Geen orakelpraat: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 33a

De reus heeft de hoer meegenomen het donkere bos in. De 7 vrouwen die Beatrice vergezellen zetten psalm 79 in; een lied dat symboliseert hoe verdrietig ze zijn over de toestand van de kerk. Beatrice sommeert om verder te gaan lopen, met een krachtige uitroep. De maagden lopen voor hen uit. En als Dante de kans krijgt dat om eindelijk Beatrice te spreken; hij loopt vrijwel naast haar, houdt hij verlegen zijn mond.

Vanzelfsprekend vraagt ze hem waarom hij niks te vertellen heeft. Als een puberjongetje zwijgt hij in alle talen en als ze ernaar vraagt zegt hij dat ze wel weet wat hij wil. Ze roept hem op om niet te praten alsof hij in een droom is, maar gewoon het gesprek met haar aan te gaan.

Ze geeft een treffende beschrijving wat er zojuist bij de boom van kennis van goed en kwaad is voorgevallen. Het is een mooie samenvatting van de vele gebeurtenissen die zich zojuist voor het oog van de verteller afspeelden.

Ze legt kort uit wat Dante eigenlijk gezien heeft. En dat is niet mis. De kerk wordt bedreigd. De kerkleiders zijn verdeeld en het zorgt voor veel verdriet bij God. De tegenstelling waarbij de adelaar eerst een monster is en later prooi wordt. De sterren die volgens Beatrice binnenkort zullen verschijnen, zijn weinig hoopgevend voor de toekomst.

Mijn woorden lijken nu orakelpraat
Waar Tehmis en de Sfinx naar lieten raden,
Omdat de zin ervan je nog ontgaat.

Het raadsel wordt je, als door de Najaden,
Veel later door de feiten wel verklaard,
Maar zonder vee en akkerland te schaden.

Onthoud dit, en vertel het op aard
Aan hen die – want wat anders is het leven? –
Op weg zijn naar de dood in volle vaart.

Vergeet vooral niet hun een beeld te geven
Van hoe de boom, die tweemaal werd gedeerd,
Door rovers, ledig achter is gebleven (vs 46 – 57; vert. Ike Cialona en Peter Verstegen)

Het is geen geruststellend verhaal dat Beatrice aan Dante vertelt. Ze wil dat hij alles zorgvuldig opschrijft wat hij ziet. En het mag misschien allemaal wel als kolder op hem overkomen. De geheimzinnige gebeurtenissen en de woorden van Beatrice doen hem misschien aan orakelpraat denken. Het is geen onzin wat hier gebeurt.

Een indringend verhaal waarbij Beatrice Dante wijst op zijn verantwoordelijkheid. De boom in het aards paradijs is tot 2 keer toe geplunderd, waar hij bij stond. Dat belooft niet veel goeds. Hier zie je bijna een Bijbelse aanklacht die de verteller hier aanneemt. Hij is er, maar krijgt nu ook een taak: zijn publiek erop wijzen dat het verkeerd bezig is en daardoor mogelijk ook verkeerd afloopt.

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Ike Cialona en Peter Verstegen uit 2000. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

De Duif

We lopen langs de grachten en stappen het Begijnhof in. Dan gaan we op het Spui op een bankje in de zon zitten. We genieten van onze broodjes en kijken naar de vele toeristen die voorbij lopen. Hoe een wagentje van de gemeente het plein schoonzuigt. Een grote stofzuiger waar een grote stofwolk vanaf komt als hij over het plein rijdt en tussen de kinderkopjes het vuil wegveegt en opzuigt.

We genieten van de voorjaarszon. Het vriest, maar het is helemaal niet koud om hier te zitten. De zon doet de rest en warmt je heerlijk op. Als we later langs de plek lopen met Vlaamse frites waar we vroeger altijd een zak patat aten aan het einde van een dagje Amsterdam, gaan wij verder naar De Duif.

Langs de Munttoren in de richting van de Prinsengracht waar we moeten zijn. Voorbij de Amstelkerk, helemaal van hout, vanwaar je al heel mooi de imposante gevel van De Duif ziet. Verstopt achter de hoge bomen, maar door de kale wintertooi is het gebouw goed te zien. De kerk zelf is ook indrukwekkend. Hoeveel ruimte er achter zo’n gevel verborgen zit.

We zijn mooi op tijd. Tijd om te acclimatiseren en de ruimte tot je te nemen. Als ik dan aan de beurt ben om te spelen, geniet ik vooral van de subtiele kanten van dit instrument. Het blijft een bijzonder orgel in Amsterdam, met veel Brabantse elementen erin. Dat komt ook door de lange bouwtijd van dit orgel waarbij de mooie dingen met elkaar verenigd zijn.

Ik moet wennen aan het toucher en de positie van het pedaal. Ik probeer er wat voorbereide werken op te spelen en leer dat je ‘Erbarm dich mein’ echt veel losser moet spelen, anders wordt het zo’n brei. Het beste lijkt Brahms uit de verf te komen, samen met die rustieke verfdoos boordevol met een klankpalet in alle soorten en toonaarden. Een instrument om bij weg te dromen, zelfs als je erop speelt. Het halfuur is zo voorbij.

Lees verder: De wallen en Oude kerk »

Paleis op de Dam

Ik mag weer spelen in De Duif te Amsterdam. Een indrukwekkend orgel van Smits staat hier en ik verheug me er erg op. 5 jaar geleden speelde ik hier ook op een soortgelijke dag. Het lijkt zelfs even koud te zijn als toen. Doris wilde toen niet mee om te kijken hoe ik op het grote orgel zou spelen.

Nu wil gaat ze wel mew. Al heb ik mij minder goed voorbereid. Slechts een paar stukken ingestudeerd en de improvisatie laat ik erg van het moment afhangen. Te druk met het huis en mijn werk. Het leidt teveel af om je helemaal met hart en ziel in zoiets te storten.

We lopen naar het station en halen precies de intercity naar Amsterdam. Het mag dan vriezen, maar de voorjaarszon maakt alles goed. Wat is het ontzettend lekker weer. Zelfs buiten genieten we van de zon. We lopen over het Damrak in de richting van de Dam. Gewoon omdat ik dat ook een keer aan Doris wil laten zien. Net als dat we straks over de Wallen terug naar het station zullen lopen.

Het blijft indrukwekkend om daar het Stadhuis te zien staan aan dat grote plein. Het hoge raam van de Nieuwe kerk dat uitziet op het plein. Wat mij betreft de mooiste kant van de Dam. Het verleden aan de andere kant is vervangen. Net als de haven die tot deze plek reikte, zodat je echt de dam zou zien waar de stad naar genoemd is.

Een klein bordje daagt ons uit. We zouden namelijk naar het grachtenmuseum gaan, maar de tekst op het bordje brengt mij op andere gedachten. ‘Paleis open’ staat erop. We gaan even kijken of je er met de Museumkaart in kunt. Waarschijnlijk wel. Ik zie het al helemaal zitten. Een keer dat Paleis in, het voormalige stadhuis. Het achtste wereldwonder zoals Constantijn Huygens dichtte in het lofdicht dat hij bij de opening schreef.

Ik blijf het zonde vinden dat het een Paleis is geworden, het is een Paleis voor de stad, een ode aan de Republiek. Daar hoort niet een koning elitair in te verblijven. De tapijten aan de wanden en op de vloeren moeten weg, het monumentale steen hoort hier thuis. De grote schilderijen die de muren bedekken. Prachtige schouwen en imposante beelden.

Zeker, die zie je ook. De Burgerzaal is heel indrukwekkend. Je komt er ook binnen via een trap vanaf beneden. Dat draagt alleen maar bij aan het ontzagwekkende. Je ziet meteen Atlas de zware wereldbol dragen. Hij, maar vooral de bol zijn een stuk groter dan de Atlas die op het dak aan de achterkant van het Paleis staat.

Als je dan op die marmeren vloer staat. Wat een pracht en praal. Hier heerst het evenwicht, de symmetrie en de zuivere verhoudingen in de maatvoering. Wat een bouwmeester is Jacob van Campen. Het is indrukwekkend om hier in deze ruimte te staan. De slanke, hoge ramen geven de zaal een prachtig licht. Het komt van 2 kanten. Aan weerszijden de hoge wanden.

De natuur waar Jacob van Campen de inspiratie vandaan heeft gehaald zie je in de beelden van vogels, vruchten en planten. Samen met de verwijzingen naar bijbelse en mythologische figuren. Het geeft de ruimte een onuitputtelijke betekenis. De reeksen volgen elkaar onafgebroken op. Zo verdwaal je in wat je ziet. En het ene is nog mooier dan het andere.

De grote ronde wereldkaarten midden in de ruimte. 3 stuks, in 2 helften: Amerika en aan de andere kant de rest van de wereld, waarbij ik mij verbaas hoeveel er al bekend was van de wereld. Het net ontdekte Australië draagt de naam Hollandia. Het was nog niet duidelijk dat Australië en Nieuw Guinea niet aan elkaar vastzitten, maar losse eilanden zijn.

In het midden tussen de 2 wereldhelften is de sterrenhemel, met de vele sterrenbeelden. Groot naar hoe helder ze te zien zijn vanaf de aarde. Allemaal naar de status van de wetenschap in die tijd. En Amsterdam als centrum van de wereld.

Het is druk in het Paleis. Veel toeristen zien hier een gebouw van binnen dat veel Nederlanders nog nooit van binnen hebben gezien. De tijd van het Stadspaleis is voorbij, maar nog overal te vinden. De tapijten hebben deze tijd proberen te bedekken, maar het gebouw ademt de hoopgevende tijd van de Republiek.

De ruimtes zijn mooi, maar overtreffen de Burgerzaal niet. Met uitzondering van de Vierschaar. Wat een ruimte is dat. De burgemeesterskamer bood uitzicht op de vierschaar. Om daar het recht te kunnen spreken en te zien hoe het gesproken werd. De rijke decoratie van de beelden is indrukwekkend. Je ziet het niet vaak in Nederland dat de beeldenrijkdom het van de soberheid wint. Zelfs de Burgerzaal is bescheiden. Hier is dat het geval. Een indrukwekkende zaal en een indrukwekkend gebouw.

Ontzettend mooi dat ik het een keer van binnen heb kunnen zien. En daar leer ik ook van mijn dochter. Hoe ze vertelt over Heracles die de leeuw verslaat en de kop over zich heen trekt. We staan bij een plafondschildering waar we het zien.

Lees verder: De Duif »

Wat? Een teckel! – Sientje (8)

De dag na onze aankoop, kwam meteen de vuurdoop: het voorstellen aan de familie. Inges moeder moest weinig hebben van honden. Mogelijk zou het vertellen dat we hond hadden gekocht, genoeg voor haar zijn om nooit meer langs te komen.

We begonnen eerst maar eens om zonder hond naar Inges moeder te gaan, ook omdat het druk zou zijn op haar verjaardag. Het idee alleen al, was een grote schok. We gniffelden onderweg naar het appartement van mijn schoonmoeder. Ik had het eerste voorstelrondje een paar maanden eerder nog vers in het geheugen.

Er werd mij even flink de les gelezen. Ik moest niet denken dat ik Inge binnen een paar maanden zou meenemen naar Leiden en haar studie mocht niet onder mijn liefde voor haar lijden. Hoe zou ze dan reageren als ze hoorde dat we samen een hondje hadden gekocht. Een teckel bovendien.

Stilletjes hoopten we dat het mee zou vallen. Mogelijk dat de vriend van Inges moeder ons meer informatie over de verkoper kon geven. Hij woonde eveneens in Goor en daar kende iedereen elkaar. Hij kon ons misschien helpen aan de broodnodige achtergrondinformatie.

We lieten Sientje thuis achter in de bench. Wie weet wat ze kon uithalen zo de eerste keer alleen in huis. Zou ze herrie maken of zich juist doodstil houden? We hadden geen idee. Wie weet begon ze heibel te schoppen en raakte ze in paniek zo alleen in een bench gestopt. Niet dat ze veel herrie maakte in ons bijzijn. We hadden nog geen kik uit het dier gehoord.

Bij binnenkomst in het appartement van Inges moeder, maakte ik eerst kennis met Inges oom en tante, de zus van Inges moeder. We konden het niet lang voor ons houden. Het voelde een beetje als vertellen dat er een kindje zou komen.

We zeiden dat we niet zo lang konden blijven en biechtten meteen op dat we gisteren een hondje hadden gekocht. Daarna meldden we ook nog eens dat het draaide om een teckel van 4 jaar oud uit Goor. Het was genoeg voor een doodstille reactie. Alsof de dominee voorbij kwam. Grote ogen keken ons indringend aan. Voor ons bleef er weinig anders over dan een beetje verlegen gniffelen. Bij het horen van de naam Sientje werden de ogen nog groter.

Daarna kwamen de eerste reacties los. Een paar:

  • Waar zijn jullie aan begonnen!
  • Handenbindertje
  • Nog meer een bindertje dan een kind
  • Het is gedaan met jullie vrijheid
  • En jullie kennen elkaar nog maar net

Toen dat een beetje bedaard was, kregen we de kans om het ook wat meer over onze aankoop te hebben. Al bleven de opmerkingen van het begin er zeker nog doorheen druppelen.

We informeerden nog eens goed bij Henk wat hij wist over de fokker. Ergens waren we nog steeds een beetje onzeker over onze aankoop. Wat hadden we in huis gehaald! En mankeerde het dier niet van alles. Immers 100 euro was niet veel voor een teckel. Zeker eentje die pas 4 jaar oud was.

Henk wist wel wat over fokker, maar niet genoeg in onze beleving. Hij kon vooral veel vertellen over de oude, de vader van de fokker waarvan we Sientje hadden gekocht.

De vader van de eigenaar waar wij Sientje vandaan hadden, was ooit begonnen met Rottweilers. Een gepassioneerde hondenliefhebber. De zoon zou het meer voor het geld doen. Niet dat hij slechte honden fokte, maar of ze zo goed behandeld werden? Daar durfde Henk niet veel over los te laten. We deden er zeker verstandig aan de volgende dag naar de dierenarts te gaan.

Inges moeder sprak klare taal. ‘Prima dat je hond neemt, maar hij komt er hier niet in’, zei ze streng. Later wisten we haar wel wat milder te maken. Op de achterbank van de auto zat ze eens naast het dier en voerde Sientje pepermuntjes, waarna ze het afgelikte snoepje zelf in de mond nam. Ook kwamen wel weleens met het dier binnen. Maar toen ze op haar sterfbed in huis lag, vroeg ze of de hond thuisbleef. Die wilde ze er niet bij hebben.

Iedereen die ik later vertelde over onze aankoop, keek mij met dezelfde grote ogen aan. Alsof ik Inge zwanger had gemaakt. ‘Het is net zo’n grote stap als kinderen’, vond een collega bij de dak- en thuislozenzorg. Ik werkte daar naast mijn studie. ‘Je zit nu met handen en voeten aan haar gebonden, joh’, vond hij. Hij grinnikte er plagend bij. Ik keek hem verbaasd aan. Want eigenlijk vond ik het helemaal niet erg dat hij dat zei.

Lees het vervolg: Hét lot uit de loterij! »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

De ommegang

Arriveert vandaag een prachtig boek van Jan van Aken met de veelbelovende titel De ommegang. Ik volg Jan van Aken al een tijdje, ben zijn eerste recensent en heb vrijwel zijn hele oeuvre gelezen.

In december las ik op zijn advies Victor Hugo’s roman De klokkenluider van de Notre-Dame. Een boek dat veel bewerkt is in film en musical. Zelfs Disney gaf er zijn eigen fantasievolle draai aan. Maar het lezen van dit werk was voor mij een openbaring. Het is een prachtig boek opgebouwd als een kathedraal, grillig, grimmig en fascinerend.

Het verduidelijkte voor mij wel heel veel van de schrijver Jan van Aken. Hij bedient zich bijna van dezelfde fantastische schrijverij als Victor Hugo. Aan mij openbaarde zich bij het lezen van deze klassieke roman een andere kant van Jan van Aken.

In de correspondentie verraadde Jan van Aken al een beetje waarover zijn nieuwe roman gaat. Het is een veelbelovend verhaal dat aan het einde van de middeleeuwen speelt. Al bestaat er bij Jan van Aken geen middeleeuwen en zeker geen donkere middeleeuwen. Het is de tijd waarin de kathedralen zijn en worden opgericht.

Een nieuwe tijd in Europa waarbij in alle West-Europese landen enorme godshuizen verrijzen. Het is de tijd waarin door de kruistochten weer contact is ontstaan met het Midden-Oosten. Een veelbetekenend contact, want door deze reizen is er veel veranderd. Zodoende is deze periode een onuitputtelijke tijd om over te schrijven en te fantaseren. En dat kan Jan van Aken als de beste.

Ik ben dus even aan het lezen… Binnenkort zal ik het boek hier bespreken…

Vanaf dinsdag ligt de roman De ommgang van Jan van Aken in de boekwinkel.

Jan van Aken: De ommegang. Amsterdam: UItgeverij Querido, 2018. ISBN: 978 90 214 0393 9. 628 pagina’s. Prijs: € 22,50. Bestel

Valentijn in Khartoem

Fleur van der Bij is op Valentijnsdag bij de Nijl in Khartoem en maakt een boottochtje op het water. Ze vaart in een roeibootje met Esib naar de plek waar de Blauwe Nijl en de Witte Nijl samenkomen.

Esib heeft duidelijk andere bedoelingen met het boottochtje dan zij. Wat Fleur niet in de gaten heeft, is dat deze plek een bijzonder romantisch plekje in Khartoem is.

Je neemt een meisje niet zomaar mee naar deze plek waar romantiek samenvloeit. Of zoals Esib het uitlegt.

‘In de Arabische poëzie wordt deze samenkomst van de twee rivieren de eeuwige kus genoemd. De Witte Nijl staat voor de mannelijke energie en de blauee voor de vrouwelijke.’ (106)

De intenties van Esib verschillen duidelijk van hoe Fleur erin staat. Ze laat zich niet zomaar versieren in het bootje met deze kerel.

De reis terug duurt lang, maar Fleur is opgelucht als ze weer aanmeert en snel terug kan naar de familie waar ze logeert.

Fleur van der Bij: De Nijl in mij. Een ontdekkingsreis naar het hart van de waanzin. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij AtlasContact, 2018. ISBN: 978 90 450 3514 7. 256 pag. Prijs: € 19,99.Bestel

Planning – Tiny House Farm

Bijna een onmogelijkheid na het lange wachten: een goede planning hebben voor wanneer we kunnen beginnen met de bouw van ons huisje. Een dag voor de ondertekening van onze koopovereenkomst zijn we naar onze huisjesbouwer Martin gegaan.

Crisisberaad. Hij heeft tot juni de tijd om ons huis te bouwen. Als het later wordt, dan komt zijn eigen project in gevaar. Daarom stuurt hij aan om in mei te beginnen. Maar is onze weg dan klaar?

Nog niet alle betalingen zijn binnen, geeft de initiatiefnemer van ons project aan. Ena als het geld er niet is, kan de grond niet worden overgedragen en loopt het project opnieuw vertraging op. De grote vraag voor ons: halen we het. Kunnen we op ons landje om de bouwer al te laten beginnen?

We krijgen geen vinger achter de planning. Wat moeten we nu? Het risico om met een bouwpakket van het huis te zitten en een serie heipalen. Dat kunnen we echt niet hebben. De dubbele lasten die vanaf maart gaan gelden, kunnen we echter ook niet lang volhouden.

Een week later weer beraad. Via de telefoon dit keer. Het ontbreekt ons aan duidelijkheid en zekerheid. Er kan zoveel gebeuren. Wat doen we? We laten de huisbouwer contact opnemen met de initiatiefnemer. Hij kan er begin mei op. De puinweg is dan af.

Is de verwachting. Onzekerheid blijft, maar na rijp beraad, wagen we de sprong. Samen met onze bouwer en we hopen er het beste van. In vertrouwen in de toekomst en vooral in elkaar…

Draak en reus: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 32c

Nog voor het zover is dat de verteller de hemel mag binnentreden, verschijnen nog een aantal mysterieuze wezens zich aan Dante. Het begint met een lichtflits, sneller dan de bliksem. In die flits verschijnt de adelaar, Jupiters vogel.

Het zijn mythische wezens die aan het fundament van de wagen waarop Beatrice zit, knagen. De knal waarmee de adelaar zich op de wagen werpt, doet de wagen in al zijn voegen barsten. Dat geldt ook voor de vos die flink tekeer gaat. Alsof hij al heel lang geen eten heeft gehad. Beatrice weet hem op zijn nummer te geven en het dier druipt af.

Hetzelfde geldt voor de adelaar, die een deel van zijn veren in de bak van de wagen achterlaat. Tot overmaat van ramp breekt er van onderen een draak de wagen binnen. De verteller weet er even geen raad mee. De situatie is dan ook best alarmerend. Het kan zo een aflevering uit Games of Thrones zijn, waarbij de ene verschrikkelijke scène de andere volgt.

Toen leek me dat de aarde openspleet
en ’n draak omhoogkwam tussen beide wielen
die met zijn staart de bodem van de kar

doorstak; en, als een wesp zijn angel, trok hij
zijn kwaaie staart weer terug en sleurde ’n deel
van ’t plankwerk mee – en kronkelend droop hij af toen.

Wat ervan restte werd nu helemaal,
als goede grond door onkruid, met die veren
– heilzaam bedoeld misschien en ook oprecht –

bedekt; op beide wileen én de dissel
lag ’t verendek gespreid in minder tijd
dan ’n mond zich opent om een zucht te slaken. (vs 130 – 141; vert. Rob Brouwer)

Het blijft een bijzonder tafereel waarin maar liefst 8 gebeurtenissen elkaar in rap tempo volgen. Van de adelaar, de vos, de draak en uiteindelijk verschijnt een hoer in een wagen omringd door 7 koppen. Natuurlijk verbeeldt de verteller hier allerlei zinnebeelden, maar de scene is in mijn ogen vooral pure science fiction.

Wat Dante hier ziet, is dat de adelaar zich opnieuw stort. De veren vliegen alle kanten op. Van onderen steekt het fabeldier in de wagen en verwoest daarmee het voertuig waarop zojuist Beatrice is gekomen. De vergelijking die de verteller maakt met de angel van een wesp is treffend.

Hij gaat nog wat verder. Uiteindelijk verandert de wagen in een 7-koppig wezen waarop een hoer staat. Ze kijkt naar Dante, maar wordt voor haar lonken gestraft door de reus die haar eerder af en toe kuste. Hij sleurt haar mee en zo verdwijnen de 2 in het donkere woud.

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Rob Brouwer uit 2001. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Geld in beha

Geld uit de muur trekken is er in Soedan niet bij. Daarom neemt Fleur van der Bij veel contant geld mee. Maar om de sancties te omzeilen kun je beter het geld dat je meeneemt goed verborgen houden.

De briefjes moeten een veilige plek krijgen. Voor Fleur is dat haar beha. Ze koopt er speciaal een grotere maat beha met flinke vullingen voor:

Voor vertrek heb ik die vullingen eruit geknipt en vervangen door twee plastic mapjes met duizenden dollars. Mijn hoedanigheid als wandelende pinautomaat bezorgt me soms hartkloppingen, maar het idee went snel. (21)

Zo loopt ze als een ontdekkingsreiziger met de duurste big boobs rond door Soedan. Langzaam maar zeker nemen haar borsten in volume af. Elke keer herinnert de vertelster dan aan het verdwijnen van de dollars.

Zoals wanneer ze Omran inhuurt om haar naar het gebied te brengen waar haar held Juan Maria Schuver in 1883 voorgoed verdween.

Ik voel aan mijn bh om mijn financiële situatie te peilen. Door het inhuren van Omran ben ik zeker van een volle D-cup naar een C gegaan, maar hij in ale opzichten het geld waard. (70)

Het levert weer een mooi nieuwe wending in het verhaal op. Ze zoekt verder naar de sporen van haar held, de ontdekkingsreiziger Schuver die op raadselachtige wijze verdween.

Maar eigenlijk is ze op zoek naar iets heel anders: haar 3 jaar jongere zus Ylse die verongelukte toen zij 15 was.

Fleur van der Bij: De Nijl in mij. Een ontdekkingsreis naar het hart van de waanzin. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij AtlasContact, 2018. ISBN: 978 90 450 3514 7. 256 pag. Prijs: € 19,99.Bestel

De Nijl in mij

Aanvankelijk wil Fleur van der Bij haar held Juan Maria Schuver (1852 – 1883) achterna reizen op zijn ontdekkingstocht naar de oorsprong van de Nijl. De ontdekkingsreiziger verdwijnt op zijn reis spoorloos en is overleden.

Over zijn dood zijn verschillende versies. Waarschijnlijk is hij vermoord, gedreven door zijn ongeduld. Het komt zelfs een beetje onbenullig over. Zijn lichaam wordt niet meer gevonden. Hij is helemaal van de aarde weggevaagd. Er is geen spoor meer van hem achtergebleven.

Ze slaapt aan de oevers van de Nijl in een tentje. Ze trekt door de binnenlanden van Soedan in de richting van Khartoem waar haar held voor het laatst levend is teruggezien. De verhalen over de dood van haar held blijven vaag. Wat is er precies gebeurd? Fleur van der Bij probeert het spoor terug te volgen.

Daar in de binnenlanden van Soedan vindt ze niet zozeer het spoor van haar held terug, als wel haar eigen verleden. Een kruispunt in Friesland. De plek waar haar 3 jaar jongere zusje Ylse verongelukte.

Wat heeft die dag met me gedaan? Werd ik bang voor de dood of voor het leven? Misschien een beetje voor beide. Ik was vijftien en kan me niet meer precies voor de geest halen hoe ik toen dacht. (44)

De jonge Fleur kiest voor zekerheid en gaat het leven leiden van een vastgeroeste twintiger. Tot ze radicaal kiest voor het wilde leven en haar held achterna gaat. Ze trekt alleen door Afrika, in het spoor van de ontdekkingsreiziger Juan Maria Schuver.

Daar doet ze ontdekkingen. Niet alleen wie haar held is en dat hij ook een broer verloren heeft. Ze ondergaat een historische sensatie en komt daarmee dichter bij zichzelf. In het hisorische centrum van de mythissche slavenhaven staat ze.

Schuver was hier 126 jaar geleden, aan de Nijl, het uiterste punt van zijn gedocumenteerde leven. Hoeveel langer dan 16 augustus 1883, de dagtekening van zijn laatste brief, heeeft hij nog geleefd? Hoeveel verder is hij gekomen? (172)

Schuver gaat zijn eigen haast achterna en dat wordt hem fataal. Iets van die gejaagdheid treft ook Fleur van der Bij. Ze weet het op tijd te remmen.

Daarmee is het boek De Nijl in mij ook een heuse sensatie. Al moet ik erg wennen aan de opening en de vele informatie over de reis zelf. Ze weet je in het verhaal toch te pakken te krijgen en dan laat ze je ook niet meer los.

Fleur van der Bij: De Nijl in mij. Een ontdekkingsreis naar het hart van de waanzin. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij AtlasContact, 2018. ISBN: 978 90 450 3514 7. 256 pag. Prijs: € 19,99.Bestel