. Sientje kreeg een plekje op schoot. Ze trok zich weinig aan van alle rumoer en stoom die de grote locomotieven maakten. We vonden een mooie, luxe coupé voor ons drieën en genoten van de rit door het heuvellandschap van Zuid-Limburg. Wat was het hier mooi. Ik hing een groot gedeelte van de rit uit het raam om de geur van stoom op te snuiven. Al zorgde de regen er ook voor dat ik het met een nat hoofd moest bekopen.

Het leek wel even dat Sientje ook genoot van het treinritje. Het gemak waarmee ze achter ons aanliep door het gangetje in de trein. En zoals ze zich in en uit de wagon liet tillen. Sientje was geen moeilijke hond op vakantie. Ze gaf geen kik, zelfs als je haar even achterliet bij een winkel of de tent. Ze bleef netjes stil wachten tot weer terug was. Wel trok ze de lijn strak en tuurde onafgebroken in de richting waar je was verdwenen.

Dat deed ze ook als je alleen wegging en de ander even naar de wc was of ging douchen. Ze bleef dan net zo lang wachten tot je weer terug was. Ze deed dat zwijgzaam, eerst stond ze dan nog, met de strakgetrokken lijn achter zich. Dan ging ze zitten, maar ze bleef op haar hoede. Heel soms ging ze liggen, met de kop naar voren op haar buik. Ze tuurde dan de verte in. Als ze dan iets zag bewegen in de vorm van onze gestalte, kwam ze overeind en ging ze kwispelen.

Lees het vervolg: Mee in bed »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

Heien – Tiny House Farm

De dag van het heien is aangebroken. Een dag eerder heeft de landmeter alles uitgezet. Op de grond liggen oranje vlekken, roze gekleurd door de natte ondergrond.

Het veld is drassig van de regen die de laatste dagen is gevallen. Was de grond nog geen week geleden keihard en met dikke scheuren erin. Nu heeft de klei al het water dat uit de hemel is gevallen, opgezogen. Alsof het een grote spons is. Elke stap die je zet, zakt je voet een paar centimeter naar beneden.

Nu is het droog, maar de wind snijdt ongenadig met zijn mesjes korte sneetjes in je huid. Dwars door je jas heen gaat hij. In slechts enkele momenten bezorgt hij je de rillen over je hele lijf. De huisjesbouwer rilt net als ik van de kou. Dapper houdt hij de tekeningen erbij, rekent met zijn meetlint de hoogte van ons huisje. De terpen zijn hoger dan verwacht.

Onderwijl banjeren de bouwlieden over de terp van de buurman. Elke stap in het opgelegde laagje zand zink je helemaal weg. Het lijkt drijfzand.

De regen van de afgelopen dagen heeft een laagje water tussen het zand en de kleilaag eronder gemaakt. Wat zo strak eruit zag is een bedrieglijke laag geworden, waar je met je voetstappen in verdrinkt.

De heistelling komt eraan gereden. Hij zal bij een ander huis gaan beginnen. Langzaam, bijna bedachtzaam rupst hij in de richting van het landje. Tot hij weer de bocht omgaat, terug. Gaat hij toch naar ons land, maar waarom rijdt hij zo om?

Dan blijkt dat hij de vastgereden vrachtauto met de balken moet ophalen. De balken helpen het enorme gevaarte om niet weg te zakken. Het kost veel tijd. Ondertussen snijdt de wind verder. Niet bewust van de kou die hij door je jas heen blaast.

Het kost veel tijd voor de stelling op de juiste plek staat. Ik moet weer gaan, want een afspraak op mijn werk wacht. Pas later stuurt de bouwer de foto’s van de heistelling die de palen erin slaat. Maar liefst 11 palen gaan erin. Eentje meer dan gepland. Eentje zinkt naar beneden zonder houvast. Een klein stukje ernaast gaat de nieuwe paal erin. Deze blijft wel staan.

Nu steken de heipalen als kleine hoofdjes boven de aarde uit. Straks komen hier de balken op te liggen. Deze krijgen een plekje haaks op de koppen. Daarbovenop de houten vloer. Zo komt ons huisje op dezelfde hoogte te liggen als de weg en de terpen.

Een bijzonder moment die eerste palen. Ze steken zo geheimzinnig boven de grond uit. Als een bijzonder monument van lang vervlogen tijden. Het is voor ons een monument van de toekomst: hier verrijst ons nieuwe huisje. Hier komen wij straks te wonen!

Elke stap brengt ons weer ietsje dichterbij. En de stappen volgen steeds sneller op elkaar.