Tweedehands bench – Sientje (7)

Sientje liep een beetje onwennig door de kamer. Inge zocht de krant. Ze pakte hem en bladerde: ‘Kijk, hier staat het: een tweedehands bench voor 60 euro. Misschien hebben ze hem nog.’ Ze draaide het nummer, maar er werd niet opgenomen. Ze ging het over een halfuurtje nog een keer proberen. Wie weet was hij er nog.

Sientje bleef rondjes lopen, om de tafel. Onwennig en onrustig. Ze verkende het hele terrein, liep langs de bank en stak over in de richting van de televisie. Uitvoerig stond ze stil bij de stoel en snoof daar uitgebreid een stukje vloerbedekking op.

Ze liep nog iets verder tot vlak voor de televisie die Inge net had aangezet. Ze schoof haar achterpoten naar voren, kromde de rug. ‘Gaat ze nou plassen?’ vroeg ik. Ik had haar net op het strookje gras bij de voordeur proberen uit te laten. Ze had niks gedaan. Ze schoof nu nog iets meer de achterpoten naar voren en perste duidelijk. Daar verscheen een drol. Precies op dat moment ging de telefoon.

De mevrouw van de bench belde terug. Ze had ons nummer gezien via de nummerherkenning. De bench was er nog en als we wilden konden we hem nu komen halen. Inge maakte zich gereed om te vertrekken, terwijl ik met een lepel de drol van de vloerbedekking probeerde los te maken.

Hij was zacht en het poepvocht trok al in de vloerbedekking. De lucht die de drol verspreidde, was onverdraaglijk. Naast het feit dat de hond zelf ook behoorlijk smerig was. Als je op haar vacht tikte met je hand, vloog het stof omhoog van het hooi waarin het dier gelegen had.

Inge pakte snel haar biezen en ik bleef met Sientje achter. Ik probeerde haar nog uit te laten voor het donker werd. De avond viel en ik wachtte tot Inge terug zou komen. Het was vlakbij Haaksbergen, dacht Inge. Ze zou met een uurtje weer terug zijn, dacht ze. Het liep al over een uur en ze was er nog steeds niet. Ik werd ongerust. Ik gaf het dier maar wat te eten, de Fokker Plus brokken. Verder wat water erbij. Sientje at haar eten op en was doodstil.

Pas na 2 uur kwam Inge terug met de enorme bench in de auto. Of ik even mee wilde helpen het gevaarte naar binnen te halen. ‘Het was vlakbij Goor’, antwoordde ze op mijn vraag waarom het zo lang duurde. ‘Bij Diepenheim.’ De bench ging naar binnen. We puzzelden hoe hij precies in elkaar gezet moest worden en legden er een kleedje uit de auto in. We konden zo snel niks anders vinden. Sientje liep naar het nieuwe gevaarte en stapte erin. Dit was haar nieuwe huisje.

Boven het deurtje plakten we een stickertje, gekregen bij de worst van Stegeman. ‘I Love My Boss’, stond erop.

Lees het vervolg: Wat! Een teckel? »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

Ik, robot

Bij het denken over die nieuwe robots is het heel boeiend om een boek als Ik, robot van Isaac Asimov te lezen. Het boek is vorig jaar verschenen bij de jaarlijkse actie Nederland leest. Dit boek komt uit 1950 en bevat een aantal verrassende inzichten die met een boek als When digital becomes human van Steven van Belleghem helemaal niet zo science-fiction zijn als ze lijken.

Daarbij valt mij op hoe sterk Isaac Asimov in zijn fictie al vooruit loopt op de zelflerende robot. Het verschil met deze tijd is wel dat Asimov niet zo’n cruciale rol voor computers heeft bedacht. De magneetband zoals we die uit muziekcassettes kennen, krijgt in Ik, robot nog een zware rol. Tegenwoordig behoort deze vorm van data-opslag tot de museale stukken.

De 9 verhalen van Isaac Asimov staan los van elkaar en behandelen grappige onderwerpen zoals een dronken robot, liegende robots of juist robots met humor. Het bestaat allemaal in die 9 verhalen van Isaac Asimov. Ze zijn 68 jaar geleden geschreven en ze geven een verrassend inkijkje in de nabije toekomst.

Onderdeel van de verhalen is Susan Calvin, geboren in 1982, en sociale robotwetenschapper. Ze vertelt haar ervaringen met robots. Vanaf het prille begin, de robot Robbie, tot aan de tijd waarin de twijfel ontstond of iemand nu een robot of een mens was. De democratie dreigt daarmee het lootje te leggen.

Ook deze verhalen spelen in op de angst voor robots. Kun je alles aan ze toevertrouwen? Al ben ik soms ook verbaasd over de hoge mate van vertrouwen die de personages hebben in de technologie en in robots. Niet iedereen bekijkt het met een kritische blik.

Dan blijkt de fantasie van Isaac Asimov helemaal niet zo groot te zijn als ze lijkt. Zeker als je beseft dat het 10e en laatste verhaal in de bundel geschreven is door een computer. Aan de hand van teksten van schrijvers bepaalt een zelflerende machine hoe de tekst moet worden.

Het is helemaal niet slecht. Al weet ik niet of bij dit verhaal het leeuwendeel van de tekst van de literaire schrijfcomputer komt of dat Ronald Giphart de computer meer dan een handje geholpen heeft.

We zijn waarschijnlijk eerder in een toekomst met robots dan we denken.

Isaac Asimov: Ik, robot. Met een extra verhaal geschreven door een robot genaamd Asibot onder leiding van Ronald Giphart. Oorspronkelijke titel: I, Robot. Vertaler: Leo H. Zelders. Amsterdam: Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek, 2017. ISBN: 978 90 5965 437 2. 272 pagina’s. Het boek is eeen cadeau van de Openbare Bibliotheek.

Robotwereld

De robot neemt een toevlucht in ons dagelijks leven. Al lezend in het nieuwe boek van Steven van Belleghem Customers the Day after Tomorrow waarin hij stelt dat robots steeds meer een rol in onze maatschappij zullen vervullen.

Kijken we nu nog een beetje vreemd naar de zelfrijdende auto, over een aantal jaren zal het vertrouwen in de techniek zo zijn toegenomen dat we zelf niet meer zullen rijden. Op het moment dat iemand zelf achter het stuur gaat zitten, zal dat onverantwoord worden gezien.

Een bijzondere verschuiving van de maatschappij waarbij we veel gevolgen nog niet kunnen overzien. De toekomst belooft een maatschappij waarin we allerlei werk niet meer zullen hebben. Vrachtwagenbestuurders, schoonmakers en allerlei vormen van handwerk worden niet meer gedaan door mensen.

Dat het aantal robots snel bezit neemt van de wereld, blijkt uit de komst van veel zelflerende apparaten. We worden door verschillende chatbots geholpen. Hier komt geen mens meer aan te pas.

Een wereld vol nieuwe kansen dient zich aan. Er zullen veel dingen geautomatiseerd worden, maar ook worden verbeterd door robots. Robots zijn veranderd in zelfdenkende wezens, die steeds leren en daarmee allerlei technieken kunnen verfijnen.

Wat de problemen van die ‘Day after tomorrow’ zullen zijn, is niet goed in te schatten. Ik verwacht dat we tegen dingen zullen lopen waar we nu nog niet aan denken. En zal de mens aan het roer blijven staan of wordt de nieuwe wereld straks overgenomen door robots?

Steven van Belleghem: Customers The Day after Tomorrow, Hoe trek je klanten in een werled van AI, bots en automatisering. Leuven, Culemborg: Lannoo, Van Duuren, 2017. ISBN: 978 90 825 4224 0. 264 pagina’s. Prijs: € 29,99. Bestel

Rolpatronen – Tiny House Farm

Bij het voornemen om in de Tiny House Farm te stappen, hebben we afgesproken dat Inge alle zaken regelt. Tot nog toe lukt dat heel aardig. Zo heeft ze alle stukken voor de hypotheekaanvraag geleverd, een makelaar uitgezocht en heel veel andere rompslomp afgewikkeld met de gemeente, de bouwer en veel andere instanties waarmee we te maken hebben.

Zo hebben we vorige week dinsdag eindelijk de koopovereenkomst voor de gemeente kunnen ondertekenen en zijn we een paar dagen later gebeld voor een afspraak om de akte laten passeren bij de notaris.

Wat daarbij opvalt is dat officiële instanties altijd de neiging hebben om de man van het echtpaar te bellen. Zowel door de gemeente als door de notaris ben ik gebeld.

Blijkbaar zijn het vastgeroeste patronen dat bij officiële dingen in eerste instantie de man wordt gebeld. Terwijl in allebei de gevallen de contactgegevens van Inge als eerste vermeld staan.

Van die dingen die je ontdekt als je bezig bent met een huis. Alle officiële dingen lijken dan opeens via de man te moeteb gaan, terwijl ik denk dat dit helemaal niet nodig is. Maar goed, volhouden dus en wie weet help ik de maatschappij een stapje verder met dit vooroordeel.

Niet elke man heeft het thuis voor het zeggen.

7 jonge vrouwen: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 32b

De verteller Dante schrijft dat hij zich voelt zoals de discipelen zich voelen als Jezus zich laat zien met de profeten Mozes en Elia. Ze vallen in slaap en als ze wakker worden, zit Jezus er weer heel gewoontjes bij alsof er niks gebeurd is.

Zo voelt Dante zich ook. Hij wordt weer wakker na de bijzondere ervaring bij de boom van kennis van goed en kwaad. Nu ziet hij Matelda zitten aan de waterkant. Waar is Beatrice? De vrouw wijst hem naar de boom waar Beatrice zit.

Haar verdre woorden liet ik mij ontrooven,
Waardoor? Door haar die als ik haar ontwaarde
Alle andre zintuigen wist uittedooven.

Zij was gezeten op de zuivere aarde,
Als hoedster van de wagen daar gelaten
Nadat het beest hem bond, het dubbelgeaarde.

De zeven nimfen, die om haar niet zaten
Maar stonden, droegen lichten welker schijn is
Ontheven aan de wind uit laagre staten (vs 91 – 99; vert. Verwey)

Naast de wagen waarmee ze gekomen is. 7 jonge vrouwen, Verwey vertaalt het als nimfen, met olielampjes staan om haar heen. Het verwijst naar de gelijkenis van Jezus over de bruid met de 7 wijze en 7 dwaze maagden.

De griffioen stijgt samen met de processie weer naar de hemel. Het zingen klinkt nog altijd zoet en diep. Beatrice vertelt wat hem te wachten staat. Dante zal nog even in het aards paradijs verblijven, waarna hij samen met Beatrice naar de hemel zal stijgen.

Als een goede vrouw betaamt, zegt ze Dante dat hij goed moet kijken onderweg. Hij zal straks de bedorven wereld moeten getuigen van wat hij gezien heeft.

Een edele taak. Dante luistert naar haar bevelen. Er staan bijzondere gebeurtenissen te wachten. Het moet voor hem een bijzondere ervaring zijn om dit deel van het dodenrijk te mogen binnentreden. Terwijl veel mensen aangeven dat we nu juist in het saaie gedeelte van de Goddelijke komedie komen.

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Albert Verwey uit 1923. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

IJsvogel

De oude man Jacob is in de roman Onder een hemel van sproeten op zoek naar het ijsvogeltje. Hij bezoekt hiervoor het natuurgebied in de polder. Hier treffen hij en zijn hondje Muis ook het meisje Amy. Hij maakt haar enthousiast voor het spotten van vogels.

Jacob ziet het vogeltje voorbijvliegen in de periode dat zijn vrouw sterft. Het diertje biedt hem veel troost. Hij wil de vogel nog een keer zien en dan op de foto vastleggen. Na het overlijden van zijn vrouw hoopt hij snel de vogel weer te zien. Jacob neemt Amy mee bij deze zoektocht.

De hoop om de ijsvogel te zien, helpt hem als er verschrikkelijke dingen gebeuren. Het troost hem. De ijsvogel wordt voor hem een mantra, die hij verwoordt in een haiku:

Een ijsvogel vliegt
En niemand ziet het wonder
Hij is vrij in strijd
(318)

Jacob vraagt zich af of Amy de ijsvogel nu weleens gezien heeft. Hij komt tot de ontdekking dat dit niet het geval is. Daarbij denkt Jacob dat het best eens zo zou kunnen zijn de ijsvogel alleen voor hem vliegt.

Alex Boogers: Onder een hemel van sproeten. Roman. Amsterdam: Uitgeverij Podium, 2017. ISBN: 987 90 5759 836 4. 373 pagina’s. Prijs: € 19,99. Bestel

Rotterdam, de enige grote stad

Vanuit de rol die Milcham als feniks vervult, speelt de stad Rotterdam ook een rol in de roman Onder een hemel van sproeten van Alex Boogers. De Rotterdammer heeft al in zijn eerdere boek Alleen met de goden laten zien hoe mooi een stad een rol in een verhaal kan vervullen.

In deze nieuwe roman speelt Rotterdam eveneens een belangrijke rol. Net als de polder die net buiten de stad ligt. In de polder gebeuren dingen die het daglicht niet kunnen verdragen, daar dreigt het gevaar. De stad Rotterdam staat symbool voor Milcham, de vogel die als feniks uit zijn as herrijst. De oma van Amy vindt Rotterdam de enige grote stad van het land:

[G]een andere stad was zo verwoest, geen andere stad wist zichzelf zo opnieuw uit te vinden. Groter. Sterker. Onverschilliger. De oude huid werd afgestroopt. Elke steen werd opnieuw gelegd. Hogere gebouwen. Grotere plannen. Zonlicht op de platte daken van de wolkenkrabbers. Meer schaduw in de straten. (107)

De stad als personage die de hoogte opzoekt. Die wil groeien en alleen de hemel als grens heeft. Een hemel van sproeten. De hoge gebouwen werpen wel een schaduw op de straten, maar als je op het platte dak staat, sta je in het zonlicht.

Daarmee symboliseert de verteller hoe een stad helemaal verwoest kan zijn. Maar ondanks deze verwoesting zich kan ontpoppen als de enige grote stad van Nederland. Een stad die er zijn mag.

Lees morgen de laatste aflevering over dit fascinerende boek van Alex Boogers: IJsvogel »

Alex Boogers: Onder een hemel van sproeten. Roman. Amsterdam: Uitgeverij Podium, 2017. ISBN: 987 90 5759 836 4. 373 pagina’s. Prijs: € 19,99. Bestel

Nala(tig) – Onze teckel Sientje (6)

Daar zat ik achterin de auto met onze nieuwe aanwinst: een heuse teckel van 4 jaar! De hond ging naast mij liggen. Ik aaide het dier over de wollige vacht. Het voelde zacht aan.

Op de stamboom en in het dierenpaspoort stond haar naam: Nala van het Reggestadje. Nog voor Inge de sleutel in het contact stopte, besloten we dat we haar niet zouden aanspreken met deze naam.

‘Wie noemt zijn dier nou Nala’, zei ik. ‘Waarschijnlijk moest hij dit nestje een naam beginnend met een N geven en bedacht hij dit maar…’

We reden Goor uit om over de 100 kilometerweg naar de snelweg te rijden. Voor 100 euro waren we de trotse bezitters geworden van een heuse teckel. 4 jaar oud was het dier. We sloegen snel aan het rekenen. Kwam het nu wel uit om een teckel te kopen?

Ik was de eerste dagen van de week vrij van mijn werk in Leiden. Dan zou ik een begin maken met de heropvoeding en zat ze niet meteen helemaal alleen thuis.

Ik voelde me onwijs trots daar zo op die achterbank van de auto. Vroeger hadden we thuis ook een hond gehad, Blekkie. Dat was de huishond. We deelden het dier met z’n vijven. Al liep ik het meeste met het beest toen ik nog thuis woonde. Elke ochtend voor het ontbijt en in de middag reed ik er een rondje mee naast de fiets. Mijn vader sloot de dag af en liet hem voor het slapen gaan nog even uit.

Nu voelde het heel anders, dit was de eerste hond die echt van ons was. Het was onze eerste gezamenlijke aankoop. Achterin de auto lagen de nieuwe spullen. We reden de snelweg op. Inge maakte vaart. De hond kroop steeds dichter tegen mij aan. Ik voelde hoe het koppie zich op mijn bovenbenen neervlijde. Het hele lijf drukte tegen mij aan.

Ze keek me even aan. Wij gaan het maken samen, leken de ogen te spreken. Daarna streelde ik haar over de rug. ‘We noemen haar gewoon Sientje’, zei ik. Ik liet de naam nog een paar keer uit mijn mond gaan. Inge keek in de achteruitkijkspiegel. ‘Ze zal er vanzelf aan wennen. Zeker als wij er consequent in zijn en de oude naam niet meer gebruiken.’

We dachten verder na. Er zou nu ook snel een bench in huis moeten komen. Waar zouden we die zo gauw vandaan halen. ‘Volgens mij zag ik er eentje in de krant staan’, zei Inge. ‘Misschien is die er nog wel.’

Gelijk maar bellen als we thuiskomen. We naderden het einde van de snelweg en reden Almelo binnen. Wat spannend, we waren er bijna. Hoe zou Sientje reageren in huis? Tot nog toe was ze stilletjes en dicht tegen mij aangekropen. Ademde rustig en keek stuurs voor zich uit. Ze liet het maar over zich heenkomen.

Het lopen vanuit de auto het huis in, was nog best wennen. Ze liep niet zo goed mee en wist de richting niet aan te houden. Onzeker slingerde ze achter mij aan. De drempel van de deur stapte ze weifelend over. De deur achter ons dicht, mocht ze los. Ze liep over de vloerbedekking. Elke stap klonk gedempt terug.

De naam Nala zou voor ons het eerste deel van het woord NALAtig worden. We konden niet beter verzinnen waarom het dier zo heette. Bovendien zou ik 2 dagen later bij de dierenarts ontdekken dat de conditie van het dier maar magertjes was.

Pas jaren later ontdekten we waar de naam Nala vandaan kwam. Bij het kijken van de tekenfilm The Lion King, hoorden we de naam vallen. Nala is het vriendinnetje van Simba. Later als Simba de leeuwenkoning wordt, trouwt hij met haar en wordt zij daarmee de leeuwenkoningin. In de tijd dat Sientje geboren werd in 1998, was The Lion King een kaskraker.

Een mooi verhaal maar niet voor de teckel met de lange wimpers die wij adopteerden. Daar paste de naam Sientje stukken beter bij.

En dat vind ik nog steeds.

Lees verder: Tweedehands bench »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

Afmaken in de polder

In de roman Onder een hemel van sproeten gaat het slecht met het hondje van de oude man Jacob. Hij moet het diertje laten afmaken. Samen met de dierenarts overlegt hij waar dit het beste kan. De dierenarts biedt aan om het in de polder te doen. De plek waar Jacob zo graag met zijn hond is.

Jacob rijdt met de scooter naar de polder. Zijn hondje muis zit in het mandje achterop. Het diertje geniet van de wind en houdt zijn kop statig omhoog:

We hebben het goed gehad, Muis. Sinds je twaalf weken oud was heb je elke stap samen met mij gemaakt. Ik kan nu nog niet mee, maar ik ben al oud. Je weet nooit hoe de dingen lopen. Misschien kun jij het pad al verkennen, Muis. Zullen we het zo afspreken? Verken de buurt en wacht me dan op. (179)

Prachtig hoe de verteller je dit laat beleven. Het afscheid nemen van een hondje waarmee je jaren hebt opgetrokken. Het diertje is op. Zijn baasje ook, maar hij kan nog geen afscheid nemen van het leven. Zijn leven is met het verlies van zijn vrouw en zijn hond verandert van een wilde, onstuimige rivier in een futloos stroompje.

Het contrast tussen de oudere Jacob en de jongere Amy, maakt de roman Onder een hemel van sproeten tot een intense belevenis om te lezen. Al ben je het hele boek doordrongen dat het niet goed gaat aflopen. Je probeert als lezer voortdurend aan de kleine strohalmen die je tegekomt, vast te klampen. Daarmee is het boek een eerbetoon aan deze tijd. Niet zonder kansen, maar je moet ze wel zien.

Alex Boogers: Onder een hemel van sproeten. Roman. Amsterdam: Uitgeverij Podium, 2017. ISBN: 987 90 5759 836 4. 373 pagina’s. Prijs: € 19,99. Bestel

Milcham

De roman Onder een hemel van sproeten wisselt steeds van verteller tussen de jonge Amy die in haar dagboek aan Milcham schrijft en de oude man Jacob die treurt om de dood van zijn vrouw.

Milcham is de naam van de vogel uit een verhaal dat oma ooit aan Amy vertelde:

Milcham leefde duizend jaar en toen vatte zijn nest vlam, maar één ei in het nest werd niet verwoest en daaruit werd Milcham opnieuw geboren. Hij bleef bestaan, omdat hij een puur hart had. Hij koos niet voor kennis, maar voor intuïtie, voor gevoel, voor overgave. Als je je overgeeft, ben je het sterkst. (89)

Een prachtige keuze om haar dagboek te richten tot de vogel die steeds als een feniks herrijst. Onbewust schrijft Amy aan haar overleden vader, die zich Milcham noemde. Haar tante Rosa vertelt haar dat ze zo op haar papa Milcham lijkt. Als ze dit hoort, is ze niet de enige die beduusd kijkt. Als lezer ervaar je hetzelfde.

De troost zit ook voor de lezer in dit verhaal. Dan mag het verhaal eindigen alsof het nest na 1000 jaar vlam vat en alles verwoest. Er blijft een ei over waaruit Milcham geboren zal worden.

Een mooiere vorm van hoop, is er niet.

Lees morgen het vervolg op deze blog: Afmaken in de polder »

Alex Boogers: Onder een hemel van sproeten. Roman. Amsterdam: Uitgeverij Podium, 2017. ISBN: 987 90 5759 836 4. 373 pagina’s. Prijs: € 19,99. Bestel