Offerte keuken Ikea

Inge is al een flinke tijd beziggeweest met de keuken. Wel of niet in een hoek gebouwd. En welke apparatuur moet erin. Het is veel passen en meten. Uiteindelijk heeft Inge op de website van Ikea de hele keuken ontworpen. Het wordt een Ikea keuken, dat hoort wel bij een Zweeds huisje, vinden wij.

Het is een mooie geworden. Eentje om trots op te zijn. Al vind ik persoonlijk de hoekkast met de pannencarrousel een verloren hoek. Buiten het feit dat ik een verschrikkelijke hekel heb aan een pannencarrousel

Na het intekenen op de computer ziet Inge een dreigend berichtje op Facebook van iemand die zijn keuken net heeft gekregen. Een massa aan dozen met plankjes en greepjes! Onmiddellijk rijst de vraag op: is het wel zo’n goed idee om de keuken zelf in elkaar te gaan zetten?

Daarom gaan we op zondagmiddag naar Ikea om de offerte definitief te maken. We willen het afsluiten met maaltijd in het restaurant en plannen het daarom aan het einde van de middag. We lopen rustig door de winkel naar de keukens toe en schuiven op het afgesproken tijdstip aan bij tafeltje 14.

We bespreken de hele keuken. Inge heeft hem erg goed ingericht op de website, waardoor we slechts een paar kleine dingen hoeven te bespreken. Zo kreeg ze niet de juiste oven in de keuken omdat hiervoor een andere kast nodig was. Ook is er geen mooie afwerkplaat langs de zijkanten van de kasten. De medewerker van Ikea vult dit allemaal voor ons in. Daarna lopen we door de winkel om alle keuzes door te lopen.

Als we klaar zijn, maakt de medewerker de bestelling definitief en lopen wij rond om alle spullen nog eens goed te bekijken. Het ziet er allemaal erg mooi uit op papier. We maken de afweging of het niet verstandiger is om de keuken te laten installeren. Misschien wel. Het wordt anders een karwei van meerdere dagen met het risico dat je het fout doet.

We denken er nog over na.

Daarna lopen we naar het restaurant. We hebben wel zin in iets gekregen. Eerst snel naar het toilet, komen een bekende tegen, maken een praatje. Doris heeft al een tafeltje gevonden, maar als we bij de zelfbediening komen, sluit een medewerker net de ingang. ‘Zijn jullie dicht?’ zeg ik half vol ongeloof. ‘Ja, we zijn dicht’, zegt het meisje stoicijns. Ik ben verbaasd. Het is niet waar! Zondagmiddag half 6 en dicht.

De manager laat ons er niet meer in, we zijn een minuut te laat. ‘Nee, we kunnen je niet doorlaten. Anders gaat iedereen.’ Als iemand anders gewoon langs de hekjes loopt, wijs ik haar erop. ‘Zij wel.’ Gelukkig grijpt ze in. Al vraag ik mij af wat ze gedaan had als ik haar er niet op gewezen had. Ze vertelt ons dat we beneden bij de Bistro maar wat moeten halen.

Best een domper op een feestelijke middag. Ook omdat ik merk dat het Ikea-personeel niet zo flexibel en meedenkend is als de organisatie in haar missie en visie heeft. Iets dat ik ook merkte bij het webcare team toen ik vroeg of de catalogus nagestuurd kon worden. Het levert eigenlijk alleen maar boosheid en frustratie op. Niet doen.

Nog iets dat je niet moet doen, leer ik deze zondagmiddag. Ga nooit op zondagmiddag aan het einde van de middag naar de Ikea als je aan het einde nog wat wilt eten in het restaurant. Anders heb je de hele avond nog honger, want de Bistro is geen goed alternatief.

Van wie is die leuke teckel? – Sientje (12)

Met onze teckel Sientje hadden we een enorme pluizenbol in huis gehaald. Haar verblijf in het stro van de schuur gaf haar nog meer een muf en stoffig aanzien. Ze stonk verschrikkelijk terwijl ze door onze kamer liep. Onwennig gaf de vloerbedekking zachtjes terug. Het klonk heel komisch hoe ons nieuwe hondje haar voorzichtige stapjes in huis zette. Elke hoek inspecterend, ruikend alle nieuwe geuren. Daarna stapte ze steeds zekerder rond tot ze alles overnam en bij ons op de bank kroop.

De maandag na de aankoop ging ik met Sientje naar de dierenarts. Hij legde mij met klem op voorlopig niks met haar uit te halen. Niet wassen of trimmen. Even geen grote veranderingen. Ze was al gestresst genoeg. De stress uitte zich in het niet-blaffen. Ze liep zwijgzaam rond. Liet alles over zich heenkomen. We mochten haar oppakken, vasthouden en aaien, maar ze genoot er absoluut niet van. Alles liet ze gebeuren.

Tactiek

De tactiek was duidelijk: als ik nu maar gewoon alles met me laat doen, dan gaat het vanzelf wel over. Ze werkte niet tegen maar vooral niet mee. Als jij dat wil doen, vind ik best. Ik werk alleen niet mee. Het was haar manier om zo weerstand te kunnen bieden tegen vervelende dingen.

Daarom wachtten we eerst enkele weken op een trimbeurt. Eerst probeerden we haar nog voorzichtig te kammen, maar er was geen doorkomen aan in die ragebol van haren die zich om haar lijf had gevormd. Het leek steeds harder te gaan, dus we gingen op zoek naar een trimmer. We sloegen een Gouden gids open, in die tijd de manier om aan adresjes te komen die je zocht.

Trimsalon

We kwamen uit bij een trimsalon verderop aan de Bornsestraat. Het was een aardig eindje voorbij de dierenarts die aan dezelfde straat zat. Iets voor de Chinees aan de brede straat, waar de auto’s in een onophoudelijke stroom raasden. Het was een heel gehannes om het dier daar uit de auto te krijgen. Ik bracht haar die morgen. Inge zou haar weer ophalen, want ik moest werken in Leiden.

Trimster Jeannette was een heel aardige dame. Iemand die duidelijk van honden hield. Iemand van het soort die haar hondjes op alle mogelijke manier vertroetelt en verwent. Ze keek vol bewondering naar de grote teckel waarmee ik binnenkwam. ‘Wat leuk’, zei ze. ‘Mijn hulpje heeft ook een ruwhaar teckel. Maar deze is veel groter.’

Ze ging meteen aan de slag met Sientje. Druk in de weer om het dier weer een beetje aantoonbaar te plukken. Met een beetje weemoed liet ik haar erachter. Straks moest ik de trein in. Inge zou haar later ophalen. Wat zou ze aantreffen? En hoe zou Sientje zich gedragen. Hond zonder opvoeding.

Inge haalde Sientje aan het eind van de middag op als ze uit haar werk kwam. Ik was op dat moment druk aan het werk in Leiden. Inge kwam binnen en keek naar de honden die er op hun baasje wachtten. Er zaten 2 teckels. Goh, wat een leuke teckel is dat, dacht ze bij het hondje dat heel enthousiast stond te kwispelen. ‘Maar dat is Sientje niet’, zei ze toen Jeannette haar die leuke teckel wilde meegeven. Het was haar wel, maar compleet anders.

Kale hond

Toen ik weer terug was, keek ik met verbazing naar de kale hond die door ons huis liep. Ik kon niet geloven dat het Sientje was. Maar dan zag ik dat ze op precies dezelfde manier over de vloer struinde. De poten tjipten over de vloerbedekking die zachtjes teruggaf bij elke stap die ze zette. Wat een beest was het geworden, met een kaal staartje. Het deed zeer als ze tegen je been stond mepte met die staart. Om haar nek hing een lapje van een boerenzakdoek. Wat zag het er geweldig uit die kale teckel.

D’r kop was nog wel iets teveel als een schnauzer geknipt, met te lange plukken naar beneden waardoor haar blik iets te streng was. Maar Jeannette maakte een zorgvuldige studie naar de tekening van ruwhaar teckels. Zo ontstond er meer en meer een mooie standaard ruwhaar teckel.

Steeds mooiere hond

Sientje werd een steeds mooiere hond, met een sprekend uiterlijk. Zo mooi dat de trimster vroeg waar we haar vandaan hadden. We wilden het adres niet geven, want die man verdient het niet om teckels te verkopen. Een klein jaar later liep er ook een klein teckeltje rond bij Jeannette. Ze was ook aangestoken door het teckelvirus. Daar hebben wij een beetje aan mogen bijgedragen door Sientje mee te nemen en door haar te laten trimmen.

Lees het vervolg: Ons teckeltje verandert in een hongerige wolf »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

Ons landje – Tiny House Farm

Benieuwd naar de status van ons stukje grond, gaan we er weer heen. Ons landje, zoals we het al noemen. De honden mee de auto in. Het is eigenlijk best een aardig eindje rijden. Straks fiets ik elke dag dit stuk naar en van mijn werk.

Nu staan we er als de zon ondergaat. Wat een prachtige lucht. De zon daalt achter de rij bomen langs de weg. De hemel in volle strepen en verder is er de koude wind. We lopen over de weg in aanbouw, de Vuursteeenhof.

De meeste terpen liggen er al. En dat is eigenlijk ook het probleem bij ons. De vorige week opgemeten maten zijn allemaal door de shovels omver gereden en afgegraven. Nu moeten we de palen weer opnieuw laten uitzetten. Daar balen we flink van, maar je kunt de grond door de gemeente maar 1 keer laten uitmeten.

Het devies luidt: grond pas laten uitmeten als alle activiteiten klaar zijn en daadwerkelijk het heien begint. Nu zijn de paaltjes verdwenen in de grote hopen aarde. Werk voor niks met extra kosten. Zonde!

De omleiding van de terp ligt er, want nu krijgen we opeens de keuze of we wel of niet een opgeworpen terp willen. Een beetje te laat. Ik hoop dat de schade meevalt. Het bewijs dat je overal op moet letten bij het bouwen. Verspilling door miscommunicatie ligt op de loer.

Nu bekijken we de afmetingen van het landje eens goed. Als Doris diagonaal van mij staat, zie ik hoe groot het eigenlijk is. Al zullen de afmetingen er weer heel anders uitzien als het huis wordt opgebouwd. We zullen nog wel een paar keer door elkaar geschud worden. Je verliest ook de verhoudingen in zo’n open gebied. Niet te vergelijken met de wijk waar we nu wonen.

Zo dromen we in het licht van de vallende avond. Tot de kou ons wekt en we weer huiswaarts keren. Erg indrukwekkend om zo te staan. Met 1 been in de toekomst en tegelijkertijd zo onwetend.

Divina Commedia: De laatste etappe: Paradijs

Aan de poort van het Paradijs staat Dante. Hij wordt meegevoerd naar de hemel, getrokken door de ogen van Beatrice. Het is een bijzonder moment in dit meesterwerk. Hier stijgt de held en verteller van het verhaal hoger en hoger.

Met dezelfde precisie als de eerste 2 delen heeft Dante dit laatste deel van de Goddelijke komedie geconstrueerd. Als onderdeel van de goddelijke 3-eenheid, volgt het Paradijs na de Hel en de Louteringsberg.

Stond de hel in het teken van de straf, de Louteringsberg voor het louteren, in het laatste deel staat de goddelijke beleving centraal. De beloning voor een godvruchtig leven.

Het contrast met de eerdere delen is dat Dante zich in de Hel en op de Louteringsberg nog verbonden voelde met de aarde. De Hel bevindt zich in de aarde, de Louteringsberg aan de andere kant, in feite het Zuidelijk halfrond. De hemel bevindt zich buiten de aarde.

De constructie van de hemel is in dezelfde vorm als de hel die Dante heeft geconstrueerd. Ook hier zijn cirkels, in totaal 9 hemels, verdeeld over de verschillende geesten die er zijn in de hemel. Daarbuiten zijn de hemelroos en uiteindelijk God, omringd door 9 engelenkoren.

De hoofdpersoon en verteller ondergaat deze reis door de hemel als een visioen, meegezogen door zijn begeleider Beatrice. Zij vervult een bijzondere rol van enerzijds de aardse liefde en de goddelijke liefde anderzijds. De erotiek speelt hier geen rol. Het is echt een zuiver religieuze beleving. Dat maakt dit boek misschien ook tot het minst toegankelijke deel van het 3-luik van Dante.

Het is werkelijk een tour de force. Waar ik grote waardering voor heb. Ik hoop u mee te kunnen nemen in dit tegenwoordig minst gewaardeerde deel van de Divina Commedia, terwijl het in Dantes tijd ongetwijfeld als hoogtepunt gold.

Lees volgende week het eerste deel van Dantes reis door het Paradijs.

Overspannen kerkorgel

In haar roman Triomf maakt de verteller mooie vergelijkingen. Zo barst de taal soms uit zijn voegen in de heerlijke vergelijkingen.

Een treffende vergelijking is bijvoorbeeld als Treppie helemaal hypo van de drank zich laat gaan. Hij kan alleen maar ratelen en lijkt zich geen moment stil te kunnen houden.

Maar toen moesten ze de hele weg nog nar Treppies onzin luisteren, want hij was helemaal opgefokt, hij praatte als een overspannen kerkorgel. Over alles wat hij in die boeken ‘alleen voor volwassenen’ had gelezen. Hij zei dat het er wemelde van de ‘schaamdelen’, maar dan wel in het Latijns, want in dat boek ging het alleen over professoren, studenten en van dat spul. (190)

Treppie slaat helemaal op hol in zijn gepraat over seks en jut daarmee de oversekste Lambert op. Hij heeft hem aan het begin van de roman een hoer toegezegd voor zijn 40e verjaardag.

Door deze belofte gedreven, vervolgt de roman het verhaal van de bijzondere familie Benades. Ze wonen in de wijk Triomf, waarvoor een zwarte wijk moest wijken. Daarmee weet Marlene van Niekerk een treffend familieportret neer te zetten. Waarvan de uitkomst de wel te verwachten is, maar die toch verrast.

Marlene van Niekerk: Triomf. Vertaling uit het Afrikaans door Riet de Jong-Goossens en Robert Dorsman. Oorspronkelijke titel: Triomf. Amsterdam: Arena, 2004. ISBN: 90 6974 357 4. 480 pagina’s. Prijs: € 12,50. Bestel

Oorlog met teckel om de bank – Sientje (11)

Meteen nadat onze teckel Sientje in huis kwam, stelden we de eerste regel: geen hond op de bank. Een hond op de bank was smerig, vonden we. Daarom wilden we onder geen beding een hond op de bank zien. De hond uit mijn jeugd had nooit op de bank gemogen. Ik wilde het niet. Zo’n hond die op je plek zit.

Om te voorkomen dat als wij weg waren, Sientje lekker op de bank zou gaan liggen, bouwden we allerlei stellages op de bank. Een paar kratten, dozen, een omgekeerde kruk en allerlei andere middelen werden ingezet om te voorkomen dat Sientje zich een plekje op de bank zou toe-eigenen als wij niet aanwezig waren.

De stellage werd elke keer verder uitgebreid. We ontdekten dat ze steeds wel een manier vond om op de bank te kruipen. Zo waren we elke keer voordat we weggingen bezig een heel kasteel aan te leggen op en rond de bank. Zo probeerden wij te verhinderen dat Sientje zich een plekje op onze bank vond tijdens onze afwezigheid.

Het had weinig zin. Vaak kwamen we thuis en zagen haar liggen. Op een dag waren we thuisgekomen, de bank hadden we kasteel gelaten en we waren gelijk aan de slag gegaan. Inge was aan het koken, ik liet de hond uit en ging bij terugkomst nog wat dingetjes doen.

Over de kook

Het koken verliep niet zoals gepland. Er zat niet genoeg water in de pan en de zuurkool brandde aan. Inge tierde en schold. Ze liep de kamer in en er klonk een enorm gebrul. Ik dacht dat ze helemaal in tranen was uitgebarsten en rende naar haar toe. ‘Wat is er aan de hand.’ Ze lachte. ‘Moet je kijken.’ Sientje lag kwispelend op de bank en keek vanuit een krat ons aan.

Het verzet zag er zo aandoenlijk uit, dat we de strijd opgaven. We hebben verloren, zeiden we tegen elkaar. Vanaf die dag lieten we de bank gewoon zonder obstakels achter. Ook mocht ze lekker tegen ons aankruipen. De bank veranderde in een mand. Net als de stoel waarin de schone was lag die nog gestreken moest worden.

Schone was

Ze sprong op de stoel en nestelde zich heerlijk in de schone was. Met haar pootjes schikte ze de was tot een aangename kuil. Net als in de tijd dat ze het stro in haar Goorse hok schikte tot een warm nestje. Geen groter plezier voor Sientje dan de schone was in het weekend.

Lees het vervolg: Van wie is die leuke teckel »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

Piketpaaltjes – Tiny House Farm

Het uitmeten van de grond door de dienst Geo-informatie Nederland. Na het passeren bij de notaris is het tijd voor het daadwerkelijk uitzetten van ons kavel op Oosterwold.

Op ons stukje grond gaan 5 paaltjes de grond in om het kavel te markeren. En de landmeter legt 4 punten aan in diepe paaltjes die de plek van het huis aanwijzen. Een bijzonder moment om zo even op ons eigen stukje grond te staan. De aannemer van ons houten huisje is eveneens aanwezig. Het zonnetje breekt prachtig door.

Wel blijft er een vraag staan: hoe blijven die paaltjes staan? Het grondverzetbedrijf dat de weg aanlegt, ploegt over het hele land. Grote hopen aarde liggen overal verspreid. De landmeter moet zelfs een paaltje slaan bovenop zo’n modderberg.

Is dit allemaal nog wel te vinden als de bouw begint? De weg is hopelijk begin mei klaar, waarna de heiboer de palen de grond in zal slaan. Voor die tijd zal over de paaltjes met spijkers erin een heuse terp van 60 centimeter liggen.

De landmeter van Geo-informatie stelt dat we te vroeg zijn, maar in het planningsoverzicht van Wonen in Oosterwold staat duidelijk vermeld dat binnen enkele weken na de overdracht bij de notaris een afspraak moet worden gemaakt om de grond uit te zetten. Moet het meten dan dubbel gebeuren?

Dat wordt nog even puzzelen of dat – zoals onze bouwer hoopt – de terp wordt pas later gelegd. Maar dat is de grote vraag. Op het hele terrein is de grond al afgegraven.

Wordt dus zeker vervolgd…

Intermezzo: Divina Commedia: Tussen berg en hemel

De reis van Dante is nu op 2/3 van zijn tocht. Na de diepten van de Hel, volgde de klim op de Louteringsberg. Nu vervolgt hij onder begeleiding van Beatrice de vaart naar de hemel.

De verteller zal nog veel ontdekken en zo diep als de hel ging, zo hoog gaat nu zijn reis door de hemel. Hij zal niet alleen de hemel zien, maar ook dicht bij de hemellichamen komen en uiteindelijk dicht bij God. Heel dicht bij God. Zo dicht is nog nooit een levend wezen bij de almachtige geweest.

Het Paradijs saai?

Veel lezers duiden het gedeelte dat nu aanbreekt als saai aan. Het vormt natuurlijk wel een contrast met het 1e deel van de hel. Zijn het daar de gestraften die uitvoerig beschreven worden, hier komen de goeden aan bod. Ze krijgen allemaal alle lof toebedeeld en er klinkt heel veel gezang, samen met een geur van bloemetjes en andere gelukzalige momenten.

In een uitvoerig essay over Dantes Goddelijke komedie schrijft de dichter T.S. Eliot zijn relatie met dit bijzondere werk. Hij schrijft in het essay dat het deel van de Louteringsberg vrijwel naadloos overgaat in het Paradijs.

Boetedoening – loutering – zaligheid

Is de hel het moment van boetedoening, de Louteringsberg de fase van de loutering. In het 3e en laatste deel staat de zaligheid centraal. Terecht wijst Eliot op de verbinding van de delen met elkaar. Dat daarmee het middendeel van een ongekende schoonheid is.

Na het lezen van de Purgatorio kom je er ook weer achter hoe krachtig de verteller het proces van reiniging beschrijft. Ik vind het gewoon een deel waaruit je als lezer het meeste lering kunt trekken. Dat je al tijdens je leven aan dit proces kunt beginnen. De ervaringen die Dante samen met zijn reisgenoten beleeft, helpen hem om uiteindelijk het donkere woud te overwinnen.

Reis door tijd en ruimte

Het laatste deel wordt niet alleen een reis door de hemel, maar ook door tijd en ruimte. De verteller tart aan de wetenschappelijke kennis van zijn tijd. Het grenst tegen het onmogelijke. En op een wonderbaarlijke manier weet Dante het mystieke en goddelijke hiermee te combineren.

Een teckel die niet blaft? – Sientje (10)

‘Heb jij Sientje al eens horen blaffen?’ vroeg ik aan Inge. We hadden onze teckel Sientje nog maar een paar dagen. Ze sjokte al een aardig pootje door het huis. Het werd steeds meer haar domein, maar ze had nog nooit een blaf laten horen. Zou ze wel kunnen blaffen?

Nee, Inge had ook niks gehoord. Het dier was muisstil. Ze at keurig de brokken op. Van de ene op de andere dag waren we op ander voer overgegaan. Volgens de dierenwinkel was het prima voer voor die prijs. De stank van Fokker Plus konden we niet verdragen. Dit nieuwe – uiteraard duurdere – voer weerde meteen de ergste hondengeurtjes uit ons huis.

Kan ze wel blaffen

‘Zou ze wel blaffen?’ vroeg Inge. Ik had geen idee. We leefden alweer een tijdje met het dier en we vertelden langzaam iedereen over onze aankoop. We werden met grote ogen aangekeken. Het was een grote stap, vond iedereen. In het huwelijksbootje stappen was een kleinere. Een collega had mij met medelijden aangekeken. ‘Man’, had hij verbaasd uitgeroepen. ‘De volgende stap is een kind.’

Ik zag het niet zo. En als het wel zo was, vond ik het eigenlijk helemaal niet zo erg. Ik had alweer gewerkt en was naar Leiden vertrokken voor een paar dagen. Het ontbreken van de hond, vond ik meteen al een gemis. Sientje was ook van mij. Voor de helft. Ik had 100 euro van de 200 betaald. Het bezoek aan de dierenarts was ook keurig door de helft gegaan. We waren zelfs een kasboek gaan bijhouden.

Op woensdagmiddag was Inge met het dier naar het Nijreesbos gegaan. Ze was er een stukje het bos ingelopen. Sientje achter haar aan. Het dier was dit soort zware tochten helemaal niet gewend. Keurig volgde ze. Zwijgend en hijgend. Het dier liep netjes om de modderplas midden op het pad heen. Op de terugweg, kwamen een paar tegenliggers tegemoet. Sientje was bekaf en stapte zonder nadenken in de diepe modderpoel. De pootjes zogen zich vast en er klonk een zoenend geluid van een hond die zich losmaakte uit de modder.

Vieze teckel

Inge nam een heel vieze teckel mee naar huis. De hele kofferbak van de auto was een modderbende geworden. Thuisgekomen had ze de hond – tegen het advies van de dierenarts in – onder de douche gedaan. De douche zou veel te veel stress geven en die had Sientje nu even genoeg. Sientje had geschud en probeerde de warme straal te voorkomen. Geen grotere verandering dan van een hok in de schuur naar een mand in de warme huiskamer. De modderactie had ons wel vooruit geholpen: Van de muffe strolucht en vieze walm waren we vanaf dat moment verlost. Geholpen door het veel betere voer.

Ik begroette een paar dagen later weer helemaal blij mijn 2 dames. Sientje had ook gekwispeld, maar bleef verder muisstil. Een paar dagen later kwam de eerste visite langs. Een vriendin van Inge bracht even een bezoekje om het nieuwe hondje te zien. Ze had haar eigen hond maar even niet meegenomen.

Ze kwam binnen, hing haar jas op en kwam de kamer in. De hond rook onwennig aan haar. Sientje wist er zogezegd weinig raad mee. Totdat Ingeborg wilde vertrekken. Ze liep naar de gang om haar jas aan te trekken. Sientje stormde op haar af en begon te blaffen. Ze wilde het duidelijk niet. Wij riepen verbaasd en blij: ‘Ze blaft, ze blaft.’

Blaffen met de jas aan

Inderdaad blafte ze. Vanaf dat moment werd de jas voor Sien het signaal om te gaan blaffen. Iemand die binnenkwam met de jas aan, moest deze zo snel mogelijk uittrekken. Niet aanhouden. Mijn schoonmoeder moest er al snel aan geloven. Ze hield haar jas aan bij binnenkomst. Moeder wipte even langs en wilde dan ook weer zo gaan. Maar dat mocht niet. Jas uit, anders kalmeerde ze niet. Daarom kreeg ze een hap – per ongeluk – tussen het blaffen door. Sientje schrok er zelf ook van.

De blaf ontwikkelde zich tot een apparaat dat gelijk afging met de deurbel of het vertrek van bezoek. Blaffen was vooral uit angst. Angst voor het onbekende. Wat zou er ging gebeuren? Ze wist niet wat mens en dier gingen doen.

En op bezoek bij mijn ouders kon ze de bel van van de hangklok niet verdragen. Bij elke tingel om het halve uur en het aantal uren getingeld om het hele uur, blafte ze woest om zich heen. Die klok, dat mocht niet. Een bezoek aan mijn ouders werd zo elk halfuur opgeluisterd met een fraai staaltje blaffen.

Rothond

Zo kende mijn oma Sientje. Een keffertje noemde ze de hond. Ze kon het dier niet uitstaan. Totdat Sientje een keer bij wijze van hoge uitzondering bij mijn ouders op de bank mocht. Ze lag daar heerlijk te kroelen naast oma. Vanaf die dag veranderde de ‘rothond’ in een ‘lief beest’.

Lees het vervolg: Oorlog om de bank »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

Triomf

De naam van de nieuwe woonwijk in Johannesburg is Triomf. Gebouwd op de puinhopen van de gesloopte wijk waar de zwarte medemens woonde en verdreven is. Zo begint de roman met dezelfde naam van Marlene van Niekerk. Een vuistdikke roman over de arme, blanke bewoners van het nieuwe Zuid-Afrika.

Het is 1994, het jaar waarin de eerste verkiezingen zijn waarbij heel Zuid-Afrika naar de stembus mag. De familie Benades wordt omringd door andere arme Afrikaanders. Ze krijgen bezoek van de NP die proberen stemmen te ontfutselen. Ook de Jehovagetuigen vallen de familie lastig.

Het draait om de verjaardag van Lambert. Hij wordt binnenkort 40 jaar en hij is zwakbegaafd. Zijn moeder Mol en zijn vader Pop wonen in hetzelfde huis, net als zijn oom en broer van Pop, Treppie. Het levert een bond geheel op in huis, waarbij de aanvallen van Lambert het huis geregeld in een ruïne veranderen.

Het boek leest als een soapserie. Elk hoofdstuk is een op zichzelf staand verhaal waarbij de personages over elkaar buitelen en het huis regelmatig als in chaos verandert. De familie houdt nogal van een glaasje en het verwoest hun levens. Lamberts gezondheid balanceert onder invloed van de drank geregeld op het randje. Hij krijgt er epileptische aanvallen van, maar hij kan soms ook door woede verblind enorme schade aanrichten.

Zoals als de buren barbecueën en Lambert opgeruid door een opmerking van de buurvrouw spontaan het gras gaat maaien. Ook als is het laat op de avond. Alleen maar om hun van streek te maken, dwingt hij met zijn krachtige lichaam zijn moeder om het gras te maaien:

Als hij de zitkamer binnenkomt schreeuwt hij zo hard dat de ruiten ervan trillen: ‘Hé, ma, kom op, we gaan gras maaien! Het gras is te lang!’
Hij trekt de machine tot in het midden van de zitkamer. Hij bukt zich, stompt Pops knieën uit elkaar en sleept zijn gereedschapskist onder Pops stoel uit. Hij moet de benzineknop op ‘open’ afstellen. Het hendeltje is afgebroken. Nu moet hij het stompje dat is overgebleven met een tangetje in beweging brengen. Hij kan het kleine tangetje niet vinden. Hij vindt die klotetang niet in zijn kist. Met één beweging keert hij de hele kist ‘kaboem!’om op de blokjesvloer. Pop komt langzaam overeind uit zijn stoel. Hij tast in de lucht in Mols richting. Zij staat daar allang. (107/108)

Natuurlijk krijgt het voor elkaar dat zijn moeder het gras gaat maaien, met haar dronken kop.

De beschrijvingen van Marlene van Niekerk geven een inkijkje in een familie aan de onderkant van de blanke Zuid-Afrikaanse samenleving. De familie Benades vindt zich wel beter dan hun donkere medemens, tegelijkertijd worden ze door hun blanke medebroeders genadeloos in de steek gelaten. Het geeft ze een lastige positie. En De verteller weet dit buitengewoon treffend neer te zetten.

Marlene van Niekerks roman bevat een buitengewone levendigheid. In uitermate treffende beelden weet ze het verhaal voor je te laten afspelen. De beroerde staat van het huis, de trieste inrichting, de brievenbus die meer op de grond ligt dan aan het hek vastzit, de hondjes Gerty en Toby die meer aandacht krijgen dan hun medemensen en de vetes tussen de 2 broers Treppie en Pop. Het lijkt wel of het verhaal voortdurend in een spagaat tussen de personages ligt.

Het geeft de roman zijn kracht en spanning. Want je wilt weten hoe het met deze familie afloopt. Al weet je het ergens ook wel dat het bezoek van de hoer aan Lambert op een fiasco uitloopt. Alleen wil je weten wat voor een fiasco het is. Een spanning die de verteller krachtig weet vast te houden en je als lezer tot de laatste bladzijde aan het boek geklemd houdt.

Daarmee is Triomf van Marlene van Niekerk een prachtig boek. Het geeft een beeld van het Zuid-Afrika op de rand naar het nieuwe, vrije land waarbij alle bewoners evenveel te zeggen hebben. Het laat ook iets zien van de angst onder de verschillende bevolkingsgroepen. Angst voor elkaar en hun situatie. De grimmige stad Johannesburg tegen welk decor het verhaal geschreven is, doet de rest.

Marlene van Niekerk: Triomf. Vertaling uit het Afrikaans door Riet de Jong-Goossens en Robert Dorsman. Oorspronkelijke titel: Triomf. Amsterdam: Arena, 2004. ISBN: 90 6974 357 4. 480 pagina’s. Prijs: € 12,50. Bestel